CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

ONBP Hallinxweg 4a Numansdorp 2022-12-22 - inclusief bijlagen (geanonimseerd)

Besluitvormende raad 12 oktober 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Hallinxweg 4a numansdorp24.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ONTWERP

BESTEMMINGSPLAN HALLINXWEG 4A NUMANSDORP

ORDITO.NL

BESTEMMINGSPLAN HALLINXWEG 4A NUMANSDORP GEMEENTE HOEKSCHE WAARD Planstatus

Ontwerp

Datum

21 - 12 - 2022

Plan identificatie

NL.IMRO.1963.BPHallinxweg4a-ON01

Auteur(s)

Ordito

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

1.

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

2 2 4 5 5

2.

Bestaande situatie

6

3.

Toekomstige situatie

7

4.

Beleidskader

8

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

8 9 12

5.

Randvoorwaarden

14

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water M.e.r.-beoordeling

14 14 15 16 18 20 21 24 25

6.

Juridische aspecten

27

6.1 6.2 6.3

Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen

27 27 27

7.

Uitvoerbaarheid

28

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

28 28

Bijlagen Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Ecologische quickscan Bijlage 4: Stikstofdepositieberekening Bijlage 5: Digitale watertoets

|2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om aan de Hallinxweg 4a te Numansdorp, in de gemeente Hoeksche Waard, een woning te realiseren. Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan “Middelsluis” van de voormalige gemeente Cromstrijen. Op basis van dit bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming ‘Wonen’ zonder bouwvlak maar met de aanduiding ‘erf’ en de bestemming ‘Tuin’. Ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’ geldt dat hoofdgebouwen van woningen uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd. De wens om op het perceel een woning te realiseren, is derhalve in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Om de woning te kunnen realiseren, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente Hoeksche Waard heeft op 20 december 2021 laten weten dat zij in principe positief staan tegenover de realisatie van een woning op deze locatie. De realisatie van een woning op deze locatie betekent een verdichting in de kern. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dit wenselijk. Wel dient het plan zorgvuldig landschappelijk en stedenbouwkundig ingepast te worden. Dat betekent: een ontwerp wat zich laat inspireren door de omgeving en daarop aansluit. Hierbij wordt gedacht aan de typische Hoeksche Waardse kenmerken van bouwmassa (goot- en nokhoogte), materialisatie en detaillering. Aandachtspunt is de bestaande bomen in de openbare ruimte.

De kronen hangen deels boven het perceel en zullen mogelijk in de weg staan. Tenslotte heeft de gemeente Hoeksche Waard de ambitie om in 2040 gasloos en energieneutraal te zijn en is er vanuit de gemeente aandacht voor klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Het plan dient daartoe aan te sluiten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in de Componistenwijk van Numansdorp, ter hoogte van de kruising Van Beethovenstraat – Hallinxweg, in de gemeente Hoeksche Waard. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Numansdorp, sectie B, nummer 4888 en heeft een oppervlakte van 324 m 2. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door woningen, aan de oostzijde door de achtertuin van de woning Hallinxweg 2, aan de zuidzijde door de woning Hallinxweg 4 en aan de westzijde door de Van Beethovenstraat met aan de overzijde de woning Van Beethovenstraat 1.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|3

Ligging en begrenzing plangebied

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|4

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Middelsluis”, vastgesteld op 15 juli 2008 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Cromstrijen. Op basis hiervan kent het plangebied de bestemming ‘Wonen’ zonder bouwvlak maar met de aanduiding ‘erf’ en de bestemming ‘Tuin’.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, aan de woonfunctie gebonden parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water. Op dergelijke gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de op de kaart aangegeven bouwvlakken. Daarbij geldt dat de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 1 meter dient te bedragen en de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan respectievelijk 6 en 10 meter. In afwijking van het voorstaande mogen aan- en bijgebouwen ook buiten de bouwvlakken worden gebouwd. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, parkeren ten behoeve van een woning uitsluitend ter plaatse van een opstelruimte van een garage behorende bij deze woning. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Met dien verstande dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 1 meter.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|5

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingsplannen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. • Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. • Toelichting: In de toelichting worden aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventuele uitgevoerde onderzoeken opgenomen. • Bijlagen: De uitgevoerde onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen.

1.5

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving van het relevante beleidskader op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de (milieukundige) randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|6

2.

BESTAANDE SITUATIE

Het plangebied is gelegen in de Componistenwijk van Numansdorp, ter hoogte van de kruising Van Beethovenstraat – Hallinxweg, in de gemeente Hoeksche Waard. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Numansdorp, sectie B, nummer 4888 en heeft een oppervlakte van 324 m 2. Het betreft een braakliggend, verwaarloosd perceel, welke voorheen in gebruik is geweest als moestuin. Het perceel bestaat nu grotendeels uit verwilderd groen met rondom een hekwerk.

Bestaande situatie

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|7

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

Beoogd wordt om op het perceel Hallinxweg 4a te Numansdorp de realisatie van één woning mogelijk te maken. Ter plaatse wordt een vrijstaande woning met een grondoppervlakte van maximaal 120 m2 en een inhoud van maximaal 800 m3 juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Naast het hoofdgebouw (de woning) wordt ter plaatse maximaal 75 m 2 aan bijbehorende bouwwerken mogelijk gemaakt. Daarbij wordt qua schaal en omvang aangesloten bij de omliggende woningen c.q. bouwvlakken. Aansluitend op het Convenant Klimaatadaptief Bouwen zal de woning levensloopbestendig en duurzaam (energieneutraal) worden gebouwd. In goed overleg met deskundigen van de gemeente en adviseurs is een stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing in de Componistenwijk van Numansdorp mogelijk. De positionering van de bebouwing op de kavel, massa en dakvorm, materiaal en kleur, detaillering van de gevels en erfafscheidingen zullen voldoen aan het geldende beeldkwaliteitsplan. Op onderstaande afbeelding is te zien hoe de toekomstige situatie eruit kan komen te zien. De exacte indeling is nog niet bekend.

Toekomstige situatie (indicatief)

De bomen op het aangrenzend gemeentelijke groenstrookje blijven behouden. Verder wordt het perceel ingepast middels een haag rondom en enkele bomen/struiken. De woning wordt bereikbaar via de Van Beethovenstraat. Aan de zuidzijde van het perceel wordt een in-/uitrit gerealiseerd, waarop tevens twee auto’s geparkeerd kunnen worden. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, krijgt het plangebied de bestemming ‘Wonen’ met bouwvlak en de bestemming ‘Tuin’. De maximale goot- en bouwhoogte wordt daarbij vastgelegd op respectievelijk 6 en 10 meter, overeenkomstig de woningen op de naastgelegen percelen. bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|8

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.

Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)/ Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in, het per 1 juli 2017 gewijzigde, artikel 3.1.6 Bro. bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|9

Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Toetsing Ladder voor duurzame verstedelijking Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van slechts één woning. Het planvoornemen wordt derhalve niet gezien als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichting is. Verdere toetsing aan de Ladder is niet noodzakelijk. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Het omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is vanaf 1 april 2019 van kracht. De geconsolideerde Omgevingsvisie is op 15 maart 2022 in werking getreden. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendige meerkernige metropool; 4. Energievernieuwing; 5. Best bereikbare provincie; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid. Beleid ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit.

In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeeld een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit).

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|10

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de Omgevingsverordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk. Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. De gebiedsprofielen, die gezamenlijk met decentrale overheden en ander partijen in de regio zijn opgesteld, spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van zo’n gedeelde opvatting. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit onderscheidt de provincie de kwaliteit van een gebied in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving.

Naast het generieke kwaliteitsbeeld, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkeling mogelijk zijn, maar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Steden en dorpen Het plangebied is volgens de kwaliteitskaart gelegen in ‘steden en dorpen’. Voor dergelijke gebieden gelden een aantal richtlijnen. Voor onderhavig planvoornemen zijn daarbij de volgende richtlijnen relevant: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijk structuur; • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het plan betreft een inbreidingslocatie, waarbij een braakliggend terrein wordt ingezet voor woningbouw. De ontwikkeling bouwt voort op de bestaande woonwijk van de kern Numansdorp. Het karakter van de woonwijk wordt daarbij versterkt. Er vinden geen hoogteaccenten plaats in het plan. Gesteld kan worden dat het plan in lijn is met het gestelde in de Omgevingsvisie.

Omgevingsverordening Zuid-Holland Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Deze is op 20 februari 2019 vastgesteld door Provinciale Staten en per 1 april 2019 in werking getreden (geconsolideerd op 15 maart 2022). Hierin is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|11

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Het planvoornemen betreft het realiseren van één woning ter plaatse van een braakliggend terrein. De ontwikkeling bouwt voort op de bestaande woonwijk en past qua aard en schaal bij het gebied. Gesteld kan worden dat sprake is van een zorgvuldige inbedding. Het treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.

De ontwikkeling is in paragraaf 4.1 getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking: Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van slechts één woning binnen bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen wordt derhalve niet gezien als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichting is. Verdere toetsing aan de Ladder is niet noodzakelijk. Convenant Klimaatadaptief bouwen Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Vanaf 4 oktober wil de provincie nieuwbouwlocaties, inclusief transformatie- en uitleggebieden, zo klimaatadaptief mogelijk bouwen en gaan opdrachtgevende partijen die onderdeel zijn van deze ‘Coalition of the Willing’ hier actief om vragen en op sturen. Daarbij gaat voor wat betreft mogelijke oplossingen de aandacht onder andere uit naar gevels, daken, funderingen en de buitenruimte. Gestreefd wordt naar:

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|12

• • • • •

minder wateroverlast; meer biodiversiteit; minder hittestress; minder langdurige droogte en minder nadelige gevolgen ervan; minder bodemdaling en minder nadelige gevolgen ervan.

Bovenstaande kan bereikt worden door de leefomgeving waterrobuust en klimaatbestendig te bouwen en in te richten. Dit kan door toepassing van behouden, versterken of creëren van robuuste groen/blauwe structuren, keuze voor lichte kleur bouwmaterialen (reflectie in plaats van absorptie), gevelgroen of groene daken en zorgen voor schaduw door bijvoorbeeld bomen. Ook ventilatie/wind, om warme lucht uit het bebouwde gebied te krijgen, is een relevant aspect voor onder andere de positionering van nieuwe bebouwing. Voorstaand uitgangspunten worden in acht genomen bij de verder uitwering van het bouwplan.

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Hoeksche Waard De Omgevingsvisie Hoeksche Waard nodigt inwoners, ondernemers, investeerders, maatschappelijke organisaties en anderen uit om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Hoeksche Waard. De Omgevingsvisie helpt om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke Hoeksche Waard. De Omgevingsvisie biedt handvatten en inspiratie aan iedereen die een bijdrage wil leveren aan de Hoeksche Waarden. Dat wordt Waardenmaken genoemd. Vijf maatschappelijke opgaven vragen daarbij specifiek aandacht de komende jaren. Dit worden de Hoeksche Werken genoemd. 1. 2. 3. 4. 5.

Duurzaamheid, energieneutraal en klimaatbestendig; Vitaal economisch klimaat; Bereikbaarheid, nabij en toegankelijk; Duurzame, innovatieve landbouw; Vitale dorpen en actieve samenleving.

De Hoeksche Werken en Waarden vormen samen de basis voor de ontwikkeling van de Hoeksche Waard. Beoordeling Het plangebied is in de Omgevingsvisie gelegen in het deelgebied ‘Dorpse Trots’. Dit deelgebied omvat alle dorpen in de Hoeksche Waard. Doordat de Hoeksche Waard letterlijk een eiland is, zijn mensen op elkaar aangewezen, staat zorg voor elkaar hoog in het vaandel en bloeit het verenigingsleven. De Hoeksche Waard kent (mede daardoor) kleine, hechten gemeenschappen met veelal een geheel eigen identiteit. De combinatie van ondernemerszin en de zorg voor elkaar maakt het eiland zeer aantrekkelijk voor gezinnen. Uitgegaan wordt van de identiteit per dorp als basis voor de toekomst. Maatwerk per dorp is hierbij het uitgangpunt. In- en uitbreidingen passen bij de schaal en maat van het dorp. In het dorpsgericht werken moeten initiatieven bijdragen aan het versterken van de identiteit van het dorp. Bij ontwikkelingen in dorpen wordt niet alleen gekeken naar nieuwe functies, maar ook naar de gevolgen voor het sociale netwerk in het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin van het dorp. bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|13

Daarbij geldt als uitgangspunt dat eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling binnen het dorp worden benut, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. Waar mogelijk worden bestaande woningen aangepast in de richting van levensloopbestendige en duurzame woningen. Inbreiding mag echter niet ten koste gaan van de groene kwaliteiten in het dorp. De te ontwikkelen waarden binnen dit deelgebied zijn: • Versterken van de onderscheidende identiteit per dorp; • Versterken van de gemeenschapszin in het dorp; • Versterken van de vitaliteit en leefbaarheid per dorp; • Versterken van de natuurlijke overgang van het dorp naar het landelijk gebied; • Bedrijvigheid met toegevoegde waarde voor de Hoeksche Waard; • Sociale cohesie onder bevolking faciliteren en versterken; • Versterken van de inclusieve samenleving. Het planvoornemen zal bijdragen aan de Hoeksche Waarden en Werken, aangezien het een inbreidingslocatie binnen het dorp Numansdorp betreft. De intensivering van woonbebouwing in de kern van Numansdorp levert een positief effect op het gebruik van het voorzieningenniveau in de woonkern; wat bijdraagt aan het behoud van een vitaal dorp. De nieuwe woning wordt daarnaast gasloos en energieneutraal ontwikkeld.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|14

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Archeologie en cultuurhistorie

Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Archeologie Het plangebied kent op basis van de Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Hoeksche Waard een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Ter plaatse van deze verwachtingswaarde is bij een plangebied groter dan 500 m 2 met bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld, archeologische onderzoek noodzakelijk. Het plangebied is 324 m 2. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Er zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig op het perceel. Het perceel valt ook niet binnen een molenbiotoop. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van gevoelige bestemmingen.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|15

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2

t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m

t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m

Onderzoek Er is geïnventariseerd welke bedrijven en voorzieningen relevant kunnen zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. Voor het bepalen van de milieuzones is uitgegaan van de afstandsnormen op basis van de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Nagegaan is of deze bedrijven en voorzieningen een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling van het plangebied. Gezien de ligging van het plangebied, wordt aangesloten bij de richtafstanden t.o.v. een rustige woonwijk. Adres

Activiteit

Milieucategorie

Richtafstand

Hallinxweg 10 Groeneweg 40 Groeneweg 51 Mozartstraat 17 Jasmijnstraat 71 Burg. De Zeeuwstraat 42

Installatiebedrijf Schoonheidssalon Schoonheidssalon Schoonheidssalon Kledingwinkel Kapper

2 1 1 1 1 1

30 m 10 m 10 m 10 m 10 m 10 m

Werkelijke afstand 75 m 160 m 50 m 90 m 130 m 160 m

Bij de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven. Er kan geconcludeerd worden dat een woning op onderhavige locatie geen belemmeringen geeft voor de aanwezige bedrijven, terwijl anderzijds een goed woon- en leefklimaat ter plaatse kan worden gegarandeerd. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Bodemkwaliteit

Beleidskader Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of de aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|16

Onderzoek Door Aeres Milieu is in een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op perceel. Het volledige verkennend bodemonderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond plaatselijk sporen van baksteen en kooldeeltjes waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met zware metalen, drins (bestrijdingsmiddelen) en PAK. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het freatisch grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (nieuwbouw van een woning). In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden.

Op het maaiveld in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De visueel waargenomen sporen baksteen en kooldeeltjes worden niet als asbestverdacht beschouwd. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.4

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico’s van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het “risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|17

Het groepsrisico is gedefinieerd als de “cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”. Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarden van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen van de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Risicokaart Nederland geeft een beeld van de risico’s in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. In de onderstaande uitsnede van de risicokaart wordt de omgeving van het plangebied weergegeven.

Inrichtingen Binnen of direct grenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.2.3, hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden opgesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|18

De dichtstbijzijnde route voor gevaarlijke stoffen bevindt zich hemelsbreed op circa 1,9 km. Het betreft hier de A29. De transportroute vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Geluid

Wet geluidhinder Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveau als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij het vaststellen van geluidbelasting voor geluidsgevoelige functies zoals ‘Wonen’ dient op grond van de Wgh iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf is gelegen of voor de weg een maximum snelheidsregime geldt van 30 km/ uur. Op basis van de Wro is het noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er moet voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Onderzoek In het kader van de voorgenomen realisatie van een nieuwbouwwoning is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van het bouwvlak in het kader van de Wet geluidhinder.

Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Burgemeester de Zeeuwstraat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Hallinxweg, Van Beethovenstraat en Groeneweg tevens opgenomen in het akoestisch onderzoek. De volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Burgemeester de Zeeuwstraat De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Burgemeester de Zeeuwstraat is maximaal 50 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ter plaatse van de 2e verdieping. Voor de begane grond en 1e verdieping is de geluidbelasting ten gevolge van de Burgemeester de Zeeuwstraat maximaal 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) en wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt een verzoek ingediend bij de gemeente voor het verlenen van een hogere waarden. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het bouwvlak is gelegen te midden van bestaande woningen.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|19

Met behulp van de internettool https://swung2dmc.anteagroup.nl/ is de doelmatigheid van bronen overdrachtsmaatregelen beoordeeld. Wegens de beperkte mogelijke schermlengte wordt de toepassing van geluidschermen niet doelmatig geacht. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding is als doelmatig beoordeeld. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. Echter, in het geluidbeleid van de gemeente Hoeksche Waard is opgenomen dat in kleinschalige ontwikkelingssituaties (< 10 woningen) het treffen van geluid reducerende maatregelen doorgaans op ernstige bewaren stuiten. In voorliggende situatie is sprake van een kleinschalige ontwikkelingssituatie (1 woning). Daarnaast zou stiller asfalt aangebracht moeten worden ter hoogte van een t-splitsing (Burgemeester de Zeeuwstraat en Hallinxsweg), waar wringend verkeer snellere slijtage van het asfalt kan veroorzaken. Daarnaast is het aanbrengen van stiller asfalt over een lengte van 150 meter in het kader van beheer en onderhoud niet gewenst, omdat verschillende typen asfalt verschillende onderhoudseisen met zich mee kunnen brengen. Daarnaast worden de kosten voor het aanbrengen van stiller asfalt geraamd op €45.000,- (150 m * 6m * €50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard.

Indien een hogere waarde wordt verleend, kan aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden gesteld worden. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrens van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Het beoogde gebouw beschikt over tenminste één geluidluwe gevel. De gemeente stelt daarnaast dat huizen met tuinen moeten beschikken over een geluidluwe buitenruimte (minimaal 20 m2) in de achter- of zijtuin. Er is sprake van een geluidluwe buitenruimten als de geluidbelasting gelijk of lager is dan 53 dB (excl. aftrek art. 110g Wgh). Voor de begane grond is de geluidbelasting ten gevolge van de Burgemeester de Zeeuwstraat maximaal 51 dB (excl. aftrek art. 110g Wgh) ter plaatse van de buitengrenzen van het bouwvlak. Daarnaast worden conform het Bouwbesluit eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimale vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110 g Wgh) en 33 dB.

Hallinxweg Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 53 dB (excl. aftrek art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) waarmee de waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|20

Van Beethovenstraat Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de weg wel beschouwd en wordt ook het toetsingskader van de Wet geluidhinder gehanteerd. In een aantal waarneempunten zijn gevelbelastingen vastgesteld hoger dan de voorkeursgrenswaarde. De geluidbelasting van deze weg is maximaal 56 dB, zonder aftrek artikel 110g. Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 51 dB waarmee deze boven de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Omdat geen sprake is van een gezoneerde weg, hoeft ook geen hogere waarden ten aanzien van deze weg te worden aangevraagd. Formeel hoeven ten gevolge van deze weg geen maatregelen te worden getroffen aan de gevel. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt echter geadviseerd wel maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Groenweg Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder.

De geluidbelasting is ten hoogste 51 dB (excl. aftrek art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden, dan is de belasting 36 dB waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaard ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt een verzoek ingediend bij de gemeente voor het verlenen van een hogere waarden. Dit zal tijdens de omgevingsvergunning procedure plaatsvinden aangezien op dit moment het bouwplan nog niet bekend is. In de regels is wel conform het akoestisch beleid van de gemeente opgenomen dat minimaal één geluidsluwe gevel wordt gerealiseerd.

5.6

Luchtkwaliteit

Wet milieubeheer Binnen de Europese Unie zijn normen voor de luchtkwaliteit vastgesteld (richtlijn 1999/30 EG van de Raad van Europese Unie). De Wet milieubeheer, met ingang van 15 november 2017, implementeert deze regelgeving. Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn met name stikstofdioxide en fijn stof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt worden getoond in onderstaande tabel.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|21

Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m3

Geldig Vanaf 2015

40 µg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Max 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Om toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit “Niet In Betekenende Mate” vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden getoetst hoeft te worden. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: • Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10; • Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden: deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen onder de 10 μg/m3, is de concentratie PM10 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen onder de 18 μg/m3 en is de concentratie NO2 in 2025 (gegevens 2021) ter plaatse gelegen onder de 10 μg/m3.

Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. Luchtkwaliteit t.b.v. aantal verkeersbewegingen Het planvoornemen maakt de realisatie van één nieuwe woning mogelijk. Daarmee ligt het planvoornemen ruim onder de gestelde grens van 1.500 woningen. De realisatie van één woning draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.7

Natuurwetgeving

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|22

Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings-)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten.

Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|23

Onderzoek Door ARA Adviesburo B.V. is een ecologische quickscan uitgevoerd. De volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Beschermde gebieden Negatieve effecten van de werkzaamheden (realisatiefase) of de nieuwe woning (gebruiksfase) op Natura 2000-gebieden, het NNN of overige beschermde gebieden in de provincie Zuid-Holland zijn uitgesloten. Vervolgstappen in het kader van Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden of overige beschermde gebieden zijn daarom niet nodig. Beschermde soorten Uit de ecologische quickscan is gebleken dat de werkzaamheden mogelijk negatieve effecten veroorzaken op diverse beschermde soorten. Daarom dienen, afhankelijk van de uitvoeringsperiode, mitigerende maatregelen getroffen te worden zodat deze negatieve effecten voldoende worden beperkt. De soorten die mogelijk effecten ondervinden van de werkzaamheden en de mitigerende maatregelen zijn weergegeven in onderstaande tabel: Soortgroep

Mitigerende maatregelen

Algemene broedvogels

Kappen bomen (indien nodig) buiten het broedseizoen. Niet werken tussen zonsondergang en zonsopkomst of het beperken van lichtuitstraling Werkzaamheden gefaseerd en in één globale werkrichting uitvoeren.

Verblijfplaatsen, foeragerende en mitigerende vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Periode waarin maatregelen nodig zijn Jaarrond Actieve periode vleermuizen (globaal april t/m oktober)

Jaarrond

Door het treffen van de mitigerende maatregelen kan overtreding van de verboden van de Wet natuurbescherming voorkomen worden. Het uitvoeren van aanvullend soortenonderzoek of het verkrijgen van een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet nodig. Stikstofdepositie Door de ongeldigverklaring van het PAS op 29 mei 2019 zijn veel (bouw)projecten stil komen te liggen. Een nieuw stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht (de ‘AERIUS Calculator 2020’) welke het verlenen van vergunning voor (kleine) projecten mogelijk moet maken. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden bewezen dat ze de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Door intreding van de Wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing. Waardoor uitsluitend naar de gebruiksfase gekeken wordt.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|24

Voor het planvoornemen is een berekening gemaakt met behulp van AERIUS Calculator. Deze berekening maakt inzichtelijk wat de stikstofdepositie is gedurende de gebruiksfase. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit de berekening blijkt dat -met de uitgangspunten die in dit onderzoek zijn gedaan- gedurende de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Conclusie Door het treffen van de mitigerende maatregelen kan overtreding van de verboden van de Wet natuurbescherming voorkomen worden. Het uitvoeren van aanvullend soortenonderzoek of het verkrijgen van een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet nodig. Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Water

Water- en wegenbeheerprogramma 2022 – 2027 De water- en wegenbeheerprogramma bevatten het meerjarige beleid en de doelen van waterschap Hollandse Delta. Beide plannen gelden voor de periode 2022-2027. Het water- en wegenbeheerprogramma heeft betrekking op 4 kerntaken: • veilige dijken en duinen; • voldoende en schoon water; • het schoonmaken van afvalwater; • wegen en fietspaden. Om deze taken ook in de toekomst goed te kunnen blijven uitvoeren, houden we rekening met klimaatverandering, duurzaamheid, energietransitie en biodiversiteit. Waterveiligheid Het planvoornemen wordt niet gerealiseerd binnen de beschermingszone van een waterkering Voldoende water – wateroverlast Het plangebied heeft een oppervlakte van 324 m2. Het betreft een braakliggend, verwaarloosd perceel, welke voorheen in gebruik is geweest als moestuin. Ter plaatse wordt één woning gerealiseerd met een grondoppervlakte van maximaal 120 m2. Daarbij is maximaal 75 m2 aan bijbehorende bouwwerk toegestaan. De overige gronden worden ingericht ten behoeve van tuinen en erven en parkeervoorzieningen. Met onderhavig planvoornemen neemt aandeel bebouwd verhard oppervlakte met 195 m2 toe. Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat circa 20% van de tuin verhard wordt ten behoeve van erfverharding (terras, parkeervoorzieningen), ofwel circa 25 m2.

Het aandeel verhard oppervlakte blijft daarmee ruimschoots onder grens van 500 m2 in stedelijk gebied. Watercompensatie is derhalve niet vereist op basis van het waterschapsbeleid. Schoon water De woning wordt aangesloten op de bestaande riolering. Het hemelwater zal worden afgekoppeld. Met het oog op de waterkwaliteit van het te lozen hemelwater, geldt dat het dak dient te worden uitgevoerd in niet-uitlogende materialen.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|25

Digitale watertoets Voor dit plan is de digitale watertoets uitgevoerd. De uitkomst ervan is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit de watertoets blijkt dat het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het waterschap Hollandse Delta dat de korte procedure moet worden gevolgd. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.9

M.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarde in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarde ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteiten voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.beoordelingsplichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling Drempelwaarde D-lijst In D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. is de activiteit ‘stedelijke ontwikkeling’ opgenomen. Dit betreft ‘de aanleg, de wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip de bouw van winkelcentra of parkeerterrein’. De drempelwaarden voor de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit bedraagt: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer; • Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen; • Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|26

Het planvoornemen betreft een woningbouwontwikkeling van één woning. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.(beoordelings)plichtig. Beoogde ontwikkeling is gezien de aard en omvang van het plan en de jurisprudentie in ogenschouw nemende niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Derhalve is een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. Gevoelige gebieden In onderdeel A van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat wordt verstaan onder een gevoelig gebied: een aangewezen gebied die beschermd wordt op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is in geen van dergelijke gevoelige gebieden gelegen. Milieugevolgen In de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, luchtkwaliteit, etc. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen. Conclusie Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

bestemmingsplan Hallinxweg 4a Numansdorp

|27

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in regels van de voor het plangebied gewenste eindbeeld. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).

6.1

Verbeelding

Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.

6.2

Planregels

De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1. Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. 2. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere de maximale bouwhoogte bepaald. De gehanteerde bestemmingen worden in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. 3. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. 4. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingsplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13081852/1