Quickscan Flora en Fauna Toegangsweg 's-Gravendeel West juni 2024
Tekst van het document
voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen
leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is septemberfebruari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het
broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Om dit te voorkomen
26
Quickscan Flora & Fauna Toegangsweg ’s-Gravendeel West
11-6-2024
dient dan een broedvogelscan te worden uitgevoerd. De functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.
Conclusie
Uitvoeren voorgenomen activiteiten buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren).
Vissen en kreeftachtigen
Verspreiding en functie
In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde vissen en kreeftachtigen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat het onderzoeksgebied een geschikt habitat vormt voor beschermde vissen en
kreeftachtigen. Er zijn eveneens geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde vissen en kreeftachtigen in en nabij het onderzoeksgebied (NDFF, 2019-2024).
In de sloot komen mogelijk enkel algemene kreeftachtigen en vissoorten voor zoals de driedoornige stekelbaars. In de overige sloten worden geen beschermde soorten als de grote modderkruiper en
beekdonderpad verwacht gezien het onderzoeksgebied buiten het verspreidingsgebied van de soort ligt.
Wettelijke consequenties
Ter plaatse van de tijdelijk te dempen sloten wordt aangeraden om ze eerst af te dammen waarna eventueel nog aanwezige vissen en kreeftachtigen kunnen worden weggevangen. De functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.
Conclusie
Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor vissen en kreeftachtigen.
Overige soorten
Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten.
Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk.
5.4.
Slotconclusie
27
Quickscan Flora & Fauna Toegangsweg ’s-Gravendeel West
In tabel 5.1 en tabel 5.2 worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.
11-6-2024
Tabel 5.1: Samenvatting van de wettelijke consequenties Soortgroep
Functie
Amfibieën
Foerageergebied
Amfibieën Amfibieën Amfibieën
Beschermde
Verbodsbepalingen
Aandachtspunt
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
(Winter)rustplaats
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
Voortplantingsplaats
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
soorten
onderzoeksgebied
Doden van dieren
Diverse soorten
(Omgevingswet)
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 11.54 lid 1a
Geen dieren doden: Eén richting op werken en buiten de kwetsbare
Flora
Standplaats
Grondgebonden zoogdieren
Foerageergebied
Grondgebonden zoogdieren
Vaste
rust-
voortplantingsplaats
Grondgebonden zoogdieren
Vaste
Ongewervelden
Doden van dieren
en
en
en
Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling
periode werken Geen Geen
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
Art. 11.54 lid 1a
Geen dieren doden: Eén
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling
richting op werken en buiten de kwetsbare periode werken
Niet van toepassing
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Essentieel
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Essentiële vliegroute
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Doden van dieren
Diverse soorten
Art 11.54 lid 1a
Geen dieren doden door af
of
foerageergebied
en
Niet van toepassing
Niet aanwezig
voortplantingsplaats
Vleermuizen
Diverse soorten Diverse soorten
Rust-
Vleermuizen
Vissen kreeftachtigen
rust-
voortplantingsplaats
Vleermuizen
Vissen kreeftachtigen
Diverse soorten
Doden van dieren
Ongewervelden
Vleermuizen
Niet aanwezig
Doden van dieren
Geen
te dammen
Foerageergebied
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
Vogels
Bezette nesten (niet
Diverse soorten
Art. 11.37 lid 1b
Werken buiten
Vogels
Jaarrond
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Vogels
Doden van dieren
Diverse soorten
Art. 11.37 lid 1a
Dieren
Niet aanwezig
Niet van toepassing
voortplantingsplaats
of
Niet van toepassing
Geen
Art 11.54 lid 1b
jaarrond beschermd)
beschermde
nest- en rustplaats
Overige florafaunasoorten
28
en
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Diverse soorten
Vogels
Rust-
Niet aanwezig
Geen
en
functies
en
overige
Geen
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling
Quickscan Flora & Fauna Toegangsweg ’s-Gravendeel West
voortplantingsperiode of
broedvogelscan uitvoeren Geen
Werken buiten voortplantingsperiode of
11-6-2024
broedvogelscan uitvoeren Geen
Tabel 5.2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per soortgroep Soortgroep
Amfibieën
Vaste rust
Voort-
Essentiële
Essentieel
standplaat
plaats
(vleer-
gebied
plaats/ s
plantings-
Ja
Nee
Flora
Nee
Ongewervelden Vissen
Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Vogels
vliegroute muizen)
foerageer-
Wettelijke
consequenties
Nader
onderzoek vereist
Omgevingsvergunnin g vereist
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Nee, tenzij dieren
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Nee
Nee
Ja
Nee Nee
Ja
Nee Ja
n.v.t.
