Tekening nieuwe situatie
Tekst van het document
datum 23-6-2021 dossiercode 20210623-39-26916 Uitgangspuntennotitie Strijensas, Buitendijk 28 Buitendijk 28 Strijensas Deze uitgangspuntennotitie bevat de waterhuishoudkundige streefbeelden, strategieen en randvoorwaarden van waterschap Hollandse Delta en dient als hulpmiddel voor de eerste aanzet van een waterparagraaf. De relevante randvoorwaarden voor het plan Strijensas, Buitendijk 28 zijn gerangschikt onder acht streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema s Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water en het thema wegen. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u de strategie, die erop gericht is het streefbeeld te verwezenlijken. U krijgt op deze manier een goed overzicht van de randvoorwaarden en kan eveneens herleiden waarop deze gebaseerd zijn. Deze dienen als goed uitgangspunt voor gesprek. De strategie en randvoorwaarden worden alleen vermeld als dit voor het plan relevant is. Veiligheid Streefbeeld Hoog water vanuit zee en de rivier vormt een reele bedreiging voor de veiligheid op de Hollandse eilanden. Waterkeringen beschermen tegen deze bedreiging. Het waterstap wil de veiligheid ook in de toekomst blijven waarborgen. Door te werken aan veilige, robuuste en duurzame waterkeringen anticipeert het waterschap op sociale ruimtelijke, economische en klimatologische ontwikkelingen.
Strategie toekomstige ontwikkeling In de Nota Ruimte (2005) is, anticiperend op toekomstige ontwikkelingen,een beperking voor bebouwing rond waterkeringen aangekondigd, die moet worden geconcretiseerd in vrijwaringzones. De Nota geeft een richtlijn voor de omvang van deze zones, en een proces voor de uitwerking ervan. Hollandse Delta heeft in de Beleidsnota Waterkeringen (2009) deze richtlijn ingevuld. Het waterschap gebruikt daarbij niet de term vrijwaringzones, omdat het niet van plan is zones ruimtelijk op slot te zetten c.q. letterlijk te vrijwaren , maar gebruikt het profiel van vrije ruimte. Het profiel van vrije ruimte is of wordt vastgelegd in de legger. Om veiligheid te bieden, stelt het waterschap onder meer beperkingen aan het realiseren van werken en het verrichten van werkzaamheden op en nabij de waterkeringen. Daarvoor zijn de kering en zijn omgeving in zones opgedeeld en heeft het waterschap in de Keur een verbod opgenomen. Op dit verbod kan het waterschap ontheffing (vergunning) verlenen. Randvoorwaarden In de Nota Ruimte is aangegeven dat de zone met beperkingen voor bebouwing ook in structuurvisies en bestemmingsplannen dient te worden verankerd. De zones met een (bouw)beperking zijn de kern- en beschermingszones langs waterkeringen.
Het waterschap hanteert het uitgangspunt dat in structuurvisies en bestemmingsplannen minimaal een verwijzing (op de plankaart en in de toelichting) naar Keur en legger van het waterschap nodig is. Zonder vergunning van het waterschap is het verboden gebruik te maken van een waterstaatswerk en beschermingszone anders dan in overeenstemming met de functie. De belangrijkste voorwaarde is dat het waterkeringbelang en het beheer en onderhoud niet in het geding komen. Daarbij zal het vaak nodig zijn dat de initiatiefnemer door middel van onderzoek aantoont dat de ontwikkeling de stabiliteit van de waterkering niet aantast. Voldoende water - wateroverlast Streefbeeld Een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. Zo n systeem kan het water, conform de daarvoor vastgestelde normen en zonder overlast te veroorzaken, verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Voldoende water - Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) mogelijk. Hollandse Delta streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger.
Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Strategie
Het waterschap beheert het watersysteem en tracht daarbij de aan- en afvoer van water soepel te laten verlopen en ervoor te zorgen dat het water fysisch-chemisch en ecologisch goed van kwaliteit is en er geen problemen ontstaan van wateroverlast of wateronderlast. Een van de taken is het beheer van het oppervlaktewaterpeil. Een goed peilbeheer is een middel om de bovenstaande situatie te faciliteren. De keuze van het oppervlaktewaterpeil en het peilregime wordt in eerste instantie ingegeven door de gebruiksfunctie van het gebied. Daarnaast wordt er rekening gehouden met andere belangen in het betreffende gebied. Alvorens tot een peilbesluit te komen worden belanghebbende in de gelegenheid gesteld om hun wensen kenbaar te maken. Indien hieraan tegemoet kan worden gekomen zonder het algemeen belang te schaden zal het waterschap de wensen proberen te honoreren. In de afweging spelen een aantal uitgangspunten een rol: In zetting gevoelige gebieden streeft het waterschap naar vertragen van de maaivelddaling door het zo hoog mogelijk instellen van het peil. Het waterschap probeert zoveel mogelijk om onnodige versnippering van peilgebieden te voorkomen.Waar mogelijk en wenselijk streeft het waterschap naar het zoveel mogelijk vasthouden van het gebiedseigen water. Waar mogelijk wordt hiertoe een zo natuurlijk mogelijk flexibel peilregime gehanteerd.
Het systeem moet robuust genoeg zijn om hevige neerslag binnen het peilgebied te kunnen opvangen alvorens af te wentelen op naburig gebied. Voor de oevers langs open water wordt gestreefd naar een onderhoudsvriendelijke inrichting (inclusief bereikbaarheid). Randvoorwaarden
Met het oog op ongewenste kwel of inzijging dient de bodemgesteldheid bekeken te worden. In bepaalde situaties kan de goede kwaliteit van kwelwater benut worden. Bij het ontwikkelen van een nieuw peilbesluit voor nieuw aan te leggen stedelijk gebied gelden enkele randvoorwaarden. Dit zal nog verder worden uitgewerkt. Bij de peilstelling wordt rekening gehouden met het risico op te hoge of te lage grondwaterstanden. Het in te stellen peil mag geen reden zijn voor problemen met de grondwaterstand. Er vindt altijd vooraf overleg plaats tussen projectontwikkelaar en waterschap. Gebieden die al een hoge grondwaterstand hebben moeten voor de nieuwbouw worden opgehoogd en/of gedraineerd worden. In gebieden waar op langere termijn sprake kan zijn van aanzienlijke bodemdaling moeten vooraf maatregelen worden genomen om problemen in de toekomstige situatie te voorkomen. Voldoende water - anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen.
Schoon water - goede inrichting/structuurdiversiteit van het watersysteem Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Schoon water - goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor.
