CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

RK HW - Casusonderzoek verbonden partijen - Eindrapport DEF

Besluitvormende raad 7 maart 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Grip op Verbonden Partijen Rekenkamer Hoeksche Waard, drie verbonden partijen in het bijzonder40.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

67

• •

De raad heeft voldoende vragen c.q. bestuurlijke opdrachten verstrekt ter bijsturing en om eventuele risico’s beheersbaar te houden. De gemeenteraad heeft vanuit zijn controlerende rol op basis van de ontvangen informatie voldoende sturing gegeven, waardoor voortgang is geboekt, prestaties zijn geleverd en risico’s beheersbaar zijn geworden of gebleven.

Controle: • De raad heeft voldoende zicht op de verbonden partij om ten minste te kunnen voldoen aan de controlerende rol. • De gemeenteraad controleert de mate waarin doelen verbonden partij worden gerealiseerd. • De gemeenteraad heeft een “dynamisch-actieve houding” t.a.v. verbonden partij X gericht op leren, samen ontwikkelen en gezamenlijk oplossen (i.p.v. een houding die enkel gericht is op ‘grip’ houden volledig langs de lijn van planning en control). Effectief: • De wijze van sturen en controleren van de verbonden partij door de raad is effectief geweest. 7. Hoe ervaren raadsleden, collegeleden en ambtelijke contactpersonen de samenwerking? Wat zijn punten ter verbetering?

•

De samenwerking tussen verbonden partij X, ambtelijke organisatie en raad wordt als effectief ervaren door de ambtelijke contactpersonen, collegeleden en raadsleden.

Ervaren effectiviteit

8. Wat zijn de resultaten tot nu toe?

•

De vooraf bepaalde doelstellingen verbonden partij X zijn behaald, dan wel is er zicht op het behalen van deze doelstellingen binnen een termijn zoals gespecificeerd bij start samenwerking/ tussentijdse actualisatie doelstellingen. De realisatie van de vooraf bepaalde doelen verbonden partij X vindt plaats binnen de vastgestelde financiële kaders.

Effectiviteit

De samenwerking met de verbonden partij zorgt voor maatschappelijke effecten zoals gespecificeerd t.a.v. verbonden partij X.

Effectiviteit

• 9. Worden de doelen gerealiseerd, wat merken inwoners daarvan en wat zijn de maatschappelijke effecten (outcome)?

•

68

B. Overzicht geraadpleegde documenten Hieronder een globaal overzicht van de geraadpleegde bronnen. In het rapport zijn in voetnoten concrete referenties opgenomen. Categorieën

Documenten

Algemene documentatie verbonden partijen Hoeksche Waard

Documentatie Hoeksche Waard verbonden partijen: •

• • • •

Raadsbesluiten van de vijf voormalige gemeenten: o

Vaststelling en uitwerking Nota ‘Verbonden partijen gemeenten Hoeksche Waard’ (2015);

o

Vaststelling notitie ‘Naar een goede wisselwerking tussen gemeenteraden en verbonden partijen in de Hoeksche Waard’ (2017)

o

Vaststelling Rekenkamerrapport risicomanagement (2017)

Amendement Binnenmaas t.a.v. Binnenmaas (januari 2014) Notitie uitwerking verbonden partijen Strijen (mei 2015) Informatiebrieven t.a.v. verbonden partijen Doorwerking adviezen Denktank Grip op Gemeenschappelijke Regelingen ZuidHolland Zuid

Daarnaast ook documenten reguliere P&C cyclus gemeente Hoeksche Waard (o.a. financiële verordening gemeente Hoeksche Waard 2020). Algemene documentatie wetgeving

Documentatie oude en nieuwe wetgeving (Wgr) en aanverwante bronnen wetgeving:

Documentatie Casus Bres Accommodaties BV

Kerndocumenten die betrekking hebben op het besluit samenwerking verbonden partij (collegebesluiten, beleidsregels, raadsbesluiten, subsidieovereenkomsten, moties en amendementen en onderliggende stukken).

