CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

concept omgevingsplan V1.2 toelichting

Thema bijeenkomst 12 mei 2026, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: RV Wijziging omgevingsplan ‘Buitenzomerlanden (beeldvorming)11.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Sleedoornpage. Voor vogels zal het nieuw aangelegde bos leef- en broedgebied bieden, eventueel versterkt door de plaatsing van nestkasten, voor o.a. de soorten blauwborst, boomklever, buizerd, sperwer en oeverzwaluw.

5.9.2

Stikstofdepositie Een AERIUS-berekening is uitgevoerd om de mate van stikstofdepositie te berekenen op stikstofgevoelige natuurgebieden (Bijlage F). De berekende depositie is 0,00 mol/ha/j. Omdat er geen sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur is er geen vergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig.

5.9.3

Conclusie De geplande werkzaamheden hebben geen significant negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna. Daarom geldt enkel de zorgplicht en meldingsplicht. Bij het aantreffen van beschermde soorten geldt de meldingsplicht. Het plaatsen van een beverraster en eventueel een paddenscherm wordt aangeraden. Het aanvragen van een Flora-en-fauna-activiteit is niet nodig. De ontwikkeling zal na aanleg een positieve bijdrage leveren door het creëren van diverse habitats wat kansen biedt voor diverse flora- en faunasoorten. De stikstofdepositie is berekend op 0,00 mol/ha/j, waardoor geen vergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig is.

5.10

Duurzaamheid

5.10.1

Onderzoek en analyse De volgende duurzame uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s zijn relevant bij dit project: ➢ Uitvoeringsagenda Biodiversiteit; ➢ Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Hoeksche Waard; ➢ Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie ➢ Uitvoeringsprogramma Hoeksche Waard richting energieneutraal; Zoals hiervoor in paragraaf 5.9 is aangegeven is bij het landschappelijke ontwerp en het beplantingsplan uitdrukkelijk rekening gehouden met bescherming en herstel van biodiversiteit binnen het plangebied. Het hele gebied zal zo worden ingericht dat dit bij draagt aan de versterking van de lokale biodiversiteit. De ontwikkeling draagt bij aan het ontsnipperen van lokale bosschages, wat zorgt voor een groter leefgebied voor planten en dieren. Het plan draagt bij aan een water robuuste en klimaatbestendige inrichting. Met het oog op het benodigde grondverzet ten behoeve van Ruimte aan de Rivier is gekozen voor een combinatie van de twee saneringsaanpakken (zie ook

31

paragraaf 5.2 over Bodem). Deze aanpak draagt bij aan de waterveiligheid van het eiland Hoeksche Waard, ook met het oog op toekomstige zeespiegelstijging. Hierbij is duidelijke sprake van een zogenoemde meekoppelkans, waarbij waterveiligheid, bodemsanering en duurzame opwek samengaan. Het zonnepark en het EOS dragen bij aan de doelstelling om in 2040 energieneutraal te zijn en de lokale energievraag op het eigen eiland op te wekken. Door het zonneveld te koppelen aan een bestaand windpark en daarbij een EOS te plaatsen, wordt efficiënt gebruik gemaakt van reeds beschikbare infrastructuur voor elektriciteit.

5.10.2

Conclusie Het plan voor een recreatiebos met een zonneveld en EOS voldoet aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Hoeksche Waard. De biodiversiteit wordt versterkt en het plan draagt bij aan de doelstelling voor klimaatadaptatie en energieneutraal Hoeksche Waard in 2040.

32

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1

Algemene opzet Het TAM-omgevingsplan wordt als een nieuw hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevings- plan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Het TAM-omgevingsplan wordt in een later stadium opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. Het TAM-omgevingsplan NL.IMRO.1963.TAM22aBuitenzmlHND-ON01 bestaat uit een motivering, regels en digitale verbeelding: Motivering In de motivering is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. Regels De regels worden zoals gezegd opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. De regels bevatten de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan.

(Digitale) verbeelding Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde (primaire) functies, in dit geval 'Natuur'. Ook zijn er enkele aanduidingen en werkingsgebieden (maatvoeringen) voor specifieke regels opgenomen. Tot slot zijn werkingsgebieden met het oog op de borging van de belangen van bepaalde andere functies opgenomen, namelijk een waterkering.

6.1.1

Opzet van het plan Het omgevingsplan bevat regels, die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels, omdat er sprake is van een concreet initiatief. Daarbij is waar mogelijk aansluiting gezocht bij de planregels van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Binnenmaas’ en 'Windpark Oude Maas'. Deze bestemmingsplannen maken allen onderdeel uit van het van rechtswege ontstane omgevingsplan. Hiermee wordt de rechtseenheid binnen het tijdelijke omgevingsplan bevorderd. 33

6.2

Toelichting op de regels Op de verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan functies en aanduidingen. De bijbehorende regels zijn in hoofdstuk 2 Functies en activiteiten van de regels opgenomen. Hierna worden deze functies met bijbehorende regels artikelsgewijs toegelicht.

6.2.1

Hoofdstuk 1 Algemeen Dit hoofdstuk bevat de uniforme regels met algemene bepalingen in het omgevingsplan. Artikel 1 Hierin is het toepassingsbereik opgenomen van deze wijziging omgevingsplan. Artikel 2 In dit artikel is aangegeven welke begripsbepalingen uit de Omgevingswet van toepassingen zijn op het omgevingsplan. Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen ten opzichte van die genoemd in artikel 2 zijn hierin opgenomen. Zeer specifieke begripsbepalingen worden hierna nader toegelicht. 3.6 Bij de regels is het Beplantingsplan gevoegd in bijlage 1. In dit plan beschrijft hoe het nieuwe bos en de inpassing (landschappelijke inpassing) van het zonneveld en EOS met bomen en struiken in het plangebied vorm wordt gegeven. 3.7 Onder energieopslagsysteem (EOS) wordt de gehele installatie gedefinieerd inclusief omvormers, eventueel transformatoren, datacommunicatie en (subsysteem) EMS (systeemcontroller). Met de daarbij behorende elektrische infrastructuur en voorzieningen zoals ontsluitingspaden, bouwwerk voor onderhouds- of nutsvoorziening, erfafscheidingen en landschappelijke voorzieningen. 3.12 Beschrijft dat de versie van 12 december 2023 van de ‘Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 37-1, Richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen’ gehanteerd wordt.

3.13 Een terp is aansluitend afgewerkt terrein dat past bij het verdere verloop van het terrein en als zodanig deel uitmaakt van het maaiveld, maar dat hoger ligt dan het maaiveld zoals aanwezig op 30 juni 2025. Dit is zo gedefinieerd omdat ter hoogte van het EOS een terp met een maximale hoogte van 1,5 m wordt aangelegd. Deze bepaling ziet er op dat de bouwhoogte van het EOS gemeten wordt ten opzichte van de bovenkant van deze terp. 34

6.2.2

Hoofstuk 2 Functies en activiteiten Artikel 7 Agrarisch 7.1 In dit lid is beschreven dat de gronden aangewezen zijn voor agrarische gebruik. 7.2 In dit lid zijn de bij agrarisch behorende functies die zijn toegestaan opgesomd. Naast de gebruikelijke agrarisch functies zijn ook specifiek aanduidingen op de verbeelding opgenomen voor een ‘zonneveld’, ‘energieopslagsysteem’ en een ‘terp - ruimte voor de rivier’. Hiermee wordt voor de gronden met deze respectievelijke aanduidingen het gebruik van deze gronden voor een zonneveld, een energieopslagsysteem en een terp –ruimte voor de rivier mogelijk gemaakt. 7.3 In dit deel van het artikel staat dat deze gronden uitsluitend bedoeld zijn voor bouwwerken geen gebouwen zijnde (7.3.1). Voor gronden met de aanduiding ‘zonneveld’ en ‘energieopslagsysteem’ zijn specifieke bouwbepalingen opgenomen voor de verschillende bouwwerken van een zonneveld en het energieopslagsysteem (7.3.2). Ten minste 4 weken voor de start van de bouw moet een melding gedaan worden. Voor erf- en terreinafscheidingen, vlaggen- en lichtmasten geldt dat deze niet gemeld hoeven te worden (7.3.3). In artikel 7.3.4 is geregeld dat het zonneveld ten behoeve van een aanvaardbare veiligheidssituatie moet voldoen aan de Handreiking bereikbaarheid en bluswatervoorziening 2019 en de Handreiking risicobeheersing Advies veilige PVsystemen.

Deze handreikingen zijn in Bijlage 2 en 3 opgenomen en maken onderdeel uit van de regels. In artikel 7.3.5 zijn voorwaardelijke verplichtingen ten behoeve van de borging van externe veiligheid van een energieopslagsysteem opgenomen. Het EOS moet ten eerste voldoen aan eisen uit de PGS-37-1, waarbij de meest recente versie van de PGS van dat moment geldt. Daarnaast zijn extra specifieke maatregelen opgenomen waaraan het EOS moet voldoen. Deze eisen zijn in overleg met de Veiligheidsregio tot stand gekomen. Zowel het zonneveld als het EOS moet landschappelijk worden ingepast zoals aangegeven in het Beplantingsplan. Het Beplantingsplan maakt onderdeel uit van de regels (7.3.6). Tot slot is bepaald dat na beëindiging van functioneel gebruik van het zonneveld en het EOS deze moeten worden verwijderd (7.3.7). Dit heeft als doel dat de gronden daarna weer kan worden gebruikt voor andere doeleinden. Artikel 8 Natuur 8.1 In dit lid is beschreven dat deze gronden zijn aangewezen zijn voor natuur.

35

8.2 De voor natuur aangewezen gronden zijn bedoeld voor de ontwikkelingen en bescherming van de natuur- en landschapswaarden. Hierbij moet voor gronden de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landschappelijke inpassing’ voldaan worden aan de eisen voor landschappelijke inpassing van de locatie, zoals opgenomen in het Beplantingsplan. Dit Beplantingsplan maakt onderdeel uit van de regels. Ondergeschikt aan de natuurfunctie zijn ook toegestaan extensief dagrecreatief medegebruik, sport- en speeltoestellen, paden en ontsluitingsvoorzieningen en water. 8.3 Op gronden met de functie Natuur mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Artikel 9 Waarde – Archeologische verwachtingswaarde hoog 1 en Artikel 10 Waarde – Archeologische verwachtingswaarde middelhoog 1 9.1 en 10.1 In dit lid is beschreven dat de gronden aangewezen zijn voor ‘Waarde – Archeologische verwachttingswaarde hoog 1’ en ‘Waarde Archeologische verwachttingswaarde middelhoog 1’. 9.2 en 10.2 Deze gronden hebben naast andere daar voorkomende functie(s) tot doel de daar te verwachten archeologische waarden te beschermen en te behouden. 9.3 en 10.3 In dit artikel is en vergunningplicht opgenomen voor het uitvoeren van een werk, en van werkzaamheden. Hierbij zijn specifieke activiteiten opgesomd in artikel 9.3.1 en 10.3.1.

Vervolgens zijn voor deze vergunningplicht uitzonderingen opgenomen (9.3.2 en 10.3.2). In artikel 10.3.2, onder a en b, zijn specifieke uitzonderingen opgenomen voor de vergunningplicht ten behoeve voor het ophogen van de gronden ter plaatse van de aanduidingen ‘energieopslagsysteem’ en ‘terp - ruimte voor de rivier’. Deze uitzondering is opgenomen om dat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat niet is te verwachten dat er archeologische waarden ter plaatse van de gronden met de aanduidingen ‘energieopslagsysteem’ en ‘terp - ruimte voor de aanwezig zijn. Ten behoeve van de beoordeling van de vergunningaanvragen zijn aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor de vergunningplicht opgenomen (9.3.3, 9.3.4, 10.3.3 en 10.3.4). Artikel 11 Waterstaat – Waterkering 11.1 In dit lid is beschreven dat de gronden aangewezen zijn voor ‘Waterstaat – Waterkering’. 11.2 Deze gronden zijn aangewezen voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en voor de daarbij behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken (11.2.1). Daarbij geldt dat deze functie prevaleert boven ander ter plaatse geldende functies of aanduidingen (11.2.2). 36

11.3 Voor het verlenen van een binnenplanse vergunning voor bouwen van bouwwerken, geen gebouwen ten behoeve van deze functie zijn specifieke beoordelingsregels opgenomen (11.3.1). Artikel 12 Waterstaat – Waterstaatkundige functie 12.1 In dit lid is beschreven dat de gronden aangewezen zijn voor ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’. 12.2 De waterstaatkundige functie ziet op: a. berging en afvoer van hoog oppervlaktewater, sediment en ijs; b. de waterhuishouding; c. de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en het vergroten van de afvoercapaciteit met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. Daarbij geldt dat deze functie prevaleert boven ander ter plaatse geldende functies of aanduidingen (12.2.2). 12.3 Voor het verlenen van een binnenplanse vergunning voor bouwen van bouwwerken, geen gebouwen ten behoeve van deze functie zijn specifieke beoordelingsregels opgenomen (12.3.1).

6.2.3

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 is het slothoofdstuk van de regels waarin de algemene regels staan.

37

Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit zijn regels over participatie en de procedure opgenomen bij het wijzigen van een omgevingsplan. Hieronder is uiteengezet hoe de participatie bij het tot stand komen van het voorliggende plan en de wijziging van het omgevingsplan heeft plaats gevonden. Vervolgens wordt de doorlopen procedure toegelicht.

7.1

Omgevingsdialoog

7.1.1

Enquête en werkgroep Voor de inrichting van het gebied ‘De Buitenzomerlanden’ in Heinenoord heeft de gemeente Hoeksche Waard eind 2021 een werkgroep opgericht. In deze werkgroep zaten naast de initiatiefnemers onder andere inwoners van Heinenoord, Vrienden van Heinenoord, Buurt bestuurt, Hoeksche Waard Landschap, Hoeksche Waard Duurzaam en vertegenwoordiging vanuit de gemeente. Op basis van werkgroep bijeenkomsten en regelmatige digitale en analoge updates is de omgeving aangehaakt en is er ruimte geweest voor terugkoppeling en aanpassing van de plannen. In mei 2024 is er een enquête geweest onder inwoners van Heinenoord om een voorkeursontwerprichting te kiezen. Op basis daarvan zijn initiatiefnemers het plan verder gaan uitwerken. Om het planvoornemen mogelijk te maken wordt middels voorliggend stuk het omgevingsplan gewijzigd.

7.1.2

Informatiebijeenkomst Ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan wordt een informatiebijeenkomst dan wel inloopavond georganiseerd waarbij geïnteresseerden en belanghebbenden de plannen kunnen inzien en eventueel aanvullende vragen kunnen stellen.

7.2

Uniforme openbare voorbereidingsprocedure De procedurebepalingen voor het wijzigen van een omgevingsplan staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb.

38

7.2.1

Terinzagelegging Het ontwerpbesluit TAM-omgevingsplan NL.IMRO.1963.TAM22aBuitenzmlHND-ON01 en bijbehorende stukken zullen conform artikel 3:11 Awb minimaal 6 weken ter inzage gelegd worden. In deze periode kan eenieder zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen.

7.2.2

Vervolg Na de terinzagelegging kan de gemeente het plan vaststellen. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. Tegelijkertijd met, of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking, doet het bevoegd gezag in ieder geval mededeling van het besluit aan: ▪ degenen die bij de voorbereiding een zienswijze hebben ingebracht; ▪ een adviseur, als het bevoegd gezag van zijn advies afwijkt. Het bevoegd gezag vermeldt hierbij door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan, beroep mogelijk is.

39

Hoofdstuk 8 Bijlagen Overzicht van bijlagen: Bijlage A Bijlage B Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F-1 Bijlage F-2 Bijlage F-3 Bijlage G Bijlage H

Landschapsplan Archeologisch onderzoek Onderzoek conventionele explosieven Akoestisch onderzoek EOS Ecologische Quickscan Aerius berekening uitganspunten Aerius projectberekening Zonnepark Aerius projectberekening Exploitatiefase Bodemonderzoek Aanmeldnotitie MER-boordeling

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16798407/1