CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

ONBP Hallinxweg 4a Numansdorp 2022-12-22 - inclusief bijlagen (geanonimseerd)

Besluitvormende raad 12 oktober 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Hallinxweg 4a numansdorp24.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.3

Toelichting op de bestemmingen

Artikel 3 Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 4 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, aan de woonfunctie gebonden parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water. Waarbij het aantal woningen binnen een bouwvlak ten hoogste bedraagt het met de aanduiding ´maximum aantal wooneenheden´ aangegeven aantal.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|28

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief en bevinden zich op particulier terrein. Er wordt een exploitatieovereenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente Hoeksche Waard ten behoeve van de kosten en grondexploitatie. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform de Wro te worden opgesteld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Het plan is breed besproken met de eigenaren en bewoners van de Hallinxweg 4. Zij zijn akkoord met de bouw van een nieuwe woningen en zien dit als een verfraaiing van het gebied. De omgevingsdialoog met de overige omwonende vindt momenteel plaats. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het voorontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverleg partners: de Provincie Zuid-Holland, het Waterschap Hollandse Delta en de veiligheidsregio. Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp voor 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijzen in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststelling Na vaststelling van het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen de eventuele gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

REGELS

|1

1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 6

2 Bestemmingsregels

7

Artikel 3 Tuin Artikel 4 Wonen

7 8

3 Algemene regels

10

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Artikel 8 Algemene wijzigingsregels

10 11 12 13

4 Overgangs- en slotregels

14

Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel

14 15

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: plan het bestemmingsplan “Hallinxweg 4a Numansdorp” van de gemeente Hoeksche Waard; bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01 met de bijbehorende regels; aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; aan-huis-verbonden bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend zodat de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; aan-huis-verbonden beroep het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van

diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend zodat de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; bedrijfsmatige activiteiten in of bij een woning het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend zodat de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving;

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|3 beroepsmatige activiteiten in of bij een woning het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend zodat de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; beroeps-c.q. bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf, een dienstverlenende instelling of voor een aan huis verbonden beroep, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; bijgebouw een zelfstandig gebouw behorende bij en ruimtelijk ondergeschikt aan een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, met een aan dat hoofdgebouw ondergeschikte functie; bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende

vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; bouwgrens de grens van een bouwvlak; bouwperceel een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt;

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|4 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafé; erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste gebouw valt aan te merken; onderkomen voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; peil a. b. c.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);

prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; seksbioscoop/-theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of liveshow van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; verbeelding de geometrische planobjecten als vervat in het de digitale dan wel analoge verbeelding met het identificatienummer NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01; voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan een naar de weg gekeerde gevels;

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|5 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|6

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De afstand tot de zijdelingse perceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 De bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 De breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.4 De dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5 De goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 De inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, balkonhekken en overstekende daken en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen en -hoogten niet meer dan 1 meter bedraagt. Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de verbeelding en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|7

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

tuinen; parkeren ten behoeve van een woning; in- en uitritten.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 3.2.2 De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijden, mag maximaal bedragen: a. b. c.

voor erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het gebouw: 1 m; voor erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het gebouw: 2 m; voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1 m.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|8

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wonen, waarbij het aantal woningen binnen een bouwvlak ten hoogste bedraagt het met de aanduiding ´maximum aantal wooneenheden´ aangegeven aantal; tuinen en erven; aan de functie onder a gebonden parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en water.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Hoofdgebouwen Op de gronden mogen hoofdgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g.

uitsluitend grondgebonden woningen mogen worden gebouwd; de hoofdgebouwen alleen binnen de bouwvlakken mogen worden gebouwd; de oppervlakte van het hoofdgebouw ten hoogste 120 m2 bedraagt; de inhoud van het hoofdgebouw ten hoogste 800 m3 bedraagt; de goothoogte en bouwhoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven maatvoering; de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 1,5 m bedraagt; het hoofdgebouw minimaal één geluidsluwe gevel dient te hebben.

4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Bij het hoofdgebouw mogen aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f. g.

de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen alleen binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per woning ten hoogste 50% van het zij- en achtererf bedraagt met een maximum van 75 m2; de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkapping niet meer mag bedragen dan 3 m; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan 6 m; de afstand van een aan- of bijgebouwen die niet in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, tenminste 1 m bedraagt, gemeten uit de zijdelingse perceelsgrens de diepte van een aanbouw niet meer bedraagt dan 4 m, gemeten vanuit de achter- of de zijgevelbouwgrens; aanbouwen aan maximaal één zijde van de woning worden gerealiseerd.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bij het hoofdgebouw mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat: a.

b.

de hoogte van erf- of terreinafscheidingen maximaal 2 m mag bedragen, met uitzondering van de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan, deze mogen maximaal 1 m mag bedragen; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 m mag bedragen.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|9 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e.

het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voeren vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.

