Rustenburg Fase 2 Toelichting ontwerp
Tekst van het document
Verder maakt het CROW onderscheid tussen gemeenten in Nederland al naar gelang hun mate van stedelijkheid (van zeer sterk stedelijk tot niet stedelijk). Een grotere mate van verstedelijking geeft een geringere parkeerbehoefte. Puttershoek is volgens deze indeling te beschouwen als weinig stedelijk. In tabel 3 bij de beleidsregel zijn de diverse te hanteren parkeernormen opgenomen, die onderstaand zijn vertaald naar het beoogde woningbouwprogramma. Type woningen
Aantal
Norm
Totaal
Koop, huis, twee-onder-een-kap 14 2,2 Koop, huis, tussen/hoek 21 2 Koop, appartement, goedkoop 28 1,6 BEBO’s 21 1,6 Totaal 84* *De bestaande woning is hier buiten beschouwing gelaten.
30,8 42 44,8 33,6 151,2
In het plan zijn in totaal 153 parkeerplaatsen voorzien, waarvan 30 stuks op eigen terrein en 123 in de openbare ruimte (zowel parkeren langs de weg als parkeren in parkeerhoven). De onderverdeling is opgenomen in afbeelding 4.3.1. Op de kaart opgenomen in afbeelding 4.3.2 is de situering van de parkeerplaatsen opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
28
Afbeelding 4.3.1: overzicht parkeren (Ars Virens, 21 november 2022)
Afbeelding 4.3.2: situering parkeerplaatsen per woningtype (Ars Virens, 21 november 2022)
4.4
Luchtkwaliteit Bij de vaststelling van bestemmingsplannen moet vanuit het oogpunt van de gezondheid van de mens rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit. Als gevolg van de uitvoering van het
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
29
bestemmingsplan mogen de grenswaarden voor luchtkwaliteit, die zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, niet worden overschreden. Beoordeling luchtkwaliteit In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit bestemmingsplan maakt 85 nieuwe woningen mogelijk, die worden ontsloten door één ontsluitingsweg op de Groeneweg. Daardoor is het vaststellen van dit bestemmingsplan zonder meer aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt.
In de volgende afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2021 weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSL-monitoringstool 2020.
Afbeelding 4.1: overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 peiljaar 2021 (NSL-monitoringstool)
Uit de voorgaande afbeelding blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 20,4 µg/m3, 16,1 µg/m3 en 8,6 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6 waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
30
De trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. 4.5
Geluid Wegverkeerslawaai Onderzoekszone Langs wegen bevindt zich overeenkomstig artikel 74 Wgh aan weerszijden een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de grenswaarden van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wgh. Deze definities luiden: · stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; · buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen, welke worden aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Hierdoor is akoestisch onderzoek benodigd. De locatie is gelegen binnen de onderzoekszone langs de Rustenburgstraat en de Postweg. De zone van het buiten de bebouwde kom gelegen deel van de Postweg bedraagt 250 m langs de weg. Op grond van de Wgh loopt deze zone aan het eind van de weg door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone.
Om deze reden ligt het plan nog juist binnen de zone van de Postweg. Omdat deze weg niet druk bereden wordt, wordt in het onderzoek aangetoond dat de geluidsbelasting door het verkeer op deze weg geen geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is ook het verkeer op de in de nabijheid gelegen bestaande en nieuw aan te leggen 30 km-wegen in het onderzoek betrokken. Dit betreft de Biezengors, de Hofstede en de nieuw aan te leggen weg in dit plan. Berekeningen zijn uitgevoerd op grond van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Op basis van de software van Geomilieu is een rekenmodel ontwikkeld. Met dit rekenmodel zijn twee berekeningen uitgevoerd. Dit betreft een berekening op basis van de gevels uit het stedenbouwkundig plan. Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek, opgenomen in bijlage 3, blijkt dat het verkeer op alle onderzochte wegen een geluidsbelasting veroorzaakt die niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Door het verkeer op de route Rustenburgstraat/Blaaksedijk is de geluidsbelasting maximaal 47 dB en door het verkeer op de route Postweg/Groeneweg maximaal 33 dB. Alle genoemde geluidsbelastingen zijn inclusief de reductie ex artikel 110g Wgh. De hiervoor genoemde waarden zijn opgenomen in de bijlagen van het onderzoek.
Het aspect wegverkeerslawaai van de zoneplichtige wegen op grond van de Wgh veroorzaakt daarom geen belemmeringen.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
31
Het verkeer op de nieuw aan te leggen interne ontsluitingsweg (30 km-weg) veroorzaakt op één woning een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Dit betreft de eindgevel van het blok met bebo’s. Omdat de geluidsbelasting op de voor- en achtergevel lager is dan de voorkeursgrenswaarde, wordt dit aanvaardbaar geacht. Verder blijkt uit het onderzoek dat het extra verkeer van de woningen in fase 2 niet leidt tot een significante verslechtering van het woonen leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen in fase 1. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Industrielawaai De locatie is gelegen binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterreinen ‘Puttershoek’. Op grond van de Wgh is daarom akoestisch onderzoek uitgevoerd naar industrielawaai. In het geval nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals nieuwe woningen, worden geprojecteerd binnen een zone van een industrieterrein dan mag de geluidbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen.