• • •

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) Wet gemeenschappelijke regelingen (gewijzigd per 1 januari 2015) Wetsvoorstel Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (Kamerstuk 35.513)

Kerndocumentatie verbonden partij vanaf aanvang tot heden. O.a. doelen, inrichting, governance, samenwerkingsvorm, contract, vergaderstukken. Denk aan statuten, mantelhuurovereenkomst, dienstverleningsovereenkomst. Belangrijke rapportages verbonden partij (aan gemeente en raad) waar gerapporteerd wordt over (financiële) doelen verbonden partij: begroot en (voorlopig) gerealiseerd. Denk aan documentatie P&C cyclus (begroting – jaar) en bestuurlijke en ambtelijke rapportages. Documentatie Casus GR Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid

Kerndocumenten die betrekking hebben op het besluit samenwerking verbonden partij (collegebesluiten, beleidsregels, raadsbesluiten, moties en amendementen en onderliggende stukken). Kerndocumentatie verbonden partij vanaf aanvang tot heden. O.a. doelen, inrichting, governance, samenwerkingsvorm, contract, vergaderstukken. Denk aan GR OZHZ, mandaatbesluit, documentatie 4e wijziging GR. Belangrijke rapportages verbonden partij (aan gemeente en raad) waar gerapporteerd wordt over (financiële) doelen verbonden partij: begroot en (voorlopig) gerealiseerd. Denk aan documentatie P&C cyclus (begroting – jaar) en bestuurlijke en ambtelijke rapportages zoals: Nota bedrijfsvoering, Nota uitvoering, begroting, jaarstukken en begeleidende documentatie (aanbiedingsbrieven, antwoordbrieven, voorstellen)

69

Documentatie Casus Stichting Inkoopbureau West-Brabant

Kerndocumenten die betrekking hebben op het achtergrond/ besluit samenwerking verbonden partij (collegebesluiten, beleidsregels, raadsbesluiten, moties en amendementen en onderliggende stukken). Denk aan adviesrapport inkoopprofessionalisering en ambitiestatement lokaal inkopen (en begeleidende stukken). Kerndocumentatie verbonden partij vanaf aanvang tot heden. O.a. doelen, inrichting, governance, samenwerkingsvorm, contract, vergaderstukken. Denk aan overeenkomst Inkoopbureau West-Brabant, stappenplan inkopen bij gemeente Hoeksche Waard en inkoopbeleid. Belangrijke rapportages verbonden partij (aan gemeente en raad) waar gerapporteerd wordt over (financiële) doelen verbonden partij: begroot en (voorlopig) gerealiseerd. Denk aan documentatie P&C cyclus (begroting – jaar) en bestuurlijke en ambtelijke rapportages zoals inkooprapportage en verslaglegging richting college/raad

70

C. Overzicht respondenten Bres Accommodaties: accounthouder gemeente Hoeksche Waard Bres Accommodaties: teammanager gemeente Hoeksche Waard Bres Accommodaties: directeur-bestuurder Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid: directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid: vertegenwoordiging gemeente Hoeksche Waard Stichting Inkoopbureau West-Brabant: vertegenwoordiging gemeente Hoeksche Waard Stichting Inkoopbureau West-Brabant: teamleider Overall strategie verbonden partijen gemeente Hoeksche Waard: directiesecretaris en strategisch adviseur Bestuurlijk portefeuillehouder gemeente Hoeksche Waard voor alledrie de verbonden partijen

71

D. Aanvullende toelichting kaderstellend en controlerend instrumentarium raad ten aanzien van verbonden partijen D1. Bres Accommodaties - instrumentarium gemeenteraad Instrument Verordenende bevoegdheid (Kaderstelling)

Grondslag art. 147/149 Gemeentewet

Initiatiefrecht (Kaderstelling)

art. 147a Gemeentewet

Amendement (Kaderstelling) Vragenrecht (Controle)

art. 147b Gemeentewet art. 155 Gemeentewet

Onderzoekscommissie (Enquêterecht; controle)

art. 155a e.v. Gemeentewet

Verantwoordingsplicht college & Actieve informatieplicht (Controle)