Schoon water - goed omgaan met afvalwater Streefbeeld
Menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Wegen Streefbeeld Het waterschap streeft naar een afdoende bereikbaarheid van alle bestemmingen binnen het beheersgebied. Een optimale verkeersveiligheid en een goede doorstroming op de wegen die bij het waterschap in beheer en onderhoud zijn daar bij essentieel.
www.dewatertoets.nl
datum 23-6-2021 dossiercode 20210623-39-26916 Strijensas, Buitendijk 28 Buitendijk 28 Strijensas Tekenen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Hoeksche Waard Vragen: Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee Neemt in het plan het verharde oppervlak toe met meer dan 500m2? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is? nee Vinden (bedrijfsmatige) activiteiten plaats waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Is er binnen of grenzend aan het plangebied oppervlaktewater aanwezig? nee Wordt er oppervlaktewater gedempt? nee Wordt nieuw oppervlaktewater aangelegd? nee Worden kunstwerken aangebracht, zoals duikers ofbruggen? nee Is voor de uitvoering van het plan grondwerk nodig? ja Worden (bouw)materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Wordt een nieuwe ontsluiting gerealiseerd op een weg buiten de bebouwde kom? nee www.dewatertoets.nl
Blinde Banisweg 15, 7462 VH, Rijssen E info@voortmaningenieurs.nl I www.voortmaningenieurs.nl
T (0548) 51 22 88 NL34 RABO 0113973667 BTW-id NL001579217B45
Rapport Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 2 woningen aan de Buitendijk te Streijensas
projectnummer
21.1570
kenmerk
R-JVO/1726
opdrachtgever
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv
postadres
Lekdijk 44 2967 GB LANGERAK
contactpersoon
dhr. G. Kooijman
telefoon
(0184) 600 240
gerben@vandenheuvelbv.eu
status
Definitief
versie
1
aantal pagina’s
14
datum
15 september 2021
auteur
Ing. J. Voortman
paraaf
© Voortman Ingenieurs Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Voortman Ingenieurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
14
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
2
2
WETTELIJK KADER
3
2.1
Algemeen
3
2.2
Zones langs wegen
3
2.3
Grenswaarden wegverkeerslawaai
4
2.4
30 km/h zone
5
2.5
Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder
5
2.6
Plangebied
6
2.7
Gemeentelijk beleid
6
3
ONDERZOEKSGEGEVENS
9
3.1
Onderzoeksgebied
9
3.2
Rekenmethode wegverkeerslawaai
9
3.3
Verkeersgegevens wegverkeer
10
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
11
4.1
Rekenresultaten en toetsing wegverkeerslawaai
11
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
14
5.1
Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai
14
5.2
Geluidwering van de gevel
14
Bijlagen Bijlage 1: Figuren akoestisch model en situatieschets Bijlage 2: Invoergegevens akoestisch model Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 1 van 14
14
1
INLEIDING In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van twee woningen aan de Buitendijk 28 te Streijensas. In afbeelding I is de situering van de woningen weergegeven. Afbeelding I: situering woningen aan de Buitendijk te Streijensas (bron: kadastrale kaart.com)
De woningen zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzone van de Buitendijk en de invloedssfeer van 30 km/h wegen. Doel van het onderzoek is om in het kader van de ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai te bepalen en te toetsen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid.
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 2 van 14
14
2
WETTELIJK KADER
2.1
Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het wettelijke kader voor de toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg of spoorlijn op geluidsgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen, onderwijsgebouwen en zorginstellingen. Het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 stelt regels aan het bepalen van de geluidbelasting. Binnen de geluidzone van een weg of spoorlijn dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is het zogenaamde maatgevende jaar. In beginsel is dat minimaal 10 jaar na realisatie van de bouwplannen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Europese dosismaat L den (day-evening-night) in dB rekenkundig als volgt bepaald: ▪
Lden = 10log 1/24 (12 x 10^(Lday/10) + 4 x 10^(Levening/10) + 8 x 10^(Lnight/10))
De geluidbelasting Lden-waarde is het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden:
2.2
▪
het geluidniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur);
▪
het geluidniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB;
▪
het geluidniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) + 10 dB.
Zones langs wegen De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van een weg. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt beschreven dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt en wegen gelegen binnen als een woonerf aangeduid gebied. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard (stedelijk of buitenstedelijk) van de omgeving. De afstanden worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. In tabel 2.1 zijn de zonebreedten weergegeven. Tabel 2.1: zonebreedten aantal rijstroken
datum
breedte van de geluidzone [m] stedelijk gebied
buitenstedelijk gebied
1 of 2
200
250
3 of 4
350
400
5 of meer
350
600
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 3 van 14
14
In artikel 1 van de Wet geluidhinder is het stedelijk en buitenstedelijk gebied als volgt gedefinieerd: ▪
stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg;
▪
buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (begrensd door de borden van de komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.
In artikel 75 van de Wet geluidhinder is geregeld dat het breedste zonedeel van een weg, bij een overgang tussen weggedeelten met verschillende zonebreedte, over een afstand van een derde van de breedte nog langs de wegas doorloopt. Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg.
2.3
Grenswaarden wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe en bestaande woningen langs nieuwe en bestaande wegen binnen en buiten de bebouwde kom. In tabel 2.2 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven waarin in verschillende situaties moet worden voldaan. Tabel 2.2: overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai stedelijk gebied
buitenstedelijk gebied
woning
weg
voorkeursgrenswaarde
maximale ontheffing
voorkeursgrenswaarde
maximale ontheffing
nieuw
nieuw
48 dB
58 dB
48 dB
53 dB
bestaand
nieuw
48 dB
63 dB
48 dB
58 dB
bestaand
in reconstructie
48 dB
68 dB
48 dB
68 dB
nieuw
bestaand
48 dB
63 dB
48 dB
53 dB
In situaties met nieuwe woningen en/of nieuwe wegen moet in beginsel voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op een geluidgevoelige bestemming hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden onderzocht. In artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder is vermeld dat hogere grenswaarden pas kunnen worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugdringen van de geluidbelasting, onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 4 van 14
14
2.4
30 km/h zone Wegen waar een maximum rijsnelheid van 30 km/h geldt, zijn in de zin van de Wet geluidhinder niet zoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Op 3 september 2003 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (nr. 200203751/1: Abcoude) uitgesproken dat in een dergelijk geval nog niet geconcludeerd kan worden dat het plan aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit jurisprudentie blijkt dat ook bij 30 km/h zones de geluidbelasting onderzocht dient te worden. Deze wegen worden niet getoetst aan de Wet geluidhinder maar de geluidbelasting wordt inzichtelijk gemaakt om de noodzaak van eventuele gevelmaatregelen te kunnen bepalen.
2.5
Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder Conform artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het resultaat van de berekende geluidbelasting met maximaal 5 dB worden verminderd voordat de geluidbelasting wordt getoetst aan de (voorkeurs) grenswaarden. Deze correctie biedt de mogelijkheid om rekening te houden met het afnemen van de geluidsproductie van de motorvoertuigen. De hoogte van de aftrek bedraagt: ▪
2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van de lichte motorvoertuigen 70 km/h of meer bedraagt. In afwijking hiervan (en in de software van het gebruikte programma al verwerkt) wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen:
▪
▪
Zeer Open Asfalt Beton (ZOAB);
▪
tweelaags ZOAB, met uitzondering van fijn tweelaags ZOAB;
▪
uitgeborsteld beton;
▪
geoptimaliseerd uitgeborsteld beton;
▪
oppervlakbewerking;
Per 20 mei 2014 geldt een tijdelijke wijziging van de aftrek van 3 dB en 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh respectievelijk 56 dB en 57 dB bedraagt;
datum
▪
5 dB voor overige wegen;
▪
0 dB voor de bepaling van de geluidwering van de gevel conform het Bouwbesluit.
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 5 van 14
14
2.6
Plangebied De woning is ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzone van de Buitendijk. Het tracé van de Buitendijk is onlangs gewijzigd. Het deel van de Buitendijk bovenop de dijk (“hoge” Buitendijk), heeft een wettelijke rijsnelheid van 60 km/h in tegenstelling tot het noordelijker gelegen deel van de Buitendijk (“lage” Buitendijk) met een rijsnelheid van 30 km/h. De geluidzone van de “Hoge” Buitendijk (2 rijstroken, buitenstedelijk gebied) bedraagt 250 m en de wettelijke rijsnelheid bedraagt 60 km/h. De aftrek conform artikel 110g Wgh bedraagt voor deze weg 5 dB. In tabel 2.3 zijn de van toepassing zijnde grenswaarden weergegeven. Tabel 2.3: overzicht grenswaarden (incl. aftrek artikel 110g Wgh) bronsoort
wegvak
wegverkeer
“Hoge” Buitendijk
voorkeursgrenswaarde
maximale ontheffingswaarde
48 dB
63 dB
De woningen zijn tevens gelegen binnen de invloedssfeer van enkele wegen (o.a. Havenstraat en “lage” Buitendijk) waarvoor een toelaatbare rijsnelheid van 30 km/h geldt. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Wel dient de geluidbelasting onderzocht te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening en om de eventueel noodzakelijke gevelmaatregelen in het kader van het Bouwbesluit te kunnen bepalen.
2.7
Gemeentelijk beleid De gemeente Hoeksche Waard heeft een eigen geluidbeleid zoals weergegeven in het “Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening gemeente Hoeksche Waard” van 22 augustus 2017. Conform het beleid is het vaststellen van hogere waarden mogelijk als: ▪
Uit onderzoek blijkt dat het treffen van geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn om de geluidbelastingen te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde;
▪
De geluidreducerende maatregelen ernstige bezwaren ondervinden van stedenbouwkundige, verkeerskundige of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Beoordeling cumulatieve geluidbelasting Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt akoestische onderzoeken ten eerste op basis van de cumulatieve geluidbelasting. Afweging van maatregelen Vervolgens wordt beoordeeld of er afdoende onderzoek is gedaan naar maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Wanneer er sprake is van nieuwbouw van 10 of meer woningen (grootschalige ontwikkeling) wordt beoordeeld of de gekozen planinrichting afdoende gemotiveerd is. Bij grootschalige ontwikkelingen wordt daarnaast beoordeeld of afdoende onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen heeft plaatsgevonden. datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 6 van 14
14
Afweging woon- en leefklimaat Het college van burgemeester en wethouders stelt de benodigde hogere waarde(n) vast, indien is aangetoond dat geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of uitvoering daarvan op ernstige bewaren stuit en zij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel acht. Een combinatie van maatregelen om de geluidbelasting ten dele te reduceren en alsnog het vaststellen van een hogere waarde is daarbij ook mogelijk. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving is acceptabel als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Indien een geluidluwe gevel niet mogelijk is dient dit te worden gemotiveerd. Dit betekent dat dan ook bij nieuwbouw van minder dan 10 woningen alsnog een onderzoek naar bron- en/of overdrachtmaatregelen en/of een betere planinrichting dient plaats te vinden. Er is sprake is van een geluidluwe gevel en buitenruimte als de geluidbelasting gelijk of lager is dan: ▪
53 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) en 50 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) met snelheid boven de 70 kilometer per uur;
▪
55 dB door railverkeer en scheepvaart;
▪
50 dB(A) door industrie.
Als aanvullende eis geldt dat huizen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidluw gedeelte in de achter- of zijtuin, omdat in de achter- of zijtuin lawaai vanwege wegen, spoorwegen, scheepvaart en industrie tot hinder kan leiden. Ten aanzien van de afmetingen voor de geluidluwe buitenruimte worden de volgende minimale afmetingen aangehouden: Tuinen Woningen met een tuin moeten een geluidluwe (of een deel daarvan) tuin hebben van minimaal 20 m2. Balkons Voor appartementen zonder tuin wordt aangesloten op het Bouwbesluit 2012 waar in artikel 4.34 een omschrijving van de buitenruimte is opgenomen. (Het betreft hier bijvoorbeeld een balkon of loggia.) 1. Een woonfunctie heeft een rechtstreeks vanuit de woning bereikbare buitenruimte met per woonfunctie een vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,3 meter. De buitenruimte mag geen gemeenschappelijke verkeersruimte zijn. 2. De buitenruimte mag gemeenschappelijk zijn, indien de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de woonfunctie niet meer dan 30 m2 bedraagt. Tevens dient de gemeenschappelijke buitenruimte ten minste 1 m2 per woonfunctie te bedragen, met een minimum van 4 m2. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via een gemeenschappelijke ruimte.
Tevens dienen balkons die zijn gelegen aan een geluidbelaste zijde te worden voorzien van een borstwering van ten minste 1,5 meter hoog. Deze dient geheel gesloten te worden uitgevoerd, de toe te datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 7 van 14
14
passen materialen moeten een massa hebben van ten minste 10 kg/m2 en naad- en kiervrij aan te sluiten op de aangrenzende constructie. Indien boven het balkon een ander balkon, overstek (met een diepte van meer dan 0,5 meter of galerij is gesitueerd, dan dient de onderzijde te zijn voorzien van akoestisch absorberend materiaal. De absorptiecoëfficiënt dient – wiskundig gemiddeld over de octaafbanden 125 tot en met 2000 Herz – ten minste 0,8 te bedragen. Afwijking van deze maatregelen kan, indien dit voldoende wordt beargumenteerd en goedgekeurd door de gemeente. Ook al zijn er akoestische maatregelen getroffen aan de buitenruimte (balkons en dergelijke), die zijn gelegen aan een geluidbelaste zijde, dan worden deze niet gezien als geluidluwe buitenruimte. Bovenstaande eisen gelden niet als de woning en/of het appartement al een eigen geluidluwe buitenruimte (tuin of balkon) heeft, bijvoorbeeld aan de andere zijde van de woning. Samenvattend zijn er dus 3 mogelijkheden 1) Eigen geluidluwe buitenruimte en een balkon aan geluidbelaste kant. Geen maatregelen aan balkon noodzakelijk. 2) Gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte en balkon aan geluidbelaste kant. Wel maatregelen aan balkon noodzakelijk. 3) Geen eigen of gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte en balkon aan geluidbelaste kant. Voldoet niet aan het beleid.