Blijkt dat niet mogelijk te zijn of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Berekeningen in het kader van industrielawaai worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. Voor deze berekening zijn uitwisselbare onderdelen van het rekenmodel voor wegverkeerslawaai aangeleverd aan de Omgevingsdienst. Dit zijn de gebouwen en de bodemgebied binnen het bestemmingsplangebied en de toetspunten op de woningen in dit plan. Door de Omgevingsdienst zijn de resultaten teruggeleverd aan KuiperCompagnons, die de resultaten heeft verwerkt in het akoestisch rapport (bijlage 3). Onderzoeksresultaten Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat op sommige gevels de voorkeurgrenswaarde wordt overschreden door de (toekomstige) activiteiten op het industrieterrein Puttershoek. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 52 dB(A), zodat de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) niet wordt overschreden. Concrete maatregelen aan de (toekomstige) bedrijven op het industrieterrein zijn op dit moment niet mogelijk, omdat de berekende geluidbelasting vooral gebaseerd is op kengetallen voor de geluidemissie van toekomstige bedrijven.
Maatregelen in het overdrachtsgebied in de vorm van geluidsschermen zijn ook niet mogelijk, omdat het gaat om een groot industrieterrein met verspreid liggende bedrijven. Het is in deze situatie niet zinvol en doelmatig om maatregelen te treffen. Voor de woningen binnen de geluidzone moet daarom een hogere geluidwaarde worden vastgesteld. Bij het vaststellen van hogere waarden hanteert de gemeente het beleid dat de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel moet zijn. Dit is het geval als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Omdat alleen sprake is van een hogere geluidsbelasting door industrielawaai op een beperkt aantal beoordelingshoogten en gevels van de woningen, is sprake van een geluidsluwe zijde en een geluidsluwe buitenruimte. De woningen voldoen daarom aan het hogere waarden beleid, zodat een hogere waarde kan worden
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
32
vastgesteld. Voor de karakteristieke geluidwering van de woningen worden hoogstwaarschijnlijk geen extra eisen gesteld, omdat de hogere waarde voor industrielawaai beperkt is. Het bouwvlak in het bestemmingsplan laat toe dat de gevel maximaal 4 meter dichter bij het industrieterrein komt dan gepland volgens het verkavelingsplan. Gelet op de grote afstand tot het industrieterrein is het effect op de geluidbelasting van de gevel hiervan zeer klein. De afgeronde waarde op een geheel getal in dB(A) van de vast te stellen hogere waarde vangt de eventuele hogere geluidbelasting op. Conclusie Voor een aantal woningen binnen de geluidzone van het industrieterrein Puttershoek worden hogere geluidwaarden vastgesteld. Hiermee wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. Ook vanwege de geluidbelasting van de wegen in en om het plangebied wordt voldaan aan deze wet. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening blijkt uit het onderzoek dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.6
Bodem Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen worden bij voorkeur op schone grond gerealiseerd. Onderzoeksresultaten Om te onderzoeken of de bodem ter plaatse van het plangebied geschikt is voor de geplande herinrichting van het terrein zijn door IDDS twee onderzoeken uitgevoerd: een verkennend bodemonderzoek en een nader bodemonderzoek. De volledige rapporten zijn opgenomen in bijlage 3 en 4. De resultaten worden hierna beknopt toegelicht. Resultaten verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) aankoop van het terrein. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie aan de Rustenbrugstraat 10.
Bij een drietal meetpunten ter plaatse van de oprit is sterke verontreiniging met nikkel in de grond aangetroffen. Deze matige tot sterke verhogingen met nikkel geven formeel in het kader van de Wet bodembescherming aanleiding tot nader bodemonderzoek. Bij handhaving van het huidig gebruik worden geen risico’s voorzien. Onbekend is of op locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervan is sprake indien het gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof in minimaal 25 m3 grond de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Bij eventuele toekomstige ingrepen in het kader van
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
33
een omgevingsvergunning dient rekening te worden gehouden met aanvullend onderzoek om vast te kunnen stellen of sprake is van een geval ernstige bodemverontreiniging. Resultaten nader bodemonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten trekt IDDS de volgende conclusies: • De grond is gemiddeld licht verontreinigd met nikkel; • Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van bovenstaande bevindingen is de matige en sterke verontreiniging met nikkel door middel van aanvullende boringen afdoende in kaart gebracht. De matige en sterke verontreiniging met nikkel is bij het nader onderzoek niet opnieuw aangetoond. De sterke verontreiniging is slechts plaatselijk aangetoond en de overige metingen zijn hooguit licht. Binnen het te onderzoeken gebied is de grond gemiddeld matig verontreinigd met nikkel. Er is daarmee geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie voor woningbouw. 4.7
Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Met de nieuwe ontwikkeling worden nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Op basis van de risicokaart zijn er risicobronnen in de omgeving van de locatie aanwezig, te weten: • Hogedruk aardgastransportleiding W-507-01; • Vervoer gevaarlijke stoffen over de rivier de Oude Maas; • Vervoer gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Rotterdam – Dordrecht. De aardgastransportleiding W-507-01 bevindt zich nabij het plangebied. De locatie bevindt zich binnen het invloedsgebied van deze hogedruk aardgastransportleiding, waardoor een verantwoording gegeven dient te worden van het groepsrisico. Het groepsrisico dient berekend te worden met het computerprogramma CAROLA. Tevens dient voor de leiding een beschrijving te worden gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. Verder is langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water een verantwoordingsgebied aanwezig van 200 meter. Het invloedsgebied voor toxische stoffen is 4.000 voor vervoer over weg en spoor en 1070 meter voor vervoer over water. Het plangebied bevindt zich niet binnen het verantwoordingsgebied, maar wel binnen het invloedsgebied voor toxische stoffen voor de spoorlijn en de Oude Maas.
