Ruimtelijke onderbouwing Roerdompsingel 4, Numansdorp v1.3
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Roerdompsingel 4, Numansdorp Gemeente Hoeksche Waard
‘Roerdompsingel 4, Numansdorp’ Gemeente Hoeksche Waard
Identificatie NL.IMRO.1963.OVRoerdomps4NMD23-ON01 Datum 23-01-2024 Planstatus Ontwerp Versie 1.3 Opdrachtgever HW Invest B.V.
2
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .................................................................................................. 5
1.2
Plangebied .................................................................................................. 5
1.3
Kader .......................................................................................................... 6
1.4
Maatschappelijk resultaat ........................................................................... 6
1.5
Maatschappelijk draagvlak .......................................................................... 6
1.6
Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid.............................. 7
1.7
Communicatie ............................................................................................ 7
1.8
Realisatie .................................................................................................... 7
1.9
Leeswijzer................................................................................................... 7
Planbeschrijving ....................................................................................................................... 8 2.1
Bestaande situatie ....................................................................................... 8
2.2
Nieuwe situatie ......................................................................................... 10
Beleidskader............................................................................................................................ 15 3.1
Rijksbeleid ................................................................................................ 15
3.2
Provinciaal beleid ...................................................................................... 19
3.3
Regionaal beleid ....................................................................................... 29
3.4
Gemeentelijk beleid .................................................................................. 31
Sectorale aspecten ................................................................................................................ 32 4.1
Milieueffectrapportage .............................................................................. 32
4.2
Watertoets ................................................................................................ 34
4.3
Geluid ....................................................................................................... 38
4.4
Bodemkwaliteit ......................................................................................... 40
4.5
Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 42
4.6
Externe veiligheid ..................................................................................... 45
4.7
Kabels en leidingen................................................................................... 47
4.8
Archeologie en cultuurhistorie .................................................................. 48
4.9
Luchtkwaliteit ........................................................................................... 50
4.10 Ecologie .................................................................................................... 52 4.11 Molenbiotoop ........................................................................................... 54
3
Bijlage Omschrijving 1 Notitie parkeren
Auteur Iv-Infra b.v.
Referentie INFR231144
Datum 22-01-2024
2
Akoestisch onderzoek wegverkeer- en industrielawaai
Kraaij Akoestisch Adviesbureau
BP. 2348.R01
27-10-2023
3
Verkennend bodemonderzoek
Tritium Advies
2206/225/MP-01
05-08-2022
4
Archeologisch onderzoek
Transect
Transect-rapport 4446
05-12-2022
5
Quickscan Wet natuurbescherming
Ecofect
QS50077
10-08-2022
6
Stikstofdepositieberekening
Van den Heuvel Milieuadvies
23166
24-11-2023
7
Woningmarktonderzoek Hoeksche Waard
Springco Urban Analytics
Deel 1: Huishoudens Woningvoorraad Marktvraag Woningbehoefte
17-12-2021
4
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Roerdompsingel 4 te Numansdorp is sportschool FIT25 gevestigd, gebouwd eind jaren ‘80/begin jaren ‘90. HW Invest B.V. heeft het perceel verworven en is voornemens om het gebouw te slopen en daarvoor in de plaats woningbouw te realiseren. In samenwerking met woningbouwcorporatie HW Wonen is gekomen tot een woningbouwprogramma dat bestaat uit 38 sociale huurappartementen. Het plan is echter in strijd met het vigerend bestemmingsplan ‘Buitensluis’. Het plangebied heeft hierin de bestemming ‘Maatschappelijk’. Volgens de voorschriften zijn binnen deze bestemmingen geen burgerwoningen toegestaan. Zodoende kan het plan niet uitgevoerd worden binnen de planologische kaders van het vigerend bestemmingsplan. Middels een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure conform artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt afgeweken van de regels van het bestemmingsplan. Voorwaarde voor de aanvraag is dat het plan een ruimtelijke onderbouwing bevat. Voorliggend document voorziet hierin.
1.2 Plangebied Het plangebied betreft het perceel Roerdompsingel 4 te Numansdorp, kadastraal bekend gemeente Numansdorp, sectie F, nummer 1827. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de openbare weg Roerdompsingel. Het woonperceel Burgemeester de Zeeuwstraat 70 zorgt voor de westelijke begrenzing. Ten noorden en zuiden van het plangebied zijn basisscholen aanwezig.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
5
1.3 Kader Het plangebied valt binnen de contouren van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitensluis’, vastgesteld op 15 juli 2008 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Cromstrijen. Het plangebied heeft hierin de bestemming Maatschappelijk met de aanduiding ‘bouwvlak’. Hierbinnen zijn onder andere maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Binnen het bouwvlak zijn gebouwen toegestaan met een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter.
Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Buitensluis’
1.4 Maatschappelijk resultaat Middels artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van het vigerend bestemmingsplan teneinde het plan te kunnen realiseren.
