Toelichting - Bijlage C Onderzoek CE
Tekst van het document
Vooronderzoek Conventionele Explosieven
Windpark Oude Maas Gemeente Binnenmaas
Datum: Kenmerk:
25 mei 2018 18P071 definitief rapport
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
1
Distributielijst - Tauw bv - Bombs Away B.V.
Opdrachtgever: Mw. B. Berkhout Tauw bv
Opgesteld: Dhr. B. van Wiggen MA Bombs Away B.V.
Geaccordeerd: Dhr. drs. Th.M. van den Berg Bombs Away B.V
Kenmerk en status: 18P071 definitief rapportage
Handtekening:
Handtekening:
Handtekening:
Datum: 25 mei 2018
Bombs Away B.V. Postbus 1148 Museumlaan 2 3500 BC Utrecht 3581 HK Utrecht www.bombsaway.nl Info@bombsaway.nl KvK: 53705165 BTW: 850983666B01 IBAN: NL31ABNA0455602794
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................... 4 1.2 Doel vooronderzoek...................................................................................................... 4 1.2.1 Uitgangspunt ............................................................................................................ 4 1.2.2 Werkwijze vooronderzoek ........................................................................................ 5 1.3 Scope onderzoeksgebied ............................................................................................. 5 1.4 Projectteam ................................................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6
2
Geraadpleegde bronnen ......................................................................................................... 7 2.1 Verantwoording bronnenmateriaal .............................................................................. 7 2.2 Reeds uitgevoerde onderzoeken.................................................................................. 7 2.3 Literatuur ....................................................................................................................... 7 2.4 Archiefonderzoek in Nederland.................................................................................... 8 2.4.1 Gemeentearchieven .................................................................................................. 8 2.4.2 Provinciaal archief/Nationaal Archief (NA) Den Haag ............................................. 8 2.4.3 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Amsterdam .................... 9 2.4.4 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Den Haag.............................. 10 2.4.5 Semi-statisch Archief (SSA) ................................................................................... 10 2.4.6 Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO).........................................................
10 2.4.7 Websites.................................................................................................................. 10 2.5 Luchtfoto-onderzoek .................................................................................................. 10
3
Resultaten inventarisatie .......................................................................................................12 3.1 Inleiding ....................................................................................................................... 12 3.2 Mobilisatieperiode ...................................................................................................... 12 3.3 Meidagen 1940 ............................................................................................................ 12 3.4 Duitse bezettingsjaren ................................................................................................ 13 3.5 Bevrijdingsjaar 1944-1945 .......................................................................................... 13 3.6 Naoorlogse periode – heden ...................................................................................... 14 3.7 Luchtfoto-analyse ....................................................................................................... 14 3.8 Inventarisatiekaart ...................................................................................................... 16 3.9 Leemten in kennis....................................................................................................... 17
4
Analyse gegevens ..................................................................................................................18 4.1 Indicaties ..................................................................................................................... 18 4.1.1 Soort en hoeveelheid CE ........................................................................................ 18 4.1.2 Verschijningsvorm.................................................................................................. 18 4.2 Horizontale afbakening ............................................................................................... 19 4.3 Verticale afbakening ................................................................................................... 19 4.3.1 Diepteligging CE ..................................................................................................... 19 4.4 Naoorlogse ontwikkelingen ........................................................................................ 20
5
Conclusie en Advies ..............................................................................................................21 5.1 Conclusie .................................................................................................................... 21 5.1.1 Aan te treffen CE..................................................................................................... 21 5.1.2 Horizontale afbakening verdachte gebieden ......................................................... 21 5.1.3 Verticale afbakening verdachte gebieden ............................................................. 21 5.1.4 Naoorlogse ontwikkelingen.................................................................................... 21 5.1.5 Leemten in kennis................................................................................................... 21 5.2 Advies.......................................................................................................................... 22
6
Bijlagen ...................................................................................................................................23 Bijlage 1 Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (WSCS-OCE) .......................... 24 Bijlage 2 Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek ........................ 26 Bijlage 3 Luchtfotodekking................................................................................................ 28
Afbeelding voorblad: de Barendrechtse brug over de Oude Maas. Noord is boven. Bron: WAG sortieref. 4-1936 fotonr. 3205 d.d. 14 maart 1945.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
3
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding De aanleiding van het vooronderzoek zijn de voorgenomen werkzaamheden in het kader van de aanleg van een windpark op de zuidelijke oever van de Oude Maas is de gemeente Binnenmaas (Zuid-Holland). Het is niet bekend of er rekening gehouden dient te worden met het aantreffen van conventionele explosieven (CE) uit de Tweede Wereldoorlog in dit gebied. Indien er CE aanwezig zijn in de bodem van het te onderzoeken gebied, dan bestaat de mogelijkheid op een ongecontroleerde detonatie van een of meerdere CE. Op basis van de Arbowetgeving en de Openbare Orde en Veiligheid dienen alle risico’s vooraf de voorgenomen werkzaamheden in kaart te worden gebracht waarbij de risico’s zoveel mogelijk moeten worden ingeperkt. Aan de hand van een vooronderzoek CE wordt bepaald of er sprake is van een risico op het aantreffen van CE en daarnaast waar er een risico is op het aantreffen van CE in de bodem. In opdracht van Tauw bv heeft Bombs Away B.V. te Utrecht een vooronderzoek CE uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Windpark Oude Maas in de gemeente Binnenmaas (Zuid-Holland) naar de aanwezigheid van CE uit de Tweede Wereldoorlog.
