Rustenburg Fase 2 Bijlagen bij de toelichting ontwerp
Tekst van het document
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 11
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 11
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 12
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 12
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ............................................................................... 13
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 15 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 15
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 15
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 17
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 18
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 20
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 21
3.7
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 22
3.8
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 23
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 24
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 2 van 24
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2 2.3
Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Rapportage Bodemloket Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2 4.3
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaat asbest grond Certificaat grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 3 van 24
INLEIDING In opdracht van Van Wijnen Projectontwikkeling West B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Rustenburgstraat 10 te Puttershoek (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: IDDS Projectenkaart)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) aankoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. De werkzaamheden zijn aangenomen door IDDS B.V. Een deel van de werkzaamheden zijn uitgevoerd door Ground Research, gevestigd te Dordrecht, die voor de betreffende werkzaamheden erkend zijn. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 4 van 24
Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.
Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 5 van 24
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 6 van 24
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Rustenburgstraat 10
Postcode / Plaats
3297 LG Puttershoek
Gemeente
Hoeksche Waard
Provincie
Zuid-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
95.574
Y
424.595
Hoogte maaiveld
Z
Circa 1,4 -NAP
Kadastraal
Gemeente
Puttershoek
Gemeentecode
PTH01
Sectie
D
Nummer
1547
Totaal
Circa 25.000 m2
Bebouwd
266 m2
Oppervlaktes (m²)
Verharding
-
Belendingen
Alle richtingen
Rondom de locatie is sprake van een nieuwbouwwijk met tuin. De locatie wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Rustenburgstraat.
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
#1 / #2
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Informatie verstreken door de opdrachtgever #2: IDDS Projectenkaart
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 7 van 24
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking
Bronnen
Voormalig gebruik
Het gebied is van oudsher in gebruik als landbouwgebied met woning/schuur. De bebouwing is rond 1919 gerealiseerd. Centraal heeft op de onderzoekslocatie van de Rustenburgerstraat richting de Biezengors een watergang gelegen. De watergang is eind jaren ’60 gedempt. Onbekend is met welk materiaal de desbetreffende watergang is gedempt.
Potentiële bronnen
Vanwege het voormalige gebruik zijn mogelijk bestrijdingsmiddelen (OCB) gebruikt dan wel opgeslagen. Voorts is er op de locatie een gedempte watergang aanwezig. De hoedanigheid van kwaliteit van het gebruikte dempingmateriaal is onbekend.
Huidig gebruik
Op dit moment heeft de onderzoekslocatie nog altijd hetzelfde gebruik. Het achter perceel is in gebruik voor tarwe. In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Potentiële bronnen Toekomstig gebruik
Bouw van woningen met tuinen, concrete plannen zijn onbekend.
#1 / #2
-
Conclusie De potentiële bronnen van bodemverontreiniging betreft: -
het voormalige gebruik als agrarische functie waar mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt dan wel opgeslagen; de gedempte watergang.
#1: Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Topotijdreis.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 8 van 24
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Industrie
Bodemkwaliteitszone
Niet vastgesteld
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Niet vastgesteld
PFAS
De onderzoekslocatie is gelegen nabij de Chemoursfabriek te Dordrecht. Vanwege atmosferische depositie kunnen verhoogde gehalten PFOA in de grond en grondwater voorkomen.
#2 / #3
De onderzoekslocatie ligt binnen zone 0 en onderzoek naar PFOA is niet nodig behoudens grondverzet zal gaan plaatsvinden. Derhalve is dit niet opgenomen in onderhavig onderzoek. Conclusie Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Volgens de interactieve bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is voor de onderzoekslocatie geen verwachte bodemkwaliteit vastgesteld. Aan de hand van aangrenzende percelen voldoet de bodemkwaliteit naar verwachting aan klasse wonen (licht verontreinigd). #1: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Grondverzetviewer Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid’ #3: Herziene handreiking toepassing van PFOA houdend grond Zuid-Holland Zuid, d.d. 13-06-2018
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 9 van 24
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking Bodemopbouw (lokaal) Grondwater (lokaal)
Bronnen 0,0 - 1,5 m-mv
Klei
1,5 - 3,0 m-mv
Veen
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,0 m-mv
#1
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend.. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Doordat de grondwaterstand door middel van de slootpeilen op een vast peil wordt gereguleerd, is er nauwelijks sprake van een horizontale stromingsrichting van het grondwater. Een (tijdelijke) optredende horizontale stromingsrichting wordt veroorzaakt door regenoverschot en zal naar de omliggende sloten gericht zijn.