art. 169 Gemeentewet

De gemeenteraad blijft onverkort bevoegd om kaders te stellen over de uitvoering. De gemeenteraad blijft ook onverkort bevoegd om andere verordeningen vast te stellen. De raad behoudt het initiatiefrecht om zelfstandig verordeningen of kaderstellende plannen tot stand te brengen. De raad behoudt het recht om voorstellen te amenderen voor de raad ze aanneemt. Een raadslid kan het college of de burgemeester vragen stellen, welke door het college (art. 169 lid 3 Gemeentewet) of de burgemeester (art. 180 lid 3 Gemeentewet) beantwoord moeten worden, tenzij dat in het openbaar belang niet kan. (Toepassing van een Woo-grond leidt ertoe dat stukken onder geheimhouding moeten worden gezonden). Een gemeentelijke onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het door het college gevoerde bestuur (ook wat in mandaat namens het college is gedaan) en naar het handelen van de eigen bestuurder in de algemene vergadering. Het college is volledig verantwoordelijk voor de invulling van het eigenaarschap van eigendommen van de gemeente. Daarnaast is het college verantwoordelijk voor het handelen van de wethouder in de algemene vergadering en legt daarover verantwoording af aan de raad.

Onderzoek Rekenkamer (Controle)

art. 184 jo. art. 182 Gemeentewet

Paragraaf verbonden partijen begroting (Kaderstelling) Paragraaf verbonden partijen jaarrekening (Controle)

art. 189/190 Gemeentewet en BBV art. 197 en BBV

Het college moet de raad actief informeren wanneer het college denkt dat de raad informatie nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. De lokale rekenkamer kan onderzoek bij Bres Accommodaties om te kijken of het gemeentelijke beleid rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. In de paragraaf kan de gemeenteraad kaders meegeven aan het college. In de paragraaf legt het college verantwoording af over de verbonden partij.

72

D2. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid - instrumentarium gemeenteraad Instrument Verordenende bevoegdheid (Kaderstelling)

Grondslag art. 147/149 Gemeentewet

Bestemmingsplan (Kaderstelling)

art. 5.4 lid 1 Wabo art. 3.1 Wro

Initiatiefrecht (Kaderstelling)

art. 147a Gemeentewet

Amendement (Kaderstelling) Vragenrecht (Controle)

art. 147b Gemeentewet art. 155 Gemeentewet

Vragenrecht (Controle)

art. 19 lid 1 jo. art. 16 lid 2 Wgr

Vragenrecht (Controle)

art. 17 lid 1 Wgr

Onderzoekscommissie (Enquêterecht; controle)

art. 155a e.v. Gemeentewet

Regionale onderzoekscommissie (Enquêterecht; controle)

art. 155g e.v. Gemeentewet

Verantwoordingsplicht college & Actieve informatieplicht (Controle)

art. 169 Gemeentewet

De gemeenteraad blijft onverkort bevoegd om kaders te stellen over de uitvoering en handhaving. De gemeenteraad blijft ook onverkort bevoegd om andere verordeningen vast te stellen. De gemeenteraad blijft onverkort bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. De raad behoudt het initiatiefrecht om zelfstandig verordeningen of kaderstellende plannen tot stand te brengen. De raad behoudt het recht om voorstellen te amenderen voor de raad ze aanneemt. Een raadslid kan het college of de burgemeester vragen stellen, welke door het college (art. 169 lid 3 Gemeentewet) of de burgemeester (art. 180 lid 3 Gemeentewet) beantwoord moeten worden, tenzij dat in het openbaar belang niet kan. (Toepassing van een Woo-grond leidt ertoe dat stukken onder geheimhouding moeten worden gezonden). Een raadslid kan eigen lid in het algemeen bestuur van OZHZ vragen stellen, welke door dat lid beantwoord moeten worden. (Toepassing van een Woo-grond leidt ertoe dat stukken onder geheimhouding moeten worden gezonden). Een raadslid kan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van OZHZ vragen stellen, welke door het betreffende orgaan beantwoord moeten worden.

Een gemeentelijke onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het door het college gevoerde bestuur (ook wat in mandaat namens het college is gedaan) en naar het handelen van de eigen bestuurder in het algemeen bestuur (niet in het dagelijks bestuur). Een regionale onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het door het bestuur van de OZHZ gevoerde bestuur. Het college is volledig verantwoordelijk voor alles wat binnen OZHZ in mandaat wordt uitgevoerd, en legt daarover verantwoording af aan de raad. Daarnaast is het college verantwoordelijk voor het handelen van de wethouder in het algemeen bestuur en legt daarover verantwoording af aan de raad.

