CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bjlagen regionaal verkeers- en vervoersplan

Besluitvormende raad 7 november 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Achterliggende documentatie (context)16.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierbij valt te denken aan het opnemen van de Nieuwendijk west- en oostzijde in een integraal plan voor recreatieverkeer in Tiengemeten (maatregel 2). Een andere maatregel is het maken van nadere afspraken tussen waterschap, gemeente en bedrijven over vrachtverkeer richting landbouwgerelateerde bedrijven (maatregel 43).

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief - 19 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

5

EFFECTEN OP NATURA 2000-GEBIEDEN

5.1

Te verwachten effecten In Hoofdstuk 4 is een onderverdeling gemaakt van de maatregelen welke binnen het RVVP mogelijk worden gemaakt. Hieronder wordt aangegeven welke effecten de verschillende typen maatregelen sorteren. Studie: Dit betreft slechts een maatregel waaruit nog geen concrete projecten voortkomen, het doen van studies heeft geen effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, deze maatregelen worden dus niet verder beoordeeld in de voortoets. Wegaanpassingen: De wegaanpassingen omvatten ondermeer de aanleg van de randweg bij Klaaswaal. De aanleg van extra wegen kan leiden tot een toename in verkeer en daarmee in stikstofemissie en optische verstoring. Procesbeïnvloeding: Dit betreft slechts beleidsbeïnvloedende maatregel, waarmee geen sprake is van effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, deze maatregelen worden dus niet verder beoordeeld in de voortoets. Uitvoeringsaanpassing: Dit type maatregelen omvat ondermeer een nieuwe opzet van het busvervoer met sneldiensten als basis. Door middel van aanpassingen ontstaat er een alternatief voor autoverkeer en een verduurzaming van het mobiliteitssysteem. Dit leidt echter niet tot effecten op Natura 2000-gebieden, deze maatregelen worden dus niet verder beoordeeld in de voortoets.

Overige: De maatregelen onder deze noemer leiden niet tot effecten op Natura 2000-gebieden, deze maatregelen worden dus niet verder beoordeeld in de voortoets. Alleen de maatregelen die vallen onder het type ‘wegaanpassingen’ leiden door een toename van stikstofdepositie of verstoring mogelijk tot effecten op Natura 20000-gebieden, waardoor de effecten van dit type maatregelen in de voortoets wordt onderzocht op het optreden van effecten.

5.2

Effecten op instandhoudingsdoelstellingen Effecten op habitattypen door stikstofdepositie De maatregelen die vallen onder het type ‘wegaanpassingen’, leiden mogelijk tot een toename van de stikstofdepositie. De maatregelen hebben echter geen verkeersaantrekkende werking, daarmee leiden ze niet tot een toename in de stikstofdepositie op de omringende Natura 2000-gebieden. De omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft echter geadviseerd de effecten van de aanleg van de randweg rond Klaaswaal (zie figuur 5.1) nader in kaart te brengen. Hiertoe heeft Goudappel Coffeng de verkeerskundige effecten in kaart gebracht van de aanleg en ingebruikname van de oostelijke randweg rond Klaaswaal. Dit is vastgelegd in de memo Randweg Klaaswaal; beoordeling verkeerseffecten (Goudappel Coffeng, 2013), die als bijlage aan dit rapport is toegevoegd. Uit het memo komt duidelijk naar voren dat de aanleg van de randweg geen verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft en de totale verkeersintensiteiten niet significant toenemen. De aanleg leidt voornamelijk in de directe omgeving van Klaaswaal tot een zeer lokale verschuiving van de verkeersstromen. In het gebied tussen Klaaswaal en Oud-Beijerland is een kleine verschuiving van de intensiteiten zichtbaar. Voor een gedetailleerder overzicht van de exacte effecten wordt verwezen naar bijlage 1.

9 oktober 2013, versie Definitief - 20 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

Figuur 5.1: Globale ligging van de toekomstige randweg nabij Klaaswaal (rood weergegeven). Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen is geel weergegeven (Bron: Google Earth).

Hoewel een toename in verkeersintensiteit niet significant is, is voor de aangewezen habitattypen in de nabijheid van het plangebied de stikstofgevoeligheid bepaald op basis van Dobben et al. (2012). In onderstaande tabel zijn de gevoeligste habitattypen per Natura 2000-gebied weergegeven met daarbij de huidige achtergronddepositie. Alle habitattypen zijn gelegen op een afstand van minimaal 4,5 km. Tabel 5.1: Gevoeligste habitattypen per Natura 2000-gebied Natura 2000-gebied Oude Maas Haringvliet Oudeland van Strijen Hollands Diep Biesbosch

KDW (mol/ha/jr) Habitattype Achtergronddepositie (mol/ha/jr) 2429 Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) 880-1540 2000 Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) 818-1470 n.v.t. n.v.t. 2000 Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) 1240-1460 1286 Stroomdalgraslanden 960-1600

Uit bovenstaande tabel komt duidelijk naar voren dat de huidige achtergronddepositie (RIVM GCDN, 2010) ruim lager ligt dan de Kritische Depositie Waarde (KDW)van de gevoeligste habitattypen. De KDW is de

grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Voor het Natura 2000-gebied Biesbosch wordt de KDW in de huidige situatie wel al overschreden. Dit is echter afhankelijk van de exacte ligging van het habitattype Stroomdalgraslanden. De afstand tussen het plangebied en dit habitattype is echter dermate groot (minimaal 14 km) dat negatieve effecten op het habitattype kunnen worden uitgesloten. Effecten op vogels De maatregelen die vallen onder het type ‘wegaanpassingen’ leiden mogelijk tot optische verstoring en verstoring als gevolg van geluid. De maatregelen hebben echter geen verkeersaantrekkende werking, daarmee leiden ze niet tot een toename in verstoring op de omringende Natura 2000-gebieden. De Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief - 21 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft echter geadviseerd de effecten van de aanleg van de fietsverbinding nader in kaart te brengen. In de huidige situatie loopt het fietsverkeer over de OudCromstrijensedijk Oostzijde zelf. In de nieuwe situatie loopt er tevens een fietsverbinding aan de voet van de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde. Daarmee komt het fietspad haaks op het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen te liggen. De fietsverbinding heeft geen aantrekkende werking; hij resulteert niet in een toename van het aantal fietsers. Daarnaast wordt het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen gescheiden van het fietspad door een dijk, de Oudendijk. Deze dijk onttrekt de fietsers aan het oog van de aangewezen niet-broedvogels en dempt daarnaast eventueel geluid. Ook de werkzaamheden tijdens de aanlegfase worden daarmee aan het oog van de aangewezen niet-broedvogels ontrokken. Hiermee leiden de aanleg en ingebruikfase van de fietsverbinding niet tot een toename in optische verstoring danwel verstoring door geluid.