1.5 Maatschappelijk draagvlak Participatie Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking, waardoor procedures voor ruimtelijke ontwikkelingen wijzigen. Aanvragen die voor deze datum worden gedaan, vallen nog onder het regime van de Wet ruimtelijke ordening. De ontwikkelende partij heeft ervoor gekozen om deze ontwikkeling te laten vallen onder de Wet ruimtelijke ordening, waardoor de aanvraag vóór 1 januari 2024 ingediend moet worden. Vanwege de korte periode waarin de aanvraag voorbereid moest worden, was er niet voldoende tijd om een bewonersavond te beleggen vóór de aanvraag van de omgevingsvergunning. De ontwikkelende partij hecht er echter wel waarde aan om omwonenden bij het plan te betrekken en zal daarom een
6
bewonersavond organiseren tijdens de terinzagelegging. Omwonenden zijn hierover reeds geïnformeerd middels een brief. Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat een gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg wordt het plan opgestuurd naar de provincie Zuid-Holland, waterschap Hollandse Delta, Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Zienswijzen Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbesluit en bijbehorende stukken worden gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen kenbaar te maken.
1.6 Financiële consequenties/economische uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het plan voor verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft aangeven dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
1.7 Communicatie Er wordt op de wettelijke manier gecommuniceerd over de te voeren procedure (via het Gemeenteblad).
1.8 Realisatie Wanneer er geen beroep wordt ingediend, is de omgevingsvergunning onherroepelijk en kan worden gestart met de realisatie van het plan.
1.9 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • •
Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Verantwoording beleidskader; Hoofdstuk 4: Verantwoording sectorale aspecten.
7
2
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie Op het perceel Roerdompsingel 4 in Numansdorp is sportschool FIT25 gevestigd. Het hoofdgebouw is eind jaren ‘80/begin jaren ‘90 gerealiseerd, waarna in het jaar 2001 een uitbreiding heeft plaatsgevonden op het achterterrein. Sindsdien is de onderzoekslocatie vrijwel onveranderd gebleven. Het voorterrein en het zuidelijk gelegen zijerf is vrijwel volledig verhard en voorzien van fiets- en autoparkeerplaatsen. Het achterterrein en het noordelijk gelegen zijerf is grotendeels onverhard en voorzien van fitnesstoestellen.
Afbeelding 3: Luchtfoto plangebied
Afbeelding 4: Aanzicht vanaf de Roerdompsingel
8
Afbeelding 5: Aanzicht vanaf het noordwesten
9
2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan voorziet in de volledige sloop van de bebouwing en verharding ter plaatse van het plangebied. Op het vrijgekomen terrein wordt vervolgens een appartementencomplex bestaande uit 38 sociale huurappartementen gerealiseerd. Dit woningbouwprogramma is ontstaan op basis van een samenwerking tussen de ontwikkelende partij en huisvestingspartner HW Wonen. Hiermee voorziet het plan in het toevoegen van nieuwe woningen in het sociale huursegment. Het appartementengebouw wordt gerealiseerd in een binnenstedelijke locatie (inbreiding), waar primair de bevolkingstoename opgevangen moet worden. Daarnaast wordt het complex gerealiseerd aan bestaande infrastructuur welke te typeren valt als een buurtontsluitingsweg. De appartementen worden daarom op een logische locatie gerealiseerd en de woonfunctie is passend binnen de omgeving, gezien het plangebied grenst aan een woonwijk. Het appartementencomplex wordt uitgevoerd in een U-vormig bouwvlok waarbij de kop wordt voorzien van 4 bouwlagen waarbij de toplaag als kap is uitgevoerd. De vleugels zijn voorzien van 3 bouwlagen. Door het complex te realiseren in een Uvorm, ontstaat een gezamenlijke binnentuin dat een belangrijke rol zal spelen in de sociale cohesie in het gebouw en tevens zorgt voor een geluidsluwe ruimte.
Afbeelding 6: Schets nieuwe situatie
De kop van het complex wordt voorzien van een duidelijke entree om het appartementencomplex te kunnen betreden. Tevens leidt de entree tot de binnenruimte van het complex dat is uitgevoerd als een gezamenlijke binnentuin.
10
Op de begane grond is een fietsenstallingen gerealiseerd ter bevordering van fietsmobiliteit. Op het achterterrein wordt een parkeerterrein gerealiseerd, dat bereikbaar is middels een te realiseren ontsluitingsweg ten noorden van het nieuwe appartementengebouw.
Afbeelding 7: Ontwerp begane grond, gezamenlijke binnentuin en omliggend terrein
De Roerdompsingel heeft gevoelsmatig een breed profiel vanwege het (semi) openbaar terrein van de scholen en sportschool. Door het appartementencomplex niet direct aan de Roerdompsingel te realiseren en het voorerf van het nieuwe gebouw te voorzien van groen, wordt het brede profiel van de Roerdompsingel worden doorgezet. Daarnaast wordt met de groene inrichting van het voorerf de kwaliteit van de Roerdompsingel versterkt. 2.2.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het plangebied zal ontsloten worden via de Roerdompsingel. Daarvoor zal een nieuwe uitrit worden gerealiseerd ten noorden van het appartementencomplex. Parkeren auto Om het aspect parkeren inzichtelijk te maken is door Iv-Infra b.v. een Notitie parkeren opgesteld. De notitie is toegevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Parkeren fiets Naast een parkeerbehoefte voor auto’s kan er ook een behoefte aan fietsparkeerplaatsen ontstaan. Om deze behoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de memo Fietsparkeerkencijfers 2019 van het CROW. De memo bevat geactualiseerde kencijfers voor het te verwachten aantal benodigde 11
fietsparkeerplaatsen bij verschillende functies, zoals voor appartementen. De memo heeft daarbij minimale en maximale kencijfers opgenomen. Het minimum is het kencijfer voor een gemeente met een zeer laag fietsgebruik en het maximum geldt voor een gemeente met een zeer hoog fietsgebruik. In 2010 is door CROW-Fietsberaad onderzoek gedaan naar het fietsverbruik per gemeente. De tabel geeft het marktaandeel van de fiets weer als percentage van alle verplaatsingen. In 2010 maakte Numansdorp onderdeel uit van de gemeente Cromstrijen. Deze gemeente scoorde 18%, hetgeen valt binnen de categorie ‘laag’. Voor de berekening van de behoefte aan fietsparkeerplaatsen is voor dit plan daarom uitgegaan van het minimale kencijfer. Voor appartementen met fietsenberging wordt uitgegaan van een minimale norm van 0,75 fietsparkeerplaatsen per woning. Daarmee komt de behoefte uit op in totaal (0,75 × 38) 29 fietsparkeerplaatsen. In het appartementengebouw wordt een inpandige fietsberging gerealiseerd met voldoende ruimte voor 29 fietsparkeerplaatsen. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de gemiddelde kencijfers uit de CROW-publicatie 381. Uit wordt gegaan van de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ en het stedelijke gebied ‘rest bebouwde kom’. Daarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit het gemeentelijk parkeerbeleid.
Omdat het plan voorziet in het verwijderen van een sportschool, komen de verkeersbewegingen als gevolg van deze functie volledig te vervallen. Om de bepalen of het plan voorziet in een af- of toename in het aantal verkeersbewegingen, dient de verkeersgeneratie van de bestaande situatie afgetrokken te worden van de verkeersgeneratie in de nieuwe situatie. Tabel 1: Verkeersgeneratieberekening (etmaal) Functie Norm Eenheid Aantal
Verkeersgeneratie
Huur, appartement, midden/ goedkoop (incl. sociaal)
4,1
Nieuwe situatie per woning 38
155,8 verkeersbewegingen
Sportschool
34,35
Oude situatie per 100 m² bvo 8,5
292,0 verkeersbewegingen
Afname verkeersbewegingen:
136,2 verkeersbewegingen
Het plan voorziet in een afname in de verkeersgeneratie. Daarmee wordt gesteld dat de verkeersbewegingen die ontstaan als gevolg van het plan door de omliggende infrastructuur opgevangen kan worden.
12
2.2.3 Duurzaamheid De ambitie van gemeente Hoeksche Waard is om in 2040 een energieneutraal en klimaatbestendig eiland te zijn. Daarbij richten zij zich in de eerste plaats op de energieopgave voor de Hoeksche Waard zelf. Dat wil zeggen dat in 2040 de energie die in de Hoeksche Waard wordt verbruikt ook lokaal duurzaam wordt opgewekt. Tevens moet de hele bebouwde omgeving uiteindelijk aardgasvrij worden. Verder is Hoeksche Waard als eiland in 2040 ingericht voor de opvang van de gevolgen van klimaatverandering. Doelstellingen ten aanzien van de gebouwde omgeving zijn: • In de gebouwde omgeving besparen we 1,5% energie per jaar tot 2030. • In de gebouwde omgeving besparen we tot 2030 30% aardgas ten opzichte van 2020. • Het gemeentelijk vastgoed is zoveel mogelijk energieneutraal in 2030. Het appartementengebouw wordt gebouwd conform de meest actuele normen uit het Bouwbesluit. Deze normen schrijven een zeer hoge kwaliteit voor met betrekking tot energiezuinige bouwwerken en duurzame materialen. Het appartementengebouw wordt conform de nieuwe BENG-norm gerealiseerd worden. Deze eis wordt gehaald met zo veel mogelijk permanente oplossingen, zoals isolatie en kierdichting, en gebruiksvriendelijke installaties. De toegepaste materialen zijn duurzaam en voor hergebruik geschikt. Het appartementengebouw wordt zonder gasaansluiting gerealiseerd.
De daken worden indien benodigd voorzien van zonnepanelen. In het kader van klimaatadaptatie wordt de openbare ruimte zo groen mogelijk ingericht. Daar waar parkeerplaatsen worden gerealiseerd, worden deze uitgevoerd als halfverharding. Hierdoor kan hemelwater sneller infiltreren in de bodem en draagt het groen bij aan het tegengaan van hittestress. Ten aanzien van biodiversiteit wil de initiatiefnemer de omliggende ruimte zo groen mogelijk houden en een variatie aan begroeiing (bloemen/struiken/bomen) aanbrengen. Hierdoor worden diverse insecten aangetrokken en draagt het bij aan biodiversiteit. De ontwikkelaar heeft tevens aandacht voor natuurinclusie. Er zijn diverse mogelijkheden om natuurinclusieve maatregelen te treffen. Dit betreffen hoofdzakelijk maatregelen voor gebouwbewonende soorten, zoals huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Hieronder worden enkele opties weergegeven. • Huismus: voor huismus kunnen de onderste drie rijen dakpannen toegankelijk worden gehouden door eventueel vogelschroot hoger te plaatsen. Hierdoor kunnen huismussen onder de onderste rijen dakpannen nestelen. Voor de huismus is ook van belang dat er enkele bomen en struiken aanwezig zijn in de omgeving. • Gierzwaluw: op een hoogte van minstens 3 meter kunnen inbouwstenen voor de gierzwaluw worden ingemetseld. Een voorbeeld van een inbouwsteen voor de gierzwaluw is de IB GZ 03 van VivaraPro.
Een voordeel van deze inbouwsteen is dat deze ook door de huismus kan worden gebruikt. • Vleermuizen: ook voor vleermuizen kunnen diverse inbouwstenen worden gerealiseerd. Dit betreft bijvoorbeeld de types IB VL 06, IB VL 07 en de IB VL 10 voor kraamgroepen. Ook kunnen er open stootvoegen in de muren worden aangebracht, waardoor vleermuizen toegang hebben tot de luchtspouw.
13
•
Overige soorten: er zijn nog veel meer mogelijkheden denkbaar. Er kunnen houtstapels en rommelhoekjes worden aangebracht voor amfibieën en kleine zoogdieren zoals een wezel of egel. Voor insecten is het gunstig wanneer in de beplanting inheemse soorten worden toegepast. Ook kan een bijenhotel worden geplaatst (criteria: holle, aan één zijde afgesloten stengels waarvan de opening een diameter heeft variërend van 1,5 tot 10mm en gaten in een geschikte houtsoort (geen vuren- of wilgenhout vanwege splintervorming) met dezelfde variatie aan diameters).
14
3
Beleidskader
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.
Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
15
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het Bro biedt geen verdere definitie van het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’. Inmiddels is door jurisprudentie wel een verder beoordelingskader van dit begrip ontstaan. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kan worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3). Een ontwikkeling welke voorziet in het realiseren van 12 woningen wordt wel gezien als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ELCI:NL:RVS:2015:953). Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Het plan voorziet in de toevoeging van 38 sociale huurappartementen. Vanuit jurisprudentie is in dit geval sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er dient in dat geval beschreven te worden dat er behoefte is naar de ontwikkeling.
Indien het plan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dient tevens gemotiveerd te worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Behoefte De behoefte aan de 38 sociale huurappartementen is getoetst aan de resultaten uit het woningmarktonderzoek Hoeksche Waard uit 2021. Dit onderzoek is recenter dan de opgestelde regionale woonvisie (2017) en is daarom beter te gebruiken om de behoefte aan te kunnen tonen. Tevens kan gesteld worden dat de woonvisie al achterhaald is als gevolg van ontwikkelingen die invloed hebben gehad op de woningmarkt, zoals de Covid-19 epidemie, de hoge inflatie, de hard gestegen hypotheekrentes en idem woningprijzen. De regionale woonvisie uit 2017 is daarom geen geschikt instrument meer om de huidige woningbehoefte in kaart te brengen.
16
Het woningmarktonderzoek betreft een herijking van het woningmarktonderzoek uit 2019 als gevolg van de actualisatie van de woningbehoefteprognose van de provincie Zuid-Holland. Uit het woningmarktonderzoek volgt dat tot 2023 een woningbehoefte bestaat uit circa 4.300 nieuwbouwwoningen. Uit cijfers blijkt onder andere dat er grote tekorten ontstaan in de sociale sector. De afgelopen jaren is ook zichtbaar geworden dat het aantal woonbonnen stijgt die nodig zijn om een sociale woning te bemachtigen. De verhuisgeneigde 55+ huishoudens die op dit moment in een grondgebonden sociale huurwoningen wonen, verhuizen voor het overgrote deel naar een sociaal huurappartement. De groep verhuist echter niet snel. Startende gezinnen, eenoudergezinnen of middelbaren die een vraag uitoefenen naar een grondgebonden sociale huurwoning kunnen dit type woning daardoor steeds moeilijker bemachtigen. Hierdoor stijgt de woningbehoefte naar grondgebonden sociale huurwoningen. Ook de druk op sociale huurwoningen neemt toe door de significante stijging van het aantal kleine huishoudens met een leeftijd van 74 jaar en ouder (senioren). Een deel daarvan oefent een vraag uit naar een sociale huurappartement, waardoor de tekorten in dit segment meer toenemen.
Afbeelding 8: Mismatch vraag en aanbod Hoeksche Waard (hoe blauwer hoe hoger het tekort)
Uit bovenstaande tabel volgt dat er tot 2023 in de Hoeksche Waard behoefte is naar 1.572 sociale huurwoningen, uitgesplitst in 727 eengezinswoningen en 845 meergezinswoningen.
17
In Numansdorp is goed zichtbaar dat de groep met een leeftijd boven de 55 jaar erg groot is vergeleken met gezinnen of middelbare en jonge huishoudens. De totale vraag naar nieuwe woningen in Numansdorp tot 2030 is circa 356 nieuwbouwwoningen. Daarbij heerst er een grootste behoefte naar sociale huurwoningen, namelijk 88 eengezinswoningen en 96 meergezinswoningen tot het jaar 2030.
Afbeelding 9: Mismatch vraag en aanbod Numansdorp (hoe blauwer hoe hoger het tekort)
Met het plan worden 38 kwalitatief goede sociale huurwoningen gerealiseerd. Deze woningen kunnen geschaard worden onder de categorie meergezinswoningen. Uit het woningmarktonderzoek blijkt dat er zowel in de Hoeksche Waard alsook in Numansdorp actieve behoefte is naar deze woningen. Zodoende wordt geconcludeerd dat dit plan voorziet in een behoefte. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
18
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 15 maart 2022 hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid geconsolideerd. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder ‘bebouwde ruimte’ wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Het plangebied betreft een bestaand bebouwd perceel binnen het BSD. Daarmee voorziet het plan in een inbreiding en daarmee in zorgvuldig ruimtegebruik en in het beter benutten van de beschikbare ruimte in BSD. Het plan past binnen het streven van de provincie Zuid-Holland om de bebouwde ruimte beter te benutten.
19
Plangebied
Afbeelding 10: Uitsnede kaart Bestaand stads- en dorpsgebied
Ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen.
De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt.
20
Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen binnen het gebied ‘rivierdeltacomplex – jonge zeeklei’. Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Binnen het gebied ‘rivierdeltacomplex – jonge zeeklei’ heeft de provincie het volgende richtpunt opgenomen: • Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden.
Afbeelding 11: Uitsnede kaart Laag van de ondergrond
Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom. Het plan zal daardoor niet zorgen voor aantasting van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoetzoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is gelegen binnen de gebieden ‘rivierdeltalandschap’ en ‘zeekleipolderlandschap’. Rivierdeltalandschap Een aantal Zuid-Hollandse eilanden kent nog steeds een eilandkarakter: omlijst door deltawateren met beperkte verbindingen met de andere eilanden of het vasteland. 21
Ze zijn gelegen in de luwte van de Randstad en vormen landschappelijk een geheel met Zeeland. IJsselmonde en het Eiland van Dordrecht zijn daarentegen meer onderdeel van het stedelijk netwerk. De drie eilanden Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Voorne-Putten hebben elk een eigen karakter. Dit karakter wordt mede gevormd door de verschillen in afstand tot en de verbinding met het stedelijk gebied, de landschappelijke opbouw van de eilanden zelf en de aard van het omringende water. Versterken van het deltakarakter en vergroten van de diversiteit van karakters van de eilanden draagt bij aan het behoud van diversiteit in de Delta. Een opgave is het om de recreatieve gebruikswaarde van de eilanden te vergroten in combinatie met een gebiedsspecifieke, in de omgeving passende inrichting. Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden dienen bij te dragen aan het versterken van het stoere deltakarakter en passen bij de maat en schaal van dijk en open wateren. Voor ontwikkelingen in het rivierdeltalandschappen heeft de provincie het volgende richtpunt vastgesteld: • Ontwikkelingen worden benaderd in het licht van het eiland als geheel, waarbij bijvoorbeeld in Voorne-Putten en Hoeksche Waard een duidelijk verschil zit tussen de ‘dynamische’ noordrand en het ‘luwe’ zuiden.
Zeekleipolderlandschap Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken. Binnen het gebied ‘zeekleipolder’ heeft de provincie de volgende richtpunten opgenomen: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren.
• Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap.
22
• •
Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.
Afbeelding 12: Uitsnede kaart Laag van de cultuur- en natuurlandschappen
Het plangebied is gelegen midden in de bebouwde kom van Numansdorp en voorziet daardoor in het realiseren van bebouwing in de compacte kern. Het plan is daarmee in overeenstemming met de richtpunten. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen binnen het gebied ‘steden en dorpen’. Voor ontwikkelingen in steden en dorpen heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stadsen dorpsranden). • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt.
23
• •
Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.
Afbeelding 13: Uitsnede kaart Laag van de stedelijke occupatie
De ontwikkeling voorziet in de transformatie van een sportschoollocatie naar woningbouw in de vorm van een appartementencomplex. Qua schaal en positie zal de ontwikkeling aansluiten bij de huidige opzet. Zodoende sluit het plan stedenbouwkundig aan bij de huidige kenmerken en identiteit van Numansdorp. 3.2.2 Gebiedsprofiel Hoeksche Waard Op 24 mei 2013 hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland 16 gebiedsprofielen vastgesteld. De gebiedsprofielen vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied is gelegen binnen het gebiedsprofiel Hoeksche Waard. Daarin is het plangebied opgenomen in de volgende lagen: Zuidelijke aanwaspolder (kaart ‘herkenbaar open zeekleipolderlandschap’) Na de inpoldering van de noordelijke en oostelijke aanwaspolders werden de zuidelijke aanwaspolders ingedijkt. Deze polders liggen parallel aan de hoofdstroom van de rivier, hebben een langgerekte vorm en liggen in een typisch schillenpatroon. De polders zijn overwegend in gebruik als akkerland. Het patroon van wegen en verkaveling is zeer regelmatig. De dijken zijn zeer stevig beplant, verspreide beplanting in de polder komt nauwelijks voor.
Het grootste gedeelte van de bebouwing concentreert zich op en langs de dijken. Deze polders zijn onderdeel van de zuidrand van de Hoeksche Waard. De zuidrand heeft een minder verstedelijkt karakter dan de noordrand van het eiland. Voor de zuidelijke aanwaspolder hanteert de provincie de volgende ambities:
24
•
•
•
•
Behoud van de openheid van het polderlandschap en de kenmerkende doorzichten van dijk tot dijk. Voorkom versnippering van de ruimte door bebouwing en beplanting waar mogelijk te koppelen aan de dijk en de erven of in te zetten op de afronding van de compacte dorpskernen; Inzet op behoud van het ‘luwere’ karakter van de zuidrand van de Hoeksche Waard in contrast met de meer dynamische en verstedelijkte noordrand. Ontwikkelingen zijn gericht op versterking van recreatieve gebruiksmogelijkheden van het landschap en bijzondere woonmilieus, passend binnen het landschappelijke karakter, en worden integraal opgepakt; Behoud van de herkenbaarheid en leesbaarheid van het kenmerkende schilvormige polderpatroon met stevig beplante dijken. De polder wordt als eenheid beschouwd en ontwikkelingen worden vanuit de polder als geheel bezien; Er is ruimte voor ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en/of specialisatie) als belangrijke drager van het open polderlandschap.
Het plangebied is gelegen in de kern van Numansdorp en zal daardoor het polderlandschap niet aantasten. Voorstraatdorp (kaart ‘kwaliteit in dorpsgebied’) De grotere dijkdorpen groeiden door tot voorstraatdorpen. Hier werd op enkele honderden meters van de dijk een kerk gebouwd. Tussen de kerk en de dijk werd een voorstraat aangelegd, de voornaamste straat van het dorp. De ruimtelijke opbouw van de voorstraatdorpen is minder vastomlijnd dan op sommige andere eilanden in de zuidwestelijke delta. Zo bevindt de kerk zich soms aan het uiteinde van de voorstraat, zoals in Klaaswaal, en soms wat meer opzij, zoals in Piershil. En soms ligt de voorstraat aan beide zijden van een gegraven waterloop, zoals in OudBeijerland en ’s Gravendeel. Voorstraatdorpen zijn Piershil, Nieuw-Beijerland, OudBeijerland, ’s Gravendeel, Numansdorp, Klaaswaal en Westmaas. Dit laatste dorp is bovendien op een dam in de Binnenmaas gebouwd. Voor voorstraatdorpen hanteert de provincie de volgende ambities: • Er wordt uitgegaan van onderscheidende compacte dorpen met een dorps karakter. Elk dorp is uniek en uitbreidingen worden zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd. Dit mag echter niet ten koste gaan van de ‘lucht’ in het dorp; • Inzetten op behoud en versterking van het historische centrum en het waterfront.
Ontwikkelingen in het centrum bouwen voort op de waardevolle structuur van het dorp (haven, dijk en voorstraat) en houden rekening met de maat, schaal, beleefbaarheid en identiteit van het dorp. Inzetten op het behoud en de ontwikkeling van het havenkanaal als belangrijk cultuurhistorisch en recreatief element; • De voorstraat en de haven, als deze aanwezig is, worden opgenomen in het recreatieve netwerk, waarbij het centrum fungeert als concentratiepunt voor routes en attracties; • Bij ontwikkelingen buiten het historische centrum worden waardevolle structuren ingezet als dragers van de stedenbouwkundige structuur. Waar mogelijk wordt de relatie met het omliggende landschap opgezocht door nieuwe (zicht)relaties.
25
De ontwikkeling is binnendorps gelegen en voorziet daarmee in de uitbreiding van het bestaand bebouwd gebied. Het nieuwe appartementengebouw volgt de structuur van de omliggende bebouwing. Doordat het plan op een logische wijze de stedenbouwkundige structuur wordt gevolgd, gaat het plan niet ten koste van de ‘lucht’ in het dorp. Het plangebied is verder niet gelegen in het historisch centrum, een voorstraat of de haven. Er wordt voldaan aan de provinciale ambities voor voorstraatdorpen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gebiedsprofiel Hoeksche Waard. 3.2.3 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de Omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland de Omgevingsverordening geconsolideerd. De verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmings- plannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie.
Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c.
Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied en sluit aan bij de huidige
26
identiteit van de kern. Het plan sluit aan bij de provinciale kwaliteitskaart en daarmee richtpunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Stedelijke ontwikkelingen (ladder voor duurzame verstedelijking) In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan voorziet in een stedelijke ontwikkeling en daardoor is toetsing van het plan aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk. De toetsing aan de ladder is opgenomen in §3.1.3 van deze ruimtelijke onderbouwing. Daaruit blijkt dat het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Risico’s van klimaatadaptatie In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn de afspraken van het convenant klimaatadaptief bouwen vertaald in de beleidsbeslissingen klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is artikel 6.35a Risico’s van klimaatverandering toegevoegd. Dit houdt in dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. Wateroverlast door overvloedige neerslag; b. Overstroming; c. Hitte; d. Droogte. Wateroverlast door overvloedige neerslag Gezien het natter wordt moet de waterhuishouding geschikt zijn om zware regenbuien op te kunnen vangen. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat het hemelwater te snel in het open water verdwijnt. Het moet de gelegenheid krijgen om de infiltreren in de bodem. Het plan voorziet niet in geen ingrepen aan watergangen en de toename aan verharding neemt niet onevenredig toe. Daarnaast is de ontwikkelaar geadviseerd om regentonnen toe te passen te gebruiken, zodat het (overtollige) hemelwater opgevangen kan worden. Overstroming Het stijgen van de zeespiegel raakt het plan niet direct. Het plangebied is gelegen in het binnendijks gebied.
