Regels - Bijlage 3 Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019
Tekst van het document
10 minuten betekent dit dat er 90 liter SVM nodig is.
Bij de eerste cascadestap, de druppellekkage, wordt ervan uitgegaan dat met een enkele tankautospuit
Daarnaast is uitgegaan van een 1.5 reservefactor
het incident bestreden kan worden. Er wordt van
waardoor de totale hoeveelheid schuim op 135 liter
uitgegaan dat er geen water nodig is anders dan in de
uitkomt.
tankautospuit beschikbaar is.
Interventiemoment Druppellekkage tot 20m2
Uit/afgedekt
Plas tot 300m2 (met toxische wolk( door vrijkomen van een deel van de inhoud
Uit/afgedekt
Plas tot 1.700m2 (met toxische wolk) door vrijkomen gehele inhoud (23 ton)
Uit/afgedekt
500 l/min.
500 l/min.
2.500 l/min.
Tank TS
Binnen 3 min. voor 1 uur voor afdekken van de plas
Binnen 15 min. gedurende 60 min.
Figuur B 3.3: Uitwerking cascademodel voor toxische vloeistof (weg)
73
Bij de tweede stap wordt ervan uitgegaan van een
De derde cascadestap is het instantaan falen van de
plas van 300m is er 135 liter schuimvormend middel
tank. Hierbij komt het gas in één keer vrij en kan
nodig, uitgaande van 3% bijmenging. Daarnaast
de brandweer geen actie meer ondernemen met
wordt ervan uitgegaan dat water nodig is voor het
bluswater.
2
afschermen of sturen van de vrijgekomen wolk.
B 3.2 Scenario’s spoor (doorgaande spoorlijnen)
De minimale hoeveelheidbluswater dient 500 l/min te zijn voor het uitvoeren van de bovengenoemde werkzaamheden, het effectief opbrengen van het schuim en het sturen van een eventuele toxische
B 3.2.1 Brandbare vloeistof
wolk.
(vervoer over doorgaande spoorlijnen)
Het vrijkomen van de gehele inhoud (23 ton) levert
Bij een incident met een spoorketelwagon met een
een plas op van 1.700 m , waarvoor 765 liter
brandbare vloeistof (voorbeeldstof pentaan) ontstaan
schuimvormend middel nodig is, uitgaande van een
de volgende scenario’s:
bijmenging van 3%. Voor het sturen of opmengen
1 Druppellekkage
van een gaswolk kan ook nog water nodig zijn; dit is
2 Het vrijkomen van een deel van de inhoud levert
2
afhankelijk van de omgeving. Hier wordt uitgegaan
een plas op van 300 m2 waarbij een ontsteking (kan)
van 60% effectief opbrengen van bluswater; daarom
plaats vinden 3 Het vrijkomen van de gehele inhoud (80 m3) levert
is minimaal 2.500 l/min aan bluswater noodzakelijk
een plas op van 600 m2 waarbij een ontsteking (kan)
voor dit scenario.
plaats vinden. B 3.1.4 Toxisch gas
Bij de eerste cascadestap, de druppellekkage, wordt
Door een incident met een gastank met een toxisch
ervan uitgegaan dat met een enkele tankautospuit
gas (voorbeeldstoffen: methylmercaptaan, ammoniak
het incident bestreden kan worden. Er wordt van
of chloor) ontstaan de volgende scenario’s:
uitgegaan dat er geen water nodig is anders dan in de
– Druppellekkage.
tankautospuit beschikbaar is.
– Een continue uitstroming uit een gat met een diameter van 50 mm waarbij een toxische wolk
Bij een plasbrand van 300 m2 wordt uitgegaan van
ontstaat.
een blussing met schuim. De hoeveelheden schuim
– Het instantaan vrijkomen van de gehele inhoud
zijn conform de NFPA 11: 7 l/m2 min in een tijd van
(16 ton) waarbij een toxische wolk ontstaat.
