CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7A Bijlagen Exploitatieplan

Besluitvormende raad 11 november 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Stougjeswijk Bestemmingsplan en Exploitatieplan26.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

pag. 16

vlier

pag. 16

kamperfoelie

meidoorn

VOORBEELDEN VAN MECHANISCHE STUWEN 6

LANDSCHAP ROND MIJDRECHT 7

een ‘nieuwe 21 ste-eeuwse tijdlaag’ 27

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4 . 2 Cu l tu u r h istor ie Een belangrijke drager van het raamwerk zijn de verschillende landschappelijke en cultuurhistorische structuren. Niet alleen worden monumentale gebouwen en bomen ingepast in het plan. Ook de Stougjesdijk zelf is een belangrijke beeldbepalende structuur, net als het rudiment van de kreek en het verhoogd grondlichaam waar vroeger de stoomtram was, de ‘tramdijk’. De ruimtelijke opzet van Stougjeswijk behoudt deze structuren. De tramdijk blijft vrij van bebouwing, waardoor het een centrale groene ruimte in het woongebied wordt. Aan de zijde van Stougjeswijk komt alleen bebouwing onderaan de dijk voor. De kreek wordt verbreed en de oevers worden aangepast zodat flauwere oevers ontstaan voor nieuwe gradiënten en biotopen, en er komen kleine eilandjes in de kreek als een soort schoorwal. En richting het open polderlandschap wordt een nieuwe ‘eeuwkant’ gemaakt. Tot slot wordt vanzelfsprekend de Papeweg behouden en in het plan ingepast als hoofdfietsroute. En doordat de stedenbouwkundige structuur van Stougjeswijk is gebaseerd op de huidige ondergrond, blijven de lijnen behouden waarlangs het zicht op het voormalige stationsgebouw Krooswijk aan de Stougjesdijk 289 het open polderlandschap mogelijk is.

Eeuwkant (v.(m.); en),

1. Lang moerassig land, aan een waterkant. Eeuwkanten komen specifiek voor in de regio Hoekse Waard. Het zijn lage, drassige stroken langs de oude binnengedijkte geulen, die (vroeger) in gebruik waren als hooilanden. De eeuwkanten stonden onder water in perioden dat veel water geborgen moest worden. 28

Greupkerk

monumentale boerderij aan de Stougjesdijk 278

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Cultuurhistorie als ruimtelijke drager van Stougjeswijk

m

zi

o n u

ch

m e n

t r

ta le b e

a m

b o u w

d

in

v e ng n

g

i

zi

o

u w

m n u n le

b e

ta

e r

e

b o

m

k

b u w in g

j k

o

d i

b

j k

e

r P

zich

m

d i

i j

a

t o

e e w

e

g

ch

t

op

op

k

o

e

u m e n ta le b e b o u w

en

po

u

w

ka

n

en

po

ld

ld

er

er

t

g

Pap

in

ewe

ld n po ope t op

n

e

op

k

e

p

p

g

er

29

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4 . 3 Ee n h e den va n B e eld re g ie De hoofdplanstructuur is onderverdeeld naar verschillende ‘Eenheden van Beeldregie’. Dit zijn samenhangende structuren waarbinnen dezelfde principes gelden voor de invulling en inrichting. In de navolgende hoofdstukken zal per eenheid een beschrijving worden gegeven met per eenheid de leidende principes.

ge

l

De hoofdplanstructuur is de ‘contramal’ voor de woonvelden. Deze

e u t

te u

l

i j

d i

ke n

e

uid)

el

d

va

de

rv

nd

ld

e

30

zon

p

ol

ra

erve

o u t rand

(gel

k

(geluid)

g e l

e

pold

f d r

s i n

de

fd

n

o o h

e

h o o

j k

r

randzone

e r

v e

k

k rn

e

d

ro

g

m

(geluid)

n

a

ro

t r s i

randzone

er

fs

in

worden in drie verschillende woonsferen uitgewerkt, met enkele ‘special-locaties’ als verbijzondering binnen de woonvelden e/o binnen de hoofdplanstructuur. Special-locaties zijn bijvoorbeeld appartementenlocaties of de locatie voor de school. In de navolgende hoofdstukken zal ook per woonsfeer een beschrijving worden gegeven met per woonsfeer de leidende principes.

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

n

bu no urt or d

e

r

v

e

k no ern or d

d

i

j

k

hoofdplanstructuur

t buur

zuid

bu oo urt st

kern zuid

31

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Icoons oor te n (doe ls oor te n)

4 . 4 L an ds c ha p: e colo gie , i n ric ht i ng e n b e h e e r Zuid-Holland bestaat voor een belangrijk deel uit open (zee) kleigebieden en veenweidegebieden. De grote zeekleigebieden liggen in de Hoeksche Waard, maar ook in Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee, Eiland van Dordrecht en kleinere gebieden rond Zoetermeer en in noordoosten van de provincie. De verkaveling is hier groter dan in veenweidegebieden en wordt vooral als bouwland gebruikt. Deze verkaveling van de Hoeksche Waard vormt samen met de kreken een belangrijk landschappelijk element. De kleigebieden herbergden in het verleden onder meer kenmerkende akkerflora en diverse vogels. Door intensivering van de land-

Purperreiger

Roerdomp

Zwarte stern

Groene glazenmaker

Bittervoom

Rietorchis

Patrijs

Gruto

Argusvlinder

Steenuil

bouw en ruilverkavelingen zijn deze flora en fauna grotendeels verdwenen, alsmede landschapselementen als kreken en bosjes. Omdat de kreek in Stougjeswijk onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), omdat het landschap een belangrijke inspiratie en ‘onderlegger’ voor het plan is en omdat er een kans ligt in het landschapsherstel in en rond Stougjeswijk, wordt gekeken naar welke ‘habitats’ behouden en gerealiseerd kunnen worden in de planvorming. Het gaat dan om specifieke (inheemse) beplanting of bijvoorbeeld landschappelijke gradiënten. Hiervoor wordt gekeken naar de zogenaamde ‘icoonsoorten’ welke door de provincie Zuid-Holland zijn aangewezen voor grote open kleigebieden zoals de Hoeksche Waard. De icoonsoorten die tot de kleigebieden (en veenweidegebieden) behoren, zijn veelal ‘unieke’ soorten (waarvan Zuid-Holland een belangrijk deel van de Nederlandse populatie omvat) zoals de meervleermuis, kleine zwaan, purperreiger, zwarte stern, argusvlinder en de groene glazenmaker. De icoonsoorten zijn veelal gebonden aan natte habitats zoals nat rietmoeras, sloten met een goede waterkwaliteit en extensief beheer. Enkele icoonsoorten zijn gebonden aan kleinschalige agrarische landschappen, bloemrijke graslanden en agrarisch (bemest) grasland.

Bronnen: • Icoonsoorten Zuid-Holland - Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland (Bureau Waardenburg / Provincie Zuid-Holland - juli 2019) • Natuurbouwstenen (Provincie Zuid-Holland, Bui-TeGewoon | groenprojecten, Arvalis Natuur & Landschap, juli 2021)

32

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Do e ls o or te n Zoogdieren: noordse woelmuis, waterspitsmuis, dwergspitsmuis, hermelijn, wezel.

noordse woelmuis

B e he e r t ype n

waterspitsmuis

hermelijn

Vlinders: argusvlinder, oranjetipje, zwartsprietdikkopje, hooibeestje en bruin zandoogje.

oranjetipje

hooibeestje

argusvlinder

Libellen: vroege glazenmaker, bloedrode heidelibel, glassnijder, viervlek.

bloedrode heidelibel

heidelibel

glazenmaker

Hommels: moshommel, zandhommel.

moshommel

kleine modderkruiper

paling

Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras-, water- en struweelvogels zoals slobeend, bruine kiekendief, grote karekiet, blauwborst, Cetti’s zanger, sprinkhaanzanger, snor, graspieper, kneu.

bruine kiekendief

blauwborst

M oe ras

Ru igteve ld

Moerassen komen voor op de overgang van zoet water naar land. Moeras ontstaat in stilstaand voedselrijk, zoet water achter de duinen, in overstromingsvlakten van rivieren en beken of in kwelgebieden langs de randen van de zandgronden en in beekdalen. Het beheertype omvat verlandingsvegetaties zoals riet- en biezenvegetaties, natte ruigte en grote zeggenvegetaties. In de verbindingen zijn smalle oevers langs watergangen bij het beheertype zoete plas gerekend en watergangen met brede oevers bij het beheertype moeras.

Dit beheertype bestaat voornamelijk uit (hoog opschietende) ruigtekruiden met plaatselijk opslag van struweel (bijvoorbeeld wilg of vlier). Ook kunnen er meer grazige plekken voorkomen, zeker bij begrazing Meestal ontstaat dit beheertype na grootschalige ingrepen, zoals na drooglegging of plotselinge sterke extensivering na een intensief grasland- of akkerbeheer. In de droge ruigte kan ook riet domineren, maar natte groeiplaatsen worden bij het beheertype moeras gerekend.

Zoete plas

zandhommel

Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, grote modderkuiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling.

kroeskarper

Om te komen tot een goede inrichting van de groenblauwe hoofdplanstructuur van Stougjeswijk, wordt geredeneerd vanuit de icoonsoorten, die veelal zijn gebonden aan natte habitats (nat rietmoeras, sloten met een goede waterkwaliteit) en bloemrijke graslanden. De meest voorkomende beheertypen in Zuid-Holland die passen bij deze icoonsoorten zijn moeras, zoete plas, ruigteveld en kruiden- en faunarijk grasland. Bij deze beheertypen past een meer extensief beheer van de openbare ruimte, zoals er ook meer intensief te beheren plekken in Stougjeswijk zullen zijn.

Cetti’s zanger

Zoete plassen komen vooral voor in het lage deel van Nederland. Het gaat om grote en kleine wateren met voedselrijk, vrij helder, (vrijwel) stilstaand water, waarin waterplanten groeien en verlanding vanaf de oever plaatsvindt. Het kan gaan om meren, plassen, wielen, kolken en dobben, maar ook om relatief smalle trek- of petgaten, vaarten, kanalen en afgekoppelde rivierarmen.

Kru iden - en fau narijk g ras lan d Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden, vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. Als afbakeningseis is meegegeven dat grassen dominant zijn, maar kruiden en mossen een oppervlakte aandeel hebben van tenminste 20%. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties. Voor de fauna is het eveneens belangrijk dat er voldoende structuurvariatie is, zoals de aanwezigheid van enkele bomen, struweel en watergangen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest.

Bronnen: • Icoonsoorten Zuid-Holland - Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland (Bureau Waardenburg / Provincie Zuid-Holland - juli 2019) • Natuurbouwstenen (Provincie Zuid-Holland, Bui-TeGewoon | groenprojecten, Arvalis Natuur & Landschap, juli 2021)

33

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Extensief beh e e r Voor minder intensief gebruikte grasvelden wordt een extensief maaibeheer gehanteerd. Dat wil zeggen dat een perk slechts 1 à 2 maal per jaar gemaaid wordt, met afvoer van het maaisel. Omdat het maaisel wordt afgevoerd verschraalt de bodem en dat is precies wat weelderige (veld)bloemen en bloeiende planten nodig hebben om volop te groeien. Meer soorten en planten betekenen meer insecten als vlinders, bijen en andere kleine dieren. Kortom, minder maaien betekent meer biologische rijkdom. Het moment waarop gemaaid wordt, hangt niet af van de hoogte van het gras. Er wordt gemaaid wanneer de wilde bloemen uitgebloeid zijn en in zaad staan. Het zaad kan kiemen en zorgt volgend jaar voor nog meer biodiversiteit. Uiteraard zijn niet alle grasvelden geschikt voor extensief onderhoud. Speelvelden en speelgazons die intensief gebruikt worden zullen wel nog regelmatig of intensief gemaaid worden. Op deze locaties wordt het gras meestal achtergelaten omdat het als meststof dient. Voordelen van een extensief onderhoud • • • • • •

34

Grotere biodiversiteit Weelderige (veld)bloemen Bijenvriendelijk Ideaal voor andere insecten zoals vlinders Minder arbeidsintensief Lage onderhoudskosten

Foto’s: Advanta Seeds & Limagrain | Van der Wal fotografie

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4 . 5 Inric ht ingstoep as singen op e nbare ruimte kruidenrijk grasland

ruigteveld

De inrichting van de hoofdplanstructuur van Stougjeswijk kan bijdragen aan de doelstellingen die horen bij een NNN-gebied (kreek) of om de doelsoorten optimaal te faciliteren en zo bij te dragen aan een natuurinclusieve inrichting van de openbare ruimte. Er zijn als voorbeeld zes inrichtingstoepassingen opgenomen (zie volgende pagina’s), met een algemene beschrijving en een beschrijving van het beheer en de soorten. Dit zijn voorbeelden die gebruikt kunnen worden wanneer het openbaar gebied voor Stougjeswijk verder uitgewerkt wordt.