Verantwoordingsplicht lid algemeen bestuur (Controle) Onderzoek Rekenkamer (Controle) Paragraaf verbonden partijen begroting (Kaderstelling) Paragraaf verbonden partijen jaarrekening (Controle)

art. 19 lid 1 jo. art. 16 lid 1 Wgr art. 184 lid 3 Gemeentewet art. 189/190 Gemeentewet en BBV art. 197 en BBV

Het college moet de raad actief informeren wanneer het college denkt dat de raad informatie nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het lid van het algemeen bestuur legt verantwoording af over zijn eigen handelen in het algemeen bestuur aan de gemeenteraad van zijn gemeente. De lokale rekenkamer kan onderzoek doen naar het door OZHZ gevoerde beleid. In de paragraaf kan de gemeenteraad kaders meegeven aan het college. In de paragraaf legt het college verantwoording af over de verbonden partij.

73

Zienswijzen en toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling (Kaderstelling) Zienswijzen ontwerpbegroting (Kaderstelling) Zienswijzen andere besluiten (Kaderstelling)

art. 51 Wgr

Via deze instrumenten kan de raad sturen op de inhoud van de gemeenschappelijke regeling.

art. 59 Wgr

Actieve informatieplicht (Controle)

art. 17 lid 2 en 3 Wgr

Gemeenschappelijke raadsadviescommissie (Kaderstelling/Controle)

art. 24a Wgr

De raad kan een zienswijze indienen op de ontwerpbegroting van OZHZ. In de gemeenschappelijke regeling kan bepaald worden dat ook andere besluiten aan zienswijzen worden onderworpen om de raad zo meer invloed te geven Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van OZHZ moeten de gemeenteraad actief informeren wanneer zij denken dat de raad informatie nodig heeft ter uitoefening van zijn taak. De gemeenteraden kunnen het algemeen bestuur verzoeken een adviescommissie in te stellen bestaande uit raadsleden die (1) de raden adviseert, (2) het algemeen bestuur adviseert en (3) de besluitvormingsprocedure naar de raden begeleidt.

art. 10 lid 5 e.v. Wgr

D3. Stichting Inkoop West-Brabant - instrumentarium gemeenteraad Instrument Verordenende bevoegdheid (Kaderstelling)

Grondslag art. 147/149 Gemeentewet

Initiatiefrecht (Kaderstelling)

art. 147a Gemeentewet

Amendement (Kaderstelling) Vragenrecht (Controle)

art. 147b Gemeentewet art. 155 Gemeentewet

Onderzoekscommissie (Enquêterecht; controle)

art. 155a e.v. Gemeentewet

Verantwoordingsplicht college & Actieve informatieplicht (Controle)

art. 169 Gemeentewet

De gemeenteraad blijft onverkort bevoegd om kaders te stellen over de uitvoering (incl. inkoop). De gemeenteraad blijft ook onverkort bevoegd om andere verordeningen vast te stellen. De raad behoudt het initiatiefrecht om zelfstandig verordeningen of kaderstellende plannen tot stand te brengen. De raad behoudt het recht om voorstellen te amenderen voor de raad ze aanneemt. Een raadslid kan het college of de burgemeester vragen stellen, welke door het college (art. 169 lid 3 Gemeentewet) of de burgemeester (art. 180 lid 3 Gemeentewet) beantwoord moeten worden, tenzij dat in het openbaar belang niet kan. (Toepassing van een Woo-grond leidt ertoe dat stukken onder geheimhouding moeten worden gezonden). Een gemeentelijke onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het door het college gevoerde bestuur (ook wat in mandaat namens het college is gedaan) en naar het handelen van de eigen bestuurder in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur (voor zover wordt aangenomen dat men daar namens de gemeente zit; wat te betwijfelen is). Het college is volledig verantwoordelijk voor de invulling van de taken waarop inkoop plaatsvindt, alsook voor de handelingen die in het kader van de inkoop namens het college worden verricht.

Daarnaast is het college verantwoordelijk voor het handelen van de wethouder in het algemeen bestuur en legt daarover verantwoording af aan de raad (voor zover wordt aangenomen dat men daar namens de gemeente zit; wat te betwijfelen is). Het college moet de raad actief informeren wanneer het college denkt dat de raad informatie nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.