Beoordeling 30 kilometer per uur wegen Het beleid is tevens van toepassing op geluid ten gevolge van wegen waar een snelheidsregime heerst van 30 km per uur waaronder ook woonerven worden begrepen. Deze wegen vallen niet onder het regime van de Wet geluidhinder, maar op basis van vaste jurisprudentie moeten deze wegen in het kader van de goede ruimtelijke ordening worden beoordeeld, indien de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De gemeente Hoeksche Waard beoordeelt de geluidbelasting ten gevolge van 30 kilometer per uur wegen hetzelfde als de geluidbelasting van de overige wegen, als vastgelegd in dit beleid. Dit leidt niet tot het vaststellen van hogere waarden voor 30 kilometer per uur wegen, maar wel - bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe woningen langs deze wegen - tot een oordeel of er sprake is van een goed woonen leefklimaat voor wat betreft geluid. Met andere woorden: het beleid geeft aan onder welke voorwaarden een hogere geluidbelasting dan 53 dB (exclusief aftrek) op dergelijke woningen aanvaardbaar is. Door toepassing van dit beleid wordt bij 30 kilometer per uur wegen een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd, vergelijkbaar met dat bij de overige wegen, die zijn gezoneerd krachtens de Wet geluidhinder. Scheepvaartlawaai Voor scheepvaart zijn (nog) geen wettelijke normen of reken- en meetmethodiek ontwikkeld en vastgelegd.
In het kader van dit beleid wordt de hinderlijkheid van scheepvaartlawaai gelijk beoordeeld als railverkeer, dat wil zeggen dat getoetst moet worden aan 55 dB Lden. De wijze waarop scheepvaartlawaai berekend moet worden is met dit beleid niet geregeld. datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 8 van 14
14
3
ONDERZOEKSGEGEVENS
3.1
Onderzoeksgebied In het plangebied worden twee woningen gerealiseerd. De woningen bestaan uit maximaal drie bouwlagen met verblijfsruimten. In afbeelding II is de situering van de woningen weergegeven. Afbeelding II: situering woningen aan de Buitendijk te Streijensas
3.2
Rekenmethode wegverkeerslawaai Voor de berekening van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer is een berekeningsmodel opgezet waarin de relevante wegen, de omliggende bebouwing en de bodemgebieden zijn opgenomen. De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai op de woning is berekend volgens Standaard Rekenmethode II van bijlage 3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid (RMG 2012). De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het modelleringsprogramma Geomilieu (versie V2021.1) waarbij rekening wordt gehouden met afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, relevante hoogteverschillen tussen weg- en waarneempunt en eventuele kruispuntcorrecties. Berekend zijn de invallende geluidsniveaus, dus zonder reflectie van het achter het immissiepunt gelegen gevelvlak. Gerekend is met één reflectie en een sectorhoek van 2 graden. De wegen, erfverhardingen en wateroppervlakten zijn als akoestisch hard gebied (bf = 0,0) in het rekenmodel ingevoerd. Het overige bodemgebied is als overwegend zacht bodemgebied (bf = 0,8) gemodelleerd. De omliggende gebouwen in de omgeving van het plangebied zijn in de berekeningen zowel afschermend als reflecterend ingevoerd. datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 9 van 14
14
De beoordelingspunten op de woning zijn geprojecteerd op 1,5 m, 4,5 m en 7,5 m hoogte (en representeren het midden van de desbetreffende bouwlaag) boven maaiveld. Voor de situering van de gebouwen, bodemgebieden, wegen en beoordelingspunten wordt verwezen naar de figuren in bijlage 1.
3.3
Verkeersgegevens wegverkeer De etmaalintensiteiten voor het referentiejaar 2030 zijn namens de gemeente Hoeksche Waard door bureau Goudappel verstrekt en afkomstig uit het verkeersmodel voor Streijensas. Voor het prognosejaar 2031 is rekening gehouden met een autonome groei van het wegverkeer van 1%. De toename van de geluidbelasting door de autonome groei bedraagt 0,04 dB en is om programmatechnische reden verwerkt in de plafondcorrectieterm. De etmaalintensiteiten, de onderverdeling naar voertuigcategorieën en uurintensiteiten (gebaseerd op de verdelingen wijkweg (hoge Buitendijk) en buurtweg (overige wegen) conform tabel 4 uit het blad Geluid en omgeving, september 1988), de wegdekverharding en de toelaatbare rijsnelheid van de relevante wegen zijn samengevat weergegeven in tabel 3.1 en bijlage 2. Tabel 3.1: verkeersgegevens wegvak
Buitendijk (hoge)
wegdek
DAB
Buitendijk (lage)
DAB
Havenstraat
klinkers 2)
snelheid
etmaalintensiteit
[km/h]
[mvt/etmaal]
60
600
30
30
periode
uurintensiteit
1)
200
1.100
1)
Etmaalintensiteit (2030) ter hoogte van de woningen.
2)
Elementenverharding niet in keperverband.
onderverdeling per voertuigcategorie [%]
[%]
licht
middelzwaar
zwaar
dag
7.00
90.00
5.00
5.00
avond
2.40
86.00
8.00
6.00
nacht
0.80
86.00
8.00
6.00
dag
7.00
95.00
3.00
2.00
avond
2.70
97.00
2.00
1.00
nacht
0.65
97.00
2.00
1.00
dag
7.00
95.00
3.00
2.00
avond
2.70
97.00
2.00
1.00
nacht
0.65
97.00
2.00
1.00
Gezien de grote hoeveelheid invoergegevens zijn alleen de relevante invoergegevens van het akoestisch model weergegeven in bijlage 2. Voor de overige gegevens wordt verwezen naar het digitale model.
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 10 van 14
14
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1
Rekenresultaten en toetsing wegverkeerslawaai Met behulp van het berekeningsmodel is op de ontvangerpunten de geluidbelasting vanwege wegverkeer van de diverse wegen berekend. In afbeelding III t/m VI zijn de berekende geluidbelastingen weergegeven. De rekenresultaten per ontvangerpunt en -hoogte zijn weergegeven in bijlage 3. Afbeelding III: geluidbelasting ten gevolge van de (Hoge) Buitendijk, incl. aftrek conform art. 110g Wgh
Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting ten gevolge van de (hoge) Buitendijk ten hoogste 45 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh bedraagt. Deze geluidbelasting is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer. Afbeelding IV: geluidbelasting ten gevolge van alle 30 km/h wegen, incl. aftrek conform art. 110g Wgh
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 11 van 14
14
Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting ten gevolge van alle 30 km/h wegen ten hoogste 47 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh bedraagt. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. In afbeelding V is de gecumuleerde geluidbelasting, incl. aftrek artikel 110g Wgh, ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) weergegeven. Afbeelding V: gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh
Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen ten hoogste 47 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Conform het gemeentelijk beleid is de aanwezigheid van een geluidluwe gevel en buitenruimte een voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde om een acceptabele woon- en leefomgeving te garanderen. Uit de berekening blijkt dat de woningen alzijdig over geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte beschikken en aan het gemeentelijk geluidbeleid kan worden voldaan. In afbeelding VI is de gecumuleerde geluidbelasting, excl. aftrek artikel 110g Wgh, ten gevolge van alle wegen weergegeven ten bate van het bepalen van de gevelmaatregelen in het kader van het Bouwbesluit.
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 12 van 14
14
Afbeelding VI: gecum. geluidbelasting ten gevolge van alle wegen, excl. aftrek art. 110g Wgh (t.b.v. gevelmaatregelen)
De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevel conform het Bouwbesluit 2012 wordt bepaald door het verschil van de geluidbelasting (52 dB) en het toelaatbaar binnenniveau (33 dB) en bedraagt derhalve ten hoogste 19 dB. De minimum-eis van 20 dB uit het Bouwbesluit 2012 is derhalve maatgevend.
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 13 van 14
14
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van twee woningen aan de Buitendijk 28 te Streijensas. De woningen zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzone van de Buitendijk en de invloedssfeer van 30 km/h wegen. Doel van het onderzoek is om in het kader van de ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting op de woning ten gevolge van wegverkeerslawaai te bepalen en te toetsen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: ▪
De berekende geluidbelasting op de woningen ten gevolge van de Buitendijk ten hoogste 45 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt en niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai;
▪
De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle 30 km/h wegen ten hoogste 47 dB bedraagt , inclusief aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder;
▪
De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) ten hoogste 47 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt;
▪
De woningen beschikken alzijdig over geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte, zodat aan het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
5.1
Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai Voor de onderzochte woningen hoeft geen hogere waarden te worden vastgesteld.
5.2
Geluidwering van de gevel Voor verblijfsruimten in woningen met een geluidbelasting lager dan of gelijk aan 53 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh worden normaliter geen berekeningen uitgevoerd. Algemeen geldt dat zonder aanvullende geluidwerende voorzieningen en bij toepassing van gebruikelijke bouwconstructies/materialen (spouwmuren, standaard dubbel glas, enkele kierdichting, ventilatieroosters etc.) een minimale geluidwering van 20 dB wordt bereikt. Een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel is derhalve niet noodzakelijk.
datum
15 september 2021
kenmerk
R-JVO/1726 21.1570
pagina 14 van 14
Bijlage 1: Figuren akoestisch model en situatieschets (4 pagina’s)
R-JVO/1726 / 21.1570
3D overzicht akoestisch model
Bijlage 2: Invoergegevens akoestisch model (7 pagina’s)
R-JVO/1726 / 21.1570
Invoergegevens akoestisch model 211570
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Model: Groep:
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
Omschr.
ISO_H
ISO M.
Hdef.
Type
Cpl
Cpl_W
Helling
V(MR(D))
V(MR(A))
V(MR(N))
V(MR(P4))
V(LV(D))
V(LV(A))
V(LV(N))
V(LV(P4))
V(MV(D))
Buitendijk Buitendijk Buitendi30 Buitendi30 Buitendi30
Buitendijk (hoge) Buitendijk (hoge) Buitendijk (hoge), 30 km/h Buitendijk (lage), 30 km/h Buitendijk (lage), 30 km/h
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
5,00 -----
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0 0
W1 W1 W1 W1 W1
------
------
------
------
60 60 30 30 30
60 60 30 30 30
60 60 30 30 30
------
60 60 30 30 30
Havenstr30 Havenstr30 Havenstr30 Wilhelmi30
Havenstraat Havenstraat Havenstraat Wilhelminastraat
0,00 0,00 0,00 0,00
-----
Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0
W14 W1 W14 W14
-----
-----
-----
-----
30 30 30 30
30 30 30 30
30 30 30 30
-----
30 30 30 30
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
Wegdek
15-9-2021 12:34:20
Invoergegevens akoestisch model 211570
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Model: Groep:
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
V(MV(A))
V(MV(N))
V(MV(P4))
V(ZV(D))
V(ZV(A))
V(ZV(N))
V(ZV(P4))
Totaal aantal
%Int(D)
%Int(A)
%Int(N)
%Int(P4)
%MR(D)
%MR(A)
%MR(N)
%MR(P4)
%LV(D)
%LV(A)
%LV(N)
%LV(P4)
Buitendijk Buitendijk Buitendi30 Buitendi30 Buitendi30
60 60 30 30 30
60 60 30 30 30
------
60 60 30 30 30
60 60 30 30 30
60 60 30 30 30
------
600,00 600,00 600,00 200,00 200,00
7,00 7,00 7,00 7,00 7,00
2,40 2,40 2,40 2,70 2,70
0,80 0,80 0,80 0,65 0,65
------
------
------
------
------
90,00 90,00 90,00 95,00 95,00
86,00 86,00 86,00 97,00 97,00
86,00 86,00 86,00 97,00 97,00
------
Havenstr30 Havenstr30 Havenstr30 Wilhelmi30
30 30 30 30
30 30 30 30
-----
30 30 30 30
30 30 30 30
30 30 30 30
-----
1100,00 1100,00 1100,00 1100,00
7,00 7,00 7,00 7,00
2,70 2,70 2,70 2,70
0,65 0,65 0,65 0,65
-----
-----
-----
-----
-----
95,00 95,00 95,00 95,00
97,00 97,00 97,00 97,00
97,00 97,00 97,00 97,00
-----
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:34:20
Invoergegevens akoestisch model 211570
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Model: Groep:
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
%MV(D)
%MV(A)
%MV(N)
%MV(P4)
%ZV(D)
%ZV(A)
%ZV(N)
%ZV(P4)
MR(D)
MR(A)
MR(N)
MR(P4)
LV(D)
LV(A)
LV(N)
LV(P4)
MV(D)
MV(A)
MV(N)
MV(P4)
ZV(D)
ZV(A)
Buitendijk Buitendijk Buitendi30 Buitendi30 Buitendi30
5,00 5,00 5,00 3,00 3,00
8,00 8,00 8,00 2,00 2,00
8,00 8,00 8,00 2,00 2,00
------
5,00 5,00 5,00 2,00 2,00
6,00 6,00 6,00 1,00 1,00
6,00 6,00 6,00 1,00 1,00
------
------
------
------
------
37,80 37,80 37,80 13,30 13,30
12,38 12,38 12,38 5,24 5,24
4,13 4,13 4,13 1,26 1,26
------
2,10 2,10 2,10 0,42 0,42
1,15 1,15 1,15 0,11 0,11
0,38 0,38 0,38 0,03 0,03
------
2,10 2,10 2,10 0,28 0,28
0,86 0,86 0,86 0,05 0,05
Havenstr30 Havenstr30 Havenstr30 Wilhelmi30
3,00 3,00 3,00 3,00
2,00 2,00 2,00 2,00
2,00 2,00 2,00 2,00
-----
2,00 2,00 2,00 2,00
1,00 1,00 1,00 1,00
1,00 1,00 1,00 1,00
-----
-----
-----
-----
-----
73,15 73,15 73,15 73,15
28,81 28,81 28,81 28,81
6,94 6,94 6,94 6,94
-----
2,31 2,31 2,31 2,31
0,59 0,59 0,59 0,59
0,14 0,14 0,14 0,14
-----
1,54 1,54 1,54 1,54
0,30 0,30 0,30 0,30
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:34:20
Invoergegevens akoestisch model 211570 Model: Groep:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
ZV(N)
ZV(P4)
LE (D) 63
LE (D) 125
LE (D) 250
LE (D) 500
LE (D) 1k
LE (D) 2k
LE (D) 4k
LE (D) 8k
LE (A) 63
LE (A) 125
LE (A) 250
LE (A) 500
LE (A) 1k
LE (A) 2k
LE (A) 4k
LE (A) 8k
Buitendijk Buitendijk Buitendi30 Buitendi30 Buitendi30
0,29 0,29 0,29 0,01 0,01
------
72,85 72,85 73,61 67,20 67,20
80,90 80,90 78,80 71,77 71,77
87,15 87,15 88,30 80,75 80,75
92,85 92,85 88,59 82,44 82,44
