Nota van Beantwoording Hofstraat
Tekst van het document
Als gemeente waren wij op alle bijeenkomsten aanwezig om deze ontwikkeling zowel ruimtelijk als procedureel te volgen en toe te zien op de participatie met de omwonenden. Een ontwikkelaar moet altijd voldoen aan algemene richtlijnen en voorwaarden van onze gemeente en de specifieke voorwaarden van een locatie. Onze gemeente is niet op de hoogte van onderlinge gesprekken tussen omwonenden en de initiatiefnemer. Indiener ervaart veel privacy als hij in zijn tuin aan het water zit. Er is een goede afscheiding van de camping en van de campinggasten heeft indiener geen overlast. Het ontwerp bestemmingsplan zegt hierover (nog) niets. Indiener vraagt hier bij de verdere uitwerking van de plannen rekening mee te houden en stelt voor naast een mooie beschoeiing, een heg van ten minste 1 meter te laten groeien.
Reactie college: In het bestemmingsplan zijn worden bouwmogelijkheden opgenomen voor erfafscheidingen, doch er is geen verplichting om die op te richten. Overleg tussen indiener en initiatiefnemer van dit plan of toekomstige kopers kan mogelijk leiden tot het uitvoeren van de wens van indiener. Wel geeft de zienswijze aanleiding in het bestemmingsplan aanvullende regels op te nemen, waaraan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, (met verwijzing naar het document stedenbouw/beeldkwaliteit) moeten voldoen. Dit om de landschappelijke waarden en groene sfeer te borgen.
Indiener geeft aan dat de belemmering van zijn uitzicht over de Binnenmaas zijn belangrijkste zienswijze is. Hij heeft kijklijnen getekend waaruit blijkt dat er nog een hele kleine doorkijk overblijft als de plannen doorgaan. Een buurman heeft een stok van 8 meter lang om hoogt gehouden om een idee te krijgen wat het 36/46
effect is van een bouwhoogte van 8 meter. Indiener is daar flink van geschrokken. De hoogte van 8 meter is volgens indiener gekozen omdat dit te verwachte hoogte wordt namelijk 0,5 meter ophoging en daarop 7,5 meter bebouwing. Het alternatief van 1 woonlaag zoals in het voorstel naar ontwikkelaar is gedaan, is naar de mening van indiener een reëel voorstel. Reactie college: Ten aanzien van het aspect uitzicht wordt opgemerkt, dat er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (ABRvS) geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Reeds meermalen heeft immers de ABRvS uitgemaakt dat er geen recht bestaat op een onveranderd woon- en leefklimaat. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Hier gaat het om een particulier perceel grond waarop deels een transportbedrijf is gevestigd en deels enkele kampeerplaatsen aanwezig zijn. Het perceel is niet openbaar toegankelijk. Bij ruimtelijke initiatieven worden alle voor- en nadelen van een ontwikkeling op een rij gezet en beoordeeld. Hier gaat het om het saneren van een milieubelastende bestemming in de woonkern van Westmaas. Het transportbedrijf betreft verouderde bebouwing met onbebouwd terrein waarop o.a. vrachtwagens worden gestald.
De transportbewegingen vinden plaats door woonstraten in Westmaas, dit met een verkeersgevaarlijke kruising over de Nieuwstraat. Op grond van de bedrijfsbestemming zou het bedrijf nu zijn bebouwing kunnen vernieuwen, waarbij de milieubelastende functie weer langere tijd zal kunnen worden gecontinueerd. Voorliggend bestemmingsplan saneert deze bedrijfsbebouwing en draagt bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat in de kern Westmaas. Dit vinden wij om die reden een wenselijke ontwikkeling. Wat betreft de goot- en bouwhoogten het volgende. Voor woning E is in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen, dat de goothoogte van die woning 7,5 m mag bedragen en de maximale hoogte 11 m. Wij vinden het aanvaardbaar is dat er enig volume aan bebouwing op deze plaats wordt gerealiseerd. Anderzijds is er begrip voor de wens om de bouwhoogte te begrenzen. Inmiddels is er nader overleg gevoerd tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen. Daarbij is van de zijde van initiatiefnemer aangegeven dat het plan naar aanleiding van de geuite bezwaren tegen de bouwhoogte van woning E, die bouwhoogte wordt verlaagd tot maximaal 4,5 m. Dit betekent dat woning E qua goot- en bouwhoogte niet meer zal bedragen dan 4,5 m. Wij hebben met instemming kennis genomen van dit resultaat van de nadere afstemming tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen.
Om die reden wordt dit onderdeel van de zienswijze in zoverre gegrond verklaard, dat in het bestemmingsplan zal worden opgenomen dat woning E geen grotere goot- en bouwhoogte mag krijgen dan 4,5 m. Daarmee wordt de maximale goothoogte van woning E verlaagd met 3 m van 7,5 naar 4,5 m, terwijl de maximale bouwhoogte met 6,5 m wordt verlaagd van 11 naar 4,5 m. De overige woningen mogen een goothoogte krijgen van 6 m en een bouwhoogte van 11 m. Dit zijn afmetingen die niet ongebruikelijk zijn in een bebouwde omgeving. Om bebouwing enigszins te begrenzen, wordt voor de overige 4 woningen (A t/m D) de goothoogte van het hoofdgebouw aan de straatkant aangepast van 6 meter naar 4,5 meter. Daarnaast is het resultaat uit het nader overleg tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen, dat de maximale bouwhoogte van deze 4 woningen wordt verlaagd van 11 naar 9 m.
37/46
Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het gaat daarbij om de maximale goot- en bouwhoogte van woning E. De maximale goothoogte voor woning E was 7,5 m en wordt 4,5 m. De maximale bouwhoogte voor woning E wordt 4,5 meter ( was 11 meter). Ook wordt voor de overige 4 woningen (A t/m D) de goothoogte van het hoofdgebouw aan de straatkant aangepast van 6 meter naar 4,5 meter. Daarnaast wordt de maximale bouwhoogte van de woningen A t/m D aangepast van 11 naar 9 m. Verder worden in het bestemmingsplan aanvullende regels opgenomen, waaraan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, (met verwijzing naar het document stedenbouw/beeldkwaliteit) moeten voldoen.
2.11 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 11 Indiener is van mening dat het ontwerp bestemmingsplan ten gunste van de nieuwe grondeigenaren is opgesteld, 5 grote woningen en een klein stukje openbaar uitzicht over de Binnenmaas. De meerwaarde voor het dorp, zoals beschreven in de toelichting, herkent indiener niet. Reactie college: Hier gaat het om een particulier perceel grond waarop deels een transportbedrijf is gevestigd en deels enkele kampeerplaatsen aanwezig zijn. Het perceel is niet openbaar toegankelijk. Bij ruimtelijke initiatieven worden alle voor- en nadelen van een ontwikkeling op een rij gezet en beoordeeld. Hier gaat het om het saneren van een milieubelastende bestemming in de woonkern van Westmaas. Het transportbedrijf betreft verouderde bebouwing met onbebouwd terrein waarop o.a. vrachtwagens worden gestald. De transportbewegingen vinden plaats door woonstraten in Westmaas, dit met een verkeersgevaarlijke kruising over de Nieuwstraat. Op grond van de bedrijfsbestemming zou het bedrijf nu zijn bebouwing kunnen vernieuwen, waarbij de milieubelastende functie weer langere tijd zal kunnen worden gecontinueerd. Voorliggend bestemmingsplan saneert deze bedrijfsbebouwing en draagt bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat in de kern Westmaas. Dit vinden wij om die reden een wenselijke ontwikkeling.
Daarnaast is nu de oever van de Binnenmaas in het plangebied niet openbaar toegankelijk vanaf het land. Onderdeel daarvan is het versterken van de dag recreatieve betekenis van de Binnenmaas, door o.a. het toegankelijk maken van de oevers. Onderdeel van het plan tot de herontwikkeling van het plangebied is het maken van een openbaar toegankelijk oevergedeelte met uitzichtplaats aan de Binnenmaas. Vanaf die plaats is er vrij uitzicht over de Binnenmaas en wordt recht gedaan aan het genoemde beleid om de Binnenmaas zichtbaar te maken voor de inwoners en het daarvoor toegankelijk maken van de oever van de Binnenmaas.
In de huidige situatie is een groot deel van de gronden bestemd voor recreatie, wat een meerwaarde is voor het dorp en de omgeving. Dit is zeker het laatste jaar gebleken: recreatie in Nederland is van het hoogste belang voor de algemene volksgezondheid en welzijn. Reactie college: Hiervoor is aangegeven dat het om een particulier stuk grond gaat met een recreatieve invulling. De herontwikkeling maakt dat opnieuw naar de invulling van het plangebied kan worden gekeken. Het moet dan gaan om een evenwicht tussen enerzijds een economisch haalbare herontwikkeling en anderzijds het verwerken van belangen voor omwonenden. Wij menen dat met het plan met enerzijds woningen en anderzijds een openbare uitkijkplaats op de Binnenmaas een aanvaardbaar woon en leefklimaat ontstaat. 38/46
Het belang van recreatie komt in diverse publicaties van de gemeente naar voren waarbij de gemeente het belang van recreatieve ontwikkeling aangeeft. In het ontwerp wordt hier totaal geen rekening mee gehouden. Een bestaande voorziening waar veel gezinnen jarenlang gebruik van hebben gemaakt dreigt te verdwijnen. Reactie college: Zoals aangegeven gaat het hier om een bestaande particuliere recreatieve functie die niet openbaar toegankelijk is. In het plan is een openbaar toegankelijk oevergedeelte met uitzichtplaats aan de Binnenmaas opgenomen. Vanaf die plaats is er vrij uitzicht over de Binnenmaas en wordt recht gedaan aan het beleid om de Binnenmaas zichtbaar te maken voor de inwoners en het daarvoor toegankelijk maken van de oever van de Binnenmaas. De bestaande kampeermiddelen op de kop van het plangebied zijn zeer verouderd en de oeverranden van het gebied zijn in sterk verslechterde staat. De recreatieve waarde van dit gedeelte heeft geen betekenis voor de inwoners nu het gaat om een particulier stuk grond dat niet openbaar toegankelijk is. In het nieuwbouwplan zit wel een openbare component. Het gebied wordt daarom niet onttrokken aan de recreatieve functie, maar het accent verschuift van particulier recreatief gebruik naar een deel openbaar recreatief gebruik. Naar onze mening staat dit niet op gespannen voet met ons eigen beleid.
Als inwoners van Westmaas vinden indieners dit een achteruitgang voor het dorp. De mogelijkheid om als dorpsbewoner een ligplaats voor een boot te huren wordt een stuk moeilijker als er een groot aantal gaat verdwijnen. Voor de toekomst van Westmaas vindt indiener het van belang dat dit soort waardevolle locaties behouden blijven. Recreatie aan het water is leuk en waardevol voor iedereen. Indiener pleit er daarom voor deze locatie voor recreatie te behouden en aan te passen aan de wensen van deze tijd. Bijvoorbeeld door een mooi wandelpark met een publieke steiger die geschikt is voor het tijdelijk aanleggen van boten en om te zwemmen. De ligplaatsen kunnen dan opgeknapt worden en beschikbaar blijven voor booteigenaren die niet zelf aan het water wonen. Reactie college: De sanering van een milieubelastende functie in de woonkern van Westmaas zien wij als een positieve ontwikkeling voor Westmaas. Het bouwen van vijf woningen leidt tot een plangebied met een lage bebouwingsdichtheid, met daarbij als toevoeging een openbare uitkijkplaats op de Binnenmaas. De woningen dragen bij aan de vitaliteit van een woonkern en hebben een positief effect op het in stand houden van het voorzieningenniveau van een woonkern. Om die reden zien wij het plan als een positieve ontwikkeling voor Westmaas.
Indiener geeft aan dat het huidige terrein vanaf het water mooi is ingericht met groen en door de groene aankleding de kleine recreatiewoningen/stacaravans wegvallen. De bouw van hoge woningen zorgt voor een stenen aangezicht die het natuurlijke aangezicht van af het water te niet doet. Voor het dorp is dit een achteruitgang. Volgens indiener moet een nieuwe inrichting van het terrein zodanig gekozen worden dat de natuurlijke uitstraling behouden blijft. Een recreatieve invulling zoals hierboven beschreven leent zich hier prima voor. 39/46
Reactie college: Verwezen wordt naar de reacties op de andere onderdelen van de zienswijze van indiener. De bouw van vijf woningen in bestaand stedelijk gebied kan naar onze mening worden gezien als een ontwikkeling die past in bestaand stedelijk gebied. De bebouwingsdichtheid van het gebied wordt laag. De oever van de Binnenmaas wordt in het plangebied deels tuin bij de woningen, deels uitzichtplaats en met groene rand langs de openbare weg. Door deze inrichting zal er nog steeds sprake zijn van een groene uitstraling. Wel geeft de zienswijze aanleiding in het bestemmingsplan aanvullende regels op te nemen, waaraan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, (met verwijzing naar het document stedenbouw/beeldkwaliteit) moeten voldoen. Dit om de landschappelijke waarden en groene sfeer te borgen.
Indiener verzoekt het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen met het lang van alle dorpsbewoners in het achterhoofd en vraagt hem te informeren over het verloop van het verdere proces. Reactie college: Indiener informeren wij over ons voorstel aan de gemeenteraad met betrekking tot de beantwoording van de zienswijzen en het verdere behandelingsproces van het bestemmingsplan in de gemeenteraad
Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het gaat daarbij om het opnemen van aanvullende regels waaraan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, (met verwijzing naar het document stedenbouw/beeldkwaliteit) moeten voldoen.
2.12 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 12 Indiener is van mening dat het ontwerp bestemmingsplan ten gunste van de nieuwe grondeigenaren is opgesteld, 5 grote woningen en een klein stukje openbaar uitzicht over de Binnenmaas. De meerwaarde voor het dorp, zoals beschreven in de toelichting, herkent indiener niet. In de huidige situatie is een groot deel van de gronden bestemd voor recreatie, wat een meerwaarde is voor het dorp en de omgeving. Dit is zeker het laatste jaar gebleken: recreatie in Nederland is van het hoogste belang voor de algemene volksgezondheid en welzijn. Indiener ziet - als eigenaar/bewoner van een recreatiewoning gelegen naast het wandelpad/recreatiepunt Ritselaarsdijk - dagelijks veel recreanten genieten van een der spaarzame mogelijkheden om dicht aan de Binnenmaas te verpozen. Indiener is van mening dat het prachtige dorpsgezicht vanaf het water op de kom van Westmaas niet verloren mag gaan ten gunste van een welgestelde enkeling en ten koste van het algemeen belang. Indiener meent dat de walkant van de kom in de campingsfeer moet blijven met kleinschalige recreatiewoningen/trekkershutten en/of een aantal tiny houses omzoomd met groen zodat er ook mogelijkheden zijn voor buitenstaanders om van de Binnenmaas te genieten. Reactie college:
40/46
Als gemeente zijn wij zuinig op de Binnenmaas en beoordelen wij plannen die een relatie met de Binnenmaas hebben zeer zorgvuldig. Hier gaat het om een particulier perceel grond waarop deels een transportbedrijf is gevestigd en deels enkele kampeerplaatsen aanwezig zijn. Het perceel is niet openbaar toegankelijk. Bij ruimtelijke initiatieven worden alle voor- en nadelen van een ontwikkeling op een rij gezet en beoordeeld. Hier gaat het om het saneren van een milieubelastende bestemming in de woonkern van Westmaas. Het transportbedrijf betreft verouderde bebouwing met onbebouwd terrein waarop o.a. vrachtwagens worden gestald. De transportbewegingen vinden plaats door woonstraten in Westmaas, dit met een verkeersgevaarlijke kruising over de Nieuwstraat. Op grond van de bedrijfsbestemming zou het bedrijf nu zijn bebouwing kunnen vernieuwen, waarbij de milieubelastende functie weer langere tijd zal kunnen worden gecontinueerd. Voorliggend bestemmingsplan saneert deze bedrijfsbebouwing en draagt bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat in de kern Westmaas. Dit vinden wij om die reden een wenselijke ontwikkeling. Daarnaast is nu de oever van de Binnenmaas in het plangebied niet openbaar toegankelijk vanaf het land. Onderdeel daarvan is het versterken van de dag recreatieve betekenis van de Binnenmaas, door o.a. het toegankelijk maken van de oevers.
Onderdeel van het plan tot de herontwikkeling van het plangebied is het maken van een openbaar toegankelijk oevergedeelte met uitzichtplaats aan de Binnenmaas. Vanaf die plaats is er vrij uitzicht over de Binnenmaas en wordt recht gedaan aan het genoemde beleid om de Binnenmaas zichtbaar te maken voor de inwoners en het daarvoor toegankelijk maken van de oever van de Binnenmaas. De bestaande kampeermiddelen op de kop van het plangebied zijn zeer verouderd en de oeverranden van het gebied zijn in sterk verslechterde staat. De recreatieve waarde van dit gedeelte heeft geen betekenis voor de inwoners nu het gaat om een particulier stuk grond dat niet openbaar toegankelijk is. In het nieuwbouwplan zit wel een openbare component. Het gebied wordt daarom niet onttrokken aan de recreatieve functie, maar het accent verschuift van particulier recreatief gebruik naar een deel openbaar recreatief gebruik. Naar onze mening staat dit niet op gespannen voet met ons eigen beleid. Het huidige plan voorziet in een nieuwe steiger/aanlegpunt/uitkijkpunt. In vergelijking met de huidige situatie met 25 aanlegplaatsen raakt de Hoeksche Waard een mooie voorziening kwijt waard waar de nieuwe steiger geen alternatief voor biedt. Hierdoor worden 25 booteigenaren die niet direct aan de Binnenmaas wonen, gedupeerd. Reactie college: De aanlegsteigers die er nu zijn verdwijnen.
De gebruikers zijn hier al lange tijd van op de hoogte. De meeste bootjes zijn inmiddels al weg. In de praktijk blijkt dat zij een vervangende plek kunnen vinden. Daartegenover staat de meerwaarde van een openbaar toegankelijk oevergedeelte met uitzichtplaats aan de Binnenmaas. De gemeente Hoeksche Waard geeft regelmatig aan te willen investeren in recreatiemogelijkheden. Geheel in tegenspraak daarmee wordt er een gebied met een recreatieve bestemming op een karakteristieke plaats teniet gedaan. Reactie college: Verwezen wordt naar de eerste reactie op de zienswijze van indiener. 41/46
Indiener geeft aan dat molen Windlust vanaf het water ook uit beeld verdwijnt door de voorliggende plannen en voert aan dat dit niet mag gebeuren. Reactie college: Met deze ontwikkeling wijzigt het uitzicht vanaf het water naar het land. Gelet op de hoogte van de bebouwing van de molen Windlust, zal deze te zien blijven vanaf de Binnenmaas. Indiener verzoekt met inachtneming van zijn zienswijze, het ontwerp bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door de in zijn zienswijze vermelde alternatieven en gaat ervan uit dat hij op de hoogte wordt gehouden van de verdere procedure. Reactie college: Indiener informeren wij over ons voorstel aan de gemeenteraad met betrekking tot de beantwoording van de zienswijzen en het verdere behandelingsproces van het bestemmingsplan in de gemeenteraad Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
2.13 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 13 Indiener geeft aan in beginsel geen moeite te hebben met de herbestemming van de percelen aan de Hofstraat, mits dit op een zorgvuldige wijze gebeurt en met inachtneming van de belangen van de omwonenden. Indiener is van mening dat de stedenbouwkundige oplegger opgesteld door bureau Wissing geen recht doet aan de huidige korrel van de bebouwing gelegen rondom de betreffende percelen. De panden in de omgeving kennen veelal een lage goothoogte, zijn vaak geschakeld en kennen een kleinschalige korrel. In de structuurvisie ‘Verkenningsschets Structuurvisie Binnenmaas 2020’ wordt gesproken over streekeigen woningtypes waardoor er typische Hoeksche Waardse woningen kunnen worden ontwikkeld. Het ontwerp bestemmingsplan staat hier haaks op. Met name de goothoogte ( 6 meter resp. 7,5 meter) en de bouwhoogte (11 meter) wijken af van dit principe en wijken af van het merendeel van de bestaande woningen rondom de percelen. De bebouwingshoogte voor de woonkavel op de kop van het terrein sluit met een goothoogte van 7,5 meter op geen enkele wijze aan bij de omgeving. Indiener verzoekt de bouwhoogte en de goothoogte te wijzigen zodat het meer in overeenstemming ligt met de omgeving en de uitgangspunten in de ‘Verkenningsschets Structuurvisie Binnenmaas 2020 ’.
Een voorgestelde goothoogte betreft maximaal 4,5 meter en een voorstelde bouwhoogte betreft maximaal 9,5 meter. Indiener verzoekt het document van Roest Architectuur (februari 2021) gewijzigd vast te stellen en aan te passen zodat dit document als beeldkwaliteitsplan kan dienen en met inachtneming van de ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving van het plangebied. Reactie college: Wij menen dat het plan waar het bestemmingsplan op toeziet uit stedenbouwkundig oogpunt een goede opzet kent en past binnen de bebouwde kern van Westmaas. Uiteraard kan er verschillend worden gedacht over een bepaalde stedenbouwkundige opzet, maar de voorliggende opzet vinden wij zeer aanvaardbaar.
42/46
Wat betreft de goot- en bouwhoogten van de woningen het volgende. Voor Woning E op de kop van het plangebied is in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen, dat de goothoogte van die woning 7,5 m mag bedragen en de maximale hoogte 11 m. Wij vinden het aanvaardbaar dat er enig volume aan bebouwing op deze plaats wordt gerealiseerd. Anderzijds is er begrip voor de wens om de bouwhoogte te begrenzen. Inmiddels is er nader overleg gevoerd tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen. Daarbij is van de zijde van initiatiefnemer aangegeven dat het plan naar aanleiding van de geuite bezwaren tegen de bouwhoogte van woning E, die bouwhoogte wordt verlaagd tot maximaal 4,5 m. Dit betekent dat woning E qua goot- en bouwhoogte niet meer zal bedragen dan 4,5 m. Wij hebben met instemming kennis genomen van dit resultaat van de nadere afstemming tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen. Om die reden wordt dit onderdeel van de zienswijze in zoverre gegrond verklaard, dat in het bestemmingsplan zal worden opgenomen dat woning E geen grotere goot- en bouwhoogte mag krijgen dan 4,5 m. Daarmee wordt de maximale goothoogte van woning E verlaagd met 3 m van 7,5 naar 4,5 m, terwijl de maximale bouwhoogte met 6,5 m wordt verlaagd van 11 naar 4,5 m. De overige woningen (A t/m D) mogen een goothoogte krijgen van 6 m en een bouwhoogte van 11 m.
Dit zijn afmetingen die niet ongebruikelijk zijn in een bebouwde omgeving. Om bebouwing enigszins te begrenzen, wordt voor de overige 4 woningen (A t/m D) de goothoogte van het hoofdgebouw aan de straatkant aangepast van 6 meter naar 4,5 meter. Daarnaast is het resultaat uit het nader overleg tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen, dat de maximale bouwhoogte van deze 4 woningen wordt verlaagd van 11 naar 9 m.
De gemeente vindt de toegankelijkheid voor alle inwoners van de oever van de Binnenmaas erg belangrijk. Als de gemeente dit echt een belangrijk uitgangspunt voor de ontwikkeling vindt, zou de stedenbouwkundige opzet (van Wissing) er anders uit moeten zien naar de mening van indiener. De openbaar toegankelijke plek moet dan gelegen zijn op de kop van de percelen met volledig uitzicht op de Binnenmaas. Daarnaast is de maat van de openbare toegankelijke plek in het bestemmingsplan fors kleiner dan in de stedenbouwkundige opzet. Indiener verzoekt recht te doen aan het uitgangspunt dat het belangrijk is dat de oever van de Binnenmaas toegankelijk moet zijn voor alle inwoners (van Westmaas) door ervoor te zorgen dat er een openbaar toegankelijk voetpad komt van minimaal 2 meter rondom het perceel waar dit grenst aan het water. Verder verzoekt indiener de maatvoering van de openbaar toegankelijke plek in de opzet van Wissing over te nemen in het bestemmingsplan en deze te situeren op het meest noordoostelijk gelegen deel van het plangebied zodat er echt uitzicht is over de Binnenmaas. Verder verzoekt indiener de mogelijkheid om bijgebouwen buiten bouwvlakken te schrappen zodat doorzichten in de toekomst bewaard blijven. Reactie college: De oever van de Binnenmaas in het plangebied is op dit moment niet openbaar toegankelijk vanaf het land.
Onderdeel van het plan tot de herontwikkeling van het plangebied is het maken van een openbaar toegankelijk oevergedeelte met uitzichtplaats aan de Binnenmaas. Vanaf die plaats is er vrij uitzicht over de Binnenmaas en wordt recht gedaan aan het genoemde beleid om de Binnenmaas zichtbaar te maken voor de inwoners en het daarvoor toegankelijk maken van de oever van de Binnenmaas. Wij menen dat deze plaats een voldoende maat heeft en ook een goede situering. Een bredere plaats hoeft niet bij te dragen aan het vergroten van de belevingswaarde van deze uitzichtplaats. 43/46
De privé vlonders aan de zuidoostzijde van het plangebied doen een inbreuk op de privacy van de woningen gelegen aan de andere zijde van het water. Deze vlonders lijken in of boven het water gerealiseerd te kunnen worden waardoor de doorvaarmogelijkheid van het water voor de overige bewoners wordt beperkt. Deze vlonders worden ook niet binnen de kadastrale eigendomsgrenzen gerealiseerd. Indiener verzoekt dit in het ontwerp bestemmingsplan zodanig aan te passen dat vlonders alleen mogelijk zijn op eigen terrein en niet in of boven het bestaande water gerealiseerd kunnen worden. Reactie college: De vlonders vallen formeel gezien buiten de grenzen van het plangebied. Voor die gronden/dat water blijft de bestemming ‘Water’ gelden van het bestemmingsplan ‘Mijnsheerenland/Westmaas’ resp. Landelijk Gebied Binnenmaas. Te zijner tijd moet de eigenaar en beheerder van de Binnenmaas, het waterschap Hollandse Delta om vergunning worden gevraagd voor de individuele steigers. Aspecten als doorvaarmogelijkheid kunnen daarbij dan worden betrokken. Wel geeft de zienswijze aanleiding een strook langs het water op de verbeelding aan te duiden als oeverzone waarbinnen uitsluitend de in het document stedenbouw/beeldkwaliteit opgenomen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gerealiseerd.
De Aerius berekening gaat uit van 5 woningen. Indiener verzoekt in de 5 bouwvlakken aan te geven dat er per bouwvlak maximaal 1 woning gerealiseerd mag worden. Reactie college: In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat er per bouwvlak één vrijstaande woning is toegestaan. Om die reden kunnen niet meer dan vijf woningen worden gebouwd. Door de bouwhoogte en de mogelijkheid tot het realiseren van forse bouwmassa’s wordt het woongenot van de bewoners van de percelen gelegen ten zuiden van het plangebied aangetast. Indiener vraagt de situering van de bouwvlakken, de grootte van de bouwvlakken, alsmede de goot- en bouwhoogte aan te passen zodat dit minder impact heeft op het woongenot van deze bewoners. Reactie college: Er bestaat begrip voor de wens van omwonenden om het woongenot van bewoners zoveel mogelijk te behouden. Als het gaat om behoud van uitzicht wordt op voorhand opgemerkt, dat er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (ABRvS) geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Al meermalen heeft immers de ABRvS uitgemaakt dat er geen recht bestaat op een onveranderd woon- en leefklimaat. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.
De herontwikkeling van het plangebied betreft een voor ons wenselijke ontwikkeling, gezien de sanering van de milieubelastende functie van het transportbedrijf. Bij een herontwikkeling wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het gehele plangebied. Enerzijds moet het gaan om een economisch haalbare herontwikkeling, daarnaast moet gekeken worden of aan onze beleidsuitgangspunten invulling wordt gegeven. En uiteraard mag het woonen leefklimaat van omwonenden niet onaanvaardbaar worden aangetast. Naar ons oordeel blijft het woon- en leefklimaat voor omwonenden op een aanvaardbaar niveau. De nieuwe bebouwing zal op onderdeel inderdaad leiden tot beperking van uitzicht, maar de opzet van het plangebied maakt niet dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt beïnvloed. 44/46
Het gaat hier om de bouw van vijf woningen op een plangebied met een omvang van ongeveer 7.100 m2. Dit is een beperkte bebouwingsdichtheid. Bij bebouwingsdichtheid gaat het om het aantal woningen per oppervlakteeenheid, meestal uitgedrukt per hectare (10.000 m2). In het plangebied gaat het om een bebouwingsdichtheid van 7,1 woning per ha. Ter vergelijking is het zo, dat het bij een woningdichtheid van 60 of meer woningen per ha gaat om (hoog)stedelijke, meestal gestapelde bouw, bij 25 of minder woningen per ha om landelijke bebouwing, een villa of bungalowwijk. De hier gekozen bebouwingsdichtheid is als laag aan te merken. De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het gaat daarbij om de maximale goot- en bouwhoogte van woning E. De goothoogte van woning E verlaagd met 3 m van 7,5 naar 4,5 m, terwijl de maximale bouwhoogte voor woning E wordt verlaagd tot 4,5 meter ( was 11 meter). Ook wordt voor de overige 4 woningen (A t/m D) de goothoogte van het hoofdgebouw aan de straatkant aangepast van 6 meter naar 4,5 meter. Daarnaast is het resultaat uit het nader overleg tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen, dat de maximale bouwhoogte van deze 4 woningen wordt verlaagd van 11 naar 9 m.
In de toelichting van het bestemmingsplan wordt in paragraaf 3.4.3 aangegeven dat er een wens was om het bouwplan in goed overleg met omwonenden te realiseren. Op 13 november 2019 is hiertoe een informatieavond georganiseerd. In de toelichting is beschreven dat er tijdens deze bijeenkomst suggesties zijn gedaan en wensen zijn geuit over het bouwplan. Daar waar mogelijk zouden deze suggesties en wensen zijn meegenomen bij de uitwerking van het plan. Het eenmalig organiseren van een informatieavond sluit naar de mening van indiener niet aan bij het idee dat de wens was het bouwplan in goed overleg met omwonenden te realiseren. Naast deze informatieavond is er op geen enkele wijze gecommuniceerd met omwonenden (althans niet met indiener of zijn direct buren). Daarnaast is niet inzichtelijk gemaakt wat er met de suggesties of wensen is gedaan die tijdens de informatieavond zijn geuit. Indiener verzoekt de bestemmingsplanproceduren tijdelijk te stoppen zodat er op een eerlijke manier overleg kan worden gevoerd met de omwonenden zodat zij zich gehoord voelen en het plan in goed overleg kan worden gerealiseerd. Reactie college: De initiatiefnemer organiseerde een aantal bijeenkomsten. Op verzoek van de gemeenteraad vond er nog een nadere afstemming plaats tussen initiatiefnemer en indieners van zienswijzen over het ontwerp van de woningen en het plangebied.
Gedurende het proces leidde de afstemming tot aanpassingen van het ontwerp qua aantallen woningen, vorm, hoogte en architectuur. Er is inderdaad geen individuele terugkoppeling geweest van de reactieformulieren die tijdens de eerste bijeenkomst zijn ingevuld, maar in het ontwerp zijn wel gedurende het proces vele adviezen en opmerkingen van omwonenden verwerkt. Als gemeente waren wij op alle bijeenkomsten aanwezig om deze ontwikkeling zowel ruimtelijk als procedureel te volgen en toe te zien op de participatie met de omwonenden. Er is voor ons geen aanleiding om de bestemmingsplanprocedure te stoppen aangezien het proces transparant en volgens de richtlijnen verloopt. Een ontwikkelaar moet altijd voldoen aan algemene richtlijnen en voorwaarden van onze gemeente en de specifieke voorwaarden van een locatie.
Indiener voert aan het recht te willen behouden om in een later stadium zijn zienswijze aan te vullen, of zo nodig, beroep in te dienen bij de bestuursrechter. Reactie college: 45/46
De zienswijze kan desgewenst worden toegelicht door gebruik te maken van het spreekrecht in de vergadering van de gemeenteraad waarin het bestemmingsplan wordt behandeld. Na vaststelling van het bestemmingsplan bestaat er de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Met inachtneming van de inhoud van zijn zienswijze heeft indiener geen bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan Hofstraat Westmaas. Indiener verzoekt het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen en in overleg te treden met omwonenden om gezamenlijk te komen tot een gedragen plan. Verder vraagt indiener hem te informeren over het verdere verloop van de procedure. Reactie college: Indiener informeren wij over ons voorstel aan de gemeenteraad met betrekking tot de beantwoording van de zienswijzen en het verdere behandelingsproces van het bestemmingsplan in de gemeenteraad Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het gaat daarbij om de maximale goot- en bouwhoogte van woning E. De maximale goothoogte voor woning E was 7,5 m en wordt 4,5 m. De maximale bouwhoogte voor woning E wordt 4,5 meter ( was 11 meter). Ook wordt voor de overige 4 woningen (A t/m D) de goothoogte van het hoofdgebouw aan de straatkant aangepast van 6 meter naar 4,5 meter.
Daarnaast wordt de maximale bouwhoogte van de woningen A t/m D aangepast van 11 naar 9 m.
3. Overzicht ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ten opzichte van ontwerpbestemmingsplan Inleiding Er is aanleiding om het bestemmingsplan ambtshalve op 1 onderdeel aan te passen. Na het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan is het gewenst dit onderdeel aan te passen. Hieronder is dit onderdeel opgenomen. -
Regels: Aan artikel 7.3.1 wordt de volgende zinsnede toegevoegd (vetgedrukte tekst): Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2.2, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels, en op basis van archeologisch onderzoek, dat is goedgekeurd door de gemeente, is aangetoond dat er op de betrokken locatie geen archeologische waarden worden aangetast.
46/46