1.2
Doel vooronderzoek Het doel van dit vooronderzoek CE is het vaststellen of er in de geraadpleegde bronnen indicaties zijn waaruit blijkt dat (delen van) het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen waardoor er (mogelijk) CE op/in de (water)bodem zijn achtergebleven. Indien er indicaties zijn dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken (zijn) is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt (worden) het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld: • • • • 1.2.1
Soort(en) aan te treffen CE; Hoeveelheid aan te treffen CE; Verschijningsvorm aan te treffen CE; Maximale en minimale diepteligging CE. Uitgangspunt Het vooronderzoek is conform het WSCS-OCE uitgevoerd. In deze richtlijnen voor het uitvoeren van het vooronderzoek staan de verplichte bronnen die geraadpleegd dienen te worden alsmede de aanvullende bronnen. Bombs Away heeft naast de verplichte bronnen ook aanvullende bronnen geraadpleegd. Op basis van uitgevoerde vooronderzoeken in het verleden is gebleken dat vaak relevante informatie aanwezig was in de aanvullende bronnen. Deze informatie had in een aantal gevallen invloed op de omvang van het verdachte gebied. Bron Literatuur Gemeentelijk & Provinciaal archief Nederlands Instituut Militaire Historie (NIMH) Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Luchtfotocollectie Wageningen Universiteit Luchtfotocollectie Kadaster Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives The National Archives UK Bundesarchiv-Militärarchiv The National Archives and Records Administration USA Getuigen
Raadplegen WSCS-OCE Verplicht Aanvullend ✔ ✔ ✔ ✔
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
✔ ✔ ✔
Door Bombs Away geraadpleegd ✔ ✔ ✔ ✔
✔
✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔
Niet beschikbaar
4
Tevens zijn de volgende bronnen door Bombs Away geraadpleegd die niet vermeld zijn in het WSCS-OCE, maar die wel relevante informatie kunnen bevatten over het onderzoeksgebied: • • • 1.2.2
Semi-statisch Archief (SSA) Defensie te Rijswijk; Nationaal Archief (NA) te Den Haag; Websites.
Werkwijze vooronderzoek Het vooronderzoek is conform de huidige richtlijnen (WSCS-OCE) uitgevoerd en bestaat uit twee delen, namelijk de inventarisatie en de beoordeling & evaluatie. In het eerste deel van het vooronderzoek, de inventarisatie, is alle relevante informatie verzameld uit de geraadpleegde bronnen. Op basis van de verzamelde informatie is vastgesteld of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij (mogelijk) CE zijn achtergebleven binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. Indien in de geraadpleegde bronnen indicaties zijn gevonden waaruit blijkt dat (delen van) het onderzoeksgebied getroffen is (zijn) door oorlogshandelingen, wordt in het tweede deel van het vooronderzoek, de beoordeling & evaluatie 1 , de verzamelde informatie beoordeeld en geëvalueerd. Op basis van de beoordeling en de evaluatie kunnen de volgende zaken worden vastgesteld: • • • • •
De horizontale begrenzing van verdacht(e) gebied(en); De minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen CE; De soort(en) van de aan te treffen CE; De hoeveelheid van de aan te treffen CE; De verschijningsvorm van de aan te treffen CE.
De resultaten van de inventarisatie en de beoordelingen en evaluatie zijn in dit rapport opgenomen met bijbehorende CE-bodembelastingkaart. 1.3
Scope onderzoeksgebied Dit vooronderzoek richt zich op het onderzoeksgebied Windpark Oude Maas in de gemeente Binnenmaas (Zuid-Holland) vanaf hier ‘onderzoeksgebied’. In afbeelding 1 is in blauwe lijnen het onderzoeksgebied weergegeven.
1
In bijlage 1 zijn de richtlijnen van de WSCS-OCE voor de beoordeling en evaluatie weergegeven.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
5
Afbeelding 1: onderzoeksgebied.
1.4
Projectteam In het kader van dit vooronderzoek heeft Bombs Away B.V. het projectteam samengesteld dat de werkzaamheden heeft uitgevoerd. Het projectteam bestond uit de volgende medewerkers: • • •
1.5
Dhr. B. van Wiggen MA Dhr. M. Nouws BBE Mw. E. Buijs BSc
Projectleider/historicus Luchtfoto-analist GIS-specialist
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de bronnen die door Bombs Away B.V. zijn geraadpleegd. In het derde hoofdstuk komen de resultaten van het bronnenonderzoek aan bod. Vervolgens worden de resultaten beoordeeld en geëvalueerd in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusie en advies beschreven. In de bijlagen van dit rapport zijn diverse stukken opgenomen, waaronder de geraadpleegde luchtfoto’s.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
6
2 GERAADPLEEGDE BRONNEN 2.1
Verantwoording bronnenmateriaal Om een zo goed en een zo compleet mogelijk vooronderzoek uit te voeren zijn er diverse bronnen geraadpleegd. Als in een bron een indicatie staat waaruit blijkt dat het onderzoeksgebied getroffen is door een oorlogshandeling, dan dient deze indicatie in een mogelijke tweede en/of meerdere bronnen te worden bevestigd. Wanneer dit niet het geval is, dan moet op basis van deze enkele bron een afweging worden gemaakt welke consequentie(s) dit heeft voor het onderzoeksgebied. In dit hoofdstuk komen de geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek aan bod. Per bron is aangegeven welke literatuur en/of archiefstukken/documenten zijn geraadpleegd, zodat voor de lezer de herleidbaarheid van indicaties (en contra-indicaties) van oorlogshandelingen duidelijk is.
2.2
Reeds uitgevoerde onderzoeken Bij de opdrachtgever is nagegaan of er historische vooronderzoeken CE bekend zijn die betrekking hebben op het onderzoeksgebied of de directe omgeving ervan. Er is één vooronderzoek bekend in de omgeving van het onderzoeksgebied. •
Vooronderzoek conventionele explosieven 111B Oude Maas zaaknummer 31102683 Rijkswaterstaat PPO West-Nederland Zuid opgesteld door Armaex B.V. zonder kenmerk d.d. 19 december 2017.
Het huidige onderzoeksgebied ligt in het onderzoeksgebied van het reeds uitgevoerde vooronderzoek. Er zijn in het reeds uitgevoerde vooronderzoek geen verdachte gebieden afgebakend in het huidige onderzoeksgebied. 2.3
Literatuur In het kader van dit vooronderzoek is een literatuurstudie uitgevoerd. Naast de standaard boekwerken over de gevechtshandelingen in de Tweede Wereldoorlog op het land en in de lucht, zijn ook de regionale en streekgebonden publicaties bestudeerd. In onderstaande overzicht zijn de geraadpleegde publicaties weergegeven. • • • • • • • • • • •
Amersfoort, H. e.a., Mei 1940, de strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2012); Bollen, H.A. en Vroemen, P., Canadezen in actie. Nederland najaar ’44- voorjaar ’46 (Warnsveld 1993); Brongers, E.H., De oorlog in mei ’40 (Utrecht, 1964); Klep, C., De bevrijding van Nederland 1944-1945, oorlog op de flank (den Haag 1995); Korthals Altes, A., Luchtgevaar, luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984); Molenaar, F.J., De Luchtverdediging in de meidagen 1940 (’s-Gravenhage 1970, twee banden); Nierstrasz, V.E., De Strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II. Hoofdeel III/Deel 1. Inleiding en algemeen overzicht van de gevechtsdagen van 10-19 mei 1940 (Den Haag 1957); Onderwater, H., Meer schetsen uit de nacht. Barendrecht 1935-1950 (Barendrecht 2008); Onderwater, H., Schetsen uit de nacht. Barendrecht 1940-1945 (Barendrecht 1982); Onderwater, H., En toen was het stil… Luchtoorlog boven Rotterdam en IJsselmonde 1940-1945 (Baarn 1981); Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil – Kroniek van een luchtoorlog (z.j. deel 1 en 2).
