CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bjlagen regionaal verkeers- en vervoersplan

Besluitvormende raad 7 november 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Achterliggende documentatie (context)16.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoeksche Waard RVVP Hoeksche Waard

Regionaal VerkeersVerkeers - en Vervoersplan Bijlagen

www.goudappel.nl

Hoeksche Waard RVVP Hoeksche Waard

Regionaal VerkeersVerkeers- en Vervoersplan Bijlagen

Datum Kenmerk

www.goudappel.nl

8 november 2013 CDH004/Gfp/0039

Bijlage 1 Verslagen bijeenkomsten RVVP

Informatiebijeenkomst Regionaal VerkeersVerkeers- en Ver Ve rvoersplan

Samenvatting ingekomen reacties

Naar aanleiding van de informatiebijeenkomst over het Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard van 8 december 2011 zijn door inwoners van de Hoeksche Waard via reacties ruim 40 aandachtspunten, knelpunten en opmerkingen aangedragen. Onderstaand overzicht geeft een beeld van het aantal reacties per thema. Thema

Aantal keer genoemd*

Langzaam verkeer

11

Recreatie

5

Openbaar vervoer

6

Goederenvervoer

6

Weginfrastructuur

15

Verkeer en milieu

6

Veiligheid

11

Landbouwverkeer

0

*per knelpunt konden meerdere thema’s worden ingevuld, de drie voornaamste thema’s waar het knelpunt betrekking op heeft zijn in dit overzicht meegenomen.

Veelgenoemde problemen Vrijwel alle reacties hadden betrekking op (een deel van) een van de volgende algemenere problemen. ■ Routering (zwaar) vrachtverkeer van en naar (de firma Kleinjan in) Goudswaard.

www.goudappel.nl

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

1

■ Overlast van veel of grote voertuigen en verkeersonveiligheid op smalle dijkwegen in het westen van de Hoeksche Waard (zoals de Molendijk, Sluisjesdijk, Varkensdijk). ■ Overlast van (toenemend aantal) bezoekers van Tiengemeten; aspecten als parkeren, veiligheid, milieu, bereikbaarheid op piekmomenten en gebrekkige bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets spelen hier een rol. ■ Ontbreken fiets- en wandelpaden op wegen binnen en buiten de bebouwde kom.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

2

Klankbordgroepbijeenkomst Klankbordgroepbijeenkomst Regionaal VerkeersVerkeers- en Ver Ve rvoersplan

Samenvatting ingekomen reacties

De onderstaande organisaties zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de klankbordgroep van het RVVP. Organisaties die ook een reactie hebben gegeven op de Koersnota hebben een sterretje achter hun naam. ■ Ondernemersvereniging HW* ■ Regionaal Bedrijventerrein HW ■ LTO Noord* ■ VVN (afdelingen Binnenmaas en Strijen) ■ Fietsersbond ■ Rover ■ Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoeksche Waard (OVOHW) ■ CSG Willem van Oranje* ■ Wellantcollege * ■ VVV Zuid-Holland-Zuid ■ Vereniging Hoekschewaards Landschap (HWL) ■ Vereniging Natuurmonumenten ■ Stichting BHWP (Stichting tot behoud van de Hoeksche Waard als Polderlandschap) * ■ Stichting Gehandicaptenplatform Hoeksche Waard* ■ SAR (senioren adviesraad)* ■ Politie Zuid-Holland Hoeksche Waard ■ Brandweer Zuid-Holland* ■ Ambulancedienst Zuid-Holland-Zuid ■ Omgevingsdienst*

In de klankbordgroep van 13 februari 2012 zijn de volgende opmerkingen geplaatst: ■ TNO staat nog in afbeeldingen; dit blijft staan; de structuurvisie is vastgesteld in 2009

met TNO erin. In 2012 is dit niet meer opportuun. Dit geldt voor meer plannen. In het RVVP wordt de situatie 2012 uitgangspunt. Maar er zijn meer beleidsplannen waarin plan en huidige situatie anders zijn. ■ Hoe ziet het vervolg na het RVVP eruit? In het RVVP wordt ook een uitvoeringsplan opgenomen voor de periode 2012/2013-2020. ■ Er is al uitgebreid onderzoek naar de N217 gedaan. Dit onderzoek wordt erbij betrokken.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

3

■ Fietspaden ook geschikt maken voor scootmobiel en dergelijke. Bij de uitwerking

wordt daar rekening mee gehouden. ■ Houd er rekening mee dat grote landbouwvoertuigen en fietsroutes niet altijd goed samen gaan. Dit veiligheidsissue krijgt in het RVVP aandacht. ■ Een aantal 60 km/h-wegen hebben ook een verbindende functie (bijv. Middelsluisedijk tussen Numansdorp en Strijen). Niet alleen voor personenauto’s, maar ook voor landbouwverkeer en vrachtverkeer binnen de Hoeksche Waard (o.a. melkauto’s). Zijn drempels nodig op dit soort wegen? Deze zorgen voor onder andere trillingshinder aan woningen, schade aan voertuigen. Het belemmert ook de bereikbaarheid. Ook ambulances hebben last van de drempels. Dit wordt als issue in

de uitwerking meegenomen. ■ Belang van een P+R bij busstation moet onderstreept worden. Bij een goede P+R horen ook goede voorzieningen. In het RVVP wordt nader beschouwd in hoeverre P+R

nodig is. ■ De toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor gehandicapten en voorzieningen op haltes en busstation (o.a. toiletten) moet beter. In het RVVP worden de

verbeteringen hiertoe bekeken. ■ In de klankbordgroep wordt het reizigersoverleg Hoeksche Waard – GoereeOverflakkee gemist. Via de provincie wordt deze aangehaakt voor het RVVP. ■ Missen van het bedrijfsnummersysteem. Is opgenomen in hoofdstuk 5. ■ De huidige verbindingen OV blijven wel ook gewoon lopen over de Rijksstraatweg in Klaaswaal? In het RVVP zullen vooral belangrijke relaties worden aangegeven. In het

kader van aanbestedingen in het openbaar vervoer worden hier tussen concessieverlener (provincie Zuid-Holland) en concessienemer (vervoerder) afspraken gemaakt. ■ De versmallingen en andere verkeersremmende maatregelen volgen wellicht als uitvloeisel van deze nota, wel graag aandacht hiervoor. Als gebruiker van de

Rijksstraatweg en belanghebbende namens een school kan dit beter in mijn optiek. Visie op snelheidsremmers en weginrichting komt terug in het RVVP. In de klankbordgroep van 2 juli 2012 zijn de volgende opmerkingen geplaatst: ■ Bij realiseren van parallelle routes niet meer asfalt aanleggen, maar bestaande wegen upgraden. ■ Er is onvoldoende gekeken naar de realiteit. Het plan sluit juist aan op de huidige

structuren in de Hoeksche Waard en geeft een toekomstvisie. ■ Voorkeur voor een rondweg in plaats van de voorgestelde vorkstructuur. Geen 80

km/h op de zuidrand gekozen omdat verkeersdruk aan de zuidkant van de Hoeksche Waard lager is dan aan de noordkant. Gevraagd wordt hoe de bewoners tegen 80 km/h op deze wegen aankijken. Om dit te peilen wordt dit vraagstuk tijdens de inspraakprocedure aan de bewoners voorgelegd. ■ Sterk dat de fietsroutes worden gestimuleerd omdat deze als onveilig en donker worden ervaren. ■ Er is al een busverbinding tussen Numansdorp en Tiengemeten. Deze bus rijdt sinds

dit jaar, maar is nog niet echt een alternatief voor de auto. ■ P+R Numansdorp moet als stevig concept moet worden neergezet vanwege de sociale veiligheid.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

4

■ Zonder bedrijvennummeringsysteem blijven de vrachtwagens op dijken een probleem. ■ Is er een route voor gevaarlijke stoffen in de Hoeksche Waard. Hier wordt momenteel

regionaal een studie naar verricht. ■ Wanneer er verkeersremmende of –sturende maatregelen worden getroffen bij voorkeur geen drempels aanleggen. Bij het uitvoeren van maatregelen rekening houden met de routes van landbouwverkeer en hulpdiensten, bijvoorbeeld op de Blaaksedijk. ■ In het onderdeel Openbaar Vervoer ontbreekt het aspect Vervoer op maat voor ouderen. In het RVVP is dit aangevuld. ■ Door de aanleg van de verhoogde middenberm is de N217 tussen Oud-Beijerland en de A29 niet meer te berijden door de hulpdiensten. ■ Wordt in het RVVP ook een advies opgenomen over het gebruik van subsidies? Finan-

ciering van de maatregelen is een belangrijk aandachtspunt, maar blijft een zaak van de gemeenteraden. ■ Hoe wordt omgegaan met het tolvrij maken van de Kiltunnel? Hier wordt in RVVP niet op ingegaan, maar het is wel de verwachting dat het drukker wordt op de wegen in de Hoeksche Waard richting Dordrecht

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

5

Bijlage 2 Reistijden schoollocaties

www.goudappel.nl

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

6

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

7

Bijlage 3 Uitstoot wegverkeer per ge gemeente

Deze bijlage geeft per gemeente een beeld van de uitstoot stikstofdioxide (NO2), en daarmee van de milieukwaliteit op en bij de wegen. Daarbij zijn alleen de gemeenten weergegeven waarvan gegevens bekend zijn. Het betreft gegevens over de uitstoot in 2011 (bron: NSL, Nationale Monitoringstool Luchtkwaliteit). Binnenmaas e.o.

www.goudappel.nl

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

8

Cromstrijen e.o.

Oud-Beijerland e.o.

Strijen e.o.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

9

Bijlage 4 Situatie verkeersveiligheid

De figuren in deze bijlage geven een beeld van de betrokkenheid van bepaalde voertuigcategorieën bij ongevallen in de Hoeksche Waard (bron: ViaStat). Vierkante aanduidingen wijzen op wegvakken ‘[W]’, cirkelvormige aanduidingen geven ongevallen op kruispunten aan ‘[K]’.

www.goudappel.nl

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

10

Alle ongevallen in de periode 2001-2010.

Alle ongevallen in de periode 2006-2010.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

11

Ongevallen met voetgangers 2001-2010.

Ongevallen met voetgangers 2006-2010.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

12

Ongevallen met (brom)fiets 2001-2010.

Ongevallen met (brom)fiets 2006-2010.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

13

Ongevallen met landbouwvoertuigen 2001-2010.

Ongevallen met landbouwvoertuigen 2006-2010.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

14

Ongevallen met vrachtverkeer (vrachtauto & trekker/oplegger) 2001-2010.

Ongevallen met vrachtverkeer (vrachtauto & trekker/oplegger) 2006-2010.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

15

Ernstige ongevallen 2001-2010.

Ernstige ongevallen 2006-2010.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

16

Bijlage 5 Afweging Bedrijvennummering Bedrijvennummeringsysteem

Bedrijvennummeringsysteem

Afweging 27 juni 2012 Al voor het opstellen van het RVVP heeft onderzoek plaatsgevonden naar een bedrijvennummeringsysteem in de Hoeksche Waard om de bereikbaarheid van bedrijven te verbeteren. De grondslag hiervoor wordt gevormd door diverse ervaringen met overlast van vrachtverkeer, die zorgen voor leefbaarheidproblemen voor omwonenden en verkeersonveiligheid voor andere verkeersdeelnemers. Vooral aan de westzijde van de Hoeksche Waard conflicteert de aanwezigheid van vrachtverkeer vaak met de situatie op de (dijk)weg, die hierop niet is ingericht. De doelstellingen van het bedrijvennummeringsysteem zijn: ■ bevorderen van de verkeersveiligheid; ■ verbeteren bereikbaarheid van de bedrijventerreinen; ■ voorkomen en beperken van sluip- en zoekverkeer; ■ terugbrengen van de kosten voor het repareren van weg- en bermschade. Het onderzoek levert twee scenario’s. Het verschil is vooral dat in scenario 2 ook bedrijvennummering is opgenomen op wegen westelijk van de A29, vooral in de gemeente Korendijk.

www.goudappel.nl

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

17

Figuur B5.1: Bedrijvennummeringsysteem scenario 1

Figuur B5.2: Bedrijvennummeringsysteem scenario 2

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

18

Bestaande bebording vrachtwagenroutering Het Waterschap Hollandse Delta heeft langs haar wegen bebording geplaatst op geschikte routes voor vrachtverkeer. Deze zijn met statische bebording al voorzien langs de wegen. De routes komen overeen met de geplande routes voor het bedrijvennummeringsysteem. Het bedrijvennummeringsysteem is wel gedetailleerder.

Figuur B5.3: Bestaande bebording vrachtwagenroutering

Routering gevaarlijke stoffen Op dit moment heeft een regionale projectgroep een conceptroutekaart opgesteld voor gevaarlijke stoffen. De belangrijkste routes voor gevaarlijke stoffen wikkelen zich in principe af via de bestaande provinciale wegen in de Hoeksche Waard zelf. Voor verbindingen met andere landsdelen is in hoofdzaak alleen Rijksweg A29 beschikbaar. Een tweede, maar minder toegankelijke route is de veerpont tussen Nieuw-Beijerland en Hekelingen richting Spijkenisse (is nog ter discussie).

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

19

Kaart is nog onder voorbehoud

Afweging bedrijven bedrijvennummeringsysteem De doelstellingen van het bedrijvennummeringsysteem zijn: ■ bevorderen van de verkeersveiligheid; ■ verbeteren bereikbaarheid van de bedrijventerreinen; ■ voorkomen en beperken van sluip- en zoekverkeer; ■ terugbrengen van de kosten voor het repareren van weg- en bermschade.

Verkeersveiligheid Uit de verkeersveiligheidsanalyse van het RVVP komt niet naar voren dat veel ongevallen met vrachtverkeer gebeuren op wegen die buiten de hoofdwegenstructuur van het RVVP vallen. Het aantal ongevallen met vrachtverkeer beperkt zich vooral tot de provinciale wegen.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

20

Figuur B5.4: Aantal ongevallen met vrachtverkeer

Bereikbaarheid In het RVVP wordt de volgende hoofdwegenstructuur voorgesteld, 80 km/h op de ononderbroken lijnen en 60 km/h op de gestippelde lijnen. De meeste bedrijventerreinen zijn voor een groot deel direct op het hoofdwegennet aangesloten. Vooral in Binnenmaas liggen de bedrijventerreinen wat verder van de N217. Daarvoor worden ook nieuwe aansluitingen voorgesteld. Daarnaast bestaan individuele (landbouw)bedrijven die soms veel verkeersbewegingen veroorzaken. In overleg tussen gemeenten, waterschap en onderlinge bedrijven dienen afspraken te worden gemaakt tussen de hoofdwegenstructuur en deze bedrijven. Dit is maatwerk.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

21

Figuur B5.5: Bereikbaarheid bedrijventerreinen

Sluip- en zoekverkeer Op dit moment ligt de afslag Numansdorp centraal in de Hoeksche Waard. Voor verbindingen met Piershil, Goudswaard, Strijen en Oud-Beijerland vanuit het zuiden (Hellegatsplein) is de kortste route dus via deze aansluiting op de A29. Deze routes worden als sluipverkeer ervaren, omdat algemeen gedacht wordt dat de route via de N217 de hoofdroute is. De afslag Numansdorp ligt voor deze relaties echter heel centraal, zodat ook in de toekomst deze relaties zullen blijven bestaan. Voorstel van het RVVP is dus om deze routes te faciliteren (past ook in het beeld van de rondweg uit de structuurvisie). Hiermee worden dus al natuurlijke routes gecreëerd. Om de overlast te beperken, worden wel aanvullende maatregelen voorgesteld om de overlast en veiligheid van het (vracht)autoverkeer te beperken: ■ Zwartsluisje/Sluisjesdijk - parallelle 60 km/h-autoroute (à la omleiding ZuidBeijerland); ■ fietspad Kortweg (Zuid-Beijerland); ■ fietspad Molendijk (Goudswaard - Piershil); ■ oostelijk regionale randweg Klaaswaal; ■ Varkensdijk (Middelsluis - Strijen), parallelle fietsroute wordt nu aangelegd.

Schade wegdek en bermen Door natuurlijke routes van het hoofdwegennet en afspraken met individuele bedrijven over de te volgen routes zullen sluiproutes worden vermeden, waardoor minder schade zal ontstaan. Wel is het belangrijk de aangewezen routes ook voor vrachtverkeer goed berijdbaar te maken.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

22

Speciaal goederenvervoer Lange zware voertuigen (LZV’s) zijn speciale vrachtwagencombinaties die meer lading kunnen vervoeren dan vrachtwagens die aan de standaardafmetingen voldoen. Hoewel de omvang van deze voertuigen negatieve effecten kan opleveren (verkeersonveiligheid, belasting wegennet), kunnen deze negatieve effecten worden opgeheven doordat vrachtwagenritten worden uitgespaard en de overlast voor de omgeving (milieu, onveiligheid, verkeersdruk) per saldo afneemt. In de Hoeksche Waard zijn op bepaalde routes LZV’s toegelaten (zie kaart). Hierdoor zijn de grootste bedrijventerreinen met LZV’s te bereiken. LZV’s zijn vooral nuttig op verbindingen naar dergelijke terreinen en bij frequente goederenstromen, waarbij geldt: ‘LZV’s volgen de infrastructuur en niet andersom’ (bron: CROW, 2009). De benodigde infrastructuur voor het regionale bedrijventerrein dient te worden ontworpen voor LZV’s. Dit geldt ook voor de ontsluiting van nieuwe bedrijventerreinen op de hoofdwegenstructuur. Bij onderhoudswerkzaamheden van wegen op de hoofdwegenstructuur (ononderbroken oranje lijnen, 80 km/h) zullen deze wegen ook geschikt gemaakt worden voor LZV’s. Dus niet op de 60 km/h-wegen.

Gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg van en naar de Hoeksche Waard is beperkt mogelijk via de Kiltunnel en de Heinenoordtunnel (bron: Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2011). Via deze routes mogen geen stoffen worden vervoerd die kunnen leiden tot een (zeer) grote explosie of het vrijkomen van giftige stoffen (Kiltunnel, categorie C), of die ook kunnen leiden tot een grote brand (Heinenoordtunnel, categorie D). Stoffen in deze categorieën kunnen via de weg de regio wel in of uit over de Haringvlietbrug. Bij de eventuele komst van de A4-Zuid kan afhankelijk van de gewenste bereikbaarheid voor gevaarlijke stoffen worden gekozen voor een uitvoering als tunnel met categorie A (geen beperkingen) of een brug - als alternatief voor de (beperkte) doorgang door de Heinenoordtunnel.

Navigatie De Hoeksche Waard kent vanwege het polderlandschap veel alternatieve routes binnendoor, die geadviseerd kunnen worden door navigatiesystemen. Door het realiseren van de hoofdwegenstructuur ontstaan heldere doorgaande routes (80 km/h) en aanvullende 60 km/h-routes, die bijdragen aan het oplossen van verwijzingen binnendoor door navigatiesystemen. Wel ligt hier nog een taak richting routeplanners en in-car navigatie (bijvoorbeeld TomTom), waarbij regelmatig de kortste route wordt getoond, in plaats van het (snellere en) veiliger alternatief.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

23

Conclusies en aanbeve aanbevelingen De voorgestelde hoofdwegenstructuur in het RVVP bedient alle belangrijke relaties in de regio. De structuur wordt ook gebruikt door bestaande bewegwijzering van het waterschap, conceptvoorstel van de ‘gevaarlijke stoffen’-routes en de routering van het bedrijvennummeringsysteem. Het ter hand nemen van de maatregelen om de hoofdwegenstructuur op orde te krijgen, is dus belangrijk. In dat geval zal er veel minder behoefte zijn om sluiproutes te nemen. Voor het goed maken van de hoofdstructuur zijn de hiernavolgende maatregelen nodig: ■ Zwartsluisje/Sluisjesdijk - parallelle 60 km/h-autoroute (à la omleiding ZuidBeijerland); ■ fietspad Kortweg (Zuid-Beijerland, fietspad wordt aangelegd); ■ fietspad Molendijk (Goudswaard - Piershil); ■ oostelijk regionale randweg Klaaswaal; ■ Varkensdijk (Middelsluis - Strijen), parallelle fietsroute wordt nu aangelegd. Op dit moment zijn er echter ook problemen met vrachtverkeer op deze routes, omdat de vrachtwagens ook gebruik (moeten) maken van routes over smalle dijken (Sluisjesdijk) of door de kern (Klaaswaal). Daarom wordt er snel overlast ervaren en zijn andere rustige 60 km/h-wegen door de akkers ook voor vrachtverkeer aantrekkelijk, die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. Daarnaast bestaan individuele (landbouw)bedrijven die soms veel verkeersbewegingen veroorzaken.

In overleg tussen gemeenten, waterschap en onderlinge bedrijven dienen afspraken te worden gemaakt tussen de hoofdwegenstructuur en deze bedrijven. Dit is maatwerk. Voor een duurzaam systeem is onze aanbeveling om in te zetten op het zo snel mogelijk realiseren van de hoofdwegenstructuur. Alle grotere bedrijventerreinen liggen grotendeels direct langs deze hoofdstructuur en zijn dan dus goed bereikbaar. Een bedrijvennummeringsysteem kan daarbij als aanvulling worden gezien. Een bedrijvennummeringsysteem kan er nooit voor zorgen dat lacunes in het wegennet opgelost worden. De hoogste prioriteit ligt bij het maken van een parallelle route (60 km/h) langs de Zwartsluisje/Sluisjesdijk. Daarnaast zal bij een complete hoofdstructuur de navigatie deze hoofdroutes ook vanzelf gaan volgen. In de praktijk zullen vrachtwagenchauffeurs ook zo veel mogelijk gebruik maken van goede doorgaande routes.

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

24

Bijlage 6 Voortoets Natuur Natuurbeschermingswet schermingswet 2008

www.goudappel.nl

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan

25

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard Voortoets Natuurbeschermingswet 1998

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard oktober 2013

Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard Voortoets Natuurbeschermingswet 1998

dossier : BC5803 registratienummer : AM-AF20130794 versie : Definitief classificatie : Klant vertrouwelijk

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard oktober 2013

© HaskoningDHV Nederland B.V. Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook,

zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001.

HaskoningDHV Nederland B.V.

INHOUD

BLAD

1

INLEIDING

3

2 2.1 2.2

NATUURBESCHERMINGSWET 1998 EN METHODE VOORTOETS Natuurbeschermingswet 1998 Methode voortoets

5 5 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

NATURA 2000-GEBIEDEN EN NATUURWAARDEN IN HOEKSCHE WAARD Natura 2000-gebieden rondom de Hoeksche Waard Oude Maas Oudeland van Strijen Hollands Diep Haringvliet Biesbosch

7 7 7 9 10 12 15

4

REGIONAAL VERKEERS- EN VERVOERSPLAN

19

5 5.1 5.2

EFFECTEN OP NATURA 2000-GEBIEDEN Te verwachten effecten Effecten op instandhoudingsdoelstellingen

20 20 20

6

CONCLUSIE

24

7

BRONVERMELDING

25

8

COLOFON

27

BIJLAGE 1

Randweg Klaaswaal Beoordeling verkeerseffecten.

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief -1-

HaskoningDHV Nederland B.V.