15 minuten na aankomst op te brengen, en na die 15 minuten zal er extra schuim aanwezig moeten zijn om
Bij de eerste cascadestap, de druklekkage, wordt
bij te suppleren. Er is 2.100 l/min water nodig, evenals
ervan uitgegaan dat met een enkele tankautospuit
1.417,5 liter SVM. Er wordt uitgegaan van een effectief
het incident bestreden kan worden. Er wordt van
watergebruik van 60%, zodat er 3.000 l/min aan
uitgegaan dat er geen water nodig is anders dan in
bluswater noodzakelijk is.
de tankautospuit beschikbaar is. Bij een dergelijk incident dient men bij het blussen Bij de tweede cascadestap ontstaat een klein gat
rekening te houden met de herkomst van het water.
waaruit een toxisch gas ontsnapt. Hiervoor zal de
Het is mogelijk dat open water is vervuild met het
inzet zijn om de gaswolk te sturen, dan wel op te
brandbare product en daarom niet bruikbaar is voor het
mengen met lucht of neer te slaan. Hiervoor wordt
blussen van de brand.
één straatwaterkanon van 1500 l/min ingezet.
74
Bij de derde cascadestap is uitgegaan van het
1 Het afblazen van het veiligheidsventiel
instantaan falen van een tank, waarbij de gehele
2 Een continue uitstroming uit een gat met een
tankinhoud (80 m3) vrijkomt, wat een oppervlakte
diameter van 75 mm
oplevert van 600 m (conform het HART). Bij een
a directe ontsteking: fakkel
plasbrand van 600 m2 wordt bij een blussing uitgegaan
b vertraagde ontsteking: gaswolkexplosie/wolkbrand
2
3 Het instantaan vrijkomen van de gehele inhoud
van een blussing met schuim. De hoeveelheden schuim zijn conform de NFPA 11: 7 l/m2 min in een tijd van
(50 ton)
15 minuten, en na die 15 minuten zal er extra schuim
a directe ontsteking: koude BLEVE
aanwezig moeten zijn om bij te suppleren. Er is 4.200
b vertraagde ontsteking: gaswolkexplosie/wolkbrand 4 Het instantaan vrijkomen van de gehele inhoud
l/min water nodig, evenals 2835 liter SVM. Er wordt uitgegaan van een effectief watergebruik van 60%,
(50 ton) bij verhoogde temperatuur en druk, zodat
zodat er 6.000 l/min aan bluswater noodzakelijk is.
een warme BLEVE ontstaat.
B 3.2.2 Brandbaar gas
Bij de scenario’s 2b en 3b zullen na het incident
(vervoer over doorgaande spoorlijnen)
mogelijk in de omgeving secundaire branden zijn; de
Bij een incident met een spoorketelwagon met een
hiervoor benodigde hoeveelheid bluswater zal afhangen
brandbaar gas (voorbeeldstof propaan) ontstaan de
van de omgeving. Deze scenario’s worden dan ook niet
volgende scenario’s:
meegenomen in onderstaande cascade.
Interventiemoment Druppellekkage Toxische wolk door continue uitstroom uit een gat ø 50mm
Wolk beheerst
Wolk beheerst
500 l/min.
1.500 l/min.
Tank TS
Binnen 3 min. voor 1 uur
Toxische wolk door vrijkomen van de gehele inhoud (16 ton)
Wolk beheerst
Geen bluswater nodig
Figuur B 3.4: Uitwerking cascademodel voor toxisch gas (weg)
75
Interventiemoment Druppellekkage tot 20m2 Plasbrand tot 300m2 door vrijkomen van een deel van de inhoud
Plasbrand tot 600m2 door vrijkomen gehele inhoud (80m3)
Uit/afgedekt
Uit/afgedekt
Uit/afgedekt
500 l/min.
3.000 l/min.
