bijlage 6a. OBP Langeweg 12 Oud-Beijerland toelichting en regels versie 30-05-2023
Tekst van het document
Bestemmingsplan LANGEWEG 12, OUD-BEIJERLAND Gemeente Hoeksche Waard
STATUS:
ONTWERP
DATUM:
30 mei 2023
IMRO IDN:
NL.IMRO.1963.BPLangeweg12OBL22-ON01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER De Langen & Van den Berg Vastgoed B.V. Burgemeester Uilkensstraat 13 2861 AD Bergambacht
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 4 oktober 2022 28 maart 2023 30 mei 2023
VERSIE 1e versie 3e versie 3e versie
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
4
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
9 9
Hoofdstuk3
11
3.1 3.2
Planbeschrijving
Nieuwe situatie Verkeer en parkeren
11 13
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 24
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en Waterschap Hollandse Delta 5.3 Waterhuishouding
31 31 31 32
Hoofdstuk6 Omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
37 37 47 49 52
Hoofdstuk7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
53 53 53 53 55
Hoofdstuk8 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Communicatie 8.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57 57 57 57 57
Regels
59
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Toelichting
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
60 60 64
5
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen
65 65 66 67 68
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
70 70 71 72 73 74
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
75 75 76
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Verkeerskundig onderzoek
Bijlage 2
Onderbouwing wenselijkheid NOM
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 6
Archeologisch vooronderzoek
Bijlage 7
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 8
Ecologisch onderzoek
Bijlage bij regels Bijlage 1
6
Beeldkwaliteitsplan
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Langeweg 12 in Oud-Beijerland staat een vrijstaande woning. Deze wordt gesloopt om plaats te maken voor een appartementengebouw met 64 wooneenheden. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan het tekort aan woningen in de Hoeksche Waard. De herontwikkeling op deze locatie is vanuit stedenbouwkundige overwegingen passend, omdat de entree aan de zuidzijde van het dorp kan worden opgewaardeerd. Dit plan kan tevens als vliegwiel fungeren om het verouderde bedrijventerrein tussen de Groeneweg en Rembrandtstraat te transformeren naar wonen. Zo wordt er al woningbouw mogelijk gemaakt aan de Rembrandtstraat op de locatie Lievenshof en zijn er onlangs op de hoek van de Langeweg en Groeneweg zeven Tiny Houses gebouwd, waarvoor de gemeenteraad op 25 mei 2021 een bestemmingsplan heeft vastgesteld. Met deze ontwikkeling kan worden voorzien in de groeiende woningbehoefte aan woningen voor de doelgroep starters, doorstromers en senioren in de gemeente. Om dit plan mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het zuidelijke gedeelte van de dorpskern van Oud-Beijerland nabij de N217. Ten zuiden van het plangebied zijn zeven Tiny Houses in aanbouw. In westelijke richting staat een vrijstaande woning. Ten noorden van het plangebied is een garagebedrijf gevestigd. Aan de overzijde van de Langeweg ligt bedrijventerrein De Hoogerwerf. Het plangebied en omgeving is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: Situering omgeving plangebied (planlocatie met rood gestreepte lijn aangeduid).
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied gelden de volgende door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Oude-Beijerland vastgestelde bestemmingsplannen:
Toelichting
7
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Bestemmingsplan Raadsbesluit Bestemmingsplan "correctieve herziening Wonen" 8 augustus 2014 "Parapluplan archeologie en Parkeren" 9 mei 2017
Uitspraak Raad van State n.v.t. n.v.t.
Het plangebied is in het bestemmingsplan 'correctieve herziening Wonen' bestemd voor 'Wonen' met een bouwvlak voor de bestaande woning. Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in figuur 2. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om een appartementengebouw mogelijk te maken.
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'correctieve herziening Wonen'. Plangebied rood gestippeld omlijnd.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. De planbeschrijving van de nieuwe toestand is in Hoofdstuk 3 opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijke beleid beschreven. In Hoofdstuk 5 is de Waterparagraaf opgenomen. Hoofdstuk 6 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Historie Oud-Beijerland is een dijkdorp dat dateert uit 1559. In korte tijd ontwikkelde Oud-Beijerland zich tot de belangrijkste handelsplaats in de Hoeksche Waard. In 1604 schonk Sabina van Beijeren het dorp een fraaie kerktoren. In 1622 werd het dorpshuis over de Vliet gebouwd. In het gebouw, dat vandaag de dag beter bekend is onder de naam “Oude Raadhuis”, zetelde tot eind jaren zeventig van de vorige eeuw het gemeentebestuur van Oud-Beijerland. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het dorp flink. Het aantal inwoners nam toe van circa 7.000 naar ruim 24.670 per 1 januari 2021. In eerste instantie werden de bestaande oude lintstructuren, waaronder de Zinkweg (toen: Zinkwegsche dijk), de route Molendijk, Oostdijk en Oud-Beijerlandse dijk, de Oost-Voorstraat, de Koninginneweg en de Stougjesdijk, aangevuld met nieuwe tussengelegen woonstraten. Later kregen de uitbreidingen een grootschaliger karakter. Ruim opgezette nieuwbouwwijken (zonder hoogbouw) werden aan het bestaande dorp toegevoegd. De naoorlogse woonwijken onderscheiden zich van elkaar door hun stedenbouwkundige opzet en de architectuur van de woningen. De (industriële) bedrijvigheid is inmiddels voor een belangrijk deel uit het centrum van OudBeijerland verdwenen.