27
Hitte Gezien het warmer wordt, is bij de uitwerking van het plan rekening gehouden met de accumulatie van warmte. In de huidige situatie zijn er vrijwel geen houtopstanden aanwezig, waardoor er weinig schaduw is. Met het plan worden enkele bomen aangeplant op het voorerf en in het gezamenlijke binnentuin. De bomen zullen zorgen voor schaduwvorming, hetgeen zorgt voor verkoeling. Mogelijk dat in de nieuwe appartementen een installatie wordt geïnstalleerd die naast verwarmen ook kan koelen. Droogte Omdat het steeds droger wordt, zal de bodem sneller verdroogt raken. De ontwikkelaar is geïnformeerd over de nut en noodzaak om hemelwater op te vangen met regentonnen, zodat het regenwater vastgehouden kan worden. Indien houtstructuren of planten door droogte een gebrek aan water hebben, kan het opgevangen hemelwater vervolgens gebruikt worden om de bodem te hydrateren. De beplanting kan daardoor blijven voorzien in het afbreken van CO2 en het produceren van zuurstof voor mens en dier.
28
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Structuurvisie Hoeksche Waard Op 13 mei 2008 is de Structuurvisie Hoeksche Waard vastgesteld. De Commissie Hoeksche Waard (CHW) wil met de Structuurvisie sturing geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Uitgangspunt is de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de economische vitaliteit van het Nationaal Landschap Hoeksche Waard. Alle partijen zijn het erover eens dat het unieke polderlandschap van de Hoeksche Waard met zijn fraaie kreken en dijken en zijn weidse vergezichten behouden moet blijven. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn voor dynamiek: mensen moeten prettig kunnen wonen, werken en recreëren in de Hoeksche Waard. De structuurvisie heeft als doel de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de economische vitaliteit van het Nationaal Landschap Hoeksche Waard gelijktijdig te verbeteren. De regio wil de leefbaarheid in de dorpen bevorderen en ruimte bieden voor ontwikkelingen: de gemeenten mogen bouwen voor tenminste de eigen bevolkingsgroei, met respect voor de kernkwaliteiten van het landschap. Het plan betreft een particulier initiatief en resulteert in de toevoeging van 38 appartementen in het sociale segment. Hiermee worden burgerwoningen uit het lage segment aan de woonvoorraad van Numansdorp toegevoegd.
De leefbaarheid in het dorp wordt daarmee gestimuleerd, zodat voorzieningen behouden kunnen blijven. De ontwikkeling vindt in het stedelijk gebied plaats; het plan tast het authentieke karakter van de regio niet aan en het appartementengebouw wordt op een passende en verantwoorde wijze stedenbouwkundig ingepast door het gebouw aan te laten sluiten – enigszins verspringend – bij de voorgevelrooilijn van de naastgelegen gebouwen en door het trottoir en groen oor te trekken. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2 Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 In 2017 is de Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 vastgesteld. In de nieuwe Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 staat de vitaliteit van de regio centraal. Om die te bewaken, zet de gemeente in op meer kwaliteit en extra woningbouw om de instroom van gezinnen te bevorderen. De vijf voormalige gemeenten in de Hoeksche Waard hebben gezamenlijk een nieuwe woonvisie en bijbehorend woningbouwprogramma opgesteld. De visie kwam tot stand in samenwerking met diverse partijen. De nieuwe visie speelt in op veranderingen in de woningmarkt en kansen die er liggen om toekomstige krimp tegen te gaan. De verwachting is dat de regio na 2035 te maken krijgt met een dalend aantal huishoudens. Bijkomende uitdaging is het feit dat het aantal jongere huishoudens onder de 55 jaar tot die tijd al afneemt met bijna 20%.
Die gezinnen zijn heel belangrijk voor de vitaliteit van gemeente Hoeksche Waard. Als de gemeente Hoeksche Waard ervoor kan zorgen dat er meer jonge gezinnen naar de Hoeksche Waard komen, helpt dat niet alleen om de voorzieningen in stand te houden; het is ook goed voor het geboortesaldo en daarmee gaat het de krimp tegen.
29
Prestatieafspraken Wonen 2023-2024 Aanvullend op de woonvisie, maakt de regio jaarlijks prestatieafspraken. De afspraken gaan over beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, passend wonen en goed wonen in een prettige woonomgeving. Op 8 december 2022 zijn de prestatieafspraken voor 2023-2024 ondertekend. De behoefte aan sociale huurwoningen in de Hoeksche Waard is groot. De woningcorporatie zorgt voor huurwoningen voor juist die groep mensen die de woningen het hardst nodig heeft. Om te blijven zorgen voor voldoende sociale huurwoningen, nu en in de toekomst, is het bouwen van nieuwe woningen hard nodig. In de gezamenlijke afspraken tussen HW Wonen, het huurdersplatform en gemeente wordt hiervoor gezorgd Deze afspraken sluiten goed aan bij de ambities van de gemeente, om in te spelen op de toenemende vraag naar woningen; Hoeksche Waard breed, maar ook per dorp of kern. Door het bouwen van de juiste woningen op de juiste plek bouwen we aan een toekomstbestendige woningvoorraad en aan het behoud van een vitale Hoeksche Waard. Het Huurdersplatform is akkoord met de wijze waarop in de prestatieafspraken de belangen van de huurders zijn vertegenwoordigd. En heeft zich dit jaar in het bijzonder ingezet voor afspraken voor meer nieuwbouw van sociale huurwoningen.