74

Onderzoek Rekenkamer (Controle)

art. 184 jo. art. 182 Gemeentewet

Paragraaf verbonden partijen begroting (Kaderstelling)

art. 189/190 Gemeentewet en BBV

Paragraaf verbonden partijen jaarrekening (Controle)

art. 197 en BBV

De lokale rekenkamer kan onderzoek bij het Inkoopbureau om te kijken of het gemeentelijke beleid rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. (Formeel na de invoering van de Wet versterking decentrale rekenkamers) In de paragraaf kan de gemeenteraad kaders meegeven aan het college (voor zover wordt aangenomen dat men daar namens de gemeente zit; wat te betwijfelen is; ander is geen sprake van een verbonden partij). In de paragraaf legt het college verantwoording af over de verbonden partij (voor zover wordt aangenomen dat men daar namens de gemeente zit; wat te betwijfelen is; ander is geen sprake van een verbonden partij).

75

E. Mandaatlijst OZHZ Onderstaande tabel bevat de Mandaatlijst als bedoeld in artikel 2 van het Mandaatbesluit gemeente Hoeksche Waard voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, 2022. Bevoegdheden

Toelichting/voorwaarden

ALGEMEEN 1.

Het uitoefenen van proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures.

2.

De bevoegdheid tot het machtigen van medewerkers om het college te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures.

3.

De bevoegdheid tot het machtigen van medewerkers om namens het college binnen de grenzen van het geschil en het daarmee gepaarde gaande financiële belang, mee te werken aan finale geschillenbeslechting en toezeggingen ten aanzien daarvan te doen.

4.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van:

Betreft proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals het voeren van verweer indien het besluit in mandaat is genomen door de directeur of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende medewerker en het vragen van uitstel van behandeling van bezwaar- en beroepszaak.

Betreft de werkwijze 'Nieuwe zaaksbehandeling'. Afstemming vindt plaats met de gemeente.

a. artikel 4:5 en 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht inzake het niet behandelen van een aanvraag en het afdoen van een nieuwe aanvraag na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking; b. artikel 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht inzake het horen van de aanvrager en de belanghebbende; c. afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de beslistermijn; d. titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht inzake bestuursrechtelijke geldschulden, m.u.v. afdeling 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht (aanmaning en invordering bij dwangbevel); e. artikel 8:29, artikel 8:51a, 8:51b8:51c, 8:80a en 8:80b van de Algemene wet bestuursrecht inzake geheimhouding, de bestuurlijke lus en tussenuitspraak; f. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. 5.

De bevoegdheid tot het aanvragen en verantwoorden van subsidies, voor zover het bevoegdheden van het college betreft, op basis van regelingen van andere overheidsorganen, het Rijk en de Europese Unie, alsmede het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging van deze subsidies.

Mits en voor zover de vertegenwoordiger van de gemeente in het algemeen bestuur heeft aangegeven akkoord te gaan met het aanvragen van de betreffende subsidie namens zijn gemeente in het geval sprake is van de uitvoering van programmataken, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

76

6.

Het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Omvat mede het, voorafgaand aan het vragen van advies aan het Landelijk Bureau Bibob, uit te voeren eigen onderzoek, alsmede het nemen van besluiten op grond van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. In afstemming met de gemeente.

7.

Het uitoefenen van bevoegdheden op grond van de Wet open overheid.

Het mandaat omvat zowel de bevoegdheid tot het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen strekkend tot passieve openbaarmaking als tot het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen strekkend tot actieve openbaarmaking.

VERGUNNINGVERLENING Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 8.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en procedurehandelingen in het kader van voorbereidingsprocedures op grond van hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

9.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten over, op grond van weten regelgeving vergunningvoorschriften, te overleggen meldingen, rapportages en soortgelijke documenten.

Dit betreft de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e en i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht.

Wet milieubeheer 10.

De bevoegdheid tot het in behandeling nemen en beoordelen van meldingen en het nemen van besluiten ingevolge het gestelde bij of krachtens de artikelen in paragraaf 8.1 van de Wet milieubeheer.

