CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6a. OBP Langeweg 12 Oud-Beijerland toelichting en regels versie 30-05-2023

Besluitvormende raad 12 december 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Langeweg 12 Oud-Beijerland24.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 12: Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart (plangebied geel omlijnd). 6.2.3 Archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek in de vorm van een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten B.V. te Amersfoort (rapport van 7 februari 2023, nummer 5818, Bijlage 6). Op basis van de onderzoeksresultaten voor het ontwikkelgebied en de voorgenomen bodemingrepen kan het volgende worden geconcludeerd (overgenomen uit rapport). Uit het bureauonderzoek blijkt dat archeologische waarden daterend vanaf de IJzertijd kunnen worden verwacht in het plangebied. De archeologische waarden uit de periode IJzertijd – Romeinse tijd kunnen aanwezig zijn in de top van het Hollandveen Laagpakket. Als het veenoppervlak destijds voldoende ontwaterd was, kan het een ondergrond voor bewoning hebben gevormd. Dit niveau zal zich manifesteren als een veraarde veentop, waarin zich archeologische indicatoren zoals aardewerk, houtskool en bot bevinden. Als de veentop niet is geërodeerd bij latere inbraken van de zee en is afgedekt met klei, kunnen de archeologische waarden goed zijn geconserveerd. Vanwege de ligging buiten de dorpskern en de afwezigheid van wegen, worden archeologische waarden vanaf de Late Middeleeuwen tot aan de Nieuwe tijd niet verwacht.

48

Toelichting

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij werd in overeenstemming met het bureauonderzoek een veenpakket (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) aangetroffen. De top van het veen gaat op 240-355 cm -mv (2,83-3,73 m -NAP) via een scherpe (erosieve) grens over in getijdeafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). Dit pakket heeft een dikte van 190 tot 255 cm. Het onderste deel bestaat uit matig fijn zand met kleilagen en gaat geleidelijk over in matig tot uiterst siltige klei. Omdat de oorspronkelijke veentop door erosie niet meer aanwezig is en in de bovenliggende getijdeafzettingen geen aanwijzingen zijn gevonden voor een archeologisch niveau, dient op basis van het booronderzoek de middelhoge Archeologische verwachting te worden bijgesteld naar een lage archeologische verwachting. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Hoeksche Waard. Conclusie Op basis van de resultaten van het archeologisch is aangetoond dat initiatief de archeologische waarden niet aantast, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan de planontwikkeling. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' kan komen te vervallen. Hiermee is dit bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van archeologie. 6.2.4 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het plangebied staat een woning die van eenvoudige architectuur is. De cultuurhistorische waarden worden door sloop niet aangetast, zodat er op dit vlak geen belemmeringen zijn. Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.

6.3

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het geeft invulling aan de decentralisatieafspraken die het Rijk met de provincies heeft gemaakt in het Bestuursakkoord natuur en in het Natuurpact. Het brengt ook vereenvoudiging ten opzichte van het bestaande stelsel, onder meer door een betere aansluiting op het Europese recht en op het omgevingsrecht. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Oude Maas' ligt circa 2,4 km ten noorden van het plangebied. Het Natura2000-gebied 'Oudeland van Strijen' ligt circa 6,4 km ten zuidoosten van het plangebied, terwijl de Natura2000-gebieden 'Haringvliet' en 'Hollands Diep' circa 9,5 km zuidelijk hiervan liggen. Sprake is van herontwikkeling die deze Natura2000-gebieden niet beïnvloeden. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van de bestemmingswijziging. In paragraaf 6.3.2 wordt dit aangetoond. De dichtstbijzijnde Ecologische verbinding van Natuurnetwerk Nederland van de provincie Zuid-Holland

Toelichting

49

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

ligt 950 meter ten oosten van het plangebied (figuur 13). Ook hier heeft de planontwikkeling geen nadelige gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur.

Figuur 13: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met rode stip aangeduid.) 6.3.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het circa 2,4 km noordelijk gelegen Natura2000-gebied 'Oude Maas' en 6,4 km zuidoostelijk gelegen Natura2000-gebied 'Oudeland van Strijen' betreffen een Vogelrichtlijn en zijn geen stikstofrelevante Habitatrichtlijngebieden. Ook de op circa 9,5 km noordelijk gelegen Natura2000-gebieden 'Haringvliet' en 'Hollands Diep' zijn niet stikstofrelevant. De eerste stikstofgevoelige habitats liggen in natuurgebieden op grotere afstand, te weten de Natura2000-gebieden 'Krammer-Volkerak' op 13 km en de 'Biesbosch' op 18 km. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2024). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Het appartementengebouw wordt gebouwd volgens de eisen van het BENG. In de aanleg- en gebruiksfase is er geen sprake van toename van stikstofdepositie.

De totale depositie van de aanlegfase en gebruiksfase is dan ook kleiner dan 0,00 mol per hectare per jaar. Deze bijdrage is zo klein dat er ook geen vergunningplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming, zoals dat is aangetoond in de notitie 'Effecten depositieplan Langeweg 12, Oud-Beijerland' van Stalbouw.NL van 24 februari 2023, Bijlage 7). Het aspect stikstofdepositie vormt voor het bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.

50

Toelichting

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

6.3.2 Flora- en faunatoets Bij nieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede heeft Watersnip Advies te Reeuwijk een ecologisch onderzoek uitgevoerd voor het onderhavige plangebied (rapport van juli 2022, rapportnummer 22A056, Bijlage 8). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden vastgesteld (overgenomen uit rapport). Natuurgebieden Natura2000 Habitattypen

Gevolgen

Soorten

Voor de nieuwe ontwikkeling is er een stikstofdepositieberekening gemaakt voor de aanleg- gebruiksfase van het plangebied. Nee

NNN-gebieden Omgevingsvisie/-verordening

Nee Nee

Soortgroep Algemeen

Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Egel en Haas geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Flora Nee Jaarrond beschermde nesten Nee Vissen Nee Amfibieën Nee Reptielen Nee Zoogdieren Nee Overige soorten Nee Soortgroep H Vogels

Vleermuizen

Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaardperiode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, tenzij er bomen gekapt of verwijderd worden. Bij het verwijderen van bomen zal er vooraf aanvullend onderzoek naar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen plaats moeten vinden

Algemene zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat eenieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora

Toelichting

51

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen: a. Voor de Huismus wordt ruimte beschikbaar gehouden onder onderste twee rijen dakpannen. Op een aantal plaatsen worden in afwijking hiervan vogelvides aangebracht op de onderste panlat. b. Voor de Gierzwaluw worden holle inbouwstenen ingemetseld in de randen van de zijgevels. c. Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Daarnaast wordt in een groenvoorziening een groepskast voor vleermuizen op een paal aangebracht. Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis. Wat betreft tuin- en eventuele straatverlichting wordt geadviseerd om amberkleurige Led-verlichting te plaatsen die voornamelijk naar beneden gericht is. Dit om verstoring door licht voor foeragerende vleermuizen te vermijden.

Conclusie Bij uitwerking van het bouwplan zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de in het rapport genoemde aanbevelingen omtrent "natuurinclusief bouwen". Mits alle bomen op het plangebied behouden blijven en met inachtneming van de genoemde zorgplicht en aanvullende maatregelen voor vogels en vleermuizen kan worden geconcludeerd dat er vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan bij deze planontwikkeling.

6.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen er naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen.

52

Toelichting

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

7.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond (GBKN) schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven. Gekozen is voor een gedetailleerd bestemmingsplan.

7.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Groen Artikel 3 De bestemming 'Groen' is opgenomen voor het groene gebied waarvan het groene karakter voor de ruimtelijke structuur van het plangebied van belang is. Binnen de bestemming is de aanleg van

Toelichting

53

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

voetpaden, speelvoorzieningen en water mogelijk. Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 4 De straten binnen het plangebied zijn bestemd voor 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen en functies toegestaan zoals parkeren, groen- en waterpartijen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Water Artikel 5 De bestaande waterlopen (hoofdwatergangen) in het plangebied zijn bestemd voor 'Water'. Artikel 6 Wonen De op de kaart voor 'Wonen' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere aanduidingen, bestemd voor gebouwen en andere voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van personen. Binnen deze bestemming is een appartementengebouw toegestaan. In de planregels en op de verbeelding is de toegestane bouwhoogte van het hoofdgebouw vastgelegd. Met betrekking tot de situering van het hoofdgebouw is op de plankaart een bouwvlak ingetekend, waarin het hoofdgebouw gesitueerd dient te worden. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.

Algemene bouwregels Artikel 8 In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons en kelders. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Voorts zijn bepalingen voor ondergronds bouwen opgenomen. Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Aan toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. Overige regels Artikel 11 In deze bepaling zijn de parkeerregels opgenomen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 12 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan.

Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming.

54

Toelichting

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Slotregel Artikel 13 Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

7.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. Conclusie Het bestemmingsplan is zodanig opgesteld met toelichting, regels en verbeelding dat handhaving op naleving hiervan goed mogelijk is.

Toelichting

55

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

56

Toelichting

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid en resultaten overleg

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. Het betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten anterieure exploitatieovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen om een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de overeenkomst.

8.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening zal het ontwerpbestemmingsplan elektronisch worden toegezonden aan diverse adviesinstanties.

8.3

Communicatie

Hier volgt een bespreking van de momenten dat omwonenden ingelicht en betrokken zijn bij de planvorming en hoe de argumentatie zijn weerslag in het bestemmingsplan heeft gevonden.

8.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor onderhavig ontwerpbestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft daartoe vanaf DDMMJJ gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende de termijn van tervisielegging zijn wel/geen schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen binnengekomen.

Toelichting

57

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

58

Toelichting

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Regels

Regels

59

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland met identificatienummer NL.IMRO.1963.BPLangeweg12OBL22-ON01 van de gemeente Hoeksche Waard. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- en uitbouw Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aan huis verbonden beroep Een dienstverlenend beroep, dat in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.7 achtererfgebied Erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruizen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.8 afwijking Een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) juncto art.

2.12, eerste lid, onder a, sub 1, van de Wabo. 1.9 archeologisch deskundige Een deskundige met betrekking tot archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen kwalificaties. 1.10 archeologisch onderzoek Een onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of graven en/of begeleiden, overeenkomstig de onderzoeksmethoden zoals geadviseerd in FAMKE, verricht door een daartoe bevoegde instantie conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.11 archeologische verwachting De aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische overblijfselen uit de vroegere tijd en als zodanig wetenschappelijk van belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 1.12 archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kans op het voorkomen van archeologische overblijfselen uit de vroegere tijd en als zodanig wetenschappelijk van belang zijn en het cultuurhistorische erfgoed vertegenwoordigen De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

60

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

1.13 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.14 bebouwingspercentage Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.15 bestaand a. Bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.16 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18 bevoegd gezag Het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.20 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, met een aan dat hoofdgebouw ondergeschikte functie. 1.21 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.23 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.25 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirecte steun vindt in of op de grond.

Regels

61

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

1.27 bruto-vloeroppervlakte (bvo) De bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580. 1.28 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.29 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30 geluidgevoelige objecten Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.31 gestapelde woning Een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere gebouwde ruimte is gelegen. 1.32 hoofdgebouw Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.33 huishouden Eén of meer personen die een huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.34 kantoor Een ruimte welke door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden.

1.35 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Activiteiten die in een woning door een bewoner op bedrijfsmatige wijze worden uitgeoefend, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.36 NEN Door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.37 ondergeschikte detailhandel Detailhandel die ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. 1.38 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.39 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, of als er sprake is van een bestaand gebouw, de hoogte ter plaatse van de hoofdtoegang. 1.40 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

62

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

1.41 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.42 voorgevel De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.43 voldoende parkeergelegenheid Parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de CROW-publicatie 317 (oktober 2012) en diens rechtsopvolger(s), dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren. 1.44 voorerfgebied Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.45 wijziging Een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening. 1.46 wonen Het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform de onderhavige begripsbepaling. 1.47 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

1.48 zijerf De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.

Regels

63

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

64

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. straatmeubilair; d. parkeervoorzieningen; e. voetpaden; f. water; g. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 5 meter mag bedragen.

Regels

65

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; met de daarbij behorende: b. parkeervoorzieningen; c. voet- en fietspaden; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. water; g. nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 6 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m.

66

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 5

Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de waterhuishouding, waterlopen en waterberging; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, duikers, bruggen, bermen, keermuren, steigers, oevers/oeverbeschoeiingen, rietkragen en taluds. 5.2 Bouwregels Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, zoals duikers, bruggen, keermuren, steigers, oeverbeschoeiingen en taluds worden gebouwd. 5.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

Regels

67

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen; b. aan huis verbonden beroepen; met bijbehorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 6.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen worden binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. hoofdgebouwen worden in de volgende vorm gebouwd: 1. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapelde woningen; d. het aantal woningen bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangeduide aantal; e. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; f. indien en voor zover de woningen niet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zijn deze slechts toegestaan indien de woningen voldoen aan de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere waarde (voor wegverkeerslawaai). 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 m; c.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1 Aan huis verbonden beroepen Het gebruik van de woning voor aan huis verbonden beroep is toegestaan, onder de voorwaarde dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 35% van de woning met een maximum van 50 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; c. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; e. de beroepsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; f. er, behoudens een beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de beroepsmatige activiteiten, geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; g. het gebruik geen bedrijvigheid is die op grond van de Wet milieubeheer vergunning- of meldingsplichtig is, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot de omgeving niet aantast.

68

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

6.3.2 Voorwaardelijke verplichting - Beeldkwaliteit a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en gebouwen overeenkomstig de in de bestemming 'Groen' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Beeldkwaliteitsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke en duurzame inpassing; b. de landschappelijke en duurzame inpassing van het bouwperceel dient uiterlijk het eerstvolgende plantseizoen na oplevering van het woongebouw te worden gerealiseerd overeenkomstig het in Bijlage 1 opgenomen Beeldkwaliteitsplan; c. de landschappelijke en duurzame inpassing dient vervolgens duurzaam in stand te worden gehouden. 6.3.3 Afsluiten mechanische ventilatie De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor wonen indien ventilatieopeningen, ventilatiesystemen en luchtbehandelingsinstallaties in de woning door bewoners kunnen worden afgesloten en uitgeschakeld bij calamiteiten. 6.4

Afwijken van de gebruiksregels

6.4.1 Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 voor het toestaan van kleinschalig bedrijfsmatige activiteiten, onder de voorwaarde dat: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de grondoppervlakte niet meer mag bedragen dan 35% van de woning met een maximum van 50 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; c. in de omgeving geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; e. de bedrijfsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; f. er geen detailhandelsactiviteiten plaatsvinden.

Regels

69

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

70

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), ventilatiekanalen, airco-units en warmtepompen, schoorstenen, zonnecollectoren, antennes, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, serres, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1 m bedraagt. 8.2 Dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties Dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 3,50 m en mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw waarop zij worden geplaatst. 8.3

Ondergronds bouwen

8.3.1 Algemeen Ondergrondse ruimten zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, tenzij in de bouwregels van de betreffende bestemming anders is bepaald. Op het bouwen van ondergrondse bouwwerken zijn de aanduidingen op de verbeelding en de bouwregels van het plan op overeenkomstige wijze van toepassing, met dien verstande dat de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer bedraagt dan 3 m beneden peil.

Regels

71

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Verbod Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. de aanleg of het gebruik van onbebouwde gronden als opslag, stort- of bergplaats voor onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruik van gronden en gebouwen voor het uitoefenen van prostitutie en de exploitatie van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden en gebouwen voor de exploitatie van een coffeeshop.

72

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Algemene afwijkingsregels ten behoeve van geringe afwijkingen Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is – bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 15%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag niet worden vergroot; c. de bouw van transformatorhuisjes, mits deze bouwwerken geen grotere goothoogte dan 3,5 m een inhoud van ten hoogste 50 m² hebben; d. de bouw van lantaarnpalen en vlaggenmasten mits deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en een hoogte van maximaal 6 m hebben. De omgevingsvergunning voor het afwijken wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.2 Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het afwijkingen als bedoeld in dit artikel kunnen alleen worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b.

het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Regels

73

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 11

Overige regels

11.1 Parkeren a. In het geval van nieuwbouw of functiewijziging waarbij de parkeerbehoefte toeneemt, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen overeenkomstig de gemeentelijke parkeernota, zoals die geldt ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning om te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 sub a, indien: 1. aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte redelijkerwijs niet kan worden verlangd of 2. op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen.

74

Regels

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Hoofdstuk 4 Artikel 12

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 12.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1 sub a met maximaal 10%. c. 12.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in 12.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. 12.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Regels

75

bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland van de gemeente Hoeksche Waard.

76

Regels

IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13431684/1