98,45 98,45 93,06 87,45 87,45
94,89 94,89 90,51 84,62 84,62
88,11 88,11 84,14 78,10 78,10
78,38 78,38 79,47 72,13 72,13
68,89 68,89 69,90 62,20 62,20
77,13 77,13 75,19 66,33 66,33
83,54 83,54 84,99 74,72 74,72
88,77 88,77 84,48 77,68 77,68
93,99 93,99 88,81 82,97 82,97
90,48 90,48 86,44 79,98 79,98
83,73 83,73 80,10 73,38 73,38
74,33 74,33 75,99 66,38 66,38
Havenstr30 Havenstr30 Havenstr30 Wilhelmi30
0,07 0,07 0,07 0,07
-----
85,75 74,61 85,75 85,75
89,95 79,18 89,95 89,95
96,77 88,16 96,77 96,77
95,76 89,84 95,76 95,76
100,76 94,86 100,76 100,76
93,64 92,03 93,64 93,64
89,02 85,50 89,02 89,02
82,92 79,53 82,92 82,92
80,73 69,60 80,73 80,73
84,48 73,74 84,48 84,48
90,72 82,12 90,72 90,72
90,98 85,08 90,98 90,98
96,26 90,37 96,26 96,26
88,98 87,39 88,98 88,98
84,28 80,78 84,28 84,28
77,15 73,78 77,15 77,15
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:34:20
Invoergegevens akoestisch model 211570
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Model: Groep:
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
LE (N) 63
LE (N) 125
LE (N) 250
LE (N) 500
LE (N) 1k
LE (N) 2k
LE (N) 4k
LE (N) 8k
LE (P4) 63
LE (P4) 125
LE (P4) 250
LE (P4) 500
LE (P4) 1k
LE (P4) 2k
LE (P4) 4k
LE (P4) 8k
Buitendijk Buitendijk Buitendi30 Buitendi30 Buitendi30
64,12 64,12 65,13 56,01 56,01
72,36 72,36 70,42 60,15 60,15
78,77 78,77 80,22 68,53 68,53
84,00 84,00 79,71 71,49 71,49
89,22 89,22 84,04 76,79 76,79
85,71 85,71 81,66 73,80 73,80
78,96 78,96 75,33 67,19 67,19
69,55 69,55 71,21 60,19 60,19
------
------
------
------
------
------
------
------
Havenstr30 Havenstr30 Havenstr30 Wilhelmi30
74,54 63,42 74,54 74,54
78,30 67,55 78,30 78,30
84,54 75,94 84,54 84,54
84,80 78,90 84,80 84,80
90,08 84,19 90,08 90,08
82,80 81,20 82,80 82,80
78,10 74,60 78,10 78,10
70,97 67,60 70,97 70,97
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:34:20
Invoergegevens akoestisch model 211570 Model: Groep:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
Omschr.
Maaiveld
Hoogte A
Hoogte B
Hoogte C
Hoogte D
Hoogte E
Hoogte F
Gevel
01 02 03 04 05
ZWgevel NWgevel NOgevel ZOgevel ZWgevel
0,72 0,72 0,72 0,72 0,72
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
06 07 08
NWgevel NOgevel ZOgevel
0,72 0,72 0,72
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50
----
----
----
Ja Ja Ja
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:36:42
Invoergegevens akoestisch model 211570 Rapport: Model:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
Lijst van model eigenschappen wegverkeerslawaai 2031
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
wegverkeerslawaai 2031 Jan #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
Jan op 23-8-2021 Jan op 15-9-2021 Geomilieu V2020.2
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Zichthoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten --0,80 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:37:07
Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai (4 pagina’s)
R-JVO/1726 / 21.1570
Geluidbelasting Buitendijk (hoge), incl. aftrek art. 110g Wgh 211570 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2031 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Buitendijk Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
ZWgevel ZWgevel ZWgevel NWgevel NWgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
41,7 44,0 44,2 38,4 40,6
37,3 39,6 39,8 34,1 36,3
32,6 34,9 35,0 29,3 31,5
42,1 44,4 44,6 38,9 41,0
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
NWgevel NOgevel NOgevel NOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
40,8 29,7 29,4 18,9 38,0
36,5 25,3 25,0 14,6 33,6
31,7 20,6 20,2 9,8 28,8
41,2 30,1 29,8 19,3 38,4
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
ZOgevel ZOgevel ZWgevel ZWgevel ZWgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
40,2 40,4 41,6 43,9 44,0
35,8 36,1 37,2 39,5 39,7
31,1 31,3 32,5 34,7 34,9
40,6 40,8 42,0 44,3 44,4
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
NWgevel NWgevel NWgevel NOgevel NOgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
38,2 40,2 40,3 29,5 28,7
33,9 35,9 36,0 25,2 24,4
29,1 31,1 31,2 20,4 19,6
38,7 40,7 40,8 29,9 29,2
07_C 08_A 08_B 08_C
NOgevel ZOgevel ZOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
19,6 37,4 39,5 39,5
15,2 33,0 35,2 35,2
10,5 28,3 30,4 30,4
20,0 37,8 39,9 39,9
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:38:00
Geluidbelasting alle 30 km/h wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh 211570 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2031 LAeq totaalresultaten voor toetspunten 30 km/h wegen Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
ZWgevel ZWgevel ZWgevel NWgevel NWgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
40,3 40,4 39,9 41,5 43,0
35,6 35,7 35,2 36,7 38,2
29,4 29,6 29,1 30,5 32,0
40,1 40,2 39,7 41,2 42,7
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
NWgevel NOgevel NOgevel NOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
43,1 45,5 47,0 47,2 42,3
38,3 40,7 42,2 42,4 37,6
32,1 34,6 36,0 36,2 31,4
42,8 45,3 46,7 46,9 42,1
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
ZOgevel ZOgevel ZWgevel ZWgevel ZWgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
43,7 44,1 40,1 40,3 39,9
38,9 39,3 35,5 35,7 35,2
32,7 33,1 29,4 29,6 29,2
43,4 43,9 40,0 40,2 39,7
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
NWgevel NWgevel NWgevel NOgevel NOgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
42,0 43,4 43,8 45,4 47,1
37,2 38,6 39,0 40,6 42,3
31,1 32,4 32,8 34,5 36,1
41,8 43,1 43,5 45,2 46,8
07_C 08_A 08_B 08_C
NOgevel ZOgevel ZOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
47,3 41,1 43,5 44,0
42,5 36,4 38,8 39,3
36,3 30,2 32,6 33,2
47,0 40,9 43,3 43,8
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:39:11
Gecum. geluidbel.alle wegen, incl. 30 km/h wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh 211570 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2031 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
ZWgevel ZWgevel ZWgevel NWgevel NWgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
44,1 45,6 45,5 43,2 45,0
39,6 41,1 41,1 38,6 40,4
34,3 36,0 36,0 33,0 34,8
44,2 45,8 45,8 43,2 45,0
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
NWgevel NOgevel NOgevel NOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
45,1 45,7 47,1 47,2 43,7
40,5 40,9 42,2 42,4 39,0
34,9 34,7 36,1 36,2 33,3
45,1 45,4 46,8 46,9 43,6
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
ZOgevel ZOgevel ZWgevel ZWgevel ZWgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
45,3 45,7 44,0 45,5 45,4
40,7 41,0 39,5 41,0 41,0
35,0 35,3 34,2 35,9 35,9
45,3 45,6 44,1 45,7 45,7
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
NWgevel NWgevel NWgevel NOgevel NOgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
43,5 45,1 45,4 45,5 47,2
38,9 40,5 40,8 40,8 42,3
33,2 34,8 35,1 34,6 36,2
43,5 45,1 45,4 45,3 46,9
07_C 08_A 08_B 08_C
NOgevel ZOgevel ZOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
47,3 42,7 45,0 45,4
42,5 38,0 40,4 40,7
36,3 32,4 34,7 35,0
47,0 42,6 45,0 45,3
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:39:40
Gecum. geluidbel.alle wegen, incl. 30 km/h wegen, excl. aftrek art. 110g Wgh 211570 (t.b.v. gevelmaatregelen) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2031 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
ZWgevel ZWgevel ZWgevel NWgevel NWgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
49 51 51 48 50
45 46 46 44 45
39 41 41 38 40
49 51 51 48 50
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
NWgevel NOgevel NOgevel NOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
50 51 52 52 49
45 46 47 47 44
40 40 41 41 38
50 50 52 52 49
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
ZOgevel ZOgevel ZWgevel ZWgevel ZWgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
50 51 49 50 50
46 46 44 46 46
40 40 39 41 41
50 51 49 51 51
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
NWgevel NWgevel NWgevel NOgevel NOgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
49 50 50 51 52
44 45 46 46 47
38 40 40 40 41
48 50 50 50 52
07_C 08_A 08_B 08_C
NOgevel ZOgevel ZOgevel ZOgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
52 48 50 50
47 43 45 46
41 37 40 40
52 48 50 50
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek
15-9-2021 12:40:28
Onderbouwing externe veiligheid Buitendijk 28 Strijensas datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk 2e lezer/secr.
29 augustus 2022 Arnhem M.2020.1136.00.N001 RBO|HW
project betreft versie auteur contactpersoon e-mail/telefoon
Herontwikkeling Buitendijk 28 Strijensas Onderbouwing externe veiligheid 004 drs. E. (Elias) den Breejen drs. E. (Elias) den Breejen edb@dgmr.nl/088 346 78 22
Onderbouwing Externe Veiligheid Herontwikkeling Buitendijk 28 Strijensas 1. Inleiding Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. is betrokken bij de ontwikkeling van een locatie aan de Buitendijk 28 in Strijensas, gemeente Hoeksche Waard. Het plan is om een aantal bestaande schuren te verwijderen, de bestaande kavel in drieën te verdelen en op kavel 2 en op kavel 3 een nieuwe woning te realiseren. De bestaande woning en een bijbehorende schuur blijven bestaan op kavel 1. Figuur 1 geeft een impressie van het plan.
figuur 1: voorgenomen planindeling. De woning op kavel 1 betreft een bestaande woning, de woningen op kavels 2 en 3 zijn nieuw.
Het geldende bestemmingsplan Strijensas van 4 juli 2013 heeft de locatie als ‘agrarisch’ bestemd. Voor deze locatie is een wijzigingsbevoegdheid van toepassing, maar deze staat een toename van het aantal woningen niet toe. Om woningbouw op deze locatie toe te staan, moet voor deze locatie het bestemmingsplan worden gewijzigd.
Onderbouwing externe veiligheid Buitendijk 28 Strijensas
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. verzorgt de milieukundige onderzoeken voor deze planwijziging en heeft DGMR ingeschakeld voor het onderzoek externe veiligheid. In deze notitie beantwoorden wij de volgende vragen: 1. Welke externe risicobronnen liggen in de omgeving van de planlocatie en 2. Hoe kan de gemeente Hoeksche Waard, indien nodig, het groepsrisico als gevolg van deze risicobronnen verantwoorden?
2. Toetsingskader 2.1 Huidige wetgeving Externe veiligheid beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit met gevaarlijke stoffen als slachtoffer betrokken zijn bij een ongeval met die stoffen. Dit kan zowel een transportroute, buisleiding als een inrichting betreffen. De wetgeving voor externe veiligheid rondom inrichtingen staat beschreven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor transportroutes geldt analoog aan het Bevi het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid externe veiligheid is gericht op een verantwoorde situering van activiteiten waarbij ongevallen met effecten op de omgeving niet zijn uitgesloten. De mate van blootstelling is uitgedrukt in de kans op dodelijke effecten. Daarbij worden in het Bevi, Bevt en Bevb twee typen risico’s gehanteerd: plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). 2.1.1 Plaatsgebonden risico
k:\doc\m\2020\113600\m2020113600n001v4.docx 14-12-2021
Onder het plaatsgebonden risico (PR) wordt verstaan: de kans per jaar op het overlijden van één fictief persoon op een vaste locatie ten gevolge van een ongeval. Het PR met een bepaalde waarde kan rond een inrichting of een vervoersas als lijn op de kaart worden weergegeven, de zogenoemde risicocontour. Voor het plaatsgebonden risico bij zo’n contour geldt een grenswaarde: in een nieuwe situatie mag een kwetsbaar object, zoals de voorgenomen woningen, niet binnen de 10-6/jaar-contour liggen (10-6/jaar is een verkorte schrijfwijze voor eens per miljoen jaar, vandaar het jargon ‘10 min 6’ voor de kans 1/1.000.000 jaar). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt ook de waarde van 10 -6/jaar, maar dan met de status van richtwaarde. Binnen die contour kan met een nieuw object of een uitbreiding van de inrichting alleen worden ingestemd, als het bevoegd gezag met gewichtige redenen motiveert waarom een hogere waarde wordt toegestaan. 2.1.2 Groepsrisico
Het groepsrisico (GR) is gedefinieerd als de cumulatieve kans per jaar, dat een groep van tien of meer personen dodelijk slachtoffer is van een ongeval. Zowel de bronkant (inrichtingen met gevaarlijke stoffen of vervoer van gevaarlijke stoffen) als de blootgestelde kant (personen in de omgeving) bepalen de hoogte van het groepsrisico. Dit is één van de resultaten voor de rampenbestrijding, waarbij vastgesteld wordt of de voorgenomen activiteit nog wel past binnen de beschikbare operationele prestatie van hulpverleningsdiensten. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde, die het bevoegd gezag gebruikt bij de motivering van de groepsrisicohoogte. Als een bestemmingsplan of ander ruimtelijk besluit (deels) binnen het invloedgebied van een risicobron ligt, moet de gemeente bij vaststelling van het bestemmingsplan of ruimtelijk besluit het groepsrisico verantwoorden.