11.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer inzake milieueffectrapportage, in het kader van een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Betreft de procedurestappen, het advies reikwijdte en detailniveau milieueffectrapportageprocedure (m.e.r.) en het besluit m.e.r.-beoordeling.

Waterwet 12.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten ingevolge artikel 3.8 van de Waterwet inzake het zorgdragen voor de met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer benodigde afstemming van taken en bevoegdheden, voor zover het betreft de indirecte lozingen van inrichtingen.

Betreft de samenwerking met de waterbeheerder bij het stellen van voorschriften voor indirecte lozingen bij inrichtingen.

Gevaarlijke stoffen 13.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van artikel 29 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen inzake het verlenen van ontheffing als bedoeld in artikel 28 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Betreft het beslissen op een verzoek voor een ontheffing voor het verbod om gevaarlijke stoffen te vervoeren over andere wegen dan de daarvoor aangewezen wegen

14.

De bevoegdheid om te besluiten op verzoeken tot bijzondere toestemming en om kennisgevingen te behandelen voor het laden en lossen van gevaarlijke stoffen (met name vuurwerk) als bedoeld in artikel 1 van bijlage 3 van de Regeling jo. de artikelen 2, onderdeel c, en 1, eerste lid onderdeel b sub 2 van de Regeling jo. artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen jo. artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, gelezen in samenhang met hoofdstuk 7.5, voorschrift 7.5.11-CV1 sub a en b en hoofdstuk 8.5, voorschrift S1-(4) sub a en b van de ADR.

Betreft het beslissen op een verzoek voor een ontheffing voor het laden en lossen van gevaarlijke stoffen (waaronder vuurwerk) in het openbaar gebied.

77

Besluit bodemkwaliteit 15.

Het toetsen van meldingen inzake het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit.

Besluit lozen buiten inrichtingen 16.

Het in ontvangst nemen en behandelen van een melding als bedoeld in artikel 1.10 en 1.10a van het Besluit lozen buiten inrichtingen, alsmede de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 3 en 3a van dat besluit.

Vuurwerkbesluit 17.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van het Vuurwerkbesluit inzake het stellen, wijzigen, aanvullen en intrekken van maatwerkvoorschriften.

Bouwbesluit 2012 18.

De bevoegdheid tot het in ontvangst nemen van een sloopmelding op grond van artikel 1.26 Bouwbesluit 2012 voor het bedrijfsmatig verwijderen van asbest en het stellen van nadere voorwaarden na een ingediende sloopmelding op grond van artikel 1.29 Bouwbesluit 2012

TOEZICHT EN HANDHAVING 19.

De bevoegdheid tot het aanwijzen van medewerkers belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: a. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten; b. het Vuurwerkbesluit.

20.

Het voeren van correspondentie in het kader van toezicht en handhaving, waaronder in ieder geval begrepen: - een bezoekbevestigingsbrief; - een constateringsbrief; - een voorwaarschuwingsbrief; - een vooraankondiging last onder bestuursdwang of last onder dwangsom of hoorbrief; - vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie (artikel 5.16 Algemene wet bestuursrecht).

21.

De bevoegdheid tot het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: a. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten, juncto 5.2 van die wet; b. het Vuurwerkbesluit.

Een ongewoon voorval als bedoeld in hoofdstuk 17 van de Wet milieubeheer wordt zo spoedig mogelijk doorgemeld aan de burgemeester van de gemeente. Het mandaat omvat tevens de bevoegdheid tot het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 92 van de Woningwet en paragraaf 1.7 van het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bedrijfsmatig verwijderen van asbest.

78

22.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van: a. de afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van Titel 5.3 (Herstelsancties) van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 125 van de Gemeentewet;

Het opleggen van een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang geschiedt in afstemming met de gemeente.

b. de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 125 van de Gemeentewet op verzoeken van derden om handhavend op te treden; c. de artikelen 5.14 tot en met 5.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht inzake het opleggen van de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom.

OVERIG (GELUIDSANERING) 23.

Het schriftelijk op de hoogte stellen van de eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen dat van overheidswege wordt overwogen geluidwerende voorzieningen aan te brengen (artikel 6.3 Besluit geluidhinder).

24.

Het doen van een verzoek aan de eigenaren en bewoners van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen om binnen drie weken na de in artikel 6.3 bedoelde schriftelijke mededeling, schriftelijk toestemming te verlenen tot het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek (artikel 6.4, eerste lid, Besluit geluidhinder).

25.

Het doen van een schriftelijke mededeling aan de betreffende eigenaren en bewoners dat geen akoestisch en bouwtechnisch onderzoek kan worden uitgevoerd, tenzij deze schriftelijke toestemming binnen twee weken alsnog wordt verleend, indien de in het eerste lid van artikel 6.4 bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het ander geluidsgevoelige gebouw is verleend (artikel 6.4, tweede lid, Besluit geluidhinder).

26.

Het doen van een schriftelijke mededeling aan de betreffende eigenaren en bewoners dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht indien ook de in het tweede lid van artikel 6.4 bedoelde toestemming niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning of het andere geluidsgevoelige gebouw is verleend (artikel 6.4, derde lid, Besluit geluidhinder).

27.

Het instellen van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek indien de in artikel 6.4, eerste of tweede lid, bedoelde toestemming is verleend (artikel 6.5 Besluit geluidhinder). Het onderzoek resulteert in ieder geval in: a. een opgave van de geluidsgevoelige ruimten; b. een inventarisatie van de benodigde bouwtechnische gegevens; c. een opgave van de benodigde geluidwerende voorzieningen; d. een raming van de kosten voor de overheid, en e. een raming van de eventuele kosten voor de eigenaar.

79

28.

Het schriftelijk op de hoogte stellen van de eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien waarvan uit het in artikel 6.5 bedoelde onderzoek blijkt dat de volgende extra voorzieningen moeten worden getroffen: a. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de geluidweringvoorschriften ingevolge de Woningwet 1962 of de Woningwet; b. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van de woning met de technische voorschriften van hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit 2003, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan; c. extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen van het andere geluidsgevoelige gebouw met de technische voorschriften van hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit 2003, voor zover het betreft geluidsgevoelige ruimten of de bereikbaarheid daarvan; d. voorzieningen met betrekking tot het opheffen van gebreken en van achterstallig onderhoud (artikel 6.6, eerste lid, Besluit geluidhinder).

29.

Het doen van een verzoek aan de betreffende eigenaren binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling, om schriftelijk te verklaren dat zij zich verplichten, om binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen de extra voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, aan te brengen, tenzij toepassing wordt gevraagd van artikel 6.7, eerste lid (artikel 6.6, tweede lid, Besluit geluidhinder).

30.

Het doen van een schriftelijke mededeling aan de betreffende eigenaren dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht, tenzij de schriftelijke verklaring binnen twee weken alsnog wordt afgegeven, indien de in het tweede lid bedoelde schriftelijke verklaring niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning is verleend (artikel 6.6, derde lid, Besluit geluidhinder).

31.

Het doen van een schriftelijke mededeling aan de betreffende eigenaren dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht, indien de verklaring ook binnen de in het derde lid gestelde termijn niet volledig, niet binnen de gestelde termijn of niet voor de gehele woning is afgegeven (artikel 6.6, vierde lid, Besluit geluidhinder).

32.

Het - bij het geven van de verklaring als bedoeld in artikel 6.6 - in ontvangst nemen van een verzoek van de eigenaar dat het treffen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid, en het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, gelijktijdig plaatsvindt, alsmede het aan dit verzoek gevolg geven (artikel 6.7, eerste lid). Bij toepassing van het eerste lid blijven de kosten van het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid, voor rekening van de betreffende eigenaar (artikel 6.7, tweede lid, Besluit geluidhinder).

33.

Het doen van een aanbod met betrekking tot de aan te brengen geluidwerende voorzieningen en, indien toepassing wordt gevraagd van artikel 6.6, eerste lid, een voorstel voor een overeenkomst met betrekking tot het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid, aan de eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, die op basis van het in artikel 6.5 bedoelde akoestisch en bouwtechnisch onderzoek voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in aanmerking komen (artikel 6.8, eerste lid, Besluit geluidhinder).

34.

Het doen van een mededeling aan de betreffende eigenaren wanneer de geluidwerende voorzieningen naar verwachting zullen worden aangebracht (artikel 6.8, tweede lid, Besluit geluidhinder).

