CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en Regels Definitieve ontwerpversie RO-BP-621.116.40-TOTAAL-ON02

Besluitvormende raad 25 januari 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan uitkoop woningen onder hoogspanningstracé19.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Hoeksche Waard Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp

9 juli 2021

Gemeente Hoeksche Waard

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp

Inhoud: • • •

Toelichting Regels Geometrische plaatsbepaling (verbeelding)

werknummer: datum: bestand:

621.116.40 9 juli 2021 J:\620\116\40\3.projectresultaat\b. ontwerp

Procedureoverzicht Fase

Datum

Concept-ontwerp

9 juli 2021

Ontwerp Terinzagelegging Vast te stellen Vastgesteld

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

TOELICHTING

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Planvorm 1.5 Leeswijzer

4 4 4

Hoofdstuk 2 Wijzigingen 2.1 Wijziging 1: Oud Cromstrijensedijk Oostzijde 44b, Klaaswaal 2.2 Wijziging 2: Strijenseweg 141, ’s-Gravendeel 2.3 Wijziging 3: Zinkweg 197, Oud Beijerland 2.4 Wijziging 4: Stougjesdijk 137, Mijnsheerenland 2.5 Juridische vertaling

9

12

Hoofdstuk 3 Toetsing ruimtelijk relevante aspecten 3.1 Ruimtelijke ordening 3.2 Wonen 3.3 Mobiliteit 3.4 Natuur en landschap 3.5 Water 3.6 Archeologie en cultuurhistorie 3.7 Milieu

14 14 14 14 15 20 20 21

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

22 22 22

Hoofdstuk 5 Procedure 5.1 Voorbereidingsfase 5.2 Ontwerpfase 5.3 Vaststellingsfase

23 23 23 23

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Ecologische quickscan, NWC, d.d. juni 2021 Bijlage 2: Aerius-berekening

4 4 4

9 9 9 9

3

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel van het plan

Aanleiding Op 1 januari 2017 is de 'Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding' in werking getreden, kortweg uitkoopregeling. Met deze regeling wordt tegemoetgekomen aan de maatschappelijke wens om bewoners de mogelijkheid te geven om niet langer onder een hoogspanningslijn te wonen. Woningeigenaren maken zelf de keuze of ze gebruik willen maken van de uitkoopregeling. Zij konden tot 1 juli 2021 contact opnemen met de gemeente als zij gebruik willen maken van de uitkoopregeling. Uiterlijk op 31 december 2021 dient overdracht aan de gemeente plaats te vinden waarna het pand gesloopt dient te worden of te worden herbestemd, zodat wonen niet meer mogelijk is. Gemeenten nemen een centrale rol in bij de uitvoering van de uitkoopregeling. Zij zijn het aanspreekpunt voor woningeigenaren die van de regeling gebruik willen maken en voeren de regeling uit door woningen aan te kopen of te laten verplaatsen. De kosten die gemeenten maken voor de aankoop of verplaatsing van woningen worden op grond van de regeling vergoed. Door de gemeente Hoeksche Waard zijn, verspreid over de gemeente, vier woningen en bijbehorende percelen aangekocht in het kader van de uitkoopregeling.

Doel Op de planlocatie liggen de bestemmingen "Wonen"”, “Bedrijf” en "Tuin", evenals een aantal dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen (in paragraaf 2.1 wordt de bestaande situatie beschreven). Uit de uitkoopregeling volgt dat 'wonen' niet meer mogelijk dient te zijn op een locatie waar uitvoering wordt gegeven aan de uitkoopregeling. De bestemming "Wonen" dient zodoende van de betreffende locatie te worden verwijderd (evenals het bouwvlak) en worden vervangen door een andere bestemming. De gemeente Hoeksche Waard wil aansluiten op de naastgelegen percelen, die zijn voorzien van respectievelijk de bestemmingen “Agrarisch”, "Agrarisch met waarden" en “Groen”. Binnen de vigerende bestemmingsplannen is omzetting naar deze bestemmingen niet mogelijk. Daarom moeten de bestemmingsplannen voor deze locaties worden herzien. Met voorliggend plan wordt voor alle vier de locaties tegelijk een nieuwe bestemming geregeld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De plangebieden liggen verspreid over de kernen Klaaswaal, ’s-Gravendeel, Oud Beijerland en Mijnsheerenland. De kadastrale percelen zijn leidend geweest voor de begrenzing van de locaties. De ligging en globale begrenzing van de plangebieden wordt weergegeven in de afbeeldingen 1.1 t/m 1.4

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied bestaat uit vier deelgebieden. De deelgebieden hebben betrekking op de volgende bestemmingsplannen (allen vastgesteld voor de gemeentelijke herindeling naar gemeente Hoeksche Waard):

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

5

Naam bestemmingsplan

IMRO code

Datum vaststelling raad

Dorp Klaaswaal 2013

NL.IMRO.0611.dorpklaaswaal-VA01

Buitengebied Oud-Beijerland

NL.IMRO.0584.BPBUITEN2012001VG99 NL.IMRO.0585.BPLGBINNENMAASVG01 NL.IMRO.0584.BPOBL2016001VG99

2 juli 2013 (vm. gemeente Cromstrijen) 11 juni 2013 (vm. gemeente Oud-Beijerland) 24 december 2013 (vm. gemeente Binnenmaas) 9 mei 2017 (vm. gemeente Oud-Beijerland)

Landelijk Gebied Binnenmaas Parapluplan Archeologie en Parkeren

De vigerende bestemmingen zijn als volgt:

Locatie 1: Oud Cromstrijensedijk Oostzijde 44b, Klaaswaal Ter plaatse van de Oud Cromstrijensedijk vigeert het bestemmingsplan “Dorp Klaaswaal 2013”, dat op 2 juli 2013 is vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Cromstrijen. Ter plaatse gelden de bestemmingen Wonen en Tuin. Op de locatie is een bouwvlak met één vrijstaande woning aanwezig. Verder zijn gebiedsaanduidingen opgenomen voor veiligheid ten aanzien van de hoogspanningsverbinding en een hoogtebeperking vanwege een straalpad voor telecommunicatie.

Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied wijziging 1 t.o.v. voorgaand bestemmingsplan

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

6

Locatie 2: Strijenseweg 141, ’s-Gravendeel De Strijenseweg in ’s-Gravendeel ligt op grond van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied Binnenmaas”, dat op 24 december 2013 is vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Binnenmaas. Aan het perceel is een woonbestemming toegekend. Ook geldt een middelhoge verwachtingswaarde en is een gebiedsaanduiding opgenomen voor behoud van de karakteristieke openheid van het gebied. Tot slot is een dubbelbestemming opgenomen voor de aanwezige hoogspanningsverbinding.

Afbeelding 1.2: globale ligging en begrenzing plangebied wijziging 2 t.o.v. voorgaand bestemmingsplan

Locatie 3: Zinkweg 197, Oud Beijerland Ook het perceel aan de Zinkweg in Oud Beijerland heeft momenteel een woonbestemming. Het plan is gelegen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied Oud-Beijerland”, dat op 11 juni 2013 door de gelijknamige gemeente is vastgesteld. Op het perceel is een bouwvlak aanwezig met een maximale goot- en bouwhoogte van resp. 4 en 7 meter. Aan het perceel zijn twee dubbelbestemmingen toegekend, ten behoeve van de aanwezige hoogspanningsverbinding en de waterkering. Verder is hier een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de ontwikkeling van nieuwe woningen in het lint. Op 9 mei 2017 is door de gemeente Oud-Beijerland tevens een paraplubestemmingsplan “Parapluplan Archeologie en Parkeren” vastgesteld. Het plan omvat onder meer een uniforme regeling voor archeologische waarden, waarbij voor het plangebied ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt. Ruimtelijke ontwikkelingen met een oppervlak groter dan 500 m 2 en/of bouwwerken die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld hebben een onderzoeksplicht. Daarnaast is de Nota Parkeernormen Oud-Beijerland van toepassing verklaard.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

7

Afbeelding 1.3: globale ligging en begrenzing plangebied wijziging 3 t.o.v. voorgaand bestemmingsplan

Locatie 4: Stougjesdijk 137, Mijnsheerenland De vierde locatie, het perceel aan de Stougjesdijk in Mijnsheerenland, ligt binnen het bestemmingsplan “Landelijk Gebied Binnenmaas”, vastgesteld door de Gemeente Binnenmaas op 24 december 2013. Het perceel kent de bestemmingen Wonen en Bedrijf. Het bedrijfsperceel kent een aanduiding ‘nutsvoorziening’. Hier ligt een drukriolering van de gemeente en staat een minigemaaltje. De hoogspanningsverbinding is aangeduid met een dubbelbestemming. Verder kent het perceel een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

Afbeelding 1.4: globale ligging en begrenzing plangebied wijziging 4 t.o.v. voorgaand bestemmingsplan

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

8

1.4

Planvorm

Het bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” is een bestemmingsplan, dat bestaat uit bestemmingen en regels. De gewijzigde bestemmingen zijn geometrisch bepaald1 en analoog verbeeld door middel van een verbeelding. Bij de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. De inhoud van de bestemmingen is overeenkomstig de bestemmingsplannen die voorheen van toepassing waren voor het gebied (zie paragraaf 1.3). Daarom zijn bijvoorbeeld meerdere groenbestemmingen en meerdere dubbelbestemmingen voor de hoogspanningsleiding opgenomen. Deze zijn daarom voorzien van een volgnummer, zodat per locatie aan de juiste regeling wordt gerefereerd. In het volgende hoofdstuk is dit per locatie nader toegelicht. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen verantwoord. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van de bestemmingswijzigingen aangetoond. Omdat het gaat over het herbestemmen van specifieke locaties, bestaat het plangebied van dit bestemmingsplan uit vier kleine deelgebiedjes.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de wijzigingen weergegeven, evenals een toelichting op de juridische vertaling. In hoofdstuk 3 worden de beoogde bestemmingswijzigingen getoetst aan het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente Hoeksche Waard en wordt ingegaan op diverse sectorale (milieu)aspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 en 5 ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

1

Geografische coördinaten volgens het Rijksdriehoekstelsel bepalen de ligging van een bestemming. Met gebruikmaking van de coördinaten kan exact de plaats van een object in een gebied worden bepaald Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

9

Hoofdstuk 2 Wijzigingen Zoals in paragraaf 1.1 is aangegeven heeft dit bestemmingsplan ‘Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé’ tot doel in één keer diverse wijzigingen in verschillende bestemmingsplannen aan te brengen. In deze paragraaf worden de correcties en wijzigingen per locatie toegelicht.