Bodemvreemde lagen
De reeds genoemde gedempte watergang. Op de locatie zijn geen opgehoogde terreindelen aanwezig.
Conclusie Vanwege de gedempte watergang kunnen bodemvreemde lagen aanwezig zijn. #1: DINOloket / Archief IDDS
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 10 van 24
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl #2: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2)
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1a: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Een omgevingsrapportage is bij Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid opgevraagd. Bekend is dat in het verleden een enkel bodemonderzoek is uitgevoerd:
#1 / #2
Verkennend bodemonderzoek, Lexmond, d.d. 01-05-1995 De bodem is licht verontreinigd. Onbekend is met welke parameters. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in de omgevingsrapportage van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zie bijlage 2. Van de meest recente onderzoeken is beknopt een overzicht opgenomen.
#1 / #2
Rustenburgstraat (naastgelegen perceel, zuid) Puttershoek Aanvullend bodemonderzoek, Arnicon, C19-238-O1 Aanleiding: plannen voor nieuwbouw op de onderzoekslocatie en een aanvulling op het onderzoek van 07-06-2019 Conclusie: de grond is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftlaan. In geen van de grond of grondwatermonsters wordt ter plaatse van de in 2011 aangetroffen minerale olieverontreiniging de interventiewaarde overschreden. Er is geen sprake van ernstige bodemverontreiniging. Aanvullend bodemonderzoek, Arnicon, C19-238-O, d.d. 07-06-2019 Aanleiding: plannen voor nieuwbouw op de onderzoekslocatie Conclusie: de grond is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftlaan
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 11 van 24
TABEL 2.7.1b: Bodemverontreiniging Actualiseren en nader bodemonderzoek, DS milieu consult b.v., 18.11.181, d.d. 31-012-2018 Aanleiding: vanwege historisch gebruik is onderzoek Conclusie: de bovengrond is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK, PCB’s en OCB’s. De ondergrondmonsters zijn niet onderzocht. Er is geen asbest aangetoond. Verkennend bodemonderzoek, IDDS, 1102C886/DBI/rap1, d.d. 2403-2011 Aanleiding: bestemmingsplanwijziging en daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning Conclusie: de boven- en ondergrond zijn licht verontreinigd met enkele zware metalen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium, molybdeen en matig verontreinigd met koper. Weverseinde 341-349 (naastgelegen perceel, noord) Puttershoek Diverse onderzoeken zijn uitgevoerd op locatie. De locatie maakt onderdeel uit van Suiker Unie. De fabriek ligt circa 300 meter van onderhavige onderzoekslocatie af en derhalve zijn de uitgevoerde onderzoeken niet opgenomen. Niet verwacht wordt dat de activiteiten invloed hebben gehad op onderhavig perceel. Conclusie In het verleden is in 1995 een bodemonderzoek uitgevoerd. De grond en het grondwater waren licht verontreinigd. Op basis van naastgelegen percelen zijn tevens lichte verontreinigingen aangetroffen met enkele zware metalen en OCB’s.
Onbekend is in hoeverre op de locatie of een deel daarvan een (geval van ernstige) bodemverontreiniging is te verwachten. #1: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Archief IDDS
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 13 april 2021 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. 2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 12 van 24
TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 13 van 24
TABEL 2.10.1 Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein behoudens de ondergenoemde aandachtgebieden
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem lichte verontreiniging verwacht.
Hypothese
Onverdacht Als aandacht parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, OCB
Opmerking
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van bijmengingen met puin. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Aandachtgebieden Locatie
Voormalige watergang
Conclusie Hypothese
Er is in het verleden een watergang gedempt. Onbekend is waarmee de watergang destijds is gedempt en wat de milieuhygiënische kwaliteit van het dempingsmateriaal is geweest. Verdacht
Opmerking
Het is de vraag in hoeverre resten van de voormalige watergang nog zijn terug te vinden.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 14 van 24
VERKENNEND BODEMONDERZOEK 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Deellocatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein
NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-GR-NL). De bovengrond is aanvullend geanalyseerd op OCB.
