OBP - Fietsroute Oudeland - Strijen
Tekst van het document
4.7
Ecologie
Deze paragraaf betreft een samenvatting van de toetsing aan de Wet natuurbescherming en aan het provinciale natuurbeleid. Deze rapportages zijn opgenomen als bijlage 3, 4 en 5. Relevant toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
38
Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura 2000-gebieden De Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
39
Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij de verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Conclusie natuuronderzoek Gebiedsbescherming Natura 2000 Het beoogde tracé van het fietspad ligt binnen het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen.
De effecten van de aanleg en het gebruik van het fietspad op Natura 2000 zijn als volgt (zie ook bijlage 3 en 4); De kwalificerende Natura 2000-soorten kennen deels een fluctuerende populatietrend. Verstoring is daarbij waarschijnlijk een ondergeschikte factor. Alle vier kwalificerende soorten gebruiken het gebied rond de buisleidingenstraat om te foerageren. Voor alle vier soorten ligt het zwaartepunt van de verspreiding in het reservaatsgebied in het oostelijk deel van het Oudeland. Het areaalverlies binnen Natura 2000 (circa 1,2 ha) als gevolg van het fietspad wordt als licht negatief en verre van significant beoordeeld. Het beschikbare areaal grasland blijft ruim voldoende om als foerageergebied te fungeren voor de kwalificerende vogelsoorten in de beoogde aantallen. Indien wordt uitgegaan van de werkelijke aantallen ganzen en smienten dan is ook grasland buiten het Oudeland noodzakelijk om deze vogels te voeden. Dit areaal is in de regio ruimschoots aanwezig. Uitvoering van de aanlegwerkzaamheden in de periode augustus t/m oktober is het minst schadelijke compromis tussen effecten op wintergasten (Natura 2000) en broedvogels (Natuurnetwerk); in deze periode zal geen sprake zijn van verstoring van broedende weidevogels (zie bijlage 5) en van slechts weinig Natura 2000-soorten.
Uitvoering van de aanlegwerkzaamheden in de periode augustus t/m oktober is het minst schadelijke compromis tussen effecten op wintergasten (Natura 2000) en broedvogels (Natuurnetwerk); in deze periode zal geen sprake zijn van verstoring van broedende weidevogels en van slechts weinig Natura 2000-soorten. Verstoring van weidevogels is in het broedseizoen een relevant effect en zal de inspanningen en resultaten op het gebied van agrarisch natuurbeheer rond het tracé voor een deel teniet doen. Compensatie conform het provinciale natuurbeleid is derhalve aan de orde. Hierover worden nadere financiële afspraken gemaakt tussen de gemeente Hoeksche waard en de Coöperatie Collectief Hoeksche Waard (CCHW), organisator van het agrarisch natuurbeheer in de Hoeksche Waard. In de gebruiksfase zal de verstoring van wintergasten zeer gering zijn aangezien deze weinig op en rond het tracé verblijven en/of relatief ongevoelig zijn voor verstoring door fietsers. Vanwege areaalverlies en verstoring van het Natura 2000-gebied is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vereist. Een Wnb-ontheffing (beschermde soorten) is niet benodigd. Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen op grond van AERIUS-berekeningen geheel worden uitgesloten (zie bijlage 6).
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
40
Aanleg en gebruik van het fietspad staan het behalen van de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied derhalve niet in de weg. Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Het beoogde tracé op de buisleidingenstraat ligt voor een belangrijk deel binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie ook bijlage 4. Het tracé kent rond de Waleweg relatief hoge dichtheden aan broedende weidevogels met meerdere rode lijstsoorten. Deze bijzondere natuurwaarden worden verklaard door het grote areaal “zwaar” agrarisch natuurbeheer. Het areaalverlies binnen het NNN (circa 1,2 ha) als gevolg van het fietspad wordt als licht negatief en verre van significant beoordeeld. Het beschikbare areaal grasland blijft ruim voldoende om als foerageergebied te fungeren voor de kwalificerende vogelsoorten in de beoogde aantallen. Uitvoering van de aanlegwerkzaamheden in de periode augustus t/m oktober is het minst schadelijke compromis tussen effecten op wintergasten (Natura 2000) en broedvogels (Natuurnetwerk); in deze periode zal geen sprake zijn van verstoring van broedende weidevogels en van slechts weinig Natura 2000-soorten. In de gebruiksfase zal de verstoring van wintergasten zeer gering zijn aangezien deze weinig op en rond het tracé verblijven en/of relatief ongevoelig zijn voor verstoring door fietsers.
Conform de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) dienen bovengenoemde negatieve effecten gecompenseerd te worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
41
Verstoring van weidevogels is in het broedseizoen een relevant effect en zal de inspanningen en resultaten op het gebied van agrarisch natuurbeheer rond het tracé voor een deel teniet doen. Compensatie conform het provinciale natuurbeleid is derhalve aan de orde. Hierover worden nadere financiële afspraken gemaakt tussen de gemeente Hoeksche waard en de Coöperatie Collectief Hoeksche Waard (CCHW), organisator van het agrarisch natuurbeheer in de Hoeksche Waard.
Hiernaast kruist het plangebied de ecologisch verbindingszone ten zuiden van de Kreupelweg. Deze verbindingszone verbindt de Oude Maas met het Hollandsch Diep. Door de kleinschaligheid van de ontwikkeling en het verbieden van gemotoriseerd verkeer zijn significante negatieve effecten niet te verwachten voor deze verbindingszone. Soortenbescherming Op en rond het tracé zijn geen vaste rust-, verblijfs- of voortplantingsplaatsen aanwezig van zwaarbeschermde soorten. Ten behoeve van het fietspad zal een watergang deels worden gedempt en aan de andere zijde van de watergang worden vergroot. Hiervoor is een onderzoek naar de aanwezigheid van de grote modderkruiper uitgevoerd, zie bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van de grote modderkruiper in het plangebied is uit te sluiten. Tevens wordt het fietspad buiten het broedseizoen aangelegd. Voor de overige beschermde soorten op en rond het tracé (haas, veldmuis etc.) geldt een provinciale vrijstelling voor o.a. ruimtelijke inrichting. De aanleg en het gebruik van het beoogde fietspad heeft derhalve geen gevolgen voor beschermde soorten waarvoor een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is.
4.8
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
42
Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een fietspad (zonder gemotoriseerd verkeer) mogelijk. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar leefklimaat.
4.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden.
In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg of het water. Volgens de professionele risicokaart zijn er nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen met een externe werking.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
43
Volgens de professionele risicokaart ligt de fietsroute op een buisleidingenstrook, die in beheer is van LSNED. In deze buisleidingenstraat zijn meerdere buisleidingen gelegen: HWZ-130, een buisleiding welke ethyleenoxide vervoert in het beheer van Shell; PMK 100, een buisleiding welke ethyleen vervoert in het beheer van Shell; PMK 110, een buisleiding welke propyleen vervoert in het beheer van Shell; PMK 120, een buisleiding welke butaan vervoert in het beheer van Shell; PMK 140, een buisleiding welke buteen vervoert in het beheer van Shell; PMK 150, een buisleiding welke isopreen vervoert in het beheer van Shell; PMK 160, een buisleiding welke propeenoxide vervoert in het beheer van Shell; PMK 170, een buisleiding welke nafta vervoert in het beheer van Shell; PMK 210, een buisleiding welke nafta vervoert in het beheer van Shell; PMK 220, een buisleiding welke nafta vervoert in het beheer van Shell; PMK 330, een buisleiding welke ethyleenoxide vervoert in het beheer van Shell; P32_2, een buisleiding welke kerosine vervoert in het beheer van de Defensie Pijpleiding Organisatie; ZR-702-P-0001, een buisleiding welke aardolie vervoert in het beheer van Zeeland Refinery; 271591, een buisleiding welke zuurstof vervoert in het beheer van Air Liquide; 271798, een buisleiding welke waterstof vervoert in het beheer van Air Liquide; 271698, een
buisleiding welke stikstof vervoert in het beheer van Air Liquide; 24”Crude Oil, een buisleiding welke aardolie vervoert in het beheer van Total Opslag en Pijpleiding Nederland; Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. Dit besluit regelt de externe veiligheid rondom individuele buisleidingen en is van toepassing op enkele gevaarlijke stoffen. Daarmee is een leemte voor ruimtelijke ontwikkelingen rondom leidingenstraten en –stroken ontstaan. Om deze leemte op te vullen heeft LSNed een voorstel voor beleid opgesteld. Het doel is overheden handvatten te bieden voor een goede verankering van de buisleidingenstraat in bestemmingsplannen. LSNed hanteert het principe ‘afstand houden waar het kan’ en uitgangspunt in de handreiking is daarom dat aan beide zijden van leidingenstraten een vrijwaringszone (de veiligheidscontour) van 55 meter gehandhaafd blijft. In deze vrijwaringszone mogen zonder overeenstemming en ontheffing geen kwetsbare objecten worden gerealiseerd. Er zijn een aantal redenen om deze veiligheidscontour te handhaven. De essentie is dat het vanwege externe veiligheid wenselijk is dat kwetsbare objecten op afstand blijven van de leidingenstraat. Daarnaast blijft met het handhaven van de bebouwingsvrije zone mogelijk om vlot –zonder lange ruimtelijke procedures- nieuwe leidingen aan te leggen.
In de handreiking is ook cumulatie in ogenschouw genomen. Voor cumulatie is geen rijksnorm, wel hebben gemeenten de plicht om gebiedsgericht naar cumulatie te kijken. Verder komt de afstand van 55 meter overeen met de veiligheidsafstand van 55 meter uit het, inmiddels vervallen, Structuurschema buisleidingen en is dus sprake van het handhaven van een reeds bestaande ruimtelijke reservering. De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op het mogelijk maken van een kwetsbare objecten zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of op een risicovolle activiteiten. Er hoeft dan ook niet getoetst te worden aan risicobronnen in de omgeving en visa versa. De conclusie luidt dat de veiligheid in het kader van de voorgenomen ontwikkeling niet in het geding is. Wel moet rekening worden gehouden met beperkte bouwmogelijkheden boven de buisleiding. Dit is bij het aspect kabels en leidingen nader beschreven.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
44
Figuur 4.2 Uitsnede professionele risicokaart Conclusie De benoemde risicobronnen zijn op dusdanige afstand gelegen dat deze niet van invloed zijn op de externe veiligheidssituatie in het plangebied. Hiernaast worden geen kwetsbare objecten gerealiseerd. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
4.10
Kabels en leidingen
Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek en conclusie Aan de noordzijde is in of nabij het plangebied een hogedrukgasleiding gelegen, zie figuur 4.3. Voor de leiding geldt een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Binnen deze strook gelden beperkte bouwmogelijkheden.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
45
Figuur 4.3 hogedrukaardgasleiding (rood) Zoals eerder vermeld ligt parallel aan het beoogde fietspad een buisleidingenstrook. De leidingenstrook is weergegeven in figuur 4.4.
Figuur 4.4 Buisleidingenstrook (rood)
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
46
De strook heeft een breedte van 90 meter. Op de leidingenstrook mogen uitsluitend meet- en regelstations of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Afwijken hiervan is uitsluitend mogelijk via een ontheffing of aanlegvergunning waarbij het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Daarnaast is binnen het plangebied de hoogspanningsverbinding Klaaswaal-Sterrenburg gelegen. Ter plaatse van de hoogspanningsleiding gelden beperkingen van de bouwmogelijkheden die voornamelijk betrekking hebben op de bouwhoogte. De hoogspanningslijn heeft een indicatieve zone van 40 meter aan weerszijden. Voorkomen moet worden dat nieuwe gevoelige functies binnen deze zone worden gebouwd. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. De beoogde ontwikkeling maakt geen hoge bouwwerken of gevoelige functies (functies waar kinderen van 0 tot 15 jaar langdurig kunnen verblijven, zoals wonen, scholen en kinderopvangvoorzieningen) mogelijk. Daarnaast verblijven mensen die gebruik maken van het fietspad slechts korte tijd binnen de indicatieve zone van de hoogspanningsleiding. Hierdoor vormt de hoogspanningsleiding geen risico voor de beoogde ontwikkeling.
4.11
Vormvrije m.e.r.- beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan heeft betrekking op de aanleg van een fietspad. Fietspaden maken geen onderdeel uit van de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. en zijn hiermee niet m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Hiernaast kan m.e.r.-plicht ontstaan als gevolg van passende beoordeling, dit kan in het kader van indirecte significante effecten voorkomen. In paragraaf 4.7 is dit nader toegelicht. Hieruit blijkt dat tevens vanuit de indirecte effecten een m.e.r.-beoordelingsplicht niet aan de orde is.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
47
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Bestemmingsplansystematiek
Het bestemmingsplan is conform SVBP2012 opgesteld, om zodoende digitaal raadpleegbaar en conform de uniforme systematiek raadpleegbaar te zijn. Ook is rekening gehouden met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
5.2
Planregels
5.2.1 Inleidende regels Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. 5.2.2 Bestemmingsregels Agrarische bestemming Binnen dit is de agrarische bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' opgenomen. De inhoud van de bestemmingen is overeenkomstig die van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Op deze gronden is het uitoefenen van een volwaardig agrarisch bedrijf toegestaan. Binnen deze bestemming is de functie van een fietspad toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - fietspad'. Het in gebruik nemen van de gronden ten behoeve van een fietspad is toegestaan onder voorwaarde dat het (weidevogel)compensatieplan is goedgekeurd door het bevoegd gezag. Verkeersbestemming Binnen het bestemmingsplan is een bestemming Verkeer en een bestemming opgenomen. De wegen en straten e.d. en daarmee samenhangende infrastructuur met een functie die hoofdzakelijk is gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer zijn bestemd tot "Verkeer".
Het in gebruik nemen van de gronden ten behoeve van een fietspad is toegestaan onder voorwaarde dat het (weidevogel)compensatieplan en watercompensatieplan is goedgekeurd door het bevoegd gezag. Leiding - Gas Deze gronden zijn naast de toegestane enkelbestemmingen mede bestemd voor een ethyleenleiding. Leiding - Hoogspanningsverbinding Deze gronden zijn naast de toegestane enkelbestemmingen mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 50 kV.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
48
5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen. Antidubbeltelregel Een antidubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelregel is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene bouwregels Dit artikel bevat een regeling voor bestaande maten. Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat een regeling voor de beschermingszones van het fietspad. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt de mogelijkheid geboden aan het bevoegd gezag om bij een omgevingsvergunning onder voorwaarden af te wijken van de bestemmingsregels. Het betreft afwijkingsmogelijkheden ten behoeve van kleine overschrijdingen van maatvoeringen en bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een regeling opgenomen die het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid geeft de bestemmingslegging te wijzigen voor gronden waar de bestemmingslegging niet conform de werkelijke situatie is opgenomen.
Overige regels In dit artikel is een regel opgenomen die de wettelijke regelingen waarnaar in het bestemmingsplan wordt verwezen fixeert op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. 5.2.4 Overgangs- en slotregels In het afsluitende onderdeel van de regels komen de overgangs- en slotregels aan de orde. Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). Slotregel Deze regel bevat de titel van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
49
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. De gemeente heeft hierbij de onderzoeksverplichting om de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen. Indien er sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij er sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar van de ontwikkeling. Door voormalig gemeente Strijen is een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de voorbereiding en realisatie van een veilige fietsverbinding tussen Strijen en Oud-Beijerland. Dit investeringskrediet is in 2019 overgegaan naar gemeente Hoeksche Waard, vanwege de gemeentelijk herindeling. Het investeringskrediet van gemeente Hoeksche Waard dekt voor 50% de kosten, dit naar aanleiding van een raming middels een uitgevoerde 'QuickScan'. De overige 50% dekking is afkomstig uit de projectsubsidie van de Provincie Zuid-Holland. Deze projectsubsidie is aangevraagd en toegekend.
Wanneer aan de prestatieverplichtingen wordt voldaan zal de subsidie uitgekeerd worden.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg ex. artikel 3.1.1 Bro Op ambtelijk niveau heeft overleg plaatsgevonden met de overlegpartners. In het kader van het vooroverleg hebben de partners de optie om reactie te geven. Andere partners zoals het waterschap en LSNed zijn nauwbetrokken bij de procesvorming. Op 13 oktober 2022 is een inloopavond voor alle betrokkenen georganiseerd. Het verslag van deze avond is opgenomen in bijlage 11. Zienswijzen Overeenkomstig de wettelijke vereisten wordt het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken 6 weken ter inzage gelegd op de gemeentelijke website. Gedurende deze termijn wordt eenieder de mogelijkheid geboden zienswijzen over dit ontwerpbestemmingsplan in te dienen bij de gemeenteraad.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
50
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
51
Bijlagen toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
52
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
53
Bijlage 1 Memo sociale veiligheid
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
54
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
55
Bijlage 2 Archeologisch bureauonderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
56
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
57
Bijlage 3 Passende beoordeling Wnb-toets
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
58
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
59
Bijlage 4 NNN-toets
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
60
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
61
Bijlage 5 Natuurtoets
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
62
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
63
Bijlage 6 Aerius-berekening aanlegfase
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
64
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
65
Bijlage 7 Notitie grote modderkruiper
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
66
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
67
Bijlage 8 Voorstel waterberging
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
68
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
69
Bijlage 9 Compensatievoorstel
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
70
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
71
Bijlage 10
Rho adviseurs voor leefruimte
Nader uitwerking compensatievoorstel
44001646.20180241
72
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
73
Bijlage 11
Rho adviseurs voor leefruimte
Verslag inloopavond 13 oktober 2022
44001646.20180241
74
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
75
Regels
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
76
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
77
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Fietsroute Oudeland - Strijen van de gemeente Hoeksche Waard. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.BPfietspadOudeland-ON01 met de bijbehorende regels. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.6 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.7 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen boomkwekerij, fruit- en bollenteelt; b. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond; c.
intensieve veehouderij: het fokken van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij het fokken niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; d. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; e. gemengde tuinbouw: de teelt van gewassen zoals groente, fruit, bloemen en heesters in kassen en in open grond; f. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; g. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; h. bomenteelt: een bedrijf gericht op het telen van bomen en siergewassen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan;
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
78
i.
bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie.
1.8 bebouwing een of meer gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.13 bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.15 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.16 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.17 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.18 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
79
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
80
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
81
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van een volwaardig agrarisch bedrijf, zoals bedoeld in lid 1.7 sub a en b; b. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van: 1. de in dit gebied voorkomende natuurwaarden in de vorm van waardevolle sloot- en oevervegetaties en weidevogels; 2. de in het gebied voorkomende landschapswaarden in de vorm van waardevolle openheid, graslandkarakter, slotenpatroon, verkavelingsstructuur en kleine landschapselementen; 3. de in dit gebied voorkomende cultuurhistorische waarden in de vorm van de historische bebouwing en het ontginningspatroon; c. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - fietspad' zijn de gronden tevens bestemd voor verkeersdoeleinden ten behoeve van langzaam verkeer; met de daarbij behorende: d. voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, verkeersregulerende voorzieningen, bermen, faunapassages en laad- en losvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 3 m.
3.3 Nadere eisen Het aanleggen van een fietspad ter plaatse van de gronden aangeduid met 'overige zone - fietspad' is toegestaan onder voorwaarde dat het (weidevogel)compensatieplan en het watercompensatieplan is goedgekeurd door het bevoegd gezag.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
82
3.4 Aanlegvergunning 3.4.1 Aanlegverbod Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; e. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanbrengen van opgaande beplanting. 3.4.2 Uitzondering op aanlegverbod a. het verbod van lid 3.4.1 is niet van toepassing ter plaatse van de gronden aangeduid als 'overige zone - fietspad'; b. het verbod van lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; 3.
reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 4. uitgevoerd worden binnen een bouwvlak. 3.4.3 Voorwaarde voor de aanlegvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur- en landschapswaarden van de gronden en de cultuurhistorische waarde van de aanwezige bebouwing niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 3.4.4 Advisering voor de aanlegvergunning Alvorens over een aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een natuur-, landschaps- of/of cultuurhistorische deskundige omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid 3.4.3. 3.4.5 Strafbaar feit Overtreding van het verbod van lid 3.4.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
83
Artikel 4
Verkeer
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2x1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden en bermen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, verkeersregulerende voorzieningen, nutsvoorzieningen, faunapassages, kunstwerken (waaronder een hellingbaan), reclame-uitingen en water. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 3 m. 4.3 Nadere eisen Het aanleggen van een fietspad ter plaatse van de gronden aangeduid met 'overige zone - fietspad' is toegestaan onder voorwaarde dat het (weidevogel)compensatieplan en het watercompensatieplan is goedgekeurd door het bevoegd gezag.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
84
Artikel 5
Leiding - Gas - 5
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas-5' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een ethyleenleiding met een diameter van ten hoogste 6 inch en een druk van ten hoogste 15 bar. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van lid 5.2 onder b. Ontheffing wordt verleend, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
5.4 Aanlegvergunning 5.4.1 Aanlegverbod zonder aanlegvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas - 5' zonder of in afwijking van een schriftelijke aanlegvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren. 5.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals in lid 5.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
5.4.3 Voorwaarden voor een aanlegvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 5.4.4 Advisering over de aanlegvergunning Alvorens over een aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid 5.4.3.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
85
Artikel 6
Leiding - Hoogspanningsverbinding
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 50 kV. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 6.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 50 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3 Ontheffing van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van lid 6.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
6.4 Aanlegvergunning 6.4.1 Aanlegverbod zonder aanlegvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding – Hoogspanningsverbinding-2' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoog opgroeiende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals in lid 6.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 6.4.3 Voorwaarden voor een aanlegverbod De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
6.4.4 Advisering over de aanlegvergunning Alvorens over een aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid 6.4.3. 6.4.5 Strafbaar feit Alvorens over een aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid 6.4.3.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
86
Artikel 7
Waarde - Archeologie
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3 Aanlegvergunning 7.3.1 Aanlegverbod zonder aanlegvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke aanlegvergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.3.2 Uitzondering op het verbod Het verbod van 7.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
87
7.3.3 Voorwaarden voor een aanlegvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de aanlegvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de aanlegvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. 7.3.4 Strafbaar feit Overtreding van het verbod van lid 7.3.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
88
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
89
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
90
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1 Bestaande maten Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande maten afwijken van de maatvoeringregels in de bouwregels van de betreffende bestemming, gelden ter plaatse van de afwijking die afwijkende maten als regels voor de maatvoering, met dien verstande dat: a. bestaande maten die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse van de afwijking als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. bestaande maten die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen ter plaatse c. ingeval van herbouw is dit lid onder a en b uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde locatie plaatsvindt; d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken niet van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
91
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Algemeen Het bevoegde gezag kan – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds een omgevingsvergunning om af te wijken kan worden verleend – middels een omgevingsvergunning af- wijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar aard en omvang gelijk te stellen bouwwerken – daaronder niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen –, mits deze bouwwerken geen grotere (goot– of boeibord)hoogte dan 2,5 m en geen grotere oppervlakte dan 20 m² hebben; c. de bouw van transformatorhuisjes, mits deze bouwwerken geen grotere goot– of boeibordhoogte dan 3,5 m en geen grotere inhoud dan 50 m³ hebben; d. de bouw van straatmeubilair en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeersredenen noodzakelijk zijn, zoals duikers of keermuren, mits de hoogte niet meer dan 2,5 m bedraagt; e. de bouw van lantaarnpalen, vlaggenmasten en antennemasten, mits deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte niet meer dan 15 m bedraagt. De omgevingsvergunning voor het afwijken wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
92
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
11.1 Overschrijding bouwgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
93
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder lid a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. het onder lid a bepaalde is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241
94
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Fietsroute Oudeland Strijen'.
Rho adviseurs voor leefruimte
44001646.20180241