Toelichting - Bijlage C Onderzoek CE
Tekst van het document
26
Inslagpunt van een V.1 wapen
Gebied dat is getroffen door de inslag van een V.1 wapen
✗
Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.1 wapen bevindt.
✗
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.2 wapen bevindt.
✗
Situationeel te bepalen
Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem
✗
(Sympathische) detonatie van explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitietrein Eén of meerdere springputten
✗
Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water Situationeel te bepalen
Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en) Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.
✗
Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen
✗
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn19.
Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel20
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn21
Vernietigingslocatie voor CE
Vernielingslading (in werking gesteld) Tapijtbombardement
Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend
17
✗
✗
15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. Situationeel te bepalen
De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon17 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel18.
Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement.
18
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 19
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 20
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 21
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
27
Bijlage 3
Luchtfotodekking
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
28
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
29
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
30
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
31
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
32