Er dient daarom een beschrijving te worden gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. Onderzoeksresultaten Door KuiperCompagnons is onderzoek naar het aspect externe veiligheid uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beknopt beschreven. Belemmeringsstrook Voor leidingen van 40 bar geldt dat er aan weerszijde van de gasleidingen een belemmeringenstrook is van 4 meter. Deze zone is gelegen in het plangebied, maar de geplande bebouwing en de tuinen van de woningen worden ruim buiten de belemmeringenstrook gerealiseerd. De belemmeringenstrook is aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
34
Plaatsgebonden risico Voor de gasleiding is het plaatsgebonden risico bepaald. Op afbeelding 4.7 zijn de PR 10-7en PR 10-8 contouren van het plaatsgebonden risico langs de gasleiding weergegeven. Het plangebied valt deels binnen deze contouren. De PR 10-6-contour is ter hoogte van het plangebied niet aanwezig.
Afbeelding 4.7: Plaatsgebonden risico voor gasleiding W-507-01 - blauwe contour = PR 10-7 en paarse contour = PR 10-8. Bron: Onderzoek externe veiligheid, bijlage 5
Groepsrisico In zowel de huidige als in de plansituatie wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico voor de aardgastransportleiding W-507-01 niet overschreden. Aangezien de maatgevende kilometer in zowel de huidige als de plansituatie niet ter hoogte van het plangebied is gelegen, vindt er geen toename plaats van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico, waardoor het groepsrisico geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Tevens is een beschrijving van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’ gegeven. De aanbeveling die voortkomen uit deze beschrijving worden hieronder beschreven. Aanbevelingen In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid. Voor de beschouwde risicobronnen gelden verschillende maatgevende ongeval scenario’s. In het geval van een fakkelbrandincident kan gevlucht worden, mits men zich niet binnen de 100% letaliteitscontour bevindt. Voor de verschillende ongevalsituaties is het mogelijk om de volgende maatregelen te treffen tot de voorbereiding van bestrijding van rampen binnen het plangebied: • in het stedenbouwkundig ontwerp rekening houden met de bereikbaarheid van hulpverleningsdiensten; • nooduitgangen van de bron af construeren;
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
35
• effectieve bluswatervoorziening; • E-Alert; • risicocommunicatie naar de bewoners; • afsluitbare mechanische ventilatiesystemen; Bij de uiteindelijke vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Gezien bovenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.8
Bedrijven en milieuzonering Bij de vaststelling van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met eventuele milieuhinder van bedrijfsactiviteiten. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor deze afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies wordt milieuzonering toegepast. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieuhinder. Voor elke bedrijfsactiviteit is de minimale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaats gevonden. Onderzoeksresultaten Gebiedstypering Bij het hanteren van de richtafstanden uit de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” wordt de kern Puttershoek als rustige woonwijk beschouwd en de woningen in het buitengebied als gemengd gebied. De uitbreiding Rustenburg kan ook getypeerd worden als rustige woonwijk. Onderzoek In de omgeving van het plangebied zijn diverse relevante inrichtingen gelegen (afbeelding 4.2 en tabel 4.1). Zoals te zien in tabel 4.1 worden de richtafstanden niet volledig in acht genomen.
De relevante inrichtingen worden daarom hierna beschouwd.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
36
Afbeelding 4.2: overzicht diverse relevante inrichtingen in de nabijheid van het plangebied
Adres
Functie
Richtafstand
Afstand tot woonfunctie
1
Postweg 5
Zonneweide
50 meter
ca. 88 meter
2
Reeweg / Het Weegje Bedrijventerrein cat. / Rustenburgstraat 3.1 t/m 5.1
500 meter
ca. 270 meter
3
Weverseinde 343
Kruiden- en specialiteitenfabriek
200 meter (Geur)
ca. 270 meter
4
Rustenburgstraat 3
Specialiteitenfabriek 1.000 meter Cosun Beet (Geur)
ca. 640 meter
5
Weverseinde / Nassaulaan / Rustenburgstraat 8
Agrarisch gebruik
10-20 meter
30 meter
Tabel 4.1: richtafstanden diverse relevante inrichtingen nabij het plangebied
Adressen 1 & 2: Zonneweide en bedrijventerrein Puttershoek In het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Puttershoek’ (vastgesteld op 8 november 2018), waarbinnen de zonneweide en het bedrijventerrein ten noorden van de Rustenburgstraat zijn gelegen, is geborgd dat zich geen onacceptabele effecten op de omgeving mogen voordoen. Voor het aspect geur zijn/worden effecten voorkomen door het hanteren van de richtafstanden uit de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”. Nieuwe functies moeten voldoen aan de richtafstanden ten opzichte van omliggende woningen, zodat hinder wordt voorkomen.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
37
Voor de zonneweide en de diverse bedrijven nabij het plangebied geldt dat er reeds woningen aanwezig zijn op kortere afstand van deze inrichtingen, namelijk ten noorden van de Rustenburgstraat. Deze woningen worden daarom redelijkerwijs als maatgevend beschouwd voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen. De bedrijvigheid wordt door de bestaande woningen reeds beperkt in de bedrijfsvoering. Om deze redenen bestaan er geen belemmeringen t.a.v. de zonneweide en het bedrijventerrein en is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Adressen 3 & 4: Kruiden- en specialiteitenfabrieken Aan het Weverseinde is de kruidenfabriek Euroma gevestigd. Tegenover deze locatie, aan de Rustenbrugstraat, is Cosun Beet Company aanwezig met een specialiteitenfabriek, silo’s en een distributiecentrum. Het elektriciteitsgebruik van de specialiteitenfabriek is volledig verduurzaamd met zonne-energie afkomstig van het Cosun Solar Park. De kruiden- en specialiteitenfabrieken aan de Weverseinde en de Rustenburgweg zijn al langere tijd aanwezig op de locatie en bestemd als ‘Bedrijf’. Ook hier geldt dat in de huidige situatie reeds diverse woonpercelen aanwezig zijn op een kortere afstand dan de nieuw beoogde woningen. De bedrijvigheid wordt door de bestaande woningen reeds beperkt in de bedrijfsvoering.
Om deze redenen bestaan er geen belemmeringen t.a.v.de kruiden- en specialiteitenfabrieken en is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Adres 5: Agrarisch gebied Direct grenzend aan het plangebied is een agrarisch perceel gelegen. Het betreft geen agrarische inrichting met dieren. De gronden zijn bovendien niet in gebruik voor gewassen waar rekening gehouden dient te worden met een spuitzone. Het is ook niet de verwachting dat hierin verandering komt. Hierdoor geldt geen grotere richtafstand voor deze agrarische gronden. Conclusie Woningbouw past in het kader van bedrijven en milieuzonering goed in de omgeving. Het realiseren van extra woningen in het plangebied zorgt niet voor een belemmering in de bedrijfsvoering van aanwezige bedrijven. Vice versa geldt dat aanwezige bedrijven geen onaanvaardbare hinder veroorzaken voor toekomstige gebruikers van de woningen. Het aspect Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.9
Water Waterbeheer en watertoets In een vroeg stadium van de planvorming moet overleg worden gevoerd met de waterbeheerder. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Hollandse Delta. Deze is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen met betrekking tot de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (zowel
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
38
kwalitatief als kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: • Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: • Nationaal Waterplan (NW) • Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) • Waterwet Provinciaal: • Provinciaal Waterplan • Provinciale omgevingsvisie • Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Waterschap Hollandse Delta – Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma (WBP) van Waterschap Hollandse Delta zijn de doelen beschreven die het waterschap tijdens de planperiode 2022-2027 wilt bereiken voor de primaire taken waterveiligheid, watersysteem, waterketen en wegen. De doelen voor deze planperiode zijn afgeleid uit de ambities voor de langere termijn (2050). Deze ambities worden, nog meer dan voorheen, beïnvloed door de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd, waar het waterschap voor staat. Het omgaan met de gevolgen van een veranderend klimaat én het tegengaan van verdere klimaatverandering springen hierbij het meest in het oog. Behalve de ambities voor de lange termijn en de doelen die het waterschap in 2027 bereikt wil hebben, gaat het Waterbeheerprogramma ook in op de strategie om te komen tot realisatie van deze doelen.
De doelen voor 2027 en de strategie vormen de basis voor de concreet uit te voeren maatregelen. De maatregelen zelf maken geen deel uit van dit Waterbeheerprogramma, maar worden elk jaar opnieuw in het kader van de reguliere planning- en controlcyclus bepaald. Huidige situatie Algemeen Het plangebied is gelegen aan de westkant van de kern Puttershoek en bestaat grotendeels uit grasland en een bestaand woonperceel. Aan de randen van het plangebied zijn watergangen gelegen. Bodem en grondwater De bodem bestaat ter plaatse uit klei. Er is sprake van grondwatertrap V. Dat wil zeggen de dat gemiddeld hoogste grondwaterstand minder dan 0,4 m beneden maaiveld ligt en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand meer dan 1,2 m beneden maaiveld ligt. Het maaiveld ligt op circa 1,45 m -NAP.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
39
Waterkwantiteit In het plangebied zijn enkele sloten aanwezig. Deze watergangen hebben op grond van de Keur van het Waterschap Hollandse Delta een beschermingszone. Deze zone is bedoeld om het watersysteem te kunnen controleren op beheer- en onderhoudsaspecten. Het plangebied valt onder het peilbesluit Moerkerken. Hier geldt een zomerpeil van 2,2 m -NAP en een winterpeil van 2,4 m -NAP. In de huidige situatie is geen verharding aanwezig, behalve de bestaande (en te behouden) woning aan de Rustenburgweg. De oppervlakte van open water omvat circa 1.282 m². Daarnaast is een woning aanwezig die als bestaande situatie in het bestemmingsplan is opgenomen. Veiligheid en waterkeringen De Rustenburgstraat is een secundaire waterkering. Het plangebied ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van deze waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op een drukriolering. Toekomstige situatie Algemeen Het plangebied wordt herontwikkeld ten behoeve van woningbouw. De watergangen rondom het plangebied blijven in stand, en worden uitgebreid. Waterkwantiteit Voor het berekenen van de toename van de verharding is een vergelijking gemaakt tussen de bestaande situatie, waarin het gebied vrijwel volledig onverhard is, en de toekomstige situatie.
In de toekomstige situatie is verharding aanwezig in de vorm van bebouwing, bestrating en gedeeltelijke verharding van woonpercelen. In afbeelding 4.3 is de waterbalans gepresenteerd, waarin de veranderingen van de oppervlaktes aan bebouwing, groen, water, halfverharding en verharding inzichtelijk worden gemaakt.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
40
Afbeelding 4.3: waterbalans, 8 september 2023
Uit de waterbalans blijkt dat de wateropgave 1.057 m2 water bedraagt. In het stedenbouwkundig plan is een toename van 1.060 m2 voorzien, door het uitbreiden van het oppervlaktewater in het gebied. Er wordt voorzien in de verbreding van diverse sloten. Hiermee voldoet het plan ruimschoots aan de door het waterschap gestelde normen. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Bij nieuwbouw is het verplicht een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: • hemelwater vasthouden voor benutting; • (in)filtratie van afstromend hemelwater; • afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; • afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
41
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Met de uitvoering van het bestemmingsplan worden op diverse plaatsen objecten in de keurzone geplaatst. Het gaat met name om een aantal bomen, die belangrijk zijn voor een goede landschappelijke inpassing van de nieuwe woningbouwontwikkeling.
Het gaat bijvoorbeeld om de bomenrijen langs de Biezengors en de Hofstede op de grens met Rustenburg fase 1. Bij de vergunningsaanvraag wordt nader afgewogen hoe het onderhoud van de watergangen zo goed mogelijk kan plaatsvinden en welke eisen om die reden worden gesteld aan de bomen en andere objecten in de keurzone.
Afbeelding 4.4: profieldoorsnede ter hoogte van Biezengors (links) en Hofstede (rechts).
Water en waterstaat in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan zijn de hoofdwatergangen voorzien van een afzonderlijke bestemming ‘Water’, waardoor deze gronden bestemd zijn voor waterafvoer en waterberging. In de praktijk is dit hoofdzakelijk oppervlaktewater, maar het kan ook het talud zijn van de watergang. Hiermee is er nog de nodige flexibiliteit inzake de uiteindelijke ligging van het water. Daarnaast is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren van voldoende oppervlaktewater/waterberging. Hiermee wordt geborgd dat het extra oppervlaktewater daadwerkelijk gerealiseerd wordt bij de bouw van de woningen en aanleg van de straten. Resultaat Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Water en waterstaatkundige functies worden als zodanig geborgd dan wel bestemd.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
42
4.10 Natuur en ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van soorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN. Soortenbescherming Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten start met een globaal onderzoek (quick scan), waarin gekeken wordt of er een reële kans is op het al dan niet voorkomen van beschermde soorten in of net buiten het plangebied. Indien blijkt dat die kans aanwezig is, zal een uitgebreid veldonderzoek moeten plaatsvinden op het moment dat er kans is op (negatieve) effecten op de mogelijk aanwezige beschermde soorten als gevolg van werkzaamheden die voortvloeien uit het plan. Als daarbij wordt aangetoond dat inderdaad beschermde soorten aanwezig zijn, zal een effectenstudie moeten worden gedaan. Indien daaruit blijkt dat er handelingen gaan plaatshebben die nadelige gevolgen hebben voor de aanwezige beschermde soorten, is mogelijk een ontheffing van de Wnb aan de orde.
Daarvoor moet in beeld worden gebracht hoe de voorgenomen werkzaamheden zodanig worden aangepast dat dergelijke gevolgen niet of in mindere mate zullen optreden. Onderzoeksresultaten soortenbescherming Op de onderzoekslocatie is bebouwing en groen aanwezig. Om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren dienen de aanwezige flora en fauna in beeld te worden gebracht. Ook worden de bestaande watergangen vergraven. Om die reden is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door NWCadvies. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Op basis van de resultaten van de quickscan is een veldonderzoek uitgevoerd naar vleermuizen en uilen. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 7. De resultaten uit de quickscan en het aanvullende onderzoek worden hieronder beschreven. Vleermuizen Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen niet met zekerheid uitgesloten worden. Het woonhuis is geschikt om door enkele vleermuizen gebruikt te worden als verblijfplaats. Echter zal deze woning (waarschijnlijk in de huidige staat) verkocht worden, waardoor aanvullend onderzoek op dit moment niet aan de orde is. Wanneer de woning gerenoveerd of gesloopt wordt of dat er andere werkzaamheden plaatsvinden is, aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden noodzakelijk.
Omdat de te slopen schuur mogelijk gebruikt kan worden als verblijfplaats door gewone grootoorvleermuizen is aanvullend vleermuisonderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol (2021) uitgevoerd. Dergelijk onderzoek moet bestaan uit vier vleermuisinventarisaties die in de periode half mei tot en met eind september uitgevoerd worden. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar namelijk een netwerk van verschillende verblijfplaatsen (i.e. kraamplaats, zomerverblijfplaats, paarverblijf, (massa) winterverblijfplaats). Het vleermuisprotocol stelt daarom dat vier inventarisatiemomenten nodig zijn om de functies, die de bebouwing mogelijk jaarrond voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. In
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
43
de kraam/zomerperiode (15 mei - 15 juli 2023) hebben twee inventarisaties plaatsgevonden, waarvan twee in de avond en één in de vroege ochtend. In de paarperiode (15 augustus – 1 oktober 2022) zijn de overige twee inventarisaties uitgevoerd vanaf zonsondergang. Tijdens elke inventarisatie zijn gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Deze vleermuizen zijn zowel overvliegend als foeragerend in het gebied waargenomen Daarnaast zijn op 15 september 2022 ruige dwergvleermuizen en op 19 juni 2023 een laatvlieger waargenomen binnen het plangebied. Tijdens de bezoeken zijn geen vleermuizen waargenomen die zijn in- of uitgevlogen in de bomen en de bebouwing binnen het plangebied. Dat betekent dat de voorgenomen plannen geen negatieve effecten voor vleermuizen in en rond het gebied veroorzaken. Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen binnen het plangebied. De plannen veroorzaken dus geen afname van verblijfplaatsen. Alleen de zorgplicht is van toepassing. Er zijn geen aanvullende verplichtingen of maatregelen noodzakelijk. Vogels met een vaste verblijfplaats Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied die mogelijk in gebruik zijn door soorten als de Buizerd of de Sperwer. Voor de nesten van de kraaiachtigen zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen dan de zorgplicht.
Er zijn wel verblijfmogelijkheden voor de Huismus en de Gierzwaluw onder de dakpannen van het woonhuis. Omdat er voor de woning nog geen plannen zijn is aanvullend onderzoek op dit moment nog niet aan de orde. Wanneer er plannen zijn om werkzaamheden aan het woonhuis uit te voeren dienen de mogelijke functies van het plangebied voor deze soorten eerst nader onderzocht te worden. Omdat de schuur in het plangebied geschikt is als vaste verblijfplaats voor de Kerkuil, zijn de mogelijke functies van het plangebied voor deze soort nader onderzocht. Voor de Kerkuil is middels drie avondbezoeken onderzocht of deze in of in de omgeving van het plangebied voorkomt. De bezoeken zijn in de periode 1 februari en 15 oktober uitgevoerd. Tussen het 1e en 3e bezoek heeft minimaal één maand ruimte gezeten. Er is gezocht naar braakballen en andere sporen, zoals veren en uitwerpselen en is navraag gedaan bij de bewoners van de woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Ook is, op basis van biotoopkenmerken, een inschatting gemaakt van de geschiktheid van delen van het plangebied als foerageergebied. Tijdens de bezoeken voor vogels met vaste verblijfplaatsen zijn geen uilen waargenomen binnen en rond het plangebied. Ook in de rondvraag in de buurt zijn geen meldingen geweest van uilensoorten.
Daarom worden er geen nadelige gevolgen verwacht door de beoogde plannen binnen het plangebied voor de Kerkuil. De zorgplicht is van toepassing. Aanvullende verplichtingen of maatregelen zijn niet aan de orde. Algemene broedvogels Binnen het plangebied zijn veel waarnemingen gedaan van algemene broedvogels. Deze vogels zijn beschermd tijdens het broedseizoen wanneer deze een nest met eieren en/of jongen hebben. Dit geldt ook voor het bezette Eksternest in de Italiaanse populier. Het is aan te bevelen om de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden om verstoring en vernietiging van nesten te voorkomen. Wanneer er toch in het broedseizoen gewerkt wordt dient er vooraf door een deskundige een broedvogelcheck uitgevoerd te worden voordat het plangebied wordt
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
44
vrijgegeven. De bomen in de bomenrij parallel aan de Hofstede zijn aan het einde van hun levensduur. Wanneer deze bomen vervangen worden is het aan te bevelen deze bomen te vervangen voor langzaam groeiende inheemse soorten. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is geschikt als verblijfplaats en schuilmogelijkheid voor de Steenmarter. Echter bevindt deze soort zich te ver van het plangebied af om hier voor te kunnen komen. Hierdoor zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen ten aanzien van grondgebonden zoogdieren. Overige algemene soorten Voor de vlindersoorten en de aquatische fauna geldt enkel de zorgplicht. Wanneer de watergang gedempt wordt dient de aquatische fauna overgezet te worden naar een watergang die wel behouden blijft. De algemene natuurwaarde van het plangebied, op de geploegde akker na, is vrij hoog. Er is een relatief grote biodiversiteit aanwezig binnen het gebied. Het is aan te bevelen om de woonwijk natuurinclusief te bouwen waardoor er ook in de nieuwbouwwijk een hoge biodiversiteit gerealiseerd kan worden. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Conclusie soortenbescherming Er is geen reden om aan te nemen dat nadelige gevolgen optreden voor beschermde soorten. Mitigerende maatregelen en/of een ontheffing van verbodsbepalingen zijn niet aan de orde.
Er wordt rekening gehouden met het broedseizoen van diverse soorten en de zorgplicht wordt in acht genomen. Aanbevelingen hiervoor staan in paragraaf 6.3 en 6.4 van bijlage 7. Gebiedsbescherming Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de gebieden Oude Maas (circa 1,5 km afstand) en Oudeland van Strijen (circa 3 km afstand) geldt dat binnen deze gebieden geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, zodat het onderzoek geen betrekking heeft op dit natuurgebied. Vanwege deze afstand en de aard van de werkzaamheden worden ook geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Het plangebied bevindt zich niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Biesbosch op circa 10 km afstand en Krammer-Volkerak op circa 16,5 km afstand. Voor de aanleg en het gebruik van de realisatie van de woningen is de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase beschouwd. Voor de beoogde ontwikkeling is door KuiperCompagnons een stikstofonderzoek uitgevoerd. De notitie inclusief berekeningen is opgenomen in bijlage 9.
Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
45
de bouw en het gebruik van maximaal 90 woningen, uitgaande van de verkeersinschatting uit paragraaf 4.3. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan. 4.11 Archeologie Erfgoedwet De Erfgoedwet (1 juli 2016) bundelt de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2024. Het gaat daarbij om de volgende zaken: • Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; • Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; • Bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Onderzoeksresultaten Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10. De resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Het plangebied had op basis van het bureauonderzoek een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde voor archeologische waarden uit het Vroeg- en Midden-Neolithicum op de afzettingen van de Puttershoekse of Zwijndrechtse stroomgordel; een middelhoge archeologische verwachtingswaarde voor de IJzertijd en de Romeinse tijd in de basis van het afdekkende mariene pakket; en een lage archeologische verwachtingswaarde voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Op basis van het booronderzoek kunnen in de ondergrond van het plangebied afzettingen van de Zwijdrechtse stroomgordel worden verwacht en in de bovengrond geulafzettingen van de Puttershoekse stroomrug. Het pakket geulafzettingen in de bovengrond bevindt zich op ongeveer 1 m onder het maaiveld en zal derhalve verstoord kunnen worden door de geplande graafwerkzaamheden. Rekening houdend met een beschermende buffer van 30 cm tussen het globale niveau van de ingreep en het archeologisch niveau, wordt voor het deel van het plangebied (ca.
