Bijlage 3. Verweerschrift met bijlagen (geanonimiseerd) 1
Tekst van het document
M lb
gemeente
Hoeksche Waard
L
Verweerschrift Over de bezwaarschriften tegen
het besluit van de Raad
Bezwaarmaker Naam: Adres:
van
15 april 2025 inzake
vestiging voorkeursrecht Numansdorp
1:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 2: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 3: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 4: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 5: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 6: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 7: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 8: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Gemachtigde bezwaarmaker 8:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
HL Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam: Adres:
Adres:
Adres:
Adres:
Adres:
Adres:
Adres:
Adres:
Adres:
18:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
17:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
16:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
15:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
14:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
13:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
12:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
11:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker Naam:
10:
19:
(geanonimiseerd)
Gemachtigde bezwaarmaker 19: Naam: Adres:
(geanonimiseerd)
HLD Bezwaarmaker 20: Naam:
Adres:
(geanonimiseerd)
Gemachtigde bezwaarmaker Naam:
Adres:
20:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 21: Naam:
Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 22: Naam:
Adres:
(geanonimiseerd)
Bezwaarmaker 23: Naam:
Adres: Hierna
(geanonimiseerd) gezamenlijk
te noemen:
“bezwaarmakers”.
de gemeente
Hoeksche Waard
“de raad” of de
“gemeente”.
Verweerder Gemeenteraad Hierna
van
te noemen:
Bestreden besluit
bezwaarschriften, zijn gericht tegen het collegebesluit januari 2025 (verzonden 2025), waarbij het college van burgemeester en wethouders heeft besloten een voorlopig voorkeursrecht te vestigen (bijlage 6). Dit voorkeursrecht is door middel van het raadsbesluit d.d. 15 april 2025 bestendigd (bijlage 11), als gevolg waarvan het collegebesluit van rechtswege is vervallen. Op grond van artikel 16.32c van de Omgevingswet wordt een aanhangig bezwaar tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college vanaf de datum van inwerkingtreding van de voorkeursrechtbeschikking van de raad, geacht gericht te zijn tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. Er is 1 bezwaarschrift rechtstreeks tegen het raadsbesluit. Om deze reden treedt de raad in deze bezwarenprocedure op als verweerder. Het raadsbesluit d.d. 15 april 2025 zal hierna ook worden aangeduid als: ‘het Bestreden besluit’, Een
groot deel, namelijk
22 van de
d.d. 21
Als
bijlage
in totaal 23
d.d. 22 januari
1 maakt
procesdossier voorkeursrecht in de omgevingswet. van
het
deel uit het document
met
de wetsartikelen
over
het
Inhoudsopgave verweerschrift 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inleiding - voorgeschiedenis , feiten en procesverloop Ontvankelijkheid Bezwaarschriften - samenvatting/ korte omschrijving van gronden van bezwaren/geschilpunten Verweer - algemeen Verweer - specifiek Conclusie - bestuursorgaan
1.
Inleiding - voorgeschiedenis
,
feiten en procesverloop
Ontwikkeling Molenpolder De gemeente houdt zich al enige tijd bezig met de ontwikkeling van de Molenpolder in NumansdorpZuid. Dit is het gebied tussen de havens , het Hollandsch Diep en de Molendijk. In november 2023 heeft de gemeente het plan voor de Molenpolder laten zien tijdens een inloopavond in het NumansDorps-huis. Volgens dit plan komt er ruimte voor het bouwen van woningen en versterken van natuur en recreatie in het gebied. Dit draagt bij aan een betere leefomgeving en verhoogt de kwaliteit van leven voor de inwoners. Daarnaast wenst de gemeente de toegankelijkheid van het Hollandsch Diep te vergroten , wat economische voordelen kan opleveren. Het wegennet in en rondom Numansdorp wordt verbeterd , wat de verkeersveiligheid verhoogt en de druk op bestaande wegen vermindert. Ontsluitingsweg Numansdorp De Molenpolder is op dit moment bereikbaar via bestaande wegen. Als de plannen aangaande de ontwikkeling van de Molenpolder doorgaan , raken deze toch al drukke wegen overbelast. Daarom is een nieuwe verkeersroute aan de westkant van Numansdorp nodig. Derhalve niet alleen voor een goede ontsluiting van de Molenpolder , maar ook voor minder verkeer op de bestaande wegen in dit gebied. Automobilisten kunnen van en naar de Molenpolder zonder door het centrum te hoeven rijden.
Ook voor bewoners van de westelijke woonwijken wordt het aantrekkelijker om de nieuwe route te kiezen in plaats van de centrale as door het dorp. Hiermee ontstaat een betere en verkeersveiliger route naar bestemmingen aan de westzijde van Numansdorp én wordt de verkeersveiligheid en leefbaarheid op de centrale as sterk verbeterd. de nieuwe ontsluitingsweg zal de verkeersveiligheid verbeteren door de druk op bestaande wegen te verminderen en een betere doorstroming te creëren. Daarnaast zal de leefbaarheid in het centrum van Numansdorp toenemen doordat het verkeer wordt omgeleid , wat zorgt voor minder overlast en een veiliger woonomgeving. Kortom
,
Verkenning verkeerskundig bureau Goudappel In 2023 startte verkeerskundig bureau Goudappel in opdracht van de gemeente een verkenning. Deze verkenning moest onder andere inzicht geven of een nieuwe ontsluitingsroute haalbaar , effectief en kansrijk is , welke mogelijke nadelige effecten dit kan hebben en hoe deze op te lossen zijn. Met deze verkenning en in verband daarmee het inschakelen van een deskundig en gerenommeerd bureau heeft de gemeente gekozen voor een grondige en zorgvuldige aanpak , dit mede vanwege de impact van deze ingrijpende planologische maatregel. Het rapport van Goudappel maakt als bijlage 2 deel uit van het procesdossier. 4
Tijdens de verkenning zijn aan de westkant een kleine 20 potentiële tracévarianten in beeld gekomen. Elke tracévariant kent subvarianten. Deze inventarisatie is dan ook niet uitputtend en ieder tracé kan in een verdere uitwerking aangescherpt en geoptimaliseerd worden. Niet alle tracévarianten zijn even kansrijk en bepaalde tracés zijn sterk vergelijkbaar qua verkeers- en geluidseffecten en/of inpassing. Daarom zijn niet alle 20 tracévarianten apart doorgerekend en beoordeeld , maar is een selectie gemaakt van onderscheidende tracévarianten. In deze fase van vooronderzoek is het namelijk niet wenselijk iedere tracévariant in detail uit te werken en door te rekenen. Kijkend naar alle tracévarianten zijn 5 clusters van vergelijkbare tracévarianten te maken: 1. Tracés die zo veel mogelijk huidige route door de polder volgen 2. Tracés middendoor die vanaf Volgerlandseweg naar oosten buigen 3. Tracés met nieuwe aansluiting op de N487 , parallel aan centrale as 4. Ontsluiting Molenpolder vanuit Torensteepolder via nieuwe brug 5. Nieuwe aansluiting op A29 (opwaardering busbanen , en eventueel uitbreiding met op- en afritten naar noordelijke richting.
Verbeelding van de 5 clusters
Cluster / variant 5 is direct afgevallen , omdat het niet haalbaar is gebleken om een nieuwe aansluiting op de A29 te realiseren. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat dit niet past in hun wegenvisie en hier dan ook geen medewerking aan zal verlenen. Rijkswaterstaat overweegt dergelijke aanpassingen
5
enkel als er problemen op het hoofdwegennet of bij bestaande aansluitingen is te verwachten. Dat is niet het geval. Deze variant valt dan ook af en is niet verder onderzocht Vervolgens is per cluster de op voorhand meest kansrijk geachte tracévariant geselecteerd voor nadere uitwerking , doorrekening en beoordeling. Er is getoetst op onderwerpen zoals verkeer , geluid , landschap , cultuurhistorie , bodem , natuur , leefbaarheid en verkeersveiligheid. Ook is onderzoek uitgevoerd naar de investeringskosten en impact op bestaande woningen en landbouwgronden. Het staat niet vast dat het uiteindelijke voorkeurstracé hier al tussen zit. Na de beoordeling wordt opnieuw breed gekeken of er nog andere tracévarianten zijn om tot de beste oplossing te komen. Er is getoetst op onderwerpen zoals verkeer , geluid , landschap , cultuurhistorie , bodem , natuur , leefbaarheid en verkeersveiligheid. Ook is onderzoek uitgevoerd naar de investeringskosten en impact op bestaande woningen en landbouwgronden. Tracévariant 1: Huidige route met bypass Cluster 1 betreft tracévarianten die zoveel mogelijk over bestaande wegen gaat en een oplossing geven voor de situatie op de Middelsluissedijk W. Z. Om deze kwetsbare dijk te ontzien lijkt het kansrijk om een bypass aan te leggen om de boomgaard heen.
Tracévariant 2: Verlengde Volgerlandseweg Meest kansrijk lijkt een tracé te zijn dat opnieuw de Middelsluissedijk W. Z. ontziet. Het tracé buigt voor de dijk af en kruist deze ongelijkvloers middels een coupure in de dijk. Daarna volgt het zoveel mogelijk landschappelijke lijnen en de verkaveling. In het verlengde van de Vlielanderstraat komt een nieuwe verbinding naar het dorp. Tracévariant 3: Parallel centrale as Voor behoud van de open dorpsrand en gezien de ligging van de begraafplaats lijkt een tracé op enige afstand van de bebouwing het meest kansrijk. De variant volgt de bestaande verkavelingsstructuur en doorsnijdt de andere wegen relatief gunstig. Ook deze variant kent een nieuwe verbinding naar de dorpskern via de Vlielanderstraat. Tracévariant 4: Brug Dorpshaven Een nieuwe brug lijkt beter inpasbaar in het verlengde van de Torensteelaan dan in het verlengde van de Ambachtsheerenlaan.
6
De meest kansrijk geachte tracévariant per cluster
Conclusies verkenning verkeerskundig bureau Goudappel Uit de verkenning is gebleken dat een nieuwe ontsluitingsweg bijdraagt aan de ontsluiting van de Molenpolder en een positief effect heeft voor de centrale as. Tracés 1 , 2 en 3 bieden het meeste oplossend vermogen waarbij tracé 2 en 3 de grootste bijdrage leveren aan het ontlasten van de centrale as. Dit zorgt voor verbetering van de leefbaarheid aan de huidige hoofdweg in Numansdorp. Uit de verkenning blijkt ook dat een situatie zonder infrastructuurmaatregelen en tracé 4 geen realistische oplossing zijn voor de gestelde doelstellingen. Daarom is tracé 4 niet meegenomen in het verdere proces. Ook de optie om in het geheel geen infrastructurele maatregelen te treffen is niet realistisch en wordt niet nader onderzocht. Vervolgstappen na verkeerskundig onderzoek Doel van de verkenning was om inzicht te krijgen in de mogelijkheden , effecten en kosten van mogelijke westelijke ontsluitingswegen voor Numansdorp. Deze inzichten worden vervolgens door de gemeenteraad gebruik inzake de besluitvorming rond de Molenpolder , de Centrale as en de benodigde vervolgstappen voor realisatie van een westelijke ontsluitingsweg. Stap 1. Nader onderzoek en participatie Stap 2. Keuze voorkeursalternatief & financiering
7
Stap 3. Planologische verankering Stap 4. Aankoop grond en woningen Stap 5. Technische uitwerking , aanbesteding en realisatie
Nader onderzoek en participatie Op basis van deze verkenning zijn de gemeente en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV bezig met nader onderzoek om tracévarianten verder te optimaliseren teneinde te komen tot een voorkeurstracé. De tracéstudie met bijbehorende oplegnotitie (bijlage 3) en het participatieplan (bijlage 4) hebben ter inzage gelegen. Iedereen kon een zienswijze indienen. Deze zienswijzen worden betrokken in de vervolgstappen om te komen tot een tracékeuze voor de westelijke ontsluitingsroute. Er wordt toegewerkt naar (een besluit van de gemeenteraad over) een definitief voorkeurstracé. Voorkeursrecht Een voorkeursrecht wordt door een gemeente gevestigd om het haar mogelijk te maken zelf actief op te treden en regie te houden over een beoogde ontwikkeling , in dit geval de ontwikkeling en realisatie van een westelijke ontsluitingsweg te Numansdorp. Met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt de gemeente een voorkeurspositie op de grondmarkt in het betreffende gebied c. q. een eerste recht van koop op de in de beschikking betrokken percelen. De eigenaren van de betreffende percelen dienen die percelen bij door hen voorgenomen vervreemding eerst aan de gemeente te koop aan te bieden c. q. de gemeente in de gelegenheid te stellen om de percelen te verwerven.
Het gemeentelijk voorkeursrecht maakt het de gemeente mogelijk om de regie te houden bij de uitvoering van haar plannen. Het gemeentelijk
voorkeursrecht voorkomt dat een andere partij zich in het gebied een positie verschaft , waardoor de gemeentelijke regierol zou kunnen worden verstoord. Vrije vervreemding van de betreffende gronden zou de realisatie van de toegedachte/toegedeelde functie kunnen frustreren. Dit rechtvaardigt het vestigen van een voorkeursrecht , omdat daarmee de vrije overdraagbaarheid van deze gronden wordt beperkt. De aan de locatie toegedachte/toegedeelde functie ‘infrastructuur , nader uit te werken’ is een nietagrarische functie. Voor de locatie geldt voorts dat het bestaande feitelijke gebruik afwijkt van die toegedachte functie. Daarmee is aan beide vereisten voor de vestiging van een voorkeursrecht
voldaan.
Met het oog op de ontwikkeling van de Molenpolder en de aanleg van een ontsluitingsweg , heeft de gemeente het voorkeursrecht gevestigd op percelen die mogelijk nodig zijn voor de realisatie van de ontsluitingsweg. De tracévarianten uit de verkennende studie lopen over verschillende gronden. Op dit moment is het voorkeurstracé niet bepaald. Daarom heeft de gemeente noodzakelijkerwijs op alle gronden in het gebied waarbinnen zich de 3 tracévarianten bevinden het voorkeursrecht gevestigd. Anders gezegd , het voorkeursrecht is gevestigd op een groter gebied , omdat er momenteel slechts een verkennende studie is uitgevoerd en er nog geen definitieve tracékeuze is gemaakt. Zodra een voorkeurstracé is gekozen en duidelijk is welke percelen wel en welke niet nodig zijn , zal het voorkeursrecht op de niet benodigde percelen worden ingetrokken. Hieronder is de tekening afgebeeld behorend bij het raadsbesluit waarmee het gebied wordt aangegeven waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Wanneer je deze ‘bovenop’ de verbeelding van de vijf clusters zou leggen , volgt dat het voorkeursrecht is gevestigd op basis van de verkennende studie.
8
Tekening behorend bij het raadsbesluit waarmee het gebied wordt aangegeven waarop het voorkeursrecht is gevestigd (bijlage 15)
9
Het vestigen van een voorkeursrecht is het enige instrument dat de gemeente kan inzetten om speculatie en ongewenste grondtransacties te voorkomen en , meer in het algemeen , de regie te behouden over de gebiedsontwikkeling. Door de regie in handen te krijgen en te houden door vestiging van het voorkeursrecht , heeft de gemeente de beste mogelijkheden om haar plannen te
realiseren.
Wettelijk kader en procesverloop vestiging voorkeursrecht Het college van burgemeester en wethouders heeft – na een voorafgaand collegevoorstel (bijlage 5) op 21 januari 2025 besloten om op grond van artikel 9. 1 lid 2 Omgevingswet (‘Ow’) een voorkeursrecht te vestigen op gronden op de locatie Numansdorp (bijlage 6). De betreffende gronden zijn aangegeven op de bij het collegebesluit behorende grondtekening en perceelslijst. De voorlopige voorkeursrechtbeschikking is op 23 januari 2025 ingeschreven in de openbare registers en ingegaan op het tijdstip van inschrijving. De beschikking is gepubliceerd en middels een brief kenbaar gemaakt aan belanghebbenden (bijlage 7 en 8). Van de bekendmakingsbrief maakt onder andere deel uit een notitie over het voorkeursrecht (bijlage 8). Binnen drie maanden diende de raad de aanwijzing van de percelen te bestendigen. In het kader van een zorgvuldige voorbereiding van het door de raad te nemen besluit tot aanwijzing van percelen , zijn belanghebbenden (lees: eigenaren en beperkt gerechtigden) in de gelegenheid gesteld om gedurende een termijn van vier weken , ingaande op 23 januari 2025 , hun zienswijzen over het ontwerp-raadsbesluit schriftelijk , dan wel mondeling naar voren te brengen. Er zijn 21 zienswijzen ingediend , welke zijn beantwoord in de Nota beantwoording zienswijzen (bijlage 9).
Verder heeft de gemeente voor grondeigenaren en inwoners uit Numansdorp op maandagavond 3 en 10 februari een inloopavond in het Numans-Dorps-huis georganiseerd. Tijdens deze avonden zijn het onderzoek en proces toegelicht en de aanwezigen waren in de gelegenheid om vragen te stellen. Het voorlopig voorkeursrecht is - na een voorafgaand raadsvoorstel (bijlage 10) - op 15 april 2025 bestendigd door de raad op grond van artikel 9. 1 lid 1 aanhef en onder c Ow (bijlage 11) en is door inschrijving in de openbare registers op 17 april 2025 in werking getreden. Het eerdere collegebesluit is daarmee van rechtswege komen te vervallen. De beschikking is gepubliceerd (bijlage 12) en middels een brief kenbaar gemaakt aan belanghebbenden (bijlage 13). Van de bekendmakingsbrief maakte
wederom deel uit de notitie over het voorkeursrecht (zie bijlage 8). Op grond van artikel 16. 32c van de Omgevingswet wordt , zoals reeds gezegd , de tegen het collegebesluit ingediende bezwaren geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad van 15 april 2025. Het voorkeursrecht is gevestigd op de locatie Numansdorp. De betreffende gronden zijn aangegeven op de bij het raadsbesluit behorende grondtekening (bijlage 14) en perceelslijst (bijlage 15). De gemeente wenst op de locatie een nieuwe ontsluitingsweg te realiseren; de functie verkeer (met bijkomende werken) is aan het gebied toegedacht. Op dit moment wordt onderzocht wat de exacte ligging van het tracé wordt. Eind dit jaar zal daarover meer duidelijkheid ontstaan. Naar verwachting legt het college in september van dit jaar (2025) een voorstel tot het vaststellen van het voorkeurstracé voor aan de gemeenteraad. Vervolgens zal spoedig daarna het definitieve ontwerp en
10
het ruimtebeslag van het tracé bekend zijn en daarmee welke percelen nodig zijn voor realisatie van de ontsluitingsweg. Gedurende de periode 23 januari 2025 tot en met 5 maart 2025 zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de collegebeschikking. Gedurende de periode 17 april tot en met 29 mei 2025 zijn belanghebbenden vervolgens in gelegenheid gesteld om bezwaar te maken tegen de raadsbeschikking. Door bezwaarmakers is bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit of rechtstreeks tegen het raadsbesluit. Bezwaren tegen het collegebesluit worden (van rechtswege) geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit. De gemeenteraad zal daarom een beslissing nemen op al deze bezwaarschriften.
Toelichting waarom één verweerschrift tegen meerdere bezwaarschriften De ingediende bezwaarschriften zijn afkomstig van meerdere (rechts)personen die eigenaar of beperkt gerechtigde zijn van percelen binnen het aangewezen gebied. De gronden van bezwaar vertonen in grote mate overeenkomsten. Om die reden is ervoor gekozen om de reactie van de gemeente te bundelen in één verweerschrift. Hierbij zijn in verband met de bescherming van persoonsgegevens de regels uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht genomen. De individuele bezwaarschriften maken deel uit van het bezwaardossier en zijn bij de behandeling van het bezwaar door de onafhankelijke commissie beschikbaar voor de commissie. 2.
Ontvankelijkheid
Met betrekking tot de vraag of de bezwaren ontvankelijk zijn , dat wil zeggen of er formele belemmeringen zijn om de bezwaarschriften inhoudelijk te behandelen , merkt de gemeente op dat de
bezwaarschriften naar haar mening ontvankelijk zijn , om de volgende redenen: a.
Bezwaarmakers zijn blijkens de kadastrale eigendomsinformatie (mede-)eigenaar van/ rechthebbende op een of meerdere van de in het Bestreden besluit opgenomen percelen en zijn derhalve aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Awb voor zover het bezwaar ziet op dat perceel.
b.
De bezwaarschriften beantwoorden aan de eisen genoemd in artikel 6:5 Awb.
c.
De termijn van bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders d. d. 21 januari 2025 , bekend gemaakt op 22 januari 2025 , liep van 23 januari 2025 tot en met 5 maart 2025 en de termijn van het bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad d. d. 15 april 2025 liep tot en met 29 mei 2025. Alle bezwaarschriften zijn binnen deze periode(s) ingediend. Daarmee zijn de bezwaarschriften binnen de termijn als bedoeld in artikel 6:9 Awb
ingediend. 3.
Bezwaarschriften
- samenvatting/
korte omschrijving van gronden van bezwaar/geschilpunten
Bij de beoordeling van de bezwaarschriften is gebleken dat veel bezwaren inhoudelijk sterk op elkaar lijken en dezelfde kernpunten aanvoeren. Om de behandeling van de bezwaren zo efficiënt en duidelijk mogelijk te maken , zijn de gelijksoortige bezwaren samengevoegd tot één ‘kernbezwaar’ , 11
zodat een beperkt aantal bezwaren resteert. Deze benadering zorgt ervoor dat alle bezwaren op een overzichtelijke manier worden behandeld , zonder dat de essentie van de individuele bezwaren verloren gaat. Dit draagt bij aan een transparante en begrijpelijke behandeling van de bezwaren. Voor de inzichtelijkheid is een opsomming van de gronden en bezwaren als bijlage 16 toegevoegd. Hierin worden de gronden van de 23 bezwaarschriften vermeld. Het betreft een verkorte weergave. Voor de volledige gronden en bezwaren wordt verwezen naar de individuele bezwaarschriften. Bezwaarmakers zijn van mening dat het voorkeursrecht onterecht wordt toegepast. Daartoe voeren zij -zakelijk samengevat weergegeven- het volgende aan: Bezwaar 1 - motiveringsbeginsel , zorgvuldigheidsbeginsel en rechtmatigheid Volgens artikel 9. 1 OW mag een voorkeursrecht alleen worden gevestigd als er een concrete en ruimtelijk relevante noodzaak bestaat. Het besluit mist een specifieke onderbouwing waarom een perceel onder het voorkeursrecht valt. Er ontbreekt een duidelijke uitleg waarom het perceel noodzakelijk is voor de aanleg van de ontsluitingsweg. Een aantal bezwaarmakers wijst er in dat
verband op dat hun perceel ver verwijderd is van de voorgestelde tracés en dat er daarom geen noodzaak is aangetoond voor het gebruik van hun perceel.
In het bestreden besluit en in de toelichting is niet onderbouwd waarom het vestigen van een voorkeursrecht nodig is om de regierol van de gemeente bij de aanleg van een ontsluitingsweg te
kunnen vervullen.
Het voorkeursrecht is gevestigd ten behoeve van een ontsluitingsweg naar de Molenpolder. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de aanleg van een ontsluitingsweg zal leiden tot grondspeculatie. In tegendeel , eerder is te verwachten dat door de nabijheid van een ontsluitingsweg een perceel in waarde zal dalen. Er bestaat met andere woorden geen grond en/of belang voor de vestiging van het
voorkeursrecht.
Het voorkeursrecht is bedoeld om gemeentelijk verwerving mogelijk te maken. Dat veronderstelt dat de gemeente de intentie heeft om de percelen concreet te verwerven anders zou het voorkeursrecht niet nodig zijn. Een aantal bezwaarmakers kan zich niet voorstellen dat hun perceel nodig is voor de aanleg van de ontsluitingsweg , zodat het voorkeursrecht ten onrechte is gevestigd. Het besluit vermeldt dat voornoemde percelen mogelijk onderdeel vormen van een mogelijke
ontsluitingsweg aan de westzijde van Numansdorp. Zowel over de aanleg van een ontsluitingsweg als over een te volgen tracé heeft überhaupt nog geen besluitvorming plaatsgevonden. Het vestigen van een voorkeursrecht is daarmee thans onnodig bezwarend. Het gevestigde voorkeursrecht zou slechts redelijk zijn geweest , wanneer dit was gevestigd nadat eerst het tracé exact was uitgewerkt en op basis daarvan duidelijk was welke percelen (deels) nodig zouden zijn voor de ontsluitingsweg , zou het voorkeursrecht beperkter van omvang zijn geweest. Het voorkeursrecht is nu te voorbarig gevestigd en daarmee wordt het eigendomsrecht onnodig en overbodig beperkt. Het college heeft nog onvoldoende onderzoek gedaan. Er bestaat nog onzekerheid over het aanleggen van de ontsluitingsweg. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de noodzaak en de gevolgen van het voorkeursrecht alsmede naar de mogelijke tracés voor een ontsluitingsweg. Er
12
bestaat nog onzekerheid over het aanleggen van de ontsluitingsweg , wat het vestigen van een voorkeursrecht prematuur en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel maakt. Op alle percelen binnen het gehele gebied waarin de ontsluiting is voorzien , is een voorkeursrecht
gevestigd , terwijl de loop van de drie mogelijke tracés al bekend zijn. Veel van de gronden zijn niet nodig voor de ontsluitingsweg en het besluit is daarmee te verstrekkend. Zonder nadere duiding van het doel en de noodzaak van het vestigen van het voorkeursrecht op het perceel , is het besluit onrechtmatig. De voorkeursrechtbeschikking bevat geen motivering die ingaat op de vraag of de toegedachte
functie en het daarvan afwijkend gebruik ook daadwerkelijk rechtvaardigt dat door middel van de vestiging van een voorkeursrecht wordt ingegrepen in de vrije overdraagbaarheid van de onroerende zaak/het beperkte recht. In het geval de gemeente voornemens is om nieuwbouw te realiseren in plaats van een ontsluitingsweg aan te leggen , zou gelden dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd , omdat in het besluit slechts een verband wordt gelegd met de aan te leggen ontsluitingsweg en niet met een
nieuwbouwlocatie.
De gemeente stelt dat het besluit is genomen in het algemeen belang met als doel grondspeculatie tegen te gaan , waarmee zij eraan voorbij gaat dat zij reeds wordt beschermd door de Wet ruimtelijke ordening en de in juli 2008 in werking getreden grondexploitatiewet. Bezwaar 2 - evenredigheidsbeginsel en belangenafweging Er is geen kenbare afweging gemaakt tussen het algemeen belang en het individuele belang van de
perceeleigenaar. Als onderbouwing van het voorkeursrecht worden algemene gronden gegeven zoals dat het voorlopige voorkeursrecht de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt geeft en tijdens het planontwikkelingsproces een beschermingsinstrument vormt. De gemeente geeft geen aanvullende reden waarom het algemeen belang zwaarder zou wegen dan het individuele belang. Bezwaarmakers stellen dat het algemeen belang niet voldoende is onderbouwd en dat hun individuele belangen , zoals het behoud van hun eigendom en de waarde ervan , onvoldoende zijn meegewogen. Er is sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Bezwaar 3 – onzekerheid , schade en beperking eigendomsrecht Het voorkeursrecht veroorzaakt onzekerheid en financiële schade voor de perceeleigenaren , die nu niet vrij over hun eigendom kunnen beschikken. Dit leidt tot directe waardevermindering en
belemmert verdere investeringen in het huis en de tuin. Bezwaarmakers wijzen erop dat het voorkeursrecht leidt tot onzekerheid over de toekomst van hun eigendom en dat dit hen belemmert in hun plannen voor verdere ontwikkeling en investeringen. Het voorkeursrecht beperkt de eigendomsrechten van de perceeleigenaren zonder voldoende
onderbouwing. Dit belemmert de vrije beschikking over het perceel en veroorzaakt schade , omdat de percelen niet vrij aangeboden kunnen worden in de markt. Bezwaarmakers stellen dat het voorkeursrecht hun eigendomsrechten beperkt en dat dit hen belemmert in hun plannen voor verdere ontwikkeling en investeringen. 13
Bezwaarmakers geven aan dat het voorkeursrecht leidt tot ernstige onzekerheid over de verkoopbaarheid en waarde van hun woning , mede door onduidelijkheid over toekomstige gebiedsontwikkelingen. Zij vrezen dat de procedurele verplichtingen en het afhankelijke karakter van de gemeentelijke besluitvorming hen belemmert in het snel en onder gunstige voorwaarden verkopen van hun woning , wat directe financiële gevolgen heeft. In één geval wordt nog gewezen op een kwetsbare gezinssituatie , waarbij tijdsdruk en beperkte juridische draagkracht de impact van het voorkeursrecht extra zwaar maken. Bezwaar 4 – Tracékeuze Het gekozen tracé 3 lijkt uit verkeerskundig oogpunt onwaarschijnlijk en onveilig. Het kruist de dijk vlak voor of na een bocht in de dijk , wat een gevaarlijke situatie oplevert. Hoewel dit geen argument is tegen het voorkeursrecht maar tegen het tracébesluit , had vanwege deze onwaarschijnlijkheid tracé 3 geen onderdeel mogen uitmaken van de plannen. In dat geval zou ook het voorkeursrecht althans voor een deel niet nodig zijn geweest.
Bezwaarmakers betwijfelen of bij het bedenken van de tracés iemand fysiek ter plekke is geweest , dan wel de plannen/het te ontwikkelen tracé slechts vanaf een kaart zijn beoordeeld. Ruim 10 jaar geleden zijn er met de toenmalige gemeente diverse gesprekken geweest over een eventuele Westelijke randweg. Er is toen de voorkeur uitgesproken voor tracé 1. Toen is ook gevraagd of de Molendijk niet rechtstreeks op de A29 kon worden aangesloten. De gemeente gaf aan dat Rijkswaterstaat hier geen medewerking aan kon verlenen. Het verbaast sommige bezwaarmakers nu alsnog geconfronteerd te worden met drie andere tracés , waarbij het genoemd tracé 4 inmiddels is afgevallen. Tracés 2 en 3 van rapport Goudappel zijn nieuwe tracés die dwars door polders lopen mede door bestaande woningen. Bezwaarmakers vragen zich af of (onderzoek is gedaan naar of er) is voldaan aan de eisen voor de aanleg van wegen , zoals die onder meer voortvloeien uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) , het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en de Milieu Effect Rapportage (MER). Ook vragen zij zich af , of wel is onderzocht welke oplossing financieel/economisch de voorkeur heeft en de minste overlast voor omwonenden geeft. Bezwaarmakers zijn daarom van mening dat er wettelijk gezien niet is voldaan aan de toetsing voor de ontwikkeling van een eventuele Westelijke randweg Numansdorp.
Aangezien de ontwikkeling van de Molenpolder tot op dit moment niet is goedgekeurd , waarbij dient te worden aangemerkt dat deze aan een “Natura 2000 gebied” grenst , zal dit met de recentelijke gerechtelijke uitspraken m. b. t. stikstof in gedachte , waarschijnlijk geruime tijd gaan duren. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat , nadat er een tracékeuze is gemaakt , het voorkeursrecht onmiddellijk wordt ingetrokken ten aanzien van de percelen die niet nodig zijn voor de realisatie van het definitieve tracé. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Bezwaar 5 - geen vervaldatum Het besluit bevat geen vervaldatum , wat in strijd is met artikel 7. 1 Omgevingsbesluit. Dit maakt het
besluit onrechtmatig.