Relevante informatie uit de bestudeerde literatuur is verwerkt in dit rapport (zie hoofdstuk 3).
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
7
2.4
Archiefonderzoek in Nederland Naast literatuurstudie is er archiefonderzoek in Nederland uitgevoerd. Het gemeentearchief van de voormalige gemeente Binnenmaas is geraadpleegd. Aanvullend zijn stukken uit het Nationaal Archief (NA) in Den Haag ingezien, waaronder uit het provinciaal archief van ZuidHolland. Tevens zijn archieven in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Amsterdam en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) geraadpleegd. Ook is het archief van de Explosieven Opsporingsdienst van Defensie (EODD) en het Semi-statisch Archief (SSA) van Defensie onderzocht. In de volgende sub-paragrafen worden deze archieven nader beschreven. Relevante informatie uit de geraadpleegde stukken en dossiers is verwerkt in dit rapport (zie hoofdstuk 3). 2.4.1 Gemeentearchieven In het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) is het gemeentearchief van de voormalige gemeente Heinenoord geraadpleegd en in het Stadsarchief Rotterdam de stukken van de gemeente Barendrecht. Er is gezocht naar stukken betreffende de luchtbeschermingsdienst (LBD), rapporten van schade die ontstaan is door oorlogshandelingen en de ruiming van explosieven. De LBD hield het luchtverkeer boven de gemeente in de gaten en rapporteerde bijzondere voorvallen, zoals het neerstorten van vliegtuigen of bominslag. Schademeldingen kunnen een indicatie vormen van oorlogshandelingen in een gebied.
Ditzelfde geldt voor het ruimen van explosieven tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. In de onderstaande tabellen is een overzicht gegeven van de geraadpleegde stukken. Regionaal archief Dordrecht Toeg. nr. 1018
Titel Gemeente Heinenoord, 1938-1983
Inv. nr. 1616
Jaar 19461982
Omschrijving Brandrapporten.
1739
19401958
Stukken betreffende het behandelen van aanvragen om vergoedingen inzake tijdens de oorlog ontstane schade.
In het gemeentearchief van de voormalige gemeente Heinenoord waren geen stukken van de luchtbeschermingsdienst of betreffende het ruimen van CE tijdens en na de oorlog beschikbaar. Stadsarchief Rotterdam Toeg. nr. 1438
Titel Gemeente Barendrecht (1924-1988)
Inv. nr. 2890
Jaar
2960
2963
1944
2964
3009
Omschrijving Stukken betreffende de vergoeding van kosten herstel c.q. herbouw van de door oorlogsgeweld vernielde woningen en andere gebouwen Rapporten en processenverbaal opgemaakt door of vanwege de burgemeester betreffende de luchtbeschermingsdienst inzake neergestorte vliegtuigen, afgeworpen bommen en andere afgeworpen voorwerpen Rapport inzake beschietingen van enkele huizen door een vliegtuig op 29 december 1944 met als gevolg één gewonde Rapport van de berging van een neergeschoten Duitse bommenwerper in de Tweede Wereldoorlog aan de 1e Barendrechtseweg Lijst van personen die aangifte gedaan hebben van niet ontplofte granaten met vindplaats
Het onderzoeksgebied ligt niet in de gemeente Barendrecht, maar vanwege de aanvallen op de Barendrechtse brug zijn wel stukken in het gemeentearchief van Barendrecht geraadpleegd. 2.4.2 Provinciaal archief/Nationaal Archief (NA) Den Haag In het NA zijn diverse stukken ingezien, waaronder het Militair Gezag (MG) van de provincie Zuid-Holland. Het MG was onder andere verantwoordelijk voor de openbare
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
8
orde en veiligheid en voor het ruimen van CE. Naast de stukken van het MG zijn ook stukken uit het Bunkerarchief ingezien. In de onderstaande tabel zijn de geraadpleegde stukken weergegeven. Toeg. nr. 2.13.25
2.13.167
Titel Militair Gezag
2e Geniecommandant Bureau Registratie Verdedigingswerken (Bunkerarchief)
Inv. nr. 1567
Jaar 19441945
1568
19441945
272-284
1951
285-296
Overzichtskaarten
11121119
Nederlandse stafkaarten met aantekeningen van stellingen en complexen, schaal 1:25000 Stellingkaarten van heel Nederland (dienstgeheim) met vermeldingen van alle Nederlandse en Duitse werken waarop de aard van de groepen van werken door symbolen zijn aangegeven. Groot formaat Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven Sectie IX - Openbare Werken. Rapporten
1120
3.09.34
2.4.3
Militair Gezag ZH
Omschrijving Stukken betreffende de opsporing en ruiming van mijnen en andere explosieven [4.75.00] Rapporten van de Censuurdienst van de Sectie PTT inzake brieven waarin melding gemaakt wordt van bombardementen, afschriften [4.06.00] Blokkaarten van werken
43
1945
64
1945
65
1945
361
1945
Stukkende betreffende het verzamelen van gegevens over beschadigde of vernielde bruggen Stukken betreffende de opsporing van mijnen, bommen, springstof en andere explosieven
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Amsterdam In het NIOD is het archief van het Generalkommisariat für das Sicherheitswesen ingezien. Hierin zijn de processen-verbaal bewaard gebleven betreffende de melding van bominslagen, luchtaanvallen en ontploffingen. Tevens zijn stukken ingezien van Groep Albrecht en het Departement van Justitie (1940-1945). In de onderstaande tabel zijn de bestudeerde stukken weergegeven: Toeg. nr. 077
190a
216k
Titel General-kommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer NordWest) (1938)(19401945) Groep Albrecht
Inv. nr. 1328
Jaar 19401941
Omschrijving Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941.