1,3 ha) waar de geulafzettingen zijn aangetroffen bij ingrepen dieper dan 70 cm -mv de uitvoering van een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) noodzakelijk geacht. In het bestemmingsplan is voor deze zone een dubbelbestemming opgenomen, waardoor bouwen in die zone niet zo maar mogelijk is.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
46
Afbeelding 4.5: gebied waar eerst een proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd.
De werkwijze van het archeologisch vervolgonderzoek dient vastgelegd te worden in een Programma van Eisen (PvE), dat goedgekeurd moet worden door de gemeente. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden beslist op welke wijze bebouwing mogelijk is zonder eventuele archeologische waarden op onaanvaardbare wijze te schaden. In de overige delen van het plangebied wordt op dit moment geen noodzaak gezien voor nader archeologisch onderzoek. Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, kan het zijn dat naar aanleiding van de onverwachte vondst nader onderzoek toch wenselijk is. Daarom geldt de algemene wettelijke verplichting om van een toevalsvondst zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Hoeksche Waard, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Conclusie Voor een goede afweging met betrekking tot het behoud van archeologische waarden is nader onderzoek noodzakelijk. Het bestemmingsplan waarborgt dat niet gebouwd kan worden, voordat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn. 4.12 Cultuurhistorie Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) vastgesteld.
Inzet van de provincie is er op gericht het cultureel erfgoed te beschermen en versterken. De CHS is daarom opgenomen in de streekplannen en in de Nota Regels voor Ruimte. De CHS vormt de basis voor toetsing van en advisering over bestemmings- en bouwplannen van gemeenten en erfgoedaspecten. Voorliggend plangebied heeft geen cultuurhistorische waarden.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
47
4.13 Niet gesprongen explosieven Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens mondiale, militaire inschatting is van al het explosieve materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is ingezet, verschoten of afgeworpen, tussen de zeven en vijftien procent om verschillende redenen niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Om spontane vondsten en eventuele daaruit voortvloeiende ongewilde gebeurtenissen te voorkomen, kan preventief een opsporingsproces in gang gezet worden. Deze opsporingswerkzaamheden mogen op grond van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) enkel uitgevoerd worden door de Explosieven Opruimings Dienst (EOD) en bedrijven die in het bezit zijn van een certificaat voor het opsporen van conventionele explosieven (CE). Een eerste stap in het opsporingsproces wordt doorgaans gevormd door een (historisch) vooronderzoek waarin beoordeeld wordt of een onderzoekgebied feitelijk verdacht is op de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven. Onderzoeksresultaten Door Saricon is een vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (hierna: CE) in het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10.
Op basis van het vooronderzoek kan gesteld worden dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Het onderzoeksgebied is onverdacht. Er zijn geen indicaties dat er mogelijk onontplofte oorlogsresten aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied of in de directe nabijheid daarvan. Het onderzoeksgebied is weliswaar getroffen bij een luchtaanval in februari 1945, maar deze luchtaanval is als ‘niet relevant’ gekwalificeerd omdat de bommen tot ontploffing zijn gekomen. In onverdacht gebied kunnen werkzaamheden plaatsvinden zonder verdere maatregelen. Mochten bij werkzaamheden in onverdacht gebied toch onvoorzien ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen, dan is het zaak dat een werkprotocol in werking wordt gesteld om het risico tot een minimum te beperken. De politie moet worden gewaarschuwd, die indien noodzakelijk de EOD van een eventuele vondst in kennis kan stellen.
4.14 Overige aspecten Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In het plangebied of de directe omgeving zijn geen planologisch relevante leidingen zoals rioolpersleidingen of waterleidingen gelegen. De aardgastransportleiding is behandeld in de paragraaf externe veiligheid. Er zijn geen hoogspanningslijnen of straalpaden in de omgeving van
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
48
het plan. Er wordt daarom geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering oplevert voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
49
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan voorziet in een planologisch-juridische regeling ten behoeve van de realisatie van woningbouw. Het plan voorziet in een divers woningbouwprogramma voor verschillende doelgroepen. De ontwikkeling is in overeenstemming met het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente. Het plan sluit aan op de groen-dorpse structuur van de kern Puttershoek en draagt bij aan beantwoording van de woningbouwbehoefte in de regio. Aan een ieder wordt de mogelijkheid geboden een zienswijze in te dienen gedurende de bestemmingsplanprocedure (zie voorts hoofdstuk 6). Met de omwonenden – primair met de bewoners van de Biezengors 52-74 – wordt overlegd over de invulling van het groen parallel aan de Biezengors. Binnen redelijke kaders kunnen de ontwikkelaar, de gemeente en de bewoners gezamenlijk bepalen hoe de groeninrichting wordt vorm gegeven. Daarbij moet rekening gehouden worden met de gasleiding. De Gasunie stelt eisen aan de inrichting van de gronden boven de ondergrondse gasleiding in verband met de veiligheid en bereikbaarheid.