Gedempte watergang
NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Het onderzoek ter plaatse van de gedempte watergang heeft als doel om na te gaan in hoeverre de demping visueel nog is terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, sliben rietresten). De watergang wordt doormiddel van een raai aan boringen uitgevoerd haaks op de demping. Indien een afwijkende bodemopbouw (slib, rietresten e.d.) wordt waargenomen die duidt op een voormalige watergang, dan wordt aanvullend een peilbuis geplaatst om de demping nader in kaart te brengen. De chemische kwaliteit van de bodem zal alleen worden onderzocht indien de voormalige watergang wordt aangetroffen.
Opmerking
3.2
Naar aanleiding van de aangetroffen matige en sterke verhoging met zink en nikkel in een mengmonster is een uitsplitsing uitgevoerd en zijn de individuele monsters separaat geanalyseerd op de verhoogde parameters. Dit ten einde de mate en plaats van voorkomen te bepalen.
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 14-04-2021 – monstername grond 21-04-2021 – monstername grondwater Uitvoerende partij
Ground Research
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
Onderzoeksaspect
Meetpunten
Gehele terrein
Gedempte watergang
Codering
Bijzonderheden
19 1 4 4
09 t/m 11, 13 t/m 28 12#1 05, 06, 07#1, 08 01#1, 02, 03, 04
-
3
29, 31, 32
Raai
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
Peilbuis
0,5 0,8 2,0 2,3
Boring
1,5
Peilbuis 2,3 1 30 #1: de eerste 30 cm betreft een asbest inspectie gat (afmeting: 0,3 x 0,3)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 15 van 24
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond bestaat overwegend uit zwak silitig klei. De bovengrond van de boringen 01, 07 en 12 geplaatst in de oprit bestaat uit matig fijn zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,3 m-mv uit zwak siltige klei tot matig zandige klei en in de diepere ondergrond zwak zandig veen.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
-
In de bovengrond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft bijmengingen met sporen baksteen. De bijmengingen situeren zich voornamelijk aan het voorterrein. Plaatselijk is bij de boringen 01, 07 en 12 geplaatst in de oprit sprake van matige tot sterke bijmengingen met baksteen en koolas. Ter plaatse van de gedempte watergang zijn zintuiglijk waarnemingen gedaan die duiden op een demping. In de ondergrond is in het bodemtraject 0,8 tot 1,1 m-mv slib aangetroffen en zijn sporen baksteen in de bovenliggende laag aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat op het overige terrein variërend in de bovengrond ook sporen baksteen zijn aangetroffen. De aangetroffen bijmenging met baksteen lijkt op basis van de overige waarnemingen van de locatie niet specifiek op dempingsmateriaal. Hoogstwaarschijnlijk is de demping gerealiseerd met gebiedseigen grond.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 16 van 24
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
-
Naar aanleiding van de aangetroffen bijmengingen met bodemvreemde materialen in de oprit (boringen 01, 07, 12) is in overleg met de opdrachtgever een asbestonderzoek uitgevoerd. Aansluiting is gezocht bij de NEN 5707 door asbest inspectie gaten te graven. Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
1
1,30 - 2,30
0,70
6,8
780
42
21-04-2021
Geen bijzonderheden
2
1,30 - 2,30
0,75
6,3
860
28
21-04-2021
Geen bijzonderheden
3
1,30 - 2,30
0,70
6,8
860
41
21-04-2021
Geen bijzonderheden
4
1,30 - 2,30
0,65
6,3
850
28
21-04-2021
Geen bijzonderheden
30
0,00 - 2,30
0,70
6,8
890
24
21-04-2021
Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de gemeten waarde voor de troebelheid enigszins verhoogd is. Echter, een verklaring hiervoor is op basis van de voor de omgeving bekende gegevens niet bekend. UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 17 van 24
Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. De bovengrond is aanvullend geanalyseerd op OCB. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Asbest Plaatselijk is indicatief een monster geanalyseerd op asbest. De volgende analyse is uitgevoerd: -
Asbest in grond NEN 5898 <17,5kg
Uitsplitsing In het onderzoek is in mengmonster MM01 een matige verhoging met zink en een sterke verhoging met nikkel aangetoond. Betreffend grondmengmonster is uitgesplitst, waarbij de deelmonsters uit MM01 separaat zijn geanalyseerd op de verhoogde parameters. Dit teneinde inzicht te krijgen in de aard, plaats van voorkomen en de verspreiding van de aangetoonde verhogingen met zink en nikkel. 3.4
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 18 van 24
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrond-waarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten (algemene kwaliteit) Onderzoekaspect
Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index)
Gehele terrein
> AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Bovengrond MM01 1 (0-30) 7 (0-30) 12 (0-30)
Zand; matig baksteenhoudend, sterk koolashoudend
#1
Cadmium (0,02) Kobalt (0,46) Koper (0,26) Kwik (0,01) Lood (0,45) Molybdeen (0,01) PAK (0,06)
Zink (0,5)
Nikkel (1,14)
MM02 5 (0-50) 8 (0-50) 9 (0-50) 11 (0-50) 14 (0-50) 16 (0-50) 19 (0-50)
Klei; sporen baksteen
#1
-
-
-
MM03 20 (0-50) 22 (0-50) 23 (0-50) 25 (0-50) 26 (0-50) 27 (0-50) 28 (0-50)
Klei
#1
Nikkel (0,03)
-
-
1-1 1 (0-30)
Zand; matig baksteenhoudend, sterk koolashoudend
#3
Zink (0,48)
-
Nikkel (1,06)
7-1 7 (0-30)
Zand; matig baksteenhoudend, sterk koolashoudend
#3
Zink (0,37)
-
Nikkel (1,27)
12-1 12 (0-30)
Zand; matig baksteenhoudend, sterk koolashoudend
#3
Zink (0,17)
Nikkel (0,78)
-
MM04 1 (80-100) 2 (50-100) 3 (50-100) 7 (80-100)
Klei
#2
Kobalt (0,01) Nikkel (0,08)
-
-
MM05 4 (50-100) 6 (50-100)
Klei
#2
-
-
-
1-1-1 1 (130-230)
Grondwater
#4
Barium (0,14)
-
-
2-1-1 2 (130-230)
Grondwater
#4
Barium (0,19)
-
-
3-1-1 3 (130-230)
Grondwater
#4
Barium (0,23)
-
-
4-1-1 4 (130-230)
Grondwater
#4
Barium (0,21)
-
-
SL-MM01 30 (80-110)
Klei; sliblaag
#2
Cadmium (-) Koper (0,08)
-
-
SL-MM02 30 (0-50)
Klei; sporen baksteen
#2
Nikkel (0,03)
-
-
Grondwater
#4
Barium (0,33)
-
-
Uitsplitsing
Ondergrond
Grondwater
Voormalige watergang
Grond
Grondwater Blanco #1 #2 #3 #4 > AW >I Index
301-1-1 301 (0-230) : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst : Standaardpakket grond + OCB : Standaardpakket grond : Nikkel + zink : Standaard pakket grondwater : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 19 van 24
Asbest Indicatief is ter plaatse van meetpunt 12 analytisch onderzoek naar asbest verricht vanwege het aantreffen van (asbestverdachte) bijmengingen. Opgemerkt wordt dat geen asbestonderzoek conform de NEN 5707 is uitgevoerd. Het resultaat geven louter een indicatie inzake de verwachting omtrent de aan- of afwezigheid van asbest. Echter wordt niet verwacht dat met een formeel onderzoek andere resultaten worden verkregen dan in onderhavig onderzoek is vastgesteld. TABEL 3.4.2: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten (asbest) Monstercode
Monster en traject (cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Resultaat
ASB-MM01
12 (0-30)
Zand; matig baksteenhoudend, sterk koolashoudend
#1
<0,6 mg/kg ds
#1 : Asbest #2: asbest inspectie gat (afmeting 0,3 x 0,3
3.5
INTERPRETATIE
Gehele terrein Bovengrond De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Plaatselijk is bij boringen 01, 07 en 12 geplaatst in de oprit sprake van zand. In de bovengrond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft sporen baksteen. De bijmengingen bevindingen zich voornamelijk op het voorterrein. Plaatselijk zijn bij boringen 01, 07 en 12 geplaatst in de oprit sprake van matige tot sterke bijmengingen met baksteen en koolas. Visueel is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de bovengrond overwegend licht verontreinigd te zijn met nikkel. Het mengmonster (MM01) samengesteld uit het zand met matige tot sterke bijmengingen met baksteen en koolas bestaande uit boringen 01, 07 en 12 (ter plaatse van de oprit) is licht verontreinigd met enkele zware metalen en PAK, matig verontreinigd met zink en sterk verontreinigd met nikkel. Naar aanleiding van de matige en sterke verontreiniging is betreffend mengmonster uitgesplitst en zijn de individuele monsters separaat geanalyseerd op de verhoogde parameters. Na uitsplitsing wordt bij boring 01 en 07 een sterke verhoging met nikkel gemeten en bij boring 12 een matige verhoging met nikkel. Voor het gehalte zink wordt in alle individuele monsters hooguit een lichte verhoging gemeten. Resultaat na uitsplitsing wordt als meest representatief beschouwd.