2.1

Wijziging 1: Oud Cromstrijensedijk Oostzijde 44b, Klaaswaal

Het perceel aan de Oud Cromstrijensedijk Oostzijde 44b te Klaaswaal staat kadastraal bekend als C 361. Op de gronden is momenteel een vrijstaande woning aanwezig, met een bijgebouw en enkele kleinere schuurtjes en beplanting. De bebouwing zal worden gesloopt. Zoals in hoofdstuk 1 is beschreven, zijn de vigerende bestemmingen op de planlocatie "Wonen" en "Tuin". Ook is er een bouwvlak aanwezig, waarbinnen een woningtypologie (vrijstaand) en maximaal aantal woningen (1) is aangegeven. Deze bestemmingen, alsmede het bouwvlak, de bouwaanduiding en maatvoering komen te vervallen. In de plaats komt de bestemming “Agrarisch”, overeenkomstig de agrarische bestemming in het bestemmingsplan “Dorp Klaaswaal”. De gebiedsaanduidingen "veiligheidszone - hoogspanningsverbinding" en "vrijwaringszone – straalpad” blijven op de locatie van toepassing. De dubbelbestemming “Leiding – Hoogspanningsverbinding” blijft ook behouden en wordt één op een overgenomen uit het voorgaande plan, maar krijgt het volgnummer “- 1”, zodat aan de juiste bestemmingsregeling wordt gerefereerd.

Afbeelding 2.1: Ligging plangebied wijziging 1 op luchtfoto (bron: Google)

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

10

2.2

Wijziging 2: Strijenseweg 141, ’s-Gravendeel

Op het perceel aan de Strijenseweg 141 in ‘s-Gravendeel is momenteel een vrijstaande woning met vrijstaand bijgebouw aanwezig. Het perceel staat kadastraal bekend als H 395. De randen van het perceel zijn voorzien van groene beplanting en aan de zijde van de Strijenseweg is een sloot gelegen. De bebouwing zal worden gesloopt. De locatie is in het vigerende plan bestemd voor “Wonen” (zie hoofdstuk 1), waar binnen het bestemmingsvlak één woning mag worden gebouwd. De woning wordt gesloopt en het bestemmingsvlak wordt met dit bestemmingsplan voorzien van de bestemming “Agrarisch met Waarden”, aansluitend op de aangrenzende agrarische gronden. Aan de voorzijde van de woning ligt een verkeersbestemming, die één op één wordt overgenomen uit het voorgaande plan. Ook de aanduiding ‘openheid’ blijft behouden. Dat betekent dat de gronden mede bestemd zijn voor de beschermde landschapswaarde openheid. Het verwijderen van de bestaande opstallen draagt bij aan deze landschapswaarde. De dubbelbestemmingen "Leiding - Hoogspanningsverbinding", en "Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1” en “Waterstaat – Waterkering” blijven op de locatie van toepassing. De dubbelbestemming “Leiding – Hoogspanningsverbinding” wordt één op een overgenomen uit het voorgaande plan, maar krijgt volgnummer “- 2” achter de naam, zodat aan de juiste bestemmingsregeling wordt gerefereerd.

Hetzelfde principe geldt voor de waterkering: de nieuwe naamgeving luidt “Waterstaat – Waterkering 1”.

Afbeelding 2.2: Ligging plangebied wijziging 2 op luchtfoto (bron: Google)

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

11

2.3

Wijziging 3: Zinkweg 197, Oud Beijerland

Het driehoekige perceel aan de Zinkweg 197 in Oud-Beijerland (kadastraal bekend als G 269) ligt op het dijktalud, loodrecht onder een hoogspanningsmast. Op het perceel is een woning met tuin aanwezig, bereikbaar via een ventweg van de Zinkweg. De bebouwing en verharding op het perceel worden gesloopt. In het huidige bestemmingsplan heeft het perceel een woonbestemming met bouwvlak en maatvoering. Met dit bestemmingsplan komt de woonbestemming te vervallen en wordt het perceel voorzien van de bestemming “Groen”. Deze groenbestemming sluit aan op de gronden ten oosten en zuiden van dit perceel. De groenbestemming wordt één op één overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Oud-Beijerland”. De dubbelbestemmingen “Waterstaat – Waterkering” en “Leiding – Hoogspanningsverbinding” blijven van toepassing, aangevuld met resp. nummer ‘-2’ en ‘-3’. De aanduiding “wro zone – wijzigingsgebied 1”, komt wel te vervallen. Hiermee werd eventuele oprichting of uitbreiding van woningen aan de Zinkweg mogelijk gemaakt. Deze regeling is overbodig, nu met dit bestemmingsplan juist wordt beoogd de woningen onder de hoogspanning weg te bestemmen (zie hoofdstuk 1.1.).

Afbeelding 2.3: Ligging plangebied wijziging 3 op luchtfoto (bron: Google)

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

12

2.4

Wijziging 4: Stougjesdijk 137, Mijnsheerenland

Het perceel aan de Stougjesdijk 137 in Mijnsheerenland omvat twee kadastrale percelen, te weten E 932 en E 422. Ook hier is een woning met tuin aanwezig, direct grenzend aan de Stougjesdijk. Aan de noordzijde is een klein gemaal aanwezig. Aan de westzijde grenst het perceel aan het Phoenix woonwarenhuis. De woonbebouwing wordt gesloopt, het gemaaltje blijft behouden. Beide percelen krijgen een groenbestemming, die aansluit op de groenbestemming in het vigerende plan “Landelijk Gebied Binnenmaas”. Deze bestemming heeft in voorliggend plan de naam “Groen – 2” gekregen. De regeling voor de hoogspanningsverbinding is identiek aan die van locatie 2: Leiding – Hoogspanningsverbinding 2”. Verder geldt de “Waarde – Archeologische verwachting middelhoog” en blijft aan de noordoostkant van het perceel de aanduiding ‘nutsvoorziening‘ van toepassing.

Afbeelding 2.4: Ligging plangebied wijziging 4 op luchtfoto (bron: Google)

2.5

Juridische vertaling

De basis voor de regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn de regels uit de voorgaande bestemmingsplannen, te weten “Dorp Klaaswaal 2013”, “Buitengebied Oud-Beijerland” en “Landelijk Gebied Binnenmaas”. Voor elke locatie is bepaald of de bestemming Groen of Agrarisch (al dan niet met waarden) het beste aansloot op de nieuwe situatie. Dit is reeds toegelicht in hoofdstuk 2.2 t/m 2.4. De vigerende bestemmingen zijn één op één overgenomen, waarbij overbodige verwijzingen zijn geschrapt ten behoeve van de leesbaarheid. Omdat de gebouwen op de locaties worden gesloopt zijn eventuele bouwvlakken en maatvoeringen komen te vervallen. Verder zijn de dubbelbestemmingen en de gebiedsaanduidingen uit genoemd bestemmingsplan overgenomen.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

13

Voor wat betreft hoofdstuk 1 van de regels (Inleidende regels; artikel 1 “Begrippen”) geldt dat enkel de begrippen zijn opgenomen die terugkomen in hoofdstuk 2 (Bestemmingsregels) en hoofdstuk 3 (Algemene regels). Ook zijn algemene inleidende regels, algemene regels en overgangs- en slotregels opgenomen.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

14

Hoofdstuk 3 Toetsing ruimtelijk relevante aspecten In dit hoofdstuk wordt nagegaan of ruimtelijk relevant beleid en wetgeving een belemmering vormt voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Voor een uitgebreid kader van het relevante beleid wordt verwezen naar de voorgaande bestemmingsplannen, zoals genoemd in hoofdstuk 1.3.

3.1

Ruimtelijke ordening

Met betrekking tot algemeen beleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening is op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau is het bestemmingsplan getoetst aan de volgende beleidsstukken: Rijksbeleid - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) - Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Provinciaal beleid - Omgevingsbeleid / Visie Ruimte en Mobiliteit en Verordening Ruimte Gemeentelijk beleid - Omgevingsvisie Hoeksche Waard - Binnenmaas 2020 Bovenstaande beleidsstukken vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied.

3.2

Wonen

Met de voorliggende ontwikkeling wordt geen woning toegevoegd aan het huidige woningbestand van de gemeente Hoeksche Waard. Er hoeft zodoende niet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. lid 2 Bro) te worden getoetst. Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is de uitkoopregeling op vrijwillige basis. Het is zodoende aan de deelnemer van de regeling om vervangende woonruimte te zoeken. De voormalige bewoners van de diverse percelen zijn inmiddels verhuisd. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'Wonen' geen belemmering vormt voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

3.3

Mobiliteit

De voorliggende ontwikkeling leidt niet tot extra verkeersdruk, noch leidt het tot meer behoefte aan parkeerplaatsen. Het aspect 'mobiliteit' levert geen belemmeringen op voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

15

3.4

Natuur en landschap

3.4.1

Kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan.

Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

16

3.4.2

Onderzoek

Soortenbescherming Met voorliggend plan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, zoals de (her)bouw van gebouwen. Er wordt beoogd om de bestaande planologische bouwmogelijkheden te beperken en het gebied in te richten als groene ruimte. Dit betekent dat er geen sprake zal zijn van overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel is in het kader van voorliggend plan voor de diverse locaties bekeken of er met de sloop van bestaande bebouwing geen negatieve effecten op soorten optreden. Het onderzoek is in juni 2021 uitgevoerd door NWC advies. In bijlage 1 is de volledige rapportage opgenomen. De resultaten per locatie zijn hieronder beknopt toegelicht. Locatie 1, Klaaswaal

Locatie 2, ’s-Gravendeel

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

17

Locatie 3, Oud-Beijerland

Locatie 4, Mijnsheerenland

Uit het onderzoek blijkt dat voor diverse soorten, waaronder vleermuizen, een aantal vogels met vaste verblijfplaatsen en de marters aanvullend onderzoek benodigd is. Dit onderzoek wordt momenteel uitgevoerd, conform de kennisdocumenten van beschermde soorten en het vleermuisprotocol 2021.