17-34
1944
Departement van Justitie (1935) 19401945 (1950)
181185
z.j.
Enige verslagen, alsmede medewerkers van de groep Albrecht afkomstig uit de volgende sectoren: het Noorden, Overijssel, de Achterhoek, en Twente, D. A. A. (=Deventer, Arnhem, Apeldoorn), de Veluwe en Gelderland, Alblasserwaard en de Betuwe, Utrecht, Amersfoort, Amsterdam, Woerden, Zuid-Holland, Zeeland, ZuidNederland Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeente
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
9
2.4.4
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Den Haag Het NIMH beheert de archieven van de Nederlandse krijgsmacht en bezit een uitgebreide collectie die betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog. Bij het NIMH is onder andere de 575-collectie geraadpleegd. Deze collectie bevat hoofdzakelijk rapporten, verslagen en Duitse en Britse kaarten afkomstig van het Bureau Inlichtingen in Londen en het Bureau Afwikkeling Genie en Duitse eenheden. Hierin zijn voor het onderzoeksgebied geen relevante gegevens aangetroffen. Het NIMH bezit ook de 409-collectie Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940. Deze collectie is voor dit onderzoek niet geraadpleegd omdat er in de andere bronnen geen aanwijzingen zijn aangetroffen dat er tijdens de meidagen gevechten hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Toeg. nr. 409 575
2.4.5
Titel Gevechtsverslagen en – rapporten mei ‘40 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken (575serie)
Inv. nr.
Jaar
Omschrijving Er zijn geen relevante gegevens aangetroffen. Er zijn geen relevante gegevens aangetroffen.
Semi-statisch Archief (SSA) Het Semi-statisch Archief (SSA) te Rijswijk beheert het archief van Defensie. In dit archief zijn onder ander de ruimrapporten van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) opgeslagen. Deze ruimrapporten, ook wel Meldings-, Opdracht- en Ruimrapport (MORA) genaamd, zijn gerangschikt per gemeente en worden sinds 1971 systematisch bijgehouden. Er zijn geen relevante MORA’s aangetroffen voor het onderzoeksgebied, Tevens bevinden zich in het SSA ook enkele dossiers van de Mijn- en Munitie Opruimingsdienst (MMOD). De MMOD was een voorloper van de huidige EODD en werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht. In het SSA bevinden zich talloze overzichten van geruimde munitie alsmede ruimrapporten van mijnenvelden in de Nederlandse gemeenten. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde stukken weergegeven. Toeg. nr.
Omschrijving
Inv. nr.
Jaar
Omschrijving
Geen
Archief MMOD
46 47
1945-1947 1945-1947
G t/m H H t/m K
2.4.6
Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) De SGLO heeft in de loop der jaren een lijst samengesteld van alle vliegtuigcrashes in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). Op basis van de raadpleging van de digitale verlieslijst op www.sglo.nl is vastgesteld dat er mogelijk een vliegtuigcrash hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied.
2.4.7
Websites Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van een aantal website waarop mogelijk relevante informatie te vinden is voor het onderzoeksgebied. Het betreft: • •
2.5
De site over Vergeltungswaffen (www.vergeltungswaffen.nl). Op deze kaart staan inslagen van Duitse V.1 en V.2’s ingetekend. De site over de Barendrechtse brug in de Tweede Wereldoorlog (http://educatief.historischbarendrecht.nl/de-barendrechtse-brug/articles/debrug-in-de-oorlog-1940-1945.html).
Luchtfoto-onderzoek Een essentieel onderdeel van het vooronderzoek is de analyse van luchtfoto’s. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn, met name door geallieerde luchtstrijdkrachten, veel luchtfoto’s genomen van onder andere bezet Nederland. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog stond de (geallieerde) luchtfotografie nog in de kinderschoenen, maar tegen het einde was het uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van de oorlogsvoering. Luchtfoto’s werden niet alleen gebruikt om schade van een bombardement (damage assessment) vast te stellen, maar ook hele militaire campagnes werden op basis van luchtfoto’s gepland.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
10
Na de Tweede Wereldoorlog is een flink aantal (geallieerde) luchtfoto’s vernietigd, maar het merendeel werd overgedragen aan archieven en andere publieke instellingen. In Nederland zijn er twee organisaties die beschikken over een collectie geallieerde luchtfoto’s, namelijk Wageningen Universiteit (WAG) en het Kadaster (KAD) te Zwolle. In het buitenland beheren de National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh en The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington de belangrijkste luchtfotocollecties van de Tweede Wereldoorlog. Voor het huidige onderzoek zijn luchtfoto’s besteld uit de collecties van WAG, KAD en NCAP. De luchtfoto van 13 september 1944 is gebruikt om de gevolgen van de luchtaanval op 9 september 1944 te kunnen waarnemen en de luchtfoto van 6 november 1944 om sporen waar te kunnen nemen van de luchtaanval op 13 oktober 1944. De luchtfoto’s van 3 februari, 26 februari, 14 maart en 24 maart 1945 zijn genomen in de maanden voor de bevrijding en zijn van goede kwaliteit. Deze luchtfoto’s zijn gebruikt om eventuele militaire aanwezigheid te kunnen waarnemen. De luchtfoto’s van 11 september 1945 zijn van kort na de oorlog en zijn gebruikt om vast te stellen of er in de laatste maanden van de oorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. In de onderstaande tabel zijn de gebruikte luchtfoto’s weergegeven. Col. Nr.
KAD KAD WAG WAG KAD WAG WAG NCAP NCAP
Sortie Ref. 16-2242 106G-5077 4-2026 4-1936 106G-4537 4-1692 4-1232 4-0820 106W-0014
Foto nrs. 3149, 4191, 4192 4199 4187 3205 4207 3026 3113 3073 3090
Datum 11-09-1945 24-03-1945 19-03-1945 14-03-1945 26-02-1945 03-02-1945 06-11-1944 13-09-1944 12-05-1944
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
Kwaliteit A A A A A A A A A
Bijzonderheden Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen
11
3 RESULTATEN INVENTARISATIE 3.1
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de resultaten weergegeven van de raadpleging van de bronnen die in het vorige hoofdstuk zijn vermeld. Aan de hand van de bronnen is een chronologisch overzicht geconstrueerd van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden binnen het onderzoeksgebied en de directe omgeving daarvan. Met voetnoten wordt telkens verwezen naar de geraadpleegde bron(nen). Achter enkele gebeurtenissen staat een (dikgedrukte) codering, die is opgebouwd uit de volgende onderdelen: • • •
Afkorting RAP: rapport; Datum: jj/mm/dd; Volgletter: A, B, C, etc.