2
Onderbouwing externe veiligheid Buitendijk 28 Strijensas
Artikel 13 van het Bevi schrijft voor om bij een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een inrichting in te gaan op de volgende criteria: a de aanwezige en de op grond van dat besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied, b het groepsrisico van de inrichting c de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door degene die de risicovolle inrichting drijft, d de maatregelen die in het ruimtelijke besluit worden genomen, e voorgenomen voorschriften ten aanzien van de inrichting, f de voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico, g de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; h de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en i de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen als zich op de transportroute een ramp voordoet. De veiligheidsregio (VRZHZ) heeft adviesrecht ten aanzien van de criteria bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
k:\doc\m\2020\113600\m2020113600n001v4.docx 14-12-2021
Analoog aan het Bevi zijn in het Bevt de criteria opgesteld waarop moet worden ingegaan bij een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een transportroute. Omdat de planlocatie op meer dan 200 meter van de transportroutes ligt, is in dit geval op voorhand duidelijk dat de bijdrage aan het groepsrisico beperkt is en dat een beperkte verantwoording volstaat. Daarbij hoeft het bevoegd gezag voor het externe risico van de transportroutes alleen in te gaan op de criteria uit artikel 7 van het Bevt: a de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en b de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen als zich op de transportroute een ramp voordoet. De veiligheidsregio (VRZHZ) heeft adviesrecht ten aanzien van deze criteria. 2.2 Toekomstige wetgeving: Omgevingswet Waarschijnlijk treedt per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking. Deze wet is in vier AMvB’s uitgewerkt: 1 Omgevingsbesluit 2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 4 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Bij het beschouwen van externe veiligheid bij ruimtelijke plannen zijn het Bkl en het Bbl van toepassing: Het Bkl stelt vergelijkbare eisen als het huidige Bevi, Bevt en Bevb.
Dit betekent dat rekening moet worden gehouden met externe risicobronnen, waarbij plannen moeten voldoen aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en het bevoegd gezag rekening moet houden met de kans op 10 of meer slachtoffers (voorheen groepsrisico).
3
Onderbouwing externe veiligheid Buitendijk 28 Strijensas
Als hulpmiddel bij de verantwoording van het groepsrisico gelden straks drie typen aandachtsgebieden: • Brandaandachtsgebied: de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. • Explosieaandachtsgebied: de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: a een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m 2 is; of b een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. • Gifwolkaandachtsgebied: de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling. Het gifwolkaandachtsgebied is maximaal 1.500 meter.
k:\doc\m\2020\113600\m2020113600n001v4.docx 14-12-2021
Voor het explosieaandachtsgebied en het brandaandachtsgebied kan de gemeente een explosievoorschriftengebied en een brandvoorschriftengebied aanwijzen, waarin de aanvullende bouwkundige eisen gelden volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, opvolger Bouwbesluit). Een gemeente is niet verplicht een dergelijk voorschriftengebied vast te stellen. Zij kan gemotiveerd afwijken door een kleiner of geen voorschriftengebied aan te wijzen. Wanneer een voorschriftengebied van toepassing is, zijn de bijbehorende bouwkundige maatregelen verplicht. Het Bbl schrijft de bouwkundige maatregelen voor die gelden in een brandvoorschriftengebied en in een explosievoorschriftengebied. • Voor brandaandachtsgebieden zijn de maatregelen gericht op de beperking van brandoverslag door aanstraling en op vluchtmogelijkheden: ∙ een uitwendige scheidingsconstructie heeft een brandwerendheid van minstens 60 minuten; ∙ de aan de buitenlucht grenzende zijde voldoet aan brandklasse A2; ∙ het dak is bedekt met constructiematerialen die voldoen aan brandklasse A2; ∙ vluchtmogelijkheden van de bron af; ∙ bouwwerken dienen te voldoen aan een bepaalde sterkte in geval van brand. • Voor een explosieaandachtsgebied geldt artikel 4.96 Bbl. Dit betekent dat in een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing zodanig moet worden uitgevoerd, dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen.
Voor gifwolkaandachtsgebieden geldt geen voorschriftengebied en gelden dus ook geen specifieke voorschriften. Wel geldt, net als in het Bouwbesluit, het algemene voorschrift dat mechanische ventilatie moet kunnen worden uitgeschakeld.
3. Inventarisatie risicobronnen Figuur 2 toont de risicobronnen in de omgeving (1,5 km) van de planlocatie op basis van de risicokaart1. Deze risicobronnen betreffen: • Transport van gevaarlijke stoffen over het Hollands Diep ten zuiden van de planlocatie. • Hogedruk aardgasleidingen ten noorden en ten oosten van de planlocatie en • Bedrijven met propaantanks ten noordwesten van de planlocatie.
1
www.risicokaart.nl, d.d. 24 mei 2021.
4
Onderbouwing externe veiligheid Buitendijk 28 Strijensas
Buiten de kaart liggen op grotere afstand: • het bedrijventerrein Moerdijk (2,1 km) met daarop onder meer de risicobedrijven NTG Logistics B.V. (NTG, voorheen Gondrand Traffic B.V.), Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. (ATM) en Shell Nederland Chemie B.V. (Shell) en • de transportroutes A16 (3,6 km) en de spoorlijn Dordrecht – Lage Zwaluwe (4,1 km).
figuur 2: ligging van de risicobronnen rondom het plangebied (blauw): transport van geklasseerde stoffen over water (zwart en rood), de buisleidingen (rode stippellijnen) en bedrijven met propaantanks (rode stippen). Bron: risicokaart.nl van 24 mei 2021.
k:\doc\m\2020\113600\m2020113600n001v4.docx 14-12-2021
3.1.1 Transport over het Hollands Diep
De oever van het Hollands Diep ligt op 380 meter ten zuiden van de planlocatie; de vaarweg ligt op 520 meter van de planlocatie. Het Hollands Diep behoort tot het Basisnet water en maakt deel uit van het corridor Westerschelde – Rijn. Ten zuiden van de Sassenplaat ligt ook het corridor Rotterdam - Moerdijk. Over beide trajecten worden zowel brandbare als toxische gassen en vloeistoffen vervoerd. Voor het Basisnet water moet de 10-6 PR-contour boven het water liggen en wordt op de oever per definitie voldaan aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico. De vrijwaringszone geldt als plasbrandaandachtsgebied en is maximaal 50 meter vanaf de oever. De planlocatie ligt buiten deze zone, zodat de bouwkundige eisen die gelden voor plasbrandaandachtsgebieden niet van toepassing zijn. Voor vaarwegen is het groepsrisico laag en zijn doorgaans geen berekeningen nodig. Het invloedsgebied wordt bepaald door toxische gassen en is 1.070 meter vanaf de vaarweg. In dit geval is daarom een beperkte verantwoording nodig voor het transport over het corridor Westerschelde – Rijn. Voor het corridor Rotterdam – Moerdijk (zeevaartroute) is vanwege de grotere afstand tot het plangebied (meer dan 1.070 meter) geen verantwoording nodig.