Zij heeft de gemeente gevraagd hiervoor ruimte te creëren en samen met HW Wonen te zorgen voor meer (huur)woningen in de Hoeksche Waard. Het plan voorziet in het realiseren van een appartementencomplex dat voorziet in 38 sociale huurappartementen. Dit programma is ontstaan door een samenwerking met een ontwikkelende partij en HW Wonen. Het plan is een welkome ontwikkeling voor de regio Hoeksche Waard.
30
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard Op 17 december 2019 is de omgevingsvisie Hoeksche Waard ‘Kom Waardmaken’ vastgesteld. Dit document bevat de visie van de gemeente voor de komende jaren. Vijf maatschappelijke opgaven vragen deze jaren specifiek de aandacht. Dit worden de Hoeksche Werken genoemd. Daarbij gaat het om de volgende opgaven: • Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; • Vitaal economisch klimaat; • Bereikbaar, nabij en toegankelijk; • Duurzame, innovatieve landbouw; • Vitale dorpen en actieve samenleving. Landschap, natuur, rust en ruimte zijn belangrijke Hoeksche Waarden. Ook vitaliteit en het betrekken van iedereen in de samenleving zijn kenmerken waar de Hoeksche Waard voor staat. De Hoeksche Waard heeft haar eigen karakter dat het waard is om te koesteren. Daarom willen de gemeente dat nieuwe ontwikkelingen en ingrepen in landschap of in dorpen met liefde en zorg voor de plek worden uitgevoerd. Bij de ontwikkeling van de leefomgeving stond eerst vooral de kwaliteit van bouwwerken centraal. In de loop der tijd zijn ook natuur, landschap en erfgoed hierbij gekomen. Nu wordt er ook over vraagstukken van bijvoorbeeld voedsel, energie, klimaat en gezondheid gesproken. De gemeente Hoeksche Waard vat dit samen als omgevingskwaliteit.
In de visie is opgenomen dat een initiatief moet bijdragen aan de maatschappelijke opgaven (Hoeksche Werken) en de omgevingskwaliteit (Hoeksche Waarden). Met het plan wordt een sportschool gesloopt en vervolgens een appartementengebouw gerealiseerd. Met de toevoeging van 38 appartementen in het sociale huursegment wordt ruimte gecreëerd voor de huidige inwoners uit de Hoeksche waard of worden er nieuwe (jonge) huishoudens naar de Hoeksche Waard getrokken. Zodoende zal het plan bijgedragen in het behouden/toenamen van het aantal jongere huishoudens in de gemeente. Het is belangrijk om deze doelgroep binnen de gemeente te behouden, want zij dragen bij in het in stand houden van voorzieningen. Het plan haakt daarmee aan bij de Hoeksche Werk om te komen tot vitale en duurzame dorpen en een actieve samenleving en de Hoekse Waarden om de vitaliteit en leefbaarheid te versterken. Het initiatief draagt bij aan de Hoeksche Waarden en Werken en is daarmee in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie.
31
4
Sectorale aspecten
4.1 Milieueffectrapportage Beleidskader In de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffect- beoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Het plan betreft de realisatie van een appartementengebouw met 38 appartementen. De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in onderdeel D11.2 uit de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Gezien de kleinschaligheid is er geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.rplicht geldt, geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het plan Het plan betreft een woningbouwontwikkeling in de kern van Numansdorp.
Middels het plan wordt een appartementengebouw met daarin 38 appartementen gerealiseerd. Er vinden op de locatie geen productiewerkzaamheden plaats. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan regulier huisafval. Ligging van het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op een afstand van 1,7 km ligt het Natura 2000-gebied Hollands Diep. Dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000 (Krammer-Volkerak) zijn gelegen op een afstand van meer dan 5 kilometer tot het plangebied. Overige Natura 2000gebieden in de omgeving zijn op grotere afstand gelegen. Het plangebied ligt op een afstand van circa 1,5 km tot het dichtstbijzijnde NNN. Kenmerken van de potentiële effecten van het plan Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen afnemen (zie §2.2.2 van deze ruimtelijke onderbouwing). Gezien de relatieve kleinschaligheid van het plan, de ligging in het stedelijk gebied en de grote afstanden tot beschermde natuurgebieden, zal het plan niet leiden tot significante negatieve effecten op het milieu. Ook uit de uitgevoerde milieukundige onderzoeken (zie de volgende paragrafen en de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing) blijkt dat het plan niet voorziet in negatieve effecten op het milieu. 32
Conclusie Gezien de relatieve kleinschaligheid van de ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.
33
4.2 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Hollandse Delta de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. Waterschapsbeleid De strategie en het beleid van Waterschap Hollandse Delta is gericht op: • Het bieden van veiligheid tegen wateroverlast; • Veilige (vaar)wegen; • Voldoende en schoon oppervlaktewater. Daarnaast werkt het Waterschap ook actief aan de ruimtelijke inbedding van "water", met oog voor de ecologie en het landschap en dat water mee bepalend wordt voor de gewenste ruimtelijk economische ontwikkelingen. Hierbij werkt het Waterschap nauw samen met anderen, zowel met medeoverheden als met belangenorganisaties en andere gebruikers van ruimte. Door een actieve instelling en open houding kunnen belangen tegen elkaar worden afgewogen en kunnen keuzes worden gemaakt, die mogen rekenen op voldoende steun en draagvlak. Verordening ‘de Keur’ Het Waterschap Hollandse Delta heeft als regelgeving haar verordening ‘de Keur’. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging.