Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1 concept TOELICHTING
Tekst van het document
Bestemmingsplan Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1 Gemeente Hoeksche Waard TOELICHTING
Bestemmingsplan Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1 Gemeente Hoeksche Waard TOELICHTING
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Maasrand Puttershoek B.V. Prins Bernhardlaan 1 3297 CB Puttershoek
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.1963.BPPrBernhl1PTH21-ON01 K20137 Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum 08-09-2021 n.v.t.
Projectleider:
ir. R. den Heijer
Auteur:
R.M. Hoekstra MA
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 8 9
Beschrijving van de situatie
11
Huidige situatie Toekomstige situatie
11 12
Beleidskader
16
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Provinciale Ruimtelijke Verordening Regionale woonvisie en woningbouwprogramma Hoeksche Waard Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Hoeksche Waard Woningmarktanalyse Gemeente Hoeksche Waard Welstandsnota
16 16 16 17 18 18 19 19 20 20 21 22
Uitvoeringsaspecten
23
Flora en fauna Wettelijk kader Effect te vergunnen activiteiten Stikstofdepositie Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie
23 23 23 24 25 25 25 25 26 26 26 26 26 27
1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
3
4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.12 4.12.1 4.12.2 4.12.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5
Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie Molenbiotoop Bechrijving situatie Beoordeling Conclusie
27 27 28 28 28 28 29 30 30 30 31 31 31 31 32 32 33 33 34 38 38 38 38 38 39 39 40 40 40 40 41 41 41 42
Juridische planbeschrijving
43
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels
43 43 43 43 44 44 44 45 45 45 45
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
4
5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2
Overgangsregel Slotregel
45 45
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
46
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties
46 46 46 46
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
5
T OELICHT ING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Prins Bernhardlaan 1 te Puttershoek is de bedrijfslocatie van Inter Boat Marinas B.V. gelegen. Het plan bestaat om hier 35 woningen te realiseren, bestaande uit een appartementengebouw met 13 appartementen, 6 starters appartementen en 16 grondgebonden woningen. De 16 grondgebonden woningen zijn als volgt verdeeld: een rij met 7 woningen en aan de kop van de rij drie starters appartementen, een rij met 6 woningen en aan de kop van de rij drie starters appartementen. Tenslotte worden aan de Arent van Lierstraat een twee-onder-één-kapwoning en een vrijstaande woning gerealiseerd. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de planlocatie een bedrijfsbestemming heeft. Om de ontwikkelingen van het perceel naar een woonbestemming planologisch-juridisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen tussen de Prins Bernhardlaan en de Arent van Lierstraat in Puttershoek. De locatie ligt in de bebouwde kom en wordt omgeven door woningen, een agrarische bestemming en een kerk met een begraafplaats. Ten noorden van de planlocatie ligt een dijk waarachter de Oude Maas stroomt. De planlocatie is grotendeels gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Puttershoek, sectie C, perceel 2481. Daarnaast zal de ontwikkeling deels plaatsvinden op de percelen met nummer 1169, 2238, 2239 en 2775. Het plangebied heeft een totaal oppervlakte van ruim 6.000 m2. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
6
Figuur: Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: PDOK Viewer)
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
7
Figuur: Uitsnede kadastrale kaart (bron: perceelloep.nl) 1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van een tweetal bestemmingsplannen. Dit zijn de bestemmingsplannen 'Puttershoek' en 'Bedrijventerrein Puttershoek'. Vanuit het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Puttershoek', vastgesteld op 8 november 2018, volgt dat de 'gebiedsaanduiding geluidzone - industrie' binnen het bestemmingsplan 'Puttershoek' (vastgesteld op 11 april 2013) is komen te vervallen. Vanuit het bestemmingsplan 'Puttershoek' volgen de volgende bestemmingen en aanduidingen: Enkelbestemming - Bedrijf De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 2 van de bij dit bestemmingsplan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; b. bedrijven welke vallen onder het toepassingsbereik van het Besluit externe veiligheid inrichtingen zijn niet toegestaan; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Dubbelbestemming - Waarde - Archeologie 1 De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden.
Het is verboden op of in de gronden met deze bestemming zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren die dieper gaan dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 30 m2 beslaan. Dubbelbestemming - Waarde - Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden. Het is verboden op of in de gronden met deze bestemming zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren die dieper gaan dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 100 m2 beslaan. Dubbelbestemming - Waarde - Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden. Het is verboden op of in de gronden met deze bestemming zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren die dieper gaan dan 30 cm en een oppervlakte groter dan 500 m2 beslaan.