Figuur 5.2: Ligging van het toekomstige fietspas naast de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde (rood weergegeven). Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen is geel weergegeven (Bron: Google Earth).

Gevolgen voor [het behalen van] de instandhoudingsdoelstellingen: • De type maatregelen ‘studie, procesbeïnvloeding, uitvoeringsaanpassing en overige” leiden niet tot effecten en zijn daarom niet relevant voor de voortoets. • De type maatregelen ‘wegaanpassingen’ leiden niet tot verkeersaantrekkende werking en daarmee niet tot een toename in de stikstofemissie. Onder dit type maatregelen valt eveneens de randweg van Klaaswaal. Hiervoor geldt ook dat er geen veranderingen optreden in de verkeersaantallen zoals blijkt uit de studie van Goudappel Coffeng, waardoor ook ten gevolge van de aanleg van de randweg er geen toename zal zijn van stikstofdepositie en daarmee niet op effecten op stikstofgevoelige habitattypen. Alle gevoelige habitattypen zijn gelegen op een afstand van meer dan enkele kilometers van het plangebied. • Het type maatregel ‘wegaanpassingen’ heeft geen optische verstoring of verstoring door geluid tot gevolg. Onder dit type maatregelen valt ook de fietsverbinding. Hiervoor geldt ook dat geen verstoring optreedt doordat er geen toename van het aantal fietsers optreedt. Het fietspad en het 9 oktober 2013, versie Definitief - 22 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

materieel tijdens de aanleg worden aan het zicht onttrokken door de dijk welke rondom het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen aanwezig is. • Overige Natura 2000-gebieden liggen op een dermate grote afstand dat effecten op instandhoudingsdoelstellingen op voorhand zijn uit te sluiten.

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief - 23 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

6

CONCLUSIE De maatregelen welke het RVVP mogelijk maakt, leiden niet tot een toename in verkeersbewegingen. Er is daarmee geen sprake van een toename in de stikstofdepositie of een toename in verstoring. De aanleg en ingebruikname van de Randweg van Klaaswaal en de fietsverbinding hebben daarmee géén gevolgen voor de actueel aanwezige habitattypen en –soorten. Daarnaast worden de mogelijkheden voor uitbreiding en verbetering van de kwaliteit door de maatregelen die het RVVP mogelijk maakt, niet negatief beïnvloed. Het optreden van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden Hollands Diep, Haringvliet, Oude Maas, Oudeland van Strijen en Biesbosch is daarmee uit te sluiten. Er bestaat geen kans dat de maatregelen welke het RVVP mogelijk maakt leiden tot een verslechtering van habitats of habitatsoorten, danwel leidt tot een significante verstoring van soorten waarvoor de instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. Effecten als gevolg van cumulatie met andere projecten is dan ook niet aan de orde. Er is geen noodzaak tot het opstellen van een passende beoordeling. Een eventuele vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (ex. art. 19d) is niet aan de orde.

9 oktober 2013, versie Definitief - 24 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

7

BRONVERMELDING Literatuur: • Dobben, H.F. van en A. van Hinsberg, 2012, Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen enleefgebieden van Natura 2000, Alterra-rapport 2397 • GoudappelCoffeng, 2013. Randweg Klaaswaal; Beoordeling verkeerseffecten. Internet: • Website Synbiosys (www.synbiosys.alterra.nl) • Website Grootschalige Depositie- en Concentratiekaarten (geodata.rivm.nl)

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief - 25 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

8

COLOFON

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Opdrachtgever Project Dossier Omvang rapport Auteur Bijdrage Interne controle Projectleider Projectmanager Datum Naam/Paraaf

: Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard : Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard : BC5803BC5803 : 27 pagina's : Jobert Rijsdijk : Hanita Zweers : Joost Rink : Jan Veeken : Saskia Mulder : 9 oktober 2013 : Joost Rink

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief - 27 -

HaskoningDHV Nederland B.V. Rivers, Deltas & Coasts Laan 1914 nr. 35 3818 EX Amersfoort Postbus 1132 3800 BC Amersfoort T (088) 348 20 00 F (088) 348 28 01 E info@rhdhv.com W www.royalhaskoningdhv.com

HaskoningDHV Nederland B.V.

BIJLAGE 1

Randweg Klaaswaal Beoordeling verkeerseffecten

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

bijlage 1 -1-

Deventer

Den Haag

Eindhoven

Snipperlingsdijk 4

Verheeskade 197

Flight Forum 92-94

7417 BJ Deventer

2521 DD Den Haag

5657 DC Eindhoven

T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888

Leeuwarden

Amsterdam

Postbus 161

F. HaverSchmidtwei 2

De Ruyterkade 143

7400 AD Deventer

8914 BC Leeuwarden

1011 AC Amsterdam

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard

Randweg Klaaswaal

Beoordeling verkeerseffecten

Datum Kenmerk

4 september 2013 CHD005/Mes/0043

Eerste versie

In het RVVP voor de Hoeksche Waard is de randweg Klaaswaal als maatregel opgenomen. Conform de toetsingscriteria voor de MER is het RVVP kaderstellend voor de randweg Klaaswaal. Ten behoeve van de voortoets op grond van de Natuurbeschermingswet moeten de verkeerskundige effecten van de randweg Klaaswaal in beeld worden gebracht. Hiervoor zijn met behulp van het provinciale verkeersmodel van de provincie Zuid-Holland berekeningen gemaakt van de situatie in 2020 met en zonder randweg Klaaswaal. De uitkomsten van deze modelberekeningen zijn gebruikt om het verkeerskundige effect van de randweg te duiden.

Figuur 1: Uitsnede van verschilplot omleiding Klaaswaal (bron: provincie Zuid-Holland)

www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl

Beoordeling modelresultaten In figuur 1 is een uitsnede weergegeven van de verschilplot voor de situatie in 2020 met en zonder randweg bij Klaaswaal voor een avondspitsuur. Het belangrijkste effect is de verschuiving van de intensiteiten van het gedeelte van de N488 ten zuiden van de Oud-Cromstrijensedijk naar de nieuwe randweg. Door deze verschuiving nemen de intensiteiten op de N488 ten zuiden van Klaaswaal met 70% af. De resterende intensiteit op dit wegvak (circa 2.500 mvt/etm) voldoet ruimschoots aan de richtlijnen voor erftoegangswegen buiten de bebouwde kom (60 km/h). Het is de bedoeling dat de huidige N488 deze functie ook krijgt. De afname van de verkeersintensiteiten op de N488 ten noorden van de Oud-Cromstrijensedijk is minder groot, ongeveer 40%. Na realisatie van de randweg zullen ongeveer 6.500 mvt/etm gebruik blijven maken van dit wegvak. Dit aantal is hoog voor de beoogde functie van de weg als erftoegangsweg. Met aanvullende maatregelen moet het echter wel mogelijk zijn de verkeersintensiteiten op dit wegvak te verlagen. De verkeersintensiteit op de randweg Klaaswaal is in de avondspits vergelijkbaar met andere gebiedsontsluitingswegen in de Hoeksche Waard. Het verkeersmodel berekent ongeveer 850 mvt/h op de Randweg.

Dit is vergelijkbaar met de intensiteiten op de N489 bij Westmaas (circa 900 mvt/h) en de Korteweg tussen de A29 en Zuid-Beijerland (circa 850 mvt/h). Door de realisatie van de randweg Klaaswaal is voornamelijk in de directe omgeving van Klaaswaal een verschuiving van de verkeersstromen zichtbaar. In het gebied tussen Klaaswaal en Strijen is een kleine verschuiving zichtbaar van verkeer van de erftoegangswegen naar de gebiedsontsluitingswegen. In het gebied tussen Klaaswaal en Oud-Beijerland is een kleine verschuiving (circa 5%) van de intensiteiten zichtbaar van de Langeweg en de A29 naar de Stougjesdijk en de N489. Deze verschuivingen zijn niet significant wanneer deze worden vergeleken met de mobiliteitsgroei van de komende jaren. In de gehele regio heeft de randweg Klaaswaal geen verkeersaantrekkende werking tot gevolg en nemen de totale verkeersintensiteiten niet significant toe.

Randweg Klaaswaal

2

Bijlage 7 T hird opi op inion noodnoo dzaak MER

www.goudappel.nl

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

26

Third opinion noodzaak MER voor het RVVP Hoeksche Waard

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard oktober 2013

Third opinion noodzaak MER voor het RVVP Hoeksche Waard

dossier : BC5803 registratienummer : MD-AF20131618 versie : Definitief classificatie : Klant vertrouwelijk

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard oktober 2013

© HaskoningDHV Nederland B.V. Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook,

zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001.

HaskoningDHV Nederland B.V.

INHOUD

BLAD

1

INLEIDING

3

2

MENING GOUDAPPEL COFFENG

4

3

MENING OMGEVINGSDIENST ZUID HOLLAND ZUID

6

4

BEOORDELING MER-PLICHT DOOR RHDHV

8

5

CONCLUSIES

10

6

COLOFON

11

BIJLAGE 1

Informatie vanuit Infomil betreffende definities autosnelweg en autoweg

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

16 oktober 2013, versie Definitief -1-

HaskoningDHV Nederland B.V.

1

INLEIDING Zowel het bureau Goudappel Coffeng, in haar memo van 25 april 2013 (1st opinion), als de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, in een email van 17 juni 2013 (2nd opinion), hebben een mening gevormd over al of niet de noodzaak om een procedure in het kader van milieueffectrapportage voor de oostelijke randweg rond de kern Klaaswaal uit te voeren. De toekomstige randweg Klaaswaal is bedoeld om de kern van Klaaswaal te ontlasten van verkeershinder omdat momenteel de N488 langs en door het dorp loopt. De oostelijke randweg is bedoeld om het verkeer van en naar de N487 en N489 niet meer door Klaaswaal te voeren via de N488 (zie onderstaande luchtfoto/plattegrond)

Het Regionaal Verkeer- en Vervoersplan is een intergemeentelijke plan waarin een (ruimtelijke) reservering van de oostelijke randweg wordt gepresenteerd. Bij de vaststelling van dit plan zou, vanwege de m.e.r.-(beoordelings)plicht of waarbij vanwege een passende beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998, een Milieueffectrapport opgesteld moeten worden. Hieronder zal een eindoordeel, een zogenaamd 3rd opinion, van bovengenoemde meningen worden geformuleerd. Hiervoor bestaat dit document uit het volgende: Hoofdstuk 2: Weergeven van de argumentatie van Goudappel Coffeng met commentaar van RHDHV daarbij; Hoofdstuk 3: Weergeven van de mail van de omgevingsdienst met ons commentaar daarbij; Hoofdstuk 4: Hierin wordt door ons een beoordeling gemaakt over al of niet MER-plicht. Daarbij zullen wij in het kort de MER-wetgeving beschrijven die betrekking heeft op wegen. Hierbij zullen wij in het bijzonder ingaan of de oostelijke randweg Klaaswaal een auto(snel)weg is volgens de begripsbepaling in het Besluit MER. Definities van ‘autosnelweg’ en ‘autoweg’ zijn van belang omdat dit de enige “weg’ benamingen zijn, die genoemd worden in de MER-wetgeving; Hoofdstuk 5: Het document wordt afgesloten met korte conclusies. Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

16 oktober 2013, versie Definitief -3-

HaskoningDHV Nederland B.V.

2

MENING GOUDAPPEL COFFENG Het bureau stelt in haar memo het volgende: Er zijn meerdere redenen waarom een plan MER-plichtig of beoordelingsplichtig kan zijn. Tijdens de voorbereiding van ruimtelijke plannen en projecten dient zo zorgvuldig mogelijk rekening te worden gehouden met het aspect milieu. De Wet Milieubeheer schrijft voor dat voor bepaalde ruimtelijke plannen, projecten en programma’s een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. De Wet Milieubeheer 1 stelt het opstellen van een MER verplicht voor alle plannen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben of kunnen hebben. Allereerst is van belang of het plan ruimtelijke uitbreidingen mogelijk maakt (stedelijk, woningbouw grote schaal e.d.). Dat zijn dan in sommige gevallen MER-plichtige activiteiten. Hiervan is geen sprake aangezien sprake is van een sectoraal plan dat zich beperkt tot mobiliteit. Uiteraard wordt in het RVVP rekening gehouden met ontwikkelingen als een regionaal bedrijventerrein, maar het RVVP bevat niet de onderbouwing voor die ontwikkeling. De milieu-effecten van een dergelijke ontwikkeling moeten in de onderbouwing en beoordeling daarvan plaatsvinden. Voor het RVVP zijn alleen van belang de maatregelen die in het RVVP worden geïntroduceerd en onderbouwd. Dat betreft alleen aanpassingen in het verkeerssysteem.

Het Besluit-MER en de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling geven criteria die de MERplicht op plannen en programma’s van toepassing maakt: 1. Plannen en projecten die in bijlage C van het Besluit-MER zijn opgenomen, zijn MER-plichtig; 2. Plannen en projecten die qua ordegrootte de in bijlage D van het Besluit-MER opgenomen drempelwaarden overschrijden, hebben mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de plannen en projecten moet een MER-beoordeling uitwijzen of de gevolgen van het plan of project daadwerkelijk nadelige effecten op het milieu hebben. Zo ja, dan zijn deze plannen of projecten MERplichtig. Wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden, dan dient een toets plaats te vind en aan de EEG-richtlijn voor milieueffectbeoordeling. 3. Plannen en projecten die significant negatieve effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van nabijgelegen Natura2000-gebieden zijn Plan-MER-plichtig. Toets aan de C- en D-lijst Een mogelijke A4 Zuid (inclusief aanpassingen op het aansluitend wegennet) is uiteraard MER-plichtig. Omdat het RVVP de aanleg van de A4 Zuid als zodanig niet onderbouwt en er voor de A4 Zuid een eigen beoordeling zal moeten plaatsvinden, is dit geen maatregel die als zodanig wordt beschouwd.

C-lijst Besluit-MER Hierin zijn opgenomen ten aanzien van infrastructuur: • De aanleg van een autosnelweg of autoweg. • De aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 10 kilometer of meer. De randweg Klaaswaal valt binnen deze categorie, aangezien dat de aanleg van een autoweg betreft (volgens de definitie van de wet die afwijkt van die van richtlijnen wegencategorisering). Het RVVP is 1

Met plannen wordt in dit kader plannen bedoeld in de artikelen 5 en 8 j 9, tweede lid, van de Planwet verkeer en vervoer etc (zie kolom 3 van de C en D-lijsten) 16 oktober 2013, versie Definitief -4-

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

kaderstellend voor de randweg Klaaswaal, daar dit de aanleg van een autoweg betreft (80 km/h zonder landbouwverkeer en fietsers) is het RVVP MER-plichtig.

D-lijst Besluit-MER Hierin zijn opgenomen ten aanzien van infrastructuur: • De wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer. • De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer. Aan de criteria als genoemd in de D-lijst wordt niet voldaan en op basis daarvan geldt geen MER-plicht.

Natura2000 Op dit moment is niet bekend of de in het RVVP voorgestelde maatregelen, significante effecten hebben op nabijgelegen Natura2000 gebieden. Gezien de afstand tot Natura2000 kan dit op voorhand niet worden uitgesloten. Mogelijk geldt vanuit dit spoor een(plan) MER-plicht. Conclusie De randweg Klaaswaal is een beoogde autoweg (in de zin van de wet) en valt daarmee binnen de C-lijst van de besluit-MER. Omdat het RVVP kaderstellend is voor de Randweg Klaaswaal, wordt geadviseerd voor het RVVP een plan-MER te doorlopen. Of significante negatieve effecten op het Natura2000-gebied zijn uit te sluiten als gevolg van de maatregelen uit het RVVP, moet blijken uit een Voortoets in het kader van de Natuur beschermingswet. Geadviseerd wordt een Voortoets uit te voeren op de maatregelen rondom Natura2000-gebied Oudeland van Strijen. Indien blijkt dat significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, dan is het nodig een passende beoordeling op te stellen. Dit is gekoppeld aan een Plan-MER.

Commentaar RHDHV De aanpak van Goudappel Coffeng is in principe juist. Van belang bij een eventuele m.e.r.(beoordelings)plicht is of: 1. de voor te nemen activiteiten die in het RVVP genoemd worden, ook genoemd worden in de C-en D-lijst van het Besluit-MER en, 2. of er sprake is van een plan waarin geplande activiteiten die significant negatieve effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van nabijgelegen Natura2000 gebieden. In haar analyse stelt Goudappel Coffeng echter dat voor het RVVP een planMER-plicht geldt omdat de rondweg Klaaswaal voldoet aan de, in lijst C van het Besluit-MER, genoemde begrip “aanleg van een autosnelweg of autoweg” (categorie C1.2). Deze conclusie is onjuist omdat in het Besluit-MER een definitie wordt gegeven van het begrip “autoweg”. Hieraan voldoet de rondweg Klaaswaal niet. Een nadere toelichting op ‘waarom niet’ is opgenomen in hoofdstuk 4. Waarom de oostelijke rondweg Klaaswaal niet beschouwd moet worden als een autoweg, wordt ondersteund door recente jurisprudentie Een planMER plicht kan ook voortkomen uit de conclusie dat de rondweg significant negatieve effecten heeft op de natuurlijke kenmerken van nabijgelegen Natura2000 gebieden. Goudappel Coffeng stelt terecht dat dit moet blijken uit een Voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet.

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

16 oktober 2013, versie Definitief -5-

HaskoningDHV Nederland B.V.

3

MENING OMGEVINGSDIENST ZUID HOLLAND ZUID Over de al of niet MER-plicht heeft de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid als volgt in een mail (d.d. 17juni 2013) geantwoord: Uw vraag is op te splitsen in twee onderdelen: 1. is op de toekomstige rondweg Klaaswaal mogelijk de mer-regelgeving van toepassing? 2.is voor het toekomstige fietspad Oud-Cromstrijensedijk mogelijk een voortoets de Natuurbeschermingswet noodzakelijk?

i.k.v.

Toekomstig rondweg Klaaswaal Zoals Goudappel Coffeng al melden dient de vraag of mogelijk sprake is van een mer-plicht dan wel een mer-beoordelingsplicht te worden beantwoord aan de hand van het Besluit milieueffectrapportage. Dit besluit omvat twee bijlages. In bijlage C zijn die activiteiten vermeld waarvoor geldt dat een Milieueffectrapport dient te worden opgesteld. Voor de in bijlage D vermelde activiteiten geldt dat voor die activiteiten aan de hand van een zgn. aanmeldnotitie het bevoegd gezag moet beoordelen of de mogelijke effecten van de voorgenomen activiteit dermate negatief kunnen zijn dat alsnog een Milieueffectrapport moet worden opgesteld. In bijlage C (C1.3) staat inderdaad vermeld: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg. De verplichting om een MER op te stellen geldt dan als sprake is van een tracélengte van 10 kilometer of meer. Op grond van C 1.1/1.2 is de aanleg van een autosnelweg of autoweg MER-plichtig (hiervoor geldt geen grens v.w.b. tracelengte).

In bijlage D (D1.2) staat vermeld: de wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg. Als er sprake is van een tracëlengte van 5 kilometer of meer geldt een formele mer-beoordelingsplicht en in een situatie van minder dan 5 kilometer geldt een informele mer-beoordelingsplicht. In D 1.1 staat overigens de wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg ook aangewezen als merbeoordelingsplichtig Indien inderdaad sprake is van de aanleg van een autosnelweg of autoweg is er per definitie sprake van een MER-plicht. Als er geen sprake is van een autosnel of autoweg is het aantal rijstroken en de tracelengte bepalend. Ik kan uit de ontvangen stukken niets afleiden inzake de hoeveelheid rijstroken en eventuele tracelengte. Fietspad Oud-Comstrijensedijk De aanleg van een fietspad wordt niet als zodanig benoemd in het Besluit milieueffectrapportage. Het is evenwel mogelijk dat een passende beoordeling in het kader van de natuurwetgeving leidt tot het alsnog opstellen van een MER. Om die reden is een voortoets belang. Op de vraag of mogelijk sprake is van een voortoets i.k.v. de Natuurbeschermingswet kan ik geen antwoord geven. De bevoegdgezag taken v.w.b.

deze wetgeving zijn door provincie Zuid-Holland voor haar gehele grondgebied overgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden (gevestigd in Den Haag). In de Hoeksche Waard ligt het Natura 2000gebied Oude land van Strijen. In nabijheid liggen nog een tweetal Natura 2000 gebieden die van belang kunnen zijn te weten Haringvliet en Hollands Diep. Deze laatste twee noem ik nadrukkelijk omdat mogelijk uitstoot van verkeer als gevolg van de toekomstige rondweg Klaaswaal wellicht hun invloed kunnen hebben op die twee gebieden.

16 oktober 2013, versie Definitief -6-

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

Ik adviseer u dringend om vragen inzake een mogelijke voortoets voor te leggen aan de Omgevingsdienst Haaglanden en in die vragen zowel de toekomstige rondweg als het fietspad mee te nemen.

Commentaar RHDHV Bovengenoemde tekst uit de mail geeft geen oordeel over of er voor de rondweg Klaaswaal sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De mail gaat in op de criteria (zoals de definitie, het aantal rijstroken en de tracélengte van de rondweg) die gehanteerd dienen te worden voor het bepalen van die verplichting. Ook wordt in het kort beschreven waarop gelet dient te worden bij het toekomstige fietspad OudCromstrijensedijk in relatie tot de ligging van (nabijgelegen) Natura2000 gebieden en MER. De redeneerlijn wanneer een m.e.r.-(beoordelingsplicht) is juist. Het is terecht dat het gaat of de volgende zaken zich voordoen: Voor directe m.e.r.-plicht (geval uit de C-lijst) Aanleg van autosnelweg of autoweg (C1.2) Aanleg, wijziging of uitbreiding van weg met 4 rijstroken en met een tracélengte van > 10km (C1.3) Voor de m.e.r.-beoordelingsplicht (geval uit de D-lijst): Wijziging of uitbreiding van autosnelweg of autoweg met een tracélengte van > 5km (D1.1) Wijziging of uitbreiding van een weg met 4 rijstroken, of verlegging of verbreding van een bestaande weg van 2 naar 4 rijstroken met een tracélengte van > 5km (D1.2) Voor het bepalen van een m.e.r.-beoordelingsplicht is de genoemde tracélengte van >5km in de D-lijst niet van belang omdat er onder de drempel sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling en dat daarom ook sprake kan zijn van planMER-plicht.

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

16 oktober 2013, versie Definitief -7-

HaskoningDHV Nederland B.V.

4

BEOORDELING MER-PLICHT DOOR RHDHV PlanMER-plicht via C of D-lijst De gevolgde werkwijze betreffende het bepalen van de noodzaak tot m.e.r.-(beoordelings)plicht in het memo van Goudappel Coffeng is op zich juist. Hun conclusie dat er sprake is van m.e.r.-plicht omdat de rondweg Klaaswaal voldoet aan de definitie van de C-lijst, namelijk dat de nieuwe rondweg Klaaswaal de aanleg van een autoweg betreft, is echter onjuist. De rondweg zal geen autosnelweg zijn of een autoweg. Dit laatste is gebaseerd op de, in onderdeel A van het Besluit MER (gewijzigd per 1 april 2011) opgenomen, begripsbepaling wat verstaan wordt onder een autoweg en wat bekend is over de rondweg. In de toelichting van het Besluit-MER staat dat de definitie van “autoweg” is aangepast aan de Europese richtlijn, die voor de definitie verwijst naar de Europese Overeenkomst inzake internationale hoofdverkeerswegen van 15 november 1975. De site van het Kenniscentrum Infomil gaat nog dieper in wanneer gesproken kan worden van een autoweg of autosnelweg. Teksten van deze site zijn letterlijk opgenomen in de Bijlage. De omgevingsdienst Zuid Holland Zuid heeft geen oordeel kunnen vellen omdat ze niet alle informatie in bezit had. Deze informatie is nu wel bekend in grote lijnen.

Bekend is dat het niet gaat om een rondweg van 4 rijstroken, het betreft een aanleg en geen wijziging of uitbreiding van bestaande (auto)weg of, een verlegging of verbreding van een bestaande weg. Het betreft een aanleg van een nieuwe (provinciale) weg van 2 rijstroken van minder dan 5km, die niet alleen toegankelijk is via knooppunten of door verkeersregelinstallaties (vri’s) geregelde kruispunten, maar ook waarschijnlijk via gelijkvloerse kruisingen met lokale wegen zonder vri’s of rotondes. Tevens wordt uitgegaan dat het niet verboden is te stoppen dan wel te parkeren langs de nieuw aan te leggen randweg. Ook zal de weg niet voldoen aan art 1, d, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Bovenstaande betekent dat de toekomstige rondweg Klaaswaal niet voldoet aan de definities zoals die zijn opgenomen in Lijst C en D van het Besluit-MER zoals dat per 1 april 2011 is gewijzigd. Wat betreft Lijst C (directe m.e.r.-plicht): de rondweg betreft geen aanleg van een autosnelweg of autoweg, het zal geen 4 rijstroken bevatten en zal ook geen tracélengte hebben van > 10km. Wat betreft Lijst D (m.e.r.-beoordelingsplicht): er is geen sprake van een wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg, en ook is geen sprake van een wijziging, uitbreiding, verlegging of verbreding van een weg en het zal geen 4 rijstroken bevatten.

Jurisprudentie Door de Raad van State zijn er recente uitspraken gedaan over al of niet m.e.r.-plicht vanwege het feit dat een aan te leggen weg onder de definitie van autoweg zou vallen. Dit betreft een uitspraak over de Randweg Strijen (25-5-2011), de aanleg van een weg in het inpassingsplan Noordhorn-Zuidhorn (7-32012) en de aanleg van de Kersenbaan te Amersfoort (12-12-2012). In alle gevallen heeft de Raad van State beslist dat bezwaren om geen MER voor de nieuwe weg uit te voeren ongegrond zijn. Als argumentatie heeft zij gebruikt de redenen die in bovenstaande alinea zijn beschreven en conform de teksten van Infomil die in de Bijlage zijn opgenomen. Andere activiteiten in het RVVP Hoeksche Waard De rondweg Klaaswaal is niet de enige te voorziene maatregel in het RVVP. Voor de planMER-plicht is het ook van belang of er nog andere maatregelen opgenomen zijn die kunnen leiden tot planMER-plicht. Het RVVP bevat 51 maatregelen die variëren van studies naar het rechttrekken van wegen tot het uitbreiden van kruisingen. Ten behoeve van de voortoets is een indeling gemaakt van ‘type maatregelen’ te weten: studie, wegaanpassingen, procesbeïnvloeding, uitvoeringsaanpassing en overig. De

16 oktober 2013, versie Definitief -8-

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

maatregelen uit het RVVP zijn genummerd. In onderstaande tabel zijn de voorziene maatregelen onderverdeel naar type maatregel. De nummers verwijzen naar de maatregelnummers uit het RVVP. Tabel 4-1: Overzicht van de voorziene maatregelen onderverdeeld naar type (Bron: RVVP).

Type maatregel Studie

Nummer 1, 3, 5, 6, 10, 15, 16, 19, 23, 27, 30, 33, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 46, 47 , 48 Wegaanpassingen 4, 8, 9, 13, 14, 21, 25, 26, 28, 29, 31, 32 Procesbeïnvloeding 11, 12, 17, 18 Uitvoeringsaanpassing 34, 45 Overig 2, 7, 20, 22, 24, 43, 44, 49, 50, 51 De verschillende typen maatregelen worden hieronder nader toegelicht: Studie:

Een studie naar maatregelen die getroffen kunnen worden om bijvoorbeeld verkeer te weren (maatregel 3). Binnen de beoordeling wordt hierbij sec gekeken naar het feit dat het een studie is en geen concrete maatregel die gerealiseerd gaat worden.

Wegaanpassingen: Wegaanpassingen omvatten ondermeer de aanleg van passeerhaven t.b.v. landbouwverkeer (maatregel 4). Ook de aanleg van de oostelijke randweg rondom Klaaswaal (maatregel 13), de fietsverbinding parallel

aan

de

Oud-Cromstrijensedijk

Oostzijde

(maatregel

21)

en

de

parallelroute

langs

de

Sluisjesdijk/Zwartsluisje maken onderdeel uit van dit type maatregelen. Procesbeïnvloeding: Hier valt te denken aan lobbymaatregelen waarbij geprobeerd wordt invloed uit te oefenen bij besluitvorming op (bijv.) rijksniveau. Uitvoeringsaanpassing: Dit type maatregelen omvat ondermeer een nieuwe opzet van het busvervoer met sneldiensten als basis. Door middel van aanpassingen ontstaat er een alternatief voor autoverkeer en een verduurzaming van het mobiliteitssysteem. Overige: Alle maatregelen die niet onder bovenstaande categorieën te scharen zijn, zijn onder deze noemer gebracht. Hierbij valt te denken aan het opnemen van de Nieuwendijk west- en oostzijde in een integraal plan voor recreatieverkeer in Tiengemeten (maatregel 2). Een andere maatregel is het maken van nadere afspraken tussen waterschap, gemeente en bedrijven over vrachtverkeer richting landbouwgerelateerde bedrijven (maatregel 43).

Geen van bovengenoemde maatregelen in het RVVP komen voor in de definities van het Besluit-MER. Wel is er de mogelijkheid dat via de Natuurbeschermingswet de mogelijkheid kan bestaan van MER-plicht. PlanMER-plicht via significante negatieve effecten op natuur Een PlanMER-plicht kan eveneens van toepassing zijn via de Natuurbeschermingswet. Indien significante negatieve effecten kunnen optreden op Natura2000 gebieden door geplande activiteiten in het RVVP, dient een Passende beoordeling in het kader van de natuurwetgeving gemaakt te worden, en dit leidt tot het opstellen van een PlanMER. Zowel Goudappel Coffeng als de omgevingsdienst Zuid Holland Zuid wijzen erop dat een voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet uitsluitsel kan geven of significant negatieve effecten zijn uit te sluiten op de natuurlijke kenmerken van Natura2000 gebieden. De Natura2000 gebieden betreffen het nabijgelegen Oudeland van Strijen en de wat verder gelegen Natura2000 gebieden Hollands Diep, Haringvliet, Oude Maas en Biesbosch. Deze Voortoets is inmiddels uitgevoerd door RHDHV (rapportage 19 september 2013) met als conclusie dat significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van nabijgelegen Natura2000 gebieden uitgesloten kunnen worden.

Er bestaat geen kans dat de maatregelen welke het RVVP mogelijk maakt leiden tot een verslechtering van habitats of habitatsoorten, dan wel leidt tot een significante verstoring van soorten waarvoor de instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. Significant negatieve effecten als gevolg van cumulatie met andere projecten zijn dan ook niet aanwezig. Er is geen noodzaak tot het opstellen van een passende beoordeling. Er is daarom vanwege de Natuurbeschermingswet geen sprake van een planMER-plicht. Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

16 oktober 2013, versie Definitief -9-

HaskoningDHV Nederland B.V.

5

CONCLUSIES Samengevatte conclusies •

Vanwege de C en D-lijst van het huidige Besluit MER is er geen sprake van een planMER-plicht voor de toekomstige rondweg Klaaswaal. Wat betreft de C-lijst voldoet de rondweg niet aan de definities van een autosnelweg of autoweg , ook is er geen sprake van een toekomstige weg met 4 rijstroken die langer zal zijn dan 10km. Wat betreft de D-lijst is er geen sprake van een wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg, er is geen sprake van een wijziging, uitbreiding, verlegging of verbreding van een weg, en de rondweg zal ook geen 4 rijstroken bevatten. Deze conclusie wordt ondersteund door recente jurisprudentie.

•

Ook vanwege de Natuurwetgeving is er geen sprake van een planMER-picht. De voortoets die recentelijk uitgevoerd is door RHDHV, heeft als conclusie dat significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van nabijgelegen Natura2000 gebieden uitgesloten kunnen worden. Deze conclusie betekent dat geen Passende beoordeling gemaakt hoeft te worden en ook geen planMER;

•

Wat betreft andere activiteiten in het RVVP zoals het fietspad Oud-Cromstrijensedijk. Deze activiteiten komen niet voor in de definities van lijsten C of D van het Besluit MER waardoor er eventueel sprake kan zijn van een PlanMER-plicht. Tevens heeft de recent uitgevoerde voortoets uitgewezen dat er ook geen activiteiten in het RVVP voorkomen die significant negatieve effecten kunnen hebben op de natuurlijke kenmerken van nabijgelegen Natura2000 gebieden waardoor ook door dit criterium geen sprake is van planMER-plicht.

Voor de toekomst Omdat de rondweg Klaaswaal met de huidig bekende kenmerken niet voldoet aan de definities van de C en D lijst van het BesluitMER, is er bij latere planvorming ook geen sprake van een projectMER-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht.

16 oktober 2013, versie Definitief - 10 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

6

COLOFON

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Opdrachtgever Project Dossier Omvang rapport Auteur Interne controle Projectleider Projectmanager Datum Naam/Paraaf

: Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard : Third opinion noodzaak MER voor het RVVP Hoeksche Waard : BC5803 : 11 pagina's : Jan Veeken : Carel Schut : Jan Veeken : Amber van Tatenhove : 16 oktober 2013 :

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

16 oktober 2013, versie Definitief - 11 -

HaskoningDHV Nederland B.V. Rivers, Deltas & Coasts Laan 1914 nr. 35 3818 EX Amersfoort Postbus 1132 3800 BC Amersfoort T (088) 348 20 00 F (088) 348 28 01 E info@rhdhv.com W www.royalhaskoningdhv.com

HaskoningDHV Nederland B.V.

BIJLAGE 1

Informatie vanuit Infomil betreffende definities autosnelweg en autoweg

Op de site van Kenniscentrum Infomil van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu staat het volgende over de definities van autoweg en autosnelweg:

Autoweg In onderdeel A van de bijlage van het Besluit m.e.r. is als definitie van het begrip ‘autoweg’ het volgende opgenomen: a. b.

een voor autoverkeer bestemde weg die alleen toegankelijk is via knooppunten of door verkeerslichten geregelde kruispunten en waarop het verboden is te stoppen en te parkeren of een weg als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Ad b. De formulering onder b komt er op neer dat er sprake is van een autoweg, indien de weg is aangeduid door bord G3 van bijlage I van het Reglement verkeerstekens en verkeersregels (RVV 1990) (verder RVV). Wanneer een G3 bord aanwezig is, valt de autoweg rechtstreeks onder het begrip autoweg van het Besluit m.e.r..

G3 bord: autoweg

Op grond van paragraaf 2.4 van de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW)* inzake verkeerstekens voldoet de weg, waarop het bord G3 wordt geplaatst, aan de volgende eisen: • • • • • •

de lengte van het als autoweg aangeduide weggedeelte bedraagt minimaal 2,5 km; de doorgaande rijbaan is aangewezen als voorrangsweg; de weg heeft geen uitritten; overpaden zijn slechts bij hoge uitzondering toegelaten en het gebruik is beperkt tot agrarisch verkeer; de breedte van de wegverharding bedraagt ten minste 7,00 m; bij kruispunten zijn opstelvakken voor linksafslaand verkeer aanwezig.

De langs de autoweg gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel van de autoweg uit. Op grond van artikel 42, lid 2 van het RVV, is het gebruik van de autoweg overigens slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km per uur mag en kan worden gereden.

MD-AF20131618

HaskoningDHV Nederland B.V.

* de uitvoeringsvoorschriften bevatten de voorschriften voor de wegbeheerder ten aanzien van de inrichting, bebording en belijning van de wegen, verantwoordelijkheden en procedures. Deze is gebaseerd op artikel 10 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW). Ad a. De formulering onder a is letterlijk overgenomen uit de op 15 november 1975 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst inzake internationale hoofdverkeerswegen (Trb. 1979, nr. 78, verder Europese Overeenkomst). De definitie van het begrip ‘autoweg’ volgens de Europese Overeenkomst (zie ook overzicht van de begrippen uit de Europese overeenkomst =link) is ruimer dan het begrip ‘autoweg’in het RVV. Het gevolg is dat een weg zonder G3 aanduiding nooit een autoweg kan zijn in de zin van het RVV en in de zin van de Europese Overeenkomst. In dien bij een weg geen G3 bord aanwezig is, dient er onderzocht te worden of de weg voldoet aan het begrip ‘autoweg’ als bedoeld in de Europese Overeenkomst. Hiervoor zijn drie Criteria die hierna verder wordt uitgelegd: I. De weg moet bestemd zijn voor autoverkeer; II. De weg dient alleen toegankelijk te zijn via (b1) knooppunten of door (b2) verkeerslichten geregelde kruispunten; III. Het is verboden op de weg te stoppen of te parkeren. I. De weg moet bestemd zijn voor autoverkeer.

Onder autoverkeer wordt in de uitgave ‘Teksten regelgeving m.e.r.’, blz. 82, verstaan: verkeer van motorvoertuigen. Op zich is dit niet duidelijk. Immers, ook een tractor en een grondverzetmachine, om twee voorbeelden te noemen, zijn motorvoertuigen zoals te vinden is in de begripsbepaling van het RVV. In de Europese Overeenkomst zijn echter aanwijzingen te vinden voor het feit dat autowegen uitgaan van hogere ontwerpsnelheden dan wegen voor alle verkeer. Op grond daarvan kan gesteld worden dat autowegen uitsluitend zijn bedoeld voor auto’s en daarmee gelijk te stellen motorvoertuigen. Tractoren en vergelijkbare voertuigen zullen vanwege hun beperkte maximumsnelheid alleen op wegen voor alle verkeer kunnen rijden. II. De weg dient alleen toegankelijk te zijn via knooppunten of door verkeerslichten geregelde kruispunten II.1Knooppunten Algemeen uitgangspunt bij knooppunten is dat de hoofdrijbanen van de autoweg ongelijkvloers gekruist worden. In de Europese Overeenkomst is ten aanzien van knooppunten gesteld dat de rijbanen van knooppunten worden verdeeld in hoofdrijbanen en verbindingswegen die rijbanen met elkaar verbinden. De hoofdrijbanen zijn de banen die de grootste verkeersintensiteit hebben (zo nodig rekening houdend met de wijzigingen per uur) ten aanzien waarvoor geen aanzienlijke verlaging in de ontwerpsnelheid kan worden toegestaan.

Knooppunten zijn volgens hoofdstuk IV (normen voor kruispunten) van bijlage II van de Europese Overeenkomst kruispunten die op een bepaalde manier zijn uitgevoerd.Voor wat betreft kruispunten tussen auto(snel)wegen onderling en tussen auto(snel)wegen en andere wegen onderscheidt de Europese Overeenkomst de volgende kruispunten: 1. 2.

bijlage 1 -2-

kruispunten tussen autosnelwegen of autowegen uit dezelfde categorie: Dit zijn knooppunten type A, waarbij geen der verkeersstromen elkaar gelijkvloers kruisen; Kruispunten tussen autosnelwegen en wegen voor alle verkeer: Dit zijn knooppunten type B, waarbij de verkeersstromen op de hoofdrijbanen elkaar niet gelijkvloers kruisen; Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

3.

Kruispunten tussen autowegen en wegen voor alle verkeer a. bij belangrijke kruispunten: knooppunten type B waarbij de verkeersstromen van de autoweg niet gelijkvloers worden gekruist en b. bij minder belangrijke kruisingen waar een knooppunt niet economisch verantwoord is: gelijkvloerse of ongelijkvloerse kruispunten, eventueel geregeld door verkeerslichten. Deze kruispunten vallen niet onder de term knooppunt.

II.2 Kruispunten die door verkeerslichten geregeld zijn Hiermee worden gelijkvloerse of ongelijkvloerse kruispunten niet zijnde knooppunten - die door verkeerslichten geregeld zijn - bedoeld. Ter verduidelijking: -

Gelijkvloerse kruisingen: zijn volgens de Europese Overeenkomst : kruispunten waarvan de takken op gelijk niveau of op een gelijke helling liggen. Ongelijkvloerse kruisingen: zijn volgens de Europese Overeenkomst: kruispunten, waarvan tenminste één van de takken één of meer andere takken op ongelijk niveau kruist.

Opgemerkt moet worden dat volgens de toelichting bij het Besluit m.e.r. rotondes en verkeerspleinen worden gelijkgesteld met kruispunten die door verkeerslichten geregeld zijn, omdat het gaat om de toeritdosering en doorstroombaarheid van het verkeer. III Weg waarop het verboden is te stoppen of te parkeren Deze voorwaarde wijkt niet af van de Nederlandse voorschriften inzake het gebruik van een autoweg door een bestuurder van een motorvoertuig. Op grond van artikel 43, tweede lid, van het RVV is het aan bestuurders in Nederland verboden hun motorvoertuigen op de rijbaan van een autoweg of een autosnelweg te laten stilstaan. Aangezien in artikel 1 van het RVV parkeren is omschreven als het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, gelden in Nederland zowel voor een autosnelweg als voor een autoweg een stopverbod en een parkeerverbod.

Autosnelwegen Het begrip autosnelweg wordt in het Besluit m.e.r. niet gedefinieerd. De definities van een autosnelweg uit de Europese Overeenkomst inzake internationale hoofdverkeerswegen (Trb. 1979, nr. 78, verder Europese Overeenkomst) en uit het RVV komen nagenoeg met elkaar overeen. Voor de in categorieën C 1.2, C 1.3, C 1.5, D 1.1 en D 1.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. opgenomen term autosnelweg dient per geval bezien te worden of er sprake is van een autosnelweg als bedoeld in het RVV. Op grond van het RVV wordt een autosnelweg gedefinieerd als weg, aangeduid door bord G1 van bijlage I. Opgemerkt zij dat op grond van paragraaf 2.4 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens de weg waarop het bord G1 wordt geplaatst voldoet aan de volgende eisen: 1. 2. 3.

de lengte van het als autosnelweg aangeduide weggedeelte bedraagt minimaal 2,5 km; de weg is gelegen buiten de bebouwde kom en de doorgaande rijbaan is aangewezen als voorrangsweg; de weg heeft ongelijkvloerse kruisingen, gescheiden rijbanen en vloeiend verlopende toe- en afritten.

Langs autosnelwegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel van de autosnelweg uit. Op grond van artikel 42, lid 1 RVV, is het gebruik van de autosnelweg overigens slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 60 km per

MD-AF20131618

HaskoningDHV Nederland B.V.

uur mag en kan worden gereden. In de Europese Overeenkomst wordt een autosnelweg gedefinieerd als een weg die speciaal is ontworpen en aangelegd voor verkeer met motorvoertuigen, zonder uitwegen naar aanliggende percelen, en die 1.

2. 3.

behalve op bepaalde plaatsen of tijdelijk is voorzien van gescheiden rijbanen voor beide verkeersrichtingen, welke rijbanen van elkaar gescheiden zijn hetzij door een strook die niet voor het verkeer is bestemd, hetzij, bij uitzondering, op andere wijze; geen andere weg, geen spoor- of tramweg of voetpad gelijkvloers kruist; en door speciale verkeerstekens als autosnelweg is aangeduid

Met het laatste vereiste worden de landelijke verkeerstekens bedoeld.

HaskoningDHV Nederland B.V. Rivers, Deltas & Coasts Laan 1914 nr. 35 3818 EX Amersfoort Postbus 1132 3800 BC Amersfoort T (088) 348 20 00 F (088) 348 28 01 E info@rhdhv.com W www.royalhaskoningdhv.com bijlage 1 -4-

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard MD-AF20131618 Klant vertrouwelijk

Vestiging Den Haag Verheeskade 197 2521 DD Den Haag T (070) 305 30 53 F (070) 389 66 32 Postbus 16770 2500 BT Den Haag

www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13420417/3