35.

Indien geen toepassing wordt gegeven van artikel 6.7, eerste lid: het doen van een aanbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, onder de voorwaarde dat de extra voorzieningen door de eigenaar worden aangebracht binnen de door het bevoegd gezag gestelde termijn, voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen (artikel 6.8, derde lid, Besluit geluidhinder).

80

36.

Het schriftelijk op de hoogte stellen van de eigenaren van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, die op basis van het in artikel 6.5 bedoelde akoestisch en bouwtechnisch onderzoek voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen niet in aanmerking komen (artikel 6.8, vierde lid, Besluit geluidhinder).

37.

Het doen van een verzoek aan de eigenaren, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, om binnen drie weken na ontvangst van het aanbod en, indien van toepassing, de overeenkomst, door middel van ondertekening schriftelijk te verklaren dat: a. zij voor alle geluidsgevoelige ruimten waar het aanbod betrekking op heeft, instemmen met de voorgestelde geluidwerende voorzieningen en toestemming geven tot het aanbrengen van de voorgestelde geluidwerende voorzieningen; b. zij zich verbinden tot het aanbrengen van de extra voorzieningen, bedoeld in artikel 6.6, eerste lid; c.indien toepassing is verzocht van artikel 6.7, eerste lid, zij zich verbinden tot het betalen van de kosten die verband houden met het gelijktijdig aanbrengen van de extra voorzieningen (artikel 6.9, eerste lid, Besluit geluidhinder).

38.

Indien de in het eerste lid van artikel 6.9 bedoelde ondertekening niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden: het doen van een schriftelijke mededeling aan de betreffende eigenaren dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht, tenzij de ondertekening binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling alsnog plaatsvindt (artikel 6.9, tweede lid, Besluit geluidhinder). Indien de verklaring ook niet binnen de in het tweede lid gestelde termijn heeft plaatsgevonden: het doen van een schriftelijke mededeling aan de betreffende eigenaren dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht (artikel 6.9, derde lid Besluit geluidhinder).

39.

Het doen uitvoeren van het/de door de gemeente vastgestelde projectvoorstel(len) inzake de uitvoering en begeleiding van geluidsanering door gevelmaatregelen.

40.

Het namens de gemeente sluiten van overeenkomsten tussen de eigenaren/bewoners en de gemeente inzake de woningen die wel in aanmerking komen voor gevelmaatregelen.

41.

Het verzorgen van de aanbestedingsprocedure, het verstrekken van opdrachten aan de aannemer en het al dan niet voldoen van de facturen van de aannemer, een en ander conform het gemeentelijke aanbestedingsbeleid en de tussen de gemeente en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid gemaakte afspraken.

81

F. Vergelijkend overzicht omzet deelnemende partijen OZHZ 2021 Onderstaande tabel bevat informatie over de omzetcijfers (ofwel realisatiecijfers) voor de verschillende deelnemende partijen van OZHZ in het jaar 2021 (bron Jaarstuk, 2021):

82

& Van de Laar B.V. Emmasingel 29-11

5611 AZ Eindhoven 085 - 747 06 18 info@en-vdl.nl en-vandelaar.nl

& Van de Laar is een onafhankelijk organisatieadviesbureau met denkers én doeners voor de publieke sector. Onze adviseurs zijn op een missie: bijdragen aan een zelfbewuste en wendbare publieke sector. Dat doen wij door sámen met onze opdrachtgevers resultaatgericht, betrokken en met energie te werken aan hun maatschappelijke en organisatievraagstukken. De bestuurlijke toekomst van gemeenten. De vormgeving, evaluatie en doorontwikkeling van samenwerkingsverbanden. De structurering van en sturing op een organisatie(onderdeel). Mens-, team- en organisatieontwikkeling. Grip op het sociaal domein. Het doen van onafhankelijk onderzoek. Stuk voor stuk vraagstukken waarop onze ervaren adviseurs én jonge talenten graag hun hersens kraken en waarvoor zij met passie hun handen uit de mouwen steken.

Onderzoek & Advies

Procesbegeleiding & Realisatie Interim, Executive Search & Werving en Selectie

Training & Coaching

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12332659/1