Bijlagen Bijlage 10 Vooronderzoek conventionele explosieven
Tekst van het document
Deze Daily Logs geven vaak informatie over aanvalsdoelen, het verloop van de gebeurtenissen/gevechtshandelingen en de gehanteerde wapens en/of gebruikte OO aan Geallieerde zijde. De volgende kaartvierkanten zijn bij het doornemen van de Daily Logs gehanteerd: NORD DE GUERRE-COÖRDINATEN: QD8358 Onderzoeksgebied QD8359
Nabij onderzoeksgebied
QD8458
Onderzoeksgebied
QD8459
Nabij onderzoeksgebied
Tabel 7: De gehanteerde kaartvierkanten met basiscoördinaat bij het doornemen van de Daily Logs.
Tekening 290-021-TE-03 op bladzijde 31 toont de locatie van de gehanteerde Nord de Guerrecoördinaten ter hoogte van het onderzoeksgebied.
18 Strijen, sheet 9 N.W., A.M.S. M831 (G.S.G.S. 4427) First Edition of 1944, Holland 1:25.000.
290-021-VO-01
Pagina 28 van 71
Figuur 2: Uitsnede stafkaart 1943 ter hoogte van het onderzoeksgebied Bron: Strijen, sheet 9 N.W., A.M.S. M831 (G.S.G.S. 4427) First Edition of 1944, Holland 1:25.000.
290-021-VO-01
Pagina 29 van 71
3.2
OVERZICHTSTABEL CONFLICTPERIODE
De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie die uit literatuur, archiefdocumenten en luchtfotoanalyse is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum van de indicatie, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden indicaties geverifieerd met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe of bruine kleur. Vervolgens worden de ingezette OO die relevant zijn voor het onderzoek, waar mogelijk gespecificeerd naar hoofdsoort, subsoort, kaliber en ontsteker. Tot slot wordt bepaald of de indicatie relevant is voor het onderzoek. Deze indicaties zijn geografisch herleidbaar en kunnen bij voorkeur worden geverifieerd met een tweede bron. De indicaties die van belang zijn worden voorzien van een unieke GIS ID, welke ook bij de afbakening van verdacht gebied wordt gehanteerd. Indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele contra-indicaties en waar nodig afgebakend tot verdacht gebied. DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Datum luchtfoto 1932
Sortie Kaartblad 44
Nummers Kaartblad 44 W III Dordrecht 13202 ’s-Gravendeel 1932
Luchtfotoanalyse
10-05-1940
De tegenmaatregelen op 10 en 11 Mei. (…) Tegen eventueele pogingen om de Kil te overschrijden, werd de Westelijke Kil-oever bezet. Daarvoor aangewezen onderdeelen werden samengetrokken op die punten, waar een overgang kon worden verwacht, in het bijzonder te ’s-Gravendeel.19
Schaal Ca. 1:10.000
Behalve verschillende zware luchtbombardementen hadden op 10, 11 en 12 Mei bewesten de Kil geen gevechtshandelingen van eenige beteekenis plaats. Onder den invloed van de gevechten op het Eiland van Dordrecht, werden eenige hergroepeeringen van de troepen uitgevoerd, welke voornamelijk beoogden de artillerie, waarmede nog een belangrijke gevechtswerkzaamheid kon worden ontwikkeld, te beschermen tegen vijandelijke afdeelingen, welke zouden trachten de verschillende wateren te overschrijden. Tengevolge van deze hergroepeeringen werd het front van de Groep Kil naar het Oosten gericht, terwijl maatregelen werden getroffen om dit front in den rug tegen landingen uit de lucht te dekken.20 In de Groep Kil waren, behalve ten oosten van de Kil, tevens bommen geworpen in het barakkenkamp van 25 Afd. A. bij Mookhoek en bij het veer te ’s-Gravendeel, zonder dat doelen werden getroffen.21
INGEZETTE OO
C.-23 R.A., tevens A.C.-Groep Kil (Luitenant-Kolonel Th. Ziedses des Plantes), wiens cp zich te ’s-Gravendeel bevindt, beschikt over de volgende artillerie: I-23 R.A., in stelling West van de Kil te Mookhoek nabij de boerderij ‘Schawacht’ (…). II-23 R.A., in stelling West van de Kil nabij Steenplaats, Zuid van Strijen, (…). 25 Afd.A., in stelling West van de Kil aan den Sassendijk en Boomdijk Zuidoost van Schenkeldijk, (…).23 ‘Vervolgens is een sectie uitgezonden, benevens een sectie zw. Mitrs naar het pontveer te ’s Gravendeel. De sectie van 3-III stond onder sergt. Cap. Boer. De Sectie zw. Mitrs. Onder sergt. Cap. Nugteren. Verder werd een sectie onder res. 1e luit. Beets, benevens een sectie Mr. Van 28 R.I. onder res. 1e luit. Paling, welke opstelling moesten nemen tegenover de Catharinahoeve, uitgezonden. De sectie terugkeerende van de Eendenkooi, werd eveneens gedirigeerd op den W-Kildijk ten Z. van de sectie Catharinahoeve tot de omgeving van de Wacht. Deze sectie had aansluiting aan een sectie van 28 R.I. onder commando van den res. 1e luit. Lekkerkerker. Inmiddels werd ik aangewezen om het bevel op mij te nemen van de troepen te ’s-Gravendeel vanaf de Wacht tot en met noordrand eiland, terwijl C.-28 R.I. het Z. deel en Strijensas, Strijen, Cillaarshoek en Maasdam tot het noorden zou commandeeren.’24
RELEVANTIE De luchtfoto toont de situatie van voor de oorlog. Te zien is dat het onderzoeksgebied bestaat uit landbouwgrond en omringd is door akkerland. De indicatie beschrijft de gebeurtenissen van 10 mei 1940. Tijdens de inval van Duitse troepen waren enkele Nederlandse bataljons gestationeerd in en nabij ’sGravendeel. Deze maakten onderdeel uit van Groep Kil, de groep die verantwoordelijk was voor de verdediging van het oostelijk deel van de Hoeksche Waard en het Eiland van Dordrecht. De regimenten te ’s-Gravendeel bevonden zich langs de oever van de rivier de Kil. Artilleriegroepen bevonden zich te Mookhoek, Steenplaats en Schenkeldijk. Verder werden gedurende de dag Nederlandse troepen gezonden naar De Wacht, ten zuiden van ’s-Gravendeel, en de veerpont te ’s-Gravendeel (gelegen aan de tegenwoordige Havenweg). Deze locaties bevinden zich allemaal op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Er zijn geen gevechtshandelingen te herleiden naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
19 Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden, 1947), 113. 20 Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940, 127-128.
21 V.E. Nierstrasz, De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II; Hoofddeel III. Nederlands verdediging tegen de Duitse aanval van 10 – 19 mei 1940; Deel 4 De strijd om en in de Vesting Holland (zonder het Oostfront) Onderdeel B. De krijgsverrichtingen op het Zuidfront-
Vesting Holland (Den Haag 1955), 41. 23 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487004 Staf van het 23e regiment artillerie door reserve kapitein H.B. Vrijlink, 71-72. 24 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486024 Verslag van de commandant van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie majoor A.C. Houtman, 3.
290-021-VO-01
Pagina 31 van 71
DATUM:
11-05-1940
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
Daar geen der batterijen in staat was, uit de ingenomen stelling het vuur ten zuiden van Amstelwijck af te geven, deed de Gr. A.C. de 2e Batterij van I-23 R.A. van stelling veranderen, zodat doelen ten oosten van Wieldrecht onder vuur genomen konden worden genomen. De stellingverandering naar de noordrand van ’sGravendeel was oorzaak, dat de batterij eerst te 10.30 het bevolen vuur afgaf, hetwelk voor het beoogde doel geen nut meer had. De batterij bleef de volgende dagen in deze stelling gehandhaafd. Ongeveer gelijktijdig met het vertrek van 2-III-34 R.I. werd uit 3-III-34 R.I. (de enige overblijvende compagnie der Groepsreserve) een sectie, versterkt met twee sectiën zw.mitr. (elk à een stuk) naar ’sGravendeel gezonden, teneinde het veer te bezetten en de commandopost van de Gr. A.C. te dekken. Later in morgen ontving C.-II-28 R.I. te Strijen opdracht, één compagnie (gezonden werd de 1e Compagnie, die Bat. Reserve was) met een sectie zw. Mitr. op gevorderde auto’s te dirigeren naar ’s-Gravendeel ter versterking van de afsluiting van de overgang naar de Kil (…).22 Duits bombardement op: (…) De Westelijke Kiloever door tweeëntwintig bommenwerpers tussen 18.30 uur en 19.30 uur. Getroffen werd een Nederlandse munitieoplagplaats en dorp ’s Gravendeel.25
‘6.45 Chef Staf vraagt naar toestand. Antwoord: Hier vrij verward; rondom ’s-Gravendeel dalen parachutisten. Heb om inf. Gevraagd. Chef Staf trekt op ’t oogenblik alle troepen uit Cillaarshoek, Strijen, enz. samen op Maasdam.’28
Ter bezetting van het Kilfront tegenover de Catharinahoeve werden de twee overgebleven sectiën van 3-III-34 R.I. onder de C.C. res. Kapitein L. Germeraad, ingezet en de sectie van die compagnie, die zich reeds te ’sGravendeel bevond, trad weder onder bevel van de C.C. Voorts werd de 1e Sectie van 28 C.Mr. onder res. 1e luitenant J.K. Paling uit Maasdam naar ’s-Gravendeel verplaatst en vervolgens tegenover Catharinahoeve ingezet. Bij het duel met de vijandelijke mortieren, dat hierop ontstond, werd de tijdelijk in een boerderij opgeslagen mortiermunitie door een vijandelijk projectiel getroffen, waardoor 25 granaten ontploften.26 Een nieuw beroep op de C-Gr. Spui in de ochtend van 11 mei leverde Groep Kil wederom een zwakke compagnie versterking
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
’13.40 Bericht van C.-I-23 R.A.: 6 vij. vliegtuigen vliegen laag over I-23 R.A. en gooiden 1 bom neer; geen schade, vermoedelijk stelling verkend.’29 ‘op Zaterdag 11 Mei zijn door mij, ingevolge daartoe ontvangen opdracht de terugkeerende deelen van het Bataljon van den Majoor Ravelli opgevangen. (…) Uit deze deelen werden door mij geformeerd één Sectie zware Mitr. onder commando van den 1en Luit. Krabbedam van II-28 R.I. en twee tirailleursectiën werd de inmiddels verkregen stelling langs de Kil in noordelijke richting verlengd van den haven van ’s-Gravendeel tot 150 N. van vt.-lijn 423 langs de Krabbe, ter bewaking van dit water en van het eiland Krabbepolder aan de overzijde ervan. (…) Verder had ik rechtstreekschen steun verkregen van een batterij 7 veld, welke geplaatst was pl. M. 600 m. ten westen van de haven in de bocht van den nieuwen kunstweg naar Maasdam. (…) De Catharinahoeve en omgeving zijn doorlopend sterk bezet geweest.
RELEVANTIE
De indicatie vermeldt de gebeurtenissen van 11 mei 1940. In figuur 3 zijn de locaties van de verschillende Nederlandse eenheden weergegeven. Uit het geraadpleegde bronmateriaal blijkt dat de westelijke Kiloever getroffen werd door bommenwerpers. Hierbij werden een munitieopslagplaats, nabij de Catharinahoeve ten zuiden van ’sGravendeel, en het dorp ’s-Gravendeel. De Catharinahoeve ligt op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Tijdens de oorlog lag het dorp ’sGravendeel op één kilometer ten oosten van het onderzoeksgebied. Een exacte locatie van het bombardement in het dorp ontbreekt daarnaast, waardoor de indicatie niet verifieerbaar en herleidbaar is naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet verder meegenomen in het onderzoek.
22 Nierstrasz, V.E., De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II; Hoofddeel III. Nederlands verdediging tegen de Duitse aanval van 10 – 19 mei 1940; Deel 4 De strijd om en in de Vesting Holland (zonder het Oostfront) Onderdeel B. De krijgsverrichtingen op het Zuidfront-
Vesting Holland (Den Haag 1955), 42. 25 T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p., z.j.), 39. 26 Nierstrasz, Onderdeel B. De krijgsverrichtingen op het Zuidfront-Vesting Holland, 43. 28 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 4. 29 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 6.
290-021-VO-01
Pagina 32 van 71
DATUM:
12-05-1940
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
op. Deze keer was het 3-I-34.RI (min een sectie) dat met ondersteuning van een sectie mortieren van 34.Cie.Mr naar Maasdam werd verstuurd en daar voor het middaguur reeds arriveerde. De sectie mortieren werd direct doorgestuurd naar het zuidoosten van ’sGravendeel om aldaar Duits mortiervuur – zoals het op 11 mei wordt geadresseerd in Nederlandse verslagen – rond Catharinahoeve te bestrijden. Dat Duitse mortiervuur was overigens vrijwel zeker helemaal geen mortiervuur, maar vuur van de twee berghouwitsers van de Fallschirmjäger Geschutzbatterie, die in de late avond van 10 mei bij Willemsdorp waren aangekomen.27 Duits bombardement op: (…) De westelijke Kiloever tussen 18.30 uur en 19.00 uur door tweeëntwintig bommenwerpers. Getroffen werd de veerpont bij ’s Gravendeel, havenhoofden en een Nederlandse munitieopslagplaats.31
Doorloopend werd uit deze hoeve en de naaste omgeving mitrailleurvuur en mortiervuur ontvangen, reeds op 10 Mei toen de eerste bezetting op den westelijke oever arriveerde.’30
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
’18.40 Gebombardeerd door vij. vliegtuigen: 25 Afd. A., II23 R.A., De Wacht, Meerkoot en Schenkeldijk. Voorts ’sGravendeel e.o.’32
De indicatie omschrijft de gebeurtenissen gedurende 12 mei 1940. Uit de indicatie blijkt dat de haven van ’s-Gravendeel, omgeving Schenkeldijk en de munitieopslagplaats nabij de Catharinahoeve zijn gebombardeerd. Globale locaties waar bommen terecht zijn gekomen zijn weergegeven in figuur 4. Beide locaties liggen op geruime afstand van het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
’19.40 Bericht van toren ’s-Gravendeel: Duitschers trachten bezetting overzijde veer terug te dringen naar ’sGravendeel; er wordt hevig gevochten. Lichtkogels richting ’s-Gravendeel – Maasdam.’33 ‘In den namiddag van 12 Mei werd de stelling tegenover de Catharinahoeve door 23 vijandelijke vliegtuigen gebombardeerd.’34
13-05-1940
Duits bombardement op: (…) ’s-Gravendeel door Dorniers Do 17 tussen 04.00 uur en 05.30 uur. Getroffen werd de varkensschuur van dhr. Verkerk.36
‘Juist als onze activiteit haar hoogtepunt heeft bereikt en practisch alle Btn. in actie zijn, komen te 18.40 groote groepen bommenwerpers boven het geheele Groepsgebied, die gedurende een half uur een dermate hevig luchtgevecht ontketenen op de 25 Afd. A., II-23 R.A., ‘s -Gravendeel en omgeving, gevolgd door mitrailleurvuur uit de dan laag neerduikende machines, dat inderdaad alles stopgezet moet worden en dekking gezocht, waar deze maar eenigszins te vinden is. (…) Wel zijn in de 25 Afd. A. een tiental bommen gevallen, is het voordien reeds onbruikbaar geworden re stuk van de li Bt. Door een zware bom getroffen, zijn de telefoonverbindingen verstoord (…).’35 ‘Gedurende den morgen langdurige aanval door vij. vliegtuigen (duur ongeveer een uur), hierbij werden verschillende punten in en om ’s-Gravendeel gebombardeerd, terwijl in de omgeving van mijn cp. mitr. vuur uit vliegtuigen werd gebracht.
RELEVANTIE
‘Erfolgreicher Angriff auf Batteriestellungen südostw. Dordrecht, nordostw. Gravendeel und ostw. Alblasserdam, Infanteriestellung nördl. Moerdijk und Flakstellunden nördl. Tiel angegriffen.’45
De indicatie omschrijft de gebeurtenissen gedurende 13 mei 1940. Uit de indicatie blijkt dat ’s-Gravendeel getroffen is door een bombardement en artillerievuur. Hierbij werden de haven, de watertoren ten zuiden van het dorp en de
27 Zuidfront Holland, mei 1940, ‘Groep Kil’ <http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=groep-kil---hoekse-waard-3> [geraadpleegd op 01-09-2021]. 30 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 2-3. 31 T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p., z.j.), 55.
32 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 8. 33 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 9.
34 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 4. 35 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487004 Staf van het 23e regiment artillerie door reserve kapitein H.B. Vrijlink, 107-108. 36 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 66.
45 Bundesarchiv-Militärarchiv, RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab, inv. nr. 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940.
290-021-VO-01
Pagina 33 van 71
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
Een Nederlandse geschutsopstelling achter café De Hoop aan de Maasdamseweg bij ’sGravendeel wordt gebombardeerd. De kanonnen vormen een te grote hinder voor de Duitsers aan de Dordtse kant van de Kil. Drie kanonnen worden vernietigd, zo ook een varkenshok van Verkerk; (…). Op omringende huizen ligt geen dakpan meer en de meeste ruiten liggen eruit. De bakkerij van Moret wordt beschadigd en aan de Strijensedijk storten de huizen van de families Kooijman en Versendaal in. Het huis van de familie Van de Wulp wordt zwaar beschadigd. Er is veel materiële schade maar er zijn geen doden te betreuren.37
Voorts werd de toren ’s-Gravendeel den vorigen dag en dezen regelmatig met mitr. vuur bestookt (vermoedelijk van af O. Kiloever). De beide vorige dagen en dezen dag werd de watertoren Z. van ’s-Gravendeel van tijd tot tijd met een enkel art. projectiel beschoten. (…) Daar de eigen inf. meermalen week en daarbij opgaf, dat Duitsche inf. de Kil had overschreden, hetgeen bij onderzoek telkens – voor zoover was na te gaan – niet juist bleek, zijn door mijn gevechtsopstellingen op de toegangswegen naar mijn cp. met behulp van zandzakken opgeworpen; deze gevechtsopstellingen zijn door personeel van mijn staf bezet.’39
Op 13 Mei nam het wederzijdsch mitrailleuren mortiervuur aan het Kilfront in hevigheid toe; de vijand bracht bovendien artillerie in het gevecht. Het door 4-3 G.B. bezette bruggenhoofd Wieldrecht, waaruit troepen van de Groep Kil zouden oprukken om op 13 Mei de actie van de Oostelijke gevechtsgroep der Lt. Div. op het Eiland van Dordrecht te steunen, werd in den namiddag van dien dag door pantserwagens uiteengeslagen. Deze wapens openden met hun geschut een hevig artillerievuur op ’s-Gravendeel, in het bijzonder op de voor waarnemingspost in aanmerking komende punten o.a. de Watertoren en de Protestantsche kerk. Dit artillerievuur veroorzaakte een paniek en had, ook omdat de vijand bezuiden ‘De Wacht’ – gelegen aan de Dordsche Kil, Zuid van ’sGravendeel – er in geslaagd was, de Kil over te steken, een terugvloeien van de verdedigers tengevolge. Niettemin gelukte het den toestand op het naar het Oosten gekeerde front te consolideeren.38
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
RELEVANTIE Protestantse Kerk in het dorp getroffen, evenals omliggende huizen (globaal weergegeven in figuur 5). Deze locaties bevinden zich allemaal op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Er zijn geen gevechtshandelingen te herleiden naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
’14.30 Bericht van 25 Afd. A. meldt: (…) Vervolgens beschoten pantserwagens met licht geschut ’s-Gravendeel. Inf. en burgerbevolking vlucht. Burgemeester vraagt mij, of hij burgerbevolking thans moet evacueeren.’40 ‘Maatregelen (…) Na terugkomst van deze 4 officieren en na mijn terugkeer in mijn cp., werd de toren ’s-Gravendeel onder art. vuur genomen door den vijand. Deze werd, evenals de Watertoren Z. van ’s-Gravendeel getroffen, terwijl enkele projectielen in de omgeving van mijn cp. (onmiddellijk tegenover de vorengenoemde kerktoren gelegen) insloegen. Het resultaat van deze beschieting was, dat de vorengenoemde pogingen de vluchtende militairen terug te sturen niet het gewenschte resultaat hadden. (…) Nadat orde en rust waren hersteld, heb ik me begeven naar cp. C.-Brig. C., teneinde hem van den toestand persoonlijk in kennis te stellen en hem in overweging te geven mijn cp. naar Puttershoek te verplaatsen; (…). (…) is door mijn cp. van Chef Staf bevel ontvangen I-23 R.A. terug te trekken op Maasdam en II-23 R.A. op Cillaarshoek. (…) Daarop is door mij bevel gegeven voor het verplaatsen van mijn cp. van ’sGravendeel naar Puttershoek (…).’41 ‘Later op Maandag 13 Mei werd een stuk veldgeschut van 7 c.m. eenvoudig op den dijk geplaatst, waarmede de watertoren en de toren van ’s-Gravendeel werden gebombardeerd.
Onze middelen ter bestrijding waren niet in staat één en ander te beletten.’42 ‘Omstreeks 11.30 verschenen op 13 Mei voor het pontveer een aantal (waarschijnlijk zes) vijandelijke tanks. (…) De gebouwen in de omgeving van de haven zijn door de tanks bevuurd, zoomede de toren van ’s-Gravendeel. O.m. werd één der gashouders getroffen, doch veroorzaakte slechts een groote steekvlam.’43
37 W. Wüst en H. Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945 (Oud-Beijerland, 2002), 49-50.
38 Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940, 127-128. 39 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 11
40 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 12. 41 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 12-13. 42 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486024 Verslag van de commandant van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie majoor A.C. Houtman, 4.
43 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 4.
290-021-VO-01
Pagina 34 van 71
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
Datum luchtfoto 20-06-1940
Sortie HAA-050
Schaal 1:32.500
‘Later op 13 Mei werd een stuk veldgeschut van 7 c.m. eenvoudig boven den dijk geplaatst, waarmede de watertoren en de toren van ’s-Gravendeel werden gebombardeerd. Mijn middelen ter bestrijding hiervan waren niet in staat dit te beletten en artillerievuur kon ik niet meer krijgen, daar naar ik verneem de artillerie toen reeds opdracht had ontvangen terug te trekken. Dit was op 13 Mei omstreeks 18.00 uur.’44 ‘Des avonds de sectie Catharinehoeve, die op zijn flank verlaten was door de sectie van Luit. Lekkerkerker, teruggenomen naar de zuidelijke uitgangen van ’s Gravendeel, wijl bleek dat flankvuur uit de omgeving de Wacht werd ontvangen, alwaar vijandelijke patrouilles werden overgezet, zoodat deze Sectie op zijn flank en in de rug onbeveiligd was. Toen ik de oudste Officier van ’s Gravendeel was, heb ik mij op de hoogte gesteld van de toestand van het veer. Ik besloot toen ’s Gravendeel tot elke prijs te zullen houden en sloot alle toegangswegen tot ’s Gravendeel af, ’s nachts gebeurde er niets.’48 Nummers 242
25-07-1940
H-30
1:31.000
240; 40
14-05-1940
Duits bombardement op: (…) ’s Gravendeel.46 Dezelfde dag, ’s morgens rond 11.00 uur, gooit een Duitse bommenwerper bommen op een stuk geschut dat door de Nederlandse soldaten is achtergelaten op de kade van ’s-Gravendeel. Er is wederom veel materiële schade. De bevolking rijdt het kanon de Kil in om verdere problemen te voorkomen. Dan volgt de capitulatie.47
30-07-1940
08-09-1941
Op deze dag zijn de volgende vliegtuigen verongelukt: (…) T 1261 Wellington Mk II Z8328 PH- van het No. 12 squadron om 05.00 uur op de 1e Kruisweg te ’s Gravendeel.50
‘’s-Gravendeel en Mookhoek; Aantal der opgeruimde soort projectielen: 2 bg. 15 cm in vuurmonden – tot springen gebracht. 1 bg. 12 cm (Duitsche) in land nabij ‘de Wacht’ – tot springen gebracht. 1 bg 7 veld. in polder Bonaventura – tot springen gebracht. 1 vliegtuigbom in land van gebroeders Molenveld – voorlopig laten zitten. 1 bg 75 tl. in Houtkant [?] bij A. Ruitenburg. – tot springen gebracht. 1 bg 75 tl. in land van H. de Kreck [?] – tot springen gebracht.’49 ‘7.9.41 (…) Ten aircraft took off for operations against Berlin. (…) Sgt. Johnston (2nd Pilot), P/O Peat (A/Obs), Sgt. Ledgerwood (WO/AG), Sgt. Lanfear (front gunner), Sgt. Smith (Tail gunner) failed to return from this operation, but information has now been received that all members of this crew are prisoners of war in France.’54
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
RELEVANTIE
De indicatie omschrijft de gebeurtenissen gedurende 14 mei 1940. Uit de indicatie blijk dat de haven van ’s-Gravendeel is getroffen door een bombardement. De haven bevindt zich op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Er zijn geen gevechtshandelingen te herleiden naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek. Luchtfotoanalyse Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied. De zwarte vlekken op de foto zijn waarschijnlijk te wijten aan de kwaliteit van de luchtopname. Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied.
‘Durch Flak: (…) 1 Vickers-Wellington bei Puttershoek.’56
De SGLO meldt op deze datum:
Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan.
Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan. De indicatie vermeldt gevonden munitie in de omgeving van ’s-Gravendeel. Door afwezigheid van een adreslijst is gevonden munitie niet verifieerbaar en niet te herleiden naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
De indicatie vermeldt het neerkomen van een vliegtuig nabij ‘s-Gravendeel, aan de Eerste Kruisweg. Uit de ooggetuigenverslagen blijkt dat het vliegtuig ten noorden van een boerderij aan de hedendaagse Maasdamseweg 18 neer is gekomen. Een aanvulling op de locatieomschrijving plaatst het vliegtuig in
44 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 3. 46 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 81.
47 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 50. 48 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486024 Verslag van de commandant van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie majoor A.C. Houtman, 5.
49 Nationaal Archief, 2.13.210 Ministerie van Defensie: Commissie van Proefneming, inv. nr. 23 Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940. 50 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 793.
54 National Archives, AIR 27 Air Ministry and Successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 165 No 12 Squadron: Operations Record Book 1941 Jan.-Dec. 56 Bundesarchiv-Militärarchiv, RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab, inv. nr. 258 Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941.
290-021-VO-01
Pagina 35 van 71
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
Het neerkomen van een Wellington Mk II met serienummer Z8328, onderdeel van 12 Squadron. Het vliegtuig kwam om 5 uur ’s ochtends neer op de 1e Kruisweg te ’sGravendeel.51
‘Missing: No. 1 Group 2 Wellington of 12 Sqn on Berlin.’55
Eén van de toestellen komt neer aan de Eerste Kruisweg bij ’s-Gravendeel in de Hoeksche Waard. Het is een Wellington II van No. 12 Squadron, een van de twee bommenwerpers van dit Squadron die niet zullen terugkeren naar het vliegveld Binbrook, vanwaar ze met nog acht andere toestellen de vorige avond tegen 22.00 uur zijn opgestegen. (…) Het toestel vliegt ten oosten van Rotterdam in een zuidwestelijke koers en maakt kort daarop en noodlanding bij ’s-Gravendeel. Een eerste poging om het vliegtuig in brand te steken mislukt. Pilot Officer Peat gaat het toestel weer binnen, grijpt al zijn navigatiekaarten en maakt in het vliegtuig een vuur. Als hij weer uit het vliegtuig klimt, blijken de eerste Duitsers op de plaats van de crash te zijn gearriveerd. (…) Krijn Kooy, toen woonachtig aan de Smidsweg 72 [nu Maasdamseweg 18], ziet de Wellington in het land ten noorden van de boerderij neerkomen. (…) Er loopt een brede sloot door het land, die Kooy van de vliegers scheidt. De bemanning staat aan de andere kant van de vaart. (…) Eén van de andere getuigen is Andries de Geus. (…) Vlak bij de ‘oude boerderij’ aan de Eerste Kruisweg ziet hij een zwarte rookwolk opstijgen. Dichterbij gekomen ziet hij in het bouwland van Adrianus Kooy tussen de Molendijk en de Maasdamseweg een vliegtuig liggen.52
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
‘7th/8th (…) 26 aircraft from the Group were detailed to carry out Gardening operations in the areas Nectarines, Beeches and Cinnamon. (…) 1 aircraft landed at Cranfield on the outward journey, and one aircraft is missing.’
RELEVANTIE het bouwland tussen de Molendijk en de Maasdamseweg. Gedestilleerd kan worden dat het vliegtuig naar alle waarschijnlijkheid terecht is gekomen in de weilanden tussen de Maasdamseweg, de Molendijk en de Eerste en Tweede Kruisweg. Dit gebied ligt op minimaal circa 300 meter ten westen van het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
Overzicht van in de Hoeksche Waard neergekomen vliegtuigen en bemanningen. (…) Datum: 08-09-1941 – 05.30 uur Plaats: ’s Gravendeel, Eerste Kruisweg Vliegtuig: Wellington Mk.II Registratie: PH- ? – Z8328 Eenheid: No. 12 Squadron RAF Doelwit: Berlijn.53
51 SGLO crashdatabase, Verliesregister T1261 <https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/rs.php?aircraft=&sglo=T1261&date=&location=&pn=&unit=&name=&cemetry=&airforce=&target=&area=&airfield=> [geraadpleegd op 21-07-2021]. 52 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 97-99. 53 Ibidem, 268.
55 National Archives, AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files, inv. nr. 2673 Night Bomb raid sheets Vol. X. 1941 June-Dec.
290-021-VO-01
Pagina 36 van 71
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
12-02-1942
Op deze dag zijn de volgende vliegtuigen verongelukt: (…) T 1412 Junker Ju 88 te ’s Gravendeel.57
‘Missing: Group 92, 1 Wellington of 23 Squadron O.T.U. on Cologne.’58
31-05-1942
Op deze dag zijn de volgende vliegtuigen verongelukt: (…) T 1543 Wellington Mk Ic N2851 BB- van het No. 23 O.T.U. squadron om 00.14 uur aan de Maasdamseweg te ’s Gravendeel.59
‘30/31.5.42 Wellington IC 23 O.T.U. x 9801, on Cologne. 51° 43’N 03° 20E. 0320 hours 7/8,000 ft. (…). Bombs dropped (except 60 x 4 lbs incs. Hung up). Course 298° N. Visibility excellent with full moon on port quarter. Thin layer cloud 1,500 ft. Above and 1,000 ft. Below. Ju.88 was first observed at 600 yards approaching from above on starboard quarter. Passing Wellington, E/A then turned and approached from below on starboard bow opening fire at 100 yards and breaking away at 500 yards when R/G gave it a 4 secs burst. Tracers were seen entering fuselage of E/A from trailing edge of wing forward after which E/A dived away. E/A fire was seen from cannon in nose and M.G’s, Wellington evaded by diving and making 30° turn to starboard. Our A/C hydraulic system rendered u/s, port nacelle tank holed, petrol and brake lines severed and holed, u/c, flaps, brakes and inter-com. u/s Emergency u/c used for landing.’65
De SGLO meldt op deze datum: Het neerkomen van een Wellington Mk Ic met serienummer N2851, onderdeel van 23 OTU. Het vliegtuig kwam neer om 01.14 en was neergeschoten uit de lucht door een nachtjager. De crashlocatie is Maasdamseweg te ’s-Gravendeel.60 De ene niet teruggekeerde Wellington speelt de hoofdrol in ons verhaal. Het is een Wellington bommenwerper met aan boord vier Australiërs en een Canadees. Het vliegtuig stort om 01.20 uur neer bij ’s-Gravendeel. (…) De heer N. Kooy weet nog hoe hij midden in de nacht wakker schrikt van een enorme explosie. Hij gaat de volgende morgen op onderzoek uit en ziet een volledig uitgebrand vliegtuig liggen aan de Voorste Kruisweg. Tegenover de boerderij aan de Maasdamseweg ligt een lijk met een nog gesloten parachute. Het enge is dat je gewoon tussen de wrakstukken kunt doorlopen. (…) Op de plaats van de crash is eigenlijk alleen een diepe krater en een hoop verwrongen metaal te zien. (…) In de resten van een koepel ziet hij twee kromgebogen mitrailleurs. Aan de overkant van de weg ligt een motor in het land. (…) De Duitsers begraven de twee gevonden bemanningsleden en de wrakstukken worden enkele dagen later op diepladers weggehaald.61
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
RELEVANTIE De indicatie is niet verifieerbaar aan de hand van andere bronnen en is niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet verder meegenomen in het onderzoek. De indicatie vermeldt het neerkomen van een vliegtuig nabij de Maasdamseweg en de ‘Voorste Kruisweg’, waarschijnlijk wordt hier de Eerste Kruisweg mee bedoeld. Uit naoorlogse getuigenissen blijkt dat het vliegtuig neer is gekomen tussen de Eerste en de Tweede Kruisweg. Dit gebied ligt op minimaal circa 300 meter ten westen van het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
In november 1944 wordt Flying Officer Vivian Oury van No. 151 Aircraft Repair Unit door de RAF aangewezen om onderzoek te doen naar vermiste bemanningsleden. (…) Oury maakt bij zijn onderzoek van deze bommenwerper in ’sGravendeel de hieronder volgende aantekeningen: ‘1 Mile west of ’s Gravendeel at 1.14 BDS on 31/5/42 shot down by German 57 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 961. 58 National Archives, AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files, inv. nr. 2674 Night Bomb raid sheets Vol. XI. 1942 Jan.- June. 59 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 1094.
60 SGLO crashdatabase, Verliesregister T1543 <https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/rs.php?aircraft=&sglo=T1543&date=&location=&pn=&unit=&name=&cemetry=&airforce=&target=&area=&airfield=> [geraadpleegd op 21-07-2021]. 61 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 107-109. 65 National Archives, AIR 50 Air ministry: Combat reports, Second World War, inv. nr. 483 No 23 O T U, Pershore.
290-021-VO-01
Pagina 37 van 71
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Nummers 3042; 3043; 3044; 3095
Luchtfotoanalyse Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied.
INGEZETTE OO
RELEVANTIE
nightfighter, a Wellington carrying incendiaries (?) a/c disintegrated. Only traces of 4 crew found. One baled out too late: killed. Rear gunner remained in tail,. Went some distance: killed. The two others totally burnt – no trace except identity discs. (…)’ (…) Flying Officer Oury heeft aangenomen dat zij zijn neergeschoten door een Duitse nachtjager, misschien een van de Junkers Ju-88’s waarover wordt gesproken in het Operations Record Book van No. 23 OTU. De Wellington is daarna met hoge snelheid de grond ingevlogen en uiteengeslagen.62 Overzicht van in de Hoeksche Waard neergekomen vliegtuigen en bemanningen. (…) Datum: 31-05-1942 – 01.20 uur Plaats: ’s Gravendeel, Maasdamseweg Vliegtuig: Vickers Wellington Mk.Ic Registratie: ? – F3 – N2857 Eenheid: 23 OTU RAF Doelwit: Keulen.63 Een ooggetuige uit ’s-Gravendeel ziet plots boven zijn hoofd een brandend vliegtuig naar beneden komen en dat komt fel brandend neer in de buurt van de Maasdamse weg tussen de eerste en middelste kruisweg tussen Maasdam en ’s-Gravendeel.64 Datum luchtfoto 12-09-1944
Sortie 4-0806
16-09-1944/17-091944
351 vliegtuigen werden uitgestuurd voor o.a. de volgende operaties: 59 vliegtuigen, 54 Lancasters en vijf Mosquito’s naar flakstellingen en de spoorbrug bij Moerdijk; (…) Er waren twee gevechten met vijandelijke tegenweer. Twee Lancasters keerden niet terug. (…) De twee Lancasters die verloren gingen waren van No 90 en 115 Squadron, met respectievelijk F/O. Tooley en F/O. Bickford als piloot en Captain en kwamen neer bij ’s Gravendeel en Strijen.66
’16.9.44 - 24 aircraft were detailed and prepared to attack Moerdijk. 1 aircraft failed to return from operations. 23 aircraft attacked Moerdijk from 2255 to 2301 hours (…). 2 aircraft had combats with S/E aircraft and one was shot at by a Lancaster. 1 A/C was seen shot down.’67
Datum luchtfoto 06-11-1944
Sortie 4-1232
Nummers 4174
06-01-1945
Schaal 1:16.800
Schaal 1:7.600
Luchtfotoanalyse Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied.
‘’s-Gravendeel D/8558
Er zijn geen relevant waarnemingen gedaan. Uit de indicatie blijkt dat een vliegtuig is neergekomen te ’s-Gravendeel. Uit het bronmateriaal kan geen exacte locatie gedestilleerd worden. Hierdoor is de indicatie niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan. De indicatie vermeldt de observatie van V1 nabij ’s-Gravendeel. Er is geen melding bekend van V-1-inslagen in of nabij het
62 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 110. 63 Ibidem, 268.
64 Monument Luchtoorlog Hoekse Waard 1940-1945, ‘Crashlocatie ’s-Gravendeel 31 mei 1942’ < https://www.dmlohw4045.nl/qr07-sgravendeel-31-mei-1942/> [geraadpleegd op 13-09-2021]. 66 G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil. Kroniek van een luchtoorlog Deel 2 (z.p., z.j.), 320.
67 National Archives, AIR 27 Air Ministry and Successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 732 No 90 Squadron: Operations Record Book, 1944 Jan. Dec.
290-021-VO-01
Pagina 38 van 71
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
Many V.1 and V.2 observed here during the last 72 hours from the direction of Hoek van Holland D/5182.’68 Datum luchtfoto 14-03-1945
Sortie 4-1936
Schaal 1:9.400
Nummers 3028
11-09-1945
16-2242
1:18.000
3139
RELEVANTIE onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.
Luchtfotoanalyse Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied.
Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan. Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan.
Tabel 8: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
68 Nationaal Archief, 2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956), inv. nr. 2808 Rapporten over militaire werken, vernielingen en inundaties in het nog niet bevrijde deel van Nederland, 1944-1945.
290-021-VO-01
Pagina 39 van 71
3.3
FIGUREN BEHORENDE BIJ OVERZICHTSTABEL
De navolgende afbeeldingen zijn afkomstig uit de literatuur, de luchtfoto’s en het archiefmateriaal dat ten behoeve van het Vooronderzoek Conflictperiode is geraadpleegd.
Figuur 3: Gevechten in de onmiddellijke omgeving van Dordrecht op 11 mei 1940, 6.00 uur. Op de Westoever van de Kil zijn de locaties van de verschillende Nederlandse eenheden te zien. Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 492 De strijd op Nederlands Grondgebied tijdens de Wereldoorlog II
290-021-VO-01
Pagina 40 van 71
Figuur 4: Overzicht van gevechtshandelingen op 12 mei 1940, 20.00 uur. Op de kaart zijn de locaties van de luchtbombardementen zichtbaar. Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 492 De strijd op Nederlands Grondgebied tijdens de Wereldoorlog II
290-021-VO-01
Pagina 41 van 71
Figuur 5: Overzicht van gevechtshandelingen op 13 mei 1940, 06.00 uur. Op de kaart zijn de locaties van de luchtbombardementen zichtbaar. Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 492 De strijd op Nederlands Grondgebied tijdens de Wereldoorlog II
290-021-VO-01
Pagina 42 van 71
3.4
MIJNENVELDREGISTER
Bij de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) zijn gegevens uit het mijnenveldregister aangevraagd over de mogelijke aanwezigheid van mijnenvelden in en nabij het onderzoeksgebied. Uit de door de EOD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat er mijnenvelden hebben gelegen in het onderzoeksgebied.69
3.5
NAOORLOGSE RUIMINGEN VAN OO
In de archieven van de EOD bevinden zich gegevens van naoorlogs aangetroffen en geruimde OO vanaf de jaren ‘70. De beperkingen van deze bronnen zijn weergegeven in paragraaf 2.9 Nauwkeurigheid en herleidbaarheid. MELDING NR.
DATUM70
LOCATIE
AANGETROFFEN
19720561
22-03-1972
1x brisantgranaat van 8,8cm
19823055
15-09-1982
Dhr. de Zeeuw - Maasdamseweg 8 – ‘s-Gravendeel Molendijk
20160149
11-01-2016
Kreekstraat 28
1x mortiergranaat van 3 inch met restant schokbuis no. 161/162 zonder staartstuk 1x Schokbuis; KL AZ 40 (restant) 1x Staartstuk; 8 cm mortiergranaat (verschoten)
Tabel 9: Meldingen en ruimingen van mogelijke Ontplofbare Oorlogsresten in (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
De ruimingen betreffen (restanten van) Duitse en Geallieerde geschutmunitie. De ruimingen in de omgeving van het onderzoeksgebied die naar een exacte locatie herleidbaar zijn, worden in figuur 6 op de volgende pagina weergegeven. Er zijn geen ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten naar het onderzoeksgebied herleidbaar. Verder is te vermelden dat de dichtstbijzijnde ruiming een 8,8cm granaat betreft welke mogelijk afkomstig zou kunnen zijn van Duits luchtafweergeschut. De spreiding en reikwijdte van dit type geschut met een zulke functie is dermate groot dat hiervoor in de meeste gevallen geen specifieke risicogebieden zijn af te bakenen.
69 ECG: 290-021, correspondentie EOD daterende [juli-augustus] 2021 omtrent de eventuele aanwezigheid van
mijnenvelden in het onderzoeksgebied. 70 Meldingsdatum.
290-021-VO-01
Pagina 43 van 71
Figuur 6: Kaart met EOD-ruimingen die naar een exacte locatie herleidbaar in de omgeving van het onderzoeksgebied herleidbaar zijn.
290-021-VO-01
Pagina 44 van 71
4 RESULTATEN VOORONDERZOEK NA-CONFLICTPERIODE De volgende stap in deze bureaustudie wordt gevormd door het achterhalen van gebeurtenissen die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan (in zowel horizontale als verticale zin) als onverdacht kan worden aangemerkt. Dit onderdeel van de bureaustudie bestaat uit een beeldvergelijking van luchtfoto’s, genomen tijdens en na de oorlog. De te dateren resultaten van het onderzoek zijn in paragraaf 4.3 Overzichtstabel na-conflictperiode opgenomen.
4.1
BEELDVERGELIJKING NAOORLOGSE LUCHTFOTO’S EN SATELLIETBEELDEN
Middels een vergelijking van recente satellietbeelden met luchtopnamen uit de Tweede Wereldoorlog en naoorlogse luchtopnamen, is getracht globaal te bepalen waar de bodem is geroerd. Voor de naoorlogse luchtopname is het Kadaster geraadpleegd. Op de volgende pagina’s zijn beeldvergelijkingen weergegeven. De kaarten zijn afkomstig uit de jaren 1940, 1945, 2006 en hedendaagse satellietbeelden. Uit de beeldvergelijkingen komen minimale veranderingen naar voren in het landschap. Ten tijde van de oorlog werd het onderzoeksgebied gebruikt voor landbouwdoeleinden. Tegenwoordig bestaat het onderzoeksgebied nog steeds uit landbouwgrond. Op de luchtfoto van 2006 is ten oosten van het onderzoeksgebied bebouwing zichtbaar. De beeldvergelijkingen zijn zichtbaar in Tekeningen 290021-TE-04, 290-021-TE-05 en 290-021-TE-06.
290-021-VO-01
Pagina 45 van 71
4.2
OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN
ECG is via de VEO Bommenkaart nagegaan of er reeds opsporingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Er zijn geen opsporingswerkzaamheden achterhaald in het onderzoekgebied.
290-021-VO-01
Pagina 49 van 71
4.3
OVERZICHTSTABEL NA-CONFLICTPERIODE De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie over naoorlogse bodemroerende activiteiten die met behulp van diverse bronnen is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden contra-indicaties geduid met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe kleur. Tot slot wordt bepaald of de contra-indicatie relevant is voor het onderzoek. Contra-indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele indicaties om te bepalen of er sprake is van verdacht gebied. Omdat geen exacte locaties van bodemingrepen zijn achterhaald en er geen zichtbare grote veranderingen in het landschap van het onderzoeksgebied zijn waargenomen, zal geen Gebeurtenissenkaart contra-indicaties worden opgenomen in de bijlage. DATUM Datum luchtfoto 2006
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR, INTERNET
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON ARCHIEVEN
GEO-INFORMATIEBRON
Sortie
Nummers
Luchtfotoanalyse Satellietbeeld Topotijdreis
2021
Huidige satellietbeelden
Tabel 10: Overzichtstabel contra-indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
290-021-VO-01
VECTOR GIS-DATASETS
Pagina 50 van 71
DIEPTE TOV NAP OF M-MV
RELEVANTIE
Op de luchtfoto is te zien dat ten oosten van het onderzoeksgebied huizen zijn gebouwd. Het onderzoeksgebied zelf bestaat, net zoals tijdens de oorlog, uit landbouwgrond. De satellietbeelden zijn gebruikt voor de beeldvergelijking voor de situatie van 1945 en 2021. Op basis hiervan zijn geen grootschalige grondroerende werkzaamheden achterhaald.
5 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Uitgaande van de indicaties en contra-indicaties vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie VERDACHT/ONVERDACHT (in paragraaf 3.2 Overzichtstabel conflictperiode zijn de potentiële indicaties chronologisch uitgewerkt).
5.1
SAMENVATTING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES
Op basis van het archiefonderzoek, het ruimingenregister van de Explosieven Opruimingsdienst, kaartmateriaal en luchtfoto-interpretatie zijn er binnen het onderzoeksgebied geen concrete en/of eenduidige indicaties/aanwijzingen achterhaald van oorlogshandelingen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten. In de (wijde) omgeving van het onderzoeksgebied hebben zich enkele oorlogshandelingen voorgedaan. Tijdens de meidagen van 1940 waren te ’s-Gravendeel Nederlandse troepen gestationeerd. Deze bevonden zich aan de westelijke Kiloever, op geruime afstand van het onderzoeksgebied. ’s-Gravendeel heeft tijdens deze dagen enkele luchtaanvallen te verduren gehad. Uit het geraadpleegde materiaal blijkt dat deze niet herleidbaar zijn naar het onderzoeksgebied. In september 1941 en mei 1942 zijn twee vliegtuigen neergestort tussen de Eerste en Tweede Kruisweg, nabij de Maasdamseweg. Beide crashlocaties bevinden zich op minimaal 300 meter ten westen van het onderzoeksgebied. Aangezien er binnen en in de nabije omgeving van het onderzoeksgebied geen indicaties achterhaald zijn, zal geen Gebeurtenissenkaart Indicaties toegevoegd worden aan het onderzoek. Uit de beeldvergelijkingen komen minimale veranderingen naar voren in het landschap van het onderzoeksgebied. Ten tijde van de oorlog werd het gebied gebruikt voor landbouwdoeleinden.
Tegenwoordig bestaat het gebied nog steeds uit akkerbouwgrond. Omdat er geen indicaties zijn achterhaald die wijzen op de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten, zal geen verdacht gebied worden afgebakend (zie Bodembelastingkaart OO in Bijlage 1). In het schema met scenario’s voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (figuur 7) zijn geen oorzaken weergegeven.
290-021-VO-01
Pagina 51 van 71
AANNEMELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
LUCHTAANVALLEN
Bombardement
Beschieting met boordwapens
Beschieting met raketten
Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen
GRONDGEVECHTEN
MUNITIE VERNIETIGING
MILITAIR GEBRUIK
MUNITIE OPSLAG
Blindgangers
Springputten en dergelijke
Militair oefenterrein
Munitie fabricage en/of opslag
Munitiedump of stort
Stationering militairen
Munitie inrichtingen
Munitiedump in water
Vliegveld
Incident munitieopslag
(SECUNDAIRE GEVOLGEN)
(bijv. artillerie beschieting)
In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven
(afzinking)
Mijnenveld(en)
(explosie)
Vernielingsactiviteiten
Figuur 7: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van OO op basis van de geraadpleegde bronnen.
290-021-VO-01
Pagina 52 van 71
6 LEEMTEN IN KENNIS
Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.
Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen.
Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.
Het archief van ’s-Gravendeel heeft een zeer magere hoeveelheid archiefmateriaal wat betreft de Tweede Wereldoorlog. Er zijn bijvoorbeeld geen archieven van de luchtbeschermingsdienst en de politie aangetroffen.
Niet alle in archieven beschikbare luchtfoto’s zijn geraadpleegd. Hierdoor zijn leemten in kennis niet uit te sluiten.
Het onderzoeksgebied bevond zich ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in een vrij dunbevolkt en landelijk gebied. Hierdoor is niet uit te sluiten dat alle waarnemingen van de plaatselijke bevolking omtrent oorlogshandelingen zijn gedocumenteerd.
290-021-VO-01
Pagina 53 van 71
7 CONCLUSIE EN ADVIES ECG heeft een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied ‘’s-Gravendeel West’.71 Het doel van deze studie is het verkrijgen van een gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1.
Is het onderzoeksgebied of een deel hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en potentieel verdacht (aanwijzingen/indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten)? Op basis van de geraadpleegde literatuur- en archiefdelen, het ruimingenregister van de Explosieven Opruimingsdienst en luchtfoto-interpretatie zijn er binnen het onderzoeksgebied geen voldoende concrete en/of eenduidige indicaties/aanwijzingen achterhaald van oorlogshandelingen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten.
2.
Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (aanwijzingen contraindicaties)? Er zijn nauwelijks tot geen naoorlogse bodemroerende activiteiten waargenomen. Ten tijde van de oorlog werd het gebied gebruikt voor landbouwdoeleinden. Tegenwoordig bestaat het gebied nog steeds uit akkerbouwgrond.
3.
Indien er sprake is van verdacht gebied wat is dan de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Ontplofbare Oorlogsresten (en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichting en het verwachte aantal)? Niet van toepassing.
ECG adviseert u om de geplande werkzaamheden in het onderzoeksgebied op reguliere wijze uit te voeren. Daarbij wordt u aangeraden om uitvoerende partijen op de hoogte te stellen van het Protocol Toevalsvondst dat in Bijlage 2 van deze rapportage is opgenomen. Mochten er onverhoopt munitie(gelijkende) objecten worden aangetroffen in de als ‘onverdacht’ geclassificeerde gebieden, dan wordt u geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en de lokale politie van deze vondst op de hoogte te stellen. Tevens wordt u geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te nemen met een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling noodzakelijk is. ECG is in bezit van het CS-OOO certificaat en kan meedenken in een vervolgtraject en eventueel diensten verzorgen bij opsporingswerkzaamheden.
71 ECG raadt de opdrachtgever aan om de bevindingen van deze bureaustudie te delen met de betreffende gemeente
waarin het onderzoeksgebied zich bevindt.
290-021-VO-01
Pagina 54 van 71
8 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archiefinstellingen: Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg im Breisgau Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle Nationaal Archief te Den Haag National Archives te London National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam Regionaal Archief Dordrecht Semi-Statisch Informatiebeheer Defensie te Rijswijk Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: Amersfoort, H. en P. Kamphuis, eds., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (2e druk; Den Haag, 2005). Boele, S., Strijen 1940-1945 (Heinenoord, 1985). Buck, P. de, e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Rijswijk, 1992). Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen, Den Haag, 1970). Nierstrasz, V.E., De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II; Hoofddeel III. Nederlands verdediging tegen de Duitse aanval van 10 – 19 mei 1940; Deel 4 De strijd om en in de Vesting Holland (zonder het Oostfront) Onderdeel B.
De krijgsverrichtingen op het ZuidfrontVesting Holland (Den Haag 1955). Pater, B.C. de en B. Schoenmaker, Grote Atlas van Nederland, 1930-1950: Comprehensive atlas of the Netherlands, 1930-1950 (Zierikzee 2005). Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden, 1947). Woensel, J. van, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel, 2004). Wüst, W., en H. Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945 (Oud-Beijerland, 2002). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag, 1990). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag, 1993). Niet gedrukte literatuur: Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p. z.j.).
290-021-VO-01
Pagina 55 van 71
Overige rapportages/documentatie: Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). Cator, E., I. Helsloot en J. Vlagsma, Afbakening van verdacht gebied in Amsterdam. Onderzoek naar nieuwe, onderbouwde methodes voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Nijmegen juni 2017). Cator, E. en I. Helsloot, Methodiek afbakening van verdacht gebied. Een beschrijving van de ‘Amsterdamse’-methode voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Renswoude juni 2018). Deltares, Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven Kenmerk 1210497000-GEO-0002 (z.p. 2014). Dijkstra, M., Een op risico gebaseerde methode om de efficiëntie en effectiviteit van Conventionele Explosieven onderzoeken van RWS projecten te verbeteren (Delft 2013). EOD, ‘UO nummers EODD 02-12-2020’. Helsloot, I., en G. van Melick, Uitgangspunten voor een redelijk en proportioneel CE beleid. Inclusief een concept besluitvormingsstroomschema (z.p. augustus 2016). Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Sectorrapportage Grond-, Weg- en Waterbouw 2014 (z.p. juli 2015). Operational Research Section (M.A.A.F.) report No. N.
14, The Bombing accuracy of M.A.T.A.F. fighter-bomber aircraft on rail lines and rail bridges (22nd august 1944). Raad voor de financiële verhoudingen, Herziening bommenregeling gemeentefonds Kenmerk 2015-0000363666 (26 juni 2015). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2019, nr. 471, Besluit 28 november 2019 Staatscourant Nr. 58198, 13 november 2020, Bekendmaking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 november 2020, 2019-0000170973, houdende Publicatie van het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten, kenmerk CS-VROO-01, versie 21-01, Status definitief, Goedkeuringsdatum 08-02-2021. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), certificatieschema voor het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten dat is vastgesteld door de stichting veilig omgaan met Explosieve stoffen als bedoeld in artikel 1.5a, onderdeel c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten, kenmerk CSVROO-02, versie 21-01, Status definitief, Goedkeuringsdatum 08-02-2021. Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013).
290-021-VO-01
Pagina 56 van 71
Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE: 2012, versie 1), Staatscourant 2012 nr. 4230 (Den Haag 2012) 106144. Werkveld Specifiek certificatie Schema voor het Opsporen Conventionele Explosieven zoals opgenomen in bijlage XII behorend bij Artikel 4.17f van de Arbeidsomstandighedenregeling. Internet: http://archieven.nl http://delpher.nl https://dmlohw4045.nl/ http://dotkadata.nl https://echodelta.net/mbs/eng-translator.php http://explosievenopsporing.nl http://inspectieszw.nl http://maps.bing.com http://maps.google.nl http://topotijdreis.nl http://vergeltungswaffen.nl/ http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl https://vomes.nl
290-021-VO-01
Pagina 57 van 71
Archieftoegangen Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206
Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940