Deze coderingen staan tevens op de inventarisatiekaarten en vormen de verbinding tussen de gebeurtenissen zoals die in de onderstaande tekst zijn beschreven en de tekeningen in de kaarten. Meldingen die buiten het onderzoeksgebied vallen maar binnen het gebied van de inventarisatiekaart (paragraaf 3.9) zijn ook voorzien van een nummer. Deze zijn terug te vinden op de A1 Inventarisatiekaart (losbladig). 3.2
Mobilisatieperiode In de periode september 1939 – april 1940 werden de Nederlandse strijdkrachten gemobiliseerd. Aanleiding was de Duitse inval in Polen in september 1939 en de daaropvolgende oorlogsverklaring van de Frankrijk en Groot-Brittannië aan de Duitse regering. In deze periode werden de verschillende onderdelen van Nederlandse strijdkracht onder de wapenen geroepen en werd er een begin gemaakt met het aanleggen van verdedigingslinies, voorbereidingswerkzaamheden ten behoeve van inundaties, mijnenvelden en versperringen. Er zijn voor deze periode in de geraadpleegde bronnen geen relevante gegevens gevonden die betrekking hebben op het onderzoeksgebied.
3.3
Meidagen 1940 In de vroege ochtend van 10 mei 1940 vielen Duitse eenheden Nederland binnen. Vanuit het grensgebied vielen Duitse grondstrijdkrachten Nederland binnen, terwijl Duitse parachutisteneenheden in West-Nederland landden. Bij Kornwerderzand en bij de Grebbelinie werden de Duitse grondstrijdkrachten staande gehouden en vochten Nederlandse eenheden dapper tegen de Duitse parachutisteneenheden in het westen van Nederland. Na het bombardement op Rotterdam door Duitse luchtmachteenheden besloot het Nederlandse opperbevel te capituleren. Alleen in Zeeland werd nog doorgevochten door Nederlandse en Franse eenheden. In de morgen van 10 mei 1940 werd de Barendrechtse brug door Duitse parachutisten aangevallen. 2 Duitse parachutisten installeerden zich in de Velo meubelfabriek aan de Barendrechtse zijde van de Oude Maas3. De Nederlandse troepen wilden via de Barendrechtse brug versterkingen naar de Waalhaven sturen, waar hevig werd gevochten tussen Duitse en Nederlandse troepen. Tussen 10 en 14 mei hadden zowel Duitse als Nederlandse troepen gepoogd de brug te veroveren. Nederlandse infanteristen bestormden de brug met behulp van dekkingsvuur door zware mitrailleurs aan de zuidoever. De Duitse militairen vuurden echter met mortieren en mitrailleurs op de aanvallende Nederlandse militairen, waardoor de aanval moest worden afgeblazen.
2 3
Onderwater (1982). NIOD, toeg. nr. 190a inv. nr. 124.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
12
Een tweede aanvalspoging werd de volgende dag ondernomen. De Nederlandse troepen bestormden onder de dekking van mitrailleurvuur met infanterie de brug. Dit keer waren echter meer mitrailleurs beschikbaar, waardoor het dekkingsvuur intensiever was. Ook ditmaal moest de aanval echter worden gestaakt door het hevige vuur van de Duitse troepen aan de noordoever van de Oude Maas. Diezelfde middag werd een laatste poging door de Nederlandse troepen ondernomen om de Duitse troepen op de noordoever te verjagen. Ditmaal werd echter ook mortier- en artillerievuur door de Nederlandse militairen ingezet, dat wederom werd beantwoord door Duits mortiervuur. Er werd vermeld dat een batterij 7-veld, opgesteld op ongeveer 4 kilometer afstand van de brug in de Sint Anthonypolder, de Velo-fabriek in brand schoot4. Ook de Nederlandse mortieren van 8 cm veroorzaakten grote schade aan de fabriek. Er werd na de beschieting echter geen poging meer gewaagd om de brug over te steken. Op 13 mei 1940 poogden de Duitse troepen de brug weer over te steken. De Duitse eenheden hadden versterking gekregen van vier pantserwagens (Panzerkampfwagen II en III), die ondertussen aan de noordoever van de Barendrechtse brug waren verschenen. Na wederom een mortierbeschieting reden Duitse pantserwagens om 18.45 uur al schietend de brug op.