Foto’s: Biodivers BV

Bronnen: • Icoonsoorten Zuid-Holland - Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland (Bureau Waardenburg / Provincie Zuid-Holland - juli 2019) • Natuurbouwstenen (Provincie Zuid-Holland, Bui-TeGewoon | groenprojecten, Arvalis Natuur & Landschap, juli 2021)

35

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Bronnen: • Icoonsoorten Zuid-Holland - Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland (Bureau Waardenburg / Provincie Zuid-Holland - juli 2019) • Natuurbouwstenen (Provincie Zuid-Holland, Bui-TeGewoon | groenprojecten, Arvalis Natuur & Landschap, juli 2021)

Toe pas singen Flauw taludoever De flauw taludoever is het meest toegepaste type natuuroever. Bij dit type wordt het maaiveld vanaf de waterzijde verlaagd, zodat het in een vloeiende baan van waterlijn naar maaiveld verloopt. Hierdoor ontstaat een gradiënt van voedselarm, naar voedselrijk en van nat naar vochtig. De flauw taludoever is in veel situaties toepasbaar. Van belang is dat het verschil tussen waterpeil en maaiveld (drooglegging) niet groter is dan 0.40 meter. Bij een groter hoogte verschil wordt de natuuroever te steil voor een succesvolle natuurontwikkeling. Beheer Afhankelijk van de bodem (meestal veen of klei) wordt de oever 1-2 keer gemaaid. Bij elke maaisnede blijft 30% overstaan. Het maaisel wordt na 1-2 dagen afgeruimd. Gefaseerd beheer wordt aangeraden. In de winter dient 30% van de vegetatie in de winter over te blijven staan. Soorten De flauw taludoever heeft voornamelijk een botanische doelstelling. Planten van vochtig grasland als o.a. dotterbloem, koekoeksbloem, egelboterbloem, reukgras watermunt vinden hier een groeiplek.Van de kruidenrijkdom profiteren insecten, maar ook is de geleidelijke overgang van water naar land aantrekkelijk voor mollusken en kunnen dieren als amfibieën en de ringslang makkelijk uit het water komen en hier foerageren.

36

Vooroever Een vooroever wordt aangebracht op locaties waar de oever wordt geërodeerd of waar erosie een risico vormt voor een nieuw aangelegd oeverprofiel met een onderwaterbanket. De vooroever is opgebouwd uit takkenbossen (Geldersebos) tussen een dubbele palenrij. Deze palenrij wordt op circa één meter uit de bestaande oever geplaatst. +De takkenbossen worden met overlap gestapeld, zodanig dat ze tot ongeveer 0.20 tot 0.30 m boven de waterlijn (zomerpeil) reiken. Achter de vooroeververdediging Beheer Het beheer en onderhoud van de drasoever bestaat uit een- wordt ondiep water gerealiseerd door aanvullen of juist afschuimaal maaien met afruimen van het gewas eind september. Bij nen van het aangrenzend oeverdeel. elke maaibeurt blijft 50% van de vegetatie de winter overstaan. Hierdoor ontstaat beschutting voor kleine zoogdieren, overwin- Beheer teringsplek voor sommige amfibieën en plekken waar insecten Het beheer en onderhoud van de vooroever is extensief. De vegehun larvale stadium kunnen doorbrengen. In het opvolgende jaar tatie wordt alleen bij noodzaak uitgeknipt en afgeruimd, meestal worden de overjarige delen gemaaid en blijft het andere deel de is dit minder dan 1x per 5 jaar. Dit beheer wordt steeds verspreidt over de oever uitgevoerd (max. 30 % per jaar). De delen die grenwinter overstaan.

zen aan de opening (waar dieren achter de vooroever kunnen komen) krijgen een afwijkend beheer. Hier wordt een deel, van Soorten Structuurrijke matig grove vegetatie van natte bodem waarin ca.10 m lengte, ieder jaarl tot op de vaste bodem uitgehaald met o.a. grote kattenstaart, gewone wederik, zwanenbloem, gewone de maaikorf en afgeruimd. Drasoever De drasoever heeft een vlak profiel van 1.00 - 3.00 m dat net onder het waterpeil is gelegen. De bodem is permanent nat, waardoor een vegetatie van grote helofyten kan ontwikkelen. De vegetatie is structuurrijk, iets grover dan de flauw taludoever en heeft veel nectarplanten. Deze bloeien wat later in het seizoen dan de kruiden op de flauw taludoever.

valeriaan en gele lis aanwezig zijn. Het habitat is een rijke nectarbron voor insecten en biedt bescherming en beschutting aan veel soorten dieren zoals: waterspitsmuis, Noordse woelmuis, zeggedoorntje, moerassprinkhaan, argusvlinder glassnijder, groene glazenmaker en de purperreiger.

Soorten De soorten die van een vooroever profiteren verschillen op basis van de type van de vegetatie en de mate van open water achter de vooroever. In een vooroever waar riet tot ontwikkeling komt kunnen rietvogels profiteren. Vaker zal de vooroever funtioneren als beschutte plek waar kleinere waterdieren kunnen opgroeien, zoals libellenlarven, visbroed en vele andere soorten waterinsecten.

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Wadi Een wadi lijkt een beetje op een natuurbouwsteen, maar dan voor bewoond gebied. Primair zijn wadi’s bedoeld om het stedelijk watersysteem te verbeteren door overtollig hemelwater te bufferen om dit daarna via infiltratie af te geven aan het grondwater. Een wadi voorkomt hiermee verdroging van de bodem en, tijdens heftige neerslag, overstort van het riool. Dit is weer gunstig voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Met de aanleg van een wadi kan ook de biodiversiteit worden verhoogd. De gradiënten van droog naar nat, het gebruik van inheemse beplanting en gefaseerd beheer zorgen ervoor dat veel soorten insecten een wadi weten te vinden. Ook worden wadi’s regelmatig gecombineerd met een natuurlijke speeltuin. Beheer Het onderhoud dient gefaseerd en met licht materieel uitgevoerd te worden. Dit voorkomt verdicht van de grond, waardoor de infiltratie van hemelwater wordt belemmerd. Het beheer dient uitgevoerd te worden als de wadi droog staat. Door pleksgewijs de toplaag af te schrappen krijgt pioniervegetatie de kans en blijft de bodem waterdoorlatend. Soorten Van een wadi in combinatie met een inheemse beplanting profiteren vooral insecten zoals bijen en hommels. Indien mogelijk kunnen diepere plekken in de wadi worden aangebracht waar water tot in de zomer kan blijven staan.

In dat geval kunnen ook amfibieën zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander hier hun eitjes afzetten.

Overjarige ruigte Overjarige ruigten worden voornamelijk ontwikkeld vanuit het beheer. Dit kan bijvoorbeeld door het laten overstaan van delen vegetatie tijdens het maaien. In een aantal gevallen is het wenselijk om markeringspaaltjes te plaatsen, zodat eenvoudig kan worden aangegeven welke delen wel en niet gemaaid dienen te worden. Het is van belang deze paaltjes zo te plaatsen dat er eenvoudig omheen en tussendoor kan worden gewerkt tijdens de maaironde. Ook in de overgangszone naar bosjes en struwelen kan overjarige ruigte een waardevolle toevoeging vormen, waarbij markeringspalen een belangrijke sturing kunnen geven aan het beheer.