Dubbelbestemming - Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van zowel de primaire als de secundaire waterkering, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals duikers, keerwanden en merktekens.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
8
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gebouwen te bouwen, mits advies is verkregen van de beheerder van de waterkering. Gebiedsaanduiding - Molenbiotoop De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet hoger worden gebouwd dan: a. binnen een afstand van 100 m van de molen: de bouwhoogte die gelijk is aan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen danwel de bestaande hogere bouwhoogte; b. binnen een afstand van 100 m tot 400 m van de molen: de bouwhoogte genoemd onder a vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen dan wel de bestaande hogere bouwhoogte.
Figuur: Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Puttershoek', omdat binnen de bedrijfsbestemming geen woningen zijn toegestaan. Er dient rekening gehouden te worden met de dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie en de waterkering. Voorts kan de aanwezige molenbiotoop mogelijk beperkingen opleggen aan de ontwikkeling. In hoofdstuk 4 worden de verschillende aspecten nader toegelicht. 1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1' bestaat uit de volgende stukken:
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
9
toelichting; verbeelding, schaal 1:1000 (IDN nummer: NL.IMRO.1963.BPPrBernhl1PTH21-ON01; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
10
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
Op de planlocatie is het bedrijf Inter Boat Marina's B.V. gelegen. Dit bedrijf is gespecialiseerd in het ontwerpen, ontwikkelen, fabriceren en installeren van drijvende steigers en zogenaamde turn key marinas. Het bedrijf werkt voor een groot aantal opdrachtgevers in zowel Nederland, Europa, als daarbuiten. Het bedrijf gaat de werkzaamheden op de planlocatie beëindigen en elders voortzetten. Hiermee komt het perceel vrij. Op het perceel staan verschillende opstallen en een deel van het perceel wordt gebruikt als opslagterrein. Langs de Prins Bernhardlaan is het kantoor gelegen met daarvoor enkele parkeerplaatsen. De toegang tot het achterliggende terrein vindt voornamelijk plaats via de Arent van Lierstraat. Het perceel is vrijwel volledig verhard. Langs de noordoost kant van het perceel zijn twee woningen gelegen. Daarnaast is de Hervormde Dorpskerk van Puttershoek gelegen met bijbehorende gebouwen en een begraafplaats. Ten westen van de planlocatie is een perceel gelegen met een agrarische bestemming. Hier vindt voornamelijk opslag plaats. Langs de Wilhelminastraat zijn woningen gelegen en ook ten zuiden van de planlocatie staan woningen en woongebouwen.
Figuur: Beeld vanaf de Prins Bernhardlaan (bron: Google Maps)
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
11
Figuur: Beeld vanaf Arent van Lierstraat (bron: Google Maps)
Figuur: Beeld plangebied vanaf het noorden (bron: Ecoresult BV) 2.2
Toekomstige situatie
In de gewenste situatie worden de bestaande opstallen gesloopt en wordt de gehele planlocatie heringericht ten behoeve van de ontwikkeling van woningen. Het plan voorziet in de bouw van een appartementengebouw met 13 appartementen 13 rijwoningen, 6 starters appartementen, een twee-onder-één-kapwoning en een vrijstaande woning. In bijlage 1 is het stedenbouwkundig plan te vinden. De rijwoningen zijn onderverdeeld in twee blokken met respectievelijk 6 en 7 rijwoningen. Daarnaast bevinden zich op de kop van beide blokken drie startersappartementen. In totaal worden daarmee 6 startersappartementen gerealiseerd. Aan de Arent van Lierstraat worden ook nog drie woningen
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
12
gerealiseerd. Deze woningen zijn verdeeld in een twee-onder-één-kapwoning en een vrijstaande woning. Het appartementengebouw, met een dakhoogte van 13 meter, is voorzien op zuidoostelijke deel van het perceel. De rijwoningen, inclusief starterswoningen, worden in een hofjesstructuur gebouwd en zijn gericht op een groenstructuur. De (openbare) parkeerplaatsen zijn gelegen nabij het appartementengebouw. Door het geheel autoluw te maken zijn de (rij-)woningen uitermate geschikt voor gezinnen met kinderen. De overige drie woningen zijn gericht op de Arent Van Lierstraat. Deze woningen staan los van de hofjes structuur. De rijwoningen, de twee-onder-één-kapwoning en de vrijstaande woning krijgen een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 11 meter. Ter plaatse van de 6 startersappartementen geldt een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 meter en 12 meter. De tuinen van de rijwoningen zijn via een achterpad bereikbaar. Ter hoogte van het hofje komen geen auto's. Daarom is een deel van het plangebied, grensend aan de Prins Berhardlaan, ingericht ten behoeve van parkeren. Hier komen 38 openbare parkeerplaatsen. De bewoners van de rijwoningen en de bezoekers van de rijwoningen en de appartementen kunnen hier parkeren. Onder het appartementencomplex worden inpandig 15 parkeerplaatsen gerealiseerd.
