Bijlage 5 Stougjeswijk Bijlage regels (ontwerp)
Tekst van het document
zijn: moeras-, water- en struweelvogels zoals slobeend, bruine kiekendief, grote karekiet, blauwborst, Cetti’s zanger, sprinkhaanzanger, snor, graspieper, kneu.
bruine kiekendief
blauwborst
Cetti’s zanger
Bronnen: • Icoonsoorten Zuid-Holland - Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland (Bureau Waardenburg / Provincie Zuid-Holland - juli 2019) • Natuurbouwstenen (Provincie Zuid-Holland, Bui-TeGewoon | groenprojecten, Arvalis Natuur & Landschap, juli 2021)
33
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Extensief beh e e r Voor minder intensief gebruikte grasvelden wordt een extensief maaibeheer gehanteerd. Dat wil zeggen dat een perk slechts 1 à 2 maal per jaar gemaaid wordt, met afvoer van het maaisel. Omdat het maaisel wordt afgevoerd verschraalt de bodem en dat is precies wat weelderige (veld)bloemen en bloeiende planten nodig hebben om volop te groeien. Meer soorten en planten betekenen meer insecten als vlinders, bijen en andere kleine dieren. Kortom, minder maaien betekent meer biologische rijkdom. Het moment waarop gemaaid wordt, hangt niet af van de hoogte van het gras. Er wordt gemaaid wanneer de wilde bloemen uitgebloeid zijn en in zaad staan. Het zaad kan kiemen en zorgt volgend jaar voor nog meer biodiversiteit. Uiteraard zijn niet alle grasvelden geschikt voor extensief onderhoud. Speelvelden en speelgazons die intensief gebruikt worden zullen wel nog regelmatig of intensief gemaaid worden. Op deze locaties wordt het gras meestal achtergelaten omdat het als meststof dient. Voordelen van een extensief onderhoud • • • • • •
34
Grotere biodiversiteit Weelderige (veld)bloemen Bijenvriendelijk Ideaal voor andere insecten zoals vlinders Minder arbeidsintensief Lage onderhoudskosten
Foto’s: Advanta Seeds & Limagrain | Van der Wal fotografie
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
4 . 5 Inric ht ingstoep as singen op enbare ruimte kruidenrijk grasland
ruigteveld
De inrichting van de hoofdplanstructuur van Stougjeswijk kan bijdragen aan de doelstellingen die horen bij een NNN-gebied (kreek) of om de doelsoorten optimaal te faciliteren en zo bij te dragen aan een natuurinclusieve inrichting van de openbare ruimte. Er zijn als voorbeeld zes inrichtingstoepassingen opgenomen (zie volgende pagina’s), met een algemene beschrijving en een beschrijving van het beheer en de soorten. Dit zijn voorbeelden die gebruikt kunnen worden wanneer het openbaar gebied voor Stougjeswijk verder uitgewerkt wordt.
Foto’s: Biodivers BV
Bronnen: • Icoonsoorten Zuid-Holland - Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland (Bureau Waardenburg / Provincie Zuid-Holland - juli 2019) • Natuurbouwstenen (Provincie Zuid-Holland, Bui-TeGewoon | groenprojecten, Arvalis Natuur & Landschap, juli 2021)
35
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Bronnen: • Icoonsoorten Zuid-Holland - Projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de Provincie Zuid-Holland (Bureau Waardenburg / Provincie Zuid-Holland - juli 2019) • Natuurbouwstenen (Provincie Zuid-Holland, Bui-TeGewoon | groenprojecten, Arvalis Natuur & Landschap, juli 2021)
Toe pas singen Flauw taludoever De flauw taludoever is het meest toegepaste type natuuroever. Bij dit type wordt het maaiveld vanaf de waterzijde verlaagd, zodat het in een vloeiende baan van waterlijn naar maaiveld verloopt. Hierdoor ontstaat een gradiënt van voedselarm, naar voedselrijk en van nat naar vochtig. De flauw taludoever is in veel situaties toepasbaar. Van belang is dat het verschil tussen waterpeil en maaiveld (drooglegging) niet groter is dan 0.40 meter. Bij een groter hoogte verschil wordt de natuuroever te steil voor een succesvolle natuurontwikkeling. Beheer Afhankelijk van de bodem (meestal veen of klei) wordt de oever 1-2 keer gemaaid. Bij elke maaisnede blijft 30% overstaan. Het maaisel wordt na 1-2 dagen afgeruimd. Gefaseerd beheer wordt aangeraden. In de winter dient 30% van de vegetatie in de winter over te blijven staan. Soorten De flauw taludoever heeft voornamelijk een botanische doelstelling. Planten van vochtig grasland als o.a. dotterbloem, koekoeksbloem, egelboterbloem, reukgras watermunt vinden hier een groeiplek.Van de kruidenrijkdom profiteren insecten, maar ook is de geleidelijke overgang van water naar land aantrekkelijk voor mollusken en kunnen dieren als amfibieën en de ringslang makkelijk uit het water komen en hier foerageren.
Drasoever De drasoever heeft een vlak profiel van 1.00 - 3.00 m dat net onder het waterpeil is gelegen. De bodem is permanent nat, waardoor een vegetatie van grote helofyten kan ontwikkelen. De vegetatie is structuurrijk, iets grover dan de flauw taludoever en heeft veel nectarplanten. Deze bloeien wat later in het seizoen dan de kruiden op de flauw taludoever.
Vooroever Een vooroever wordt aangebracht op locaties waar de oever wordt geërodeerd of waar erosie een risico vormt voor een nieuw aangelegd oeverprofiel met een onderwaterbanket. De vooroever is opgebouwd uit takkenbossen (Geldersebos) tussen een dubbele palenrij. Deze palenrij wordt op circa één meter uit de bestaande oever geplaatst. +De takkenbossen worden met overlap gestapeld, zodanig dat ze tot ongeveer 0.20 tot 0.30 m boven Beheer de waterlijn (zomerpeil) reiken. Achter de vooroeververdediging Het beheer en onderhoud van de drasoever bestaat uit een- wordt ondiep water gerealiseerd door aanvullen of juist afschuimaal maaien met afruimen van het gewas eind september. Bij nen van het aangrenzend oeverdeel. elke maaibeurt blijft 50% van de vegetatie de winter overstaan. Beheer Het beheer en onderhoud van de vooroever is extensief. De vegetatie wordt alleen bij noodzaak uitgeknipt en afgeruimd, meestal is dit minder dan 1x per 5 jaar. Dit beheer wordt steeds verspreidt over de oever uitgevoerd (max. 30 % per jaar). De delen die grenzen aan de opening (waar dieren achter de vooroever kunnen Soorten komen) krijgen een afwijkend beheer. Hier wordt een deel, van Structuurrijke matig grove vegetatie van natte bodem waarin ca.10 m lengte, ieder jaarl tot op de vaste bodem uitgehaald met o.a. grote kattenstaart, gewone wederik, zwanenbloem, gewone de maaikorf en afgeruimd.
valeriaan en gele lis aanwezig zijn. Het habitat is een rijke nectarbron voor insecten en biedt bescherming en beschutting aan Soorten veel soorten dieren zoals: waterspitsmuis, Noordse woelmuis, De soorten die van een vooroever profiteren verschillen op basis zeggedoorntje, moerassprinkhaan, argusvlinder glassnijder, van de type van de vegetatie en de mate van open water achter de groene glazenmaker en de purperreiger. vooroever. In een vooroever waar riet tot ontwikkeling komt kunHierdoor ontstaat beschutting voor kleine zoogdieren, overwinteringsplek voor sommige amfibieën en plekken waar insecten hun larvale stadium kunnen doorbrengen. In het opvolgende jaar worden de overjarige delen gemaaid en blijft het andere deel de winter overstaan.
nen rietvogels profiteren. Vaker zal de vooroever funtioneren als beschutte plek waar kleinere waterdieren kunnen opgroeien, zoals libellenlarven, visbroed en vele andere soorten waterinsecten.