Nee
n.v.t.
Nee
Nee Nee
Ja
Nee Ja
Nee
Nee Nee
gedood worden
Nee, tenzij dieren gedood worden Nee Nee Nee
Nee, tenzij vogels gedood, bezette
nesten verstoord,
beschadigd of vernield worden
29
Quickscan Flora & Fauna Toegangsweg ’s-Gravendeel West
11-6-2024
6.
Houtopstanden
Wegens de ligging van het onderzoeksgebied binnen de bebouwingscontour van houtkap is de
bomenverordening van de Hoeksche Waard van toepassing. Er dient te worden nagegaan of regels zijn opgesteld in het omgevingsplan over het vellen van houtopstanden van de betreffende gemeente. Indien er
een vergunning nodig is, dient, afhankelijk van de gemeente, een Bomen Effect Analyse en een
Boomwaardebepaling te worden uitgevoerd. Eveneens geldt er een herplantplicht voor de bomen die gerooid worden. In hoeverre deze plicht geldt, is ook afhankelijk van de desbetreffende gemeente.
30
Quickscan Flora & Fauna Toegangsweg ’s-Gravendeel West
11-6-2024
7. Conclusies en advies Gebiedsbescherming
Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties met betrekking tot provinciaal beschermde
gebieden ten aanzien van provinciaal beleid;
Een negatief effect van fysieke activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in
het kader van gebiedsbescherming;
Een negatief effect van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Geadviseerd wordt om een stikstofdepositieberekening te laten uitvoeren.
Soortenbescherming
De in het onderzoeksgebied voorkomende grondgebonden zoogdieren, vissen en kreeftachtigen en
amfibieën staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd;
Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen, beschermde plantensoorten en beschermde ongewervelden;
Voor de aanwezige vogelsoorten geldt dat het uitvoeren van voorgenomen activiteiten buiten de
broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd; Er dient te allen tijde gewerkt te worden conform de specifieke zorgplicht.
Houtopstanden
Wegens de ligging van het onderzoeksgebied binnen de bebouwingscontour van houtkap is de
bomenverordening van de Hoeksche Waard van toepassing. Er dient te worden nagegaan of regels zijn opgesteld in het omgevingsplan over het vellen van houtopstanden van de betreffende gemeente. Kwetsbare periode
Uitvoering van voorgenomen activiteiten dient buiten de kwetsbare periode van de desbetreffende soorten plaats te vinden. In tabel 7.1 staan de indicatieve kwetsbare periodes per soortgroep
weergegeven welke van toepassing zijn in het onderzoeksgebied. De tabel geeft slechts indicatieve kwetsbare periodes weer. Dit kan dus in werkelijkheid afwijken door weersomstandigheden. Tabel 7.1: Indicatieve kwetsbare periodes per soortgroep
Soorten
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Amfibieën
Type verblijf
Voortplanting
jan
feb
mrt apr
mei jun
jul
aug sep okt
nov dec
Winterverblijf
Broedseizoen Voortplanting Zomerverblijf
Winterverblijf Kwetsbare periode (kan afwijken, afhankelijk van klimatologische omstandigheden) Afhankelijk van klimatologische omstandigheden of de periode kwetsbaar is of niet
(Meest) geschikte periode (kan afwijken, afhankelijk van klimatologische omstandigheden)
31
Quickscan Flora & Fauna Toegangsweg ’s-Gravendeel West
11-6-2024
8.
Bronnen
AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius.nl: www.aerius.nl
Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen J.B.M. (2016), Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. -Natuur van
Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
BIJ12 (2017). Kennisdocument. BIJ12, versie 1.0. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse
fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey -Nederland, Leiden. Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht.
Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij.
Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3.
SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5.
Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey – Nederland. Soort- en gebiedsinformatie: www.eurobats.org www.natura2000.nl
www.nederlandsesoorten.nl www.pdok.nl
www.ravon.nl
www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl
www.verspreidingsatlas.nl www.vogelbescherming.nl
www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening Waarnemingen: ndff-ecogrid.nl
32
Quickscan Flora & Fauna Toegangsweg ’s-Gravendeel West
11-6-2024
Bijlagen
Bijlage 1: Foto’s
Bijlage 2: Toelichting Omgevingswet aanvullingswet natuur Drie beschermingsregimes
De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart
beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of vergunning van
de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een vergunning of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.
Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een vergunning worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘ja, mits’ principe
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één
aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of vergunning verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. (Specifieke) zorgplicht voor dieren en planten
Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke
waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Vrijstelling regelgeving
Onder de Omgevingswet is niet altijd een vergunning nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde
plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een
uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van
gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende
en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Omgevingswet zijn
voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.
Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming kunnen worden
uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Omgevingswet beschermd worden maar dat op grond
van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op
grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming blijft ook onder de Omgevingswet geldig, voor de
duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de
Omgevingswet. Vervolgens wordt de gedragscode aangewezen als onderdeel van de Omgevingsregeling. Deze
aanwijzing geldt vanaf 1 januari 2025. Welke soorten zijn beschermd?
De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten:
Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn;
Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;
Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Tabel B2.1: Verbodsbepalingen Omgevingswet Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Art. 11.37 lid 1a
Art. 11.46 lid 1a
Art. 11.54 lid 1a
Vogelrichtlijn §11.2.2
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen Art. 11.37 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten,
Habitatrichtlijn §11.2.3
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
soorten §11.2.4
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art. 11.46 lid 1d Het is verboden de
Art. 11.54 lid 1b Het is verboden de vaste
Art. 11.37 lid 1c
Art. 11.46 lid c
Niet van toepassing
Art. 11.37 lid 1d
Art. 11.46 lid b
Niet van toepassing
rustplaatsen en eieren van vogels opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of vernielen
Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren opzettelijk te beschadigen of vernielen
Het is verboden vogels opzettelijk te
storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Art. 11.46 lid e
Art. 11.54 lid 1c
verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
snijden, te ontwortelen of te vernielen
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken en te verzamelen, af te
Begrippen Onderstaand zijn enkele begrippen weergegeven vanuit bovenstaande verbodsbepalingen.
Verstoren
De mate van ‘storen’ hangt per soort af van: • • • •
Intensiteit van de verstoring Duur van de verstoring
Frequentie van de verstoring
Het effect van de verstoring op de staat van instandhouding van de soort
Vangen
Niet al het vangen valt gelijk onder de vergunningplicht. Het doel van de vergunningplicht voor het vangen is om soorten te beschermen. Om te beoordelen of sprake is van vergunningplicht is niet alleen dat doel maar
ook het doel van het vangen aan de orde. Neem bijvoorbeeld het vangen van amfibieën tijdens de voorjaarstrek om ze over de weg te zetten. Het vangen heeft als doel om overrijden te voorkomen. Dat vangen is niet vergunningplichtig.
Opzettelijk
Onder ‘opzettelijk’ valt ook ‘voorwaardelijke opzet’. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant. Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten. Vrijgestelde soorten
In afwijking van de verboden in artikel 11.54 lid 1a van de Omgevingswet, is het toegestaan de onderstaande
soorten weg te vangen (om doden te voorkomen) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat.
De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten:
De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
Tabel B2.2: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het
Flevoland
Friesland
Gelderland
Groningen
Limburg
Noord-Brabant
Noord-Holland
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Zuid-Holland
(AMvB Ministerie
Aardmuis
Microtus agretis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis*
Apodemus sylvaticus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
Mustena putorius
x
x
Dwergmuis
Micromys minutes
x
x
X
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
Erinaceus europaeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Gewone bosspitsmuis
Sorex ananeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
Lepus europeus
x
x
x
x
x
x
x
x
X5
x
x
Hermelijn
Mustela erminea
X5
x
x
Huisspitsmuis*
Crocidura russula
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
Oryctolagus cuniculus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
X5
x
x
Molmuis
Arvicola scherman
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
x
x
Ree
Capreolus capreolus
x
x
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
x
x
Steenmarter
Martes fiona
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Grondgebonden zoogdieren
Tweekleurige
x
X5
RN art. LNV
Drenthe
kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd
x1 x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x2
Sorex coronatus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis*
Microtus arvalis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
Vulpes vulpes
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
Mustela nivalis
x
x
x
x
Wild zwijn
Sus scrofa
Woelrat
Arvicola terrestris
bosspitsmuis
X5
x
x
Amfibieën en reptielen
x
x
x
DR
FL
FR
x
x
x
x
x
x
x
x
x
GD
GR
LB
NB
NH
OV
UT
ZL
ZH
MLNV
Bruine kikker
Rana temporaria
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
Bufo bufo
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
Anguis fragilis
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Meerkikker
Pelophylax ridibundus
Middelste groene kikker
Pelophylax
/ Bastaardkikker
esculentus
x3 x x4
klepton
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven of roerende zaken (Omgevingswet art. 11.54 lid 2a) x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober X5= vrijstelling vervalt per 1 september 2024
Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling mbt doden, vangen, vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen.