CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Masterplan N217 - Mogelijke ontwikkelrichtingen (014896.20230907.R1.06) - v30 juni

Besluitvormende raad 25 maart 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: M002 Tracéstudie Hoeksche Waard Zuid-West26.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Masterplan N217 Mogelijke ontwikkelrichtingen voor de N217 op de Hoeksche Waard

Opdrachtgever

Gemeente Hoeksche Waard

Titel rapport

Masterplan N217 Mogelijke ontwikkelrichtingen voor de N217 op de Hoeksche Waard

Kenmerk

014896.20230907.R1.05

Datum publicatie

13 mei 2025

Contactpersonen gemeente

Mark van Galen en Wendy Jacobs

Projectteam Goudappel

Marco de Baat, Arno de Koning, Jim van der Toorn en Quin de Maat

Status

Definitief © Copyright Goudappel BV 13-5-25

Inhoudsopgave 1. Aanleiding

1

1.1

Achtergrond

1

1.2

Doel: mogelijke ontwikkelrichtingen N217

2

1.3

Beleid

2

2. Huidige situatie

5

2.1

Weginrichting

5

2.2

Verkeersveiligheid

13

2.3

Verkeersintensiteiten

16

2.4

Intensiteit / capaciteit

17

2.5

Doorstroming

18

2.6

Samenvatting huidige situatie

22

3. Blik op de toekomst

24

3.1

Woningbouw en andere ontwikkelingen

24

3.2

Infrastructurele projecten

25

3.3

Prognose toekomstige verkeersintensiteiten 2040

26

3.4

Toekomstige verkeersafwikkeling

28

4. Oplossingsrichtingen

31

4.1

Strategieën op hoofdlijnen

31

4.2

Longlist denkbare maatregelen

34

4.3

Prioritaire maatregelen

36

5. Conclusies & aanbevelingen

37

5.1

Samenvatting analyse

37

5.2

Conclusies en ontwikkelrichtingen

38

5.3

Aanbevelingen

38

Bijlage 1 Analyse gebruik en doorstroming N217

40

Bijlage 2 Over het verkeersmodel Hoeksche Waard

56

Bijlage 3 Analyse toekomstige verkeersafwikkeling

67

Bijlage 4 Longlist maatregelen

83

1. Aanleiding 1.1

Achtergrond

In de afgelopen jaren heeft gemeente Hoeksche Waard een groei doorgemaakt in inwoners en arbeidsplaatsen. Dit zorgt voor extra mobiliteit, en daarmee extra druk op de mobiliteitsnetwerken. De N217 vormt een belangrijke schakel in het wegennet van de Hoeksche Waard (figuur 1.1) en daarmee voor de autobereikbaarheid van het eiland. Het is de belangrijkste drager van de zogeheten vorkstructuur. In de periode dat de Heinenoordtunnel afgesloten was voor gemotoriseerd verkeer bleek de N217 cruciaal te zijn voor de afwikkeling van het verkeer op het eiland. De verkeersafwikkeling staat echter in de huidige situatie soms onder druk. Door een verdere groei van de economie en de bevolking, mede door de realisatie van nieuwe woningen, voorzieningen en bedrijventerreinen, neemt de verkeersdruk toe. Om de Hoeksche Waard ook in de komende jaren aantrekkelijk te houden om te wonen, te ondernemen en te bezoeken, heeft gemeente Hoeksche Waard aan Goudappel gevraagd een Masterplan voor de N217 op te stellen met als doel inzicht te krijgen in de huidige situatie, de toekomstige verwachtingen en mogelijke ontwikkelrichtingen. Voorliggend rapport beschrijft dit Masterplan.

Figuur 1.1: Ligging van de N217 (rood) in de Hoeksche Waard

Masterplan N217 - 13 mei 2025

1

1.2

Doel: mogelijke ontwikkelrichtingen N217

In het Masterplan is inzichtelijk gemaakt wat nodig is om de bereikbaarheid van de noordrand van de Hoeksche Waard op peil te houden, waarvoor een goede doorstroming op de N217 van belang is. Ook worden op basis van het onderzoek mogelijke ontwikkelrichtingen voor de N217 geschetst. Hiervoor is een objectieve analyse uitgevoerd naar de huidige situatie op en rond de N217 met betrekking tot weginrichting, verkeersveiligheid en doorstroming. Een goede doorstroming op de N217 is nadrukkelijk ook belangrijk voor de bereikbaarheid van het eiland en om het verkeer zo veel mogelijk op deze hoofdweg te bundelen, zodat verkeer niet gaat sluipen over de meer kwetsbare dijken polderwegen. Verkeer over dijk- en polderwegen kan lokaal voor knelpunten zorgen op het gebied van verkeersveiligheid en leefbaarheid (in geval sluipverkeer door woongebieden of over bewoonde dijken rijdt). Dit onderzoek en deze inzichten worden aan de gemeenteraad van de Hoeksche Waard aangeboden, zodat zij inzichten kunnen meewegen in de verschillende besluitvormingstrajecten, bijvoorbeeld bij de diverse woningbouwontwikkelingen en in het bijzonder Stougjeswijk. Ook dient het Masterplan N217 als objectief onderzoek voor de dialoog tussen gemeente en provincie Zuid-Holland.

De provincie heeft als wegbeheerder een belangrijke verantwoordelijkheid om voor een veilige weginrichting en goede en vlotte verkeersafwikkeling zorg te dragen. In het kort gezegd bestaat het Masterplan uit de volgende onderdelen: Hoofdstuk 2:

Inventarisatie huidige situatie en ontwikkelingen

Hoofdstuk 3:

Blik op de toekomst: trends, ontwikkelingen en prognose mobiliteit

Hoofdstuk 4:

Mogelijke oplossingsrichtingen en beschouwing daarvan

Hoofdstuk 5:

Conclusies en aanbevelingen

1.3

Beleid

Omgevingsvisie Hoeksche Waard (2022) De omgevingsvisie schetst het beeld en de principes hoe de Hoeksche Waard er in de toekomst uit moet zien. Het is de basis voor bijna alle ruimtelijke plannen in de gemeente. Hierin staan ook principes voor de bereikbaarheid en het mobiliteitssysteem. Een belangrijke opgave is het bereikbaar houden van de gemeente en het verbeteren van de leefbaarheid in de kernen. Dit kan door nabijheid van voorzieningen en door de infrastructuur en verbindingen aan te passen aan het toekomstige gebruik. In de omgevingsvisie is concreet benoemd dat de gemeente komende jaren wil werken aan: •

Oplossen van grootste knelpunten op het onderliggend wegennet;

•

Versterken van openbaar vervoer lijnen met het stedelijk gebied (invoeren R-Net/ HOV);

•

Ontsluiting van Hoeksche Waard over water verbeteren middels waterbus of watertaxi;

•

Transferia ontwikkelen op knooppunten waar vervoersstromen bij elkaar komen;

•

Parkeerplaatsen bij openbaar vervoer-punten (busstations en bushaltes).

Masterplan N217 - 13 mei 2025

2

Hoofdlijnenakkoord ‘Samen doordacht doen’ 2022-2026 De eerdere coalitiepartners van de collegeperiode 2022-2026 maakten afspraken in een hoofdlijnenakkoord onder de naam ‘Samen doordacht doen’. In dit akkoord werd afgesproken deze periode te werken aan de volgende onderwerpen wat betreft mobiliteit en bereikbaarheid: •

een nieuw Mobiliteitsplan;

•

het verbeteren van de bereikbaarheid door in te zetten op nieuwe verbindingen (onder voorwaarden is de A4-zuid een goede oplossing);

•

een betere inrichting van het wegennet om het zware- en landbouwverkeer op de dijken terug te dringen;

•

efficiënte inzet van openbaar vervoer om dorpen bereikbaar te houden, en snelle OV-verbindingen met de stedelijke gebieden om de Hoeksche Waard heen;

•

verduurzaming van mobiliteit, onder meer door verbeterde laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer.

Samen doordacht verder 2024-2026 De eerdere coalitie heeft medio 2024 de meerderheid verloren, waarna een nieuwe samenwerking ontstond. Nieuwe afspraken werden gemaakt onder de titel ‘Samen doordacht verder’. Voor wat betreft mobiliteit staat hierin: “Mobiliteit en bereikbaarheid is voor de Hoeksche Waard een belangrijk thema. Nu de Haringvlietbrug, de Heinenoordtunnel en de Kiltunnel zijn gerenoveerd, zetten we vol in op de infrastructuur op ons eiland. Verkeersveiligheid is een van de belangrijkste onderwerpen die een hogere urgentie krijgt. Verkeersveiligheid gaat niet alleen om fysieke maatregelen, maar juist ook om bewustwording en gedrag. Daarnaast zetten we in op het promoten van de fiets als vervoermiddel. We werken aan een mobiliteitsplan. Verkeersveiligheid en fiets zijn onderdeel van dat plan. De verwachting is dat omtrent de A4 geen ontwikkelingen plaatsvinden. Daarom richten we ons daar nu niet op en zetten we vooral in op de andere mobiliteitsopgaven binnen onze gemeente.”

Mobiliteitsplan Hoeksche Waard 2040 In het mobiliteitsplan – vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2025 - is een visie gevormd op het mobiliteitssysteem van de Hoeksche Waard, en hoe dit beter te maken is met oog op verkeersveiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en bereikbaarheid. In het mobiliteitsplan wordt (nog steeds) ingezet op de vorkstructuur, met daarbij een belangrijke rol voor de N217 als drager in de noordrand. Van belang is een goede verkeersafwikkeling en veilige inrichting van de N217, mede om ook sluipverkeer over dijk- en polderwegen te voorkomen (ten behoeve van de verkeersveiligheid en leefbaarheid).

Masterplan N217 - 13 mei 2025

3

Beleid provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland is de wegbeheerder van nagenoeg de gehele N217 (zie figuur 1.4). Enkel de Kiltunnel is in beheer bij het private wegschap Tunnel Dordtse Kil. Verder is de provincie ook opdrachtgever van het openbaar vervoer in Hoeksche Waard. De provincie is dan ook een belangrijke stakeholder voor het Masterplan en een belangrijke partner bij eventuele maatregelen aan de N217 en daarmee de bereikbaarheid van de Hoeksche Waard. De provincie staat voor goed functionerende provinciale infrastructuur, voor een vlotte en veilige afwikkeling van verkeer, en voor efficiënt en effectief beheer en onderhoud van hun wegareaal en bijbehorende objecten. Ook heeft de provincie als beleid om duurzame mobiliteit ten behoeve van gezondheid en leefbaarheid te stimuleren en te zorgen voor een adequaat en duurzaam aanbod aan openbaar vervoer (bron: Omgevingsvisie Provincie ZuidHolland). Eventuele aanpassingen aan provinciale wegen dienen te voldoen aan de provinciale ontwerprichtlijnen en criteria, zoals het Handboek Ontwerpcriteria Wegen. De provincie heeft de afgelopen jaren diverse aanpassingen aan de N217 uitgevoerd in het kader van de renovatie Heinenoordtunnel om tijdens de werkzaamheden de capaciteit van de N217 – al dan niet tijdelijk – te vergroten. Verder staan er vooralsnog geen grote aanpassingen aan de N217 op de agenda van de provincie.

In het Programma ZuidHollandse Infrastructuur 2023 schrijft de provincie dat zij budgetten de afgelopen jaren niet heeft geïndexeerd, en dat ze de komende jaren financiële tekorten verwacht, mede door de fors opgelopen materiaalkosten. De financiering van nieuwe projecten staat daarmee onder druk. Wel heeft de provincie de verantwoordelijkheid als wegbeheerder om te zorgen voor een goede weginrichting en vlotte en veilige verkeersafwikkeling op de N217.

Figuur 1.4: wegen naar wegbeheerder in de Hoeksche Waard. Te zien is dat de gehele N217 in beheer is bij de provincie, behalve de Kiltunnel die beheerd wordt door een privaat wegschap.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

4

2. Huidige situatie In dit hoofdstuk is de huidige situatie van de N217 geïnventariseerd aan de hand van vijf thema’s: weginrichting (2.1), verkeersveiligheid (2.2), gebruik van de weg (2.3), de capaciteit van de weg (2.4), en de doorstroming (2.5). In paragraaf 2.6 sluiten we het hoofdstuk af met een samenvatting van de analyse van de huidige situatie.

2.1 2.1.1

Weginrichting Wegcategorie, netwerkfunctie en snelheid

De N217 is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een standaardmaximumsnelheid van 80 km/u. Ter hoogte van enkele kruispunten bedraagt de maximumsnelheid lokaal 50 km/u ten behoeve van de verkeersveiligheid. De N217 is nagenoeg volledig in beheer van de provincie Zuid-Holland (inclusief kruispunten, ventwegen en fietspaden), uitzondering hierop is de Kiltunnel. De N217 heeft een regionale functie voor het ontsluiten van een groter gebied, uitzondering daarop is het meest westelijk deel tussen Oud-Beijerland en Nieuw-Beijerland die in het grotere netwerk minder belangrijk is. In figuur 2.1 en 2.2 is voorgaande in meerdere beelden weergegeven. In hoofdstuk 1 en figuur 1.2 is reeds beschreven dat de N217 een belangrijke schakel is in de ‘vorkstructuur’, voor onderlinge verbinding tussen de dorpen zorgt, en verbinding met de A29 en A16 (via de Kiltunnel).

Figuur 2.1: Wegcategorie en netwerkfunctie

Figuur 2.2: Maximumsnelheid op N217

Masterplan N217 - 13 mei 2025

5

2.1.2

Wegprofiel

Het wegprofiel van de N217 is wisselend. Over het algemeen is de N217 ingericht met 1x2rijstroken (dus 1 rijbaan voor beide rijrichtingen samen), en met een enkele of dubbele midden-asstreep. Provincie Zuid-Holland maakt in hun handboek Ontwerpcriteria Wegen (v5.0) onderscheidt qua gewenste weginrichting in een GOW type 1 en GOW type 2, en onderscheidt in een nieuwe weg of bestaande weg. In dit geval is de N217 ingericht als GOW type 2 met één rijbaan voor 2 rijrichtingen. Als de N217 nu nieuw aangelegd zou worden, zou waarschijnlijk in belangrijke mate voor een profiel conform GOW type 1 met gescheiden rijbanen worden gekozen vanwege de netwerkfunctie en het huidige gebruik. Bij de reconstructie van bestaande wegen wordt een krapper profiel geaccepteerd met een 1x2 profiel, een smallere rijbaan en smallere obstakelvrije zones/bermen. De verschillende profielen zijn in de volgende afbeeldingen weergegeven.

Figuur 2.2: standaard opbouw van een gebiedsontsluitingsweg type 1 (bron: Provincie ZuidHolland, Handboek Ontwerpcriteria wegen v5.0)

Figuur 2.3: standaard opbouw van een gebiedsontsluitingsweg type 2 (bron: Provincie ZuidHolland, Handboek Ontwerpcriteria wegen v5.0)

Figuur 2.4: mogelijk opbouw bij reconstructie van een bestaande gebiedsontsluitingsweg type 2 (bron: Provincie Zuid-Holland, Handboek Ontwerpcriteria wegen v5.0)

Masterplan N217 - 13 mei 2025

6

Het wisselt per wegvak in welke mate de N217 aan het krappere en ideale profiel voldoet. Met name het stuk tussen Oud-Beijerland en Nieuw-Beijerland kent significante afwijkingen van het benodigde profiel van een gebiedsontsluitingsweg. De rijbaan is hier krapper dan voorgeschreven. Er is onvoldoende obstakelvrije ruimte langs de rijbaan, en het fietspad ligt hier eigenlijk te dicht op de rijbaan van het gemotoriseerd verkeer. Hier zou meer ruimte tussen moeten zitten, zodat de veiligheid van fietsers meer geborgd is mocht een voertuig van de rijbaan geraken. Ook zijn er langs dit deel woningen en percelen direct ontsloten op de N217. Dit geldt ook voor het traject tussen Maasdam en ’s-Gravendeel wat niet ideaal is voor de doorstroming en verkeersveiligheid.

Figuur 2.5: Wegprofiel per weggedeelte van de N217

Figuur 2.6: tussen Nieuw-Beijerland en Stougjesdijk ligt een 1x2-

Figuur 2.7: tussen Oud-Beijerland en de A29 ligt een 1x2-

wegprofiel met deels een enkele midden-asstreep, en een

wegprofiel met dubbele midden-asstreep, en parallel een

vrijliggend fietspad dicht op de rijbaan

busbaan en ventweg voor landbouwverkeer en fietsers

Figuur 2.8: tussen de A29 en Maasdam ligt een 1x2-wegprofiel

Figuur 2.9: bij ’s-Gravendeel heeft de N217 deels een

met een parallelweg en deels een vrijliggend fietspad

2x2-wegprofiel met brede groene middenberm Masterplan N217 - 13 mei 2025

7

2.1.3

Kruispunten

In de huidige situatie kent de N217 26 kruispunten variërend in type, zie figuur 2.10. Het handboek van de provincie schrijft voor een bestaande GOW80 type 2 geen specifieke kruispuntinrichting voor. Volgens de CROW-publicatie ‘Handboek wegontwerp buiten de kom’ dient een kruising tussen twee gebiedsontsluitingswegen (1x2) als rotonde of met verkeerslichten ingericht te zijn. Voor kruisingen met erftoegangswegen zijn ook voorrangskruispunten toegestaan. Alle kruispunten voldoen aan deze richtlijn, behalve het voorrangskruispunt met de Hendrik Hamerstraat. Deze dient volgens de richtlijn als rotonde of met verkeerslichten uitgevoerd te zijn. Het handboek van de provincie stelt ook dat er tussen gelijkvloerse kruisingen op een gebiedsontsluitingsweg een minimale afstand aanwezig moet zijn vanwege doorstroming en verkeersveiligheid. Voor het deel van de N217 met een regionale functie geldt een minimale afstand van 1.000 meter tot een naastgelegen kruising, en gemiddeld tenminste 2.000 meter tot beide naastgelegen kruisingen. Voor het deel van de N217 met een ‘overige’ netwerkfunctie gelden respectievelijk 500 en 1.000 meter. In de huidige situatie wordt hier op diverse plekken op de N217 niet aan voldoen. Op veel trajectdelen liggen van oudsher gelijkvloerse kruisingen dichter op elkaar en wordt niet aan deze richtlijn voldaan, zoals rond Oud-Beijerland en rond ‘s-Gravendeel.

Enkele kruispunten zijn de afgelopen jaren aangepakt vanwege de werkzaamheden aan de Heinenoordtunnel om de extra verkeersdruk die dit tijdelijk gaf op de N217 op te vangen. Dit betreft het kruispunt van de N217 met de Polderweg (verkeerslichten geplaatst) en de rotonde Maasdamseweg bij ’s-Gravendeel. Ook is tijdelijk de wegcapaciteit bij ’s-Gravendeel plaatselijk verbreed, maar dit is in 2024 weer teruggedraaid. Belangrijke schakels zijn de aansluiting van de N217 op de A29, en rotonde de Bosschen bij Oud-Beijerland (zie figuur 2.11). Deze schakels kennen reeds een (relatief) hoge verkeersdruk waardoor er soms sprake is van oplopende vertragingen.

Figuur 2.10: vormgeving van de kruispunten op de N217 in huidige situatie

Masterplan N217 - 13 mei 2025

8

Figuur 2.11: rotonde de Bosschen bij Oud-Beijerland (1) en aansluiting N217-A29 (2)

2.1.4

Landbouwverkeer, parallelwegen & perceelaansluitingen

Van oudsher vindt in de Hoeksche Waard landbouw plaats en ook op dit moment bestaat de gemeente nog voor 70% uit landbouwgrond. Dit leidt tot veel landbouwverkeer in de omgeving van de N217. Vanwege verkeersveiligheid en doorstroming worden landbouwvoertuigen in beginsel niet toegestaan op een 80 km/u-weg zoals de N217. Landbouwverkeer mag maximaal 40 km/u, waardoor grote snelheidsverschillen optreden wat voor verkeersonveiligheid, vertraging en irritatie bij het andere autoverkeer kan zorgen. Langs bepaalde delen van de N217 zijn parallelwegen beschikbaar voor landbouwverkeer, op andere delen rijdt het landbouwverkeer wel op de N217 mee met het normale verkeer (zie figuur 2.12). Figuur 2.13 geeft aan dat de N217 (of parallelweg) onderdeel is van een groter netwerk van doorgaande landbouwroutes in Hoeksche Waard. Daaruit is ook op te maken dat er in veel gevallen ook geen reële alternatieve routes zijn voor landbouwverkeer dan over de N217. De provincie Zuid-Holland heeft in 2024 opnieuw afgewogen1 waar zij wel en niet landbouwverkeer op N-wegen in de provincie toestaan. Daarvoor is gekeken naar de functie van de weg, de verkeersintensiteit en de veiligheid. Hieruit volgt dat er geen nieuwe trajecten van de N217 extra open gesteld worden voor landbouwverkeer. Bestaande delen waar nu landbouwvoertuigen mogen rijden op de N217 blijven ongewijzigd.

Op de parallelwegen rijden overigens ook geregeld fietsers. De combinatie van fietsers en landbouwverkeer is vanuit de fietsveiligheid en fietsbeleving niet ideaal. In beginsel worden woningen en percelen – vanwege verkeersveiligheid en doorstroming niet direct ontsloten op een gebiedsontsluitingsweg. Woningen en percelen dienen ofwel via een parallelweg ofwel via een erftoegangsweg ontsloten te worden. Op het meest westelijk en oostelijk deel van de N217 komt dit echter wel voor en zijn er woningen, bedrijven en percelen direct ontsloten op de weg (figuur 2.12).

1

Zie ook: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/verkeer-vervoer/wegverkeer/landbouwverkeer/

Masterplan N217 - 13 mei 2025

9

Figuur 2.12: Structuur voor landbouwverkeer en perceelaansluitingen op N217

Figuur 2.13: Netwerk doorgaande landbouwroutes Hoeksche Waard (bron: Mobiliteitsplan)

2.1.5

Openbaar vervoer

Ook voor het openbaar vervoer in en rondom de Hoeksche Waard is de N217 een belangrijke schakel. Het busstation in Heinenoord – gelegen aan de N217 - vormt een overstappunt tussen de verschillende lijnen, om zo de verschillende dorpen onderling te verbinden als ook met Rotterdam en Dordrecht.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

10

Op de meeste delen rijden bussen gemengd mee met het autoverkeer op de N217 (zie figuur 2.14). Een goede verkeersafwikkeling op wegvakniveau is daarom ook voor het openbaar vervoer belangrijk. Tussen Oud-Beijerland en de A29 is een vrije busbaan gelegen. In figuur 2.15 is het OV-netwerk van de Hoeksche Waard weergegeven, inclusief het aantal bussen per dag per route, waarop te zien is dat met name tussen Oud-Beijerland en regio Rotterdam er relatief voor bussen rijden. In 2024 heeft de provincie Zuid-Holland het openbaar vervoer opnieuw aanbesteed. Vanaf december 2025 voert Transdev (Connexxion) opnieuw het openbaar vervoer uit. De bediening en lijnvoering in de nieuwe concessie lijkt in belangrijke mate op het huidige netwerk, met een verknoping bij busstation Heinenoord. Een belangrijke verandering in de nieuwe concessie is de opwaardering van de buslijn tussen Oud-Beijerland en Rotterdam naar R-net, en die op termijn ook door de nieuwe woonwijk Stougjeswijk gaat rijden. R-net is hoogwaardig openbaar vervoer (betrouwbaar, frequent en comfortabel), waarbij een goede doorstroming extra belangrijk is.

Figuur 2.14: trajecten van N217 met menging en ontvlechting van OV-bussen

Figuur 2.15: OV-netwerk en aantal bussen per dag per wegdeel (bron: Goudappel, 2023)

Masterplan N217 - 13 mei 2025

11

2.1.6

Fietsnetwerk

Het hoofdfietsnetwerk in de Hoeksche Waard loopt soms parallel aan de N217 en in andere gevallen door de kernen via andere wegen, zoals in Oud-Beijerland (zie figuur 2.16). Tussen de kernen is vooral sprake van utilitaire fietsroutes gericht op scholieren en forenzen. Diverse trajectdelen zijn daarnaast ook onderdeel van het recreatieve fietsnetwerk. Diverse fietsroutes langs de N217 maken tevens onderdeel uit van het provinciale hoofdfietsnetwerk. In figuur 2.17 zijn de fietsvoorzieningen langs de N217 inzichtelijk gemaakt. Langs delen van de N217 rijden fietsers gemengd met landbouwverkeer op parallelwegen, wat minder wenselijk is vanwege verkeersveiligheid en beleving. Ook als er een vrijliggend fietspad aanwezig is, is de situatie niet altijd optimaal. Zo liggen het fietspad en de rijbaan bij de N217 tussen Nieuw-Beijerland en Oud-Beijerland erg dicht op elkaar zonder geleiderail (vangrail) wat risico’s kan geven (bv. als een auto van de weg raakt) en als minder prettig kan worden ervaren. Verder sluit het fietspad tussen Maasdam en het recreatieoord niet aan op de parallelweg, waardoor fietsers altijd de N217 moeten oversteken.

Figuur 2.16: Gemeentelijk fietsnetwerk in Hoeksche Waard (bron: gemeentelijk Mobiliteitsplan)

Figuur 2.17: Fietsvoorzieningen langs de N217

Masterplan N217 - 13 mei 2025

12

2.2 2.2.1

Verkeersveiligheid Ongevallenconcentraties

Het verkeersveiligheidsniveau op de N217 blijkt onder meer uit het aantal ongevallen en specifiek het aantal ernstige ongevallen dat daar optreedt. Het verkeersveiligheidsniveau kan per trajectdeel verschillen vanwege een wisselende verkeersdruk en wisselende inrichting. Op basis van geregistreerde verkeersongevallen uit de periode 2014 tot en met 2022 is een analyse gedaan van het aantal ongevallen op de N217 (excl. parallelweg). Daarvoor is gekeken naar concentraties van ernstige ongevallen en naar het aantal ernstige ongevallen per kilometer weglengte voor de verschillende trajectdelen. Een ernstig verkeersongeval is een ongeval waarbij personen gewond raken of komen te overlijden. Niet alle verkeersongevallen worden geregistreerd. Dit betreft met name de eenzijdige verkeersongevallen en de ongevallen met enkel materiële schade (blikschade). De registratiegraad van de ernstige ongevallen is vaak wel beter. Desalniettemin moet opgepast worden om op basis van deze cijfers uitspraken te doen over de ontwikkeling van verkeersveiligheid over de jaren heen. Wel kan deze data gebruikt worden om de verkeersonveilige locaties op te sporen. Uit figuur 2.18 en 2.19 komen diverse wegvakken en locaties met een verhoogde concentratie van ernstige ongevallen naar voren.

Aandachtlocaties zijn het deel tussen de A29 en Maasdam en het deel van de N217 wat ten zuiden van Oud-Beijerland is gelegen. De N217 tussen Oud-Beijerland en de A29 komt hier dan weer niet uit naar voren, ondanks de hoge verkeersdruk hier. Op dit wegvak vinden wel geregeld ongevallen plaats, maar deze leiden minder vaak tot ernstige ongevallen met gewonden en doden.

Figuur 2.18: Heatmap ernstige verkeersongevallen op de hoofdrijbaan van de N217 (kaart: Goudappel, data 2014-2022)

Masterplan N217 - 13 mei 2025

13

Als we het aantal ernstige ongevallen in deze periode uitdrukken per kilometer weglengte voor de verschillende delen, dan springen de volgende trajecten (incl. de kruispunten op de betreffende trajecten) in het oog: •

N217 tussen A29 en kruispunt met Vrouwe Huisjesweg (in het bijzonder valt de kruising van de N217 en Blaakseweg op)

•

N217 tussen Vrouwe Huisjesweg en rotonde Maasdam (de kruising N217 – Polderweg valt hierin op, deze is in 2023 aangepakt);

•

N217 bij Oud-Beijerland tussen rotonde met de Randweg en rotonde Stougjesdijk (waarbij de rotonde N217-Langeweg het meest rood kleurt).

Figuur 2.19: veiligheidsscore per segment van de N217 (kaart: Goudappel, data 2014-2022)

2.2.2

Onveilige locaties binnen Hoeksche Waard

Naast de ongevallenanalyse van enkel de N217 is op basis van de CROSS-veiligheidsscore ook een top 10 samengesteld van de meest onveilige wegvakken en kruispunten in heel de Hoeksche Waard (zie figuur 2.20). De N217 komt meerdere keren in deze top 10 voor: •

Kruispunt N217 – Blaakseweg (#2 onveilig kruispunt)

•

Rotonde N217 – Langeweg (#7 onveilig kruispunt)

Ondanks de ongevallenconcentraties die op de N217 voorkomen, zijn er binnen de Hoeksche Waard op basis van de CROSS risicoscore dus andere meer urgentere verkeersveiligheidsknelpunten, zoals op diverse dijk- en polderwegen (Blaakseweg/Romeinseweg, Stougjesdijk, Molendijk) en straten binnen de kom (Zinkweg en Beneden Oostdijk in Oud-Beijerland, en de Dorpsstraat in Heinenoord). In diverse gevallen betreft dit ook wegen die op de N217 aansluiten.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

14

Figuur 2.20: top 10 meest onveilige kruispunten en top 10 meest onveilige wegvakken in Hoeksche Waard (bron: BLIQ-rapportage HW 2020-2024)

2.2.3

Vergelijking veiligheidsrisico provinciale wegen

Een lichtpuntje wat betreft verkeersveiligheid is dat in een analyse van het SWOV2 in opdracht van de provincie Zuid-Holland (zie figuur 2.21) het verkeersveiligheidsrisico en de ongevallendichtheid op de N217 beiden als laag zijn beoordeeld.

Figuur 2.21: Risicokaart provinciale wegen Zuid-Holland (bron: SWOV 2021)

2

Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

Masterplan N217 - 13 mei 2025

15

2.3

Verkeersintensiteiten

Het verkeersmodel Hoeksche Waard geeft inzicht in het huidige gebruik van de N217. In bijlage 2 is een nadere toelichting op het model opgenomen. Figuur 2.22 geeft weer hoeveel verkeer op een gemiddelde werkdag over de verschillende wegdelen rijdt. De dikte en de kleur van de lijn geeft de verkeersintensiteit weer. Duidelijk zichtbaar is de A29 waar dagelijks tienduizenden voertuigen per dag rijden. Binnen de Hoeksche Waard heeft de N217 duidelijk een belangrijke verkeersfunctie. Hierop concentreert het meeste verkeer zich. Wel kent de N217 een wisselende drukte. Met name de wegvakken direct aansluitend op de A29 zijn relatief druk (ca. 30.000 mvt/etm). Het meest westelijke deel (tussen Oud-Beijerland en Nieuw-Beijerland) is het rustigste (<10.000 mvt/etm). Het aandeel vrachtverkeer is met 10% tot 17% relatief hoog in vergelijking met andere wegen, waarbij het deel tussen de A29 en Maasdam procentueel gezien het meest vrachtverkeer kent. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de ligging van bedrijventerreinen in Heinenoord, Puttershoek, Maasdam, Strijen en ’s-Gravendeel.

Figuur 2.22: indicatie van de huidige verkeersintensiteiten (bron: verkeersmodel Hoeksche Waard, v1.4)3

Als we verder inzoomen op het drukste wegvak van de N217 tussen Oud-Beijerland en de A29, dan is ook duidelijk een spitsprofiel en een woon-werkpendel zichtbaar. Veel verkeer concentreert zich in de ochtend- en avondspits. ’s Ochtends rijdt veel verkeer richting de A29 en 's middags richting huis. Dit is ook logisch gezien een kleine 40% van de beroepsbevolking van de Hoeksche Waard werkt in noordelijk gelegen regio’s (zoals Rotterdam en elders in Zuid-Holland). Onder inwoners van de noordrand van de Hoeksche Waard is deze woon-werkrelatie mogelijk nog sterker (bron: CBS, Woon- werkrelaties). 3

Het verkeersmodel wordt waarschijnlijk in 2025/2026 compleet vernieuwd en geactualiseerd. Dan

wordt een nieuw en recenter basisjaar – als indicatie van de huidige situatie - opgesteld.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

16

2.4

Intensiteit / capaciteit

De capaciteit van een wegvak gaat over het aantal voertuigen dat daar binnen één uur maximaal overheen kan rijden. Het CROW stelt in het handboek wegontwerp (versie 2025) dat een gebiedsontsluitingsweg type 2x1 een capaciteit heeft van ongeveer 1.500 pae (personenauto-equivalent) per uur per richting. Afhankelijk van de verdeling van het verkeer over beide rijrichtingen kan de capaciteit oplopen tot 1.600 pae/h per richting. Een gebiedsontsluitingsweg 2x2 kent een capaciteit van 1.800 – 2.000 pae/h per rijstrook (bron: CROW Handboek Gebiedsontsluitingswegen). Bij 2x2 is de capaciteit per rijstrook dus hoger, omdat verkeer langzaam rijdende voertuigen in kan halen. De hiervoor genoemde capaciteit is een indicatie en geldt onder normale omstandigheden (droog, licht) en bij circa 10% vrachtverkeer. De omstandigheden variëren echter in de praktijk, waardoor de capaciteit eigenlijk geen statische waarde is. Er kunnen situaties voorkomen dat de capaciteit van de weg hoger of lager ligt. Uiteindelijk wordt dit bepaald door het rijgedrag van mensen. Voor twee maatgevende locaties (#4 en 5 van de kaart in figuur 2.22) is nader inzicht gegeven in het intensiteitsverloop over de dag en de verhouding tot de capaciteitswaarde van het wegvak. N217 Oud-Beijerland - Tienvoet (locatie #4) De N217 tussen Oud-Beijerland en rotonde Tienvoet is een van de drukste wegvakken van de gehele N217.

Figuur 2.23 toont de intensiteit per uur op een werkdag afgezet tegen de capaciteit. In de grafiek is duidelijk de ochtendspits en avondspits zichtbaar. In de ochtendspits ligt de intensiteit tussen 7 en 8 uur meestal nog net onder de 1.500 mvt/uur, al doen zich al dagen/momenten voor dat de intensiteit hoger ligt. Tussen 17 en 18 uur komt de intensiteit bijna op de 1.500 mvt/uur uit, en soms gaat de intensiteit er overheen. Dit is een indicatie dat dit wegvak tegen zijn capaciteit aanzit. Bij een hogere IC-verhouding neemt de kans op vertragingen en filevorming steeds meer toe.

Figuur 2.23: intensiteitsverloop op een werkdag op de N217 Oud-Beijerland – Tienvoet (bron data: NDW, bewerking Goudappel, data over Q1 2025)

N217 Reedijk - Vrouwe Huisjesweg (locatie #5) In figuur 2.24 is eenzelfde grafiek voor de N217 tussen de Reedijk en Vrouwe Huisjesweg opgenomen. Deze laat zien dat op dit deel van de N217 de uurintensiteit de gehele dag nog

Masterplan N217 - 13 mei 2025

17

ver onder de wegvakcapaciteit ligt. Hier zal het wegvak dus geen rol spelen in de kwaliteit van de verkeersafwikkeling, én er is nog geruime restcapaciteit om een verkeerstoename op te vangen.

Figuur 2.24: intensiteitsverloop op een werkdag op de N217 Reedijk - Vrouwe Huisjesweg (bron data: NDW, bewerking Goudappel, data over Q1 2025)

Benchmark etmaalintensiteiten N-wegen Er is geen duidelijk omslagpunt of grenswaarde te noemen waarbij een N-weg uitgebreid moet worden naar een 2x2-profiel. De provincie Zuid-Holland heeft hier geen sluitend beleid voor, en weegt maatregelen af op basis van prioriteit en beschikbaar budget. Soms wordt een dagelijkse verkeersintensiteit genoemd vanaf 20.000 mvt/etm om te beginnen te spreken over een mogelijke verbreding naar 2x2, maar vaker ligt de etmaalintensiteit nog veel hoger voordat een weg uiteindelijk verbreed wordt naar 2x2. Vaak speelt ook het economisch belang en de netwerkfunctie van de weg een rol in deze afweging. Ter referentie is gekeken naar de verkeersintensiteit (in 2022) op een aantal andere N-wegen in Zuid-Holland en het aantal rijstroken wat daar gelegen is: •

N211 Den Haag-Zuid

2x2

45.000 – 70.000 mvt/etm

•

N3 Dordrecht

2x2

45.000 – 50.000 mvt/etm

•

N11 Alpen a/d Rijn

2x2

40.000 – 50.000 mvt/etm

•

N457 tussen A12 en A20

2x2

20.000 – 25.000 mvt/etm

•

N206 Leiden

2x1

40.000 – 45.000 mvt/etm

•

N57 Brielle – Hellevoetsluis

2x1

20.000 – 25.000 mvt/etm

•

N209 Lansingerland

2x1

20.000 – 25.000 mvt/etm

•

N470 Pijnacker

2x1

15.000 – 20.000 mvt/etm

Hieruit blijkt dat de N217 tussen Oud-Beijerland en de A29 een van de drukste N-wegen in Zuid-Holland met een 2x1 profiel is. De verkeersintensiteit op dit deel betreft zo’n 30.000 verkeersbewegingen per dag en dit loopt op naar zo’n 35.000 in 2040. Enkel de N206 bij Leiden, de Europaweg, is een N-weg (binnen Zuid-Holland) met een 2x1 profiel met hogere intensiteiten. Op de N206 Europaweg rijden dagelijks 45.000 motorvoertuigen. Desondanks is de verkeersafwikkeling hier vaak nog best goed. Dat komt ook omdat het verkeer gelijkmatiger over de dag verdeeld is. Drukte in de spitsuren kan ervoor zorgen dat mensen hun gedrag aanpassen en vaker buiten de spits gaan reizen, wat bijdraagt aan het beter benutten van de wegcapaciteit.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

18

2.5

Doorstroming

De doorstroming op de N217 is grotendeels afhankelijk van de verkeersafwikkeling bij de kruispunten. De tussenliggende wegvakken zijn veelal minder maatgevend voor de doorstroming. De doorstroming op de N217 is belangrijk voor de bereikbaarheid van met name de noordrand van de Hoeksche Waard. In bijlage 1 zijn verschillende analyses opgenomen van de doorstroming op de N217. Enerzijds is gekeken naar de huidige doorstroming om knelpunten (filekiemen) op te sporen, anderzijds zijn analyses gedaan van de reistijd op verschillende segmenten van de N217. Op delen waar de bus mee rijdt, ondervindt dus ook het openbaar vervoer hinder van deze vertragingen.

Figuur 2.25: samenvatting van de analyse van de huidige doorstroming (zie bijlage 1)

Hieruit volgen diverse aandachtlocaties voor wat betreft doorstroming: A.

Aansluiting A29-N217, zorgt zowel in de ochtend- als in de avondspits geregeld voor wachtrijvorming in beide richtingen, we zien de volgende knelpunten: i.

In de ochtendspits gaat er een grote verkeersstroom vanuit OudBeijerland richting A29, waardoor vanaf de verkeerslichten bij de A29 wachtrijvorming op kan treden.

ii.

Ook vanuit de richting van Maasdam is er in de ochtendspits een behoorlijke grote verkeersstroom naar de A29, waardoor wachtrijen en vertragingen oplopen.

iii.

In de avondspits is er juist een grote stroom vanuit regio Rotterdam, vanaf de A29, naar de N217 richting Oud-Beijerland en Maasdam. Deze verkeersstroom ervaart juist op de afrit richting de verkeerslichten oplopende vertraging waarbij de file kan oplopen tot op de hoofdrijbaan van de A29.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

19

B.

Kruispunt Vrouwe Huisjesweg, zowel in de ochtend- als avondspits lijkt het kruispunt met de Vrouwe Huisjesweg onvoldoende capaciteit te hebben om het verkeer goed af te wikkelen, en waardoor wachtrijvorming optreedt. Wel loopt de vertraging hier minder hoog op dan op de N217 tussen Oud-Beijerland en A29.

C.

Rotonde de Bosschen, dit is een grote meerstrooksrotonde waar verkeer vanuit verschillende richtingen samenkomt. In de ochtendspits kan de drukte hier soms oplopen waardoor er wat langere wachtrijen ontstaan.

D.

N217 rond rotonde Langeweg, de N217 aan de zuidkant van Oud-Beijerland kent ook enige wachtrijvorming rond de rotondes die hier liggen. Met name de rotonde met de Langeweg is druk belast, met zowel een grote verkeersstroom over de N217, maar ook een relatief grote verkeerstroom over de Langeweg.

Voor elk van deze trajecten en kruispunten geldt, dat de situatie hier van dag tot dag verschilt, en dat hier niet elke dag en elke spits doorstromingsproblemen zijn. Er zijn ook dagen en spitsperioden dat de doorstroming goed is. Met name op dinsdagen en donderdagen staat de verkeersdoorstroming onder druk. De andere weekdagen ligt de verkeersintensiteit doorgaans lager en zijn er minder vaak doorstromingsproblemen. De andere trajecten van de N217 lijken over het algemeen goed te functioneren. Hier worden nauwelijks doorstromingsknelpunten waargenomen. Doorstroming op N217-traject Oud-Beijerland – A29 Het traject Oud-Beijerland – A29 kent de hoogste verkeersdruk, dit wegvak zit ogenschijnlijk tegen zijn capaciteit aan en soms eroverheen, en hier treden het vaakst vertragingen op, daarom is nader ingezoomd op de doorstroming op dit traject. In de ochtendspits wordt met name richting de A29 vertraging ervaren. Zo blijkt ook uit de nadere analyses die in bijlage 1 zijn opgenomen. Richting Oud-Beijerland stroomt het verkeer op de N217 in beide spitsen veelal goed door. Al komt dat doordat verkeer vaak al op de afrit van de A29 naar de N217 in een wachtrij komt en vanaf daar gebufferd wordt om de N217 op te komen. In figuur 2.26 is de gemiddelde reistijd per rijrichting weergegeven voor ieder moment van de dag en per weekdag (analyse o.b.v. data over 2023).

Hieruit blijkt dat op een dinsdag en donderdag meer vertraging optreedt dan op een vrijdag. Op een maandag en woensdag ligt de gemiddelde reistijd hiertussen in. In tabel 2.1 is de reistijd uitgedrukt in een indexcijfer ten opzichte van de reistijd in normale verkeerscondities. Hieruit blijkt dat op een gemiddelde dinsdag tussen 7 en 9 uur de reistijd op dit traject 51% langer is dan normaal. In de avondspits is de vertraging minder groot en minder structureel. De reistijd richting de A29 kan oplopen tot zo’n 30% meer reistijd dan normaal. In de andere richting zie je nauwelijks vertraging optreden, dat komt met name omdat die vertraging op de A29 zelf optreedt. Deze vertraging vindt dus niet op de N217 plaats en is niet in de grafieken weergegeven.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

20

Figuur 2.26: reistijd op de N217 tussen Oud-Beijerland en de A29 (data: NDW 2023)

N217 van Oud-Beijerland naar A29…

..van A29 naar Oud-Beijerland

Tabel 2.1: index reistijd t.o.v. reistijd in normaal verkeer per uur en dag van de week op de N217. Van Oud-Beijerland naar A29 (links) en van A29 naar Oud-Beijerland (rechts)

Masterplan N217 - 13 mei 2025

21

2.6

Samenvatting huidige situatie

Weginrichting niet overal conform ontwerprichtlijnen 80km-weg Bij een tweetal trajecten van de N217 is sprake van een minder passende weginrichting voor een gebiedsontsluitingsweg 80 km/u vanwege de aanwezigheid van erfaansluitingen, landbouwverkeer op de rijbaan/ontbrekende parallelweg, smaller dwarsprofiel en een smalle wegberm. Dit betreft het traject tussen Nieuw-Beijerland en Oud-Beijerland en het traject tussen Maasdam en ’s-Gravendeel. Voor dit laatste traject is met de provincie afgesproken om de parallelweg te realiseren voor de afwikkeling van landbouwverkeer. Het vrijliggende fietspad wat hier nu is gelegen blijft behouden en wordt verlegd. Minder veilige wegvakken en menging fiets en trekkers op parallelwegen Verschillende trajecten van de N217 worden – gelet op het aantal ernstige ongevallen – als minder veilig beschouwd. Dit betreft in de eerste plaats het traject tussen de A29 en Maasdam, op de tweede plaats betreft dit het traject ten zuiden van Oud-Beijerland tussen de rotondes met de Randweg en Stougjesdijk. Bij het eerste wegvak is sprake van een relatief hoge verkeersdruk met wachtrijvorming in de ochtend- en avondspits. Daardoor komen kop-staartbotsingen voor. Ook op de kruispunten vinden soms ernstige ongevallen plaats, bijvoorbeeld bij het voorrangskruispunt met de Blaakseweg.

Ook de wat scherpere bocht richting Maasdam valt op, ook hier hebben (mogelijk vanwege de wegligging) meerdere verkeersongevallen plaats gevonden. Tot slot, is de menging van fietsers en landbouwverkeer op de parallelwegen niet ideaal voor de fietsveiligheid en beleving.

Figuur 2.27: belangrijke aandachtspunten voor verkeersveiligheid

Risicovolle kruispunten: rotonde Langeweg en kruispunt Blaakseweg Ongevallenconcentraties zijn vooral zichtbaar op en rond kruispunten, zoals de rotonde N217-Langeweg bij Oud-Beijerland, en bij het ongeregeld voorrangskruispunt N217Blaakseweg. Bij de rotonde Langeweg steken ook veelvuldig fietsers over, onder meer

Masterplan N217 - 13 mei 2025

22

scholieren onderweg naar school of mensen onderweg naar de voetbalclub. Ook is deze rotonde best druk met autoverkeer, bestaande uit zowel een drukke oost-west verkeersstroom over de N217 als een drukke noord-zuid verkeersstroom over de Langeweg en naar bedrijventerrein Hoogerwerf. Daardoor zijn er veel conflicterende verkeersstromen wat mede bijdraagt aan een hoger ongevalsrisico. Bij de Blaakseweg heeft verkeer op de N217 voorrang op verkeer van de zijwegen (zowel autoverkeer als fietsers die de N217 over willen steken). Het kan hier lastig zijn voor automobilisten en overstekende fietsers om de situatie goed in te schatten, mede vanwege de hoge snelheid van het autoverkeer op de N217. Hier geldt lokaal een maximumsnelheid van 50 km/u, maar de gemiddelde snelheid ligt met ca 55 km/u hoger, en zo’n 15% rijdt 70 km/u of harder. Doorstroming De trajecten aansluitend op de A29 zijn verreweg het drukste en hier vinden dan ook het vaakst doorstromingsproblemen plaats. Dit betreft het traject tussen Oud-Beijerland en de A29 en tussen Maasdam en de A29, waarbij het eerste traject qua intensiteit/capaciteitverhouding het slechtste scoort. De doorstroming op deze trajecten staat echter nog niet dagelijks en iedere spits onder druk. Dinsdagen en donderdagen zijn het drukste, en er is een duidelijke spitsrichting te zien.

Relatief veel inwoners van Hoeksche Waard werken in regio Rotterdam, waardoor er ’s ochtends een grote uitgaande pendel is, en ’s middags / ’s avonds juist een grote inkomende pendel. Kritische locaties voor de doorstroming op de N217 zijn de aansluiting met de A29, de Bosschenrotonde, rotonde Langeweg en het kruispunt met de Vrouwe Huisjesweg.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

23

3. Blik op de toekomst Om de N217 toekomstbestendig te maken, is het belangrijk rekening te houden met trends en toekomstige ontwikkelingen die van invloed zijn op de N217. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste trends en ontwikkelingen. Het betreft zowel initiatieven voor nieuwe woningen, uitbreidingen van bedrijventerreinen, maar ook infrastructurele projecten. Tegelijkertijd zijn er ook minder zichtbare ontwikkelingen zoals vergrijzing van de bevolking en veranderingen in autobezit die uiteindelijk ook effect hebben op de verkeersintensiteit op de N217. De relatie en impact van deze ontwikkelingen op de N217 zijn in dit hoofdstuk beschouwd. Middels prognoses van de verkeerssituatie met het verkeersmodel is inzicht gegeven in de toekomstige intensiteiten en drukte op de N217 in 2040.

3.1

Woningbouw en andere ontwikkelingen

Woningbouw in de Hoeksche Waard De Hoeksche Waard heeft een woningbouwopgave: er is behoefte aan meer woningen in de gemeente. Daarom staat de gemeente op diverse locaties de bouw van nieuwe woningen toe. De grootste woningbouwontwikkelingen richting 2040 vinden plaats in Oud-Beijerland (Stougjeswijk), Numansdorp (Torensteepolder en Molenpolder) en ’s-Gravendeel (’sGravendeel-West). Ook op andere locaties in Hoeksche Waard worden (op kleinere schaal) nieuwe woningen gebouwd. In bijlage 2 is in meer detail opgenomen welke woningbouwontwikkelingen zijn meegenomen in de verkeersprognoses. Demografische veranderingen: groei en vergrijzing Door de bouw van nieuwe woningen is de verwachting dat het aantal inwoners van de Hoeksche Waard toeneemt. Op basis van bevolkingsprognoses van de provincie ZuidHolland groeit de bevolking daarmee van circa 90.000 inwoners in 2024 naar 97.000 tot 103.000 inwoners in 2040. Daarbij geven we bewust een bandbreedte weer, omdat er richting de toekomst diverse onzekerheden zijn, zoals het aantal nieuwe woningen dat daadwerkelijk gebouwd gaat worden komende jaren. Naast woningbouw treden ook veranderingen op in de bevolkingssamenstelling. De bevolking van de Hoeksche Waard vergrijst, net zoals in vele andere gebieden in Nederland.

Het aantal 65-plussers in de Hoeksche Waard neemt met zo’n 40% toe richting 2040, terwijl het aantal 20-65-jarigen min of meer gelijk blijft. De Hoeksche Waard vergrijst daarmee sterker dan het landelijk gemiddeld. Dit heeft ook impact op het mobiliteitssysteem, omdat ouderen ander verplaatsingsgedrag hebben dan mensen in de werkende leeftijd. Ouderen zijn minder gebonden aan tijden zoals de ochtend- en avondspits om ergens naar toe te gaan. En mensen worden naar mate ze ouder worden ook steeds minder mobiel. Dat kan er dus ook voor zorgen dat de verkeersdruk op de wegen minder sterk zal toenemen dan bij eerdere bevolkingstoenames.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

24

In bijlage 2 zijn de demografische ontwikkelingen evenals de ontwikkelingen in autobezit en autogebruik in meer detail toegelicht. Nieuwe bedrijvigheid met name op de bedrijventerreinen in noordrand Nieuwe bedrijvigheid wordt met name in de noordrand van de Hoeksche Waard op bedrijventerreinen voorzien, zoals bedrijventerrein Reedijk, Heinenoord, Puttershoek (Shipp21) en Mijlpolder. De afgelopen jaren hebben al diverse uitbreidingen op deze locaties plaats gevonden, maar er zijn op diverse bedrijventerreinen nog kavels die nog ontwikkeld gaan/kunnen worden. De belangrijkste/grootste daarvan betreft de verdere ontwikkeling van bedrijventerrein Puttershoek (Shipp21). Zie verder bijlage 2 voor een nadere toelichting.

3.2

Infrastructurele projecten

Richting 2040 zijn enkele grote infrastructurele projecten voorzien in de Hoeksche Waard. In deze paragraaf geven we een overzicht van enkele projecten/ideeën, de status daarvan en de mogelijke impact op de situatie van de N217: •

Parallelweg N217 tussen Maasdam en ’s-Gravendeel is bedoeld voor landbouwverkeer. In de huidige situatie rijden landbouwvoertuigen mee met het andere verkeer op de hoofdrijbaan. Door de aanleg van de parallelweg wordt de doorstroming en verkeersveiligheid verbeterd. Het bestaande fietspad blijft behouden en wordt verlegd, daarmee wordt de fietsaantrekkelijkheid en veiligheid geborgd. De verwachting is dat in 2025 de aanbestedingsprocedure doorlopen kan worden, waarna meer zicht komt op een concrete planning voor de uitvoering.

•

Randweg Klaaswaal. In de huidige situatie rijdt veel verkeer (tussen twee provinciale wegen) dwars door de kern van Klaaswaal. De randweg heeft als doel verkeer meer buiten om te leiden en daarmee de leefbaarheid en verkeersveiligheid in Klaaswaal te verbeteren. De randweg kent twee fases. Fase 1 betreft de korte oostelijke randweg, een verkorte versie van de gehele randweg. Op lange termijn is de ambitie om de randweg rechtdoor te trekken naar de N487/Energieweg bij Numansdorp. In 2026 moet het omgevingsplan voor de nieuwe weg vastgesteld zijn en onherroepelijk worden, waarna met de aanleg gestart kan worden. Door de randweg Klaaswaal zullen verkeersstromen iets wijzigen, waardoor ook de belasting van de N217 iets verandert.

•

A4-Zuid betreft het idee om de snelweg A4 vanuit Rotterdam door te trekken naar de A29 in de Hoeksche Waard. Over dit stukje snelweg wordt reeds meer dan 60 jaar gesproken, en is het laatste ontbrekende stuk in de A4 tussen Rotterdam en Antwerpen. Voor het gehele tracé tussen knooppunt Benelux en Klaaswaal zijn ruimtereserveringen gemaakt. De realisatie van de A4-zuid met een aansluiting in de Hoeksche Waard kan ervoor zorgen dat verkeer in de Hoeksche Waard beter wordt verdeeld en de druk op de Heinenoordtunnel, A29 en de N217 wordt verminderd. Hiermee wordt de robuustheid en bereikbaarheid van het verkeerssysteem in Hoeksche Waard vergroot, vooral bij calamiteiten. Een nieuwe snelweg kan ook grote impact hebben op landschap, natuur en de leefomgeving. Gemeente Hoeksche Waard ziet de A4 Zuid dan ook enkel haalbaar als deze geen negatieve gevolgen heeft voor het landschap en bewoners. Tegelijkertijd stelt het huidige college van gemeente Hoeksche Waard ook dat zij geen regionale/landelijke ontwikkelingen verwachten op dit dossier, en zich daar dan ook niet

Masterplan N217 - 13 mei 2025

25

op richten en juist inzetten op andere mobiliteitsopgaven. Daarom gaan we er voor nu vanuit dat deze nieuwe wegverbinding er voorlopig niet komt (tot aan 2040). •

Bevriezen tol Kiltunnel. Voor een passage door de Kiltunnel dient een weggebruiker tol te betalen. Tol was/is nodig om de tunnel te kunnen aanleggen en te onderhouden. De Kiltunnel is in eigendom en beheer van het ‘Wegschap Tunnel Dordtse Kil’. Dit is een gemeenschappelijke regeling van de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Hoeksche Waard en Dordrecht. De betrokken overheden zijn overeengekomen het toltarief te bevriezen. In de loop der tijd wordt een tunnelpassage daarmee relatief steeds goedkoper omdat de toltarieven niet worden geïndexeerd voor inflatie. Daarmee neemt de drempel om de tunnel te gebruiken steeds meer af. Dit kan ervoor zorgen dat mensen met een herkomst of bestemming in het gebied rond Puttershoek, Maasdam en ’s-Gravendeel in de toekomst iets vaker richting de A16 zullen rijden, dan via de A29. Dat kan zorgen voor een ontlasting van de druk op de aansluiting N217-A29, en voor een toename van verkeer door de Kiltunnel.

Naast voorgenoemde ontwikkelingen werkt de gemeente ook op andere vlakken om het verkeer en vervoer in de Hoeksche Waard beter te organiseren. Andere lopende projecten hebben in veel gevallen geen significante impact op de N217 en zijn daarom hier niet verder benoemd. Dit betreft onder meer Hoeksche Waard Zuidwest, Westelijke ontsluitingsroute Numansdorp, diverse nieuwe fietspaden, en ook de verschillende infrastructuuraanpassingen die direct gekoppeld zijn aan ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw).

3.3

Prognose toekomstige verkeersintensiteiten 2040

De bouw van nieuwe woningen zorgt voor meer inwoners in de gemeente en daarmee voor meer mobiliteit. Uitbreiding van bedrijventerreinen kan zorgen voor meer vrachtverkeer en ander bedrijfsmatig verkeer. Maar ook demografische ontwikkelingen (vergrijzing), autonome groei (toename autobezit), regionale projecten en landelijk mobiliteitsbeleid (zoals de hoogte van brandstofaccijnzen) zijn van invloed op autobezit, autogebruik en routekeuze. In het verkeersmodel Hoeksche Waard worden zoveel mogelijk van deze ontwikkelingen meegenomen om prognoses te maken van de toekomstige verkeersintensiteiten. Om rekening te houden met onzekerheden naar de toekomst maakt het model prognoses voor twee scenario’s: 2040 Hoog en 2040 Gemiddeld. Het verschil tussen deze scenario’s is de mate waarin de komende jaren woningen bij worden gebouwd en in hoeverre de bevolking van Hoeksche Waard groeit (naar 103.000 inwoners in scenario Hoog of 97.000 inwoners in scenario Gemiddeld). In deze paragraaf beschrijven we de verkeersintensiteiten voor scenario 2040 Hoog. In bijlage 2 zijn een nadere toelichting op het verkeersmodel, de gehanteerde uitgangspunten en de resultaten van 2040 Gemiddeld opgenomen. In figuur 3.1 is de verkeerstoename tussen het basisjaar 2018 en het toekomstscenario 2040Hoog op basis van het verkeersmodel inzichtelijk gemaakt.

De dikte van de lijnen geeft aan hoeveel verkeer er op een gemiddelde werkdag over een weg of straat rijdt. Groen en rood duiden respectievelijk op een afname en een toename van de verkeersintensiteit in

Masterplan N217 - 13 mei 2025

26

2040 ten opzichte van 2018. Hieruit blijkt dat de meeste wegen drukker worden. De grootste verkeerstoenames vinden plaats op de A29 en de N217. Op veel straten in woonwijken of wegen in het buitengebied blijft het verkeer stabiel of zijn de verkeerstoenames beperkt. Uitzondering hierop zijn de gebieden waar nieuwe woningen of bedrijven komen. In tabel 3.1 zijn de verkeersintensiteiten op een aantal wegvakken van de N217 opgenomen. De wegvakken zijn in figuur 3.2 op kaart weergegeven. Uit tabel 3.1 is op te maken dat de verkeerstoename verschilt per wegvak. De toename varieert van +11% tot +54%, en van +1.000 tot +8.600 bewegingen per etmaal. De grootste toename wordt verwacht in de Kiltunnel (+54% / +8.600 mvt/etm). Dat komt deels door groei in inwoners en bedrijvigheid in deze hoek van de Hoeksche Waard, maar ook doordat de A29 en de aansluiting A29/N217 drukker zijn en verkeer vaker andere routes gaat nemen. Daarna vindt de grootste absolute toename plaats op de N217 tussen Oud-Beijerland en de A29 (+17% / +5.100 mvt/etm), onder andere door Stougjeswijk. Uit figuur 3.7 blijkt ook een risico op sluipverkeer over parallelle routes van de N217. Door de verkeerstoename op de N217 wordt een slechtere doorstroming op de N217 verwacht, waardoor het risico bestaat dat weggebruikers vaker gaan sluipen (onder andere via de route Brabersweg – Buijenseweg en via Goidschalxoord).

Dat is niet wenselijk vanuit de verkeersveiligheid en leefbaarheid. Wel is het model een versimpeling van de werkelijkheid, en kan hier mogelijk sprake zijn van een overschatting van het probleem. Het is uiteraard wel belangrijk om aandacht te hebben voor dit risico op sluipverkeer en mogelijke maatregelen.

Figuur 3.1: ontwikkeling verkeersintensiteit tussen 2018 en 2040Hoog op een gemiddelde werkdag in mvt/etm (bron: verkeersmodel Hoeksche Waard, v1.4)

Masterplan N217 - 13 mei 2025

27

1

N217 - van/naar Nieuw-Beijerland

Basisjaar 2018 9.400

2

N217 - tussen Langeweg en Stougjesdijk

14.200

17.000

+20%

+2.800

3

N217 - bocht rond Stougjeswijk

11.000

13.300

+21%

+2.300

+17%

+5.100

nr. wegvak

2040 Hoog 10.400

Relatief effect +11%

Absoluut effect +1.000

4

N217 - tussen OB en A29

29.700

34.800

5

N217 - nabij Reedijk N217 - tussen Polderweg en Maasdam

19.900 17.900

22.300

+12%

+2.400

6

20.400

+14%

+2.500

7

N217 - Maasdam en 's-Gravendeel

13.800

18.200

+32%

+4.400

8

N217 - Kiltunnelweg

16.000

24.600

+54%

+8.600

Tabel 3.1: intensiteiten op wegvakken van de N217 in het basisjaar en prognose 2040 Hoog voor een gemiddelde werkdag in mvt/etm (bron: verkeersmodel Hoeksche Waard, v1.4)

Figuur 3.2: wegvakken op de N217 waarvoor de intensiteiten zijn opgenomen in tabel 3.1

3.4

Toekomstige verkeersafwikkeling

Gezien de verkeerstoename naar 2040 uit de vorige paragraaf is de vervolgvraag wat dit betekent voor de doorstroming (ook wel de verkeersafwikkeling genoemd). De verkeersafwikkeling op de N217 wordt in belangrijke mate bepaald door de capaciteit van kruispunten en rotondes. De tussenliggende wegvakken zijn in de meeste gevallen niet maatgevend, uitzondering hierop is (soms) de N217 tussen Oud-Beijerland en de A29. Bij een verdere toename van de verkeersintensiteiten zullen bestaande knelpunten erger worden en ontstaan mogelijk nieuwe knelpunten, wat tot meer wachtrijvorming en vertragingen kan leiden. Om dit te beoordelen zijn nadere analyses uitgevoerd van de verkeersafwikkeling bij de drukste kruispunten. Ook is een beschouwing gegeven van de capaciteit van de wegvakken, met name voor het traject tussen Oud-Beijerland en de A29. 3.4.1

Kruispunten

Op basis van de prognose van 2040Hoog zijn de kruispunten geïdentificeerd die het zwaarst worden belast in de toekomst. Met behulp van kruispuntanalysetools zijn vervolgens

Masterplan N217 - 13 mei 2025

28

berekeningen gedaan om de kwaliteit van de verkeersafwikkeling te bepalen. Van de totaal 23 kruispunten op de N217 zijn er 12 doorgerekend (vanwege een hoge verzadigingsgraad in het statische verkeersmodel). In bijlage 3 zijn de resultaten van deze berekeningen opgenomen en nader toegelicht. In figuur 3.3 is per kruispunt aangegeven of deze in de toekomst voldoende capaciteit heeft of dat er mogelijk afwikkelingsproblemen ontstaan. In 2040 Hoog zijn 10 kruispunten waarschijnlijk en/of mogelijk niet meer toereikend om het verkeer vlot af te wikkelen, dit betreft de volgende: 1.

Rotonde N217 – Langeweg bij Oud-Beijerland (enkelstrooksrotonde)

2.

Rotonde N217 – Stougjesdijk (in geval Stougjeswijk hierop ontsloten wordt)

3.

Rotonde de Bosschen (N217 – Stougjesdijk – Jan van der Heijdenstraat)

5/6/7.

Aansluiting N217-A29 en kruispunt Reedijk (gekoppelde verkeerslichten)

8.

Kruispunt N217 – Vrouwe Huisjesweg (verkeerslichten)

10.

Rotonde N217 – ’s-Gravendeelsweg (enkelstrooksrotonde)

11.

Kruispunt N217 – Hendrik Hamerstraat (voorrangskruispunt)

12.

Kruispunt N217 – Kiltunnelweg – De Havelaar (voorrangskruispunt)

Figuur 3.3: Oordeel per kruispunt of de huidige vormgeving in toekomst toereikend is om verkeer af te wikkelen (bron: analyse Goudappel, zie bijlage 3)

3.4.2

Wegvakken

Met het verkeersmodel Hoeksche Waard is voor ieder wegvak een indicatie verkregen van de verhouding tussen de intensiteit en capaciteit (IC-verhouding). De IC-verhouding geeft een globale indicatie van de verkeersafwikkeling, al zijn de kruispunten veelal maatgevend. Hoe hoger de IC-verhouding, hoe hoger de kans op filevorming en wachtrijen. In figuur 3.4 is de IC-verhouding weergegeven van alle wegvakken in de ochtend- en avondspits. Wat als eerste opvalt is de A29. Deze heeft zowel in de ochtend- als in de avondspits een IC-verhouding groter dan 70%, dit duidt erop dat op de A29 in de toekomst vaker doorstromingsproblemen optreden.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

29

Verder kennen ook verschillende delen van de N217 een hoge IC-verhouding (>70%). Opnieuw blijkt hieruit dat het wegvak tussen Oud-Beijerland en de A29 het drukste en meest verzadigd is. In de ochtendspits loopt de IC-verhouding tussen de rotonde Tienvoet en de A29 zelfs boven de 100% op, in de avondspits is juist de andere richting van A29 naar OudBeijerland oververzadigd. Ook het wegvak tussen de A29 en Reedijk kent een hoge ICverhouding. Dit zal resulteren in een hoge kans op vertragingen en structurele filevorming. Al moet opnieuw gezegd worden dat de kruispunten vaak maatgevend zijn, en verkeer mogelijk ook gedoseerd wordt door filevorming op de A29 of de Ruit van Rotterdam.

Figuur 3.4: IC-verhouding per wegvak in 2040Hoog, in ochtendspits (boven) en avondspits (onder) (bron: verkeersmodel Hoeksche Waard, v1.4)

NB. Ook de Kiltunnel kleurt op in voorgaande plaatjes. Dit heeft echter te maken met de wijze waarop de tolweerstand in de Kiltunnel is opgenomen in het verkeersmodel. Dit is geen indicatie van onvoldoende capaciteit in de Kiltunnel. In 2040 Hoog is de intensiteit door de Kiltunnel circa 25.000 mvt/etm. Een 2x2 profiel is daarvoor ruimschoot voldoende.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

30

4. Oplossingsrichtingen In dit hoofdstuk zijn oplossingsrichtingen beschreven hoe omgegaan kan worden met huidige en toekomstige opgaven. Doel is om de Hoeksche Waard bereikbaar te houden, maar ook om de leefbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren. Allereerst zijn enkele mogelijke strategieën beschreven (paragraaf 4.1). Vervolgens is een longlist met denkbare maatregelen gepresenteerd (4.2) en zijn de maatregelen met de hoogste prioriteit (4.3) beschreven. In 4.4 wordt nader ingegaan op de restcapaciteit van N217 na toepassing van de maatregelen met de hoogste prioriteit.

4.1

Strategieën op hoofdlijnen

De ontwikkelingen in de Hoeksche Waard hebben gevolgen voor de N217. Om in te spelen op deze ontwikkelingen, zijn op hoofdlijnen vier strategieën denkbaar. Overigens bestaat dé beste strategie niet, en is het heel goed denkbaar dat juist een combinatie van meerdere strategieën wordt toegepast om de doelstellingen te bereiken en tot een optimale situatie te komen. De vier strategieën zijn: 1.

Ruimtelijk beleid: aanpassen plannen voor woningbouw en bedrijventerreinen

2.

Inzetten op verandering van reisgedrag (minder autogebruik in piekuren)

3.

Toenemende vertragingen / langere reistijden in ochtend- en avondspits accepteren

4.

Uitbreiden capaciteit weginfrastructuur

Iedere strategie wordt hierna toegelicht. 1.

Ruimtelijk beleid: aanpassen van woningbouwplannen en bedrijfslocaties

Om de druk op de N217 te verminderen of minder hard te laten groei kan in de eerste plaats gekozen worden om minder woningen en bedrijven (en daarmee groei) te realiseren om daarmee de toename in mobiliteit te verminderen en nieuwe of zwaardere knelpunten te voorkomen. Er kan gestuurd worden op: •

omvang van plannen: aantallen woningen of hectare bedrijventerrein;

•

locatie van ontwikkelingen: bouw je in de kern nabij voorzieningen en HOV-haltes, of in het buitengebied met slechte OV-bereikbaarheid en grotere afstanden naar bestemmingen, of op plekken in de gemeente waar het huidige wegennet nog restcapaciteit heeft;

•

woningbouwprogramma en doelgroepen: jongeren en senioren hebben gemiddeld genomen ander mobiliteitsgedrag dan bijvoorbeeld gezinnen en werkenden, die een hoger autobezit kennen en vaker de auto gebruiken. Kleinere woningen worden bewoond door gemiddeld kleinere huishoudens die gemiddeld minder auto’s bezitten, dan grotere woningen.

In de keuzenotitie voor het nieuwe gemeentelijk mobiliteitsplan is reeds opgenomen dat in de Hoeksche Waard ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan passend bij het huidige wegennetwerk.

Masterplan N217 - 13 mei 2025

31

2.

Inzetten op verandering van reisgedrag (minder autogebruik in piekuren)

Een tweede strategie is om in te zetten op gedragsverandering om mensen die normaal met de auto over de N217 in de ochtend- en avondspits reizen tot ander gedrag aan te verleiden. Om de druk op de N217 in de spitsen te verminderen, is minder autoverkeer gewenst in de piekperioden. Dit kan door mensen te verleiden op andere tijdstippen te reizen, met andere vervoerwijzen te reizen (openbaar vervoer, fiets), helemaal niet meer te reizen (bv. thuiswerken). Dit noemen we ook wel ‘modal shift’. De gemeente kan verschillende maatregelen nemen om een modal shift te stimuleren, bijvoorbeeld door in te zetten op betere busverbindingen of het realiseren van doorfietsroutes om fietsverplaatsingen over langere afstand comfortabeler, sneller, veiliger en aantrekkelijker te maken. Ook bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kunnen meer duurzame mobiliteitsconcepten worden toegepast om de auto-afhankelijkheid onder nieuwe bewoners te verkleinen. Dit kan door toepassing van: het STOMP-principe, lagere parkeernormen, goede OV-bereikbaarheid (zoals introductie van een RNet-buslijn tussen Oud-Beijerland en Rotterdam), gratis of voordelige OV-abonnementen, aanbieden van deelmobiliteit, parkeren op afstand, menging van functies (voorzieningen op loop- en fietsafstand). De mogelijkheden dienen per ontwikkeling bekeken te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15787334/1