6.000 l/min
Tank TS
Binnen 3 minuten voor 1 uur
Binnen 3 min. gedurende 60 min
Figuur B 3.5: Uitwerking cascademodel voor brandbare vloeistof (spoor)
Bij de berekeningen van het schuim en de hoeveelheid water is uitgegaan van de NFPA norm 11, met een schuimopbrengst van 7 l/min./m2. De plas is 300 m2. 300 * 7= 2.100 l/min. aan water dat nodig is voor een plas van 300 m2. Uitgaande van een blustijd van 15 minuten levert uiteindelijk de hoeveelheid schuimvormend middel wat hierbij nodig is, uitgaande van 3% bijmenging. Daarnaast zit er een reservefactor in van 1,5 welke nodig is om een marge in te bouwen, omdat niet alles op de plas terecht komt. 15 min. * 2.100 l/min * 3% * 1.5 = 1.417,5 liter SVM
In de eerste stap van het cascademodel wordt
Voor het bestrijden van een fakkelbrand (cascadestap
uitgegaan van een spoorketelwagon die de
2) zal de inzet vooral gericht zijn op het koelen van de
drukopbouw kwijt moet via afblazen door het
ketelwagon en het gecontroleerd laten affakkelen tot
veiligheidsventiel. Dit is een standaard veiligheidsmiddel
de druk genormaliseerd is. Tijdens het gecontroleerd
op een drukhouder van een brandbaar gas. De
af laten fakkelen van de ketelwagon zal mogelijk
brandweer zal eventueel een nacontrole doen om
bluswater benodigd zijn voor het koelen van de
te bepalen of het afblazen gestopt is en de druk
ketelwagon. Voor het koelen van de omgeving is hier
genormaliseerd.
geen indicatie voor bluswater opgenomen, omdat dit bepaald zal moeten worden per regio.
76
Spoorvervoer: de koeling van een ketelwagon Voor het koelen van een tank bestaat de vuistregel dat er 10 liter water per vierkante meter tankoppervlak per minuut nodig is. Onderstaande berekening geeft weer in welke ordes van grootte er gedacht moet worden. Bij deze benadering wordt geredeneerd vanuit het bestrijden van het gevolg en niet van de oorzaak. Het aanstralen van een tank zal in veel gevallen een gevolg zijn van een plasbrand. Bij een plasbrand is de wijze van bestrijden het uitvoeren van een schuimblussing. Voor het wegnemen van de oorzaak van de opwarming zal het in veel gevallen dus van essentieel belang zijn om onmiddellijk voldoende SVM ter beschikking te hebben. Uitgaande dat ketelwagens inmiddels 25 meter lang kunnen zijn, zijn er spoorvervoerincidenten denkbaar waarbij veel bluswater nodig is. In die gevallen wordt gerekend met wederom een diameter van ongeveer 2,5 meter en een lengte van 25 meter. Dit komt neer op 2 * π * 1,25 * (1,25 + 25) = 206 m2 , of 2.060 liter.
Interventiemoment Afblazen van veiligheidsventiel
Fakkelbrand door continue uitstroom uit een gat ø 75mm
Uit
Uit
500 l/min.
3.000 l/min.
Tank TS
Binnen 3 min. voor 1 uur
Koude BLEVE door instantaan vrijkomen van gehele inhoud 50 ton
Warme BLEVE door instantaan vrijkomen van gehele inhoud 50 ton bij verhoogde temperatuur en druk
6.000 l/min Bluswater bepalen op locatie voor secundaire branden
Binnen 15 min. gedurende 4 uur
Figuur B 3.6: Uitwerking cascademodel voor brandbaar gas (spoor)
Voor het koelen van de ketelwagon wordt ervan
Bij cascadestap 3 is sprake van een koude BLEVE. Een
uitgegaan dat de spoorketelwagon aan één zijde of
koude BLEVE kan niet bestreden worden; alleen de
gedeeltelijk gekoeld moet worden. Dit komt neer op
secundaire branden die daarvan het gevolg zijn. De
2.060 l/min, waarbij gerekend is met 10 l/m /min en
omgeving is bepalend voor de hoeveel bluswater die
onderstaande getallen. Hier wordt uitgegaan van een
hiervoor nodig is.
2
effectief watergebruik van 60%, zodat er 3.000 l/min aan bluswater noodzakelijk is.
Bij de vierde cascadestap wordt ingezet op het voorkomen van een warme BLEVE. Het is hierbij essentieel om zo
77
snel mogelijk de oorzaak van de opwarming weg te
1 Druppellekkage.
nemen en zo snel mogelijk de koeling te starten. Het
2 Het vrijkomen van een deel van de inhoud levert een plas op van 300 m2 met een toxische wolk.
is hiervoor noodzakelijk zoveel mogelijk bluswater te organiseren. Immers, de problemen nemen bij
3 Het vrijkomen van de gehele inhoud (80 m3) levert
een aangestraalde tank gevuld met tot vloeistof
een plas op van 600 m2 met een toxische wolk.
verdichte gassen exponentieel toe. Het is raadzaam de watervoorziening primair te organiseren met water uit een
Bij de eerste cascadestap, de druppellekkage, wordt
tankwagen of schuimblusvoertuig, en direct aanvullende
ervan uitgegaan dat met een enkele tankautospuit
bluswatervoorzieningen beschikbaar te hebben om de
het incident bestreden kan worden en dat er geen
continuïteit van blussing en koeling te garanderen. Hierbij
extra water nodig is anders dan in de tankautospuit
wordt uitgegaan van tweezijdig koelen van de tank. In het
beschikbaar is.
totaal is hier 6000 l/min voor noodzakelijk. Bij de tweede cascadestap wordt er uitgegaan van B 3.2.3 Toxische vloeistof (vervoer over
een plas van 300 m2 en is er 135 liter schuimvormend
doorgaande spoorlijnen)
middel uitgaande van 3% bijmenging noodzakelijk.
Bij een incident met een spoorketelwagon met een
Voor het eventueel afschermen of sturen van de
toxische vloeistof (voorbeeldstoffen: acrylnitril of
toxische wolk is geen bluswater opgenomen. De
acroleine) ontstaan de volgende scenario’s:
benodigde hoeveelheid is afhankelijk van de omgeving
Interventiemoment Druppellekkage tot 20m2
Uit/afgedekt
Plas tot 300m2 (met toxische wolk) door vrijkomen van een deel van de inhoud
Uit/afgedekt
Plas tot 600m2 (met toxische wolk) door vrijkomen gehele inhoud (80m3)
Uit/afgedekt
500 l/min.
500 l/min.
1.000 l/min.
Tank TS
Binnen 15 min. voor 1 uur
Binnen 15 min. gedurende 60 min.
Figuur B 3.7: Uitwerking cascademodel voor toxische vloeistof (spoor)
78
Interventiemoment Druklekkage
Toxische wolk door continue uitstroom uit een gat ø 75mm
Wolk beheerst
Wolk beheerst
500 l/min.
3.000 l/min.
Tank TS
Binnen 3 min. voor 1 uur
Toxische wolk door instantaan vrijkomen van de gehele inhoud
Toxische wolk door instantaan vrijkomen van de gehele inhoud bij verhoogde temperatuur en druk
6.000 l/min. Geen bluswater nodig
Binnen 15 min. gedurende 4 uur, ter voorkoming van de verhoogde druk en temp koelen met 10 l/min/m2
Figuur B 3.8: Uitwerking cascademodel voor toxisch gas (spoor)
en dient per locatie bepaald te worden (voor
1 Druklekkage (ammoniak/chloor).
berekeningen van het SVM: zie scenario’s wegvervoer).