Een Nederlandse sectie pantserafweergeschut nam de pantserwagens5 onder vuur en schakelde er drie uit. Na dit gevecht trokken de Nederlandse troepen zich terug, waardoor de Duitse militairen op 14 mei ongehinderd de brug over konden trekken. [RAP400510A] 3.4
Duitse bezettingsjaren Direct na de Duitse inval werd Nederland met enige regelmaat getroffen door (kleinschalige) geallieerde bombardementen. Deze bombardementen waren met name gericht op vliegvelden, havens, infra en industriegebieden. Vanaf 1943, de geallieerde luchtmachten werden steeds sterker – vonden steeds grotere en zwaardere bombardementen plaats op vliegvelden, havens en industriegebieden in Nederland. Vanaf 1942 werd begonnen met het aanleggen van de Atlantikwall door de Organisation Todt in het Nederlands kustgebied. 13-14 juli 1940 Melding van de burgemeester van de gemeente Barendrecht dat in de nacht van 13 op 14 juli 1940 om 00.15 uur hoogvliegend door een vliegtuig op ongeveer 40 meter oostelijk van de brug over de Oude Maas twee bommen waren geworpen, die beide in het water vielen en ontploften6. Er waren geen verliezen noch materiele schade. [RAP400714A]
3.5
Bevrijdingsjaar 1944-1945 Het bevrijdingsjaar voor Nederland startte vanaf september 1944. Geallieerde grondtroepen staken vanuit België de Nederlands grens over in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Halverwege september 1944 vond Operation Market Garden plaats. Dit ambitieuze plan van de geallieerde bevelhebber Montgomery moest ervoor zorgen dat de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem door luchtlandingstroepen bezet zouden worden om vervolgens door geallieerde grondtroepen te worden ‘bevrijd’. Als dit plan zou slagen dan zouden geallieerde eenheden voor kerst 1944 Berlijn al hebben veroverd. Operation Market Garden werd een fiasco en NoordBrabant, Zeeland, Limburg en Gelderland werden frontgebied voor maanden waar zware (grond)gevechten plaatsvonden in combinatie met artilleriebeschietingen en bombardementen. 9 september 1944 Op 9 september 1944 werd de Barendrechtse (hef)brug of trambrug in de gemeente Barendrecht gebombardeerd door (waarschijnlijk) Amerikaanse B-26 Marauder bommenwerpers 7 . In een verslag aan het Militair Gezag werd gesproken over ‘enkele Engelsche vliegtuigen’ 8 . In totaal werden 8 bommen afgeworpen 9 , waarbij 1 bom de machinekamer van de hefbrug trof, zodat de brug niet meer bediend kon worden 10 . Twee bommen kwamen op de noordelijke oever van de Oude Maas ten westen van de brug terecht,
4
Onderwater (1982). Onderwater (2008). 6 SAR toeg. nr. 1438 inv. nr. 2960. 7 Zwanenburg II (z.j.) en Onderwater (1982). 8 NA, toeg. nr. 2.13.25 inv. nr. 1568. 9 SAR toeg. nr. 1438 inv. nr. 2960. 10 NA, toeg. nr. 2.13.25, inv. nr. 1568. 5
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
13
één landde achter de Velo-fabriek, die in vlammen opging. De bomkraters hadden een diameter van 2,5 meter en waren ongeveer 1,5 meter diep. Van de overige vier bommen werd niet vermeld waar ze waren neergekomen. Er viel bij het bombardement ook een bom in de haven, vlak achter de boerderij. Dat deed het hele gebouw op zijn grondvesten schudden11. Op 12 september 1944 (datum postbezorging) werd aan het Militair Gezag gemeld, dat de Barendrechtse (hef)brug gister (lees: 9 september) was getroffen. Vier bommen waren naast de hefbrug gevallen en één bom raakte de hefbrug12. [RAP440909A] 13 oktober 1944 Een Typhoon van 197 Squadron van 146 Wing bombardeerde schepen op positie qD.7764 met twee 500 lbs brisantbommen. 13 Volgens het Operations Record Book misten de twee afgeworpen bommen hun doel. De twee toestellen vernietigden ook een stafauto en vier trucks (afzonderlijke locaties) met boordwapens.14 [RAP441013A] 17 maart 1945 Een Australische Supermarine Spitfire jachtvliegtuig stortte om 14.15 uur neer aan de Boonsweg bij Heinenoord15. Het vliegtuig was in de omgeving van Den Haag al geraakt, om vervolgens door het Duitse luchtafweergeschut bij de Barendrechtse brug nogmaals te worden beschoten. Het toestel boorde zich vervolgens in de grond op de zuidoever van de Oude Maas. In 1972 werd het toestel door de Nederlandse luchtmacht geborgen. [111B_RAP450317A] 3.6
Naoorlogse periode – heden Direct na de Tweede Wereldoorlog werd aangevangen met het opruimen van CE. Van 1971 – heden houdt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) zich bezig met het ruimen van CE in Nederland en worden de munitievondsten systematisch (per gemeente) bijgehouden. Er zijn voor deze periode in de geraadpleegde bronnen geen relevante gegevens gevonden die betrekking hebben op het onderzoeksgebied.
3.7
Luchtfoto-analyse De geraadpleegde luchtfoto’s zijn gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen, zoals onder andere kraters, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Op de geraadpleegde luchtfoto zijn verschillende sporen van oorlogshandelingen waargenomen. Op de luchtfoto’s zijn op meerdere plaatsen in het onderzoeksgebied verstoringen waargenomen waarvan de oorzaak op basis van de luchtfoto’s en op basis van de andere geraadpleegde bronnen niet kon worden vastgesteld. Er zijn geen aanwijzingen dat deze verstoringen zijn ontstaan door CE. De verstoringen zijn aangemerkt als ‘niet definieerbaar’. Als voorbeeld is een uitsnede van de luchtfoto van 12 mei 1944 opgenomen in afbeelding 2. Op de luchtfoto van 26 februari 1945 is Duitse militaire aanwezigheid waargenomen in de vorm van een mitrailleurstelling. Een uitsnede van de luchtfoto is opgenomen in afbeelding 3. De stelling is aangemerkt met een cirkel. Op de luchtfoto van 19 maart 1945 is de (vermoedelijke) crashlocatie van de Spitfire van 17 maart 1945 waargenomen. Een uitsnede van de luchtfoto is opgenomen in afbeelding 4. De crashlocatie is aangemerkt met een cirkel.
11
http://educatief.historischbarendrecht.nl/de-barendrechtse-brug/articles/de-brug-in-de-oorlog-1940-1945.html NA, toeg. nr. 2.13.25, inv. nr. 1568. 13 TNA UK AIR 37/715. 14 TNA UK, AIR 27/1169 15 SGLO T5388, Zwanenburg II (z.j.) en Onderwater (1982). 12
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
14
Afbeelding 2: niet definieerbare verstoringen in het onderzoeksgebied. Noord is boven. Bron: NCAP sortieref. 106W0014 fotonr. 3090 d.d. 12 mei 1944.
Afbeelding 3: mitrailleurstelling in het onderzoeksgebied. Noord is boven. Bron: KAD sortieref. 106G-4537 fotonr. 4207 d.d. 26 februari 1945.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
15
Afbeelding 4: (vermoedelijke) crashlocatie van de Spitfire op 17 maart 1945. Noord is boven. Bron: WAG sortieref. 42026 fotonr. 4187 d.d. 19 maart 1945.
3.8
Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
16
Afbeelding 5: inventarisatiekaart onderzoeksgebied.