1

INLEIDING De gemeenten binnen de Hoeksche Waard, verenigd in het Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard, werken sinds 2011 samen met Goudappel Coffeng aan het opstellen van een Regionaal Verkeer en Vervoersplan (RVVP) voor de regio. Het RVVP geeft een visie over hoe het verkeers- en vervoersysteem in de Hoeksche Waard er in de periode tot 2020-2030 uit moet zien. Daardoor wordt duidelijk welke maatregelen de komende jaren getroffen dienen te worden om de Hoeksche Waard bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Onderdeel daarvan vormen studies, welke in het RVVP worden voorgesteld om te onderzoeken of en welke verkeerskundige maatregelen getroffen kunnen worden. Het RVVP vormt daarmee een rechtstreekse uitwerking van de structuurvisie, maar dan specifiek gericht op het thema verkeer en vervoer. Het ontwerp-RVVP is inmiddels definitief. Het RVVP en Natura 2000 De maatregelen welke in het RVVP worden mogelijk gemaakt, hebben mogelijk effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn beschermd in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet).

In artikel 19d van de Nb-wet staat vermeld dat het niet toegestaan is zonder Nbwet-vergunning projecten te realiseren die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de leefgebieden van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Het gaat dan in ieder geval om projecten die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. .

Oude Maas

Oudeland van Strijen

Haringvliet

Biesbosch

Hollands Diep Figuur 1: Nabijgelegen Natura 2000-gebieden (geel weergegeven).

Uit advies van Goudappel Coffeng en de omgevingsdiensten Zuid-Holland Zuid en Haaglanden is ten aanzien van de RVVP gebleken dat het aanbeveling verdient een voortoets ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 uit te voeren in verband met de oostelijke randweg rond Klaaswaal en de fietsverbinding langs de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde. Bij de voortoets moeten de mogelijke effecten op het Natura 2000-gebied Oude Land van Strijen en mogelijk ook de Natura 2000-gebieden Biesbosch, Haringvliet en Hollands Diep worden beoordeeld.

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief -3-

HaskoningDHV Nederland B.V.

Negatieve effecten op de betreffende Natura 2000-gebieden kunnen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Om deze reden dient er een voortoets uitgevoerd te worden. In deze voortoets wordt verkend welke Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn en voor welke habitattypen en/of soorten deze gebieden van belang zijn. De voortoets heeft als doel inzicht te geven betreffende de mogelijke vergunbaarheid van het plan en diens onderdelen. Wanneer er sprake is van mogelijk negatieve gevolgen, worden maatregelen voorgesteld om deze effecten weg te nemen of, tot een acceptabel niveau, te verminderen. Wanneer er sprake is van (significant) negatieve effecten, dient er een passende beoordeling uitgevoerd te worden. Uit modelberekeningen is naar voren gekomen dat de in het RVVP voorziene oostelijke randweg rond Klaaswaal geen significante verschuivingen in het bestaande verkeersbeeld zal veroorzaken. Op grond van informatie van het verkeerskundig bureau Goudappel Coffeng kan er verder van worden uitgegaan dat de overige maatregelen waarvoor het RVVP kaderstellend is, op netwerkniveau geen wijzigingen in het verkeersbeeld zullen veroorzaken.

De centrale vraag die in deze voortoets wordt beantwoord, is: “Kunnen significant negatieve effecten op omringende Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkelingen die het RVVP mogelijk maakt, op voorhand worden uitgesloten?” Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 en de methode van deze voortoets beschreven. Daarna wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving gegeven van de Natura 2000-gebieden in de omgeving van de Hoeksche Waard. In hoofdstuk 4 worden vervolgens de relevante activiteiten uit het RVVP toegelicht waarna in hoofdstuk 5 de effecten worden beoordeeld. In hoofdstuk 6 wordt de voortoets afgesloten met de conclusie en wordt antwoord gegeven op de vraag of negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

9 oktober 2013, versie Definitief -4-

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

2

NATUURBESCHERMINGSWET 1998 EN METHODE VOORTOETS

2.1

Natuurbeschermingswet 1998 Natura 2000 In Nederland zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijngebieden in een Natura 2000-aanwijzingsbesluit aangewezen. Een groot deel van de Natura 2000-gebieden zijn in concept aangewezen. De bescherming van deze Natura 2000-gebieden is vastgelegd in de Natuurbeschermingswet 1998. De aanwijzing van Natura 2000-gebieden heeft als doel het duurzaam voortbestaan van soorten en habitattypen van Europees belang te verzekeren. Voor deze soorten en habitattypen zijn zogenaamde instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Dit zijn concrete doelen voor aantallen soorten en de oppervlakte en kwaliteit van leefgebieden en habitattypen. In het beheerplan worden deze doelen qua oppervlakte, ruimte en tijd uitgewerkt. Deze uitwerking kan mogelijk leiden tot andere inzichten en bijstelling van de instandhoudingsdoelen voor zover het ontwerpbesluit nog in ontwerp is. Activiteiten in en rondom Natura 2000-gebieden (landbouw, recreatie, waterbeheer) die negatieve effecten op de natuur(doelen) hebben, kunnen ook in het beheerplan geregeld worden, mits maatregelen worden getroffen om negatieve effecten ongedaan te maken. Voor de meeste Natura 2000-gebieden zijn de beheerplannen in concept gereed.

Toetsingsplicht Plannen die mogelijk leiden tot effecten op Natura 2000-gebieden moeten getoetst worden vanwege artikel 19j uit de natuurbeschermingswet 1998: ‘Een bestuursorgaan houdt bij het nemen van een besluit tot het vaststellen van een plan dat, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, (…), voor een Natura 2000gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, (…), rekening met de gevolgen die het plan kan hebben voor het gebied, (…)’ In onderstaand kader staat uitgelegd wat wordt verstaan onder effecten en significante effecten. Aantasting of effect Elke beïnvloeding van een bepaald leefmilieu of een bepaalde diersoort, die in het licht van de beoogde beschermingsdoelstellingen van Nota Ruimte of VR/HR als negatief moet worden gekwalificeerd (naar uitspraak Rechtbank Leeuwarden in Idema et al., 2000).

Significant effect / aantasting van natuurlijke kenmerken Veranderingen in abiotische situatie en de ruimtelijke structuur, die de natuurlijke dynamiek te boven gaan en het leefmilieu van planten- en/of diersoorten zodanig beïnvloeden dat er letterlijk unieke situaties verloren dreigen te gaan, ecologische processen blijvend worden verstoord, of het voortbestaan van populaties van nationaal zeldzame soorten of voor dat systeem kenmerkende soorten op termijn niet meer op hetzelfde niveau verzekerd is, dan wel de betekenis van een gebied voor soorten aanmerkelijk afneemt (naar EU, 2000). Uitgangspunt voor de beoordeling of menselijk handelen significante gevolgen (of een significant negatief effect) kan hebben, is of de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied gehaald zal worden. (Handreiking significantie, 2010). Hierbij dient de vraag of er sprake is van schade voor de natuurlijke kenmerken ‘in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen’ te worden beantwoord. uit Milieu & Recht, Een ruimere jas voor Natura 2000 MenR 2012/64 (Auteur: P. Mendelts en L. Boerema)

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief -5-

HaskoningDHV Nederland B.V.

Beschermde natuurmonumenten Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden, regelt de Nbwet de bescherming van beschermde natuurmonumenten. Artikel 16, eerste lid bepaalt: “het is verboden zonder vergunning (..) in een beschermd natuurmonument handelingen te verrichten, te doen verrichten of te gedogen, die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijke betekenis van het beschermd natuurmonument of voor dieren of planten in het beschermd natuurmonument of die het beschermd natuurmonument ontsieren, dan wel in strijd met de bij een vergunning gestelde voorschriften of beperkingen handelingen te verrichten, te doen verrichten of te gedogen”. Artikel 16, tweede lid geeft aan: “als schadelijke handelingen worden in elk geval aangemerkt handelingen die de in het besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmonument vermelde wezenlijke kenmerken van het Beschermde natuurmonument aantasten”. Aan de randen van de Hoeksche Waard, in de nabijheid van het plangebied, zijn enkele Beschermde Natuurmonumenten gelegen. Er vinden geen echter geen werkzaamheden plaats binnen de Beschermde Natuurmonumenten. De Beschermde Natuurmonumenten zijn allen gelegen binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied. Op 25 april 2013 is de wijziging van de Crisis- en Herstelwet in werking getreden.

Op grond hiervan is de ‘externe werking’ op doelen van voormalige Beschermde Natuurmonumenten die binnen een Natura 2000-gebied zijn gelegen niet meer van toepassing. Gelet hierop geldt het beschermingsregime van artikel 16 van de wet niet voor de voorgenomen werkzaamheden. Om deze reden wordt dan ook niet verder ingegaan op de Beschermde Natuurmonumenten.

2.2

Methode voortoets In voorliggende rapportage wordt gekeken of er naar aanleiding van de voorgenomen maatregelen binnen het RVVP mogelijk negatieve effecten optreden op de Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het Natura 2000-gebied. Hiertoe worden in Hoofdstuk 3 de omringende Natura 2000-gebieden in kaart gebracht. Deze gebieden worden elk afzonderlijk behandeld waarbij een korte karakterisering van het gebied wordt gegeven. Daarnaast worden de instandhoudingsdoelstellingen besproken. Ook wordt een gevoeligsheidsanalyse uitgevoerd, hieruit wordt duidelijk voor welke factoren de aangewezen instandhoudingsdoelstellingen gevoelig zijn. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 het RVVP besproken. In dit hoofdstuk wordt bepaald welke voorgenomen maatregelen mogelijk resulteren in een effect op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In Hoofdstuk 5 vindt de daadwerkelijk effectbeoordeling plaats. Hier wordt bepaald wat de eventuele effecten zijn als gevolg van de voorgenomen plannen. Het rapport wordt in Hoofdstuk 6 afgesloten met een conclusie waarbij antwoord wordt gegeven op de vraag of negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

9 oktober 2013, versie Definitief -6-

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

3

NATURA 2000-GEBIEDEN EN NATUURWAARDEN IN HOEKSCHE WAARD

3.1

Natura 2000-gebieden rondom de Hoeksche Waard Binnen de Hoeksche Waard ligt het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen. Direct rondom de Hoeksche Waard zijn vier Natura 2000-gebieden aanwezig: Oude Maas, gelegen in het noorden van de Hoeksche Waard; Haringvliet, gelegen in het zuiden van de Hoeksche Waard; Hollands Diep, gelegen in het zuiden van de Hoeksche Waard; Biesbosch, gelegen ten oosten van de Hoeksche Waard. In Figuur 3.1 staan de Natura 2000-gebieden in en rondom de Hoeksche Waard weergegeven. Het betreft hier de Oude Maas, Oudeland van Strijen, Hollands Diep, Haringvliet en Biesbosch.

Oude Maas

Biesbosch

Figuur 3.1: Natura 2000-gebieden (geel weergegeven) in en rondom de Hoeksche Waard (rood omlijnd) (www.synbiosys.alterra.nl/natura2000).

3.2

Oude Maas De Oude Maas is een rivier die onder invloed van eb en vloed staat. De smalle uiterwaarden vormen het grootste, nog resterende zoetwatergetijdengebied van ons land. Door afsluiting van het Haringvliet is de getijdendynamiek afgenomen. Hoge delen van het gebied worden daarom bij getijdenhoogwaters niet meer regelmatig overspoeld. De gebieden bestaan uit getijdengrienden, wilgenbossen en vochtige terreinen met riet- en ruigtevegetaties (www.synbiosys.alterra.nl).

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief -7-

HaskoningDHV Nederland B.V.

Voor het gebied is op 30 september 2011 door de toenmalige staatssecretaris van EL&I (nu EZ) het wijzigingsbesluit gepubliceerd. In Figuur 3.2 is de ligging van het Natura 2000-gebied Oude Maas weergegeven.

Figuur 3.2: Ligging van het Natura 2000-gebied Oude Maas (groen weergegeven) (www.synbiosys.alterra.nl).

In Tabel 3-1 zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oude Maas weergegeven. Tabel 3-1: Instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oude Maas

Instandhoudingsdoelstellingen SVI Doelst. Doelst. Doelst. Landelijk Opp.vl. Kwal. Pop. Habitattypen H3270 H6430B H91E0A Habitatsoorten H1337 H1340 Legenda SVI landelijk = > =(<)

Slikkige rivieroevers Ruigten en zom en (harig wilgenroosje) *Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) Bever *Noordse woelm uis

-

= > =

= = =

--

= >

= >

= >

Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' form ulering

Verspreiding van habitattypen en –soorten Op de meest natte delen achter de vooroevers groeien onder meer groot moerasscherm en waterpeper van het habitattype slikkige rivieroevers (H3270). Ruigtebegroeiingen (H6430B) zijn in de Oude Maas op enkele locaties in oppervlakte achteruitgegaan door uitbreiding van wilgenbos, maar op locaties van verwaarloosde rietvelden juist uitgebreid. De grootste locatie met soortenrijke ruigten wordt aangetroffen in de Rhoonse Grienden. Verder komt dit habitattype voor in het deelgebiedje Klein Profijt met het zeldzame 9 oktober 2013, versie Definitief -8-

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

zomerklokje en in rietvelden in de westelijke uitloper van de Oude Maas. In het gehele gebied is langs de Oude Maas een van de grootste oppervlakten en beste voorbeelden van het habitattype vochtige alluviale bossen, zachthoutooibossen (H91E0A) aanwezig, bijvoorbeeld in de Hooi- of Weiplaat, Klein Profijt, Carnissegrienden en Geertruida Agatha Polder. Daarnaast zijn burchten van de bever (H1337) aanwezig op Carnissegrienden en de Zomerlanden. Ook maakt de bever gebruik van Klein Profijt. Ruigten en zomen (H6430) en rietvelden vormen het leefgebied van de noordse woelmuis (H1340). Door de achteruitgang in oppervlakte van dit habitattype is een flink verlies aan leefgebied voor de soort opgetreden. Waarschijnlijk resteert alleen nog een kleine populatie in Klein Profijt en de Berenplaat (Definitief Aanwijzingsbesluit Oude Maas, 2010).

3.3

Oudeland van Strijen Het gebied Oudeland van Strijen kan worden beschouwd als een stuk voorland (buitendijks gebied) van de voormalige Groote of Zuid-Hollandse Waard. De Zuid-Hollandse Waard was een bedijkt gebied dat globaal gelegen was tussen Dordrecht, Werkendam, Heusden en Geertruidenberg. Deze Waard is na de overstromingen in 1421/22 (St. Elizabethsvloed) verloren gegaan. Later is de polder opnieuw bedijkt. Het Oudeland van Strijen, dat vooral bestaat uit grasland- en akkerbouwpercelen, heeft een zeer open karakter. Er is nauwelijks bebouwing en opgaande begroeiing in het gebied aanwezig. Langs de dijken aan de rand van het gebied staan enkele boerderijen. Dit gebied is op 23 december 2009 door de toenmalige minister van LNV (nu EZ) definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. In september 2010 is het ontwerp-beheerplan Oudeland van Strijen vastgesteld door de provincie Zuid-Holland (www.synbiosys.alterra.nl). In Figuur 3.3 is de ligging van het Natura 2000gebied Oudeland van Strijen weergegeven.

Figuur 3.3: Ligging van het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen (groen weergegeven) (www.synbiosys.alterra.nl).

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief -9-

HaskoningDHV Nederland B.V.

In Tabel 3-2 zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen weergegeven. Tabel 3-2: Instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen

Instandhoudingsdoelstellingen SVI Landelijk Niet-broedvogels A041 Kolgans + A042 Dwerggans -A045 Brandgans + A050 Sm ient + Legenda SVI landelijk = > =(<)

Doelst. Opp.vl.

Doelst. Kwal.

= = = =

= = = =

Doelst. Pop.

Draagkracht aantal vogels 1500 30 1500 1100

Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' form ulering

Verspreiding soorten De kol-, dwerg- en brandgans komen gedurende het winterhalfjaar voor in het hele gebied Oudeland van Strijen om daar overdag te foerageren op de voedselrijke graslanden. De ganzen slapen ’s nachts vooral op het Haringvliet en Hollands Diep. De smient gebruikt het gebied in het winterhalfjaar om ’s nachts te foerageren op het grasland. Overdag slaapt de smient op de watergangen in het gebied en op het Haringvliet en het Hollands Diep (Definitief Aanwijzingsbesluit Oudeland van Strijen, 2009).

3.4

Hollands Diep Het Hollands Diep is een voormalig estuarium dat deel uitmaakt van de delta van Rijn en Maas, die respectievelijk via de Boven-Merwede en de Amer hun water afvoeren naar het Hollands Diep. Het laatste traject naar de zee wordt gevormd door het Haringvliet, dat in november 1970 zijn open verbinding met de zee verloor door sluiting van de Haringvlietdam. Het peil op het Hollands Diep wordt beïnvloed door de Haringvlietsluizen en de bovenstroomse stuwen. Na afsluiting van het Haringvliet is het Hollands Diep snel zoet geworden. Midden in het Hollands Diep ligt een baggerspeciedepot met bosschages. Het gedeelte van het gebied dat onder de Habitatrichtlijn is aangewezen, betreft een aantal platen en gorzen op de noordoever van het Hollands Diep. De Esscheplaat, Zeehondenplaat en Sasseplaat bestaan voor het grootste deel uit getijdengrienden en vloedbossen (doorgeschoten grienden), die in het verleden onder invloed stonden van het getij. De Oosterse slobbengorzen zijn voormalige slikken en platen, riet- en grasgorzen en grienden. De Hoogezandsche Gorzen zijn buitendijkse grasgorzen (www.synbiosys.alterra.nl). De ligging van het Natura 2000-gebied is weergegeven in Figuur 3.4.

9 oktober 2013, versie Definitief - 10 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

Figuur 3.4: Ligging van het Natura 2000-gebied Hollands Diep (groen weergegeven) (www.synbiosys.alterra.nl).

In Tabel 3-3 zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Hollands Diep weergegeven. Tabel 3-3: Instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Hollands Diep Instandhoudingsdoelstellingen SVI Doelst. Doelst. Doelst. Draagkracht Draagkracht Landelijk Opp.vl. Kwal. Pop. aantal vogels aantal paren Habitattypen H6430B H91E0A H91E0B

Ruigten en zomen (harig wilgenroosje) *Vochtige alluviale boss en (zachthoutooibos sen) *Vochtige alluviale boss en (es seniepenbos sen)

Habitatsoorten H1095 Zeeprik H1099 Rivierprik H1102 Elft H1103 Fint H1106 Zalm H1337 Bever H1340 *Noords e woelmuis Broedvogels A034 Lepelaar A132 Kluut Niet-broedvogels A034 Lepelaar A041 Kolgans A043 Grauwe Gans A045 Brandgans A050 Smient A051 Krakeend A053 Wilde eend A061 Kuifeend

-

= =

= =

--

>

>

----

= = = = = = >

= = = = = = >

= =

= =

= = = = = = = =

= = = = = = = =

--

+ + + + + + + -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

> > > > > = > 40 2000* 4 660 1200 160 540 230 1900 1300 9 oktober 2013, versie Definitief - 11 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

Legenda SVI landelijk = > =(<)

Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' form ulering

Verspreiding habitattypen en –soorten Het habitattype slikkige rivieroevers (H3270) komt op verschillende locaties binnen het gebied voor, onder meer in de omgeving van de Esscheplaat, in de vorm van blauwe waterereprijs en waterpeper. Het habitattype ruigten en zomen, harig wilgenroosje (H6430B) komt voor op de Zeehondenplaat en verspreid op de oevers direct langs het Hollands Diep in de vorm van rietvelden en natte strooiselruigten. Op de oevers zijn de voormalige grienden doorgeschoten in wilgenbossen behorend tot het habitattypen vochtige alluviale bossen, zachthoutooibossen (H91E0A). Op aantal plekken aan de noordoever komt het habitattype voor in bijzondere kwaliteit met epifytische mossen, bijvoorbeeld op de Esscheplaat. Het open water van het Hollands Diep behoort tot het leefgebied van de zeeprik (H1095), rivierprik (H1099), elft (H1102), fint (H1103) en de zalm (H1106). Er zijn onder andere burchten van de bever (H1337) aanwezig op de Sasseplaat, APL-Polder en Polder de Oostersche Bekade Gorzen. De ruigten van het habitattype ruigten en zomen (H6430) vormen samen met extensief begraasde, vochtige graslanden het leefgebied van de noordse woelmuis (H1340) op de noordoever en op de Sassenplaat (Definitief Aanwijzingsbesluit Hollands Diep, 2013).

3.5

Haringvliet Het Haringvliet is een afgesloten zeearm die via een open verbinding met het Hollands Diep deel uitmaakt van de delta van Rijn en Maas. Na de voltooiing van de Haringvlietsluizen in 1970 viel het getij in het voormalige brakke getijdengebied grotendeels weg. Het water werd zoet tot aan de sluizen en het getij werd beperkt. Het Haringvliet vormt nu een groot zoetwaterbekken dat alleen via Spui, Oude Maas en Nieuwe Waterweg nog in verbinding staat met de Noordzee. Het peil wordt beïnvloed door de Haringvlietsluizen en de bovenstroomse stuwen. Aan de oevers van Voorne-Putten, de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee bestaat het landschap uit grasgorzen, riet- en biezenvelden, begroeide en onbegroeide zand- en slikplaten grenzend aan het open water. Een aantal voormalige platen zijn door vooroeververdediging en aanvulling met grond uitgegroeid tot uitgestrekte gebieden (Ventjagersplaten en Slijkplaat). In het Haringvliet ligt het eiland Tiengemeten. Een deel van de rietlanden en zilte gorzen is door begrazing omgevormd in grasland van brakke bodem (zilverschoonverbond), terwijl onbegraasde delen zich ontwikkeld hebben tot riet, brakke ruigten en struweel (www.synbiosys.alterra.nl). De ligging van het Natura 2000-gebied Haringvliet is weergegeven in figuur 3.5.

9 oktober 2013, versie Definitief - 12 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

Figuur 3.5: Ligging van het Natura 2000-gebied Haringvliet (groen weergegeven) (www.synbiosys.alterra.nl).

In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Haringvliet weergegeven. Tabel 3-4: Instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Haringvliet

Instandhoudingsdoelstellingen SVI Doelst. Doelst. Doelst. Draagkracht Landelijk Opp.vl. Kwal. Pop. aantal vogels Habitattypen H1330A H3270 H6430B H91E0A H91E0B Habitatsoorten H1095 H1099 H1102 H1103 H1106 H1134 H1163 H1340

Schorren en zilte graslanden (buitendijks )

-

=

=

Slikkige rivieroevers Ruigten en zomen (harig wilgenroosje) *Vochtige alluviale bos sen (zachthoutooibos sen) *Vochtige alluviale bos sen (ess eniepenbossen)

-

> > >

= > >

--

>

>

-----

= = = = = = = =

> > > > > = = =

Zeeprik Rivierprik Elft Fint Zalm Bittervoorn Rivierdonderpad *Noords e woelmuis

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

> > > > > = = =

9 oktober 2013, versie Definitief - 13 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

Instandhoudingsdoelstellingen SVI Doelst. Doelst. Doelst. Draagkracht Landelijk Opp.vl. Kwal. Pop. aantal vogels Broedvogels A081 Bruine Kiekendief A132 Kluut A137 Bontbekplevier A138 Strandplevier A176 Zwartkopmeeuw A191 Grote stern A193 Vis dief A195 Dwergstern A272 Blauwborst A295 Rietzanger Niet-broedvogels A005 Fuut A017 Aalscholver A034 Lepelaar A037 Kleine Zwaan A041 Kolgans A042 Dwerggans A043 Grauwe Gans A045 Brandgans A048 Bergeend A050 Smient A051 Krakeend A052 Wintertaling A053 Wilde eend A054 Pijlstaart A056 Slobeend A061 Kuifeend A062 Toppereend A094 Vis arend A103 Slechtvalk A125 Meerkoet A132 Kluut A138 Strandplevier A140 Goudplevier A142 Kievit A156 Grutto A160 Wulp

+ -+ --+ -

= = = = = = = = = =

= = = = = = = = = =

+ + + -+ + + + + + + -+ + -

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

160 240 160 behoud 400 20 6600 14800 820 8900 860 770 6100 30 90 3600 120 3 8 2300 160

--+

= = = =

= = = =

1600 3700 290 210

Legenda SVI landelijk = > =(<)

Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' formulering

9 oktober 2013, versie Definitief - 14 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

Verspreiding habitattypen en –soorten In de monding van het Haringvliet, onder andere op het Quackgors groeien op de hogere delen over grote oppervlakten brakke ruigten met heemst behorend tot het habitattype ruigten en zomen, harig wilgenroosje (H6430B). Slikkige rivieroevers (H3270) reageren op natuurontwikkelingsprojecten in het Haringvliet, zoals bij Westplaat buiten en nieuw opgespoten platen bij het Quackgors. Vochtige alluviale bossen, zachthoutooibossen (H91E0A) komen zeer versnipperd en verspreid voor in het gebied. Het open water van het Haringvliet behoort tot het leefgebied van de zeeprik (H1095), rivierprik (H1099), elft (H1102), fint (H1103) en de zalm (H1106). De rivierdonderpad (H1163) komt daarentegen vooral langs de stenige oevers van het Haringvliet voor. De bittervoorn (H1134) komt binnen de begrenzing in diverse polders ten noorden van het Haringvliet voor en potenties zijn aanwezig in de polderwateren van het eiland Tiengemeten. De noordse woelmuis (H1340) is te vinden op Tiengemeten en rond De Scheelhoek. (Definitief Aanwijzingsbesluit Hollands Diep, 2013).

3.6

Biesbosch De Biesbosch was eeuwenlang een uitgestrekt zoetwatergetijdengebied, dat in Europa nauwelijks zijn weerga kende. Ontstaan in het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de beruchte Sint- Elizabethsvloed, werd het gebied lange tijd gekenmerkt door verraderlijke wilgenvloedbossen (deels in gebruik als grienden), afgewisseld met kale zand- en slikplaten, rietgorzen en biezenvelden, maar door de uitvoering van de Deltawerken heeft de Biesbosch veel van zijn allure moeten prijsgeven. Na de afsluiting van het Volkerak in 1960 en het Haringvliet in 1970 viel het getij terug van gemiddeld 2 meter naar enkele decimeters. Het gebied bestaat uit drie delen: de Sliedrechtse en Dortsche Biesbosch ten noorden van de Merwede en de Brabantse Biesbosch ten zuiden ervan. Alleen in de Sliedrechtse Biesbosch resteert nog een getijdeverschil van ongeveer 70 centimeter door de open verbinding met de Oude Maas. Het dynamische getijdengebied veranderde na de uitvoering van de Deltawerken in een verruigd moerasgebied waarin de hoogteverschillen tussen platen en geulen geleidelijk verminderden, wat leidde tot afkalving van de eilanden. De biezenvelden, rietgorzen en wilgenvloedbossen zijn grotendeels verdwenen; inpolderingen en de aanleg van reusachtige drinkwaterbekkens hebben verder hun tol geëist.

Maar toch, ondanks dit alles bezit de Biesbosch ook in zijn huidige vorm grote botanische en faunistische kwaliteiten, terwijl het landschap van eilanden en slingerende waterwegen in wezen nog steeds bestaat. Naast Zuid-Flevoland is de Biesbosch het belangrijkste brongebied voor de blauwborst; een broedvogel van verruigd rietland. Daarnaast vormt het gebied een belangrijk broedgebied voor andere moerasvogels (bruine kiekendief, porseleinhoen, snor en rietzanger) en broedvogels van waterrijke gebieden met opgaand bos (aalscholver en ijsvogel). Ook is het een belangrijk rust- en foerageergebied voor fuut, lepelaar, kleine zwaan, kolgans, grauwe gans, brandgans, smient, krakeend, wintertaling, kuifeend, grote zaagbek en grutto. Daarnaast is de Biesbosch van enig belang voor aalscholver, pijlstaart, slobeend, tafeleend, nonnetje, visarend en meerkoet. Voor de meeste van deze soorten is zowel de Brabantse als de Dordtse Biesbosch als slaap- en foerageergebied van betekenis. In de Dordtse Biesbosch heerst daarnaast voldoende rust voor een belangrijke functie als ruigebied (wintertaling) en als pleisterplaats voor verstoringsgevoelige soorten als lepelaar en nonnetje. De Sliedrechtse Biesbosch is vooral van belang voor ganzen (www.synbiosys.alterra.nl). In afbeelding 3.6 is de begrenzing van het Natura 2000-gebied Biesbosch weergegeven.

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief - 15 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

Figuur 3.6: Ligging van het Natura 2000-gebied Biesbosch (groen weergegeven) (www.synbiosys.alterra.nl).

In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Biesbosch weergegeven. Tabel 3-5: Instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Biesbosch Instandhoudingsdoelstellingen SVI Doelst. Doelst. Doelst. Draagkracht Draagkracht Landelijk Opp.vl. Kwal. Pop. aantal vogels aantal paren Habitattypen H3260B H3270 H6120 H6430A H6430B H6510A H6510B H91E0A H91E0B

Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden) Slikkige rivieroevers *Stroomdalgraslanden Ruigten en zomen (moerasspirea) Ruigten en zomen (harig wilgenroosje) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) *Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) *Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)

9 oktober 2013, versie Definitief - 16 -

-

=

=

-+ -

> > = > =

> = = = >

--

>

=

-

=(<)

>

--

>

>

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

Instandhoudingsdoelstellingen SVI Doelst. Doelst. Doelst. Draagkracht Draagkracht Landelijk Opp.vl. Kwal. Pop. aantal vogels aantal paren Habitatsoorten H1095 Zeeprik H1099 Rivierprik H1102 Elft H1103 Fint H1106 Zalm H1134 Bittervoorn H1145 Grote modderkruiper H1149 Kleine modderkruiper H1163 Rivierdonderpad H1318 Meervleermuis H1337 Bever H1340 *Noordse woelmuis H1387 Tonghaarmuts Broedvogels A017 Aalscholver A021 Roerdomp A081 Bruine Kiekendief A119 Porseleinhoen A229 IJsvogel A272 Blauwborst A292 Snor A295 Rietzanger Niet-broedvogels A005 Fuut A017 Aalscholver A027 Grote Zilverreiger

---+ --

= = = = = = = = = = = > >

= = = = = = = = = = = > >

+ -+ -+ + --

= > = > = = = =

= > = > = = = =

+ +

= = =

= = =

> > > > > = = = = = = > > 310 10 30 9 20 1300 130 260 450 330 10 foer/ 60 slaap 10 10 1800 foer/ 34200 slaap 2300 870 foer/ 4900 slaap 3300 1300 1100 4000 70 270 130 3800 20 30 2 6 3100 60

A034 A037 A041

Lepelaar Kleine Zwaan Kolgans

+ +

= = =

= = =

A043 A045

Grauwe Gans Brandgans

+ +

= =

= =

A050 A051 A052 A053 A054 A056 A059 A061 A068 A070 A075 A094 A125 A156

Smient Krakeend Wintertaling Wilde eend Pijlstaart Slobeend Tafeleend Kuifeend Nonnetje Grote Zaagbek Zeearend Visarend Meerkoet Grutto

+ + + + --+ + --

= = = = = = = = = = = = = =

= = = = = = = = = = = = = =

Legenda SVI landelijk = > =(<)

Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' formulering

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

9 oktober 2013, versie Definitief - 17 -

HaskoningDHV Nederland B.V.

Verspreiding habitattypen en –soorten Het habitattype beken en rivieren met waterplanten, grote fonteinkruiden (H3260B) is vooral aanwezig in baaien en kribvakken langs de Nieuwe Merwede vanaf de Kievitswaard tot en met de Dordtse Biesbosch, in het Steurgat van Bovenhennip tot aan Spijkerboor (nabij de Bergsche Maas) en in het Zijkgat/Middelgat van de Plomp/Sloot van St. Jan. Ook elders in de Brabantse Biesbosch zijn deze begroeiingen, die vooral worden gekenmerkt door rivierfonteinkruid, op een aantal plekken in grotere kreken aangetroffen. Slikkige rivieroevers (H3270) komen wijdverspreid in het gebied voor, zowel langs rivierarmen als in ontpolderde delen. Het habitattype stroomdalgraslanden (H6120) is aanwezig op de Kop van de Oude Wiel op de splitsing van de Beneden-Merwede en de Nieuwe Merwede bij Werkendam. Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (H6510) zijn aanwezig op diverse plaatsen in de Sliedrechtse Biesbosch, zoals het in landelijk opzicht grootste areaal van de zeldzame associatie van grote pimpernel en weidekervel (behorend tot subtype B grote vossenstaart) in de Hengstpolder. De andere plaatsen in het oostelijk deel van de Sliedrechtse Biesbosch zijn gelegen tussen Kop van de Oude Wiel en de Hengstpolder (H6510A en H6510B), en de hogere delen Louw Simonswaard (H6510A, fragmentair H6510B).

Ruigten en zomen, moerasspirea (H6430A) zijn vooral aanwezig in de Dordtse Biesbosch en in de Brabantse Biesbosch. De ruigten en zomen, harig wilgenroosje (H6430B) komt in het gehele gebied voor op oevers van de riviertakken en grote en kleine kreken. Vochtige alluviale bossen, zachthoutooibossen (H91E0A) komen wijdverbreid in aanzienlijke oppervlakte voor op locaties als de Dordtse Biesbosch, Deeneplaat, oevers Nieuwe Merwede, rondom Noorderplaat, rondom spaarbekken De Gijster en De Kikvorsch of Otterpolder bij Dordrecht. Het subtype essen-iepenbossen (H91E0B) komt sporadisch voor in het oostelijk deel van de Brabantse Biesbosch. Tonghaarmuts (H1387) wordt het meeste aangetroffen in luchtvochtig wilgenbos langs rivieren. Deze mossoort is op diverse plekken verspreid over het gebied vastgesteld. De zeeprik (H1095), rivierprik (H1099), elft (H1102) en zalm (H1106) maken binnen de Biesbosch vooral gebruik van de hoofdstromen als doortrekroute naar bovenstrooms liggende paaiplaatsen. Vroeger vormde de Brabantse Biesbosch een belangrijk paai- en opgroeigebied van de fint (H1103). In 2005 werd in de Nieuwe Merwede voor het eerst weer paaigedrag waargenomen, maar het jaar daarop werden geen jonge finten aangetroffen die wijzen op een paaiplaats. De bittervoorn (H1134) komt wijdverspreid voor in de Biesbosch, met name in de oostelijk gelegen killenstelsels en polderwateren.

Het killenstelsel aan de oostzijde van de Brabantse Biesbosch vormt tevens een belangrijk leefgebied voor de grote modderkruiper (H1145). Hierin zijn vooral de kleinere slootjes en moerassige gedeelten voor de soort van belang. Daarnaast komt de soort plaatselijk in hoge dichtheden voor in polders van de Zuiderklip. De kleine modderkruiper (H1149) heeft binnen het gebied een ruime verspreiding, waar de soort zowel in de grotere open wateren als in de meer geïsoleerde killenstelsels van het gebied is aangetroffen. De rivierdonderpad (H1163) is geconcentreerd op de oevers van met name de Nieuwe Merwede waar voldoende schuilmogelijkheden, zoals in de vorm van basaltblokken, aanwezig zijn. Verder fungeert het gebied als foerageergebied van meervleermuizen (H1318) afkomstig uit kraamkolonies en verblijfplaatsen rondom het gebied, die overdag in gebouwen in de wijde omgeving verblijven (zie ook paragraaf 5.4) en ’s nachts boven het water foerageren. De noordse woelmuis (H1340) komt in het gehele gebied voor in met name riet- en ruigtevegetaties. Vangsten zijn vooral gedaan in de Dordtse en Brabantse Biesbosch (niet ten noorden van de Petrusplaat), maar ook plaatselijk in de Sliedrechtse Biesbosch.

De bever (H1337) heeft meer dan 20 territoria in de Brabantse Biesbosch, en heeft zich na de herintroductie verspreid zodat nu ook in de Dordtse en Sliedrechtse Biesbosch territoria worden aangetroffen. Bevers komen verspreid over het gehele gebied voor, maar open terrein wordt gemeden.

9 oktober 2013, versie Definitief - 18 -

Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard/Regionaal Verkeers- en Vervoersplan Hoeksche Waard AM-AF20130794 Klant vertrouwelijk

HaskoningDHV Nederland B.V.

4

REGIONAAL VERKEERS- EN VERVOERSPLAN Het RVVP is een directe uitwerking van de Structuurvisie Hoeksche Waard, die is vastgesteld in juli 2009 (Provincie Zuid-Holland, 2009). De RVVP geeft een visie over hoe het verkeers- en vervoerssysteem in de Hoeksche Waard er in 2020-2030 uit zou moeten zien. Er wordt daarbij ingegaan op een aantal agendapunten uit de Structuurvisie, waarbij deze op het gebied van verkeer en vervoer nader zijn uitgewerkt tot te treffen maatregelen. Het RVVP bevat 51 maatregelen die variëren van studies naar het rechttrekken van wegen tot het uitbreiden van kruisingen. Ten behoeve van de voortoets is een indeling gemaakt van ‘type maatregelen’ te weten: studie, wegaanpassingen, procesbeïnvloeding, uitvoeringsaanpassing en overig. De maatregelen uit het RVVP zijn genummerd. In onderstaande tabel zijn de voorziene maatregelen onderverdeel naar type maatregel. De nummers verwijzen naar de maatregelnummers uit het RVVP. Tabel 4-1: Overzicht van de voorziene maatregelen onderverdeeld naar type (Bron: RVVP).

Type maatregel Studie Wegaanpassingen Procesbeïnvloeding Uitvoeringsaanpassing Overig

Nummer 1, 3, 5, 6, 10, 15, 16, 19, 23, 27, 30, 33, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 46, 47 , 48 4, 8, 9, 13, 14, 21, 25, 26, 28, 29, 31, 32 11, 12, 17, 18 34, 45 2, 7, 20, 22, 24, 43, 44, 49, 50, 51

De verschillende typen maatregelen worden hieronder nader toegelicht: Studie: Een studie naar maatregelen die getroffen kunnen worden om bijvoorbeeld verkeer te weren (maatregel 3). Binnen de beoordeling wordt hierbij sec gekeken naar het feit dat het een studie is en geen concrete maatregel die gerealiseerd gaat worden. Wegaanpassingen: Wegaanpassingen omvatten ondermeer de aanleg van passeerhaven t.b.v. landbouwverkeer (maatregel 4). Ook de aanleg van de oostelijke randweg rondom Klaaswaal (maatregel 13) en de fietsverbinding parallel aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde (maatregel 21) maken onderdeel uit van dit type maatregelen. Procesbeïnvloeding: Hier valt te denken aan lobbymaatregelen waarbij geprobeerd wordt invloed uit te oefenen bij besluitvorming op (bijv.) rijksniveau. Een voorbeeld hiervan is beïnvloeding van het proces omtrent de besluitvorming rondom de verbreding van de A29 ten zuiden van de aansluiting met de A4-Zuid (maatregel 17) Uitvoeringsaanpassing: Dit type maatregelen omvat ondermeer een nieuwe opzet van het busvervoer met sneldiensten als basis (maatregel 34). Door middel van aanpassingen ontstaat er een alternatief voor autoverkeer en een verduurzaming van het mobiliteitssysteem. Overige: Alle maatregelen die niet onder bovenstaande categorieën te scharen zijn, zijn onder deze noemer gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13420417/3