2 Een continue uitstroming uit een gat met een diameter van 75 mm (ammoniak/chloor) met als
Bij de derde stap komt de gehele inhoud (80 m3) vrij
gevolg een toxische wolk.
en ontstaat een plas van 600 m . Hiervoor is 600 l/min
3 Het instantaan vrijkomen van de gehele inhoud (50
water noodzakelijk, evenals 270 liter SVM, uitgaande
ton ammoniak/55 ton chloor) met als gevolg een
2
van een bijmenging van 3%. Hier wordt uitgegaan van
toxische wolk. 4 Het instantaan vrijkomen van de gehele inhoud (50
een effectiviteit van 60% van het bluswater, zodat 1000 l/min noodzakelijk is. Voor het eventueel afschermen
ton ammoniak) bij verhoogde temperatuur en druk
of sturen van de toxische wolk is geen bluswater
met als gevolg een toxische wolk.
opgenomen. De hoeveelheid daarvan is afhankelijk van de omgeving en dient per locatie bepaald te worden (voor berekeningen van bluswater en SVM: zie
Bij de eerste cascadestap, de druklekkage, wordt
scenario’s wegvervoer).
ervan uitgegaan dat met een enkele tankautospuit het incident bestreden kan worden en dat er geen water
B 3.2.4 Toxisch gas
nodig is anders dan in de tankautospuit beschikbaar is.
(vervoer over doorgaande spoorlijnen) Bij een incident met een spoorketelwagon met een
Bij de tweede cascade, toxische wolk, ontstaat een
toxisch gas (voorbeeldstoffen: ammoniak of chloor)
klein gat waaruit een toxisch gas ontsnapt. Hiervoor zal
ontstaan de volgende scenario’s:
de inzet zijn om de gaswolk te sturen, dan wel op te
79
mengen met lucht of neer te slaan. Hiervoor kan één straatwaterkanon worden ingezet van 1.500 l/min. De derde cascadestap is het instantaan falen van de tank. Hierbij komt het gas in één keer vrij en door de toxische wolk die hierdoor ontstaat, kan de brandweer geen actie meer ondernemen met behulp van bluswater. In de vierde cascadestap zal geprobeerd worden het instantaan vrijkomen van de gehele inhoud te voorkomen door een brand in de omgeving van de ketelwagon te blussen en/of de ketelwagon te koelen. Mocht de ketelwagon door de verhoogde druk en temperatuur tóch instantaan falen, dan kan de brandweer geen actie meer ondernemen in het kader de vrijgekomen toxische wolk met betrekking tot bluswater. Om dit scenario te voorkomen is 6000 l/min water noodzakelijk voor koeling van de tank (zie voor uitleg paragraaf 7.2.2 van deze bijlage).
80
Literatuurlijst Hoofdstuk 1
Hagen, R., & Witloks, L. (2017; 2e gewijzigde druk).
Brandweeracademie (2018). De hernieuwde kijk
Basis voor brandveiligheid. De onderbouwing van
op brandbestrijding. Voorheen de ‘theorie van de
brandbeveiliging in gebouwen. Arnhem: Instituut
voorspelbare afloop’. Arnhem: Instituut Fysieke
Fysieke Veiligheid.
Veiligheid.
http://www.rizoomes.nl.
Brandweer Nederland (2018). Doorontwikkeling
Oomes, E. (2006). De vanzelfsprekendheid van alledag.
grootschalig brandweeroptreden. Visie 2.0. Arnhem:
Een beschouwing in drie delen over de gewoonten in
Brandweer Nederland.
het brandweervak. Arnhem: Nibra.
Inspectie van Justitie en Veiligheid (2019).
Hoofdstuk 3
Bluswatervoorziening brand Sint Urbanuskerk
Dikkenberg, R. van den en Tonnaer, C. (2009).
Amstelveen. Den Haag: Inspectie Justitie en Veiligheid
Verbetering brandveiligheid: gebruik brandkrommen
Ministerie van Justitie en Veiligheid.
in Nederland. Arnhem: Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra.
Politie, NVBR, GHOR Nederland en Coördinerend Gemeentesecretarissen (2009). Handreiking Regionaal
Handleiding PREVAP 2009 Deskundigenadvies (herziene
Risicoprofiel.
uitgave 2009). Arnhem: Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra.