Deze parkeerplaatsen kunnen alleen door bewoners van het appartementencomplex worden gebruikt. Ieder appartement beschikt over in ieder geval één parkeerplaats. De parkeergarage is afgesloten voor derden. Tenslotte worden aan de Arent van Lierstraat ook vier openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. De grondgebonden woningen zijn voorzien van een royale tuin. De groenstrook in het midden van het plangebied zorgt voor een behoorlijke vergroening ten opzichte van de huidige versteende situatie, waarmee de ontwikkeling bijdraagt aan klimaatadaptatie. Het appartementengebouw krijg een hoogte die goed passend is in de bebouwde omgeving en zal in dezelfde stijl worden gebouwd als de woningen.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
13
Figuur: Stedenbouwkundig plan
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
14
Figuur: Impressie planontwik keling in vogelvlucht (bron: initiatiefnemer)
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
15
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen.
De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ladder voor duurzame verstedelijking komt in paragraaf 3.1.3 aan de orde. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening;
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
16
Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling wordt geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.
er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de ontwikkeling van 35 woningen en de sanering van overtollige bebouwing, waardoor het doorlopen van de laddertoets noodzakelijk is. De laddertoets bestaat uit drie tredes: 1. Aantonen actuele regionale behoefte; 2.
Aantonen of deze behoefte in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen; 3. Aantonen of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten. Behoefte (trede 1) Om de woningvraag te bepalen is er gekeken naar de Woningbehoefteraming 2016 en de Bevolkingsprognose 2016 van de provincie Zuid-Holland gekeken. Hierin wordt gesteld dat in de regio de
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
17
Hoeksche Waard een huishoudens toename van 2000 wordt verwacht tot de periode 2030. Het aantal 65- en 75-plussers zal toenemen en het aantal huishoudens tot 30 jaar zal juist afnemen. Naar samenstelling gezien zal het aantal alleenstaanden licht afnemen en het aantal eenoudergezinnen en paren met en zonder kinderen toenemen. De groei is redelijk gelijkmatig over de verschillende inkomensklassen verdeeld. De woningbehoefte in de Hoeksche Waard neemt tot 2030 vooral toe in de koopsector. Zowel aan eengezins- als meergezinswoningen zal de behoefte toenemen. In de huursector neemt de behoefte aan meergezinswoningen toe, maar de behoefte aan eengezinswoningen af. In de koopsector is in elke prijsklasse een toename van de woningbehoefte te zien, maar de groei is het sterkst in de laagste prijsklasse en in de hoogste prijsklassen. De behoefte neemt het sterkste toe in de dorpse woonmilieus. In zowel de dorpse als landelijke milieus gaat het vooral om eengezinskoopwoningen, maar ook is er een duidelijke toename van de behoefte aan meergezinskoopwoningen in dorpse woonmilieus. Daarnaast blijkt uit de Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 dat er tot 2030 sprake is van een toename van de woningbehoefte als gevolg van de gezinsverdunning van de huidige bevolking van de Hoeksche Waard.
Het regulier programma voorziet in de volkshuisvestelijke behoefte van de eigen inwoners en bevat circa 3.000 woningen voor de periode 2015-2025. Uit een woningbehoefteonderzoek uit 2019 blijkt dat er voor Puttershoek een woningbehoefte is van 260 woningen. Een groot deel van de behoefte zit in de koop rijwoningen. Er is dus voldoende behoefte aan het toevoegen van nieuwe woningen. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden met betrekking tot trede 1. Binnen stedelijk gebied (trede 2) De planlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en betreft een transformatie van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Er wordt voldaan aan trede 2. Multimodaal en ontsluiting (trede 3) De planlocatie is goed bereikbaar en ontsloten. Op tien minuten loopafstand is een bushalte gelegen. De planlocatie wordt ontsloten op het omliggende wegennet dat in goede verbinding staat met de provinciale N217. Er wordt voldaan aan de voorwaarden van multimodaliteit en een goede ontsluiting. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van 35 woningen (zowel appartementen als grondgebonden woningen) voorziet in de ontwikkeling van woningen waar een behoefte aan is. De ontwikkeling voorziet in de behoefte aan geschikte woningen voor diverse inkomensgroepen. Ook mensen met een zorgvraag nabij voorzieningen kunnen hier een geschikte woning vinden.
Door de ontwikkeling komen er eveneens woningen vrij in de regio. Voorts geldt dat de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt en op het gebied van modaliteit en ontsluiting gunstig is gelegen. 3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 1 augustus 2020 is de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland opnieuw vastgesteld door Gedeputeerde Staten en daarmee geconsolideerd. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn een aantal zaken die worden benoemd in de Omgevingsvisie van belang. Ten eerste is het van belang te benoemen dat de provincie richting en ruimte geeft aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
18
In de Omgevingsvisie is een paragraaf over verstedelijking en wonen opgenomen. De provincie voorziet samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties op regionaal niveau in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. De voorkeur gaat uit naar woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en is georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied zorgt voor het behoud van een open landschap, maar ook biedt het een aantrekkelijke leefomgeving en daarmee een attractief woonmilieu. Conclusie Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief aansluit bij het provinciale beleid. Daarnaast wordt er een positieve bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit van het binnenstedelijk gebied van Puttershoek. Er worden vanuit provinciaal oogpunt dan ook geen bezwaren verwacht jegens onderhavige ontwikkeling. 3.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening
Op 1 augustus 2020 is de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland opnieuw vastgesteld door Gedeputeerden en daarmee geconsolideerd. In de Omgevingsverordening wordt via regels verdere uitvoering gegeven aan de beleidskeuzes zoals opgesteld in de Omgevingsvisie. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn voornamelijk de instructieregels ten aanzien van bestemmingsplannen van belang. Hierin wordt benoemd dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in ieder geval in moet gaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Eveneens dienen er in het bestemmingsplan geen strijdigheden te zijn in het geval van vaststelling van een regionale visie, bijvoorbeeld op het gebied van wonen. Daarnaast volgt dat de planlocatie deels binnen de begrenzing van cultureel erfgoed is gelegen, te weten de molenbiotoop. Dit wordt in paragraaf 4.12 nader toegelicht. Tevens geldt dat de planlocatie rekening moet houden met de regelgeving van het waterschap Hollandse Delta, evenals de verplichte peilbesluiten. Hier wordt in paragraaf 4.10 een nadere omschrijving van gegeven. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit de Omgevingsverordening Zuid-Holland geen bezwaren zijn tegen onderhavige planontwikkeling, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
Volledigheidshalve wordt ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking verwezen naar paragraaf 3.1.3. 3.2.3
Regionale woonvisie en woningbouwprogramma Hoeksche Waard
In 2017 is door de de vijf gemeenten van het eiland de Hoeksche Waard de woonvisie 'Wonen in een Vitale Hoeksche Waard' vastgesteld. Het begrip vitaliteit staat centraal in deze regionale woonvisie. Er wordt hierbij voornamelijk gewezen naar een regio die in staat is om op eigen kracht goed te blijven functioneren. Daar zitten echter wel enkele randvoorwaarden aan. Voldoende aanbod van voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en welzijn en detailhandel zijn essentieel. Inwoners en werkgelegenheid worden genoemd als onmisbare schakel. Tot 2025 zijn er circa 3.000 woningen nodig. Een groot deel van de instroom van inwoners is afkomstig uit de Rotterdamse regio. Dit is echter niet voldoende om een vitale regio te kunnen blijven. Vanaf 2030 neemt het aantal inwoners en huishoudens namelijk langzaam maar zeker af, omdat er onvoldoende geboorten zijn om de demografische opbouw in balans te kunnen houden. Daarnaast is er ook nog eens sprake van vergrijzing. Hierdoor neemt het draagvlak voor bijvoorbeeld onderwijsvoorzieningen af, waarmee de vitaliteit onder druk komt te staan. Daarom is er een nieuwe instroom van jonge huishoudens noodzakelijk. Om deze instroom goed te kunnen faciliteren en verder aan te jagen is er extra inspanning op het gebied van woningbouw nodig.
Ook de kwaliteit, naast de kwantiteit, van woningen belangrijk voor een aantrekkelijk woonmilieu en hiermee van invloed op de vitaliteit van de Hoeksche Waard. De toekomstige woningvoorraad is duurzaam, geschikt voor jonge én oude bewoners, bereikbaar per auto en OV en van hoge ruimtelijke kwaliteit.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
19
Er is de Hoeksche Waard een behoorlijke vraag naar middeldure rijwoningen.. Daarnaast bestaat er een behoefte aan huur- en koopappartementen. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling bijdraagt aan het in standhouden van de vitaliteit in de regio. De nieuwe grondgebonden woningen zijn bij uitstek geschikt voor jonge huishoudens met kinderen. De appartementen zijn aantrekkelijk voor oudere bewoners die gelijkvloers willen wonen en leveren deze hiermee een bijdrage aan het stimuleren van doorstroming op de huizenmarkt, omdat elders een 'ongeschikte' woning vrijkomt voor nieuwe kopers. Tenslotte worden er 6 startersappartementen gerealiseerd. Mogelijk kan dit meer jongeren in de gemeente houden. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Hoeksche Waard
Op 17 december 2019 heeft de gemeenteraad van Hoeksche Waard de Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie nodigt inwoners, ondernemers, investeerders, maatschappelijke organisaties en anderen uit om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Hoeksche Waard. De omgevingsvisie helpt de gemeente om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke Hoeksche Waard. 'Hoeksche Werken' Binnen de visie zijn er vijf maatschappelijke opgaven (de zogenaamde Hoeksche Werken) die specifiek vragen om gemeentelijke aandacht: Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; Vitaal economisch klimaat; Bereikbaar, nabij en toegankelijk; Duurzame, innovatie landbouw; Vitale dorpen en actieve samenleving. Bovenstaande maatschappelijke opgaven voor in het voorgenomen plan worden op de volgende manier tot uitvoering gebracht. Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig: De nieuwe woningen worden gerealiseerd zonder gasaansluiting. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in een vergroening van het versteende terrein. Dit kan een bijdrage leveren aan het verminderen van de hittestress op warme dagen. Vitaal economisch klimaat: Door het realiseren van nieuwe woningen wordt een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk woonmilieu. Daarnaast zorgt het voor extra inwoners, waarmee het ervoor zorgt dat de bestaande voorzieningen meer potentiële gebruikers krijgen.
Bereikbaar, nabij en toegankelijk: De woningen zullen goed bereikbaar zijn. Daarnaast wordt er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd, waarmee de toegankelijkheid gerealiseerd is. Duurzame, innovatie landbouw: De ontwikkeling heeft geen relatie met landbouw, waardoor deze maatschappelijke opgave niet van toepassing is. Vitale dorpen en actieve samenleving: Het stedenbouwkundig plan voorziet in een ontwerp waarbij ontmoeting van de bewoners wordt gestimuleerd. Hiermee biedt de ontwikkeling sociale kansen voor bewoners om elkaar te ontmoeten. Daarnaast zorgt het plan voor extra inwoners voor Puttershoek, waarmee het een bijdrage levert aan de vitaliteit van het dorp. 'Hoeksche Waarden'
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
20
Naast de 'Hoeksche Werken' zijn er ook 'Hoeksche Waarden' geformuleerd. De Hoeksche Waard is sterk verweven met de regio. Het maakt deel uit van de Delta, waarbinnen elk eiland zijn eigen kenmerken en kwaliteiten heeft. Als eiland heeft de Hoeksche Waard een directe relatie met de stedelijke agglomeratie van Rotterdam en ook Dordrecht. Omgekeerd vormt de Hoeksche Waard vanuit het stedelijk gebied ook de toegang tot de Delta. Veel recreanten en toeristen maken hier gebruik van. De verwevenheid met haar omgeving biedt de Hoeksche Waard kansen. Het eiland is dan ook ingedeeld in vijf karakteristieke deelgebieden. De planlocatie is gelegen in het deelgebied 'Dorpse Trots'. Dit deelgebied omvat alle dorpen in de Hoeksche Waard. De Hoeksche Waard kent kleine, hechte gemeenschappen met veelal een eigen identiteit. De combinatie van ondernemerszin en de zorg voor elkaar maakt het eiland zeer aantrekkelijk voor gezinnen. Bij ontwikkelingen in de dorpen wordt niet alleen naar nieuwe functies, zoals woningen, gekeken, maar met name ook naar de gevolgen voor het sociale netwerk in het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin in het dorp. Daarbij geldt als uitgangspunt dat eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling binnen het dorp benut worden, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd.
Inbreiding mag echter niet ten koste gaan van de groene kwaliteiten in het dorp. Kort samengevat zijn onderstaande de te ontwikkelen waarden: Versterken van de onderscheidende identiteit per dorp Versterken van de gemeenschapszin in het dorp Versterken van de vitaliteit en leefbaarheid per dorp Versterken van de natuurlijke overgang van het dorp naar het landelijk gebied Sociale cohesie onder de bevolking faciliteren én versterken DNA Verder is voor iedere kern in de gemeente het DNA bepaald. Er wordt gesteld dat Puttershoek een uitgesproken identiteit als gezellig en dorps heeft. De concentratie van (winkel-)voorzieningen,de haven en de openheid van nieuwe woonwijken dragen hieraan bij. Gelegen aan de Oude Maas kent de noordrand een typerende verkaveling met lange lijnen dwars op de dijk. Op sociaal-economisch gebied wordt gesteld dat het dorp enigszins kwetsbaar is. Met name dit laatste punt kan worden versterkt door de ontwikkeling, waarbij er woningen worden gerealiseerd voor een doelgroep met een midden- en hoog inkomen. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de in de Omgevingsvisie gestelde 'Hoeksche Waarden'. Door de stedenbouwkundige opzet wordt de sociale samenhang versterkt. Daarnaast zorgt het aantrekken van starters en (jonge) gezinnen voor vitaliteit en leefbaarheid van het dorp.
Gecombineerd met de doelgroep voor de appartementen ontstaat er een goede mix van bewoners. 3.3.2
Woningmarktanalyse Gemeente Hoeksche Waard
Het Woningbehoefteonderzoek uit 2019 geeft richting aan welke woningbouwprojecten de gemeente Hoeksche Waard wil opnemen in de Woningbouwprogrammering 2019-2030. In de Woningbouwprogrammering staat waar binnen de gemeente nieuwe woningen worden gebouwd. Het zijn de afspraken tussen de gemeente en de provincie. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan wat er zoal in het programma wordt opgenomen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met kwaliteit, zoals duurzaamheid, toekomstbestendigheid, meerwaarde voor de omgeving, de manier waarop de nieuwbouw past binnen het dorp of het landschap en de kernkwaliteiten van de Hoeksche Waard behoudt én versterkt. De grootste woningbehoefte bestaat er in de koopsector, in rij-/hoekwoningen, maar ook in het luxere segment. Daarnaast is er een aanzienlijke vraag naar twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen in het middeldure tot duurdere segment. Deze vraag is afkomstig van gezinnen die een volgende stap willen zetten in de wooncarrière.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
21
Daarnaast is de vraag naar koopappartementen toegenomen. Deze vraag is afkomstig van oudere huishoudens die vanuit veelal een grotere twee-onder-een-kap woning of vrijstaande woning kleiner willen gaan wonen. Deze groep is veelal op zoek naar specifieke locaties dichtbij voorzieningen en verwachten enige mate van luxe. Deze oudere doelgroep zal meer dan vroeger een woning kopen, waardoor er een grotere oriëntatie bestaat op de koopsector van de generatie die nu oud begint te worden. Conclusie De ontwikkeling voorziet in de woningen waarnaar een vraag bestaat in de gemeente. De grondgebonden woningen zijn geschikt voor starters en gezinnen met kinderen. De appartementen zijn aantrekkelijk voor ouderen, maar ook zeker voor kleine, jonge huishoudens. Daarnaast ontstaat er bij verhuizing van ouderen naar de appartementen elders in de regio ruimte op de woningmarkt. 3.3.3
Welstandsnota
De gemeente Hoeksche Waard toetst bouwplannen aan bepaalde criteria omtrent welstand. Bouwplannen worden voorgelegd aan de welstandscommissie, onder andere indien het bouwplan niet voldoet aan de sneltoetscriteria. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 35 woningen. Deze zullen worden gebouwd in dezelfde stijl, waarmee een stedenbouwkundige eenheid ontstaat in het plangebied. Het plangebied kan worden gezien als een kleine buurt. Het ontwerp van de woningen sluit aan bij recent ontwikkelde bouwplannen in de omgeving. De exacte uitwerking van de woningen zal worden afgestemd met de Stichting Dorp, Stad en Land. Deze stichting beoordeelt de stedenbouwkundige kwaliteit van nieuwbouwplannen voor de gemeente Hoeksche Waard. Conclusie De ontwikkeling van de woningen voorziet in een verbeterde uitstraling van het plangebied en haar omgeving. Het voldoet hiermee aan de eisen van een goede welstand.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
22
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. 4.1.2
Effect te vergunnen activiteiten
Gezien de aard van de ontwikkelingen, waarbij de bestaande opstallen gesloopt gaan worden, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Ecoresult BV. Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 1 juli 2020 (zie bijlage 2). De belangrijkste conclusies zijn de volgende: De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot schadelijke effecten op potentieel aanwezige verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus. Aanvullend veldonderzoek is nodig en reeds in gang gezet. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot schadelijke effecten op potentieel aanwezige verblijfplaatsen van de ransuil. Aanvullend veldonderzoek is nodig. De doorlooptijd van een eventuele ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden. Tevens dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen, zoals het plaatsen van voorzieningen. Deze
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
23
dienen voor huismus aanwezig te zijn tenminste 3 maanden voor de start van het werk. Voor de ransuil is geen standaard gewenningsperiode voor mitigerende maatregelen, dit betreft maatwerk. De voorgenomen ontwikkelingen leiden tot een negatief effect op potentieel aanwezige voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis). Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Gelet op voorgaande dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden wat betreft vleermuis, huismus en ransuil. Aanvullend onderzoek is nodig en reeds in gang gezet. Naar verwachting wordt het onderzoek in september 2021 afgerond. De aanvullende onderzoeken worden derhalve parallel aan de procedure uitgevoerd en worden in ieder geval afgerond voor de sloop- en bouwwerkzaamheden beginnen. Indien nodig wordt eerst ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd. Initiatiefnemer draagt hiervoor zorg en neemt de verantwoordelijkheid dat voldaan wordt aan de Wet natuurbescherming. Voorts geldt dat bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde aan de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) moet worden voldaan.
Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. 4.1.3
Stikstofdepositie
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019 (en na de update van 15 oktober 2020, versie 2020) kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. In de Wsn is een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht opgenomen voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase niet meer worden berekend en verschuift de nadruk naar de structurele uitstoot die een project in de gebruiksfase veroorzaakt. Daarom dient enkel nog de gebruiksfase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie. Ondanks dat ten behoeve van de realisatiefase (bouw en sloop) geen stikstofberekening meer benodigd is, is deze berekening wel bijgevoegd. Deze berekening is reeds uitgevoerd en beoordeeld door bevoegd gezag voor het inwerking treden van de Wsn.
Uit de berekeningen (zie bijlagen 3, 4 en 5) blijkt dat er zowel gedurende de nieuwe gebruikersfase als de realisatiefase geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt op Natura 2000-gebied.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
24
4.1.4
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving mogelijk beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. Het aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd en zal een voorwaarde zijn voor het verlenen van een omgevingsvergunning. In de eerste onderzoeksronde zijn geen verblijfplaatsen van de genoemde, potentieel aanwezige beschermde soorten, aangetroffen, waarmee geconcludeerd kan worden dat de plannen hoogstwaarschijnlijk uitvoerbaar zullen zijn. 4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.2.2
Resultaten onderzoek
Voorliggend initiatief voorziet in een functiewijziging van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming met bijbehorende tuinen, groen ontwikkeling en de aanleg van toegangswegen. Dit geldt als een gevoelige functie. Ten aanzien van de ontwikkeling zullen er dus graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. De toekomstige planologisch functie van de locatie betreft bovendien eveneens een milieugevoelige functie, aangezien hierbij meerdere personen voor langere tijd in de woningen aanwezig zullen zijn. Er is daarom een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Vink B.V. Het veldwerk heeft plaatsgevonden op 18 juni 2020 en 13 juli 2020. De rapportage is bijgevoegd als bijlage 6. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar de volgende punten: aanvullend historisch onderzoek teneinde de exacte ligging van de voormalige tank en/of benzinepompinstallatie te bepalen. verifiëren of de verontreiniging met PAK / carboleum nog aanwezig is en het opnieuw afperken van deze verontreiniging; afperken van de verontreiniging met minerale olie; het verrichten van aanvullende boringen teneinde uit te sluiten dat op de locatie sprake is van een noemenswaardige verontreiniging met lood in de (originele resterende) bovengrond. Het aanvullend onderzoek is conform de wettelijk gestelde eisen uitgevoerd.
De resultaten van dit onderzoek, welke is uitgevoerd op 14 oktober 2020 en 23 oktober 2020, zijn eveneens in bijlage 6 te vinden. Uit het verkennend en aanvullend bodemonderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie enkele (lichte) verontreinigingen zijn gelegen. De milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodemlaag tussen 0,5 en 1,0 m-mv is analytisch slechter dan de boven- en ondergelegen grond en dient bij voorkeur afzonderlijk te worden ontgraven. Deze grond zal waarschijnlijk voldoen aan de klasse 'industrie' en de overige bodemlagen kunnen een betere kwaliteit hebben. Naast de bovenstaande algemene bodemkwaliteit zijn op de onderzoekslocatie lichte verontreinigingen aanwezig die afzonderlijk ontgraven dienen te worden. Deze grond dient afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. Het betreft de volgende locaties: Lichte verontreiniging met minerale olie naast bestaande loods bij voormalige olietank in het bodemtraject van 0,4 tot 1,0 m-mv (deellocatie A). Verwachte omvang enkele kuubs; Lichte verontreiniging met minerale olie op middenterrein in het bodemtraject van 0,6 tot 1,0 m-mv. Verwachte omvang enkele kuubs, tenminste kleiner dan 30 m³;
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
25
Lichte verontreiniging met minerale olie op middenterrein in het bodemtraject van 0,5 tot 1,0 m-mv. Verwachte omvang enkele kuubs, omvang formeel niet vastgelegd; Voor het saneren van de lichte olieverontreinigingen wordt geadviseerd om hiervoor een plan van aanpak op te stellen en deze ter goedkeuring in te dienen bij het bevoegd gezag. Het is aan te bevelen om er in het plan van aanpak rekening mee te houden dat elders op de locatie nog enkele kleinschalige spotjes met minerale olie aanwezig kunnen zijn. Deze dienen op voorhand ook ter reiniging te worden afgevoerd. Aanvullend aan bovenstaande bevindingen is gebleken dat er dat er, na aanleiding van de dempingen welke te vinden zijn op het perceel, nog een bodemonderzoek uitgevoerd moet worden. Daar het perceel nu grotendeels verhard en in gebruik is, wordt dit onderzoek gedaan nadat de huidige bedrijvigheid van het perceel is verplaatst. Het onderzoek zal wel plaatsvinden voordat er gestart wordt met de bouw van de nieuwe woningen. 4.2.3
Conclusie
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek blijkt er vanuit het aspect bodem enkele aandachtspunten zijn. De aanbevelingen uit het onderzoek zullen worden opgevolgd om te zorgen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem gegarandeerd is voor de toekomstige bestemming. Het aanvullende bodemonderzoek naar aanleiding van de dempingen wordt uitgevoerd wanneer de huidige bedrijvigheid op de planlocatie gestopt is en zal plaatsvinden voordat de bouw van de nieuwbouwwoning gestart is. 4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Wettelijk kader
Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.3.2
Cultuurhistorie
De planlocatie kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. Ook worden de omgeving en het landschap niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. 4.3.3
Archeologie
Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. De gronden ter plaatse van de gewenste ontwikkeling zijn volgens het bestemmingsplan 'Puttershoek' verwachtingsgebied voor archeologische vondsten. Hierbij is er onderscheid te maken in drie verschillende zones. Waarbij voor het noordoostelijke deel van het perceel de hoogste verwachtingswaarde geldt. Er is een verkennend bureau onderzoek uitgevoerd door Synthegra B.V. De rapportage is toegevoegd als bijlage 7. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Er worden naar verwachting archeologische indicatoren aangetroffen in het plangebied uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Er is een verkennend booronderzoek geadviseerd om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
26
verwachtingsmodel te toetsen. Op basis van het verkennend booronderzoek (zie bijlage 8) is geconcludeerd dat er geen verder archeologisch onderzoek nodig is. Op verzoek van de bevoegde overheid zal er wel nader archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. De boringen die gestuit zijn op een ondoordringbaar pakket kunnen duiden op fundamenten die verband houden met de bebouwing die zichtbaar is op de kadastrale minuut die is weergegeven in het bureauonderzoek. Om die reden dient er een archeolgische begeleiding plaats te vinden voor de sloop vanaf het maaiveld en daarop aansluitend een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd. Vanwege praktische overwegingen is dit plan niet direct uitvoerbaar als zodanig en is er onderhandeld over de ligging van de proefsleuven en het tijdspad waarin deze uitgevoerd kunnen worden. De ligging van de proefsleuven is bepaald en ten behoeve van het proefsleuvenonderzoek is reeds een Programma van Eisen opgesteld. Dit Programma van Eisen is ter goedkeuring toegestuurd naar de gemeente Hoeksche Waard welke een akkoord heeft gegeven op het Programma van Eisen. Het goedgekeurde Programma van Eisen is opgenomen in bijlage 9 van de toelichting. 4.3.4
Conclusie
Met de gewenste ontwikkeling worden cultuurhistorische panden of structuren niet aangetast. Wel vindt de ontwikkeling plaats in beschermd archeologisch gebied. Uit het verkennend bureau- en booronderzoek blijkt dat er geen sprake is van archeologische waarden. De bevoegde overheid heeft beoordeeld dat er nader archeologisch onderzoek gedaan dient te worden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek wordt op een nader te bepalen moment uitgevoerd om de huidige bedrijfsvoering niet te beperken. De archeologische dubbelbestemming zal daarom behouden blijven, om de archeologische waarden te beschermen alvorens dit aanvullende onderzoek is afgerond. 4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Wet milieubeheer Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van de luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). In de Wet milieubeheer zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Omdat titel 5.2 van de Wm ingaat op de luchtkwaliteit, staat dit ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Hierin wordt gesteld dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: de plannen leiden niet tot het overschrijden van een grenswaarde; de luchtkwaliteit verbetert tengevolge van de plannen (per saldo) of blijft ten minste gelijk; de plannen dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.
Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen.
Puttershoek - Prins Bernhardlaan 1
27
De AMvB en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als NIBM moet worden beschouwd. Het betreft onder andere de onderstaande gevallen, waarbij een project als NIBM wordt beschouwd: Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Woningbouw en kantoorlocaties: 0,0008*aantal woningen+ 0,000012*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg en 0,0004*aantal woningen+ 0,000006*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Tevens is in artikel 5 van het Besluit NIBM een anticumulatie bepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan.
Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. 4.4.2
Beoordeling
De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Daarnaast blijkt uit raadpleging van de NSL-monitoringstool dat de luchtkwaliteit ter plaatse goed is. De concentraties NO2 en PM10 zijn minimaal en zullen door de beperkte ontwikkeling niet toenemen en de grenswaarden overschrijden. 4.4.3