De bedrijvigheid is zo veel mogelijk geconcentreerd op het bedrijventerrein De Bosschen, aan de noordoostzijde van de bebouwde kom en het nieuwe bedrijventerrein De Hoogerwerf, aan de zuidzijde van de bebouwde kom. Zuidwijk Het plangebied ligt in de wijk Zuidwijk. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw is deze wijk ten zuiden van de W. van Vlietstraat ontwikkeld. Tussen de W. van Vlietstraat en de Langeweg, Groeneweg en de Zinkweg zijn lange straten in oostwest-richting aangelegd. Daarbinnen zijn buurten gerealiseerd volgens een herkenbare opzet: korte bouwblokken haaks op elkaar die al dan niet als (halfgesloten) bouwblok zijn gebouwd (blokverkaveling). In de wijk zijn voornamelijk (korte) rijwoningen bestaande uit twee lagen met een dwarskap aanwezig. In het gebied tussen de Rembrandtstraat en het noordelijk gelegen Laningpark is sprake van een enigszins afwijkende bebouwingsstructuur; geschakelde bungalows, half-vrijstaande en vrijstaande woningen in een verspringende rooilijn. Het groene karakter van de wijk wordt gevormd door het vele privégroen en het Laningpark aan de oostzijde van de wijk. De in oostwestrichting gelegen W. van Vlietstraat en Rembrandtstraat en de Mariniersweg die genoemde wegen verbindt, vormen tezamen de belangrijkste ontsluitingsroutes binnen de wijk.
In deze wijk is op een aantal plaatsen in geclusterde vorm bedrijvigheid aanwezig aan de Rembrandtstraat. Aan de noordzijde hiervan vindt momenteel de nieuwbouw van 54 woningen plaats. De bestaande bebouwing (een oud schoolgebouw, twee autobedrijven en een woonhuis) zijn inmiddels gesloopt. Aan de zuidzijde van de Rembrandstraat is nog bedrijvigheid aanwezig, waaronder een sportcentrum, kringloopwinkel en autobedrijf op de hoek van de Rembrandtstraat en Langeweg. Dit gebied zal op termijn worden herontwikkeld. Achter dit bedrijventerrein staan vier vrijstaande woningen, gericht op de Langeweg en Groeneweg. Bij de entree ligt een klein parkje dat nu plaatsmaakt voor zeven Tiny Houses. Aan de overzijde van de Langeweg ligt het bedrijventerrein De Hoogerwerf met aan de Ferrarilaan een garagebedrijf en kantoor.
Toelichting
9
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
De zeven Tiny Houses (nog in aanbouw).
Tegenover gelegen garagebedrijf en kantoor op Bedrijventerrein De Hoogerwerf.
Garagebedrijf achter plangebied. Nieuwbouwlocatie aan Rembrandtstraat. Specifiek In het plangebied staat een vrijstaande bungalow met een ontsluiting op de Langeweg. Aan de achterzijde zijn bedrijven gevestigd. Aan de westzijde staat eveneens een vrijstaande woning. Het perceel wordt in oostelijke en zuidelijke richting begrensd door een hoofdwatergang. Ten zuiden hiervan ligt een groenstrook waar onlangs zeven Tiny Houses zijn gerealiseerd. Aan de overzijde van de Langeweg is het bedrijventerrein De Hoogerwerf gerealiseerd. Plangebied vanaf Langeweg. De bestaande woning Langeweg 12.
Achterzijde plangebied. Links garagebedrijf.
10
Achtererf van de woning Langeweg 12.
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Het planvoornemen bestaat uit het slopen van de woning, waarna een nieuw appartementengebouw kan worden gerealiseerd in vier tot vijf bouwlagen met 64 wooneenheden overeenkomstig het opgestelde Beeldkwaliteitsplan, zoals dat is opgenomen in Bijlage 1 van de regels. Stedenbouwkundige opzet De locatie is gelegen aan de Langeweg. Langs deze hoofdontsluitingsroute in Oud Beijerland, die verderop overgaat in de Koninginneweg, is er sprake van een grote variëteit aan functies en bouwvormen in verschillende breedte- en hoogtematen: kleinschalige woonbebouwing, al dan niet in 1 of 2 lagen met kap aan de noordzijde, wordt meer naar het zuiden toe afgewisseld met grootschaligere bebouwing in de vorm van een breed kantoor-/bedrijvencomplex ter hoogte van Koninginneweg 126, een kerk op de hoek van de Langeweg met de Rembrandtstraat en bredere bedrijfs- en kantoorbebouwing langs de oostzijde van de Langeweg. Het bredere en hogere kantoorgebouw op de hoek van de Langeweg met de Rembrandtstraat heeft een bouwhoogte van circa 16 meter en is schuin tegenover de beoogde nieuwbouw op Langeweg 12 gesitueerd. Zij hebben alle een hoofdoriëntatie aan deze weg.