Bij onderzoek naar vleermuizen gaat het om 5 tellingen (vaste verblijfplaatsen), bij de huismus om 2 of 4 bezoeken en bij gierzwaluw om 3 bezoeken. Onderzoek naar marters moet gedurende 6 weken in de periode 1-3 tot 31-8 met wildcamera's worden uitgevoerd. De looptijd van deze onderzoeken voor de vier percelen reikt naar verwachting tot medio 2022. Indien nodig, dient ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Voor sloop van bestaande bebouwing is een sloopvergunning nodig. Dit valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. De sloopvergunning wordt uitsluitend verleend indien met het aanvullend onderzoek is aangetoond dat er geen negatieve effecten in het kader van de Wnb optreden. Daarmee vormt het

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

18

aspect flora en fauna geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan. Verder geldt te allen tijden de zorgplicht. Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied is geen onderdeel van bestaand Natuurnetwerk Nederland (NNN). Omdat er, als gevolg van de voorgenomen plannen geen (nadelige) effecten op het NNN verwacht worden, is geen toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN nodig. Stikstofdepositie Voor de sloop van de bestaande gebouwen op de 4 percelen zijn mobiele installaties nodig die de gebouwen slopen en transportbewegingen om het sloopafval af te voeren. De inzet van dit materiaal veroorzaakt een emissie van stikstof, waardoor vanuit de Wet natuurbescherming beoordeeld moet worden of de emissie van stikstof tijdens deze sloopwerkzaamheden een depositie van stikstof veroorzaakt ter plaatse van stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Omdat de gebouwen gesloopt worden is er ook sprake van een afname van de stikstofemissie, bijvoorbeeld omdat de verwarmingsinstallaties in de te slopen woningen vervallen en er ook geen sprake meer is van verkeersbewegingen naar deze woningen. Met deze interne saldering is in de berekening geen rekening gehouden.

Wettelijk kader De wettelijke grondslag waarop toetsing van de planontwikkeling noodzakelijk is, betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een menselijke activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. Meer concreet heeft deze toets de volgende twee doelen: ▪

Zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast;

▪

Zekerheid bieden dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel een verstoring van soorten niet optreedt.

De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Indien ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen de Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie wordt berekend, kunnen negatieve gevolgen in die gebieden worden uitgesloten. In de Regeling natuurbescherming van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is voorzien in een stikstofregistratiesysteem. Als gevolg van de landelijke snelheidsverlaging van 130 km naar 100 km per uur is binnen het stikstofregistratiesysteem salderingsruimte beschikbaar gekomen voor onder andere de stikstofdepositie in de aanlegfase van woningbouwprojecten en de gebruiksfase van deze projecten. In een later stadium kunnen daar ook de positieve effecten van andere bronmaatregelen aan worden toegekend. Als voor de bouw- en aanlegfase van het project depositieruimte is toegedeeld, dan wordt die ruimte weer bijgeschreven in het register als die fase is afgerond en komt die ruimte weer vrij voor andere projecten.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

19

Ook zonder een beroep te doen op het stikstofregistratiesysteem kunnen bouwactiviteiten worden gerealiseerd. Dit kan als door interne of externe saldering wordt verzekerd dat het project niet leidt tot een toename van de stikstofbelasting ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. De huidige functies betreffen woningen. Deze woningen emitteren in de huidige situatie stikstof door de aanwezigheid van cv-installaties en de verkeersproductie van de bewoners en bezoekers. Het verwijderen van deze emissies is intern gesaldeerd met de emissie van de nieuwe ontwikkelingen. Ook kan worden onderbouwd dat de toename die het project veroorzaakt met zekerheid niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied. Berekeningen aan de stikstofdepositie worden uitgevoerd met de rekenmodule Aerius. Met deze rekenmodule kan bijvoorbeeld de emissie van mobiele installaties op de projectlocatie en de emissie van verkeersbewegingen worden bepaald. Door middel van een overdrachtsmodel in Aerius wordt de uiteindelijke stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden bepaald. Omdat het aantal verkeersbewegingen per locatie erg gering is in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden zijn deze verkeersbewegingen in deze haalbaarheidsstudie niet meegenomen.

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden In afbeelding 1 zijn de locatie met 1 tot en met 4 aangeduid waar de bebouwing wordt gesloopt. Daarnaast zijn de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden aangeduid. De paarse vlekken binnen de Natura 2000-gebieden Krammer-Volkerak en Biesbosch geeft de ligging van de stikstofgevoelige habitats binnen deze natuurgebieden aan.

Afbeelding 3.1: Ligging van de locaties ten opzichte van Natura 2000-gebieden (stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden zijn paars aangeduid).

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

20

Uitgangspunten De huidige bebouwing op de vier locaties wordt gesloopt. Voor de sloop wordt gebruik gemaakt van graafmachines (al dan niet uitgerust met een pneumatische drilboor). Het sloopafval wordt middels een laadschop in vrachtwagens geladen zodat het afgevoerd kan worden. Uitgangspunt is dat pér locatie nooit meer dan 50 kg NOx en 0,5 kg NH3 wordt geëmitteerd. Voor mobiele installaties met bouwjaar 2015 en een vermogen van 100 kW betekent dit een inzet van ongeveer 10 weken met wisselend motorvermogen of stationair draaiende motor. In bijlage 2 van deze toelichting zijn de Aerius rekenresultaten opgenomen met deze uitgangspunten. Uit de resultaten blijkt dat geen waarneembare depositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden optreedt. Conclusies en aanbevelingen Middels een indicatieve berekening is aangetoond dat de sloop van de bestaande gebouwen op de vier percelen kan worden uitgevoerd zonder dat sprake is van een waarneembare stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat het aspect stikstofdepositie geen onoverkomelijke belemmeringen oplevert en dat de ontwikkelingen in dit bestemmingsplan haalbaar zijn.

3.4.3

Conclusie

Momenteel wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd naar enkele beschermde soorten. Zodra de onderzoeksresultaten bekend zijn, worden deze toegevoegd aan de paragraaf. Het onderdeel gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.

3.5

Water

De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een toename van verhard oppervlak. Ook wordt de waterhuishouding in het plangebied niet aangetast. Derhalve heeft de voorliggende ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor het watersysteem. Het aspect 'water' levert geen belemmeringen op voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

3.6

Archeologie en cultuurhistorie

Uit het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Binnenmaas", vastgesteld op 24 december 2013 door de voormalige gemeente Binnenmaas, volgt dat op de locatie 2 (Strijenseweg) en 4 (Stougjesdijk) de dubbelbestemming "Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1" van toepassing is. Daarnaast geldt voor locatie 3, aan de Zinkweg, op grond van het paraplubestemmingsplan “Parapluplan Archeologie en Parkeren” (d.d. 9 mei 2017, vm. gemeente Oud-Beijerland) de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ . Conform de hoofdregel, zijn genoemde dubbelbestemmingen overgenomen in dit bestemmingsplan. Er is niet uit nieuw onderzoek gebleken dat het huidige archeologiebeleid niet meer actueel is. Volgens genoemd bestemmingsplan zijn op de voorliggende locatie geen cultuurhistorische waarden aanwezig die bescherming behoeven door het opnemen van de dubbelbestemming "Waarde Cultuurhistorie". Evenmin is er sprake van karakteristieke gebouwen of monumenten die een aanduiding behoeven. Zodoende kan de uitkoopregeling ten uitvoer worden gebracht door het amoveren van de bestaande bebouwing.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

21

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing. Dit heeft geen invloed voor de dubbelbestemmingen "Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1" en "Waarde Archeologie 4", aangezien er geen werken of werkzaamheden beneden het maaiveld zullen worden uitgevoerd. Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' geen belemmering oplevert voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

3.7

Milieu

3.7.1

Milieuaspecten

Zoals uit het voorgaande blijkt voorziet de voorgenomen ontwikkeling in het wegbestemmen van bestaande woningen. Deze ontwikkeling heeft geen gevolgen voor milieuaspecten. Daarnaast is geen nieuw onderzoek waaruit blijkt dat sprake is van knelpunten voor wat betreft het aspect 'milieu'. Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering oplevert voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. 3.7.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Aangenomen wordt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De sloop van 4 woningen staat niet op de D-lijst en valt dus niet onder een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, waardoor een m.e.r.-beoordeling niet benodigd is. Daarbij geldt dat het plangebied niet in de nabijheid van een beschermd natuurgebied ligt. Omvangrijke negatieve milieueffecten zijn dan ook uitgesloten, waardoor een m.e.r-beoordeling niet benodigd is.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

22

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1

Economische uitvoerbaarheid

Met dit bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan de uitkoopregeling van het Rijk (zoals uiteengezet in hoofdstuk 1 van deze toelichting). De kosten die de gemeente maakt ten behoeve van de uitvoer van de uitkoopregeling (zoals o.a. de aankoop en sloopt van de woning en het voeren van de planprocedure) worden vergoed door het ministerie van Economische Zaken. Het bestemmingsplan is zodoende financieel uitvoerbaar.

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Zoals uit hoofdstuk 1 van deze toelichting is gebleken, wordt met de uitkoopreling tegemoet gekomen aan de maatschappelijke wens om bewoners de mogelijkheid te geven om niet langer onder een hoogspanningsverbinding te wonen. Daarnaast zijn de eigenaren van de percelen op vrijwillige basis uitgekocht door de gemeente. Het plan is derhalve maatschappelijk uitvoerbaar.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

23

Hoofdstuk 5 Procedure 5.1

Voorbereidingsfase

Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Vooroverleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader wordt het ontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de betrokken instanties. De ontvangen overlegreacties worden verwerkt in dit bestemmingsplan.

5.2

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg zal de formele bestemmingsplanprocedure worden gestart. De aanpassingen die volgen uit de overlegreacties zullen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook zullen – indien nodig – ambtshalve aanpassingen worden doorgevoerd. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zal in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via elektronische weg te geschieden. Tevens zal de kennisgeving worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten.

5.3

Vaststellingsfase

Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan behoeft op grond van de Wro geen goedkeuring meer van Gedeputeerde Staten. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan “Uitkoop woningen onder hoogspanningstracé” Ontwerp, d.d. 9 juli 2021

Bijlage 1 4x QS Hoekse Waard, NWC Advies, d.d. juni 2021

4x Quickscan Hoekse Waard

Juni 2021 P21-091/W1989 Auteur: R. van der Made Natuur-Wetenschappelijk Centrum 078-6213921 info@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl

4x Quickscan Hoekse Waard

Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht

4x Quickscan Hoekse Waard.

Opdrachtgever:

KuiperCompagnons

Uitvoering:

Natuur-Wetenschappelijk Centrum

Veldwerk:

Robin van der Made, Danny van den Heuvel

Samenstelling:

Robin van der Made

Foto’s:

NWC

4x Quickscan Hoekse Waard [Samenst.: van der Made, R.] [Foto’s: NWC] Met lit. opg., Dordrecht: Strix/NWC.