Hoofdstuk 2 Handreiking brandveiligheid hoge gebouwen (2014).
Veiligheidsregio Brabant-Noord, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en Veiligheidsregio BrabantZuidoost (2016) Beleidsregels bereikbaarheid en
Landelijk Expertisecentrum BrandweerBRZO (2009).
bluswatervoorziening.
Scenarioboek.
Brandweer Nederland (2013). Classificeren van
Lemaire A.D. en Mierlo, R.J.M. van (2014).
risicovolle bouwwerken Bepalen van complexe
Onderzoek benodigde hoeveelheid bluswater voor
bouwwerken aan de hand van eenvoudige
natuurbrandbestrijding: eindrapport. Bleiswijk: Efectis.
grenswaarden. Dikkenberg, R. van den, Post, J., Schaaf, J van der en
Hoofdstuk 4
Tonnaer, C. (2012). Verbeteren brandveiligheid. Proof
Arcadis, Grontmij BV en RoyalHaskoningDHV (2013).
of concept Cascademodel 2.0. Arnhem: Nederlands
Handboek wegontwerp 2013. Ede: CROW.
Instituut Fysieke Veiligheid. Dijk, C.J. van et al. (2015). Handboek Incidentbestrijding op het Water. Arnhem: Instituut Fysieke Veiligheid.
Hagen, R., Hendriks, A., & Molenaar, J. (2014). Kwadrantenmodel voor gebouwbrandbestrijding.
Kenniscentrum Voorrangsvoertuigen (IFV) en Brandweer
Arnhem: Instituut Fysieke Veiligheid.
Nederland (2017). Brancherichtlijn optische en geluidsignalen brandweer. Arnhem: Kenniscentrum Voorrangsvoertuigen (IFV) en Brandweer Nederland.
81
Prorail, Brandweer Nederland en GGD-GHOR Nederland (2018). Voorzieningen spoorweginfrastructuur voor vluchten en bereikbaarheid. Generieke eisen voor sporen op de vrije baan. RDW (2012). Overzicht maten en gewichten in Nederland. Geraadpleegd op 20-11-2018. Rijkswaterstaat (2013). Handboek calamiteit- en verkeersdoorsteken. Afwegingskader, toepassing en ontwerp.
82
Colofon Opdrachtgever Raad van Brandweercommandanten Opdrachtnemer Programmaraad Incidentbestrijding (Brandweer Nederland), namens deze: Jan Beuving en Esther Lieben Leden projectgroep Casper Dollekamp, Instituut Fysieke Veiligheid en Veiligheidsregio Fryslân Amina Hiba, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Rob Hoefsloot, Veiligheidsregio Utrecht Sjoerd Hooymans, Instituut Fysieke Veiligheid Rachel Jacobs, Veiligheidsregio Zeeland Doeke van der Kooij, Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Ronald van Miltenburg, Veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek Klaas Noorland, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Marcel Reefhuis, Vakgroep Omgevingsveiligheid René Schage, Vakgroep Veilig Bouwen Ton Stolker, Veiligheidsregio Kennemerland Dirk Suchy, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Marc Tibbertsma, Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Jurjen Timmerman, Veiligheidsregio Drenthe Ferdi Verhulst, Instituut Fysieke Veiligheid Digna van der Vet, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Jeroen van der Werfhorst, Veiligheidsregio Hollands-Midden In samenwerking met Brandweeracademie Vereniging van Drinkwaterbedrijven in Nederland (VEWIN) Eindredactie Communicatieteam Brandweer Nederland Arnhem, januari 2020. Versie 1.0 vastgesteld op 17 januari 2020 door de Programmaraad Incidentbestrijding. Brandweer Nederland Kemperbergerweg 783 6861 RW Arnhem Postbus 7010 6801 HA Arnhem t
026 3552455
i
www.brandweernederland.nl
e
info@brandweernederland.nl
83