3.9
Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn voorlopig nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • •
Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Van niet alle gebeurtenissen kon op basis van de geraadpleegde bronnen een exacte locatie bepaald worden; Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn verstoringen waargenomen waarvan de oorzaak niet kon worden vastgesteld op basis van de luchtfoto’s of de andere geraadpleegde bronnen. Er zijn geen aanwijzingen dat de verstoringen zijn veroorzaakt door CE.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
17
4 ANALYSE GEGEVENS 4.1
Indicaties In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog waardoor CE in de bodem achtergebleven kunnen zijn. Het betreft Duitse militaire aanwezigheid in de vorm van een mitrailleurstelling. De stelling is waargenomen op een luchtfoto van 26 februari 1945. Er zijn geen aanwijzingen dat de stelling al tijdens de meidagen van 1940 bestond of in gebruik is geweest. Voor de overige indicaties van oorlogshandelingen die zijn aangetroffen geldt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat hierdoor CE in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. De oorlogshandeling heeft te ver van het onderzoeksgebied plaatsgevonden, de locatie van de oorlogshandeling kon op basis van de geraadpleegde bronnen niet worden vastgesteld of de ingezette CE zijn geruimd. In de volgende paragrafen komen de hoofd- en subsoort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de aan te treffen CE aan bod, evenals de horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied. 4.1.1 Soort en hoeveelheid CE Naast de aan te treffen hoofdsoorten en subsoorten CE zijn de hoeveelheden CE vastgesteld. Dit is gebeurd op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. In de geraadpleegde bronnen zijn geen gegevens aangetroffen over hoeveelheden munitie.
Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Handgranaten
Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren
Subsoort Diversen Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.
Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits) Ei/steel (Duits)
Hoeveelheden Honderdtallen Tientallen
Onbekend (Duits)
Tientallen
Panzerfaust (Duits)
Enkele
Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)
Tientallen
4.1.2 Verschijningsvorm De verschijningsvorm van de aan te treffen CE in de verdachte gebieden zijn vastgesteld. De verschijningsvorm houdt verband met de manier waarop de explosieven in de bodem terecht zijn gekomen. Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Handgranaten
Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren
Subsoort Diversen Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.
Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits) Ei/steel (Duits)
Verschijningsvorm Gedumpt/Achtergebleven Gedumpt/Achtergebleven
Onbekend (Duits)
Gedumpt/Achtergebleven
Panzerfaust (Duits)
Gedumpt/Achtergebleven
Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)
Gedumpt/Achtergebleven
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
18
4.2
Horizontale afbakening Op basis van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waardoor het onderzoeksgebied verdacht is op de aanwezigheid van CE in de bodem. De horizontale afbakening is vastgesteld aan de hand van de richtlijnen van het WSCS-OCE en beschreven. Op de luchtfoto van 26 februari 1945 is in het onderzoeksgebied een mitrailleurstelling waargenomen. In de richtlijnen van het WSCS-OCE staat dat de contour van de mitrailleurstelling verdacht is op CE. Deze richtlijn is overgenomen: de mitrailleurstelling (5) is verdacht op CE.
Afbeelding 6: CE-bodembelastingkaart onderzoeksgebied.
4.3
Verticale afbakening In deze paragraaf is de verticale afbakening van het verdacht gebied vastgesteld. De verticale afbakening van het op CE verdachte gebied bestaat uit een minimale en maximale diepteligging. De diepteligging is afhankelijk van het soort oorlogshandeling, de soort munitie en de opbouw van de bodem ter plaatse. 4.3.1 Diepteligging CE In onderstaande tabellen is per indicatie is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen CE ten opzichte van het maaiveld (situatie 1940-1945) in het verdacht gebied weergegeven. De diepteligging van de CE is als volgt vastgesteld: Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Handgranaten Geweergranaten
16
Subsoort Diversen Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitank-brisant, brisant, rook, sein, rook WP
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld16 De minimale diepteligging is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden.
Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
19
Hoofdsoort Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren
Subsoort Brisant, antitank-brisant n.v.t.
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld16 De maximale diepteligging is twee meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Dit was de maximale diepte van de stelling.
Er zijn geen gegevens bekend van het verdachte gebied ten aanzien van eventuele ophoging of verlaging van het maaiveld tijdens de naoorlogse periode. Uitgangspunt voor de minimale en maximale diepteligging is dat er geen wijzigingen van het maaiveldhoogte hebben plaatsgevonden sinds 1945. 4.4
Naoorlogse ontwikkelingen Naoorlogse ontwikkelingen in een gebied kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van CE in de bodem. De veranderingen in het verdachte gebied zijn onderzocht aan de hand van een vergelijking met een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog en een recent luchtfoto. Er zijn geen duidelijke naoorlogse ontwikkelingen zichtbaar door de aanwezige vegetatie.
Afbeelding 7: naoorlogse ontwikkelingen onderzoeksgebied.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
20
5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Het betreft Duitse militaire aanwezigheid in de vorm van een mitrailleurstelling. Aan de hand van deze indicaties zijn de hoofd- en subsoorten CE, de hoeveelheden CE, de verschijningsvormen CE en de horizontale en verticale afbakening van de verdachte gebieden vastgesteld. 5.1.1 Aan te treffen CE Op basis van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied verdacht op het aantreffen van de volgende CE. Aan te treffen CE
Subsoort
Kleinkalibermunitie Handgranaten
Diversen
Geweergranaten
Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren
Antitank, aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.
Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits)
Hoeveelheden
Verschijningsvorm
Honderdtallen
Gedumpt/Achtergebleven
Ei/steel (Duits)
Tientallen
Gedumpt/Achtergebleven
Onbekend (Duits)
Tientallen
Gedumpt/Achtergebleven
Panzerfaust (Duits)
Enkele
Gedumpt/Achtergebleven
Beschermkappen, verpakkingen e.d. (Duits)
Tientallen
Gedumpt/Achtergebleven
5.1.2 Horizontale afbakening verdachte gebieden De horizontale afbakening van het verdachte gebied is voor de indicaties vastgesteld aan de hand van het WSCS-OCE. De contouren van de mitrailleurstellingen en een gebied 5 meter rondom de stelling zijn verdacht op CE. 5.1.3 Verticale afbakening verdachte gebieden De verticale afbakening van het verdachte gebied is vastgesteld aan de hand van ervaringen in het veld en vastgesteld ten opzichte van maaiveld Tweede Wereldoorlog. De minimale diepte is net onder huidig maaiveld. De maximale diepte is 2 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog. Er zijn geen gegevens bekend van het verdachte gebied ten aanzien van eventuele ophoging of verlaging van het maaiveld tijdens de naoorlogse periode. Uitgangspunt voor de minimale en maximale diepteligging is dat er geen wijzigingen van het maaiveldhoogte hebben plaatsgevonden sinds 1945. 5.1.4 Naoorlogse ontwikkelingen Na de Tweede Wereldoorlog hebben in het onderzoeksgebied weinig zichtbare veranderingen plaatsgevonden. 5.1.5 Leemten in kennis Tijdens het onderzoek was er een aantal leemten in kennis die hieronder zijn beschreven:
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
21
• • • •
5.2
Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Van niet alle gebeurtenissen kon op basis van de geraadpleegde bronnen een exacte locatie bepaald worden; Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn verstoringen waargenomen waarvan de oorzaak niet kon worden vastgesteld op basis van de luchtfoto’s of de andere geraadpleegde bronnen. Er zijn geen aanwijzingen dat de verstoringen zijn veroorzaakt door CE.