14
Bezwaar 6 - overige bezwaren Er zijn diverse andere bezwaren die niet direct onder de bovenstaande categorieën vallen , die
hieronder worden weergegeven. Bezwaar
– gebrek
aan informatie voorafgaand aan voorkeursrecht Bezwaarmakers zijn niet vooraf over de tracéplannen geïnformeerd en voelen zich daardoor
‘overvallen‘.
informatie tijdens inloopavond Tijdens de inloopavond op 3 februari 2025 werden geen duidelijke antwoorden gegeven op vragen over de aanbiedingsprocedure. Ambtenaren en bestuurders bleken onvoldoende geïnformeerd over essentiële onderdelen zoals de vereiste documenten , wat als onzorgvuldig en in strijd met artikel 3:2 Awb dient te worden beschouwd. Deze gebrekkige voorlichting roept zorgen op over de zorgvuldigheid en het behoorlijk bestuur van de gemeente. Bezwaar
– onzorgvuldige
Bezwaar – verzoek om een bod te doen Een aantal bezwaarmakers heeft in het bezwaarschrift verzocht aan de gemeente om een bod te doen op de woning en/of het perceel.
- algemene beginselen Bezwaarmakers verbinden aan de gegrondheid van deze bezwaren verschillende conclusies , zoals dat het besluit onzorgvuldig en/of onvoldoende gemotiveerd en/of buitenproportioneel is en/of onrechtmatig (tot stand gekomen) en/of niet doelmatig en/of onevenredig is en/of sprake is van misbruik van recht.
Bezwaar
4.
Verweer
– algemeen
De gemeente hecht eraan om het volgende voorop te stellen. De vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht strekt er in de eerste plaats toe de gemeente een voorrangspositie op de lokale grondmarkt te verschaffen. Het voorkeursrecht betekent niets meer en niets minder dan dat de eigenaar , indien hij het voornemen heeft opgevat om zijn gronden – waarop een voorkeursrecht is gevestigd – te vervreemden (verkopen) , deze eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden. Die aanbiedingsplicht vloeit voort uit het vervreemdingsvoornemen van de eigenaar zelf; het voorkeursrecht verplicht hem niet tot verkoop. De vestiging van een voorkeursrecht stelt de betrokken overheid in staat om de regie te behouden over de beoogde gebiedsontwikkeling. Ook gaat de vestiging van een voorkeursrecht , die gewoonlijk
in een vroeg stadium van planologische besluitvorming plaatsvindt , prijsopdrijving en grondspeculatie tegen.
De plannen voor het gebied worden op dit moment nader uitgewerkt. Dit betekent dat de omvang en
invulling van de beoogde ontwikkeling , en daarmee ook de (exacte) ligging van het tracé , nog kunnen wijzigen. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is dit inherent aan de vestiging van een voorkeursrecht. Het voorkeursrecht kan immers worden gevestigd in een vroeg stadium van planvorming , waarin nog niet alle details zijn uitgewerkt.
15
De veronderstelling van sommige bezwaarmakers dat het definitieve tracé exact zal overeenkomen met één van de drie onderzochte varianten , is daarmee voorbarig en onjuist. De precieze keuze voor de plek van het tracé in Numansdorp dient nog te worden gemaakt. In dat verband wordt verwezen naar wat hierover in de inleiding is uiteengezet , met name over de verkennende studie die is verricht. Niet voor elk perceel binnen het aangewezen gebied , hoeft op voorhand duidelijk te zijn dat het
daadwerkelijk zal worden benut. Voldoende is dat aannemelijk is dat het perceel nodig zou kunnen zijn voor de beoogde ontwikkeling. De Afdeling heeft dit bevestigd en geoordeeld dat het niet noodzakelijk is dat de betrokken gronden met zekerheid zullen worden aangewend voor het beoogde doel , zolang voldoende aannemelijk is dat zij daarvoor nodig kunnen zijn. 1 Zodra het definitieve tracé voor de westelijke ontsluitingsroute is vastgesteld én voldoende duidelijk is wat het ruimtebeslag is van dit tracé op basis het definitieve ontwerp , is duidelijk welke van de nu aangewezen percelen daardoor geraakt worden , en welke niet. Voor de percelen die dan niet langer nodig zijn voor de aanleg van het tracé (inclusief de onderhoudsstroken) , zal het voorkeursrecht dan worden ingetrokken. Deze bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9. 5 , eerste lid van de Omgevingswet is gemandateerd aan het college. Op die manier kan het college zo spoedig mogelijk nadat het definitieve tracé is vastgesteld en duidelijk is wat het ruimtebeslag daarvan is , het voorkeursrecht intrekken. De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht is een discretionaire bevoegdheid van de gemeente. 2 Een discretionaire bevoegdheid is een bevoegdheid waarbij het bestuursorgaan beleidsruimte heeft om daarvan al dan niet gebruik te maken , waarbij het bestuursorgaan moet
afwegen of gebruikmaking van die bevoegdheid voor de betrokkenen geen gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met de toepassing van die bevoegdheid wordt gediend. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de wet het met de vestiging van een voorkeursrecht te dienen algemene belang afgewogen tegen het (individuele) financiële belang van de betrokken grondeigenaar , zodat dit laatste niet meer afzonderlijk in de afweging hoeft te worden betrokken. 3 De verdere belangenafweging dient uiteraard wel plaats te vinden , maar dat heeft de gemeente , zo blijkt mede uit het raadsvoorstel , gedaan. De gemeente heeft voor de vestiging van het voorkeursrecht een belangenafweging gemaakt voor wat betreft het belang van het behouden van de regie en het belang van de eigenaren c. q. anderszins gerechtigden om over hun eigendom c. q. recht te beschikken. Het vestigen van een voorkeursrecht wordt noodzakelijk geacht om ongewenste grondtransacties die tot prijsverhoging of frustratie van de gemeentelijke plannen kunnen leiden te voorkomen en meer in het algemeen om de regie te behouden. Er is geen ander (grondbeleids)instrument dan het voorkeursrecht voorhanden dat dit doel dient.
In de fase voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsplan waarin de ontsluitingsweg zijn beslag zal krijgen , moet het qua motiveringsplicht voldoende worden geacht indien het 1 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 23 november 1999 , ECLI:NL:RVS:1999:AA5057 , r. o. 2. 5 en daarna o. a. Rechtbank Oost-Brabant , 20 mei 2022 , ECLI:NL:RBOBR:2022:2011 , r. o. 17. 1. en 20. 2. 2 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 22 oktober 2014 , ECLI:NL:RVS:2014:3786 , r. o. 4. 5. en Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 25 april 2012 , ECLI:NL:RVS:2012:BW3871 , r. o. 2. 3. 1. 3 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 11 juli 2018 , ECLI:NL:RVS:2018:2332 , r. o. 2. 2. en daarna bijv. Rechtbank Den Haag , 1 december 2022 , ECLI:NL:RBDHA:2022:13364 , r. o. 7. 4.
16
bestuursorgaan meer in algemene zin motiveert waarom het algemeen belang de vestiging van een voorkeursrecht rechtvaardigt. Daaraan is voldaan , zo blijkt uit het raadsvoorstel behorende bij het raadsbesluit. Bezwaren die zich richten tegen een mogelijke tracékeuze zijn planologisch van aard. Deze horen thuis
in het juridisch-planologische besluitvormingstraject over de uiteindelijke keuze en realisatie van het tracé. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dienen dergelijke bezwaren buiten beschouwing te blijven bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een voorkeursrechtbeschikking. 4 Daarbij wordt nogmaals opgemerkt dat de tracékeuze nog onderwerp is van nadere besluitvorming , zodat op dit moment geen zekerheid bestaat over de uiteindelijke ligging van het tracé. Tot slot wordt in het kader van het algemene verweer nog het volgende opgemerkt.
Uit de parlementaire geschiedenis van de Omgevingswet volgt dat de wetgever geen inhoudelijke wijzigingen in de voorkeursrechtregeling ten opzichte van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: “Wvg”) heeft willen aanbrengen. De doelstellingen van de voorkeursrechtregeling in de Omgevingswet zijn inhoudelijk dezelfde als die onder de Wvg. Aangenomen mag dan ook worden dat zowel de bedoelingen c. q. afwegingen van de wetgever bij de totstandkoming van de Wvg als de nadien gevormde vaste rechtspraak onder de Omgevingswet onverkort hun gelding hebben behouden. Tussentijdse conclusie op basis van het algemene verweer Hoewel in het algemene verweer reeds op hoofdlijnen op de bezwaren is ingegaan en deze daarmee in essentie zijn weerlegd , wordt hieronder – ten behoeve van de volledigheid en transparantie – per bezwaar afzonderlijk een nadere toelichting gegeven. Een overlap met het algemene verweer is daarbij onvermijdelijk. Ten overvloede zij opgemerkt dat hetgeen in de inleiding en het algemene verweer is uiteengezet , onverkort van toepassing is op elk van de hierna besproken bezwaren. 5.
Verweer
Hiermee wordt
– specifiek – in aanvulling
op het algemene verweer – specifiek ingegaan op de bezwaren.
Verweer tegen bezwaar 1 - motiveringsbeginsel , zorgvuldigheidsbeginsel en rechtmatigheid
Binnen Numansdorp bestaat de noodzaak van de aanleg van een (nieuwe) westelijke ontsluitingsroute , welke in de inleiding is omschreven. De gemeente onderzoekt momenteel welke locatie binnen Numansdorp het meest geschikt is voor het te ontwikkelen tracé waarbij een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt. De aanleg van het tracé hangt onder meer samen met de ontwikkeling van Molenpolder. Op gronden die volgens het verkennende onderzoek mogelijk nodig zijn voor realisatie van de ontsluitingsweg is het voorkeursrecht gevestigd. Deze gronden zijn op grond van het vigerende
omgevingsplan thans hoofdzakelijk aangewezen voor agrarische doeleinden en deels voor wonen en 4 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 4 maart 2009 , ECLI:NL:RVS:2009:BH4666 , r. o. 2. 5. 1. en daarna Rechtbank Midden-Nederland , 31 augustus 2023 , ECLI:NL:RBMNE:2023:4548 , r. o. 21
17
ook dienovereenkomstig in gebruik. Op dit moment bevindt de gemeente zich nog in een pril stadium van omgevingsrechtelijke besluitvorming ten aanzien van het te ontwikkelen tracé. Later dit jaar verwacht de gemeente een besluit te nemen over het tracé en de exacte loop daarvan. Het voorkeursrecht is op de percelen gelegd ten behoeve van een aldaar mogelijk te realiseren ontsluitingsweg en niet ten behoeve van de realisatie van nieuwbouw (wat door een aantal bezwaarmakers – ten onrechte dus – wordt gesuggereerd). Voor alle bezwaarmakers geldt dat hun percelen binnen het plangebied liggen waar de beoogde ontsluitingsweg zal worden aangelegd en waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Het is van groot belang om nogmaals te benadrukken dat de precieze keuze voor het tracé in Numansdorp nog dient te worden gemaakt. De kennelijke veronderstelling van een aantal bezwaarmakers dat het één van de drie tracés wordt en dat het definitieve tracé exact dezelfde loop zal hebben als één van de drie tracés is onjuist. Dat geldt dus ook voor hun veronderstelling dat de percelen te ver af liggen van het uiteindelijke tracé , de veronderstelling dat al vaststaat dat een perceel niet nodig is voor de
ontsluitingsweg en andere (veronder)stellingen die hierop neerkomen , simpelweg omdat daarover op dit moment nog niets met zekerheid kan worden gezegd. Er is sprake van een ‘vervroegd’ voorkeursrecht in de zin van artikel 9. 1 eerste lid , aanhef en onder c Omgevingswet; de gronden zijn nog niet ten behoeve van de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd , opgenomen in een gemeentelijke omgevingsvisie , programma dan wel omgevingsplan. De vestiging vindt plaats ten behoeve van een niet-agrarische functie , welke functie afwijkt van het huidige , feitelijke gebruik. Een infrastructurele functie , zoals in dit geval aan de orde , is een voorbeeld van een niet-agrarische functie. Daarmee is aan beide vereisten van voornoemd artikel voldaan. Er hoeft slechts een globaal beeld te bestaan van de toekomstige functie. Niet voor elk perceel dat betrokken is in de aanwijzing hoeft thans al duidelijk te zijn of het kan worden ingepast. Dat is vaste rechtspraak van de Afdeling over de uitleg van het soortgelijke artikel 8 van de Wvg dat aan het huidige artikel 9. 1 lid 1 aanhef en onder c Omgevingswet vooraf is gegaan. 5 De aannemelijkheid dat een bestemming daadwerkelijk gerealiseerd wordt , is geen toetsingsgrond voor een voorkeursrecht. De kern van het voorkeursrecht is er juist in gelegen dat wordt voorgesorteerd op een ruimtelijke wens.
Voor zover bezwaarmakers vrezen dat bestemming niet gerealiseerd wordt (en dat zij daarom de noodzaak van het voorkeursrecht niet zien) , voorziet de wet erin dat er termijnen aan het voorkeursrecht zijn verbonden om te voorkomen dat belanghebbenden te lang in onzekerheid verkeren. Daarnaast is wettelijk vastgelegd dat het voorkeursrecht vervalt wanneer de gewenste bestemming zijn weg naar het ontwerpbestemmingsplan niet vindt. 6
Volgens vaste rechtspraak is inherent aan een vervroegd voorkeursrecht - dat dus niet wordt gevestigd op basis van een bestemmingsplan (thans omgevingsplan) - dat nog niet duidelijk is of , en zo ja , in welke vorm de toegedachte functie wordt gerealiseerd. Het is niet van belang of de gemeente op het moment van het vestigen van het voorkeursrecht de intentie heeft om de gronden
5 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 23 november 1999 , ECLI:NL:RVS:1999:AA5057 , r. o. 2. 5 6 Zie o. a. Rechtbank Gelderland , 26 april 2024 ECLI:NL:RBGEL:2024:2469 , r. o. 5. 3.
18
waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd , te verwerven. 7 De raad is niet verplicht de aangewezen percelen daadwerkelijk te verwerven en evenmin om aan te tonen dat zij deze nodig zal hebben voor
de beoogde ontwikkeling.
De bevoegdheid tot vestiging van een voorkeursrecht is , zoals reeds is uiteengezet , een discretionaire
bevoegdheid. Weliswaar is vestiging van het voorkeursrecht een belastend besluit dat in beperkte mate inbreuk maakt op het eigendomsrecht , maar daar staat tegenover dat de gemeente bij vestiging van het voorkeursrecht beleidsvrijheid toekomt , terwijl het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en te dienen algemene belangen aanzienlijk is. Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Wvg het algemene belang dat wordt gediend met het vestigen van een voorkeursrecht afgewogen tegen het (individuele) financiële belang van de grondeigenaren. De wetgever heeft de nadelige effecten van het vestigen van het voorkeursrecht nadrukkelijk onder ogen gezien. De plannen voor het gebied worden op dit moment uitgewerkt , wat kan betekenen dat omvang en invulling van de beoogde ontwikkeling nog kunnen wijzigen. Deze onzekerheid is volgens de Afdeling inherent aan vestiging van het voorkeursrecht op grond van artikel 5 van de Wvg (nu artikel 9. 1 lid 1 aanhef en onder c van de Omgevingswet). In de fase voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsplan moet het qua motiveringsplicht
voldoende worden geacht indien het bestuursorgaan meer in algemene zin motiveert waarom het algemeen belang de vestiging van een voorkeursrecht rechtvaardigt. Daaraan is voldaan , zo blijkt uit het raadsvoorstel behorende bij het raadsbesluit. Daarin wordt namelijk opgemerkt dat het vestigen van een voorkeursrecht noodzakelijk wordt geacht om ongewenste grondtransacties die tot prijsverhoging of frustratie van de gemeentelijke plannen kunnen leiden , te voorkomen. De gemeente wil de regie behouden. Door vestiging van het voorkeursrecht kan de gemeente al vóór aanvang/vaststelling van de/het omgevingsplan(procedure) slagvaardig optreden om te voorkomen dat de verwezenlijking van de toegedachte functie wordt belemmerd , bijvoorbeeld doordat er een grondtransactie plaatsvindt die tot grondversnippering of tot prijsopdrijving leidt , wat de door de gemeente gewenste regie zou kunnen frustreren of de (financiële) uitvoerbaarheid van het plan onder druk zou kunnen zetten. 8 Er is geen ander (grondbeleids)instrument dan het voorkeursrecht voorhanden dat dit doel dient. De stelling dat het voorkeursrecht niet ingezet kon worden omdat er geen risico zou bestaan op grondspeculatie volgt de gemeente niet.
Maar belangrijker is dat de raad het voorkeursrecht mede heeft gevestigd vanwege de regierol die zij wenst te behouden in de ontwikkeling van het gebied en omdat zij met het voorkeursrecht wil voorkomen dat de ontwikkeling wordt belemmerd. Dit zijn overeenkomstig de wetsgeschiedenis valide redenen om het voorkeursrecht te vestigen. 9 Vrije 7 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 18 december 2013 , ECLI:NL:RVS:2013:2445 , r. o. 3. 1. en Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 8 april 2015 , ECLI:NL:RVS:2015:1089 r. o. 4. 2. en daarna bijv. Rechtbank Oost-Brabant , 5 juli 2024 , ECLI:NL:RBOBR:2024:3142 , r. o. 10. 1. & Rechtbank Den Haag , 1 december 2022 , ECLI:NL:RBDHA:2022:13364 , r. o. 6. 5. 8 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 28 maart 2012 , ECLI:NL:RVS:2012:BW0295 r. o. 2. 4. 1. 9 Zie o. a. Rechtbank Gelderland , 26 april 2024 ECLI:NL:RBGEL:2024:2469 , r. o. 5. 4.
19
,
vervreemding van (de beperkte rechten op) deze gronden zou de realisatie van de toegedachte functie(s) kunnen frustreren en de enige manier om dat te voorkomen is het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht , omdat daarmee de vrije overdraagbaarheid van de grond wordt beperkt. 10 De inzet van het voorkeursrechtinstrument is daarmee evenredig in relatie tot het daarmee beoogde doel. Tot slot ten aanzien van bezwaar 1 Het voorkeursrecht is rechtmatig gevestigd voor een (nog nader uit te werken) ontsluitingsweg op een nader te bepalen locatie met bijbehorende voorzieningen. Tijdens het proces van (verdere) omgevingsrechtelijke besluitvorming zal bekend worden hoe en in welke mate de gronden van
eigenaar waarop het voorkeursrecht is gevestigd in deze planvorming worden betrokken. Indien en voor zover het bij nader inzien geen voorkeur heeft op de aangewezen gronden (van eigenaar) een ontsluitingsweg , dan wel bijbehorende voorziening , te realiseren , zal het voorkeursrecht voor wat betreft die gronden worden ingetrokken. Verweer tegen bezwaar 2 - evenredigheidsbeginsel en belangenafweging Bij bespreking van het verweer tegen bezwaar 1 is deels al ingegaan op dit onderwerp en geconcludeerd dat geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. In aanvulling daarop
geldt het volgende.
De plannen voor het gebied worden op dit moment uitgewerkt , wat kan betekenen dat omvang en invulling van de beoogde ontwikkeling nog kunnen wijzigen. Dat , dus de onzekerheid , is inherent aan vestiging van het voorkeursrecht op grond van artikel 5 van de Wvg (nu artikel 9. 1 lid 1 aanhef en
onder c van de Omgevingswet). 11
Weliswaar is vestiging van het voorkeursrecht een belastend besluit dat in beperkte mate inbreuk maakt op het eigendomsrecht , maar daar staat tegenover dat de raad bij vestiging van het voorkeursrecht beleidsvrijheid toekomt , terwijl het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en te dienen algemene belangen aanzienlijk is. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Wvg het algemene belang dat wordt gediend met het vestigen van een voorkeursrecht afgewogen tegen het individuele belang van de grondeigenaren. De wetgever heeft de nadelige effecten van het vestigen van het voorkeursrecht nadrukkelijk onder ogen gezien. Het vestigen van een voorkeursrecht heeft volgens vaste rechtspraak bovendien slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht. 12 De vestiging van het voorkeursrecht heeft namelijk niet tot gevolg dat bezwaarmakers als eigenaars van de woningen niet langer het hun
toekomende eigendomsrecht zouden kunnen uitoefenen , maar uitsluitend dat zij bij het overgaan tot vervreemding eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de woning te kopen. 13 Dat is ook in 10 Zie bijv. Rechtbank Den Haag , 1 december 11 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van ECLI:NL:RVS:2013:2445 , r. o. 3. 1. 12 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van r. o. 2. 3. 1 13 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van ECLI:NL:RVS:2020:1989 , r. o. 4.
2022 , ECLI:NL:RBDHA:2022:13366 , r. o. 7. 2. de Raad van State , 18 december 2013 , de Raad van State , 25 april 2012 , ECLI:NL:RVS:2012:BW3871 , de Raad van State , 19 augustus 2020 ,
20
dit geval zo. Het gaat om een beperkte inbreuk die door de raad is afgezet tegen het algemene belang dat is gediend met de vestiging van het voorkeursrecht. Van onevenredige gevolgen is niet gebleken en ook geen sprake. 14 De vestiging van het voorkeursrecht is ook in het onderhavige geval niet onevenredig. De inbreuk op
het eigendomsrecht is in zoverre beperkt is dat bezwaarmakers niet gestoord worden in het gebruik van het perceel en de eigendom ook niet wordt onteigend , maar enkel beperkt wordt in de vrijheid om het perceel aan een ander over te dragen. Verder is van belang dat de Omgevingswet in bescherming van de financiële belangen van de eigenaar is voorzien. Als bezwaarmakers zouden overgaan tot aanbieding van zijn perceel aan de gemeente , moet de gemeente hen een marktconforme prijs voor het perceel aanbieden , die zo nodig door een onafhankelijke deskundige en onder de regie van de rechtbank kan worden vastgesteld. 15 Verweer tegen bezwaar 3 – onzekerheid , schade en beperking eigendomsrecht In aanvulling wat hiervoor staat vermeld , wordt aanvullend als verweer tegen bezwaar 3 het volgende
opgemerkt.
Het voorkeursrecht houdt geen aanbiedingsverplichting in , in het algemeen , maar is enkel aan de orde in het geval eigenaar op eigen initiatief over wenst te gaan tot verkoop. Slechts in dat geval is eigenaar in beginsel verplicht eerst aan de gemeente aan te bieden. Met andere woorden , de aanbiedingsplicht vloeit voort uit het vervreemdingsvoornemen van de eigenaar zelf; het voorkeursrecht verplicht hem niet tot verkoop. Dit is een bewuste keuze van de wetgever en een
kenmerkend en ingecalculeerd gevolg van het instrument.
Mocht de gemeente een aanbod worden gedaan , is de gemeente gehouden de werkelijke waarde te betalen indien zij tot aankoop wenst/besluit over te gaan. De wet biedt geen grondslag voor vergoeding van schade die de belanghebbende meent te lijden als gevolg van het enkele feit dat op zijn grond een voorkeursrecht is gevestigd. Door bezwaarmakers ervaren onzekerheid doordat het nog geruime tijd kan duren voordat vaststaat
of de thans aan de grond toegedachte functie daadwerkelijk aan die grond wordt toegedeeld is begrijpelijk , maar inherent aan het feit dat een voorkeursrecht juist wordt gevestigd op een moment dat de planologische besluitvorming nog niet ver genoeg is gevorderd om die duidelijkheid te kunnen bieden. Het voorkeursrecht stelt de betrokken overheid in staat om de regie te behouden over de beoogde gebiedsontwikkeling. Ook gaat de vestiging van een voorkeursrecht , die gewoonlijk in een vroeg stadium van planologische besluitvorming plaatsvindt , prijsopdrijving en grondspeculatie tegen. Zoals hiervoor reeds is opgemerkt , heeft de wetgever bij de totstandkoming van de wet het met de vestiging van een voorkeursrecht te dienen algemene belang afgewogen tegen het (individuele) 14 Zie o. a. Rechtbank Midden-Nederland
, 31 augustus 2023 , ECLI:NL:RBMNE:2023:4548 , r. o. 26 e. v. en Rechtbank Midden-Nederland , 15 december 2023 , ECLI:NL:RBMNE:2023:6739 , r. o. 2. 4. t/m 2. 7. 15 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 26 september 2012 , ECLI:NL:RVS:2012:BX8248 , r. o. 5. 3. en 5. 4 en daarna Rechtbank Gelderland , 26 april 2024 ECLI:NL:RBGEL:2024:2469 , r. o. 6. 1. en 6. 2. en Rechtbank Oost-Brabant , 5 juli 2024 , ECLI:NL:RBOBR:2024:3142 , r. o. 10
21
financiële belang van de betrokken grondeigenaar , zodat dit laatste niet meer afzonderlijk in de afweging hoeft te worden betrokken. Mochten bezwaarmakers zich (in een later stadium) op het standpunt stellen dat zij in aanmerking komen voor nadeelcompensatie vanwege de planologische wijziging , staat het hen vrij daartoe een claim in te dienen. Verweer tegen bezwaar 4 – Tracékeuze Dit bezwaar richt zich tegen (de procedure omtrent de totstandkoming van) het tracé en is daarmee juridisch-planologisch van aard. Bezwaren van planologische aard horen thuis in het juridischplanologische besluitvormingstraject omtrent (de keuze van) het tracé , en dienen volgens vaste
rechtspraak bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een voorkeursrechtbeschikking buiten beschouwing te worden gelaten. 16 Daarbij wordt nog opgemerkt dat , zoals in het raadsvoorstel ook duidelijk is aangegeven , de uiteindelijke tracékeuze nog onderwerp is van nadere besluitvorming , zodat op dit moment nog geen zekerheid bestaat over de vraag , waar het uiteindelijke tracé komt te lopen. Mocht in een later stadium vaststaan dat de gronden niet benodigd zijn voor het definitief vastgestelde tracé dan zal het voorkeursrecht ingetrokken worden ten aanzien van de niet benodigde percelen. Dit betreft een wettelijke verplichting die voortvloeit uit artikel 9. 5 van de Omgevingswet. Daarnaast is het punt ook in het raadsvoorstel/besluit opgenomen onder 5: “De bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht voor de percelen waarvoor dat recht te zijner tijd niet langer nodig is , te mandateren aan het college. ” Het bezwaar dat er hieromtrent sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is derhalve
ongegrond.
Verweer tegen bezwaar 5 – geen vervaldatum De stelling dat sprake is van strijd met artikel 7. 1 Omgevingsbesluit is onjuist. Er is wel een vervaldatum opgenomen. In het raadsvoorstel/-besluit is opgenomen:
“Te concluderen dat dit voorkeursrecht van rechtswege vervalt drie jaar na het ingaan ervan , tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd , is toegedacht in een omgevingsvisie of een programma of is toegedeeld in het omgevingsplan. De eerst volgende planologische grondslag zal naar verwachting zijn de vaststelling van een omgevingsplan. ” Verweer tegen bezwaar 6 – overige bezwaren Verweer tegen bezwaar
– gebrek aan informatie voorafgaand aan voorkeursrecht Vooraf wordt opgemerkt dat het goed is voor te stellen dat een belanghebbende zich overvallen voelt door de vestiging van een voorkeursrecht. Echter zou iedere aankondiging van het voornemen om een voorkeursrecht te vestigen , contraproductief (kunnen) uitpakken omdat de grondeigenaar/rechthebbende dan nog in de gelegenheid zou worden gesteld om nog snel een
16 Zie o. a. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State , 4 maart 2009 , ECLI:NL:RVS:2009:BH4666 r. o. 2. 5. 1.
,
22
grondtransactie te verrichten , wat het doel van het voorkeursrecht zou kunnen frustreren. Het ‘verrassingselement’ is daarom inherent aan de inzet van dit instrument. Daaraan kan worden toegevoegd dat het voorkeursrecht pas wordt “geactiveerd” op het moment dat de belanghebbende zelf het voornemen opvat om zijn onroerende zaak (of het beperkte recht daarop) te vervreemden , en dat hij als gevolg van het voorkeursrecht niet in het normale gebruik van die zaak wordt gehinderd. 17 Verweer tegen bezwaar
– onzorgvuldige
informatie tijdens inloopavond Tijdens de inloopavond op 3 februari 2025 is getracht belanghebbenden zo goed mogelijk te informeren over de gevolgen van het voorkeursrecht en de aanbiedingsprocedure. Het is mogelijk dat wellicht niet op alle vragen direct een volledig antwoord kon worden gegeven , maar dit doet niet af aan de zorgvuldigheid waarmee het proces is voorbereid. De aanbiedingsplicht houdt in dat eigenaren hun woning eerst aan de gemeente moeten aanbieden alvorens tot verkoop aan derden over te gaan. De precieze invulling van de aanbiedingsprocedure wordt ook uitgelegd in de brief die aan iedere eigenaar en beperkt gerechtigde , waaronder bezwaarmakers , is verzonden (bijlage 8 en 13 met als bijlage ‘notitie over het voorkeursrecht’). De gemeente erkent het belang van duidelijke communicatie en betreurt het als de informatievoorziening tijdens de inloopavond als onvoldoende is ervaren. Er is echter geen sprake van onbehoorlijk bestuur. De gemeente zal bij de verdere uitwerking van de procedure zorgen voor heldere en toegankelijke informatievoorziening. Verweer tegen bezwaar
– verzoek
om een bod te doen
Bezwaarmakers kunnen een verkoopproces ten aanzien van hun perceel doorzetten en dienen het perceel dan als eerste aan de gemeente aan te bieden conform de daarop van toepassing zijnde procedure zoals die aan bezwaarmakers bij brief bekend is gemaakt. Binnen 6 weken na ontvangst van de uitnodiging tot onderhandeling moet het college vervolgens beslissen of de gemeente in beginsel bereid is het goed onder nader overeen te komen voorwaarden aan te kopen. Verweer tegen bezwaar
- algemene beginselen Bezwaarmakers verbinden aan hun bezwaren verschillende juridische kwalificaties , waaronder dat het besluit onzorgvuldig , onvoldoende gemotiveerd , buitenproportioneel , onrechtmatig tot stand zou zijn gekomen , niet doelmatig , onevenredig of in strijd met het recht zou zijn. Omdat de feitelijke en juridische argumenten die ten grondslag zijn gelegd aan deze kwalificaties in het kader van de algemene en specifieke verweren inhoudelijk zijn weerlegd , kan worden geconcludeerd dat deze kwalificaties geen stand houden.
De gemeente heeft bij de voorbereiding en vaststelling van het voorkeursrecht de vereiste
zorgvuldigheid betracht , de betrokken belangen evenwichtig afgewogen en gehandeld binnen de grenzen van de geldende wet- en regelgeving. Het besluit is deugdelijk gemotiveerd – de aanleiding noodzaak en juridische gronden zijn beschreven - en het voorkeursrecht is ingezet voor het doel waarvoor dit instrument is bedoeld. De gemeente onderkent dat dit besluit voor bezwaarmakers onzekerheid en andere nadelige gevolgen met zich kan brengen , maar heeft toegelicht dat het algemeen belang de vestiging van het voorkeursrecht rechtvaardigt. Juist voor situaties als de onderhavige is het voorkeursrecht in het leven geroepen. Er bestaat dan ook geen grond om het besluit als onrechtmatig of onevenredig aan te merken. 17 Zie bijv. Rechtbank Noord-Nederland , 5 september 2024 , ECLI:NL:RBNNE:2024:3595