Een analyse naar asbest is uitgevoerd van boring 12 (0,0 – 0,3 m-mv). De concentratie asbest is lager dan de detectiegrens (verwaarloosbaar). Ondergrond De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,3 m-mv uit klei. In de diepere ondergrond bevindt zich veen. Zintuiglijk zijn in de ondergrond geen bodemvreemde bijmengingen alsmede asbestverdacht materiaal waargenomen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de ondergrond hooguit licht verontreinigd met kobalt en nikkel te zijn. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 20 van 24
In het grondwater overschrijdt barium de desbetreffende streefwaarde voor alle vier de peilbuizen. Bekend is dat barium van nature in lichte concentraties in het grondwater kan voorkomen. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn lager dan de streefwaarden. Bespreking Ter plaatse van boringen 01, 07 en 12 (bodemlaag 0,0 – 0,3 m-mv) is een matige en sterke verontreiniging met nikkel in de bovengrond aangetoond. De sterke verontreiniging is bij boring 01 en 07 voldoende verticaal afgeperkt en in de kleilaag bevindt zich hooguit een lichte verontreiniging met nikkel. De matige en sterke verontreiniging lijkt daarmee gerelateerd te zijn aan het zand met bijmengingen en wordt gekenmerkt door een sterke heterogeniteit in voorkomen. Het gehalte nikkel in de bovengrond overschrijdt de desbetreffende interventiewaarde en geeft formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar de omvang en mate van de verontreiniging. Voormalige watergang Grond Ter plaatse van de gedempte watergang zijn zintuiglijk waarnemingen gedaan die duiden op een demping. In de ondergrond is van 0,8 tot 1,1 m-mv slib aangetroffen en in de bovenliggende lagen zijn sporen baksteen aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat op het overige terrein variërend in de bovengrond ook sporen baksteen zijn aangetroffen.
De aangetroffen bijmenging met baksteen lijkt op basis van de overige waarnemingen van de locatie niet specifiek op dempingsmateriaal. Hoogstwaarschijnlijk is de demping gerealiseerd met gebiedseigen grond. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten is de grond licht verontreinigd met cadmium, koper en nikkel. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. In het grondwater overschrijdt barium de desbetreffende streefwaarde. Bekend is dat barium van nature in lichte concentraties in het grondwater kan voorkomen. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn lager dan de streefwaarden. 3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 21 van 24
TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese
Onverdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen
Representativiteit
3.7
Reden: in de grond en het grondwater komen lichte tot plaatselijk sterke verontreinigingen voor. Ons inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek
CONCLUSIES
In opdracht van Van Wijnen Projectontwikkeling West B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Rustenburgstraat 10 te Puttershoek. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de (geplande) aankoop van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: -
-
-
-
-
in de bovengrond zijn bijmengingen met sporen baksteen aangetroffen. Plaatselijk bevindt zich ter plaatse van de oprit in het zand matige tot sterke bijmengingen met baksteen en koolas; ter plaatse van de gedempte watergang is slib aangetoond en de watergang lijkt gerealiseerd te zijn met gebiedseigen grond; visueel is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Een analyse op asbest is uitgevoerd van de bovengrond met matig tot sterke bijmenging met baksteen en koolas. De concentratie asbest is lager dan de detectiegrens (verwaarloosbaar). Er is derhalve geen asbest aangetoond; de bovengrond ter plaatse van de locatie is overwegend licht verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Plaatselijk is in het zand ter plaatse van de oprit een matige tot sterks verontreiniging met nikkel aanwezig; het grondwater is licht verontreinigd met barium;
Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijding van de betreffende interventiewaarden, dient de hypothese ‘onverdacht’ voor de onderzoekslocatie te worden verworpen. De matige tot sterke verhogingen met nikkel geeft formeel in het kader van de Wet bodembescherming aanleiding tot nader bodemonderzoek. Bij handhaving van het huidig gebruik worden geen risico’s voorzien. Bij eventuele toekomstige ingrepen in het kader van een omgevingsvergunning dient rekening te worden gehouden met aanvullend onderzoek om vast te kunnen stellen of sprake is van een geval ernstige bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 22 van 24
3.8
AANBEVELINGEN
Geadviseerd wordt rekening te houden om nader bodemonderzoek te verrichten naar de mate en omvang van de aangetroffen verontreiniging bij toekomstige ontwikkelingen dan wel aanvraag van een omgevingsvergunning. Nader bodemonderzoek dient uitsluitsel te verschaffen omtrent het feit of er ten aanzien van de verontreiniging in de grond sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gesproken indien de gemiddelde concentratie van een verontreinigde stof in 25 m3 grond of meer de bijbehorende interventiewaarde overschrijdt. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Ook is het niet uit te sluiten dat plaatselijk nog restanten van voormalige watergangen in de bodem aanwezig zijn.
Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 23 van 24
BETROUWBAARHEID Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Rustenburgstraat 10, Puttershoek Kenmerk rapportage: A0648-06/PMU/rap1
Pagina 24 van 24
BIJLAGE 1.1 Topografische kaart
1.1 Topografische kaart
Schaal 1:25.000
Legenda Locatie aanduiding
BIJLAGE 1.2 Situatietekening
Legenda Plangebied Vml sloot Boorpunten Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 1,5 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Boring met peilbuis
Opdrachtgever Van Wijnen Projectnummer A0648-06 Locatie Rustenburgerstraat 10, Puttershoek Getekend: Formaat: Schaal: Schaal situatie: Datum:
PMU A3
15-4-2021
Omschrijving Verkennend bodemonderzoek Bijlagenummer 1.2
BIJLAGE 2.1 Rapportage omgevingsdienst
Omgevingsrapportage Rustenburgstraat 10 Puttershoek Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 13
-
09-04-2021
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Biezenblokker e.o., plan Oudeland fase II Rustenburgstraat 10 Groeneweg / Rustenburgstraat te Puttershoek Weversdijk 341-349 te Putterhoek - suiker unie Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 13
-
09-04-2021
Inleiding Voor u ligt een rapportage van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (hierna OZHZ) met de beschikbare informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater van het door u opgevraagde perceel. Daarnaast zijn gegevens over bedrijven met een milieuvergunning opgenomen in dit rapport. Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodem- en bedrijfsinformatiesysteem van OZHZ. Het informatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten. Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van de in de informatiesystemen van OZHZ aanwezige gegevens. Wilt u meer weten over de rapporten en inrichtingen die in deze rapportage staan? Raadpleeg de desbetreffende dossiers. Rapporten kunt u kosteloos opvragen via de website van OZHZ. Als OZHZ gaan we uitsluitend uit van de informatie die bij ons bekend is en in onze bodeminformatiesystemen staat. Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2.
Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van OZHZ aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden). 3. Disclaimer. 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
Graag uw aandacht voor het volgende: De omgevingsrapportage zoals deze nu voor u ligt bevat helaas nog niet alle bij OZHZ bekende tankinformatie. Het kan daarom zijn dat er brandstoftanks ontbreken. Er wordt aan gewerkt om ook het laatste informatiesysteem aan deze rapportage toe te voegen. In de tussentijd kunt u aanvullende tankinformatie kosteloos opvragen via de website van OZHZ onder het thema "Bodem". Onze excuses voor het ongemak.
Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen.
Pagina 3 van 13
-
09-04-2021
Locatie: Biezenblokker e.o., plan Oudeland fase II Locatie Adres
Biezenbloker 0 Puttershoek
Locatiecode
AA058500212
Locatienaam
Biezenblokker e.o., plan Oudeland fase II
Plaats
Hoeksche Waard
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH058509224
Status Vervolg WBB
voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Indicatief onderzoek
Beschikking
Status besluiten
Onverdacht/Niet verontreinigd
Status asbest Ja
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Opdrachtnummer Archief Conclusie overheid
01-01-1992
Indicatief onderzoek
Biezenbloker e.o., plan Oudeland II
technische milieud
- Rapport: alleen lichte verontreiniging(en), geen reden tot vervolgonderzoek i.k.v. WBB. Wel dient aandacht besteed te worden aan de uitbaggering van slib van een te dempen sloot -ongeschikt voor BKK: verouderd onderzoek
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschr.
Grond
BGW
m²
m³
Van
BG, <A
Grond
S
OG, >A: Zn
Grondwater
S
<A
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 13
-
09-04-2021
Tot
Opmerking
Locatie: Rustenburgstraat 10 Locatie Rustenburgstraat 10 3297LG Puttershoek
Adres Locatiecode
AA058500245
Locatienaam
Rustenburgstraat 10
Plaats
Hoeksche Waard
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH058509253
Status Vervolg WBB
voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NVN 5740
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Onverdacht/Niet verontreinigd
Status asbest Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Verkennend onderzoek 01-05-1995 NVN 5740
Naam
Auteur
Rustenburgstraat 10
lexmond
Opdrachtnummer Archief Conclusie overheid grond(water) licht verontreinigd MZHZ: geen bezwaar voor bouwvergunning; geen restricties betreffende hergebruik van vrijkomende grond.
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschr.
Grond
BGW
m²
m³
Van
BG
Grond
S
OG: MO
Grondwater
S
Cr
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 13
-
09-04-2021
Tot
Opmerking
Locatie: Groeneweg / Rustenburgstraat te Puttershoek Locatie Groeneweg Puttershoek
Adres Locatiecode
AA058500493
Locatienaam
Groeneweg / Rustenburgstraat te Puttershoek
Plaats
Hoeksche Waard
Locatiecode bevoegd gezag WBB
ZH058500009
Status Vervolg WBB
starten sanering
Beoordeling
Status rapporten
avr (aanvullend rapport)
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Ernstig, niet urgent
Asbest aangetoond, onderzoek niet conform NEN 5707;
Ja
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Opdrachtnummer Archief Conclusie overheid
Orienterend 01-03-1989 bodemonderzoek
Stortplaats Puttershoek Groeneweg
IGF
Pdf- 472880
Sterke verontr met zw metalen in de og bij bp 2, 3 en 4. In gw Pb > I.
Verkennend 01-01-1994 onderzoek NVN 5740
Groeneweg 6-10
MZHZ
Pdf- 485605
grond: licht verontr. grondwater: licht verontr. MZHZ/rapport: geen belemmeringen voor woningbouw BKK-ongeschikt
Verkennend 20-11-1998 onderzoek NVN 5740
Groeneweg 10
arnicon
Pdf- 518840
Bovengrond licht verontreinigd; Ondergrond licht verontreinigd; Grondwater licht verontreinigd. MZHZ: Lokatie wordt geschikt geacht voor uitbreiding gebouw; grond is niet mulitfunctioneel toepasbaar. BKK-geschikt
Verkennend 28-01-1999 onderzoek NVN 5740
Groeneweg 6-8
milieudienst zhz
Pdf- 658998
Bovengrond licht verontreinigd; ondergrond licht verontreinigd; grondwater niet verontreinigd. Rapport: alleen lichte verontreiniging(en), lokatie wordt geschikt geacht voor woningbouw
05-07-2004
Indicatief onderzoek
NAVOS locatie Groeneweg (066/006)
Gemeentewerken Rotterdam
05-07-2004
Sanerings onderzoek
Groeneweg te Puttershoek
Gemeentewerken Rotterdam
DOS-MIGR0244236
Van direct aan het maaiveld tot 0.5 m-v tot ca 1.5 m-mv. De stortlaag bestaat uit kolengruis, puin en plastic. De dikte is 0.5-1.00 m. Het gw is plaatselijk sterk verontr met As, licht verontr met Ba, Zn, Hg, tetrachlooretheen en sulfaat. De gr is sterk verontr met Cu en licht met Pb, Zn en PAK.
Verkennend 24-03-2011 onderzoek NEN 5740
Rustenburg te Puttershoek
IDDS B.V.
D-19-1936346
De kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor de bestemmingswijziging.