Overgangen tussen vegetatietypen Overgangen, structuren en gradiënten vormen waardevolle habitats voor dieren. Dit kan bijvoorbeeld door het gefaseerd maaien van een grillige rand langs houtopstanden, waardoor een overjarige ruigtevegetatie tussen het struweel en het grasland ontwikkelt. Indien de overgang van gras- en ruigtevegetatie te abrupt overgaat in hogere bomen, kan een rand struiken worden aangepland zodat een geleidelijke overgang van hoog naar laag wordt gecreëerd. De breedte van de overgang kan variëren op basis van de beschikbare ruimte. In het merendeel van de situaties zal een grillige rand met een breedte van 2 tot 5 meter kunnen worden ontwikkeld. Een ligging op het zuiden of westen heeft de voorkeur.

Beheer Het beheer bestaat uit het laag cyclisch maaien van de vegetatie om de ruigte in stand te houden en geen bovenmatige opslag van houtgewas te laten ontwikkelen. Door jaarlijks 25% te maaien en af te ruimen zijn er steeds verschillende ontwikkeling stadia aanwezig. Gemaaid gewas dient te worden afgeruimd. Selecteer de te maaien delen op ongewenste soorten, zoals neerslaande (legerige) vegetatie met een slappe stengel, te zware verruiging of juist de oudste delen van de ruigte.

Beheer Het beheer bestaat uit het één tot twee jaar laten overstaan van de ruigtekruiden vegetatie op basis van het vegetatie type. Door jaarlijks circa een derde deel te maaien en af te ruimen en dit te wisselen tussen jaren ontstaan van zelf gradiënten en structuren.

Soorten en habitats Veel kleine zoogdieren zoals muizen, egels en kleine marterachtigen, maar ook insecten zoals weidehommel en argusvlinder profiteren van deze maatregel. Bij de wat bredere stroken kunnen Soorten Overjarige ruigten hebben een grote waarde voor de winterover- vogelsoorten als grasmus zich vestigen.De maatregel kan goed leving van tal van kleine dieren, waaronder de ei- en larvale stadia worden gecombineerd met de natuurbouwstenen voor insecten. van ongewervelden en insecten. Bij winterse omstandigheden bieden ruigten beschutting en voedsel voor tal van andere soorten zoals kleine zoogdieren en vogels.

37

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4 . 6 Natu u r in c l usief bou we n Natuurinclusief bouwen draagt bij aan meerdere doelstellingen. Door natuurinclusief te bouwen wordt niet alleen bijgedragen aan de waterhuishouding van het plan maar de toepassing van groene daken of gevels heeft tevens een verkoelend effect. Daarnaast zijn deze ook zeer geschikt voor de leefomgeving van insecten en vogels. Het ontwikkelen van mens- en milieuvriendelijke woonmilieus biedt kansen om meer te vergroenen en verhardingen in de private en openbare ruimte tegen te gaan. Bewoners kunnen betrokken worden bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van het groen. Zo ontstaat er gevoel van eigenaarschap en bewustwording.

Niet alleen de inrichting van het openbaar gebied, maar ook de tuinen kunnen op verschillende manieren een rol spelen in het vergroten van de biodiversiteit in een woonwijk: • Aanplant van bomen (afhankelijk van de grootte van de tuin) zorgt voor verkoeling en schaduw in de tuin. Ook vangen zij fijnstof en geluid weg. • Door ook inheemse plantensoorten en nectarplanten aan te planten, ‘rommelhoekjes’ met takken (snoeihout), boomstammen en dode bladeren en plantenresten te creëren worden vogels, insecten, amfibieën, egels en andere kleine zoogdieren aangetrokken naar de tuin.

In basis komt het erop neer dat er gezorgd wordt voor nestgelegenheid en voedsel. Dit kan door op slimme plekken extra groen toe te voegen of in de woningen nestgelegenheden te bouwen. De insteek is dit te doen voor soorten die nu al in de directe omgeving leven zoals de meervleermuis, de groene glazenmaker, grote karekiet, blauwborst, Cetti’s zanger of de sprinkhaanzanger, maar ook voor egels, wilde bijen en vlinders. Dit soort maatregelen dienen meegenomen te worden bij de ontwikkeling, aangezien ze voor het behoud van deze soorten cruciaal zijn. Andere maatregelen van natuurinclusief bouwen zijn geveltuinen, groene gevels (bijvoorbeeld als kopgevel) en groene daken. Dit zijn toepassingen die zowel voor de waterhuishouding als voor vogels en insecten van toegevoegde waarde zijn. Voor een geveltuin is een strook van circa 60 centimeter breed al genoeg om planten te laten uit groeien. Door een geveltuin te beplanten met (inheemse) vaste nectarplanten, lage en hoge besdragende en/of dichte heesters en klimplanten wordt een geschikt biotoop aangelegd voor insecten en vogels.

• Het plaatsen van een insectenhotel, vlinderkasten en bijenstenen bevordert de variatie aan insecten. • Open water in de vorm van een vijver of op kleinere schaal een waterschaal trekt vogels, amfibieën en libellen aan.

38

Voor heel Stougjeswijk geldt dat natuurinclusiviteit een leidend ontwerpprincipe is. Of het nu gaat om de bebouwing of de openbare ruimte, op alle schaalniveaus dient natuurinclusief bouwen en natuurinclusief inrichten herkenbaar te zijn.

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4.7 Klimaatada ptat ie en H itte stre s s Klimaatadaptatie is een belangrijk leidend ontwerpprincipe voor Stougjeswijk. Door klimaatadaptief te bouwen en door de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten, worden piekbuien opgevangen en worden droogte en hittestress beperkt. Dit is herkenbaar op gebouwniveau èn in de openbare ruimte, op alle schaalniveaus.

van bebouwing en in de tuinen valt, wordt niet afgevoerd via een rioolsysteem maar vastgehouden in de tuin en bij extreme neerslag afgevoerd naar het openbaar gebied. De opvang en afvoer van het hemelwater van de bebouwing en de privétuinen is een integrale ontwerp-opgave, en er zal bij de ontwikkeling goed gekeken moeten worden hoe er op een mooie en duurzame wijze omgegaan kan worden met de afvoer van hemelwater op eigen Veilig, schoon en gezond water is een belangrijk onderdeel van terrein, bovengronds danwel ondergronds. Zo hoeven er nadereen duurzame leefomgeving. Dat vraagt extra aandacht bij een hand geen ongewenste ‘noodoplossingen‘ gecreëerd te worden. veranderend klimaat. Kwetsbaarheid voor klimaatverandering vermindert door kansen voor klimaatadaptatie te benutten, bij- Om het water zo goed mogelijk te kunnen vasthouden en afvoeren voorbeeld door in het ontwerp rekening te houden met de toe- is voor een robuuste waterstructuur gekozen. Het watersysteem nemende kans op wateroverlast, hitte en droogte en de gevolgen bestaat uit de kreek, bestaande en nieuwe watergangen en een van overstromingen. Door klimaatverandering worden de zomers combinatie met wadi’s. Het watersysteem zorgt ervoor dat het gemiddeld droger, maar er komen ook hevigere buien voor die hemelwater kan worden opgevangen en niet via het riool wordt wateroverlast kunnen veroorzaken.

Het beperken van verharding, afgevoerd. Via de wadi’s wordt het vastgehouden en vertraagd het groen (schaduw) en de waterstructuur (verkoeling) dragen afgevoerd. Het watersysteem is verbonden aan de omliggende bij aan het voorkomen van hittestress. In Stougjeswijk wordt de waterstructuren. Door de nieuwe waterstructuur aan te sluiten toepassing van verharding beperkt. Er komt groen waar het kan, op de bestaande sloten in de omgeving, ontstaan er nieuwe waen verharding alleen waar het moet. Waar mogelijk wordt halfver- terverbindingen in het gebied. Dit zorgt niet alleen voor een sterharding e/o halfopen verharding toegepast. kere beleving van het water in de wijk, maar zorgt ook voor een Het klimaat verandert en door hevige regenval krijgen we steeds meer te maken met piekmomenten waar een wijk veel regenwater te verduren krijgt. Belangrijk is dat we hier nu al op inspelen en de wijk hiervoor weerbaar maken. Dit vraagstuk is niet alleen een probleem, maar ook een kans. In principe wordt al het hemelwater (bebouwing, openbare ruimte) oppervlakkig afgevoerd naar de kreek, de watergangen en naar wadi’s. Het uitgangspunt is een systeem dat hemelwater opvangt, vasthoudt en vertraagd afvoert. Op deze wijze wordt bij hevige neerslag eventueel overlast beperkt. Het voorkomt niet alleen piekbelasting in het watersysteem, maar beperkt ook verdroging van de ondergrond.

Het systeem gaat daarbij uit van kleine hoogteverschillen in het maaiveld. Het hemelwater dat op de daken

Alle oevers en alle wadi’s worden ingeplant met beplanting die past bij deze biotoop. Door wadi’s met een meer aangepaste vegetatie te beplanten kunnen wadi’s een grotere rol spelen bij het bevorderen van de biodiversiteit en krijgen ze een meer diverse, aantrekkelijkere verschijning. Meer natuurlijk vormgegeven wadi’s spelen een rol als ecologische verbindingszone in de wijk. Hierbij is vooral van belang dat de vegetatie hoog opgaand is om dekking te bieden voor zich verplaatsende kleine zoogdieren, amfibieën en insecten zoals dagvlinders en sprinkhanen. In de wadi’s wordt gebruik gemaakt van planten die gewend zijn aan wisselende waterstanden die van nature in beekdalen en aan

oevers voorkomen. Tegenwoordig wordt voornamelijk gekozen voor robuuste grasmengsels die goed bestand zijn tegen betreding en langere periodes van droogte. Het grasmengsel kan weer minder goed tegen langere periodes van nattigheid. Een meer gevarieerde aanplant, met gras om op te spelen en met hogere beplanting voor de diversiteit van flora en fauna, maakt de wadi’s nog aantrekkelijker. Wadi’s vervullen dan meer functies dan alleen waterbeheer. Een meer diverse beplanting zorgt voor een beter doorwortelde bodem die op de lange termijn beter doorlatend blijft. Als beplanting kan gedacht worden aan houtige gewassen duurzame omgeving. Waar nodig worden molgoten toegepast in (bomen en heesters) zoals zwarte els, diverse soorten wilgen of de straten. (gewone) vlier. Ook kunnen helofyten toegepast worden zoals riet, lisdodde of zwanenbloem. Voor overige beplanting die beBij de watergangen die in het gebied worden aangelegd, kunnen stand is tegen nattigheid, is te denken aan knoopkruid, wilgende oevers een nuttige rol spelen in het infiltreren van water als roosje, watermunt, pinksterbloem, penningkruid, etc. deze gevarieerd beplant worden. Daarnaast kan er gevarieerd worden met het talud, door de watergang te verdiepen of het Voor de wadi- en waterstructuur moet nog een watertoets (inmaaiveld te verhogen.

Het toepassen van natuurlijke oevers strument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op bevorderd de gradiënten (overgang nat-droog, overgang steil- evenwichtige wijze laat meewegen) uitgevoerd worden. Tijdens flauw talud, etc.) en daarmee de biodiversiteit. De watergangen de uitwerking van de afzonderlijke deelgebieden zal in gesprek hebben een oever met een talud dat niet steiler is dan 1:3, en het met het Waterschap deze toets gedaan worden, mede om te betalud wordt zonder beschoeiing aangelegd om een groene oever palen of er voldoende bergingscapaciteit is. te kunnen maken. Op plekken waar het kan wordt een flauwer talud gemaakt, om een natuurvriendelijke oever te maken. Een flauwer talud zorgt voor een betere ‘gradiënt’ (overgang natdroog) en draagt bij aan de biodiversiteit. 39

indicatie beheerskosten

indicatie beheerskosten

indicatie aanlegkosten

kosten

indicatie aanlegkosten

belevingswaarden

beleving

kosten

belevingswaarden

beleving tegengaan droogte

verminderen wateroverlast

tegengaan droogte

verminderen wateroverlast

verminderen hittestress

klimaatadaptief verminderen hittestress

klimaatadaptief

Referenties

erenties

40- Bron: De Dakakker uin - intensief

veiligheid - verblijf

indicatie beheerskosten

indicatie aanlegkosten

kosten

belevingswaarden

beleving

tegengaan droogte

verminderen wateroverlast

verminderen hittestress

klimaatadaptief

verbinding - verplaatsing

veiligheid - verblijf

Referenties

verbinding - verplaatsing

Natuur- en klimaatscore

uur- en klimaatscore

voedsel - variatie

verbinding - verplaatsing

ieve groendaken werken verkoelend in de zomer en werken als een extra deken in de winter. Op groendaken wordt het water opgeslagen in planten en in het substraat. Ook is het mogelijk om een dunne laag kratten aan te brengen onder de atie voor extra ruimte voor het bergen van hemelwater. Door verdamping verdwijnt een gedeelte van het water weer terug atmosfeer. Intensieve groendaken hebben vaak een dubbelfunctie. Naast vergroening en/of waterberging kunnen deze worden gebruikt om te verblijven of om voedsel op te verbouwen. Intensieve groendaken vereisen een stevige constructie ezien de belasting van dit dak hoger is dan een extensief groen dak. Groendaken kunnen gecombineerd worden met panelen. Het rendement van de panelen is zelfs hoger door de lagere temperatuur van het dak. Daarnaast draagt een dak bij aan de levensduur van de dakbedekking.

Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Natuur- en klimaatscore Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt.

veiligheid - verblijf

ne daken zorgen voor een geringere opwarming van het dakoppervlak, ze houden regenwater vast en hebben een f effect op biodiversiteit. Ze kunnen over het algemeen in twee types worden opgesplitst, namelijk extensieve en intensieve daken. Extensieve groendaken zijn geringer in opbouw, vereisen minder onderhoud en hebben minder positieve effecten tensieve groendaken. Intensieve groendaken herbergen meer mogelijkheden voor beplanting, ze hebben een groter bergend vermogen en isoleren beter dan extensieve groendaken. Ze zijn derhalve ook duurder in aanleg en in onderhoud.

voedsel - variatie

Woning

voedsel - variatie

Groene daken

Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten d Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt. klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort Gevelbeplanting geveltuinen kan worden gekozen vooreneen ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nes bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook ladder dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren.

natuurinclusief

Voor heel Stougjeswijk geldt dat natuurinclusiviteit een leidend ontwerpprincipe is. Of het nu gaat om de bebouwing of de openbare ruimte, op alle schaalniveaus dient natuurinclusief bouwen en natuurinclusief inrichten herkenbaar te zijn.

natuurinclusief

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten die klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook als ladderVerticale dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren. 14. en hangende begroeiing

Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing Genderdal - Bron: Buro Lubbers

Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing

Groenslingers, De Dampuurters, Gent

33

Groendak op winkelcentrum Miro in Enschede - foto: Mark van Veen

Bloeiende sedumvegetatie trekt bijen en vlinders aan - Bron: Groendaktotaal

indicatie beheerskosten

indicatie beheer

indicatie aanlegkosten

kosten

indicatie aanleg

kosten

belevingswaarden

beleving

belevingswaard

belevi

tegengaan droogte

tegengaan droo

verminderen wateroverla

verminderen verminderen hittestresswat

klimaatad

Toepassingen in de tuin

Insectenhotel - bron: Natuur voor Elkaar

el - bron: Natuur voor Elkaar

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Groenstroken en plantsoenen

Parkjes en parken

Natuurvriendelijke oevers

Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen

Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen

CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF

CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF

41

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Woning

Tuin

Grijze goot / molgoot

Klimaatadaptatie is een belangrijk leidend ontwerpprincipe voor Stougjeswijk. Door klimaatadaptief te bouwen en door de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten, worden piekbuien opgevangen en worden droogte en hittestress beperkt. Door klimaatadaptief te ontwikkelen wordt hemelwater opgevangen, vastgehouden en vertraagd afgevoerd. Dit is herkenbaar op gebouwniveau èn in de openbare ruimte, op alle schaalniveaus.

Regenton in de tuin

Overstortsteen

‘Hemelwater-steen’

Regenton als schutting

Kleine regenbuffer voor bevloeiing van tuinplanten

Afkoppelen op eigen terrein

Regenton in de tuin als bloempot

Waterspuwer met creatieve afwatering 42

Slimme regenton

Grijsgoot - brede molgoot

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Wadi

Plas-drasgebied

Open water

Inpassen bestaande sloten

Wadi

Schotten voor vasthouden water

Wadi na hevige regenbui

Wadi na hevige regenbui 43

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4 . 8 Con ce pt ue el bou we n Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van Stougjeswijk is het werken met ‘conceptwoningen’ of conceptueel bouwen. Conceptueel bouwen verwijst naar een benadering in de bouwsector waarbij het hele bouwproces wordt heroverwogen en geoptimaliseerd om efficiënter, kosteneffectiever en duurzamer te zijn. Deze aanpak verschilt van traditionele bouwmethoden omdat het zich primair focust op het uiteindelijke doel om betere resultaten te leveren in termen van bouwkwaliteit, kostenbeheersing, duurzaamheid en klanttevredenheid. Het gaat om het werken vanuit herhaalbare, innovatieve, integrale en flexibele bouwoplossingen, die per project kunnen inspelen op de eigenheid van de bewoners, de locatie en de opdrachtgever. De oplossing is ontwikkeld, ontworpen en geëngineerd door de aanbieder van het concept, samen met partijen uit de toeleverende industrie. Door te werken met concepten kan het hele ontwikkel- en bouwproces efficiënter en effectiever uitgevoerd worden. Soms is de kostprijs van concepten hoger, maar zijn de bouw- en ontwikkelprocessen zo gestroomlijnd dat de totale stichtingskosten lager zijn en de kans op fouten kleiner is. Enkele van de marktpartijen hebben zogenaamde conceptwoningen die kansrijk zijn om met een hoge kwaliteit betaalbare woningen te realiseren.

Op basis van de woningconcepten van de verschillende realisatoren wordt een samenhangende sfeer gecreëerd in de buurten. Een en ander natuurlijk ter nadere uitwerking. Bron: Netwerk Conceptueel Bouwen en gezamenlijke marktpartijen Stougjeswijk

44

Alle getoonde voorbeelden zijn projecten in ‘conceptueel bouwen’. De voorbeelden zijn van enkele van de marktpartijen van Stougjeswijk.

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Ballast Nedam PuurThuys conceptwoning

Ballast Nedam PuurThuys conceptwoning

BAM concept-appartementen

BAM Flow conceptwoning

Ballast Nedam PuurThuys conceptwoning

BAM Wooncollectie conceptwoning

BAM M1 conceptwoning

BAM Flow conceptwoning

Roosdom Tijhuis Identis conceptwoning

Roosdom Tijhuis Identis conceptwoning

ABB EigenWijs Wonen

Adriaan Van Erk | KlokGroep BaseHome

Roosdom Tijhuis Identis conceptwoning

ABB EigenWijs Wonen

ABB EigenWijs Wonen

45

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

voorbeelden

bijzondere woonvormen

4 . 9 Bij zondere wo onvor m e n Het is de ambitie om zo’n 10% van het totale programma als bijzondere woonvormen te realiseren. Deze bijzondere woonvormen worden zowel in het sociale en betaalbare programma gerealiseerd als in het vrije-sectorprogramma. Onder bijzondere woonvormen kan het volgende vallen: Bijzondere typologieën, zoals: - Levensloopbestendige woningen of seniorenwoningen (woningen die rolstoelvriendelijk zijn, voldoen aan WoonKeur, wonen/slapen/ baden op één laag, etc., danwel eenvoudig zijn aan te passen) - Starterswoningen (kleine volwaardige woningen voor eenpersoonshuishoudens) (smalle beuk, rug-aan-rugwoningen, beneden-bovenwoningen, etc.) - Kangaroewoningen (of mantelzorgwoning, een woningtype om meerdere generaties van één familie samen te laten wonen)

Bijzonder ‘opdrachtgeverschap’, zoals: - Mede-opdrachtgeverschap (met uitgebreide ‘consumentenkeuzevrijheid’, bewoner en ontwikkelaar stellen als het ware samen de woning samen) - Wooncoöperaties (een groep mensen die gezamenlijk eigenaar zijn van het gebouw waarin ze wonen, waardoor ze meer zeggenschap hebben over hun woonomgeving) - Particulier opdrachtgeverschap om te komen tot een bijzondere architectuur (‘dissonant’)

typologie

(specifieke plattegrond voor senioren of starters)

Extra duurzame woningen, zoals: - Circulaire en biobased materialisering - Woningen met minimale energielasten en aansluiting op buurtbatterij met snellaadpunt

Als er een initiatief is voor bijzondere woonvormen in een bepaald deelgebied, dan dient de uitstraling daarvan te passen in de specifieke woonsfeer die hier wordt voorgestaan. Er kunnen Bijzondere woonblokken, zoals: - Senioren-hofjes (senioren die nabij elkaar wonen om sociale aanvullende randvoorwaarden gelden voor de inpassing van bijinteractie te bevorderen en eventueel ondersteuning te bieden) zondere woonvormen, en die zullen worden opgesteld wanneer de stedenbouwkundige uitwerking of beeldkwaliteitplan voor dat (Knarrenhof) - Cohousing (privéwoningen, maar met gedeelde ruimtes en ac- specifieke gebied wordt gemaakt. tiviteiten zoals een wasmachine-ruimte of een fietsenberging) - Drager-vrager-concept (bewoners die een vorm van begeleiding nodig hebben om op zichzelf te kunnen wonen, worden bijzondere woonvormen met typologische verscheidenheid geholpen door medebewoners) voor een brede doelgroep

(met zorgwoningen of startersappartementen)

zorg

senioren

empty-nester

eenouder-gezin

gebroken relatie

gezin

jong gezin

starters

alleenstaanden

46

studenten

Bijzonder ‘aanvullend’ programma (dus meer dan alleen wonen), zoals: - Zorgwoningen of bijvoorbeeld geclusterd wonen - Woon-werkwoningen (met uitgebreide mogelijkheden voor werken aan huis, eventueel met een eigen entree voor de werkruimte) - Erfwoningen (met gemeenschappelijke voorzieningen in de buitenruimte, collectieve tuin, tuinkas, etc.)

appartementenblok

woonhofjes

(knarrenhof of cohousing)

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

47

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4 .1 0

En ergiezu in ige ge b ou we n

Als het gaat om energiezuinige gebouwen, wordt ingezet op een aantal aspecten. Enkele daarvan zijn reeds wettelijk verplicht en sommige gaan verder om tegemoet te komen aan de ambities voor Stougjeswijk.

Er wordt uitgegaan van een duurzame en toekomstbestendige warmte- en ventilatievoorziening, bijvoorbeeld door het toepassen van een hernieuwbare warmtebron. Warm water zou verkregen kunnen worden door een warmtepomp, door middel van een zonneboiler of door de toepassing van PVT-panelen. Welke technoloHet is de eis om aardgasvrij te bouwen, met als doel de vermin- gie toegepast kan worden dient nog nader uitgezocht te worden. dering van het gebruik van fossiele brandstof en afhankelijkheid van aardgas. Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde gesteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Dit komt door een wijziging van de gasaansluitplicht. De wetswijziging betekent dat nieuwbouw met een kleinverbruikersaansluiting niet meer mag worden aangesloten op het gasnet. Verder is het ook de eis om ‘bijna energieneutraal’ te bouwen (BENG), met als doel om het energieverbruik te verminderen. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ). Deze vervangt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie.

De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Voor Stougjeswijk wordt dit bereikt door voor het opwekken van elektriciteit zonnepanelen toe te passen. Doordat er veel grondgebonden woningen komen, is er per woning relatief veel ruimte op daken beschikbaar om zonnepanelen te plaatsen. En natuurlijk is er de ambitie om energieneutraal (of -leverend) te bouwen. De BENG-eisen gaan namelijk niet uit van volledige energieneutraliteit. En als niet alle ambities op gebouwniveau gehaald kunnen worden, is het de inzet om op gebiedsniveau zoveel mogelijk ambities te halen.

Het is van belang om de benodigde (technische) installaties zorgvuldig in te passen in of op het gebouw. Met name zonnepanelen en (lucht)warmtepompen dienen bij het ontwerp meegenomen te worden zodat ze hier een integraal deel vanuit maken. Zonnepanelen kunnen worden toegepast in ‘all black’ (geen aluminium Geen installaties in zicht omlijsting) en/of geïntegreerd in het dakvlak. Zonnepanelen mogen niet willekeurig geplaatst worden. De panelen dienen voorts zoveel mogelijk geïntegreerd te worden in het ontwerp. Dit kan door bijvoorbeeld het ritme van panelen mee te laten doen in het ritme van ramen en andere elementen in de voorgevel en het dak. De plaatsing van zonnepanelen vindt plaats per gebouw of bouwblok (bijv. een rij woningen), ook als deze niet bij realisatie maar in een later stadium worden toegepast. Ook op platte daken kunnen zonnepanelen geplaatst worden. Al dan niet in combinatie met groene (sedum)-daken wat de efficiëntie van de panelen (met gemiddeld 4%) bevorderd. Deze dienen zoveel mogelijk uit Geen ‘willekeurige’ positie, het zicht vanaf de openbare ruimte geplaatst te worden. Dit kan o.a. door een hogere dakrand te realiseren. In het algemeen geldt dat alle overige installaties uit het zicht dienen te worden geplaatst: vanaf de straat en omliggende tuinen mag er geen zicht zijn op de installaties zoals warmtepompen.

Indien nodig moeten hiervoor voorzieningen getroffen worden of bijvoorbeeld de dakrand hoger worden opgetrokken.

Eenduidige positie (‘samenhangende compositie’)

48

Geen aluminium omlijsting

All black zonnepanelen

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

4 .1 1

geïntegreerd in de erfscheiding

in/bij parkeerkoffer

Kleinere kastjes (in de erfscheiding) aan de voorzijde van de woningen

Nu t s voorz ieningen

Het is de verwachting dat voor Stougjeswijk meerdere nutsvoorzieningen in de openbare ruimte geplaatst moeten worden voor o.a. elektriciteit (trafo’s, onderstations, etc.), riool (pompen), telecommunicatie (telefoon, glasvezel), etc. Uitgangspunt is dat deze voorzieningen geen afbreuk mogen doen aan de ruimtelijke kwaliteit en onderdeel moeten zijn van het ontwerp van de openbare ruimte dan wel geïntegreerd moeten worden in de erfafscheidingen mits deze vanaf de openbare ruimte toegankelijk en bereikbaar zijn.

in uitstraling aansluiten op de sfeer van de wijk en materialisering van de woningen

in uitstraling aansluiten op de sfeer van de wijk en materialisering van de woningen

met groen afschermen

in parkeerkoffer

bij parkeerkoffer

Nutsvoorzieningen dienen bij voorkeur op een acceptabele positie worden gepositioneerd (e.e.a. afhankelijk van de medewerking van de nutsbedrijven). Daarnaast moeten de nutsvoorzieningen in uitstraling aansluiten op de algehele sfeer in de wijk. In de basis wordt aangesloten op de architectuur en materialisering van de woningen. Maar er kan ook voor gekozen worden om de voorziening te laten begroeien of met groen af te schermen. De plaats van het gebouw bepaalt welke oplossing er gekozen wordt. Grotere nutsvoorzieningen (trafo’s) krijgen een plek in de parkeerkoffers (en eventueel in het landschappelijk raamwerk). Deze zullen met groen ingepast worden in de inrichting van de parkeerkoffers. Kleinere nutsvoorzieningen (kastjes) kunnen in de erfscheiding aan de voorzijde van de woningen worden geplaatst, door een ruimte in het muurtje of de haag vrij te houden. Kleinere kastjes kunnen ook in de parkeerkoffers worden geplaatst. Dit zijn goede plekken voor dergelijke nutsvoorzieningen, mits deze voorzieningen goed bereikbaar en toegankelijk zijn. In de beeldkwaliteitplannen per deelgebied wordt de exacte positie van de nutsvoorzieningen nader vastgelegd.

49

Oud-Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

Knotboom Haksingel Kreek

5. Openbare ruimte

Griendkeet Heul Lintbebouwing Kooikerwoning Stelle Eeuwkant Afrastering Buurtschap Dijk Schuur Jaagpad Koepad Poorten en Hekken Brug Knechtswoning Stuweelhaag Donk Muraltmuur Droogschuur Nol Leiboom Trambaan Peekade Kniphaag Poterloods Boerderij

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

5.1 Hoofd planst ruct uur De hoofdplanstructuur is het raamwerk van groenstructuren met hoofdwatergangen en hoofdroutes voor fiets, openbaar vervoer en auto. Deze hoofdplanstructuur zorgt ervoor dat Stougjeswijk enerzijds verbonden wordt met de omgeving door fietspaden, watergangen of groenstructuren, en anderzijds zorgt het voor grote groene ruimtes in het plan waar gespeeld en gerecreëerd kan worden, waar ontmoetingsplekken of een school komt, en waar ruimte is voor waterberging en ecologische verbindingen. Binnen de hoofdplanstructuur vallen de verschillende woonvelden. En binnen die woonvelden komt ook openbare ruimte ingericht met groen of met ruimte voor ontsluiting en parkeren.

Raamwerkplan op Hoofdlijnen

Hoofdplanstructuur

Groene dooradering van de woonvelden

ca. 36% van plangebied

Be

ije

rla

nd

se

di

jk

j k

d-

s

k

e

laz

ord

di

e

jk

l bu oo urt st

e

d erpa

kern zuid

n

g

k no ern or d

r

no

am

in

uid urt z

tb Hou

l a a

tr

urt

k

e

e

u

w

k

a

n

t

e w e

d e r

bu

bu

P a p

P o l

S t

o u

g j

e s

d i

Ou

g 51

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

5. 2 Eenhe den van b e eld re g ie

ro

a

m

d

ne

de n

(gel

d el de

rv

nd

uid)

ol p

randzone

e

ld

o u t

52

k

(geluid)

g e l

erve

f d r

zo d n a r

e

pold

h o o

s i n

e

ra

r

5. 3 Kre ek

va

o h

k

o

fd

ke

ro

rn

u

k

(geluid)

i j

te

t r

u t

e

randzone

er

fs

in

ge

l

De hoofdplanstructuur is onderverdeeld naar verschillende ‘Eenheden van Beeldregie’. Dit zijn samenhangende structuren waarbinnen dezelfde principes gelden voor de invulling en inrichting. In de navolgende hoofdstukken zal per eenheid een beschrijving worden gegeven met per eenheid de leidende principes.

De kreek is de belangrijkste groene zone in Stougjeswijk. De bestaande kreek wordt ingepast en verbreed. De zuidelijke oever blijft intact omdat hier de Papeweg ligt die wordt getransformeerd naar een fietspad. Van de zuidelijke oever kan eventueel een natuurlijke oever worden gemaakt met een talud van 1:5 of flauwer. De kreek wordt verbreed naar het noorden toe. De kreek krijgt een variërende breedte en de noordelijke oever krijgt een natuurlijke oever met een talud van 1:5 of flauwer (voorkeur: >1:8). Ter plaatse van de kern komt een bijzondere oever, die vormgeeft aan de ontmoeting van de kern (met gesloten bouwblokken en een functiemix met voorzieningen) met de kreekzone. In de verbrede kreek komen ook ontoegankelijke eilandjes, die nieuwe gradiënten creëren en bijdragen aan de biodiversiteit. Aan weerszijden van de kreek wordt ruimte gereserveerd voor groen.

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

k

i j ke

urlij

eilan

ke o

te p

djes

eve

ro f i

el r

natu

n ke l

re e d

ee

pad

ega

de b

r 1:5

rk

o nt o

ë re n

k

ve

vari

er

am

iet s

oev

e

r

za ng la en

nd f

e re

to

igge

ond

e

ee

vrijl

bij z

ruim

p ro f vari

au

n

rk

la

am

r

ve

t ne

en

a gz

ve

am

R-

k

r

za

k re e

e ke

ng

re d e

la

ve r b

r

eeu

iel m ë re n

wka

et v

eel

de b

nt m

g ro e

re e d

et s

cho

n

te k

re e k

ol

bijzondere oever bij kern

verbrede kreek met variërende breedte

natuurlijke oever 1:5

vrijliggend fietspad

ruim profiel met veel groen

53

Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan

De tramdijk is een cultuurhistorisch rudiment. Het is een verhoogd grondlichaam waar vroeger de stoomtram was. Het hoogteverschil blijft gehandhaafd en de tramdijk blijft vrij van bebouwing, waardoor het een centrale groene ruimte in het woongebied wordt. Op de tramdijk komt een hoofdfietsroutes en meerdere voetpaden. Er komt alleen kruisend autoverkeer, dus in de lengterichting van de tramdijk komen geen autowegen.

5 . 4 Tra mdi jk

openbare ruimte aan Tramdijk

inplanten met bomen

verbreden kavelsloten

k

geen autowegen (alleen kruisend)

i j

inrichten voor spel en ontmoeting

d

handhaven hoogteverschil

m

verbreden kavelsloten

54

a

openbare ruimte aan Tramdijk

t r

De tramdijk wordt verder ingericht met speel- en ontmoetingsplekken. De kavelsloten aan weerszijden van de tramdijk worden verbreed. De woonvelden die ten noorden en ten zuiden van de tramdijk liggen, krijgen hun openbare ruimte naar de tramdijk toe, waardoor deze groene ruimte niet ‘tussen de achterkanten’ komt te liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16074592/1