CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

ONBP Oud Piershilseweg Piershil 20221209

Besluitvormende raad 12 december 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil22.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN

WONINGBOUW OUD PIERSHILSEWEG PIERSHIL

ORDITO.NL

BESTEMMINGSPLAN WONINGBOUW OUD PIERSHILSEWEG PIERSHIL GEMEENTE HOEKSCHE WAARD Planstatus

Ontwerp

Datum

09 - 12 - 2022

Plan identificatie

NL.IMRO.1963.WoOudPiershilseweg-ON01

Auteur(s)

Tess van Engelen, Cristian van Kuijk

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

1.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

2 2 3 3 4

2.

Planopzet

5

2.1 2.2

Historie en ruimtelijke structuur omgeving Stedenbouwkundig plan

5 6

3.

Beleidskader

11

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

11 14 20

4.

Randvoorwaarden

22

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Geur Natuurwetgeving Water M.e.r.-beoordeling

22 23 24 25 27 29 30 32 33 34

5.

Juridische aspecten

36

5.1 5.2 5.3

Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen

36 36 36

6.

Uitvoerbaarheid

37

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37 37

Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6.

Inrichtingsschets Archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Quickscan natuurwetgeving Onderzoek stikstofdepositie

|2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om op de hoek van de Oud Piershilseweg en de rondweg Buitenom aan de oostrand van Piershil, gemeente Hoeksche Waard, een woningbouwontwikkeling van maximaal 13 betaalbare schuurwoningen mogelijk te maken. Het betreft 4 goedkope en 9 middeldure koopwoningen. Deze woningen vormen de entree van het dorp Piershil vanaf Buitenom en voegen zich in de reeks van besloten erven langs het historische lint. Langs de Buitenom en bij de entree van de kern aan de Oud Piershilseweg wordt de bestaande open, groene zone doorgezet. In deze zone is ruimte voor extra water en een natuurlijke inrichting waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit en klimaatadaptie. Het realiseren van woningen op deze locatie past niet binnen het huidige bestemmingsplan “Buitengebied Korendijk”. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de woningbouwontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Oud Piershilseweg aan de rand van het dorp Piershil, in de gemeente Hoeksche Waard. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Piershil, sectie C, perceelnummer 1407 en heeft een oppervlakte van 4.315 m2. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Oud Piershilseweg met daarachter de burgerwoning Oud Piershilseweg 7 en een weiland, aan de noordoostzijde door een grondverzetbedrijf aan de Oud Piershilseweg 11 en de Oud Piershilseweg, aan de zuidzijde door de rondweg Buitenom met daarachter weilanden en aan de westzijde een begraafplaats.

Ligging en begrenzing plangebied

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|3

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: • “1e Herziening Buitengebied 2015”, vastgesteld op 17 maart 2015; • “Buitengebied Korendijk”, vastgesteld op 25 juni 2013. Bestemmingsplan “1e Herziening Buitengebied 2015” Op basis van het bestemmingsplan “1e Herziening Buitengebied 2015” kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3”. Bestemmingsplan “Buitengebied Korendijk” Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Korendijk” kent het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en deels de gebiedsaanduiding ‘openheid’.

Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Korendijk

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingsplannen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. • Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/ of toegestaan is. • Toelichting: In de toelichting worden aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventuele uitgevoerde onderzoeken opgenomen. • Bijlagen: De uitgevoerde onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|4

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de planopzet omschreven, met onder andere daarin de historie en de ruimtelijke opbouw en de nieuwe situatie. In het derde hoofdstuk wordt het vigerend beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau uitgelicht. Vervolgens komen in hoofdstuk vier de randvoorwaarden aan bod. Onder randvoorwaarden worden onder andere bodem- en luchtkwaliteiten verstaan. Hoofdstuk vijf geeft de planbeschrijving en de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zes waarin de uitvoerbaarheid ter sprake komt.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|5

2.

PLANOPZET

2.1

Historie en ruimtelijke structuur omgeving

Historie Piershil Piershil is ontstaan na de bedijking van de Oud-Piershil polder in 1524. De belangrijkste historische bebouwing is gesitueerd aan de westzijde van de dijk en aan de Voorstraat die loodrecht op de dijk de polder in loopt. Kenmerkend voor de bebouwing aan de Voorstraat zijn de gesloten gevelwanden in tuitvorm. De eerste planmatige uitbreidingen hebben plaatsgevonden ten oosten van de dijk en kenmerken zich door een rationeel stratenpatroon met rechte bouwblokken. De nieuwste uitbreidingen hebben ten zuiden van de Voorstraat plaatsgevonden. Piershil is een zogenaamde voorstraatsnederzetting, waarbij de Molendijk, de Sluisjesdijk en de Voorstraat de belangrijkste straten vormen. De Oud-Piershilseweg is een uitloper van de Voorstraat en ligt in het buitengebied van Piershil. Aan deze zijde van Piershil hebben de afgelopen jaren diverse ontwikkelingen plaatsgevonden. Naast de woningen en (agrarische) bedrijven is de begraafplaats aan de Oud Piershilseweg gelegen. Tussen de kreek en de begraafplaats is een nieuwbouwwijk in ontwikkeling. Daarnaast is de rondweg Buitenom aan deze zijde van Piershil gelegen. Het plangebied ligt aan de entree van het dorp Piershil vanaf Buitenom en bestaat uit een weiland, omgeven door een aantal watergangen. Het plangebied maakt onderdeel uit van het historische lint Oud Piershilseweg en ligt nabij de dorpsrand van Piershil.

Ruimtelijke structuur omgeving Voor de ruimtelijke structuur van Piershil zijn de volgende ruimtelijke dragers en verbindingen met het buitengebied van belang: • Dijk met lintbebouwing; • Voorstraat; • Kerk, molen, gemeentehuis en Heemzicht; • Haven en kreken; • Groen/open tussen havenkanaal en dijk; • Compact woongebied, verweven randen; • Verspreide grootschalige bedrijven.

Ruimtelijke structuur omgeving plangebied bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|6

2.2

Stedenbouwkundig plan

Voor de woningbouwontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Groene poort van Piershil Het plangebied is gelegen aan de nieuwe oostelijke entree van de kern Piershil vanaf de Buitenom. Door middel van een ontwikkeling naar een groene poort in combinatie met een nieuw woonerf met 13 schuurwoningen wordt deze Poort van Piershil ruimtelijk vormgegeven. Het oostelijk deel van het plangebied behoudt het open en groene karakter. Hierdoor blijft de open zichtlijn tussen de Oud Piershilse Wetering in het noorden en het open poldergebied ten zuiden van Buitenom in stand. Door het toevoegen van extra water en passende beplanting worden de landschappelijke waarden versterkt.

Impressie stedenbouwkundig plan

De nieuwe schuurwoningen in het woonerf in het westelijke deel vormen de afronding van de dorpsbebouwing en erven langs het historische lint Oud Piershilseweg en markeren de entree van Piershil. Het contrast tussen het besloten dorpsgebied en de open polders wordt hierdoor versterkt. Het nieuwe woonerf is een logisch vervolg op de recente ontwikkelingen in de oostelijke dorpsrand langs de Buitenom, zoals de realisatie van de uitbreidingswijk Piershil-Oost. Nieuw erf in historisch lint De ontwikkeling betreft de realisatie een nieuw woonerf met 13 schuurwoningen in aansluiting op het historische lint Oud Piershilseweg: een knipoog naar het boerenerf van weleer. Het betreft één nieuw woonerf waarop de schuurwoningen hun plaats vinden. Er is een gezamenlijke ontsluiting vanaf de Oud Piershilseweg, via de bestaande inrit. Via een gemeenschappelijk woonerf worden de afzonderlijke woningen ontsloten. Het parkeren vindt volledig plaats op een gemeenschappelijk parkeerterrein. De nieuwe woningen worden geplaatst op een gemeenschappelijk erf in mandelig eigendom. Aan de zijde van de Oud Piershilseweg komt een hoofdmassa van twee bouwlagen met kap, die zich bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|7

voegt in het bebouwingslint langs de weg. De bouwhoogte sluit aan op de omgeving. Dat betekent een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. De hoofdmassa heeft een breedte van 14 meter en een diepte van 10 meter. In de hoofdmassa komen 6 appartementen met een oppervlakte van 51 tot 63 m2 bvo, ontsloten vanaf een gezamenlijke entree aan de Oud Piershilseweg. Achter de hoofdmassa komt een ondergeschikt schuurvolume haaks op de weg. Het schuurvolume heeft een diepte van ca. 26 meter en een breedte van 10 meter. In dit schuurvolume komen 7 grondgebonden woningen. Met een goothoogte van maximaal 3,80 meter en een bouwhoogte van 10 meter is het schuurvolume ondergeschikt aan de hoofdmassa. Aan de zijde van de Buitenom wordt een kleinere schuur met bergingen geplaatst. Deze schuur schermt het geluid vanaf de Buitenom af. Het schuurvolume met bergingen heeft een oppervlakte van ca. 54 m2. De goothoogte bedraagt maximaal 3,5 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter.

Impressie bouwplan en beeldkwaliteit

Groene inkadering nieuw erf Het nieuwe woonerf wordt door middel van een groene inkadering in de landschappelijke structuur ingepast. De oostzijde van het perceel blijft open, waardoor de groene entree van het dorp en de zichtlijn tussen de Oud Piershilse Wetering en het open poldergebied ten zuiden van de Buitenom in stand blijft. In dit open te houden gebied is ruimte voor extra water met natuurvriendelijke oevers. Aan de zijde van de begraafplaats komt het groene woonerf, waardoor sprake is van een besloten gebied dat in contrast staat met het open poldergebied en de open zone langs de Buitenom. Aan de zuid-, oost- en westzijde van het nieuwe besloten erf blijven open zichtlijnen in stand, waardoor langs de Oud Piershilseweg sprake blijft van een afwisseling tussen open en gesloten gebieden. Het woonerf wordt een gemeenschappelijke en groen erf, waar de buitenruimte door de bewoners gezamenlijk gebruikt en beheerd wordt. Er zijn geen, met uitzondering van kleine terrassen direct aan de woningen, geen privétuinen aanwezig. Open polderzone groen en water langs Buitenom

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|8

Langs de Buitenom blijft sprake van een open groene zone. Deze groene zone wordt echter wel anders ingericht met meer aandacht voor waterberging, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De bestaande watergang(en) wordt verbreed en verlengd.

Impressie bouwplan en beeldkwaliteit

Ontsluiting en parkeren Het parkeerbeleid van de gemeente Hoeksche Waard is vastgelegd in de “Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen” (6 juli 2021). De kern Piershil is in de beleidsregel aangewezen als een niet stedelijk gebied, waarvoor de volgende parkeernormen zijn opgenomen: • koop, huis, tussen/hoek: 2,0 parkeerplaatsen per woning • koop, appartement, goedkoop: 1,6 parkeerplaatsen per woning Voor de planontwikkeling geldt de volgende parkeerbehoefte: • koop, huis, tussen/hoek: 2,0 parkeerplaatsen per woning x 7 woningen = 14 parkeerplaatsen • koop, appartement, goedkoop: 1,6 parkeerplaatsen per woning x 6 woningen = 9,6 parkeerplaatsen In totaal is de parkeerbehoefte 23,6 parkeerplaatsen. De woningen worden ontsloten via de bestaande inrit vanaf de Oud Piershilseweg. Via een gemeenschappelijk erf zijn de woningen bereikbaar. Het parkeren vindt plaats op een gemeenschappelijk parkeererf met 24 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden uitgevoerd met grasbetontegels. 10% van het aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt geschikt gemaakt voor elektrisch rijden, dat wil zeggen dat er en laadpaal aanwezig moet zijn. 20% van het aantal parkeerplaatsen zal voorbereid zijn voor elektrisch rijden. Met het planvoornemen wordt voorzien in het benodigde aantal parkeerplaatsen.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|9

2.3. Landschappelijke inpassing In het plan worden landschappelijke maatregelen genomen. De maatregelen dragen bij aan een klimaat adaptief plan (meer waterberging, extra groen tegen hittestress) en aan een versterking van de biodiversiteit. De nieuwe groenelementen bieden een nieuw leefgebied voor allerlei soorten dieren en insecten. De landschappelijke inpassing bestaat uit de volgende onderdelen: Polderzone Aan de oostzijde van het plangebied wordt de openheid van de polderzone behouden: • In dit deel blijft een paardenweide behouden. Tussen de paardenweide en de parkeerplaats wordt een beukenhaag aangeplant; • Verbreding en verlenging bestaande watergang langs Buitenom en oostelijk deel Oud Piershilseweg met luie, natuurvriendelijke oevers en deels een plasdrasberm. Door het realiseren van het extra wateroppervlak is er voldoende ruimte voor de benodigde waterberging voor de nieuwe woningen. Hierdoor kunnen de woningen klimaatadaptief ontwikkeld worden. • Langs de noordzijde van de te verbreden watergang langs de Buitenom komt een open groene zone met bloemen kruidenrijk grasland. Dit sluit aan bij de wens voor meer natuurlijke bermen langs wegen en watergangen in de Hoeksche Waard. Langs de watergangen mogen geen damwanden, beschoeiingen, steigers en dergelijke geplaatst worden.

• De bermen en natuurvriendelijke oevers worden bij voorkeur ecologisch beheerd: dat levert fraaie bloemrijke bermen op die de recreatieve aantrekkingskracht vergroten en bijdragen aan de biodiversiteit. Ecologische betekenis: leefgebied en verbindingszone voor vlinders en andere insecten, kleine zoogdieren, water- en oevergemeenschappen, akkervogels. Ecologische akkerranden en slootoevers kunnen een bijdrage leveren aan de realisering van de ecologische waterkwaliteit. Groene poort Piershil Bij de entree van het dorp Piershil vanaf de Buitenom wordt door middel van een aantal landschapselementen een “groene poort” van Piershil gecreëerd: • Bij de entree van het dorp is plaats voor een landschapselement. Gedacht kan worden aan een windwatermolen geplaatst van de firma Bosman. Sinds 1929 produceert de firma Bosman uit Piershil ijzeren windwatermolentjes, die over de hele wereld zijn verspreid. Met de nieuw te plaatsen windwatermolen wordt een kenmerkend landschapselement voor Piershil en het poldergebied geplaatst, dat tevens de duurzame ambities op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid aangeeft. • Op de hoek van de Oud Piershilsweg worden twee grote solitaire bomen geplant waarmee de groene entree wordt vormgegeven. Als soorten is gekozen voor een linde en een wilg.

Groen doorzicht zijde begraafplaats • De watergang tussen het plangebied en de begraafplaats (volledig eigendom gemeente) wordt op grond van de initiatiefnemer verbreed en voorzien van een natuurvriendelijke oever. In het plan is voldoende ruimte vrijgehouden aan de zijde van de nieuwe woningen om een dergelijke verbreding mogelijk te maken. Langs de watergangen mogen geen damwanden, beschoeiingen, steigers en dergelijke geplaatst worden. Groen woonerf • De nieuwe woningen worden geplaatst in een groen woonerf met een gemeenschappelijke buitenruimte; • Bij de entree van het gezamenlijke groene woonerf wordt een zomereik aangeplant; • Aan de zijde van de begraafplaats staan knotwilgen langs de watergang, die verbreed wordt met natuurvriendelijke oevers; • Aan de voorzijde wordt met een bruggetje over de watergang een aansluiting voor langzaam verkeer op de Oud Piershilsweg gemaakt. Bij dit bruggetje wordt een gewone esdoorn aangeplant; • Aan de zuidzijde wordt een kleine hoogstamboomgaard met vier hoogstambomen (appel/peer) aangeplant, een referentie naar de boomgaarden die van oudsher in de omgeving van Piershil bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|10

•

en Nieuw-Beijerland aanwezig waren. De hoogstamboomgaard vormt de groene afscheiding tussen het groene woonerf en de doorgaande weg Buitenom. De schuur met bergingen wordt ingepast in deze hoogstamboomgaard. Op de zuidwestelijke hoek is ruimte voor een beeldbepalende solitaire lindeboom;

Impressie landschappelijke inpassing

Groen parkeererf • Ten oosten van het schuurvolume ligt het gemeenschappelijke parkeererf. De parkeervakken hebben een groene uitstraling, door het gebruik van grasbetontegels. • Tussen de schuine parkeervakken worden bomen geplant. Als soort is gekozen voor de grauwe abeel.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|11

3.

BELEIDSKADER

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is, met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, te ontspannen en tot onszelf kunnen komen; zowel in de stad als daar buiten; • dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem‐verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Toetsing Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|12

geen nationale belangen in het geding. Het realiseren van landschappelijk ingepaste woningen draagt bij aan het doel van de NOVI om ruimte te bieden aan goed wonen in aangename en vitale dorpen in een goede balans tussen de gebouwde omgeving en het open landschap. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.

Toetsing Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)/ Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in, het per 1 juli 2017 gewijzigde, artikel 3.1.6 Bro. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat deze Ladderplichtig is.

Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Toetsing Ladder voor duurzame verstedelijking Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van maximaal 13 woningen op de hoek van de Oud Piershilseweg en de rondweg Buitenom. Programmaplan Wonen De gemeente Hoeksche Waard heeft het Programmaplan Wonen opgesteld. Hierin zijn de volgende ambities opgenomen: • De juiste woning op de juiste plaats • Stimuleren instroom jonge huishoudens • Continue woningbouwproductie Woningmarktanalyse 2019 (20 januari 2020) Uit de Woningmarktanalyse 2019 komen de volgende conclusies die relevant zijn voor de ontwikkeling aan de Oud Piershilseweg in Piershil:

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|13

Demografische ontwikkeling • De gemeente Hoeksche Waard kent een positieve bevolkingsontwikkeling. Voor 2014 was dit niet het geval, maar sinds dat jaar stijgt de bevolking van de gemeente jaarlijks. De bevolking groeit vooral door de toename in de binnenlandse migratie. Tijdens de economische crisis had de Hoeksche Waard een negatieve migratie. Het binnenlands migratiesaldo is na de crisis sterk toegenomen van -200 personen in 2013 tot +500 personen in 2018. • De gemeente Hoeksche Waard is aantrekkelijk voor gezinnen. Inwoners in de leeftijd van 20 tot 50 jaar en 0 tot 15 jaar vestigden zich de afgelopen jaren per saldo het meest. • De Hoeksche Waard had op 1 januari 2019 zo’n 86.650 inwoners en 36.450 huishoudens. De provinciale Trendprognose laat een groei zien van de bevolking tot 2030 (naar zo’n 87.200 inwoners), waarna de bevolking weer wat gaat afnemen. Het aantal huishoudens groeit volgens de prognose tot 2035, tot zo’n 39.400 huishoudens. De toename van het aantal huishoudens in de periode 2019 - 2030 bedraagt ongeveer 2.300 huishoudens. • De huishoudensgroei is naar verhouding groter dan de bevolkingsgroei. Dit heeft te maken met de vergrijzende bevolking en de daarmee samenhangende huishoudensverdunning. Het aandeel oudere huishoudens in de gemeente neemt toe en in toenemende mate blijven oudere huishoudens alleen achter. Dit leidt tot meer, kleinere, huishoudens.

• De provinciale Trendprognose 2019 laat een beduidend positiever beeld zien voor de huishoudensontwikkeling in de Hoeksche Waard dan de prognose die bij het onderzoek in 2016 is gehanteerd. Deze beweging is ingegeven door de positieve bevolkingsontwikkeling door de toegenomen migratie naar de Hoeksche Waard in de afgelopen jaren. De prognose in 2016 liet een afname zien met 3.240 huishoudens in de leeftijd tot 55 jaar in de periode 2015 - 2035. Dat was een afname met zo’n 2.600 huishoudens in de periode 2020 - 2035. De nieuwe prognose laat voor deze huishoudensgroep nog steeds een afname zien, maar deze afname is beduidend kleiner; zo’n 1.800 huishoudens in de leeftijd tot 55 jaar in de periode 2020 - 2035. Ontwikkeling van de woningbehoefte • Op basis van de provinciale Trendraming groeit de Hoeksche waard in de periode 2019 tot 2025 met 1.640 huishoudens. Tot 2030 komen daar naar verwachting nog 700 huishoudens bij. De gemeente Hoeksche Waard heeft zoals aangegeven net als in veel gemeenten van Nederland te maken met vergrijzing. Waar momenteel 30% van de huishoudens in de gemeente een leeftijd heeft van 65 jaar of ouder, loopt dit naar verwachting in 2040 op tot ruim 40% van de huishoudens. Het aandeel gezinnen neemt de komende jaren wat af, evenals het aandeel jonge huishoudens, maar deze afname is minder groot dan de toename van het aandeel (oudere) ouderen.

• De meeste additionele woningbehoefte ontstaat er in de koopsector, in rij-/hoekwoningen, maar ook in het luxere segment. Bij de rijwoningen in de koopsector is veel vraag in het goedkopere segment tot € 200.000 (woning voor starters en koopstarters), maar ook in de wat duurdere segmenten. Naast rij- en hoekwoningen is er een aanzienlijke vraag naar tweekappers en vrijstaande woningen in het middeldure tot duurdere segment. Deze vraag is afkomstig van gezinnen die een volgende stap in de wooncarrière willen zetten. Dit zijn eigen inwoners of gezinnen vanuit de Randstad die vanwege de betere prijs-kwaliteitverhouding een woning in de Hoeksche Waard zoeken. • In vergelijking met vorig woningmarktonderzoek is de vraag naar koopappartementen toegenomen. Deze vraag is afkomstig van oudere huishoudens die vanuit veelal een grotere tweekapper of vrijstaande woning kleiner willen gaan wonen. Zij zijn doorgaans op zoek naar specifieke locaties dichtbij voorzieningen en verwachten enige mate van luxe. Oudere huishoudens zoeken vaak een koopwoning met een lagere prijs dan de huidige woning. Zo houden ze kapitaal achter de hand om op de oude dag van te kunnen genieten. Toekomstige generaties ouderen zullen meer dan nu het geval is opnieuw een woning kopen, ook op oudere leeftijd.

Dit hangt samen met de nu al grotere oriëntatie op de koopsector van de generatie die nu oud begint te worden. • Marktkenners signaleren een behoefte aan kleine woningen voor jonge (alleenstaande) huishoudens. Tegelijk wordt ook geconstateerd dat veel jongeren in de Hoeksche Waard kritisch en veeleisend zijn ten aanzien van een woning. Men geeft aan dat starters in de bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|14

Hoeksche Waard het kopen van een woning lang uitstellen omdat ze gelijk een grote woning willen kopen, maar relatief beperkte financiële middelen hebben. Dit resulteert er in dat jongeren lang thuis wonen. Geconcludeerd wordt dat er de komende jaren behoorlijke aantallen extra woningen nodig zijn in de Hoeksche Waard. De extra woningbehoefte zoals die uit de nieuwe prognoses blijkt is beduidend hoger dan ten tijde van het eerdere onderzoek in 2016 werd voorzien. Woningbouw Oud Piershilseweg – Piershil De ontwikkeling van maximaal 13 woningen aan de Oud Piershilsweg in Piershil draagt kwantitatief bij aan de grote woningbehoefte in de gemeente Hoeksche Waard. In het plan worden kleinere en betaalbare woningen in de koopsector gerealiseerd, met prijzen tot ca. € 250.000,-. Het betreft zowel appartementen als rijwoningen (zonder eigen tuin). Hierdoor zijn de woningen geschikt voor zowel jonge (alleenstaande) huishoudens die een start maken op de woningmarkt, als voor oudere huishoudens die kleiner willen gaan wonen. Juist door te bouwen in het betaalbare segment wordt aangesloten bij de vraag naar betaalbare woningen in de Hoeksche Waard. De 13 woningen zijn opgenomen in de woningbouwprogrammering van de gemeente Hoeksche Waard. De eindconclusie is dat de ontwikkeling voldoet aan de eisen van de Ladder.

De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland (april 2019) Het omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is vanaf 1 april 2019 van kracht. De geconsolideerde Omgevingsvisie is op 7 augustus 2021 in werking getreden. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendige meerkernige metropool; 4. Energievernieuwing; 5. Best bereikbare provincie; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid. Beleid ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit.

In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeeld een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|15

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. De gebiedsprofielen, die gezamenlijk met decentrale overheden en ander partijen in de regio zijn opgesteld, spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van zo’n gedeelde opvatting. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit onderscheidt de provincie de kwaliteit van een gebied in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving.

Naast het generieke kwaliteitsbeeld, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkeling mogelijk zijn, maar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Toetsing plangebied Oud Piershilseweg - Piershil Laag van de ondergrond Deze laag gaat over de grondslag van de provincie en natuurlijke (landschapsvormende) processen. De laag bestaat uit de bodem, de geomorfologische kenmerken en het water. Binnen Zuid-Holland is daarbij grofweg een driedeling te maken tussen het complex van de kust (strand, duinen, strandwallen en strandvlakten), de natte veengronden en plassen ten oosten hiervan en de kleicomplexen en wateren van de delta. Op basis van deze laag is het plangebied gelegen in het rivierendeltacomplex in het jonge zeeklei.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|16

‘Rivierdeltacomplex’ Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. ‘Jonge zeeklei’ De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Richtpunt: • Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Toetsing van het initiatief aan de Laag van de ondergrond De oorspronkelijke kenmerken van deze laag zijn ter plaatse van het plangebied nauwelijks nog waarneembaar. Dit heeft met name te maken met het feit dat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de landbouw.

Bij de hoofdopzet is aansluiting gezocht bij de daar voorkomende landschapsstructuren en de stedenbouwkundige opzet van Piershil, de Oud Piershilseweg en het omliggende polderlandschap, waarbij gekeken is naar een adequate inpassing van het plan in relatie tot de natuurlijke kenmerken en de geschiedenis van het gebied. Geconcludeerd wordt dat voldoende rekening is gehouden met de gebiedskenmerken ten aanzien van de ‘Laag van de ondergrond’. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen De laag van de cultuurlandschappen is de laag van het zichtbare landschap en het (grondgebonden) nut. Het agrarisch landschap is beeldbepalend in het buitengebied van Zuid-Holland. Dicht bij de stad vinden we een veelheid aan verschillende cultuurlandschappen. Het plangebied is gelegen in het zeekleipolderlandschap. ‘Zeekleipolderlandschap’ Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders.

De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|17

Richtpunten: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren. • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. • Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. • Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur. Toetsing van het initiatief aan de laag van de cultuur- en natuurlandschappen Zoals ook bij de toetsing aan de ‘Laag van de ondergrond’ is beschreven, is de hoofdopzet gebaseerd op de bestaande landschapsstructuur, aansluitend op de dorpsrand van Piershil en het bebouwingslint langs de Oud Piershilseweg. De nieuwe woningen zijn passend binnen de ruimtelijke- en functionele structuur van de omgeving. De woningen worden op een adequate wijze landschappelijk ingepast. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en bijlage 1.

Laag van de stedelijke occupatie Deze laag bestaat uit het bebouwde gebied (steden en dorpen) en de doorlopende netwerken van wegen, vaarwegen, spoor en groen. Zuid-Holland is een dynamisch gebied met een veelheid aan steden en dorpen. Steden en dorpen kennen elke hun eigen karakteristiek, ontstaan door ligging in het landschap of bijvoorbeeld verschil in economisch accent. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt aandacht gevraagd voor het behouden of versterken van de identiteit en gebruikswaarde van stads en dorpsgebied.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|18

Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Toetsing van het initiatief aan de laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied nabij de dorpskern van Piershil. Op basis van deze laag heeft het plangebied dan ook geen specifieke kenmerken. De hoofdopzet van de ontwikkeling is gebaseerd op de bestaande landschapsstructuur, aansluitend op de dorpsrand van Piershil en het bebouwingslint langs de Oud Piershilseweg. De nieuwe woningen zijn passend binnen de ruimtelijke- en functionele structuur van de omgeving. De woningen worden op een adequate wijze landschappelijk ingepast. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en bijlage 1. Laag van de beleving De vierde laag bestaat uit de beleving van Zuid-Holland. Deze laag gaat over zorgvuldig omgaan met wat van waarde is in combinatie met het vergroten van de recreatieve gebruikswaarde van de provincie. Het betreft bijzonder plekken van cultuurhistorische waarde, maar gaat ook over het zorgdragen voor een recreatief toegankelijke provincie met een heldere groenstructuur als basis.

Voorliggende ontwikkeling vormt geen belemmering voor de beleving van hetgeen waardevol is in de omgeving. Op basis van de kaart van de ‘Laag van de beleving’ bevat het plangebied namelijk geen specifieke kenmerken. Het categoriseren van alle gebieden naar kwaliteiten gekoppeld met de aard en schaal van ontwikkelingen Voorliggende ontwikkeling kan worden aangemerkt als ‘aanpassing’. Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet, zoals bij de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed. Aanpassing is sterk gericht op het vergroten van de gebruikswaarde van een gebied. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk de invloed van de nieuwe ontwikkeling. Omgevingsverordening (april 2019) Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Deze is op 20 februari 2019 vastgesteld door Provinciale Staten en per 1 april 2019 in werking getreden (geconsolideerd op 7 augustus 2021). Hierin is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant.

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft door: I. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en II. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|19

I.

II.

Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.

Toetsing Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van maximaal 13 woningen. De ontwikkeling past qua aard en schaal bij het gebied en wordt landschappelijk ingepast. De ontwikkeling wordt geschaard onder ‘aanpassen’, aangezien het een ontwikkeling betreft die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. Voor de ontwikkeling is een integraal ontwerp opgesteld, waarbij de kenmerken en kwaliteiten van het landschap en de stedenbouwkundige structuur in acht worden genomen. Het voornemen past qua fasering in ruimte en tijd in het provinciale en regionale programma. Het plangebied is niet gelegen in een gebied aangeduid met ‘beschermingscategorie 1’. Het nemen van aanvullende ruimtelijke maatregelen bestaat in dit geval uit het nemen van maatregelen in de ruimtelijke kwaliteit. Dit wordt bereikt door het realiseren van een groen opgezet woongebied, waarbij bestaande ruimtelijke kwaliteiten als uitgangspunt zijn genomen. Voor de ontwikkeling is een inpassingsplan met beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld, die als bijlage bij dit bestemmingsplan is opgenomen. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Toetsing In paragraaf 3.1 is de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. De 13 woningen zijn opgenomen in de woningbouwprogrammering van de gemeente Hoeksche Waard. De eindconclusie is dat de ontwikkeling voldoet aan de eisen van de Ladder. De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Convenant Klimaatadaptief bouwen Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Vanaf 4 oktober 2018 wil de provincie nieuwbouwlocaties, inclusief transformatie- en uitleggebieden, zo klimaatadaptief mogelijk bouwen en gaan opdrachtgevende partijen die onderdeel zijn van deze ‘Coalition of the Willing’ hier actief om vragen en op sturen.

Daarbij gaat voor wat betreft mogelijke oplossingen de aandacht onder andere uit naar gevels, daken, funderingen en de buitenruimte. Gestreefd wordt naar: • Minder wateroverlast; • Meer biodiversiteit; • Minder hittestress; • Minder langdurige droogte en minder nadelige gevolgen ervan; • Minder bodemdaling en minder nadelige gevolgen ervan. Bovenstaande kan bereikt worden door de leefomgeving waterrobuust en klimaatbestendig te bouwen en in te richten. Dit kan door toepassing van behouden, versterken of creëren van robuuste groen/blauwe structuren, keuze voor lichte kleur bouwmaterialen (reflectie in plaats van absorptie),

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|20

gevelgroen of groene daken en zorgen voor schaduw door bijvoorbeeld bomen. Ook ventilatie/wind, om warme lucht uit het bebouwde gebied te krijgen, is een relevant aspect voor onder andere de positionering van nieuwe bebouwing. Conclusie Voorstaand uitgangspunten worden in acht genomen bij de verdere uitwerking van het bouwplan. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Hoeksche Waard (2019) De Omgevingsvisie Hoeksche Waard nodigt inwoners, ondernemers, investeerders, maatschappelijke organisaties en anderen uit om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Hoeksche Waard. De Omgevingsvisie helpt om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke Hoeksche Waard. De Omgevingsvisie biedt handvatten en inspiratie aan iedereen die een bijdrage wil leveren aan de Hoeksche Waard. Dat wordt Waardenmaken genoemd. Vijf maatschappelijke opgaven vragen daarbij specifiek aandacht de komende jaren. Dit worden de Hoeksche Werken genoemd. 1. 2. 3. 4. 5.

Duurzaamheid, energieneutraal en klimaatbestendig Vitaal economisch klimaat Bereikbaarheid, nabij en toegankelijk Duurzame, innovatieve landbouw Vitale dorpen en actieve samenleving

De Hoeksche Werken en Waarden vormen samen de basis voor de ontwikkeling van de Hoeksche Waard. Toetsing Het plangebied is in de Omgevingsvisie gelegen op de overgang van het deelgebied ‘Natuurlijk! Verbonden’ en het deelgebied ‘Dorpse Trots’. Het deelgebied ‘Natuurlijk! Verbonden’ is het grootste deelgebied binnen Hoeksche Waard. Het betreft het grote, relatief open agrarische landschap. Het landschap is rationeel en doelmatig ingericht voor de agrarische sector. De openheid geeft lange zichtlijnen en vergezichten. Het deelgebied ‘Dorpse Trots’ omvat alle dorpen in de Hoeksche Waard. Doordat de Hoeksche Waard letterlijk een eiland is, zijn mensen op elkaar aangewezen, staat zorg voor elkaar hoog in het vaandel en bloeit het verenigingsleven. De Hoeksche Waarde kent (mede daardoor) kleine, hechten gemeenschappen met veelal een geheel eigen identiteit. De combinatie van ondernemerszin en de zorg voor elkaar maakt het eiland zeer aantrekkelijk voor gezinnen. Uitgegaan wordt van de identiteit per dorp als basis voor de toekomst. Maatwerk per dorp is hierbij het uitgangpunt. In- en uitbreidingen passen bij de schaal en maat van het dorp. In het dorpsgericht werken moeten initiatieven bijdragen aan het versterken van de identiteit van het dorp.

Bij ontwikkelingen in dorpen wordt niet alleen gekeken naar nieuwe functies, maar ook naar de gevolgen voor het sociale netwerk in het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin van het dorp. Daarbij geldt als uitgangspunt dat eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling binnen het dorp worden benut, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. Waar mogelijk worden bestaande woningen aangepast in de richting van levensloopbestendige en duurzame woningen. Inbreiding mag echter niet ten koste gaan van de groene kwaliteiten in het dorp. De te ontwikkelen waarden binnen dit deelgebied zijn:

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|21

• • • • • • •

Versterken van de onderscheidende identiteit per dorp; Versterken van de gemeenschapszin in het dorp; Versterken van de vitaliteit en leefbaarheid per dorp; Versterken van de natuurlijke overgang van het dorp naar het landelijk gebied; Bedrijvigheid met toegevoegde waarde voor de Hoeksche Waard; Sociale cohesie onder bevolking faciliteren en versterken; Versterken van de inclusieve samenleving.

De beoogde herontwikkeling betreft een woningbouwlocatie in de dorpsrand. De ontwikkeling van woningen draagt bij aan de leefbaarheid van het dorp. De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast in het polderlandschap. Het plan biedt mogelijkheden voor betaalbare woningen voor zowel jongeren als ouderen. Hiermee wordt ingespeeld op zowel de reguliere woningbehoefte van het dorp als het faciliteren van de verwachte extra instroom van woningzoekende uit de omgeving. Verder is het realiseren van levensloopbestendige appartementen een gewenste toevoeging aan de lokale woningmarkt, wat de differentiatie van de woningvoorraad en de doorstroming ten goede komt. De ontwikkeling draagt daarmee in voldoende mate bij aan de Hoeksche Werken en Waarden. Programmaplan Wonen De gemeente Hoeksche Waard heeft het Programmaplan Wonen opgesteld. Hierin zijn de volgende ambities opgenomen: De juiste woning op de juiste plaats We willen op een andere manier omgaan met woningbouwinitiatieven die we ontvangen door oog te hebben voor de woon- en leefomgeving. Zowel qua typologie, huur/koop en prijsklassen. Dat doen we door aan de voorkant van een project met marktpartijen in gesprek te gaan over onze vitaliteitsdoelstellingen en hoe we thema’s als zorg en arbeidsmarkt een plek kunnen geven.

Stimuleren instroom jonge huishoudens Door te investeren in woningen en voorzieningen hopen we op meer instroom van jonge huishoudens naar ons eiland. Ook hopen we daarmee dat meer jongeren in de Hoeksche Waard blijven wonen. Dat is nodig voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling op lange termijn, maar ook om de voorzieningen zoals scholen, (sport)verenigingen en winkels in stand te houden. Continue woningbouwproductie We zetten vaart achter de bestaande woningbouwinitiatieven. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn dat de authentieke dorpskernen en het landschap zo min mogelijk wordt aangepast. De huidige woningbouwproductie heeft direct invloed op de woningbehoefte in de nabije toekomst. En een grotere woningbehoefte in de toekomst betekent dat we meer ruimte hebben om de bevolkingssamenstelling in evenwicht te krijgen. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Hoeksche Waard 2020 De gemeente Hoeksche Waard heeft de Nota Ruimtelijke kwaliteit Hoeksche Waard 2020 opgesteld. Deze nota geeft voor verschillende gebieden en gebouwen welstandscriteria. Het plangebied ligt in het gebiedstype ‘polderlandschap’. Qua beoordelingsniveau geldt voor het gebied het niveau ‘bijzonder’. Toetsing van het initiatief aan de Nota Ruimtelijke kwaliteit Voor het bouwplan is een inpassingsplan met paragraaf beeldkwaliteit opgesteld, die wordt meegenomen in de bestemmingsplanprocedure.

Over het bouwplan heeft op 12 april 2022 een Welstandsoverleg plaats gehad. Hieruit is de aangepaste versie van het ontwerp ontstaan met enkele aanpassingen en de wijziging van de kleurstelling.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|22

4.

RANDVOORWAARDEN

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Archeologie Het plangebied kent op basis van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Hoeksche Waard een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Ter plaatse van deze verwachtingswaarde is bij een plangebied groter dan 500 m 2 met bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld, een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Derhalve is een archeologisch onderzoek vereist. Door Aeres Milieu is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Oud Piershilseweg te Piershil (gemeente Hoeksche Waard). Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit het archeologisch onderzoek is het volgende gekomen: Piershil ligt in he West-Nederlandse kustgebied en maakt onderdeel uit van de Hoeksche Waard. Het gebied heeft sterk onder invloed van de zee en de zeespiegel gestaan. In de diepere ondergrond van het plangebied bevinden zich rivierafzettingen van de Rijn en de Maas.

Vanwege de grote diepteligging en het reliëf van het pleistocene oppervlak geldt een onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laat-paleothicum tot en met vroeg-mesolithicum. Vanaf circa 7000 v. Chr. vinden verschillende transgressiefases plaats als gevolg van zee-inbraken en ontstond een landschap van kwelders en slikken. Vanwege de grote diepteligging en de aanwezigheid van meerdere sedimenten van zee- en rivierklei (Wormer laagpakket) is niet bekend hoe het landschap eruit zag. Voor de periode midden-mesolithicum – midden-neolithicum geldt daarom eveneens een onbekende verwachting. Tussen 2750 en 1500 v. Chr. vindt veenvorming plaats binnen het plangebied en maakt het plangebied deel uit van een uitgestrekt veenmoeras (Formatie van Nieuwkoop). Dit zou voortduren tot en met de vroege middeleeuwen. Bovendien was het veengebied onderhevig aan zee-inbraken. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen het plangebied sprake was van oeverwallen of donken. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een vlakte van getijafzettingen. Op basis van het kaartbeeld van het AHN ligt het plangebied relatief laag in het landschap. Voor het plangebied geldt een lage verwachting voor nederzettingsresten uit de periode laat-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.

In de volle middeleeuwen was het plangebied deel van een gebied bestaande uit gorzen en sikken, platen en geulen. Sporadisch was bewoning aanwezig, zoals langs de Dromkreek verder ten zuiden van het plangebied. Na de grote overstroming van de St. Elizabethsvloed (1421) vonden nieuwe bedijking plaats. Het plangebied maakt deel uit van de in 1524 opnieuw bedijkte polder Piershil. Uit historische kaarten blijkt dat het plangebied onbebouwd was en deel uitmaakte van een agrarisch gebied. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat binnen het plangebied in het verlenen een veenaanwas is geweest. Dit veenpakket was mogelijk toegankelijk voor mensen, maar is in een latere fase, tijdens de (met een verouderde term) Duinkerke III afzettingen weer is versoepeld. De Duinkerke III afzettingsvlak zal voor de mensen ook geen gunstige omgeving zijn geweest voor bewoning.

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|23

Hierdoor worden binnen het plangebied geen archeologische resten meer verwacht. De aanbeveling luidt dan ook dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Een uitzondering geldt voor de midden- en vroeg prehistorische periode. Deze resten liggen tussen de 5 en 18 meter onder maaiveld. Hierover kan binnen het voorliggende onderzoek geen uitspraken over worden gedaan. Echter liggen deze resten dusdanig diep dat de mate van verstoring middels de voorgenomen ontwikkeling zeer beperkt zal zijn. Het verdient de aanbeveling om in contact te treden met de bevoegde overheid om het beleid op te vragen aangaande het gebruik van heipalen indien noodzakelijk (in veel gevallen leidt een vrijstelling voor heipalen van 1% van het totale plangebied). Selectiebesluit Door de gemeente zal een selectiebesluit worden genomen. Cultuurhistorie Er zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig in het plangebied. Het plangebied valt niet binnen een molenbiotoop. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van gevoelige bestemmingen. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

bestemmingsplan woningbouw Oud Piershilseweg Piershil

|24

Onderzoek Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van maximaal 13 woningen. Bij de beoogde ontwikkeling moet worden voldaan aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. In de VNG publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/ rustig buitengebied gegeven. Gezien de ligging van het plangebied, wordt aangesloten bij de richtafstanden t.o.v. een rustige woonwijk. In onderstaande tabel zijn de bestaande functies rond het plangebied weergegeven: Adres

Activiteit

Milieucategorie

Richtafstand

Buitenom 7 Oud Piershilseweg 3 Oud Piershilseweg 4 Oud Piershilseweg 5 Oud Piershilseweg 11

Melkveehouderij (Statische) opslag Begraafplaats Akkerbouwbedrijf Graafmachineverhuur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13431765/1