Gezien de omvang van de kavel is een breder en hoger gebouw (4 lagen met teruggelegen 5e laag) op deze kavel mogelijk mits voldoende afstand (minimaal 20 meter) tot aan de Langeweg en tot aan de zij-erfgrenzen van de kavel in acht wordt genomen. Vanwege de ligging aan de zuidelijke entree van Oud-Beijerland is het van belang dat de overhoekse gevel aan deze zijde een uitnodigende en representatieve uitstraling heeft. Bestaande groene kwaliteit van de kavel respecteert de waardevolle bomen. Overig waardevol groen en waterlopen dient waar mogelijk te worden ingepast. Een groen kader dien te worden benut, waardoor de bebouwing als zelfstandig object los in het groen staat. Vanwege het door de gemeente Hoeksche Waard gewenste woonprogramma van circa 60 woningen ligt het voor de hand om deze woningen onder te brengen in één gebouw. En dat net als de overige bebouwing wordt ontsloten vanaf de Langeweg en hieraan tevens met een voorgevel is gesitueerd. Inpassing in omgeving Een appartementengebouw met deze grote korrel wordt - voor Hoeksche Waardse begrippen - passend geacht op deze plek, omdat het plangebied op de schaal van Oud-Beijerland zich bevindt aan de entree van N217 naar de Langeweg/Koninginneweg en in een overgangsgebied ligt van dorp naar landschap. Stedenbouwkundig gezien vormt de grote korrel een markering van deze entree.
Langs de Langeweg/ Koninginneweg is al een variatie van typologieën en korrelgroottes; grotere korrels dichter bij de dorpsrand en kleine korrels richting oude dorpskern. Het appartementengebouw sluit in bouwhoogte aan bij bestaande grote korrels in omgeving, zoals bijvoorbeeld het circa 16 meter hoge kantoorgebouw op de hoek van de Langeweg met de Rembrandtstraat, dat schuin tegenover Langeweg 12 is gesitueerd. Tegelijkertijd moet het in schaal aansluiten bij de net ten zuiden van de kavel gerealiseerde 1-laagse tiny houses. Daartoe dient aan deze zijde een ruime afstand van 40 meter te worden aangehouden. Tevens dient het gebouw te worden voorzien van een 2 of 3-laagse overgangsconstructie, die visueel een relatie legt met de kleinschalige tiny houses bebouwing. Aan de zijde van de bestaande woning is het gebouw minder hoog en heeft het een maximale bouwhoogte van 4 bouwlagen. Het appartementengebouw wordt landschappelijk ingepast. Enerzijds sluit het gebouw aan op het groene karakter van de met bomen en tuinen begeleidde Langeweg/Koninginneweg. Anderzijds draagt de landschappelijke inpassing bij aan de natuurlijke overgang van dorps naar landschap. Appartementengebouw Qua bouwmassa markeert het gebouw de zuidelijke dorpsentree van Oud-Beijerland. Het gebouw heeft een eenduidige hoofdvorm met een alzijdige uitstraling.
Dit is mogelijk door de appartementen te groeperen rondom een binnenhof. Hierbij is het van belang dat de gevel aan de Langeweg evenwijdig staat aan deze hoofdontsluitingsweg. Met doorzicht en looproute is de binnenhof verbonden met het groengebied op de kavel. De entree vindt plaats vanaf de Langeweg. Aan de zuid- en noordkant worden poorten door het gebouw gemaakt. Hierdoor gaat het gebouw een relatie aan met zijn omgeving. Er ontstaat een mooie ontmoetingsruimte in het centrum van het gebouw, die niet alleen voor de bewoners toegankelijk is maar ook voor passanten en wandelaars. Het gebouw krijgt hierdoor ook een dorps karakter. Onder maaiveld is via een hellingbaan de ondergrondse parkeergarage bereikbaar. Hier komen 64 bergingen voor de appartementen. Het appartementengebouw krijgt vier tot vijf bouwlagen met een
Toelichting
11
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
maximum bouwhoogte 15,6 meter. Hieronder is een verkavelingstekening opgenomen van de nieuwe situatie (figuur 3), alsmede enkele aanzichttekeningen van de vier zijden van het gebouw (figuur 4). Een vogelvlucht met hieromheen de bestaande bebouwing is weergegeven in figuur 5.
Figuur 3: Verkavelingstekening (indicatief).
Figuur 4: Gevelimpressies nieuwbouw (indicatief).
12
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Figuur 5: Vogelvlucht appartementengebouw. 3.1.1 Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma bestaat uit 64 koopappartementen, waarbij de volgende verdeling in prijscategorie is aangehouden: 17% duur (11), 53% middenduur (34) en 30% goedkoop (19). Dit woningbouwprogramma dient ook als basis voor de toetsing van het beleid en de diverse omgevingsaspecten.
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten op de Langeweg. Via deze gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom is in noordelijke richting het centrum van Oud-Beijerland bereikbaar. In zuidelijke richting is na de rotonde Klaaswaal in zuidelijke richting aan te rijden. Via de Groeneweg (N217) ligt in westelijke richting Nieuw-Beijerland. In oostelijke richting begeeft men zich naar de A29 richting Rotterdam en Breda. De Langeweg heeft voldoende capaciteit om de nieuwbouw van 64 woningen op te vangen. De planlocatie is ook bereikbaar met het openbaar vervoer. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op loopafstand van het plangebied aan de Rembrandtstraat. Hier halteren o.a. sneldiensten 171 en 172 (richting Rotterdam Zuidplein). De toename van de verkeersgeneratie is onderzocht in een verkeerskundig onderzoek van Mobycon (rapport van 14 februari 2023, projectnummer M07765-R-E2, Bijlage 1). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Als gevolg van de ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie toe met 363 motorvoertuigen per etmaal, met 28 pae (personenauto-quivalent) in het drukste ochtendspitsuur en met 37 pae in het drukste avondspitsuur. In het onderzoek is door middel van kruispunttoetsingen van de rotondes ten noorden en zuiden van de ontwikkeling getoetst of de extra verkeersgeneratie van de ontwikkeling voor knelpunten zorgt op het bestaande wegennetwerk.
Op basis van de berekende toekomstige intensiteiten is geconstateerd dat zowel op de onderzochte rotonde Langeweg – N217 ten zuiden van de ontwikkeling, als op de rotonde Langeweg – Rembrandtstraat – Maseratilaan ten noorden van de ontwikkeling, geen knelpunten zullen ontstaan ten gevolge van de komst van de ontwikkeling. Resumerend kan worden
Toelichting
13
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
geconcludeerd dat het aspect verkeer de ontwikkeling niet in de weg staat. Langeweg.
Inrit naar plangebied.
Rotonde Groeneweg/Langeweg.
Uitrit achterzijde woning Langeweg 12.
Parkeren Burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard hebben op 6 juli 2021 de nota 'Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard' vastgesteld. De gemeente heeft de kencijfers uit de CROW-publicatie 381 overgenomen voor het bepalen van de parkeerbehoefte die de diverse daarin onderscheiden functies oproept. Hoewel het plangebied buiten de gebiedsbegrenzing ligt voor centrumgebied kan toch bij afwijking worden uitgegaan van matig stedelijk, centrumgebied, omdat binnen een straal van 750 meter van het plangebied een bushalte aanwezig is aan de Rembrandtstraat met meerdere sneldiensten naar Rotterdam. Mogelijk wordt deze halte ook een R-net halte. De parkeerkencijfers zoals de gemeente voor dit project aanhoudt zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Centrumgebied (gemiddeld) Aandeel bezoekers Koop, etage, goedkoop 1,3 per woning waarvan 0,3 per woning Koop, etage, midden 1,4 per woning waarvan 0,3 per woning Koop, etage, duur 1,6 per woning waarvan 0,3 per woning Op basis van de normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.2). Tabel 3.2 Parkeerbalans nieuwe situatie. Functies Typologie Parkeernorm Aantal Woningen koop, etage, goedkoop 1,3 19 Woningen koop, etage, midden 1,4 34 Woningen koop, etage, duur 1,6 11 Totaal 64
14
Totaal 24,7 47,6 17,6 90 (afgerond)
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
In totaal zijn 90 parkeerplaatsen benodigd. Deze parkeerbehoefte wordt opgelost door een ondergrondse parkeergarage met 27 parkeerplaatsen en 64 parkeerplaatsen op eigen terrein langs de ontsluitingsweg aan te leggen. In figuur 6 zijn in het schetsontwerp voor de buitenruimte de parkeerplaatsen opgenomen. Dit betekent dat kan worden voldaan aan de gemeentelijke parkeerkencijfers. Bij uitwerking van het bouwplan wordt hiermee rekening gehouden. In de Overige regels in artikel 11.1 van het bestemmingsplan wordt dit, met inbegrip van de hierin opgenomen afwijkingsregeling, geborgd.
Figuur 6: Schetsontwerp buitenruimte met parkeerplaatsenplan op maaiveldniveau.
Toelichting
15
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
16
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling
Toelichting
17
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
voorziet in het oprichten van een appartementengebouw met 64 wooneenheden in bestaand stedelijk gebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte.
Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.2. De invulling van het plangebied met 64 woningen voor de doelgroepen starters en doorstromers sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in de woonkern. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand Stads- en Dorpsgebied) van Oud-Beijerland. De invulling van het plangebied met woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De woningbouw is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
18
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is grotendeels redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is nagenoeg niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert.
Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie.
Toelichting
19
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied 2018 (figuur 7). Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.
De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond (eerste laag) maakt het plangebied onderdeel van een rivierdeltacomplex jonge zeeklei. Deze gronden bestaan overwegend uit kleigronden. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als zeekleipolderlandschap. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf.
Als richtpunt geldt onder andere dat bebouwing zich concentreert in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen in de dorpsrand (figuur 7). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, door o.a. de nabijheid van voorzieningen. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in het woningbouwprogramma Hoeksche Waard. In paragraaf 4.3.2 wordt hierop nader ingegaan.
Conclusie De herontwikkeling van het plangebied naar een appartementengebouw is in overeenstemming met de onderdelen 'Ruimte en verstedelijking' en 'Wonen' van de twaalf provinciale 'Opgaven omgevingskwaliteit', omdat woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt en deze aansluit op de behoeften van verschillende doelgroepen. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in het woningbouwprogramma Hoeksche Waard. Er is geen strijdigheid met de provinciale belangen.
20
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
Figuur 7: links uitsnede kaart 59 'Bestaand stads- en dorpsgebied 2018' van Omgevingsvisie (2019) en rechts uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeldop kaart 19 in bijlage II.
In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een appartementengebouw met 64 wooneenheden mogelijk binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Het programma past binnen de met de provincie gemaakte afspraken en is als zodanig aanvaard. Dit plan is opgenomen in het woningbouwprogramma voor de Hoeksche Waard en hiermee passend gebleken binnen de regionale woonafspraken. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben het programma voor onder andere deze locatie aanvaard. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit
Toelichting
21
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen'. Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand.
Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Voor ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand geldt als richtlijn dat deze bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. De planontwikkeling maakt een herontwikkeling mogelijk van een bestaande woonlocatie binnen de kern. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's.
In paragraaf 4.3.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9, lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
22
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
4.2.3 Gebiedsprofiel Hoeksche Waard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Hoeksche Waard op 23 mei 2013 een gebiedsprofiel vastgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Karakteristiek De Hoeksche Waard ligt ingeklemd tussen de stedelijke gebieden van de Rotterdamse Regio en de Drechtsteden. Door de beperkte verstedelijking is het eiland een belangrijk uitloopgebied voor de aanliggende stedelijke gebieden én een aantrekkelijk woongebied.
Hierbij wordt ingezet op het thema ‘dorpenland’. Ambities uit de kwaliteitskaart zijn onder meer: Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is onderdeel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Waar mogelijk blijven karakteristieke en beschermde dorpsgezichten ervaarbaar vanuit het omringende landschap. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en water structuur als onderdeel van het dorpsontwerp. Ontwikkelingen in of in de nabijheid van het historisch centrum dragen bij aan het behoud en de versterking van vitale dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt opgezocht en versterkt. Voorstraatdorp De grotere dijkdorpen, waaronder Oud-Beijerland, groeiden door tot voorstraatdorpen. Hier werd op enkele honderden meters van de dijk een kerk gebouwd. Tussen de kerk en de dijk werd een Voorstraat aangelegd, de voornaamste straat van het dorp. De ruimtelijke opbouw van de voorstraatdorpen is minder vastomlijnd dan op sommige andere eilanden in de Zuidwestelijke Delta. Zo bevindt de kerk zich soms aan het uiteinde van de voorstraat, zoals in Oud-Beijerland.
Ambities zijn onder andere dat van onderscheidende compacte dorpen wordt uitgegaan met een dorps karakter. Elk dorp is uniek en uitbreidingen worden zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd. Dit mag echter niet ten koste gaan van de ‘lucht’ in het dorp. Er dient te worden ingezet op behoud en versterking van het historische centrum en het waterfront. Ontwikkelingen in het centrum bouwen voort op de waardevolle structuur van het dorp (Voorstraat) en houden rekening met de maat, schaal, beleefbaarheid en identiteit van het dorp. Bij ontwikkelingen buiten het historische centrum worden waardevolle structuren ingezet als dragers van de stedenbouwkundige structuur. Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel Het plangebied ligt in 'Stads- en dorpsgebied' aan de zuidelijke rand van een 'Stads- en dorpsrand'. Als ambities gelden onder meer dat elke kern (dorp) zijn eigen identiteit ontwikkelt en voortbouwt op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Waar mogelijk blijven karakteristieke en beschermde stads- en dorpsgezichten ervaarbaar vanuit het omringende landschap. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groene waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp.
Conclusie In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaart 'Kwaliteit in dorpsgebied'. Het plangebied krijgt een opwaardering, omdat één woning plaatsmaakt voor een appartementengebouw bij de zuidelijke entree van Oud-Beijerland. De ontwikkeling levert een bijdrage aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling'.
Toelichting
23
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard 'Kom waardmaken' De gemeenteraad van 'Hoeksche Waard heeft op 17 december 2019 de omgevingsvisie Hoeksche Waard 'Kom waardmaken' vastgesteld. De Omgevingsvisie is gericht op uitnodigen, inspireren en verbinden. Het accent is gelegd op wat de Hoeksche Waard wil, niet op wat niet mag. Om in Omgevingswet termen te spreken: ‘Ja, mits…’ in plaats van ‘Nee, tenzij…’. De Omgevingsvisie richt zich op hoofdlijnen en niet op een gedetailleerde opsomming van alle beleidsaspecten waar we in het fysieke domein mee te maken hebben. De Omgevingsvisie is een dynamisch document en wordt waar nodig bijgesteld. Een eerste bijstelling vindt naar verwachting plaats op basis van de resultaten van de Regionale Energie Strategie (RES). De Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in programma’s (Wonen, Mobiliteit, Duurzaamheid, Economie en Duurzame samenleving, etc.). Ook per dorp kan – in aansluiting op het dorpsgericht werken – een uitwerking plaatsvinden. Dit is in lijn met het advies van het Kwaliteitsteam Hoeksche Waard. De Omgevingsvisie wordt uiteindelijk vertaald naar regels in een Omgevingsplan. Zolang er geen Omgevingsplan is vastgesteld blijven de huidige verordeningen en bestemmingsplannen van kracht.
Maatschappelijke opgaven: de Hoeksche Werken Als één ding duidelijk is geworden tijdens het opstellen van deze Omgevingsvisie is dat Hoeksche Waarders trots zijn op hun eiland. Ze koesteren de kwaliteit van wonen, werken en leven. De inzet is om dat goeds ook in de toekomst te hebben. Breed is het besef aanwezig dat dat niet vanzelfsprekend is. Trends en ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente moet blijven werken om de Hoeksche Waard vitaal en leefbaar te houden. Vijf maatschappelijke opgaven vragen specifiek aandacht voor de komende jaren. Dit noemt de gemeente de Hoeksche Werken. Daarbij gaat het om de volgende opgaven: Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; Vitaal economisch klimaat; Bereikbaar, nabij en toegankelijk; Duurzame, innovatieve landbouw; Vitale dorpen en actieve samenleving. Vitale dorpen en actieve samenleving Veel inwoners van de Hoeksche Waard 'hebben het goed'. Ze hebben een baan, inkomen, sociale contacten, voelen zich gewaardeerd, geaccepteerd, weerbaar en beschermd. Voor een groep mensen is dat niet het geval. Tegen hun zin en vaak buiten hun macht worden ze geconfronteerd met problemen. In de Hoeksche Waard gaat het dan vooral om: kwetsbare ouderen, het opvoed- en opgroeiklimaat voor de jeugd en jongeren en armoede.
Als de trend zich doorzet raakt als gevolg van de vergrijzing de verhouding tussen jongere en oudere huishoudens dusdanig uit balans dat het draagvlak voor basisvoorzieningen verder onder druk komt te staan. Steeds meer winkels en basisscholen zullen moeten sluiten. Positief is de voorzichtige trend van de instroom van jonge gezinnen die in de afgelopen jaren spontaan op gang is gekomen. De gemeente streeft naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Zij wil voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Daarbij wil zij de bestaande sociaaleconomische staat van de Hoeksche Waard minimaal behouden en waar mogelijk verder verbeteren. De gemeente streeft naar behoud van de eigen identiteit van dorpen en buurtschappen. Juist door het verschil in identiteit kunnen de dorpen elkaar versterken. Voor de kleine buurtschappen ligt de nadruk op herstructurering van de bestaande woningvoorraad, voor de dorpen is ook ruimte voor uitbreiding, passend bij de kernkwaliteiten van het landschap en de structuur van het dorp.
Herstructurering en uitbreiding dragen bij aan het voorzien in de veranderende woningvraag voor jongeren, ouderen en inwoners met een beperking en waar mogelijk in het aantrekken van jonge gezinnen. De woningvoorraad en woonmilieus voldoen beter dan nu aan de eisen van de tijd. Bij initiatieven met betrekking tot bijvoorbeeld woningbouw, bereikbaarheid en recreatie wordt door de
24
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
initiatiefnemers rekening gehouden met de Hoeksche Waarden. Iedereen wordt uitgenodigd om hieraan mee te werken en actief te zijn. Wat inwoners zelf kunnen, doen zij zelf. De gemeente helpt inwoners die dat nodig hebben. Vijf deelgebieden De gemeente heeft het eiland bij het maken van de Omgevingsvisie ingedeeld in de volgende gebieden: 1. Natuurlijk! Verbonden 2. Oudste Landen 3. Hoeksche Delta 4. Binnenpret 5. Dorpse Trots Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied Dorpse Trots. Dorpse Trots Dit deelgebied omvat alle dorpen in de Hoeksche Waard. De dorpen in de Hoeksche Waard zijn nauw verbonden met de inpolderingsgeschiedenis. Veel nederzettingen zijn gekoppeld aan de dijken of aan het water. De dijken in de dorpen zijn van oudsher bebouwd en bewoond en hebben een functie als ontsluitingsweg. Dit heeft tot verschillende typen dorpen geleid, met een eigen stedenbouwkundige structuur. Belangrijkste hoofdgroepen zijn de voorstraatdorpen en de dijkdorpen, daarnaast zijn er nog rivierrug- en kreekrugdorpen. Er zijn ook combinatietypen zoals voorstraatdorpen. De gemeente gaat uit van de identiteit per dorp als basis voor de toekomst. Maatwerk per dorp is hierbij het uitgangspunt. In- en uitbreidingen passen bij de schaal en maat van het dorp. In het dorpsgericht werken moeten initiatieven bijdragen aan het versterken van de identiteit per dorp.
Bij ontwikkelingen in de dorpen kijkt de gemeente niet alleen naar nieuwe functies, zoals woningen, maar met name ook naar de gevolgen voor het sociale netwerk in het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin in het dorp. Daarbij geldt als uitgangspunt dat eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling binnen het dorp worden benut, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. Waar mogelijk worden bestaande woningen aangepast in de richting van levensloopbestendige en duurzame woningen. Inbreiding mag echter niet ten koste gaan van de groene kwaliteiten in het dorp. Planspecifiek De herontwikkeling naar een appartementengebouw vindt plaats op een inbreidingslocatie. De woningbouw sluit aan bij de kwalitatieve gedifferentieerde woningvraag uit de markt. Er worden goedkope, middendure en dure koopwoningen mogelijk gemaakt voor starters, doorstromers en senioren waaraan veel behoefte is. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het in stand houden van het voorzieningenniveau in het dorp. Conclusie De planontwikkeling ligt in bestaand dorpsgebied. Eén woning maakt plaats voor een appartementengebouw met 64 wooneenheden voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. De planontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
4.3.2 Woonbeleid gemeente Hoeksche Waard Woningmarktonderzoek Hoeksche Waard De gemeente Hoeksche Waard is bezig met het formuleren van het woningprogramma tot en met 2030 Door de actualisatie van de prognose is het van belang om de kwalitatieve invulling van deze vraag - de verdeling over woningtypes, prijssegmenten, eigendomsvormen en woonmilieus - in beeld te brengen. In het door de gemeenteraad op 15 november 2022 vastgestelde woningmarktonderzoek zijn de bouwstenen geformuleerd van de wensportefeuille en het bouwprogramma (deel 2) voor de gemeente Hoeksche Waard en de dorpen in de gemeente. Uit dit onderzoek kunnen de volgende relevante conclusies worden getrokken. Conclusie 10: De actuele vraag naar nieuwbouwwoningen is als volgt onderverdeeld: De nieuwbouwvraag naar woonmilieus richt zich voornamelijk op woonwijk laagbouw en dorps (4/5 van de vraag), de overige vraag richt zicht op het woonmilieu landelijk en woonwijk laag en hoogbouw. De vraag naar grondgebonden of appartement is gelijkwaardig verdeeld. De gemeente ziet dat 2/5
Toelichting
25
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
van de vraag zich richt op huurwoningen en 3/5 op koopwoningen. De helft van de vraagt richt zich op het prijssegment goedkoop en middelduur en de andere helft op het dure segment. Conclusie 11: De woningbehoefte bestaat tot 2030 uit circa 3.400 nieuwbouwwoningen, deze is als volgt onderverdeeld: Uit cijfers blijkt dat er grote tekorten ontstaan in de sociale sector. De afgelopen jaren is ook zichtbaar geworden dat het aan tal woonbonnen stijgt die nodig zijn om een sociale woning te bemachtigen . Dit komt onder andere doordat het aantal senioren stijgt en doordat de 55-74 jarige niet doorstroomt van ruime woning naar geschikte woning. Verder ziet de gemeente grote tekorten ontstaan naar grondgebonden koopwoningen. Dit komt deels door het aantal gezinnen toeneemt en deels omdat het aantal 55+ huishoudens niet doorstroomt naar een nieuwe (geschikte en gewenste) woning. Ook de vraag naar middeldure (huur- en koop)appartementen stijgt. In aantallen nog niet zo omvangrijk als in de sociale sector en grondgebonden koop. Toch is de vraagdruk op deze segmenten hoog, omdat er weinig van dit segment in de bestaande voorraad aanwezig is. Daarnaast is er een tekort in de beschikbaarheid doordat met name het aantal 55+ huishoudens in omvang toeneemt.
Conclusie 15: De vraag naar middeldure huur- en koopappartementen zal stijgen Op dit moment is de voorraad aan middeldure huur en koopappartement gering in Hoeksche Waard. Mede door de groei van het aantal koopkrachtige 55+ huishoudens (met name de empty nester) ziet de gemeente dat de vraagdruk naar dit segment in 2030 toeneemt De verwachting is dat de vraagdruk en woningbehoefte naar dit segment ook na 2030 zal blijven stijgen. Aanbeveling Om niet de directe concurrentie aan te gaan met de bestaande voorraad is het advies om bestaande woongebieden te versterken door een nieuw en divers aanbod te introduceren Dit kan door meer middeldure appartementen (koop en huur) en grondgebonden koopwoningen (vanaf € 325.000 te bouwen in gebieden waar nu bijvoorbeeld veel goedkope koop woningen en sociale huur woningen aanwezig zijn. Dit zal de vitaliteit van Hoeksche Waard in de toekomst ten goede komen. Behoefte In de Woningbehoefteraming 2021 is onderzocht wat de woningbehoefte per dorp is en hoe deze zich ontwikkelt in de toekomst (tot 2030). Voor de Hoekse Waard is een woningvoorraadgroei voor de periode 2021 t/m 2025 toegestaan van 1.800 woningen. De totale vraag naar nieuwe woningen in Oud-Beijerland tot 2030 is circa 933 nieuwbouwwoningen. Oud-Beijerland heeft veel voorzieningen en ligt nabij landelijk gebied. Hierdoor is Oud-Beijerland aantrekkelijk voor gezinnen.
Intussen wonen er veel bewoners ouder dan 55 jaar. Dit aantal zal in de toekomst verder stijgen. Om doorstroming te bevorderen is het verstandig om naast grondgebonden woningen ook te focussen op sociale en middeldure/dure huur- en koopappartementen. Zo kan de bestaande voorraad toekomstbestendig worden gehouden. Woningbouwprogramma Langeweg 12, Oud-Beijerland De gemeente Hoeksche Waard hanteert bij nieuwbouwprojecten de volgende uitgangspunten. Categorie Koop Huur
Goedkoop (30%) tbv lagere inkomens < € 225.000
Middelduur (40%) tbv middeninkomens € 225.000 – 355.000* (NHG) 763,47 -1.000 p/m
Duur (30%) tbv hogere inkomens >355.000* (NHG)
<763,47 p/m >1.000 p/m (liberalisatiegrens) (* = als er energiebesparende maatregelen worden meegefinancierd is de grens € 376.300) Het woonprogramma omvat de bouw van 64 appartementen in de koopsector voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. Ten opzichte van de gemeentelijke uitgangspunten is het percentage goedkoop 24% (-6%). Daartegenover staat dat het aantal middendure koopappartementen beduidend hoger is, te weten 60% (+20%). Hierdoor kan een grote groep woningzoekenden aan een
26
Toelichting
bestemmingsplan Langeweg 12, Oud-Beijerland
woning worden geholpen, omdat er ook een groot tekort is aan woningen in het middensegment. Verder worden er 10 woningen in de dure koopsector gerealiseerd. De verdeling van het woonprogramma luidt als volgt: Categorie
aantal
verkoopprijzen v.o.n.
Goedkope koopwoningen 16 = 24% < € 225.000 Middendure koopwoningen 37 = 60% € 225.000 – 355.000* (NHG) Dure koopkopwoningen 10 = 16% >355.000* (NHG) (* = als er energiebesparende maatregelen worden meegefinancierd is de grens € 376.300) Conclusie De planlocatie aan de Langeweg 12 in Oud-Beijerland maakt onderdeel uit van het reguliere programma met 64 woningen. Deze nieuwbouw in de goedkope, middendure en dure koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar appartementen in Oud-Beijerland voor de doelgroepen starters, doorstromers en senioren. Het plan maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken en het regionaal woningbouwprogramma Hoeksche Waard, zoals door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland zijn aanvaard. 4.3.3 Duurzaamheid De Hoeksche Waard heeft in 2016 een regionale Energievisie opgesteld met als ambitie om in 2040 een energie neutrale regio te zijn. Dat wil zeggen dat in 2040 de energie die in de Hoeksche Waard wordt verbruikt ook lokaal duurzaam wordt opgewekt. Het uitvoeringsprogramma richt zich onder andere op energiebesparing in de bebouwde omgeving, het opwekken van duurzame energie en op duurzame mobiliteit. In het verlengde hiervan is in de nieuwe Regionale Woonvisie ook veel aandacht aan kwaliteit op het gebied van duurzaam wonen. Duurzaamheid is een belangrijk thema.