36
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Wadi Een wadi lijkt een beetje op een natuurbouwsteen, maar dan voor bewoond gebied. Primair zijn wadi’s bedoeld om het stedelijk watersysteem te verbeteren door overtollig hemelwater te bufferen om dit daarna via infiltratie af te geven aan het grondwater. Een wadi voorkomt hiermee verdroging van de bodem en, tijdens heftige neerslag, overstort van het riool. Dit is weer gunstig voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Met de aanleg van een wadi kan ook de biodiversiteit worden verhoogd. De gradiënten van droog naar nat, het gebruik van inheemse beplanting en gefaseerd beheer zorgen ervoor dat veel soorten insecten een wadi weten te vinden. Ook worden wadi’s regelmatig gecombineerd met een natuurlijke speeltuin. Beheer Het onderhoud dient gefaseerd en met licht materieel uitgevoerd te worden. Dit voorkomt verdicht van de grond, waardoor de infiltratie van hemelwater wordt belemmerd. Het beheer dient uitgevoerd te worden als de wadi droog staat. Door pleksgewijs de toplaag af te schrappen krijgt pioniervegetatie de kans en blijft de bodem waterdoorlatend. Soorten Van een wadi in combinatie met een inheemse beplanting profiteren vooral insecten zoals bijen en hommels. Indien mogelijk kunnen diepere plekken in de wadi worden aangebracht waar water tot in de zomer kan blijven staan.
In dat geval kunnen ook amfibieën zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander hier hun eitjes afzetten.
Overjarige ruigte Overjarige ruigten worden voornamelijk ontwikkeld vanuit het beheer. Dit kan bijvoorbeeld door het laten overstaan van delen vegetatie tijdens het maaien. In een aantal gevallen is het wenselijk om markeringspaaltjes te plaatsen, zodat eenvoudig kan worden aangegeven welke delen wel en niet gemaaid dienen te worden. Het is van belang deze paaltjes zo te plaatsen dat er eenvoudig omheen en tussendoor kan worden gewerkt tijdens de maaironde. Ook in de overgangszone naar bosjes en struwelen kan overjarige ruigte een waardevolle toevoeging vormen, waarbij markeringspalen een belangrijke sturing kunnen geven aan het beheer. Beheer Het beheer bestaat uit het laag cyclisch maaien van de vegetatie om de ruigte in stand te houden en geen bovenmatige opslag van houtgewas te laten ontwikkelen. Door jaarlijks 25% te maaien en af te ruimen zijn er steeds verschillende ontwikkeling stadia aanwezig. Gemaaid gewas dient te worden afgeruimd. Selecteer de te maaien delen op ongewenste soorten, zoals neerslaande (legerige) vegetatie met een slappe stengel, te zware verruiging of juist de oudste delen van de ruigte.
Overgangen tussen vegetatietypen Overgangen, structuren en gradiënten vormen waardevolle habitats voor dieren. Dit kan bijvoorbeeld door het gefaseerd maaien van een grillige rand langs houtopstanden, waardoor een overjarige ruigtevegetatie tussen het struweel en het grasland ontwikkelt. Indien de overgang van gras- en ruigtevegetatie te abrupt overgaat in hogere bomen, kan een rand struiken worden aangepland zodat een geleidelijke overgang van hoog naar laag wordt gecreëerd. De breedte van de overgang kan variëren op basis van de beschikbare ruimte. In het merendeel van de situaties zal een grillige rand met een breedte van 2 tot 5 meter kunnen worden ontwikkeld. Een ligging op het zuiden of westen heeft de voorkeur. Beheer Het beheer bestaat uit het één tot twee jaar laten overstaan van de ruigtekruiden vegetatie op basis van het vegetatie type. Door jaarlijks circa een derde deel te maaien en af te ruimen en dit te wisselen tussen jaren ontstaan van zelf gradiënten en structuren.
Soorten en habitats Veel kleine zoogdieren zoals muizen, egels en kleine marterachtigen, maar ook insecten zoals weidehommel en argusvlinder Soorten profiteren van deze maatregel. Bij de wat bredere stroken kunnen Overjarige ruigten hebben een grote waarde voor de winterover- vogelsoorten als grasmus zich vestigen.De maatregel kan goed leving van tal van kleine dieren, waaronder de ei- en larvale stadia worden gecombineerd met de natuurbouwstenen voor insecten. van ongewervelden en insecten. Bij winterse omstandigheden bieden ruigten beschutting en voedsel voor tal van andere soorten zoals kleine zoogdieren en vogels.
37
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
4 . 6 Natu u r in c l usief bou we n Natuurinclusief bouwen draagt bij aan meerdere doelstellingen. Door natuurinclusief te bouwen wordt niet alleen bijgedragen aan de waterhuishouding van het plan maar de toepassing van groene daken of gevels heeft tevens een verkoelend effect. Daarnaast zijn deze ook zeer geschikt voor de leefomgeving van insecten en vogels. Het ontwikkelen van mens- en milieuvriendelijke woonmilieus biedt kansen om meer te vergroenen en verhardingen in de private en openbare ruimte tegen te gaan. Bewoners kunnen betrokken worden bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van het groen. Zo ontstaat er gevoel van eigenaarschap en bewustwording.
Niet alleen de inrichting van het openbaar gebied, maar ook de tuinen kunnen op verschillende manieren een rol spelen in het vergroten van de biodiversiteit in een woonwijk: • Aanplant van bomen (afhankelijk van de grootte van de tuin) zorgt voor verkoeling en schaduw in de tuin. Ook vangen zij fijnstof en geluid weg. • Door ook inheemse plantensoorten en nectarplanten aan te planten, ‘rommelhoekjes’ met takken (snoeihout), boomstammen en dode bladeren en plantenresten te creëren worden vogels, insecten, amfibieën, egels en andere kleine zoogdieren aangetrokken naar de tuin.
In basis komt het erop neer dat er gezorgd wordt voor nestgelegenheid en voedsel. Dit kan door op slimme plekken extra groen toe te voegen of in de woningen nestgelegenheden te bouwen. De insteek is dit te doen voor soorten die nu al in de directe omgeving leven zoals de meervleermuis, de groene glazenmaker, grote karekiet, blauwborst, Cetti’s zanger of de sprinkhaanzanger, maar ook voor egels, wilde bijen en vlinders. Dit soort maatregelen dienen meegenomen te worden bij de ontwikkeling, aangezien ze voor het behoud van deze soorten cruciaal zijn. Andere maatregelen van natuurinclusief bouwen zijn geveltuinen, groene gevels (bijvoorbeeld als kopgevel) en groene daken. Dit zijn toepassingen die zowel voor de waterhuishouding als voor vogels en insecten van toegevoegde waarde zijn. Voor een geveltuin is een strook van circa 60 centimeter breed al genoeg om planten te laten uit groeien. Door een geveltuin te beplanten met (inheemse) vaste nectarplanten, lage en hoge besdragende en/of dichte heesters en klimplanten wordt een geschikt biotoop aangelegd voor insecten en vogels.
• Het plaatsen van een insectenhotel, vlinderkasten en bijenstenen bevordert de variatie aan insecten. • Open water in de vorm van een vijver of op kleinere schaal een waterschaal trekt vogels, amfibieën en libellen aan.
38
Voor heel Stougjeswijk geldt dat natuurinclusiviteit een leidend ontwerpprincipe is. Of het nu gaat om de bebouwing of de openbare ruimte, op alle schaalniveaus dient natuurinclusief bouwen en natuurinclusief inrichten herkenbaar te zijn.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
4.7 Kl imaatada ptat ie en H itte stre s s Klimaatadaptatie is een belangrijk leidend ontwerpprincipe voor Stougjeswijk. Door klimaatadaptief te bouwen en door de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten, worden piekbuien opgevangen en worden droogte en hittestress beperkt. Dit is herkenbaar op gebouwniveau èn in de openbare ruimte, op alle schaalniveaus.
van bebouwing en in de tuinen valt, wordt niet afgevoerd via een rioolsysteem maar vastgehouden in de tuin en bij extreme neerslag afgevoerd naar het openbaar gebied. De opvang en afvoer van het hemelwater van de bebouwing en de privétuinen is een integrale ontwerp-opgave, en er zal bij de ontwikkeling goed gekeken moeten worden hoe er op een mooie en duurzame wijze omgegaan kan worden met de afvoer van hemelwater op eigen Veilig, schoon en gezond water is een belangrijk onderdeel van terrein, bovengronds danwel ondergronds. Zo hoeven er nadereen duurzame leefomgeving. Dat vraagt extra aandacht bij een hand geen ongewenste ‘noodoplossingen‘ gecreëerd te worden. veranderend klimaat. Kwetsbaarheid voor klimaatverandering vermindert door kansen voor klimaatadaptatie te benutten, bij- Om het water zo goed mogelijk te kunnen vasthouden en afvoeren voorbeeld door in het ontwerp rekening te houden met de toe- is voor een robuuste waterstructuur gekozen. Het watersysteem nemende kans op wateroverlast, hitte en droogte en de gevolgen bestaat uit de kreek, bestaande en nieuwe watergangen en een van overstromingen. Door klimaatverandering worden de zomers combinatie met wadi’s. Het watersysteem zorgt ervoor dat het gemiddeld droger, maar er komen ook hevigere buien voor die hemelwater kan worden opgevangen en niet via het riool wordt wateroverlast kunnen veroorzaken.
Het beperken van verharding, afgevoerd. Via de wadi’s wordt het vastgehouden en vertraagd het groen (schaduw) en de waterstructuur (verkoeling) dragen afgevoerd. Het watersysteem is verbonden aan de omliggende bij aan het voorkomen van hittestress. In Stougjeswijk wordt de waterstructuren. Door de nieuwe waterstructuur aan te sluiten toepassing van verharding beperkt. Er komt groen waar het kan, op de bestaande sloten in de omgeving, ontstaan er nieuwe waen verharding alleen waar het moet. Waar mogelijk wordt halfver- terverbindingen in het gebied. Dit zorgt niet alleen voor een sterharding e/o halfopen verharding toegepast. kere beleving van het water in de wijk, maar zorgt ook voor een Het klimaat verandert en door hevige regenval krijgen we steeds meer te maken met piekmomenten waar een wijk veel regenwater te verduren krijgt. Belangrijk is dat we hier nu al op inspelen en de wijk hiervoor weerbaar maken. Dit vraagstuk is niet alleen een probleem, maar ook een kans. In principe wordt al het hemelwater (bebouwing, openbare ruimte) oppervlakkig afgevoerd naar de kreek, de watergangen en naar wadi’s. Het uitgangspunt is een systeem dat hemelwater opvangt, vasthoudt en vertraagd afvoert. Op deze wijze wordt bij hevige neerslag eventueel overlast beperkt. Het voorkomt niet alleen piekbelasting in het watersysteem, maar beperkt ook verdroging van de ondergrond.
Het systeem gaat daarbij uit van kleine hoogteverschillen in het maaiveld. Het hemelwater dat op de daken
Alle oevers en alle wadi’s worden ingeplant met beplanting die past bij deze biotoop. Door wadi’s met een meer aangepaste vegetatie te beplanten kunnen wadi’s een grotere rol spelen bij het bevorderen van de biodiversiteit en krijgen ze een meer diverse, aantrekkelijkere verschijning. Meer natuurlijk vormgegeven wadi’s spelen een rol als ecologische verbindingszone in de wijk. Hierbij is vooral van belang dat de vegetatie hoog opgaand is om dekking te bieden voor zich verplaatsende kleine zoogdieren, amfibieën en insecten zoals dagvlinders en sprinkhanen. In de wadi’s wordt gebruik gemaakt van planten die gewend zijn aan wisselende waterstanden die van nature in beekdalen en aan oevers voorkomen. Tegenwoordig wordt voornamelijk gekozen voor robuuste grasmengsels die goed bestand zijn tegen betreding en langere periodes van droogte. Het grasmengsel kan weer minder goed tegen langere periodes van nattigheid. Een meer gevarieerde aanplant, met gras om op te spelen en met hogere beplanting voor de diversiteit van flora en fauna, maakt de wadi’s nog aantrekkelijker. Wadi’s vervullen dan meer functies dan alleen waterbeheer. Een meer diverse beplanting zorgt voor een beter doorwortelde bodem die op de lange termijn beter doorlatend blijft. Als beplanting kan gedacht worden aan houtige gewassen duurzame omgeving.
Waar nodig worden molgoten toegepast in (bomen en heesters) zoals zwarte els, diverse soorten wilgen of de straten. (gewone) vlier. Ook kunnen helofyten toegepast worden zoals riet, lisdodde of zwanenbloem. Voor overige beplanting die beBij de watergangen die in het gebied worden aangelegd, kunnen stand is tegen nattigheid, is te denken aan knoopkruid, wilgende oevers een nuttige rol spelen in het infiltreren van water als roosje, watermunt, pinksterbloem, penningkruid, etc. deze gevarieerd beplant worden. Daarnaast kan er gevarieerd worden met het talud, door de watergang te verdiepen of het Voor de wadi- en waterstructuur moet nog een watertoets (inmaaiveld te verhogen. Het toepassen van natuurlijke oevers strument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op bevorderd de gradiënten (overgang nat-droog, overgang steil- evenwichtige wijze laat meewegen) uitgevoerd worden. Tijdens flauw talud, etc.) en daarmee de biodiversiteit. De watergangen de uitwerking van de afzonderlijke deelgebieden zal in gesprek hebben een oever met een talud dat niet steiler is dan 1:3, en het met het Waterschap deze toets gedaan worden, mede om te betalud wordt zonder beschoeiing aangelegd om een groene oever palen of er voldoende bergingscapaciteit is. te kunnen maken. Op plekken waar het kan wordt een flauwer talud gemaakt, om een natuurvriendelijke oever te maken.
Een flauwer talud zorgt voor een betere ‘gradiënt’ (overgang natdroog) en draagt bij aan de biodiversiteit. 39
indicatie beheerskosten
indicatie beheerskosten
indicatie aanlegkosten
kosten
indicatie aanlegkosten
belevingswaarden
beleving
kosten
belevingswaarden
beleving tegengaan droogte
verminderen wateroverlast
tegengaan droogte
verminderen wateroverlast
verminderen hittestress
klimaatadaptief verminderen hittestress
klimaatadaptief
Referenties
erenties
40- Bron: De Dakakker uin - intensief
veiligheid - verblijf
indicatie beheerskosten
indicatie aanlegkosten
kosten
belevingswaarden
beleving
tegengaan droogte
verminderen wateroverlast
verminderen hittestress
klimaatadaptief
verbinding - verplaatsing
veiligheid - verblijf
Referenties
verbinding - verplaatsing
Natuur- en klimaatscore
uur- en klimaatscore
voedsel - variatie
verbinding - verplaatsing
ieve groendaken werken verkoelend in de zomer en werken als een extra deken in de winter. Op groendaken wordt het water opgeslagen in planten en in het substraat. Ook is het mogelijk om een dunne laag kratten aan te brengen onder de atie voor extra ruimte voor het bergen van hemelwater. Door verdamping verdwijnt een gedeelte van het water weer terug atmosfeer. Intensieve groendaken hebben vaak een dubbelfunctie. Naast vergroening en/of waterberging kunnen deze worden gebruikt om te verblijven of om voedsel op te verbouwen. Intensieve groendaken vereisen een stevige constructie ezien de belasting van dit dak hoger is dan een extensief groen dak. Groendaken kunnen gecombineerd worden met panelen. Het rendement van de panelen is zelfs hoger door de lagere temperatuur van het dak. Daarnaast draagt een dak bij aan de levensduur van de dakbedekking.
Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Natuur- en klimaatscore Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt.
veiligheid - verblijf
ne daken zorgen voor een geringere opwarming van het dakoppervlak, ze houden regenwater vast en hebben een f effect op biodiversiteit. Ze kunnen over het algemeen in twee types worden opgesplitst, namelijk extensieve en intensieve daken. Extensieve groendaken zijn geringer in opbouw, vereisen minder onderhoud en hebben minder positieve effecten tensieve groendaken. Intensieve groendaken herbergen meer mogelijkheden voor beplanting, ze hebben een groter bergend vermogen en isoleren beter dan extensieve groendaken. Ze zijn derhalve ook duurder in aanleg en in onderhoud.
voedsel - variatie
Woning
voedsel - variatie
Groene daken
Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten d Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt. klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort Gevelbeplanting geveltuinen kan worden gekozen vooreneen ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nes bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook ladder dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren.
natuurinclusief
Voor heel Stougjeswijk geldt dat natuurinclusiviteit een leidend ontwerpprincipe is. Of het nu gaat om de bebouwing of de openbare ruimte, op alle schaalniveaus dient natuurinclusief bouwen en natuurinclusief inrichten herkenbaar te zijn.
natuurinclusief
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten die klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook als ladderVerticale dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren. 14. en hangende begroeiing
Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing Genderdal - Bron: Buro Lubbers
Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing
Groenslingers, De Dampuurters, Gent
33
Groendak op winkelcentrum Miro in Enschede - foto: Mark van Veen
Bloeiende sedumvegetatie trekt bijen en vlinders aan - Bron: Groendaktotaal
indicatie beheerskosten
indicatie beheer
indicatie aanlegkosten
kosten
indicatie aanleg
kosten
belevingswaarden
beleving
belevingswaard
belevi
tegengaan droogte
tegengaan droo
verminderen wateroverla
verminderen verminderen hittestresswat
klimaatad
Toepassingen in de tuin
Insectenhotel - bron: Natuur voor Elkaar
el - bron: Natuur voor Elkaar
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Groenstroken en plantsoenen
Parkjes en parken
Natuurvriendelijke oevers
Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen
Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen
CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF
CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF
41
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Woning
Tuin
Grijze goot / molgoot
Klimaatadaptatie is een belangrijk leidend ontwerpprincipe voor Stougjeswijk. Door klimaatadaptief te bouwen en door de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten, worden piekbuien opgevangen en worden droogte en hittestress beperkt. Door klimaatadaptief te ontwikkelen wordt hemelwater opgevangen, vastgehouden en vertraagd afgevoerd. Dit is herkenbaar op gebouwniveau èn in de openbare ruimte, op alle schaalniveaus.
Regenton in de tuin
Overstortsteen
‘Hemelwater-steen’
Regenton als schutting
Kleine regenbuffer voor bevloeiing van tuinplanten
Afkoppelen op eigen terrein
Regenton in de tuin als bloempot
Waterspuwer met creatieve afwatering 42
Slimme regenton
Grijsgoot - brede molgoot
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Wadi
Plas-drasgebied
Open water
Inpassen bestaande sloten
Wadi
Schotten voor vasthouden water
Wadi na hevige regenbui
Wadi na hevige regenbui 43
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
4 . 8 Concept ue el bou we n Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van Stougjeswijk is het werken met ‘conceptwoningen’ of conceptueel bouwen. Conceptueel bouwen verwijst naar een benadering in de bouwsector waarbij het hele bouwproces wordt heroverwogen en geoptimaliseerd om efficiënter, kosteneffectiever en duurzamer te zijn. Deze aanpak verschilt van traditionele bouwmethoden omdat het zich primair focust op het uiteindelijke doel om betere resultaten te leveren in termen van bouwkwaliteit, kostenbeheersing, duurzaamheid en klanttevredenheid. Het gaat om het werken vanuit herhaalbare, innovatieve, integrale en flexibele bouwoplossingen, die per project kunnen inspelen op de eigenheid van de bewoners, de locatie en de opdrachtgever. De oplossing is ontwikkeld, ontworpen en geëngineerd door de aanbieder van het concept, samen met partijen uit de toeleverende industrie. Door te werken met concepten kan het hele ontwikkel- en bouwproces efficiënter en effectiever uitgevoerd worden. Soms is de kostprijs van concepten hoger, maar zijn de bouw- en ontwikkelprocessen zo gestroomlijnd dat de totale stichtingskosten lager zijn en de kans op fouten kleiner is. Enkele van de marktpartijen hebben zogenaamde conceptwoningen die kansrijk zijn om met een hoge kwaliteit betaalbare woningen te realiseren.
Op basis van de woningconcepten van de verschillende realisatoren wordt een samenhangende sfeer gecreëerd in de buurten. Een en ander natuurlijk ter nadere uitwerking. Bron: Netwerk Conceptueel Bouwen en gezamenlijke marktpartijen Stougjeswijk
44
Alle getoonde voorbeelden zijn projecten in ‘conceptueel bouwen’. De voorbeelden zijn van enkele van de marktpartijen van Stougjeswijk.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Ballast Nedam PuurThuys conceptwoning
Ballast Nedam PuurThuys conceptwoning
BAM concept-appartementen
BAM Flow conceptwoning
Ballast Nedam PuurThuys conceptwoning
BAM Wooncollectie conceptwoning
BAM M1 conceptwoning
BAM Flow conceptwoning
Roosdom Tijhuis Identis conceptwoning
Roosdom Tijhuis Identis conceptwoning
ABB EigenWijs Wonen
Adriaan Van Erk | KlokGroep BaseHome
Roosdom Tijhuis Identis conceptwoning
ABB EigenWijs Wonen
ABB EigenWijs Wonen
45
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
voorbeelden
bijzondere woonvormen
4 . 9 Bij zon dere wo onvor m e n
Bijzonder ‘opdrachtgeverschap’, zoals:
Het is de ambitie om zo’n 10% van het totale programma als - Mede-opdrachtgeverschap (met uitgebreide ‘consumentenkeuzevrijheid’, bewoner en ontwikkelaar stellen als het ware bijzondere woonvormen te realiseren. Deze bijzondere woonsamen de woning samen) vormen worden zowel in het sociale en betaalbare programma gerealiseerd als in het vrije-sectorprogramma. Onder bijzondere - Wooncoöperaties (een groep mensen die gezamenlijk eigenaar zijn van het gebouw waarin ze wonen, waardoor ze meer woonvormen kan het volgende vallen: zeggenschap hebben over hun woonomgeving) - Particulier opdrachtgeverschap om te komen tot een bijzonBijzondere typologieën, zoals: dere architectuur (‘dissonant’) - Levensloopbestendige woningen of seniorenwoningen (woningen die rolstoelvriendelijk zijn, voldoen aan WoonKeur, wonen/slapen/ baden op één laag, etc., danwel eenvoudig zijn aan te passen) - Starterswoningen (kleine volwaardige woningen voor eenpersoonshuishoudens) (smalle beuk, rug-aan-rugwoningen, beneden-bovenwoningen, etc.) - Kangaroewoningen (of mantelzorgwoning, een woningtype om meerdere generaties van één familie samen te laten wonen)
typologie
(specifieke plattegrond voor senioren of starters)
Extra duurzame woningen, zoals: - Circulaire en biobased materialisering - Woningen met minimale energielasten en aansluiting op buurtbatterij met snellaadpunt
Als er een initiatief is voor bijzondere woonvormen in een bepaald deelgebied, dan dient de uitstraling daarvan te passen in de specifieke woonsfeer die hier wordt voorgestaan. Er kunnen Bijzondere woonblokken, zoals: - Senioren-hofjes (senioren die nabij elkaar wonen om sociale aanvullende randvoorwaarden gelden voor de inpassing van bijinteractie te bevorderen en eventueel ondersteuning te bieden) zondere woonvormen, en die zullen worden opgesteld wanneer de stedenbouwkundige uitwerking of beeldkwaliteitplan voor dat (Knarrenhof) - Cohousing (privéwoningen, maar met gedeelde ruimtes en ac- specifieke gebied wordt gemaakt. tiviteiten zoals een wasmachine-ruimte of een fietsenberging) - Drager-vrager-concept (bewoners die een vorm van begeleiding nodig hebben om op zichzelf te kunnen wonen, worden bijzondere woonvormen met typologische verscheidenheid geholpen door medebewoners) voor een brede doelgroep
(met zorgwoningen of startersappartementen)
zorg
senioren
empty-nester
eenouder-gezin
gebroken relatie
gezin
jong gezin
starters
alleenstaanden
46
studenten
Bijzonder ‘aanvullend’ programma (dus meer dan alleen wonen), zoals: - Zorgwoningen of bijvoorbeeld geclusterd wonen - Woon-werkwoningen (met uitgebreide mogelijkheden voor werken aan huis, eventueel met een eigen entree voor de werkruimte) - Erfwoningen (met gemeenschappelijke voorzieningen in de buitenruimte, collectieve tuin, tuinkas, etc.)
appartementenblok
woonhofjes
(knarrenhof of cohousing)
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
47
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
4 .1 0
Ene rgiez u in ige ge b ou we n
Als het gaat om energiezuinige gebouwen, wordt ingezet op een aantal aspecten. Enkele daarvan zijn reeds wettelijk verplicht en sommige gaan verder om tegemoet te komen aan de ambities voor Stougjeswijk.
Er wordt uitgegaan van een duurzame en toekomstbestendige warmte- en ventilatievoorziening, bijvoorbeeld door het toepassen van een hernieuwbare warmtebron. Warm water zou verkregen kunnen worden door een warmtepomp, door middel van een zonneboiler of door de toepassing van PVT-panelen. Welke technoloHet is de eis om aardgasvrij te bouwen, met als doel de vermin- gie toegepast kan worden dient nog nader uitgezocht te worden. dering van het gebruik van fossiele brandstof en afhankelijkheid van aardgas. Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde ge- Het is van belang om de benodigde (technische) installaties zorgsteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor vuldig in te passen in of op het gebouw. Met name zonnepanelen nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. en (lucht)warmtepompen dienen bij het ontwerp meegenomen Dit komt door een wijziging van de gasaansluitplicht. De wetswij- te worden zodat ze hier een integraal deel vanuit maken. Zonneziging betekent dat nieuwbouw met een kleinverbruikersaanslui- panelen kunnen worden toegepast in ‘all black’ (geen aluminium Geen installaties in zicht ting niet meer mag worden aangesloten op het gasnet. omlijsting) en/of geïntegreerd in het dakvlak. Zonnepanelen moVerder is het ook de eis om ‘bijna energieneutraal’ te bouwen (BENG), met als doel om het energieverbruik te verminderen.
Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ). Deze vervangt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Voor Stougjeswijk wordt dit bereikt door voor het opwekken van elektriciteit zonnepanelen toe te passen. Doordat er veel grondgebonden woningen komen, is er per woning relatief veel ruimte op daken beschikbaar om zonnepanelen te plaatsen. En natuurlijk is er de ambitie om energieneutraal (of -leverend) te bouwen. De BENG-eisen gaan namelijk niet uit van volledige energieneutraliteit. En als niet alle ambities op gebouwniveau gehaald kunnen worden, is het de inzet om op gebiedsniveau zoveel mogelijk ambities te halen.
48
gen niet willekeurig geplaatst worden. De panelen dienen voorts zoveel mogelijk geïntegreerd te worden in het ontwerp. Dit kan door bijvoorbeeld het ritme van panelen mee te laten doen in het ritme van ramen en andere elementen in de voorgevel en het dak. De plaatsing van zonnepanelen vindt plaats per gebouw of bouwblok (bijv. een rij woningen), ook als deze niet bij realisatie maar in een later stadium worden toegepast. Ook op platte daken kunnen zonnepanelen geplaatst worden. Al dan niet in combinatie met groene (sedum)-daken wat de efficiëntie van de panelen (met gemiddeld 4%) bevorderd. Deze dienen zoveel mogelijk uit het zicht vanaf de openbare ruimte geplaatst te worden. Dit kan o.a. door een hogere dakrand te realiseren.
Geen ‘willekeurige’ positie,
Geen aluminium omlijsting
Eenduidige positie (‘samenhangende compositie’)
All black zonnepanelen
In het algemeen geldt dat alle overige installaties uit het zicht dienen te worden geplaatst: vanaf de straat en omliggende tuinen mag er geen zicht zijn op de installaties zoals warmtepompen. Indien nodig moeten hiervoor voorzieningen getroffen worden of bijvoorbeeld de dakrand hoger worden opgetrokken.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
4 .1 1
geïntegreerd in de erfscheiding
in uitstraling aansluiten op de sfeer van de wijk en materialisering van de woningen
in/bij parkeerkoffer
Kleinere kastjes (in de erfscheiding) aan de voorzijde van de woningen
in uitstraling aansluiten op de sfeer van de wijk en materialisering van de woningen
met groen afschermen
in parkeerkoffer
bij parkeerkoffer
Nu t s voorz ieningen
Het is de verwachting dat voor Stougjeswijk meerdere nutsvoorzieningen in de openbare ruimte geplaatst moeten worden voor o.a. elektriciteit (trafo’s, onderstations, etc.), riool (pompen), telecommunicatie (telefoon, glasvezel), etc. Uitgangspunt is dat deze voorzieningen geen afbreuk mogen doen aan de ruimtelijke kwaliteit en onderdeel moeten zijn van het ontwerp van de openbare ruimte dan wel geïntegreerd moeten worden in de erfafscheidingen mits deze vanaf de openbare ruimte toegankelijk en bereikbaar zijn. Nutsvoorzieningen dienen bij voorkeur op een acceptabele positie worden gepositioneerd (e.e.a. afhankelijk van de medewerking van de nutsbedrijven). Daarnaast moeten de nutsvoorzieningen in uitstraling aansluiten op de algehele sfeer in de wijk. In de basis wordt aangesloten op de architectuur en materialisering van de woningen. Maar er kan ook voor gekozen worden om de voorziening te laten begroeien of met groen af te schermen. De plaats van het gebouw bepaalt welke oplossing er gekozen wordt. Grotere nutsvoorzieningen (trafo’s) krijgen een plek in de parkeerkoffers (en eventueel in het landschappelijk raamwerk). Deze zullen met groen ingepast worden in de inrichting van de parkeerkoffers. Kleinere nutsvoorzieningen (kastjes) kunnen in de erfscheiding aan de voorzijde van de woningen worden geplaatst, door een ruimte in het muurtje of de haag vrij te houden.
Kleinere kastjes kunnen ook in de parkeerkoffers worden geplaatst. Dit zijn goede plekken voor dergelijke nutsvoorzieningen, mits deze voorzieningen goed bereikbaar en toegankelijk zijn. In de beeldkwaliteitplannen per deelgebied wordt de exacte positie van de nutsvoorzieningen nader vastgelegd.
49
Oud-Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Knotboom Haksingel Kreek
5. Openbare ruimte
Griendkeet Heul Lintbebouwing Kooikerwoning Stelle Eeuwkant Afrastering Buurtschap Dijk Schuur Jaagpad Koepad Poorten en Hekken Brug Knechtswoning Stuweelhaag Donk Muraltmuur Droogschuur Nol Leiboom Trambaan Peekade Kniphaag Poterloods Boerderij
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
5.1 Hoofd planst ruct uur De hoofdplanstructuur is het raamwerk van groenstructuren met hoofdwatergangen en hoofdroutes voor fiets, openbaar vervoer en auto. Deze hoofdplanstructuur zorgt ervoor dat Stougjeswijk enerzijds verbonden wordt met de omgeving door fietspaden, watergangen of groenstructuren, en anderzijds zorgt het voor grote groene ruimtes in het plan waar gespeeld en gerecreëerd kan worden, waar ontmoetingsplekken of een school komt, en waar ruimte is voor waterberging en ecologische verbindingen. Binnen de hoofdplanstructuur vallen de verschillende woonvelden. En binnen die woonvelden komt ook openbare ruimte ingericht met groen of met ruimte voor ontsluiting en parkeren.
Raamwerkplan op Hoofdlijnen
Hoofdplanstructuur
Groene dooradering van de woonvelden
ca. 36% van plangebied
Be
ije
rla
nd
se
di
jk
j k
d-
d e r
s
k
e
laz
ord
di
e
jk
l bu oo urt st
e
d erpa
kern zuid
n
g
k no ern or d
r
no
am
in
uid urt z
tb Hou
l a a
tr
urt
k
e
e
u
w
k
a
n
t
e w e
P o l
bu
bu
P a p
S t
o u
g j
e s
d i
Ou
g 51
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
5. 2 Eenhe den van b e eld re g ie
ro
a
m
d
ne
de n
(gel
d el de
rv
nd
uid)
ol p
randzone
e
ld
o u t
52
k
(geluid)
g e l
erve
f d r
zo d n a r
e
pold
h o o
s i n
e
ra
r
5. 3 Kre ek
va
o h
k
o
fd
ke
ro
rn
u
k
(geluid)
i j
te
t r
u t
e
randzone
er
fs
in
ge
l
De hoofdplanstructuur is onderverdeeld naar verschillende ‘Eenheden van Beeldregie’. Dit zijn samenhangende structuren waarbinnen dezelfde principes gelden voor de invulling en inrichting. In de navolgende hoofdstukken zal per eenheid een beschrijving worden gegeven met per eenheid de leidende principes.
De kreek is de belangrijkste groene zone in Stougjeswijk. De bestaande kreek wordt ingepast en verbreed. De zuidelijke oever blijft intact omdat hier de Papeweg ligt die wordt getransformeerd naar een fietspad. Van de zuidelijke oever kan eventueel een natuurlijke oever worden gemaakt met een talud van 1:5 of flauwer. De kreek wordt verbreed naar het noorden toe. De kreek krijgt een variërende breedte en de noordelijke oever krijgt een natuurlijke oever met een talud van 1:5 of flauwer (voorkeur: >1:8). Ter plaatse van de kern komt een bijzondere oever, die vormgeeft aan de ontmoeting van de kern (met gesloten bouwblokken en een functiemix met voorzieningen) met de kreekzone. In de verbrede kreek komen ook ontoegankelijke eilandjes, die nieuwe gradiënten creëren en bijdragen aan de biodiversiteit. Aan weerszijden van de kreek wordt ruimte gereserveerd voor groen.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
k
i j ke
urlij
eilan
ke o
te p
djes
eve
ro f i
el r
natu
n ke l
re e d
ee
pad
ega
de b
r 1:5
rk
o nt o
ë re n
k
ve
vari
er
am
iet s
oev
e
r
za ng la en
nd f
e re
to
igge
ond
e
ee
vrijl
bij z
ruim
p ro f vari
au
n
rk
la
am
r
ve
t ne
en
a gz
ve
am
R-
k
r
za
k re e
e ke
ng
re d e
la
ve r b
r
eeu
iel m ë re n
wka
et v
eel
de b
nt m
g ro e
re e d
et s
cho
n
te k
re e k
ol
bijzondere oever bij kern
verbrede kreek met variërende breedte
natuurlijke oever 1:5
vrijliggend fietspad
ruim profiel met veel groen
53
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
De tramdijk is een cultuurhistorisch rudiment. Het is een verhoogd grondlichaam waar vroeger de stoomtram was. Het hoogteverschil blijft gehandhaafd en de tramdijk blijft vrij van bebouwing, waardoor het een centrale groene ruimte in het woongebied wordt. Op de tramdijk komt een hoofdfietsroutes en meerdere voetpaden. Er komt alleen kruisend autoverkeer, dus in de lengterichting van de tramdijk komen geen autowegen.
5 . 4 Tramdi jk
openbare ruimte aan Tramdijk
inplanten met bomen
verbreden kavelsloten
k
geen autowegen (alleen kruisend)
i j
inrichten voor spel en ontmoeting
d
handhaven hoogteverschil
m
verbreden kavelsloten
54
a
openbare ruimte aan Tramdijk
t r
De tramdijk wordt verder ingericht met speel- en ontmoetingsplekken. De kavelsloten aan weerszijden van de tramdijk worden verbreed. De woonvelden die ten noorden en ten zuiden van de tramdijk liggen, krijgen hun openbare ruimte naar de tramdijk toe, waardoor deze groene ruimte niet ‘tussen de achterkanten’ komt te liggen.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
s i
s i n
n
g
e
openbare ruimte aan singel
In de hoofdplanstructuur liggen meerdere singels. Dit zijn bestaande verbrede sloten of nieuw gegraven watergangen. De oevers van de watergangen krijgen een talud van 1:3 en worden groen ingeplant met (ruig of kruidenrijk) gras, riet en bomen. Aan weerszijden van de watergang komt openbare ruimte (straten, fietspaden, busbaan, etc.) en geen tuinen of achterkanten van bebouwing.
flauw talud 1:3
openbare ruimte aan singel
5.5 S ingels
l
g e l
55
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
5 . 6 Polde r ve lde n
d el rv de ol p
openbare ruimte aan groen
ruim profiel - veel groen
natuurlijke oevers 1:5
pold erve ld
56
openbare ruimte aan groen
De poldervelden zijn grotere groenplekken in Stougjeswijk, die geen onderdeel uitmaken van de singelstructuur. De poldervelden zijn ontstaan in het plan omdat op deze locaties meer ruimte is gereserveerd om fietspaden of (bestaande) sloten in te passen. Door het ruime profiel is hier de kans om natuurlijke oevers aan het water te maken met taluds van 1:5 of flauwer. De poldervelden kunnen verder ingericht worden met speel- en ontmoetingsplekken.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
te u ro fd o o h
hoofdontsluiting 6m. in asfalt
ruim profiel
h o o
Tussen de vrijliggende busbaan en de autoweg komt een (verhoogde) groenstrook van 2,5m. breed, ingeplant met hagen en struiken om een veilige afscheiding met de busbaan te maken en om de busbaan ‘aan het zicht te onttrekken’. De oevers van de watergangen krijgen een talud van 1:3 en worden groen ingeplant met (ruig of kruidenrijk) gras, riet en bomen.
vrijliggende busbaan
Door het plan loopt de hoofdroute, de belangrijkste ontsluiting van Stougjeswijk. Hier komt de vrijliggende busbaan en de buurtontsluiting voor auto’s. De hoofdroute is altijd gecombineerd met een watergang (singel), en door de combinatie van bus, auto en singel ontstaat een ruim profiel die de hoofdroute herkenbaar maakt als belangrijke toegangsweg voor Stougjeswijk.
ontsluiting aan weerszijden singel
5.7 Ho ofdrou te
f d r o u t e
57
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
5 . 8 Ran d zon e Stougjeswijk ligt aan de oostrand van Oud-Beijerland. Het ontwerp voor de nieuwe uitbreiding dient vorm te geven aan de overgang tussen die nieuwe woonbebouwing en het omliggende landschap. De N217 mag niet een harde en herkenbare begrenzing van het plan zijn, het omliggende landschap dient ‘over de N217 heen’ het nieuwe woongebied binnen te dringen. De grote ruimtelijke dragers van de hoofdplanstructuur, zoals de Kreek en de Tramdijk, zijn de structuren waarlangs het landschap binnen Stougjeswijk voelbaar wordt gemaakt. Maar ook de singel- en polderveldstructuren dringen vanuit de rand het woongebied binnen. Het oorspronkelijke poldervak tussen de Stougjesdijk, de (voorheen bedijkte) Oude Vliet en het kreekrestant vormde een landschappelijke eenheid. De tramdijk en de provinciale weg N217 doorkruisen deze landschappelijke eenheid. Het ontwerp van Stougjeswijk in het algemeen en de randzone in het bijzonder moet zich verhouden tot zowel de ‘oude’ landschappelijke structuur als de recente ontwikkelingen.
58
Voor de randzone is de integrale ontwerpopgave benoemd, die - De randzone moet ruimte geven aan zicht op het open landschap, aan groen en water, maar ook aan voorzieningen voor bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan voor geluidreductie zoals een geluidwal. Daar waar een geluidwal Stougjeswijk nader ingevuld moet worden: - In de randzone komt een integrale landschappelijke uitwerking komt, moet deze integraal onderdeel zijn van het landschappeaan beide zijden van de N217. Aan weerszijden van de N217 is lijk ontwerp en moet deze als bruikbare groene ruimte (wandeeen landschappelijke samenhang met de N217 als ‘toevallige’ len, spelen) een kwalitatieve toevoeging zijn voor Stougjeswijk. doorsnijding. Hierdoor komt er minder nadruk op deze provin- - De ontmoeting van de nieuwe suburbane Stougjeswijk en het open polderlandschap moet in het ontwerp de balans zoeken ciale weg en meer nadruk op het landschap. - De integrale landschappelijke uitstraling is uit te werken voor tussen oud en nieuw, tussen het oorspronkelijk polderlandvijf eenheden die te herkennen zijn in de randzone: schap en de nieuwe stedenbouwkundige structuur, tussen A. De groenblauwe knoop, waar de kreek, Stougjesdijk, N217 samenhang en contrast. Het ontwerp voor de randzone van en de Jan van der Heijdenstraat samenkomen Stougjeswijk moet zich derhalve verhouden tot zowel de ‘oude’ B.
De polder richting Reedijk, waar de kreek, N217 en een klein landschappelijke structuur als de recente ontwikkelingen. dijklichaam de oorspronkelijke polderstructuur doorsnijden - De groene structuren in Stougjeswijk zijn gebaseerd op de polC. De ‘ontmoeting van kreken’, waar twee oude en gekanaderondergrond, en ‘waaieren uit’ richting de polder. De grote liseerde kreken samenkomen bij een later gegraven wagroene plekken die hierdoor in de randzone ontstaan geven terberging. Hier komt binnen het plangebied een nieuwe ruimte aan water, beplanting of bijzondere bebouwing. Zo onteeuwkant staat een gevarieerde dorpsrand met een herkenbaar silhouet. D. De polder richting Greup, met een doorsnijding van de oorIn de landschappelijke randzone staat losse bebouwing zoals spronkelijke polderstructuur door de N217 die hier in het de school (op de Eeuwkant) of appartementengebouwen die orthogonale grid van de polder is gelegd als bescheiden volumes op vanzelfsprekende wijze in het randE. De zuidrand, met ten zuiden van Poortwijk een rand met groen staan. verschillende functies in een grootschalige bebouwingskorrel die wordt doorgezet in Stougjeswijk en waar de Greupkerk in wordt opgenomen.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
In de randzone komen meerdere ambities en uitdagingen samen: landschappelijke samenhang, nieuwe dorpsrand, cultuurhistorie, waterberging, weggeluid, etc. die in een integraal ontwerp samengebracht moeten worden.
g ro
enb
lauw
e kn
oop
A a
m
d
i j
k
r
e
te
n
or
or
zi
zi
ch
ch
te
n
te
n
er
B
w
n ka
o nt m o
e
t
C
n k re a v g n i t
ke n
hten
rzic hten
d
ch
rzic
doo
E
wal
doo
id gelu
zi
k u ee
z u i d ra n
do
do
e
or
pold
dijkje
k
do
bestaand
t r
D polder 59
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Voor b e eld inr ic ht i ng ‘ a ko e st i s ch lands c hap ’ (ge l uid wal ) De integratie van een geluidwal in de landschappelijke randzone kan op meerdere manieren plaatsvinden. Daar waar een geluidwal komt, moet deze hoe dan ook integraal onderdeel zijn van het landschappelijk ontwerp en moet deze als bruikbare groene ruimte (wandelen, spelen) een kwalitatieve toevoeging zijn voor Stougjeswijk.
60
De randzone met geluidwal zou ingericht kunnen worden als een ‘akoestische landschap’ met een geluidwal die als meerdere ‘scheggen’ in deze strook komen te liggen. Hierdoor wordt het geluid gereduceerd maar is op een aantal plekken toch een zicht de polder in. En door aan de zijde van Stougjeswijk een flauwer talud te realiseren ontstaat op de helling ook de mogelijk voor recreatief medegebruik (speelplekken).
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
ook voor recreatief gebruik
geluidwal
combinatie: afstand, wal, groene inrichting
N217
geluidwal
ook voor recreatief gebruik
combinatie: afstand, wal, groene inrichting
N217
bestaand dijkje ten oosten van N217
N217
combinatie: afstand, groene inrichting, vrijliggende busbaan
61
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
5 . 9 Ove rige e enhe den
ra
nd
va
n
de
ke
rn
ro
u t
e
er
fs
in
ge
l
In de hoofdplanstructuur zijn er nog enkele eenheden, die niet vallen binnen de hiervoor genoemde structuren, maar wel onderdeel zijn van het raamwerk. Hieronder vallen enkele ondergeschikte structuren zoals een routes langs de rand van de kern of in het noordelijk deelgebied, of de ‘erfsloot’ in het noordelijk deelgebied langs de bestaande en nieuwe in te passen dijkerven. Ook al zijn deze structuren ruimtelijk gereserveerd in de hoofdplanstructuur, hiervoor zijn minder stringente criteria gegeven.
erfsingel
openbare ruimte aan singel
dijkerven
route
inpassing huiskavels
62
secundair aan hoofdroute
contrast voelbaar maken
overgang kern en buurt
rand van de kern
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
0-6 jaar
C
6-12 jaar
12> jaar
B
5.10
Speel- en ontmoetingsplekken
Er worden speelplaatsen in het gebied aangelegd voor kleine kinderen en voor oudere jeugd. Voor de allerkleinsten worden de speelplaatsen centraal in de buurt aangelegd, zodat ze makkelijk te bereiken zijn. Binnen een afstand van 150 meter zullen ouders met kinderen van 0-6 jaar een speeltuintje kunnen bereiken. De speelplaatsen voor de groep van 6-12 jaar komen in de hoofdgroenstructuur en zullen maximaal 250 meter lopen zijn. Op strategische plekken in de hoofdplanstructuur worden natuurspeelplaatsen ingericht voor de oudere jeugd. De speeltoestellen worden van natuurlijke materialen als hout gemaakt waardoor het spelen avontuurlijk wordt. Naast het natuurspelen worden er een aantal trapveldjes in het gebied aangelegd om een balspel te kunnen spelen. De trapveldjes worden voor 20x40 meter om een goed balspel te kunnen spelen.
A
150 m
250 m
400m
B
A
A
C A A
De stedenbouwkundige opzet van Stougjeswijk nodigt mensen van alle leeftijden uit tot bewegen in de buitenruimte (wandelen, fietsen, varen e.d.). In de hoofdplanstructuur worden natuurlijke speelplaatsen, speellinten en speelaanleidingen ingericht waardoor het spelen avontuurlijk wordt. De speeltoestellen worden van natuurlijke materialen als hout of staal gemaakt (in natuurlijke kleuren) en dienen daarbij duurzaam en vandalismebestendig te zijn. Een belangrijk uitgangspunt bij de speelplekken is dat ze groen worden ingericht. Daarbij is bij de inrichting van de speelplekken en de toepassing van speeltoestellen de veiligheid van het eerste belang, en pas dan de (groene) inrichting van deze plekken.
A
B A A
B
A
A A B A
A
B A
C
B
63
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Speel- en ontmoetingsplekken
Ontmoetingsplekken
64
Speelaanleidingen
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Speeltoestellen
65
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
5 .1 1
3-30 -30 0
De 3-30-300 regel is bedoeld om steden en dorpen te vergroenen door het aanleggen van meer parken en boomrijke wijken. Dat komt erop neer dat iedere bewoner vanuit zijn woning tenminste 3 bomen moet kunnen zien, dat 30% van de oppervlakte in elke wijk voorzien moet zijn van een bladerdak en dat iedereen binnen 300 meter vanaf zijn woning een park of groene ruimte moet kunnen bereiken. Een ambitieus uitgangspunt, dat moet zorgen voor een stedelijke omgeving die beter bestand is tegen extreem weer, waar mensen die lekkerder in hun vel zitten, meer naar buiten gaan en beter verbinding met elkaar maken.
66
één nieuwe boom per nieuwe woning vanuit iedere woning zijn minimaal 3 bomen te zien van het openbaar gebied valt minimaal 30% onder het bladerdek van een boom (Stougjeswijk: >35%)
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Binnen 300 meter van iedere woning is een park of een groene ruimte waar je kunt recreëren Om dit bereiken voor Stougjeswijk, wordt voor iedere nieuwe woning minimaal één nieuwe boom geplant. Hierdoor is het waarschijnlijk dat vanuit iedere woning in Stougjeswijk minimaal 3 bomen te zien zijn, en op basis van een eerste globale berekening valt >35% van de openbare ruimte onder een bladerdek. En natuurlijk worden er ook parkjes, speelplekken, ontmoetingsplekken, etc. aangelegd, waardoor binnen 300 meter van iedere woning een park of een groene ruimte is waar je kunt recreëren.
300 meter
bomen moeten een goede standplaats en groeiplaatsinrichting hebben om goed te kunnen groeien
300 meter
ook stuwelen en meerstammige bomen dragen bij aan een kwalitatief groenbeeld
67
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
5 .1 2
Mobil iteit
Er wordt voor Stougjeswijk ingezet op een duurzame mobiliteitstransitie. Mobiliteit gaat allang niet meer alleen over asfalt, maar over anders denken vanuit het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, MAAS en privé-auto). Bij het STOMP-ontwerpprincipe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar wordt eerst uitgegaan van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), OV en MAAS (mobility as a service). Als laatste wordt de privé-auto meegenomen in de inrichting. Het is een nieuwe kijk op ruimte, veiligheid, duurzaamheid en de kwaliteit van leven. Dit vertaalt zich naar concrete ambities voor Stougjeswijk. In eerste instantie betekent dit dat het gebied optimaal en veilig wordt ingericht voor voetgangers en fietsers. Er komen veilige routes naar de voorzieningen binnen Stougjeswijk, naar Poortwijk en het centrum van Oud-Beijerland, en naar de HOV-halte van R-net. Daarmee staan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer bovenaan in de ambities. MAAS (mobility as a service) kan in deze gedachte een aanvulling zijn op een integraal mobiliteitsconcept, waarbij aanvullend deelauto-gebruik eventueel tot een lagere parkeernorm en beperkt tweede-autobezit kan leiden. Deelauto’s zouden in een ‘buurthub’ kunnen komen, waar ook een pakkethub aan gekoppeld kan worden, waardoor pakketbezorging niet altijd iedere woonstraat in hoeft.
Voor de privéauto wordt gezocht naar een passende parkeeroplossing voor de doelgroepen. Dit betekent dat daar waar parkeren op enige afstand van de woning gerealiseerd wordt, voor senioren en mindervaliden het parkeren dicht bij de woning mogelijk moet zijn. En voor Stougjeswijk dient voorzien te worden in voldoende openbare laadpalen voor elektrische auto’s.
68
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
stappen (voetgangers)
trappen (hoofdfietsroutes)
openbaar vervoer (vrijliggende busbaan)
‘privé-auto’ (hoofdontsluitingsstructuur)
een fijnmazige structuur van voetpaden en fiets- een hoofdfietsstructuur die de fietser snel en een vrijliggende busbaan voor hoogwaardig open- geen doorgaande autostructuren door het gebied paden, autovrije straatjes en voetgangersbruggen comfortabel naar voorzieningen, centrum, sport, baar vervoer, met een halte middenin het gebied heen, je bent sneller met de fiets of als voetganger etc. brengt, met ook een fietstunnel onder de N217
69
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
Voetga ngers e n fiet s e rs Het uitgangspunt is een fietspadennetwerk in Stougjeswijk, dat alles op comfortabele, snelle en veilige wijze ontsluit. De fietspaden moeten Stougjeswijk, Poortwijk, de HOV-haltes, het buitengebied, voorzieningen èn scholen, sportvoorzieningen en winkels in het centrum van Oud-Beijerland goed voor de fiets ontsluiten. Naast de landschappelijke structuur zal daarom ook de fietsstructuur de ruggengraat van de ontwikkeling zijn. Om de fietsbereikbaarheid van Stougjeswijk optimaal in te richten, zullen er binnen het plangebied (vrijliggende) fietsen voetpaden komen die aantakken op het bestaande langzaam-verkeersnetwerk. Binnen Stougjeswijk worden de routes met elkaar en het buitengebied (Stougjesdijk en fietstunnel) verbonden. De Papeweg langs de kreek wordt een belangrijke fietsroute door het gebied heen, en verbindt Oud-Beijerland en Poortwijk via Stougjesdijk onder N217 door met de rest van de Hoeksche Waard. Langs het gebied lopen verschillende recreatieve fietsroutes. Deze fietsroutes zijn op een grotere schaal verbonden met de hele Hoeksche Waard. Op een kleinere schaal zijn de fietspaden ook snel verbonden met het centrum en verschillende wijken binnen Oud-Beijerland. De andere hoofdfietsroutes zijn ook zo ontworpen dat de verschillende buurten binnen Stougjesdijk goed worden verbonden met elkaar en met de rest van Oud-Beijerland.
Binnen het plangebied zijn alle woningen veilig en snel te bereiken per fiets, en ook de voorzieningen en HOV-haltes die in Stougjeswijk komen zullen makkelijk per fiets zijn te bereiken. Alle vrijliggende fietspaden worden uitgevoerd in (rood) asfalt of beton, en zijn voldoende breed voor fietsverkeer in twee richtingen en zijn minimaal 3 meter breed.
70
voetpaden, trottoirs, fietspaden, etc.
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
asfalt, rood
hoofdfietsroutes
fietstunnel onder N217
Fietspad Fietsen op rijbaan 71
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan
O pen baa r ver vo e r R - n et t racé
tracé R-net busbaan
Voor de vrijliggende busbaan zijn er drie verschillende manieren om deze in te passen. In deelgebied A wordt de busbaan als vrijliggende busbaan parallel aan de buurtontsluitingsweg gerealiseerd. Tussen de vrijliggende busbaan en de autoweg komt een (verhoogde) groenstrook van 2,5m. breed, ingeplant met hagen en struiken om een veilige afscheiding met de busbaan te maken en om de busbaan ‘aan het zicht te onttrekken’. In deelgebied B is de busbaan onderdeel van een ‘stadstraat’-profiel. De bus heeft een eigen rijbaan, maar deze heeft hier geen afscheiding in de vorm van beplanting, een haag of een hek. De openbare ruimte is één geheel, en wordt als één stadstraat ervaren.
C
In deelgebied C is de busbaan wederom vrijliggend uitgevoerd. Hier ligt deze parallel aan de N217 en komt de busbaan vrij in de groene randzone te liggen. De busbaan wordt landschappelijk ingepast met bomen en heesters/struiken en voor dit deel van het tracé is het denkbaar dat er een hek komt langs de busbaan.
B
A
72
Oud Beijerland Stougjeswijk | Beeldregieplan & Inrichtingsregieplan