Trefw.: Wet natuurbescherming, sloopwerkzaamheden, Klaaswaal, ’s-Gravendeel, Oud-Beijerland, Mijnsheerenland

W1989/P21-091

Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.

Dordrecht, juni 2021

Inhoud

Samenvatting

1

Inleiding

7

2

Gebiedsbeschrijving

9

3

Wettelijk kader

17

4

Methode

23

5

Resultaten

25

6

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

29

Referenties

Bijlagen: Bijlage 1: Foto’s van plangebied 1. Bijlage 2: Foto’s van plangebied 2. Bijlage 3: Foto’s van plangebied 3. Bijlage 4: Foto’s van plangebied 4. Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Bijlage 4: Vogels en ruimtelijke ingrepen

Samenvatting

Onderstaande tabellen geven de conclusies uit voorliggend rapport weer. Voor de volledigheid en om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient ook hoofdstuk 6 (effecten, verplichtingen en aanbevelingen) gelezen te worden. Plangebied 1, Klaaswaal: Soortgroep

Effecten beschermde soorten

Verplichtingen

Vleermuizen

Mogelijke verstoring van indi-

Aanvullend onderzoek naar vaste ver-

viduen en vernietiging verblijfplaats.

blijfplaatsen van vleermuizen door middel van vijf tellingen volgens het vleermuisprotocol 2021.

Vogels vaste Verblijfplaats

Mogelijke verstoring van individuen en vernietiging verblijf-

Aanvullend onderzoek naar vaste verblijfplaatsen middels meerdere bezoe-

- huismus - gierzwaluw

plaats.

ken.

Overige vogels

Mogelijke verstoring of vernie-

Zorgplicht; werken buiten broedsei-

ling broedsels

zoen en/of check door ecologisch deskundige.

Grondgebonden

Mogelijke effecten op de func-

Aanvullend onderzoek met behulp van

Zoogdieren - marters

tionele leefomgeving verblijfplaats.

wildcamera’s gedurende zes weken in de periode 1 maart - 31 augustus.

en/of

Plangebied 2, ’s-Gravendeel: Soortgroep

Effecten beschermde soorten

Verplichtingen

Vleermuizen

Mogelijke verstoring van individuen en vernietiging verblijf-

Aanvullend onderzoek naar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen door

plaats.

middel van vijf tellingen volgens het vleermuisprotocol 2021.

Vogels vaste

Mogelijke verstoring van indi-

Aanvullend onderzoek, voor de huis-

Verblijfplaats - huismus

viduen en vernietiging verblijfplaats.

mus middels twee of vier bezoeken, voor de gierzwaluw drie bezoeken.

Mogelijke verstoring of vernieling broedsels

Zorgplicht; werken buiten broedseizoen en/of check door ecologisch des-

- gierzwaluw Overige vogels

kundige. Grondgebonden Zoogdieren

Mogelijke effecten op de functionele leefomgeving en/of

Aanvullend onderzoek met behulp van wildcamera’s gedurende zes weken in

- marters

verblijfplaats.

de periode 1 maart - 31 augustus.

Plangebied 3, Oud-Beijerland: Soortgroep

Effecten beschermde soorten

Verplichtingen

Vleermuizen

Mogelijke verstoring van indi-

Aanvullend onderzoek naar vaste ver-

viduen en vernietiging verblijfplaats.

blijfplaatsen van vleermuizen door middel van vijf tellingen volgens het vleermuisprotocol 2021.

Vogels vaste Verblijfplaats

Mogelijke verstoring van individuen en vernietiging verblijf-

Aanvullend onderzoek middels twee of vier bezoeken.

- huismus

plaats.

Overige vogels

Mogelijke verstoring of vernie-

Zorgplicht; werken buiten broedsei-

ling broedsels

zoen en/of check door ecologisch deskundige.

Grondgebonden

Mogelijke effecten op de func-

Aanvullend onderzoek met behulp van

Zoogdieren - marters

tionele leefomgeving verblijfplaats.

wildcamera’s gedurende zes weken in de periode 1 maart - 31 augustus.

en/of

Plangebied 4, Mijnsheerenland: Soortgroep

Effecten beschermde soorten

Verplichtingen

Vleermuizen

Mogelijke verstoring van indi-

Aanvullend onderzoek naar vaste ver-

viduen en vernietiging verblijfplaats.

blijfplaatsen van vleermuizen door middel van vijf tellingen volgens het vleermuisprotocol 2021.

Vogels vaste Verblijfplaats

Mogelijke verstoring van individuen en vernietiging verblijf-

Aanvullend onderzoek, voor de huismus middels twee of vier bezoeken,

- huismus - gierzwaluw

plaats.

voor de gierzwaluw drie bezoeken.

Overige vogels

Mogelijke verstoring of vernie-

Zorgplicht; werken buiten broedsei-

ling broedsels

zoen en/of check door ecologisch deskundige.

Grondgebonden

Mogelijke effecten op de func-

Aanvullend onderzoek met behulp van

Zoogdieren - marters

tionele leefomgeving verblijfplaats.

wildcamera’s gedurende zes weken in de periode 1 maart - 31 augustus.

en/of

4x QS Hoekse Waard

1.