17-06-2011 Nader onderzoek
Rustenburg te Puttershoek
IDDS B.V.
D-19-1936347
Uit het NO en het VO kan geconcludeerd worden dat de kwaliteit van de bodem geen bezwaar vormt voor de bestemmingswijziging. 50 m3 spot met sterke MO verontr in de grond. en 325 m3 xylenen+m.o in GW., geen risco en geen vervolgonderzoek noodzakelijk. In 2015 vormden de resultaten geen bezwaar voor de omgevingsvergunning voor de nieuwbouw. Het onderzoek is uitgevoerd tpv de stortlocatie, echter alleen op het weiland en in de stroken om de bebouwing. Er is hechtgebonden asbest aangetroffen in het stortmateriaal. In de deklaag en de onderliggende laag(onder het stortmateriaal) is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. Geadviseerd wordt daar aanvullend analytisch asbest onderzoek uit te voeren. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in de stortlaag asbesthoudende materialen voorkomen. De mengmonsters van de bodemlagen boven en van het het stortmateriaal zelf zijn licht tot matig verontreinigd met zware metalen. Hoewel incidenteel sterke verontreinigingen kunnen voorkomen, kunnen wij instemmen met de conclusie van IDDS bv dat vermoedelijk geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Tijdens het onderzoek is verzuimd om de bodemlagen boven en onder de asbesthoudende stort volgens de NEN 5707 op asbest te onderzoeken . Omdat het stortmateriaal asbesthoudend is rust ook op de mengzones in principe een asbestverdenking.
Peilbuizen rondom de gehele stortlocatie en 1 midden in de stort. Geen overschrijdingen van I in het gw. De verhoogde gehalten Ba > S en As > I in gw zijn achtergrondwaarden. Plaatselijk Cu>I in gr.
Verkennend 06-02-2012 onderzoek NEN 5740
Rustenburg te Puttershoek Groeneweg
IDDS
D-19-1937670
03-03-2016 Nader onderzoek
Groeneweg Puttershoek - nabij huisnr. 4
Van der Helm
D-19-1885924 nr. 3
31-12-2018 Nader onderzoek
Rustenburgstraat te Puttershoek
D-19-1937630
14-03-2019
Meldingsformulier BUS saneringsplan
Groeneweg / Rustenburgstraat te Puttershoek - nabij huis nr. 4
IDDS
D-19-1885924
07-06-2019
avr (aanvullend rapport)
Rustenburgstraat te Puttershoek
Arnicon BV
D-19-1937655
Meldingsformulier 19-06-2019 BUS evaluatieverslag
Groeneweg 4 Puttershoek
IDDS B.V
D-19-1909411
avr (aanvullend 24-07-2019 rapport)
Aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van de Rustenburgstraat te Puttershoek
Arnicon BV
D-19-1948372
OZHZ
toelichting op uitgevoerd onderzoek Arnicon BV C19-238-O1
D-19-1948380
OZHZ
Plan van aanpak voor een locatie aan de Rustenburgstraat Puttershoek
D-19-1945525
OZHZ
27-11-2019
avr (aanvullend rapport)
27-11-2019 Saneringsplan
Arnicon BV
Pagina 6 van 13
Sanering door middel van ontgraving bij een aan te leggen sloot en het aanleggen van een leeflaag van 1 m-mv ter plaatse van een tuin. Grond is sterk verontreinigd met zware metalen. Meegeleverde plan van aanpak is aangetroffen, omdat dit geen toegevoegde waarde had.
-
onderzoeksdiepte komt niet overeen met voorgaande onderzoek In dit onderzoek is de laag vanaf 1,5 m-mv (veen)ingezet i.p.v. de eerder sterk verontreinigde laag (1,0-1,5 m-mv) klei. er worden nog hoge concentraties gemeten in de grond echter door het org. stof gecorrigeerd. Aanbevolen PvA voor actie tijdens graafwerkzaamheden
09-04-2021
23-01-2020
Meldingsformulier BUS saneringsplan
BUS-Immobiel groeneweg nabij nr 4 IDDS B.V Puttershoek
D-20-1961739
OZHZ
11-02-2020
avr (aanvullend rapport)
notitie stortlaag Groeneweg te Puttershoek
D-20-1968137
OZHZ
IDDS B.V
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar