ONBP Oud Piershilseweg Piershil 20221209
Tekst van het document
3.2 2 1 2 3.1
100 meter 30 meter 10 meter 30 meter 50 meter
Werkelijke afstand tot woningen 170 meter 60 meter 12 meter 31 meter 88 meter
Bij de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven. De omliggende bedrijven en inrichtingen worden hiermee niet verder in hun mogelijkheden beperkt. Het aspect geur vanwege de agrarische bedrijven in de omgeving is in paragraaf 4.7 nader uitgewerkt. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3
Bodemkwaliteit
Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of de aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Onderzoek Door Aeres Milieu is in januari 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuigelijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten zijn. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen en naftaleen.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|25
De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, begroeiing of proceswater. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico’s van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het “risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”.
Het groepsrisico is gedefinieerd als de “cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”. Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarden van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen van de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).
Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|26
het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Risicokaart Nederland geeft een beeld van de risico’s in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. In de onderstaande uitsnede van de risicokaart wordt de omgeving van het plangebied weergegeven.
Uitsnede Risicokaart Nederland
Inrichtingen Binnen of direct grenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde in het besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT), hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich op een grotere afstand dan 200 meter van het plangebied. Het gaat daarbij om een gasleiding (circa 2,6 kilometer) en de Rijksweg A29 (6,8 kilometer). Buitenom Het feit dat het plangebied binnen de veiligheidsafstand voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is gelegen blijkt niet uit de risicokaart. Op basis een raadsbesluit van de gemeente Korendijk d.d. 21 februari omtrent de vaststelling van de gemeentelijke routes gevaarlijke stoffen wordt echter bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|27
geconcludeerd dat de Buitenom gebruikt wordt ten behoeve van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt binnen 200 meter van de Buitenom, waardoor verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. Verantwoording groepsrisico Het gaat om een weg die is gelegen buiten de bebouwde kom. Het vervoer van gevaarlijke stoffen zal in dit geval met name bestaan uit het vervoer van gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) ten behoeve van de bevoorrading van de aan de weg gelegen tankstations (GF 3: brandbaar gas, is in dit geval de groepsrisicobepalende stof). Het gaat ter plaatse van het plangebied om een weg met eenzijdige bebouwing (enkel aan de noordzijde). Het gebied heeft een omgevingsadressendichtheid van circa 33 personen per hectare (Bron: CBS). Tot slot ligt het geplande woongebied op minimaal 30 meter afstand van de betreffende weg. Het gaat in dit geval om een weg die met name wordt gebruikt door bestemmingsverkeer. De vervoersbewegingen bestaan in dit geval uit de bevoorrading van het aan de Buitenom 1 Nieuw Beijerland gelegen tankstation. Redelijkerwijs kan niet worden verwacht dat het aantal vervoersbewegingen voor overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde wordt overschreden. De 10% grens zal dan ook niet worden overschreden. Het aantal transporten gevaarlijke stoffen zal beperkt blijven aangezien het alleen bestemmingsverkeer betreft.
Hierdoor is er geen plaatsgebonden risicocontour langs de Buitenom. Zelfredzaamheid (Zelf)redzaamheid houdt in dat personen zichzelf en eventueel anderen, binnen een bepaald tijdsbestek, kunnen veiligstellen (bijv. schuilen of vluchten) bij dreigend gevraag. Hierbij wordt van de persoon zelf uitgegaan zonder de hulp van hulpverlenersdiensten. In het voorliggend geval 13 reguliere woningen gerealiseerd. Van aanwezige bewoners kan over algemeen worden verwacht dat deze (zelf)redzaam zijn. Bestrijdbaarheid De brandweer is op circa 3,5 kilometer en daardoor binnen 10 minuten bij mogelijke ongelukken aanwezig. De bereikbaarheid voor hulpdiensten is goed, gezien het feit dat er meerdere aanrijroutes zijn. Daarnaast is er voldoende bluswater aanwezig om een dreigende Boiling Liquid Vapour Explosion (BLEVE) te voorkomen (het maatgevende rampenscenario bij vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg). Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5
Geluid
Wet geluidhinder Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveau als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij het vaststellen van geluidbelasting voor geluidsgevoelige functies zoals ‘Wonen’ dient op grond van de Wgh iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf is gelegen of voor de weg een maximum snelheidsregime geldt van 30 km/ uur. Op basis van de Wro is het noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er moet voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|28
Wegverkeerslawaai Voor het bouwplan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (bijlage, K+ adviesgroep, Rm200818aaA2.davh_01_003, 22 november 2022). In dit onderzoek is uitgegaan van het feit dat de schuur met bergingen een geluidwerend effect heeft op de nieuwe woningen. Uit dit onderzoek komen de volgende conclusies: Wet geluidhinder Buitenom De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de weg Buitenom is maximaal 53 dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh). • Bij de gemeente Hoeksche Waard kan een verzoek worden ingediend tot het vaststellen van een hogere waarde. • In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het bouwplan een open plaats opvult tussen al aanwezige bebouwing. • Indien een hogere toelaatbare waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit betekent dat de woningen dienen te beschikken over tenminste één geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Hieronder wordt verstaan dat de geluidbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Uit tabel 4.1 en 4.2 blijkt dat alle woningen kunnen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte.
• Volgens het geluidbeleid is onderzoek naar geluidreducerende maatregelen bij kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen (<10 woningen) niet noodzakelijk indien er een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Oud Piershilseweg • De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Oud Piershilseweg is maximaal 51 dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh). • Bij de gemeente Hoeksche Waard kan een verzoek worden ingediend tot het vaststellen van een hogere waarde. • In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het bouwplan een open plaats opvult tussen al aanwezige bebouwing. • Indien een hogere toelaatbare waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit betekent dat de woningen dienen te beschikken over tenminste één geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte.
Hieronder wordt verstaan dat de geluidbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Uit tabel 4.1 en 4.2 blijkt dat alle woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte. • Volgens het geluidbeleid is onderzoek naar geluidreducerende maatregelen bij kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen (<10 woningen) niet noodzakelijk indien er een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. • Conform Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Industrielawaai en railverkeerslawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen als bedoeld in de Wgh aanwezig. Industrielawaai wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|29
Tevens valt ligt het plangebied niet in de nabijheid van een spoorweg. Het aspect railverkeerslawaai vormt daarom geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling. Conclusie Voor de ontwikkeling zal een hogere waarde door de gemeente Hoeksche Waard verleend moeten worden.
4.6
Luchtkwaliteit
Wet milieubeheer Binnen de Europese Unie zijn normen voor de luchtkwaliteit vastgesteld (richtlijn 1999/30 EG van de Raad van Europese Unie). De Wet milieubeheer, met ingang van 15 november 2017, implementeert deze regelgeving. Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn met name stikstofdioxide en fijn stof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt worden getoond in onderstaande tabel. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3
Geldig Vanaf 2015
40 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
Max 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
Om toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit “Niet In Betekenende Mate” vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden getoetst hoeft te worden. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: • Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; • Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden: deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen onder de 10 μg/m3, is de concentratie PM10 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen onder de 18 μg/m3 en is de concentratie NO2 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen tussen de 10 en 15 μg/m3.
Op basis van de kaarten van het RIVM 2021 is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. Luchtkwaliteit t.b.v. aantal verkeersbewegingen Het planvoornemen maakt de realisatie van 13 nieuwe woningen mogelijk. Daarmee ligt het planvoornemen ver onder de gestelde grens van 1.500 woningen. De realisatie van negen woningen draagt dan ook ‘niet in betekende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|30
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.7
Geur
Wet geurhinder en veehouderij In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het planvoornemen leidt tot een belemmering van vergunden rechten van bedrijven in de omgeving. Onderzoek Aan de Oud Piershilseweg 5 is een agrarisch bedrijf gelegen. Aan de hand de actuele vergunde situatie voor dit bedrijf zal de exacte invloed van dit bedrijf op het planvoornemen bepaald moeten worden. In ieder geval zijn er al bestaande woningen op kortere afstand van dit bedrijf gelegen, zodat de nieuwe woningen geen verdere beperking voor de mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf betekenen. De Geurverordening (2016) van de voormalige gemeente Korendijk is van kracht. Op basis van het beleid en de kaarten behorende bij de Geurverordening ligt het plangebied buiten de bebouwde kom.
In de Geurverordening zijn de volgende normen vastgelegd: Vaste afstanden Voor dieren zoals melkrundvee, jongvee en paarden gelden vaste afstanden. In de Geurverordening geldt voor gebieden buiten de bebouwde kom een vaste afstand van 50 meter tot geurgevoelige
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|31
objecten. Deze afstand wordt gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van de stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. In de Geurverordening is ook voor de bebouwde kom en de woningbouwontwikkelingsgebieden een vaste afstand van 50 meter vastgelegd. Voorgrondbelasting Voor gebieden buiten de bebouwde kom geldt op basis van de Geurverordening een norm van 8 ouE/m3 voor de voorgrondbelasting. Voor het betreffende agrarische bedrijf Oud Piershilseweg 5 zijn in de Geurverordening berekeningen voor de voorgrondbelasting uitgevoerd. Uit de projectie van deze berekende voorgrondbelastingen op het stedenbouwkundig plan blijkt dat de nieuwe woningen buiten de 8 ouE/m3 liggen. De woningen voldoen aan een voldoende woon- en leefklimaat en het agrarisch bedrijf wordt niet in de mogelijkheden beperkt.
Projectie vaste afstanden en geurcontouren uit Geurverordening 2016 op de planontwikkeling
Conclusie De realisatie van de nieuwe woningen voldoet aan de normen uit de Geurverordening 2016. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|32
4.8
Natuurwetgeving
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Onderzoek In juni 2021 een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting (Aeres Milieu, AM20580-2, 22 juni 2021). Uit de quickscan zijn de volgende conclusies en aanbevelingen naar voren gekomen: Natura 2000 De plannen zullen waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden bepaald middels de AERIUS Calculator. Zie navolgende paragraaf. Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt buiten aangewezen gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Zuid-Holland een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud.
Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels In de vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregelen worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield.
Stikstofdepositie Door de ongeldigverklaring van het PAS op 29 mei 2019 zijn veel (bouw)projecten stil komen te liggen. Een nieuw stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht (de ‘AERIUS Calculator 2021’) welke het verlenen van vergunning voor (kleine) projecten mogelijk moet maken. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden bewezen dat ze de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|33
Door intreding van de Wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing. Waardoor uitsluitend naar de gebruiksfase gekeken wordt. Voor het planvoornemen omtrent de woningbouwontwikkeling van maximaal 13 woningen op de hoek van de Oud Piershilseweg en de rondweg Buitenom is een berekening gemaakt met behulp van AERIUS Calculator 2021. Deze berekening maakt inzichtelijk wat de stikstofdepositie is gedurende de gebruiks- en aanlegfase. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting (Ordito, 6 december 2022). Uit de berekening blijkt dat -met de uitgangspunten die in dit onderzoek zijn gedaan- gedurende de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen, behoudens de hierna genoemde aanbevelingen: • De start van de (sloop- en bouw) werkzaamheden dient plaats te vinden buiten de broedperiode van vogels (globaal van maart t/m juli). Indien dit onverhoopt niet mogelijk is, dan dient ten laatste twee weken voor de werkzaamheden aanvangen het terrein door een deskundige te worden gecontroleerd op mogelijke broedvogels. Denk hierbij met name aan vogelnesten op de grond.
Een broedsel is altijd beschermd ook buiten de broedperiode. • Bij het toepassen van grond (in kader aanbrengen voorbelasting) in de periode 1 maart tot september voorkomen dat steile wanden ontstaan of deze afdekken. Dit om vestiging van oeverzwaluw in het plangebied te voorkomen. • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
4.9
Water
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Het waterbeheerprogramma (WBP) bevat het meerjarige beleid en de doelen van waterschap Hollandse Delta. Het waterbeheerprogramma heeft betrekking op 3 kerntaken: • Veilige dijken en duinen; • Voldoende en schoon water; • Het schoonmaken van afvalwater. Om deze taken ook in de toekomst goed te kunnen blijven uitvoeren, houden we rekening met klimaatverandering, duurzaamheid, energietransitie en biodiversiteit. Onderzoek Waterveiligheid Het planvoornemen wordt niet gerealiseerd binnen de beschermingszone van een waterkering. Voldoende water – wateroverlast Hollandse Delta hanteert als vuistregel dat 10% van de toename aan m2 verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden. Hierbij geldt een ondergrens van 500 m2 in het stedelijk gebied. In het landelijk gebied is de ondergrens 1.500 m2; bij een kleiner oppervlak verhard is geen compenserende waterberging nodig. Dit volume wordt bij voorkeur gerealiseerd in de vorm van open water. In het stedelijk gebied mag het waterpeil maximaal tot aan maaiveld stijgen bij een maatgevende bui waarvan de kans van voorkomen eens per 100 jaar is. Voor land- en tuinbouw is dat eens per 50 jaar, voor akkerbouw eens per 25 jaar en voor grasland eens per 10 jaar. Hierbij mag nergens inundatie optreden. De aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen. De
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|34
waterberging wordt altijd berekend boven het streefpeil. De berging wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. Bij dit plan wordt circa 1.3.92 m2 aan verharding toegevoegd: • Schuurwoningen: ca.392 m2 • Gezamenlijk erf: 1.000 m2 De benodigde waterberging (10%) bedraagt circa 139 m2 aan extra open water. De watergang langs Buitenom wordt over een lengte van circa 65 meter met 1,5 meter verbreed. Daarnaast worden aan de westzijde en oostzijde van deze watergang extra verbredingen aangebracht. In totaal circa 200 m2 aan extra open water, zodat ruimschoots aan de bergingseis kan worden voldaan. Schoon water De woningen worden voor het afvalwater aangesloten op de bestaande riolering. Het hemelwater zal worden afgekoppeld. Met het oog op de waterkwaliteit van het te lozen hemelwater, geldt dat het dak dient te worden uitgevoerd in niet-uitlogende materialen. Digitale watertoets Watertoets op 9 maart 2022 digitaal ingediend bij het waterschap Hollandse Delta. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.10
M.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarde in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarde ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteiten voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.beoordelingsplichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling Drempelwaarde D-lijst In D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. is de activiteit ‘stedelijke ontwikkeling’ opgenomen. Dit betreft ‘de aanleg, de wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip de bouw van winkelcentra of parkeerterrein’. De drempelwaarden voor de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit bedraagt: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer;
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|35
• •
Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen; Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van maximaal 13 woningen op de hoek van de Oud Piershilseweg en de rondweg Buitenom. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Beoogde ontwikkeling is gezien de aard en omvang van het plan en de jurisprudentie in ogenschouw nemende niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Derhalve is een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. Gevoelige gebieden In onderdeel A van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat wordt verstaan onder een gevoelig gebied: een aangewezen gebied die beschermd wordt op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is in geen van dergelijke gevoelige gebieden gelegen. Milieugevolgen In de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, luchtkwaliteit, etc. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen. Conclusie Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|36
5.
JURIDISCHE ASPECTEN
Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in regels van de voor het plangebied gewenste eindbeeld. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
5.1
Verbeelding
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBO2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
5.2
Planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1. Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. 2. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere de maximale bouwhoogte bepaald. De gehanteerde bestemmingen worden in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. 3. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. 4. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingsplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
5.3
Toelichting op de bestemmingen
Artikel 3 Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groen, water, speelvoorzieningen en voeten fietspaden en bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen, zoals bergbezinkbassins. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 4 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen daaronder begrepen aan-huisgebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten of internetverkoop aan huis en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven. De goot- en bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|37
6.
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief en bevinden zich op particulier terrein. Er wordt een exploitatieovereenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten en grondexploitatie. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform de Wro te worden opgesteld.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie Door de initiatiefnemer heeft in het kader van de participatie de direct omwonenden geïnformeerd over de plannen: • • • •
Oud-Piershilseweg 1: 2 feb 2022 bezoek/gesprek aan huis en op 19 april 2e brief aan huis gebracht; Oud-Piershilseweg 7: 9 feb 2022 bezoek/gesprek aan huis en op 19 april 2e brief aan huis gebracht Oud-Piershilseweg 11: 23 feb 2022 bezoek/gesprek aan huis en op 19 april 2e brief aan huis gebracht Oud-Piershilseweg 1A, 5 en 2 (3 is leegstaand): 7 mrt 2020 Brief aan huis gebracht met verzoek tot gesprek en op 19 april 2e brief aan huis gebracht: o (nog) geen reacties ontvangen o Brief samen met inrichtingsschets 13 woningen
Er zijn geen directe bezwaren gemeld. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverleg partners: de Provincie ZuidHolland, het Waterschap Hollandse Delta en de veiligheidsregio. Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp voor 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijzen in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststelling Na vaststelling van het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen de eventuele gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
REGELS
|3
1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
5 8
2 Bestemmingsregels
9
Artikel 3 Groen Artikel 4 Wonen
9 10
3 Algemene regels
12
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Artikel 10 Overige regels
12 13 14 15 16 17
4 Overgangs- en slotregels
18
Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel
18 19
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|4
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|5
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil van de gemeente Hoeksche Waard. 1.2 bestemmingsplan het bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01 van de gemeente Hoeksche Waard. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aan-huis-gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8 achtergevel de gevel van het hoofdgebouw die 'tegenover' de voorgevel is gelegen. 1.9 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
1.10 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.12 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.13 bebouwing een of meer gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.14 bed and breakfast (B&B) recreatief nachtverblijf, niet zijnde een zelfstandig te gebruiken recreatieverblijf, in de vorm van logies met ontbijt in bestaande bebouwing. 1.15 bergbezinkbassin een rioleringssysteem voor het tijdelijk opslaan en laten bezinken van rioolwater. 1.16 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|6 1.19 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.20 bordeelprostitutie prostitutie waarbij de seksueel–erotische dienstverlening in een besloten daarvoor specifiek bedoelde en ingerichte ruimte wordt aangeboden. 1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.23 bouwlaag/woonlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten volgens het oorspronkelijke verkavelingsplan. 1.25 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.28 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.29 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.30 brutovloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.31 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.32 evenementen periodieke en/of incidentele manifestaties, zoals sportmanifestaties, concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, shows, tentoonstellingen, thematische markten, kermissen, cursussen en andere vertoningen. 1.33 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.34 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|7 1.35 internetverkoop aan huis verkoop van artikelen via internet door de bewoner van de woning, waarbij op het perceel alleen administratieruimte en/of magazijnruimte voor deze artikelen aanwezig is en waarbij de artikelen (eventueel per post) bij de klant worden thuis bezorgd en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.36 kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.37 kap een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65°. 1.38 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Activiteitenbesluit geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
1.39 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.40 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak en ten hoogste 1 wand. 1.41 peil a. b. c.
voor gebouwen die op maximaal 1 m van de weg liggen: de hoogte van de kruin van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; voor aan- en uitbouwen geldt het peil van hoofdgebouw.
1.42 seksinrichting het bedrijfsmatig – of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt – gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.43 theetuin een tuin met zitplaatsen (terras) waar niet-alcoholische dranken worden verkocht. De theetuin dient in samenhang met de toeristische omgeving te zijn (kleinschalige dagrecreatie / bedrijfsactiviteiten). 1.44 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.45 voorgevelrooilijn de (denkbeeldige lijn in het verlengde van de gevel van het hoofdgebouw die gericht is naar de openbare weg; indien er meer dan één geval gericht is naar de openbare weg, betreft het de (denkbeeldige) lijn die in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw ligt. 1.46 woning een complex van ruimten, inclusief aan- en uitbouwen, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.47 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor– en achtergevel.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|8
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie a. b.
ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne– installatie.
2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|9
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d.
groen, water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden; bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen, zoals bergbezinkbassins. En daaraan ondergeschikt voor verkeersvoorzieningen, waaronder in elk geval wordt verstaan wegen, in- en uitritten en paden; ter plaatse van de aanduiding "parkeerterrein": parkeerplaatsen.
3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. b.
de bouwhoogte van antennes, windwatermolens, vlaggenmasten en lantaarnpalen bedraagt ten hoogste 9 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter.
3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 voorwaardelijke verplichting tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en gebouwen overeenkomstig de in de bestemming Groen opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Inpassingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|10
Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
het wonen daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten of internetverkoop aan huis; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Hoofdgebouwen a. b. c. d.
het maximaal toegestane aantal woningen bedraagt 13; hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; hoofdgebouwen mogen aaneengebouwd of gestapeld worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte;
4.2.2 Bijbehorende bouwwerken a. b. c.
bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding "bijgebouwen"; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3,5 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 6 m;
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a.
b.
c. d.
erfafscheidingen in de vorm van schuttingen, tuinmuren en soortgelijke harde bouwwerken zijn niet toegestaan, met dien verstande dat hier tevens vergunningsvrije erfafscheidingen onder worden verstaan als bedoeld in Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) artikel 2 en 3; de bouwhoogte van erfafscheidingen, niet zijnde schuttingen, tuinmuren en soortgelijke harde bouwwerken, voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn of op een afstand van 1 m of minder van openbaar toegankelijk gebied, bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen, niet zijnde schuttingen, tuinmuren en soortgelijke harde bouwwerken, elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Algemeen a.
aan-huis-gebonden beroepen, kleinschalige bedrijfsactiviteiten of internetverkoop aan huis zijn toegestaan, mits: 1. het brutovloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen, kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en internetverkoop aan huis ten hoogste 25% bedraagt van de vloeroppervlakte van de betrokken woning en bijbehorende bouwwerken met een maximum van 40 m2; 2. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft; 3. de bewoner van de woning degene is die het beroep, de activiteit of internetverkoop uitoefent;
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|11 4.
5. 6. 7.
8.
het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende werking heeft, wat kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; er geen buitenopslag plaatsvindt; reclame-uitingen ten dienste van de activiteit, beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met een maximale afmeting van 1 meter x 0,5 meter aan de gevel of in de voor- of zijtuin en bij plaatsing van dit bord in de voor- of zijtuin op maximaal 2 meter hoogte; bij internetverkoop aan huis geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen artikelen niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden.
4.3.2 Voorwaardelijke verplichting a.
b.
tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Inpassingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van voldoende waterberging, conform het in Bijlage 2 opgenomen Waterschapsadvies.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|12
3 ALGEMENE REGELS Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|13
Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a.
b. c.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt.
6.2 Overschrijding goot- en bouwhoogten De goot- en bouwhoogten mogen in afwijking van bestemmingsregels worden overschreden door dakkapellen, hellende dakvlakken, topgevels, antennes, schoorstenen en andere ondergeschikte bouwdelen. 6.3 Bestaande maten Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande maten afwijken van de maatvoeringregels in de bouwregels van de betreffende bestemming, gelden ter plaatse van de afwijking die afwijkende maten als regels voor de maatvoering, met dien verstande dat: a. b. c. d.
bestaande maten die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse van de afwijking als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; bestaande maten die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse van de afwijking als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; ingeval van herbouw is dit lid onder a en b uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde locatie plaatsvindt; op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken niet van toepassing.
6.4 Geluidgevoelige functies Bij nieuwe situaties in de zin van de Wet geluidhinder is de realisatie, waaronder zowel bouwen als gebruiken wordt begrepen, van geluidgevoelige functies alleen mogelijk, indien wordt voldaan aan: a. b.
de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder, dan wel; de bij het besluit hogere waarden vastgestelde hogere waarde inclusief de daarbij gestelde voorwaarden/maatregelen.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|14
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.
het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie, straatprostitutie en bordeelprostitutie; het gebruik van bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte; het gebruik van gronden ten behoeve van paardenbakken; het gebruik van gronden en gebouwen voor speelautomatenhal, bingohal, discotheek of dancing.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|15
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan -tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds een omgevingsvergunning om af te wijken kan worden verleend- een omgevingsvergunning om af te wijken verlenen van de regels voor: a. b.
c.
d. e.
f.
afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 meter bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar aard en omvang gelijk te stellen bouwwerken daaronder niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen-, mits deze bouwwerken geen grotere (boei- of goot)hoogte dan 2,5 meter en geen grotere oppervlakte dan 20 m 2 hebben; de bouw van transformatorhuisjes, mits deze bouwwerken geen grotere goot- of boeibordhoogte dan 3,5 meter en geen grotere inhoud dan 50 m3 hebben; de bouw van straatmeubilair en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeersredenen noodzakelijk zijn, zoals duikers of keermuren, mits de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; de bouw van lantaarnpalen, vlaggenmasten en antennemasten, mits deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte niet meer dan 15 meter bedraagt.
De omgevingsvergunning voor het afwijken wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|16
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|17
Artikel 10 Overige regels 10.1 Voldoende parkeergelegenheid a.
b.
c.
Een nieuw bouwwerk of verandering van een bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van door het CROW uitgegeven publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' of de opvolger van deze publicatie uitgegeven door het CROW) bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.
NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01
bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil
|18
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.