Inleiding Er zijn plannen om op 4 plekken de bebouwing te slopen en het gebied om te zetten in agrarisch gebied. De betreffende gebieden zijn: - Plangebied 1: Oud Cromstrijensedijk Oostzijde 44b, Klaaswaal - Plangebied 2: Strijenseweg 141, ’s Gravendeel - Plangebied 3: Zinkweg 197, Oud-Beijerland - Plangebied 4: Stougjesdijk 137, Mijnsheerenland Deze werkzaamheden kunnen van invloed zijn op de aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. In het kader van de Wet natuurbescherming dient bij dergelijke ruimtelijke ingrepen en bij wijzigingen van bestemmingsplannen onderzoek gedaan te worden naar de aanwezige beschermde natuurwaarden en dient een beoordeling gemaakt te worden van eventuele negatieve effecten van de plannen op deze waarden. KuiperCompagnons heeft het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) gevraagd een quickscan flora en fauna op deze locatie uit te voeren en te adviseren omtrent de relevante natuurwetgeving.

7

4x QS Hoekse Waard

8

4x QS Hoekse Waard

2.

Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Gebiedsbeschrijving plangebied 1 Het plangebied bevindt zich aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde in Klaaswaal (provincie Zuid-Holland). In het plangebied bevinden zich een onbewoond woonhuis met verwilderde tuin.

Figuur 1: Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) in de omgeving.

Figuur 2: Ligging van het plangebied (rood omlijnd).

9

4x QS Hoekse Waard

Beschermde gebieden Het plangebied bevindt zich op 2,5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied de ‘Oudeland van Strijen’, Vanwege deze afstand en de aard van de werkzaamheden worden geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Mogelijk is er een Aerius-berekening benodigd. Het plangebied grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.

Figuur 3: Afstand van het plangebied (rood omcirkeld) tot Natura 2000-gebied ‘Oudeland van Strijen’ (blauw gearceerd).

10

4x QS Hoekse Waard

Gebiedsbeschrijving plangebied 2 Het plangebied bevindt zich aan de Strijenseweg in ‘s Gravendeel (provincie Zuid-Holland). In het plangebied bevinden zich een bewoond woonhuis met tuin en een fietsenschuur.

Figuur 4: Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) in de omgeving.

Figuur 5: Ligging van het plangebied (rood omlijnd).

11

4x QS Hoekse Waard

Beschermde gebieden Het plangebied bevindt zich op 4,37 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Oudeland van Strijen’ en op 3,54 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’. Vanwege deze afstand en de aard van de werkzaamheden worden geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Mogelijk is er een Aerius-berekening benodigd. Het plangebied grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.

Figuur 6: Afstand van het plangebied (rood omcirkeld) tot Natura 2000-gebied ‘Oudeland van Strijen’ (blauw gearceerd) en ‘Biesbosch’ (groen gearceerd) .

12

4x QS Hoekse Waard

Gebiedsbeschrijving plangebied 3 Het plangebied bevindt zich aan de Zinkweg in Oud-Beijerland (provincie Zuid-Holland). In het plangebied bevinden zich een woonhuis met een kleine aangelegen tuin met lage hagen en enkele kleine boompjes.

Figuur 7: Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) in de omgeving.

Figuur 8: Ligging van het plangebied (rood omlijnd).

13

4x QS Hoekse Waard

Beschermde gebieden Het plangebied bevindt zich op 2,96 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’. Vanwege deze afstand en de aard van de werkzaamheden worden geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Mogelijk is er een Aerius-berekening benodigd. Het plangebied grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.

Figuur 9: Afstand van het plangebied (rood omcirkeld) tot Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ (geel gearceerd).

14

4x QS Hoekse Waard

Gebiedsbeschrijving plangebied 4 Het plangebied bevindt zich aan de Stougjesdijk in Mijnsheerenland (provincie Zuid-Holland). In het plangebied bevinden zich een bewoond woonhuis met een aangelegen verzorgde tuin en schuur.

Figuur 10: Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) in de omgeving.

Figuur 11: Ligging van het plangebied (rood omlijnd).

15

4x QS Hoekse Waard

Beschermde gebieden Het plangebied bevindt zich op 2,86 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’, en op 4,38 kilometer van Natura 2000-gebied ‘Oudeland van Strijen’. Vanwege deze afstand en de aard van de werkzaamheden worden geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Mogelijk is er een Aerius-berekening benodigd. Het plangebied grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.

Figuur 12: Afstand van het plangebied (rood omcirkeld) tot Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ (geel gearceerd) en Óudeland van Strijen’(Blauw gearceerd).

16

4x QS Hoekse Waard

3.

Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; - de aanwezigheid van beschermde soorten; - de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; - het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; - de effecten van plannen op deze soorten; - de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen. De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.

Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. Het NWC is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (tekstvak 1). De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het 17

4x QS Hoekse Waard

zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: - Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; - Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; - Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 3.5) en “overige soorten” (artikel 3.10) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen. Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1.

Soorten Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; - Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven.

Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

18

4x QS Hoekse Waard

Artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 1. Het is verboden: a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk voorkomen, dan wel beperkt worden.

19

4x QS Hoekse Waard

Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet natuurbescherming plaats via (Europese) Natura 2000-gebieden.

De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en -Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplicht of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: - Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; - Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is.

Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig;

20

4x QS Hoekse Waard

- Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig. Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3. Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op de economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk. De bescherming van het Natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Wet natuurbescherming. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000-gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10948452/1