4.3.2 Aan-huis-verbonden beroepen Het gebruik van de woning voor aan-huis-verbonden beroep is toegestaan, onder de voorwaarden dat: a.

b. c. d. e. f.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 35% van de woning met een maximum van 50 m²; geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; de beroepsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; er, behoudens een beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de beroepsmatige activiteiten, geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor het gebruik van woningen ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, mits: a.

b. c. d. e. f.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 35% van de woning met een maximum van 50 m²; geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; de bedrijfsuitoefening geschiedt door degene die op het perceel woonachtig is; er geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|10

3 ALGEMENE REGELS Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|11

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Overschrijding bouwgrenzen De in deze planregels opgenomen regels ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a. b.

c.

d. e.

stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen, voor zover zij de grens van een weg niet overschrijden en de overschrijding niet meer bedraagt dan 50 cm; plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de voorste bouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt en daarbij de grens van een weg niet wordt overschreden; gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, erkers, balkons, galerijen en luifels, mits zij de voorste bouwgrens met niet meer dan 50 cm overschrijden en niet lager zijn aangebracht dan: 1. 4,20 m boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,50 m langs een rijweg; 2. 2,20 m boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder het vorige punt genoemde strook; ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; goten en ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen.

6.2 Vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen Vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale hoogte met niet meer dan 8 m overschrijden. 6.3 Onderkeldering De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw overeenkomstig van toepassing, met dien verstande dat deze uitsluitend zijn toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b.

ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen; gebouwd mag worden tussen peil en 3,5 m onder peil.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|12

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels 7.1 Afwijkingsmogelijkheid Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van de regels ten behoeve van: a. b.

c.

afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch of esthetisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en geen vergroting van bouwvlakken inhouden anders dan bedoeld onder a.

7.2 Afwijkingsvoorwaarde Omgevingsvergunning mag slechts worden verleend, indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|13

Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van: a.

b.

c. d.

overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen als bedoeld onder a. en b. mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|14

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

b.

c.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2 Overgangsrecht gebruik a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a. te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|15

Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Hallinxweg 4a Numansdorp"

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

VERBEELDING

6 10 1

W

T

LEGENDA plangebied

Enkelbestemmingen

Maatvoeringen

T

Tuin

1

maximum aantal wooneenheden

W

Wonen

6

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

10

Bouwvlakken bouwvlak

ondergrond

Verbeelding Bestemmingsplan "Hallinxweg 4a Numansdorp"

Gemeente: IMRO-code: Tekening nr:

Hoeksche Waard NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

1-A

..-..-....

datum:

22-12-2022

ontwerp:

..-..-....

getekend:

FH

vastgesteld:

..-..-....

schaal:

1:500

onherroepelijk:

..-..-....

formaat:

A4

voorontwerp:

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1: VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Verkennend bodemonderzoek Hallinxweg 4a te Numansdorp

Verkennend bodemonderzoek Hallinxweg 4a te Numansdorp Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM22028 : Definitief (versie 1) : 15 maart 2022

Opdrachtgever

: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze

Opgesteld door

:

Gecontroleerd door Paraaf

: :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2 AM22028

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4

2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5

2.3

Bewonings- en bebouwingsoverzicht ....................................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................7

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................7

2.7

Asbest ................................................................................................................................................................................................................8

2.8

Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................................................................8

2.9

Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................8

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE ................................................................................................................................................................................9 3.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................9

3.2

Onderzoeksstrategie ....................................................................................................................................................................................9

4.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 10 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 10

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 10

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 11

5.

LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 12 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12

5.2

Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 12

5.3

Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 13

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 14

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 15

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Bodemrapportage Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Pagina | 3 AM22028

1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Hallinxweg 4a te Numansdorp

Gemeente

: Hoeksche Waard

Kadastrale registratie

: Numansdorp, sectie B, nummer 4888

Oppervlakte

: circa 324 m2

Huidig gebruik van de locatie

: tuin

Toekomstig gebruik

: wonen

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding Dit bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de planontwikkeling op de locatie. Ter plaatse is de bouw van een woning voorzien.

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in februari 2022. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4 AM22028

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

de opdrachtgever;

•

het kadaster;

•

topotijdreis.nl;

•

het dinoloket;

•

gemeente Hoeksche Waard;

•

omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid;

•

provincie Zuid-Holland;

•

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde kom ten noorden van de kern van Numansdorp. Kadastraal is de locatie bekend als Numansdorp, sectie B, nummer 4888. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 89.410/ Y = 416.547. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: pdokviewer) Pagina | 5 AM22028

2.3

Bewonings- en bebouwingsoverzicht

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie vanaf 1900 niet bebouwd is geweest. Tot midden jaren veertig van de vorige eeuw bestond de locatie en directe omgeving uit agrarisch bouwland. De Hallinxweg ten zuiden en de watergang Binnenhaven ten oosten is duidelijk herkenbaar. Op de kaarten van 1950 en 1970 ligt de onderzoekslocatie in een boomgaard. Vanaf de jaren zeventig neemt de bebouwing in de directe omgeving toe.

jaartal 1900

jaartal 1930

jaartal 1970 jaartal 1990 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.4

jaartal 1950

jaartal 2010

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Hoeksche Waard. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. In het gemeentelijk archief zijn voor de onderzoekslocatie geen bouw- en milieuvergunningdossiers beschikbaar. Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden.

Pagina | 6 AM22028

Via de website van de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. Uit de rapportage blijkt dat van de onderzoekslocatie en de direct aangrenzende percelen geen bodeminformatie (resultaten bodemonderzoeken, bodembedreigende activiteiten etc.) bekend is. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Uit informatie van de provincie Zuid-Holland (voormalige stortplaatsenkaart) blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen bekend zijn.

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.1. Diepte [m-mv]

Hydrogeologische eenheid

Lithologie

0 – 11,8

Holocene afzettingen

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

11,8 – 12,9

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

12,9 – 21,3

Formatie van Kreftenheye

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

21,3 – 25,2

Formatie van Waalre

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind

Tabel 2.1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 0,44 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is overwegend noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 1,0 meter -NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 2 februari 2022 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is in gebruik als (moes)tuin. Op het zuidelijk deel van de locatie bevindt zich een leegstaand stenen schuurtje/stal. De dakbedekking bestaat uit dakpannen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een voetpad, aan de oostzijde door het woonperceel Hallinxweg 2 , aan de zuidzijde door het woonperceel Hallinxweg 4 en aan de westzijde door de Van Beethovenstraat.

Pagina | 7 AM22028

2.7

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.

2.8

Bodemkwaliteitskaart

Uit de interactieve bodemkwaliteitskaart omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Industrie Heterogeen’ geldt voor zowel de bovengrond en de klasse ‘Wonen Heterogeen’ voor de ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse wonen.

2.9

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Vanwege het voormalige gebruik als boomgaard en daarbij de mogelijke toepassing van bestrijdingsmiddelen dient rekening gehouden te worden met het aantreffen van verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (OCB) in de bovengrond. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht).

Pagina | 8 AM22028

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen

Aantal te onderzoeken (meng)monsters

oppervlakte (m²)

tot 0,5 m

èn tot 2 m

èn met peilbuis

bovengrond

ondergrond

grondwater

324

2

1

1

1

1

1

NEN-grond incl. lutos

NEN-grond incl. lutos

NEN-grondwater

Analysepakket

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.

Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling, organisch stofgehalte en lutumfractie • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Vanwege het voormalig gebruik als boomgaard is het mengmonster van de bovengrond aanvullend geanalyseerd op OCB. Daarnaast zijn de mengmonsters van de bovengrond en ondergrond geanalyseerd op PFAS. Het grondwater wordt onderzocht op de st offen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie

Pagina | 9 AM22028

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 2 februari 2022 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis. Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

01

2,00

0,0 - 0,4

Klei

sporen kooldeeltjes

02

2,00

0,0 - 0,35

Klei

sporen baksteen en kooldeeltjes

04

0,9

0,0 – 0,4

Klei

sporen kooldeeltjes

Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden.

Pagina | 10 AM22028

In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De visueel waargenomen sporen baksteen en kooldeeltjes in de bovengrond worden niet als asbestverdacht beschouwd. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuis is op 8 februari 2022 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 01

Filterdiepte (m-mv.) 1,70 - 2,70

Grondwaterstand (m-mv.) 0,60

pH (-) 6,7

Ec (µS/cm) 1376

Troebelheid (NTU) 81,3

Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten van de pH en Ec wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater is wel sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.

Pagina | 11 AM22028

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grond(meng)monster(s)

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.

Analysemonster MM1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,40

Deelmonsters

Analysepakket

01 (0,00 - 0,40)

Standaardpakket incl. lu/os, OCB’s en PFAS

02 (0,00 - 0,35) 04 (0,00 - 0,40) MM2

1,10 - 2,00

01 (1,10 - 1,50)

Standaardpakket incl. lu/os en PFAS

01 (1,50 - 2,00) 02 (1,50 - 2,00) Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor de toetsingstabellen en het analyserapport.

Pagina | 12 AM22028

(Meng)monster MM1

MM2

Traject (m -mv) 0,00 - 0,40

1,10 - 2,00

Zintuiglijke waarnemingen

Verhoogde component

sporen baksteen en kooldeeltjes

Cadmium

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,631 *

Koper

40,6

*

Kwik

0,1588

*

Lood

130,4

*

Zink

189,9

*

som Drins

0,0425

*

PAK

7,995

*

--

-

-

geen bijmengingen/bijzonderheden

Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) licht verhoogd is met enkele zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood en zink), drins (bestrijdingsmiddelen) en PAK. In grondmengmonster MM2 (dieptetraject 1,1-2,0 m-mv.) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Uit de analyseresultaten van het indicatief onderzoek naar PFAS blijkt dat bovengrond is geclassificeerd als ‘wonen’. De ondergrond (MM2) voldoet aan de achtergrondwaarden PFAS. Toelichting verhoogde gehalten Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a.

door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).

OCB zijn (organochloor)bestrijdingsmiddelen, die vooral zijn toegepast als insecticide. In het verleden zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt waarvan pas achteraf duidelijk werd dat ze erg slecht afbreken in de bodem, zoals DDT, Drins (Aldrin, Dieldrin en Endrin) en zogeheten HCH's. Daardoor is veel grond die vroeger werd gebruikt als landbouwgrond, nog steeds vervuild met deze bestrijdingsmiddelen.

5.3

Grondwatermonsters

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. Pagina | 13 AM22028

*

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport.

Peilbuis

Filtertraject [m-mv] 1,70 - 2,70

1

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

0,60

--

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing -

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarden.

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De concentraties liggen beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. De analyseresultaten van het grondwater zijn in overeenstemming met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is.

Pagina | 14 AM22028

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond plaatselijk sporen baksteen en kooldeeltjes waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met zware metalen, drins (bestrijdingsmiddelen) en PAK. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het freatisch grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (nieuwbouw van een woning). In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De visueel waargenomen sporen baksteen en kooldeeltjes worden niet als asbestverdacht beschouwd. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing.

Pagina | 15 AM22028

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart

AM22028

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM22028

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Numansdorp B 4889

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 19 januari 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM22028

AM22028

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM22028

Foto 7

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten

AM22028

416550

89426

416550

89401

Boorpuntenkaart (A4)

Legenda

AM22028 Numansdorp Hallinxweg 4a

boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv

Schaal

N

peilbuis

v1.0_11-2-2022_LK

416525

Foto's Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

89401

89426

416525

Plangebied

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen

AM22028

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

0

Boring: 0

braak

40

Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen kooldeeltjes, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

Klei, zwak siltig, sporen roest, donker grijsbeige, Edelmanboor

02

0

0

braak

35

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, matig kooldeeltjes houdend, matig grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1 2

50

2

Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

3

100

100

100

110

Zand, uiterst fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor

3 150

Zand, uiterst fijn, sterk kleiïg, zwak roesthoudend, oranjegrijs, Edelmanboor

4 150

150 4

Zand, uiterst fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor

5

200

200

200

250 270

Boring:

03

Boring: 0

0

50

04

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

braak

0

braak

40

Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen kooldeeltjes, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

Klei, zwak siltig, sporen roest, Edelmanboor

2 90

Projectnaam: Hallinxweg 4a Numansdorp Projectcode: AM22028

Opdrachtgever: Ordito

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

aeres milieu

Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker

AM22028

VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen. Projectnummer

AM22028

Onderzoekslocatie

Hallinxweg 4a te Numansdorp

Opdrachtgever

Ordito

Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)

Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven

Uitvoering werkzaamheden protocol 2001

2 februari 2022

Uitvoering werkzaamheden protocol 2002

8 februari 2022

Gecertificeerd monsternemer

aeres milieu

Bijlage 6 Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters

AM22028

BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

AM22028 Hallinxweg 4a Numansdorp

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH delta-HCH Hexachloorbenzeen Heptachloor Heptachloorepoxide(cis- of A) Heptachloorepoxide(trans- of B) Hexachloorbutadieen Aldrin Dieldrin Endrin Isodrin Telodrin alfa-Endosulfan beta-Endosulfan Endosulfansulfaat alfa-Chloordaan gamma-Chloordaan o,p'-DDT p,p'-DDT o,p'-DDE p,p'-DDE o,p'-DDD p,p'-DDD HCH (som) (factor 0,7) Drins (som) (factor 0,7) Heptachloorepoxide (som) (factor 0,7) DDD (som) (factor 0,7) DDE (som) (factor 0,7) DDT (som) (factor 0,7) DDX (som) (factor 0,7) Chloordaan (som) (factor 0,7) OCB (som) LB (factor 0,7) OCB (som) WB (factor 0,7) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13081852/1