Advies Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied gedeeltelijk verdacht op CE. Het advies met betrekking tot de aanwezigheid van CE en de uit te voeren werkzaamheden is als volgt: Onverdachte gebieden Voor de onverdachte gebieden geldt dat er geen aanwijzingen zijn aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor CE in de bodem zijn achtergebleven. In de onverdachte gebieden kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat er vervolgstappen in de explosievenopsporing noodzakelijk zijn. De voorgenomen werkzaamheden in de onverdachte gebieden kunnen plaatsvinden zonder nader onderzoek of OCE-begeleiding. Hetzelfde geldt voor de gebieden die zijn aangemerkt rondom de V.1 kraters. Hier kunnen de werkzaamheden plaatsvinden zonder nader onderzoek of OCE-begeleiding. Wel kunnen wrakdelen van V.1’s worden aangetroffen. Tevens is er mogelijk sprake van milieuverontreiniging door de aanwezigheid van benzeen uit de brandstof van de V.1. Verdachte gebieden De werkzaamheden die plaatsvinden op/boven het maaiveld in de verdachte gebieden kunnen plaatsvinden zonder vervolgstappen in de CE-opsporing. Voor de werkzaamheden die in de bodem plaatsvinden zijn wel vervolgstappen noodzakelijk. Hiervoor zijn een aantal mogelijkheden.
De verdachte gebieden hebben een beperkte oppervlakte en de aan te treffen CE liggen op geringe diepte. Bovendien hebben er weinig tot geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden. Het advies is voor de vervolgwerkzaamheden is als volgt: 1. Het uitvoeren van de voorgenomen (grondroerende) werkzaamheden buiten de op CE verdachte gebieden; 2. Het uitvoeren van oppervlaktedetectie werkzaamheden in de verdachte gebieden, om eventueel aanwezige CE op te sporen.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
22
6 BIJLAGEN
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
23
Bijlage 1
Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (WSCS-OCE)
In het WSCS-OCE staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit de inventarisatie-resultaten dienen te worden beoordeeld en dat op basis hiervan de volgende punten gemotiveerd vastgesteld moeten worden: • Of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja: • De (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE; • De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evaluatie van de resultaten van de inventarisatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Indien sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd. Indien er geen sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd; 2. De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke verifieerbare bronnen. Indien een indicatie in slechts één bron is aangetroffen, wordt dit duidelijk aangegeven in de rapportage. Hierin wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat; 3. Indicaties en/of contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE op de projectlocatie en/of in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.
Indicaties en/of contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. Waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. Bij gebruikmaking van indicaties en/of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 4. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 3 van het WSCS-OCE als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken; b. Als er geen indicaties zijn die wijzen op de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, is de conclusie ONVERDACHT; c. Als er indicaties zijn dat bij oorlogshandelingen binnen de grenzen van de projectlocatie en/of onderzoeksgebied bepaalde hoofdsoorten CE zijn gebruikt/betrokken geweest, dan is (een deel van) de projectlocatie en/of onderzoeksgebied VERDACHT op de aanwezigheid van deze hoofdsoorten CE, tenzij op basis van contra-indicaties het tegendeel kan worden bewezen. 5. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per (sub)soort CE, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE.
Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 3 van het WSCSOCE gehanteerd; b. Uitgangspunten voor de verticale afbakening: i. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient specifiek rekening te worden gehouden met: bodemweerstand, verwachte indringingsnelheid en –hoek, gewicht, vorm en diameter CE; ii. Voor het berekenen van de penetratiediepte wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode waarin ten minste rekening gehouden wordt met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem; iii. Indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja, tot welke diepte minus maaiveld (gerelateerd aan NAP), de aanwezigheid van CE kan worden uitgesloten; iv. De verticale afbakening wordt zodanig uitgedrukt dat deze is te herleiden tot de diepte ten opzichte van NAP; c. Uitgangspunten horizontale afbakening:
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
24
i. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt de tolerantie gemotiveerd, gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal; ii. Het verdachte gebied wordt weergegeven in RD-coördinaten; d. Onder de verschijningsvorm wordt verstaan de wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restant uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
25
Bijlage 2
Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek
In onderstaand overzicht is de horizontale afbakening van het verdachte gebied weergegeven zoals deze is opgenomen in het WSCS-OCE. Indicatie
Algemene omschrijving
Verdedigingswerk
✗
Geschutopstelling (statisch en mobiel)
Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt) Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.
Munitieopslag in open veld Loopgraaf
Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk Militaire loopgraaf
✗ ✗
Tankgracht of –geul
Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en drakentanden Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker
Wapenopstelling
Landmijnen verdacht gebied
Landmijnen verdacht gebied
Mijnenveld
Mijnenveld
Mijnenveld
Versperringen Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad Schuilloopgraaf Kampementen
Mangat Vernielingslading Artillerie-, mortierof raketbeschieting Raketbeschieting inslagenpatroon bekend
Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht
✗ ✗
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Locatie van de wapenopstelling 25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventuele aangrenzende watergang. Locatie van de veldopslaglocatie
✗ ✗ ✗
Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is. n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport
✗ ✗
n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.
✗
n.v.t.
✗ ✗
Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring. Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen
Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen Grondgebied met onderkomens zoals tenten
✗ ✗
n.v.t.
Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput Locatie van aangebrachte vernielingslading
✗
Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpersysteem Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen. n.v.t.
✗ ✗
Locatie van vernielingslading
✗
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen
Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom
Vliegtuig die niet in werking is getreden
✗
Crashlocatie vliegtuig Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat
Aanwezigheid van CE vanwege de crash
✗
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.
18P071 definitief rapport VO CE Windpark Oude Maas d.d. 25 mei 2018.
Situationeel te bepalen
✗
Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.