5.2
Economische uitvoerbaarheid Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Gelet op het voorgaande wordt in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd. Daarmee wordt het voorliggende initiatief financieel uitvoerbaar geacht.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
50
6
Procedure
6.1
Voorbereidingsfase Inspraak en overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op grond van artikel 3.1.1 Bro wordt het concept-ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan diverse overleginstanties in het kader van het vooroverleg. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het definitieve ontwerpbestemmingsplan. Na afronding van de voorbereidingsfase wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart.
6.2
Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook worden de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties toegezonden (artikel 3:13 Awb) en is aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving).
6.3
Vaststelling Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
51
7
Juridische plantoelichting
7.1
Verantwoording planvorm De planmethodiek is afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen van de RO standaarden 2012. Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd. Verbeelding De analoge verbeelding is getekend op schaal 1:1000 (A2). Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.
7.2
Opbouw regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (INLEIDENDE REGELS) Bestemmingsregels (BESTEMMINGSREGELS) Algemene regels (ALGEMENE REGELS) Overgangs- en slotregels (OVERGANGS- EN SLOTREGELS) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen.
7.3
De bestemmingen In het bestemmingsplan zijn verschillende bestemmingen gegeven aan het plangebied. Hieronder wordt ingegaan op de inhoud van deze bestemmingen. Uitgangspunt is het legale gebruik van de bestemmingen. Groen De grotere structurele groenstroken zijn bestemd als Groen. Het gaat hier om de grotere groenplekken binnen de buurt. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Verder is er rekening gehouden met ondergrondse bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen. Tevens zijn speelvoorzieningen, voet- en fietspaden binnen de bestemming Groen opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – calamiteitenroute’ zijn de gronden eveneens bestemd voor een calamiteitenroute. Tuin Voor het groen gelegen voor de bestaande woning en aan de westkant van de rij levensloopbestendige woningen is de bestemming ‘Tuin’ opgenomen. Binnen deze bestemming
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
52
zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een maximale bouwhoogte van de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 m. Verder zijn gebouwen in de vorm van erkers bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende gronden gelegen woningen toegestaan, onder enkele voorwaarden. Verkeer - Verblijfsgebied De ontsluitingen van het plangebied hebben de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' gekregen. Deze bestemming is gericht op het verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Verder vallen binnen deze bestemming de openbare ruimten en de groenvoorzieningen die niet worden gerekend tot het structurele groen van het woongebied. Water De bestaande en nieuwe watergangen krijgen de bestemming Water. Binnen deze bestemming zijn de gronden primair bedoeld voor wateraanvoer, waterafvoer en waterberging. Ook het realiseren van duikers, dammen, bruggen en oeverbeschoeiingen is mogelijk. Waar nodig kunnen ook gronden binnen de bestemming ‘Groen’ worden gebruikt voor (taluds van) watergangen. Wonen De bestemming "Wonen" is de primaire bestemming in het gebied, en maakt de nieuwe woningen mogelijk. De contouren uit het stedenbouwkundig plan zijn overgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. De woningen mogen uitsluitend binnen de opgenomen bouwvlakken worden gebouwd.
Zowel vrijstaande als (twee-)aaneengebouwde en beneden-bovenwoningen zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ mogen ook gestapelde woningen worden gebouwd. Het maximum aantal wooneenheden bedraagt 85. Voor grondgebonden woningen geldt dat de maximale goot- en/of bouwhoogte per bouwvlak is aangegeven. Voor gestapelde woningen (appartementen) geldt een bouwhoogte van maximaal 16 meter. Verder geldt de verplichting dat voldoende oppervlaktewater wordt gerealiseerd bij de bouw van de woningen. Leiding – Gas Voor de gasleiding in het plangebied is deze dubbelbestemming opgenomen. Deze dubbelbestemming heeft tot doel een veilig en bedrijfszeker gastransport te waarborgen. De gasleiding heeft een belemmerde strook van 4 meter aan weerszijden vanuit het hart van de leiding. In totaal gaat het om een belemmeringsstrook van 8 meter. Binnen deze strook is het uitvoeren van werken aan een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden gekoppeld. Indien er op basis van de onderliggende bestemming gebouwd mag worden, is tevens een afwijking vereist op basis van een advies van de leidingbeheerder. Waarde – Archeologie De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is opgenomen ter bescherming van de mogelijke archeologische waarden ter plaatse van de geulafzettingen van de Puttershoekse stroomrug.
Indien de werkzaamheden meer dan 100 m2 oppervlak bedragen en dieper dan 0,7 meter onder het maaiveld plaatsvinden, is aanvullend onderzoek nodig.
Bestemmingsplan ‘Rustenburg Fase 2 Puttershoek’ Ontwerp, d.d. 5 december 2023
53
7.4
Algemene regels In de algemene bouwregels is opgenomen dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Binnen het plangebied is gedeeltelijk de aanduiding ’geluidzone – industrie’ van toepassing. Hiermee wordt de geluidsruimte rondom het industrieterrein Puttershoek beschermd en in stand gehouden. Op de buitengrens van de zone geldt een maximale geluidsbelasting van 50 dB(A). Voor woningen binnen de zone geldt een hogere waarde. Daarnaast zijn er algemene afwijkingsregels opgenomen die in voorkomende gevallen flexibiliteit bieden. Ook is er een koppeling opgenomen tussen de regels en het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan. Het doel is dat bij de ontwikkeling van Rustenburg fase 2 uitvoering gegeven wordt aan de afgesproken ruimtelijke kwaliteit.