bijlage 3 ruimtelijke onderbouwing 7 maart
Tekst van het document
-
TIJDELIJKE HUISVESTING NUMANSDORP Hoeksche Waard
1/48
DATUM KENMERK
7 maart 2023 20220886
PROJECT PROJECTLEIDER
Tijdelijke huisvesting Numansdorp ing. S. la Grand Murb
OPDRACHTGEVER HW Wonen PROJECTNUMMER 20220886.001 AUTEUR STATUS
2/48
Roy van Oosterhout Definitief
INHOUD 1.
2.
3.
4.
3/48
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
6 6 7 8
Aanleiding Projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Huidige situatie en beoogde ontwikkeling
9
2.1
Huidige situatie 2.1.1 Historie 2.1.2 Landschappelijke hoofdstructuur 2.1.3 Openheid landschap
9 9 9 9
2.2
Beoogde ontwikkeling 2.2.1 Doelgroepen 2.2.2 Programma 2.2.3 Stedenbouwkundig plan
9 9 10 10
Toetsing aan de beleidskaders
14
3.1
Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) 3.1.4 Conclusie rijksbeleid
14 14 15 15 17
3.2
Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) 3.2.3 Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 (2017) 3.2.4 Conclusie provinciaal- en regionaal beleid
17 17 18 21 22
3.3
Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard (2019) 3.3.2 Programmaplan Duurzaamheid 3.3.3 Nota Ruimtelijke kwaliteit Hoeksche Waard 3.3.4 Conclusie gemeentelijk beleid
22 22 23 23 24
3.4
Conclusie
24
Toetsing aan sectorale aspecten
25
4.1
25 25 25 25 25 26 27
Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Ligging projectgebied 4.1.3 Beoogde ontwikkeling 4.1.4 Verkeersgeneratie 4.1.5 Verkeerstoedeling 4.1.6 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid
4.1.7 4.1.8
4/48
Parkeren Conclusie
28 28
4.2
Wegverkeerslawaai 4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie
28 28 28 28
4.3
Ecologie 4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek Stikstof 30 4.3.3 Soortenbescherming 4.3.4 Conclusie
29 29 30
4.4
Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie
31 31 31 32
4.5
Kabels en leidingen 4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie
32 32 32 32
4.6
Externe veiligheid 4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie
32 32 32 32
4.7
Water 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4
33 33 34 34 36
4.8
Luchtkwaliteit 4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie
36 36 37 37
4.9
Bodem 4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek
37 37 37
4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Cultuurhistorie 4.10.3 Archeologie 4.10.4 Conclusie
38 38 38 38 39
4.11 M.e.r. procedure 4.11.1 Beleid en Normstelling 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie
39 39 40 40
Toetsingskader Huidige situatie Toekomstige situatie Conclusie
30 31
5.
6.
Maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid
41
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1 Participatie 5.1.2 Procedure
41 41 41
5.2
Economische uitvoerbaarheid
41
Conclusie
42
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek
43
Bijlage 2 Quickscan ecologie
44
Bijlage 3 Memo stikstofdepositie
45
Bijlage 4 Stikstofberekeningen
46
Bijlage 5 Milieukundig bodemonderzoek
47
Bijlage 6 Archeologisch onderzoek
48
5/48
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
In nagenoeg heel Nederland is er een tekort aan (betaalbare) woningen. De woningmarkt is krap, ook in de Hoeksche Waard. Er is behoefte aan een flexibele woningvoorraad in de vorm van tijdelijke huisvesting voor mensen die op korte termijn een woning nodig hebben. De gemeente wil aan de Wethouder van der Veldenweg in Numansdorp 40 tijdelijke woningen realiseren voor een periode van 10 tot 15 jaar. Hiermee wordt invulling gegeven aan de behoefte van spoedzoekers met en zonder recht op urgentie. Het initiatief geeft mede invulling aan de gemeentelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Het vigerende bestemmingsplan “Landelijk gebied 2013” biedt op de locatie geen ruimte voor woonfuncties. Hoewel de woningen tijdelijk van aard zijn, kan geen gebruik worden gemaakt van de zogeheten kruimelgevallenprocedure (artikel 2.12. lid 1 onder a onder 2 Wabo jo artikel 4 lid 11 bijlage II Bor) omdat de maximale termijn van 10 jaar wordt overschreden. Daarnaast kan dit project worden gezien als stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van het Besluit m.e.r. waardoor een uitgebreide procedure van toepassing is. De gemeente Hoeksche Waard heeft aangegeven te willen meewerken aan de ontwikkeling door middel van een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo).
Daarvoor dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, waarin het project wordt toegelicht en wordt aangetoond dat het voornemen om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan voor het mogelijk maken van 40 tijdelijke woningen, verhardingen, groen en water en nutsvoorzieningen.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied bevindt zich in Numansdorp ten zuiden/oosten van de Wethouder van der Veldenweg. De locatie is na een breed locatieonderzoek binnen de gemeente geschikt bevonden om tijdelijke woningen te realiseren. Het projectgebied heeft een grootte van ongeveer 3 hectare. De Gemeente Hoeksche Waard is eigenaar van het stuk grond. Voor de beoogde tijdelijke woningen is een deel van dit perceel nodig.
Figuur 1.1 Projectgebied beoogde ontwikkeling
6/48
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2013’, vastgesteld op 4 juli 2013 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Cromstrijen. In dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de bestemming ‘Agrarisch’. 40 tijdelijke woningen met bijbehorende functies zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Op figuur 2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven. Om de locatie op een goede manier te ontsluiten is ook een aanpassing aan de rotonde nodig om een voet/fietsverbinding aan te leggen. Dit past in de bestemming ‘Verkeer’ van het bestemmingsplan ‘Middelsluis’ (2008) zoals weergegeven op figuur 3.
‘
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan Landelijk gebied 2013n (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
7/48
Figuur1. 3 Uitsnede bestemmingsplan Middelsluis (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: ● Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de wijzigingen die met deze ruimtelijke onderbouwing worden mogelijk gemaakt; ● Hoofdstuk 3 toetst de ontwikkeling aan het beleid; ● Hoofdstuk 4 behandelt de omgevingsaspecten; ● Hoofdstuk 5 maakt de maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk; ● Hoofdstuk 6 geeft de slotconclusie of het project voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
8/48
2. HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING 2.1
Huidige situatie
2.1.1 Historie De eerste bebouwing van het dorp vormde zich rond een uitwateringssluis aan de Numanspoldersedijk - nu Molendijk genaamd - en ontwikkelde zich langs de Binnenhaven. Op de Voorstraat werden dwarsstraten aangelegd. De oudste bebouwing van Numansdorp staat langs het vroegere lint wat nu de Voorstraat en de Burgemeester de Zeeuwstraat heet. Polders hebben lang onder zout water gestaan en na de watersnoodramp is de herverkaveling begonnen waardoor de akkers vele malen groter werden. Vanuit de oude linten zijn er woonwijken aan de oost- en westzijde bijgekomen. Rond 2000 is aan de oostzijde de nieuwe randweg Wethouder van der Veldenweg aangelegd en sindsdien is dat de oostelijke begrenzing van het dorp. 2.1.2 Landschappelijke hoofdstructuur De Hoeksche Waard is grotendeels landbouwontwikkelingsgebied met een aantal historische dorpskernen en dijklinten verspreid over het eiland. Deze dorpskernen zijn met de tijd uitgebreid, maar kennen wel steeds een duidelijke grens. Typerend voor het eiland zijn de vele robuuste kreken en binnendijken. Deze lopen al kronkelend door het landschap. Het projectgebied is onderdeel van het landbouwontwikkelingsgebied en ligt tussen een binnendijk (noord) en een robuuste kreek (zuid), genaamd Verlorendiep.
2.1.3 Openheid landschap De Hoeksche Waard kenmerkt zich door een afwisseling van zeer open landschap, matig open landschap en besloten landschap. Het besloten landschap is vooral rondom de dorpen te zien waarnaast de landbouw vooral een open landschap herbergt. Op vele plekken zijn er doorzichten van dijk tot dijk en in het zuiden is er vergezicht over de rivier Hollands Diep. Het projectgebied ligt direct naast de Wethouder van de Veldenweg, een harde bebouwingsrand die verzacht wordt door een bomenlaan en een singel met opgaand groen. Van twee zijden is het gebied goed zichtbaar over het vlakke akkerland heen.
2.2
Beoogde ontwikkeling
2.2.1 Doelgroepen De jongeren en starters die graag op zichzelf willen wonen in de Hoeksche Waard, kunnen lastig een betaalbaar huis vinden. En Hoeksche Waarders, die door persoonlijke omstandigheden snel woonruimte nodig hebben, zoeken vaak tevergeefs door de grote druk op de woningmarkt. Ook mensen met een verblijfsvergunning die recht hebben op een woning, of vluchtelingen van de oorlog in Oekraïne moeten lang wachten voor ze aan de beurt zijn. Daardoor stagneert de doorstroming vanuit (nood)opvangplekken en ontstaan er op tal van plekken zeer onwenselijke situaties. De gemeente zet volop in op de bouw van nieuwe woningen, maar de ontwikkeling van nieuwe wijken vraagt jaren van voorbereiding en procedures. En die tijd hebben deze groepen woningzoekenden niet. De nood is hoog en de behoefte is er nu. Daarom werkt de gemeente samen met woningstichting HW Wonen aan een snellere oplossing voor de behoefte van deze groepen woningzoekenden. Natuurlijk blijft de gemeente inzetten op reguliere woningbouw. Maar daarnaast gaat ze ook aan de slag met de bouw van zo’n 100 tot 150 tijdelijke woningen. Want daarmee kunnen veel sneller concrete resultaten worden geboekt en kunnen deze groepen woningzoekenden op korte termijn huisvesting worden geboden. De gemeente wil (op verschillende plekken) in de Hoeksche Waard tijdelijke woningen neerzetten voor de duur van 15 jaar.
En ook al gaat het om tijdelijke woningen, streeft de gemeente wel naar kwaliteit. De woningen moeten kwalitatief goed zijn, een goede uitstraling hebben en passen in de omgeving. De huizen bieden een oplossing voor iedereen die snel een compacte eigen woonruimte in de buurt zoekt. En van daaruit hebben de huurders de tijd om te zoeken naar andere woonruimte voor de langere termijn. Een deel van de woningen wordt beschikbaar gesteld voor Oekraïense vluchtelingen en mensen met een verblijfsvergunning die recht hebben op een woning. Zo wordt de druk op de reguliere huurwoningen verminderd.
9/48
2.2.2 Programma Voorliggend project maakt maximaal 40 tijdelijke woningen mogelijk. Er wordt daarbij in eerste instantie uitgegaan van 40 tijdelijke woningen in een mix van 5 studio’s, 30 twee-kamerwoningen en 5 drie-kamerwoningen. 2.2.3
Stedenbouwkundig plan
Aansluiting op omgeving Het stedenbouwkundig plan gaat uit van het benutten van een relatief beperkt oppervlak voor de nieuwe woningen en een efficiënte verkeerskundige aansluiting. De woningen worden in de zuidelijke hoek van het perceel geplaatst. Op deze manier is er een goede ruimtelijke aansluiting mogelijk met de bestaande woonbuurten aan de overzijde van de Wethouder van der Veldenweg. Door het realiseren van een langzaam-verkeerroute direct naar de overzijde wordt de aansluiting op de omgeving gemaakt. Ruimtelijke randvoorwaarden Voor de ontwikkeling gelden enkele duidelijke ruimtelijke randvoorwaarden: •
Zo zal er voldoende afstand moeten worden gehouden tot de boomkwekerij aan de oostzijde (50 m).
•
Om een eenduidig profiel van de Wethouder van der Veldenweg te behouden zullen de woningen minimaal 30 m uit de rand van de weg moeten worden geplaatst.
•
Om de beleving van het landschap vanuit de bestaande woonbuurt aan de westzijde van de Wethouder van der Veldenweg voldoende te waarborgen zijn zichtlijnen door het gebied van belang.
Verkaveling en inrichting De woningen worden verkaveld in vier korte blokjes in twee bouwlagen (ca. 6 m hoog). Drie van de blokjes worden haaks op de Wethouder van der Veldenweg geplaatst in een licht verspringende rooilijn. Hierdoor worden de woningen enerzijds op een goede manier georiënteerd op de zon en wordt anderzijds voldoende afstand gehouden ten opzichte van de woningen aan de overzijde van de Wethouder van der Veldenweg. Daarnaast zorgt deze opstelling voor doorzicht en een luchtige verkaveling gezien vanuit de bestaande woningen. Het vierde blokje wordt haaks op de drie andere blokjes verkaveld. Op deze wijze kan een compact woonbuurtje worden gerealiseerd en ontstaat er een meer omsloten collectieve binnenruimte tussen de blokjes waar ruimte is voor zitplekken en bijvoorbeeld speelvoorzieningen voor jonge kinderen. Het geheel wordt parkachtig ingericht. Bergingen en fietsenstallingen worden op de koppen van de blokjes geplaatst.
Figuur 2.1 Impressies tijdelijke woningen.
10/48
Figuur 2.1 Stedenbouwkundig inpassingsplan
11/48
12/48
Verkeer en parkeren De parkeeroplossing wordt direct bij de entree vanaf de bestaande geplaatst, zodat de auto’s direct kunnen worden geparkeerd en niet het buurtje zullen doorkruisen. Hier is tevens voldoende manoeuvreerruimte voor het ophalen van vuilnis. Er is enige overruimte in het plan opgenomen om eventuele extra parkeerdruk te kunnen opvangen, mocht in de praktijk blijken dat het autobezit hoger uitvalt. Ronde het clustertje woningen ie een ontsluitingspad opgenomen. Op last van de brandweer zijn deze paden rond de tijdelijk woningen minimaal 3,5 m breed, zodat ook blusvoertuigen de locatie goed kunnen bereiken. Vanaf de Gerard Numanstraat, aansluitend op de Bartholomeus Boschsingel aan de overzijde van de Van der Veldenweg wordt een langzaamverkeersontsluiting aangelegd naast de rotonde. Het idee is om deze route door te trekken richting de Middelsluissedijk Oostzijde zodat er een nieuwe interessante meer landschappelijke route ontstaat voor bewoners in de omgeving (er is immers geen fietspad langs de Wethouder van der Veldenweg). Hierdoor wordt de locatie sterker aangehecht bij de bestaande woonbuurten. De precieze ligging en vormgeving van dit pad wordt meegenomen in het ontwerpproces voor de invulling van de groene landschappelijke zone aan de noordzijde dat samen met bewoners zal worden opgestart.
Landschappelijke inpassing De tijdelijke woningen worden geplaatst in de rand van de kern. Om de woningen in een aangename omgeving te plaatsen en om het buurtje landschappelijk in te passen wordt rondom de locatie opgaande begroeiing geplant. Langs de Wethouder van der Veldenweg worden aan de oostzijde van de watergang bomen aangeplant in een onregelmatig patroon. Hierdoor blijft er voldoende doorzicht naar het achterliggende open landschap maar wordt ook het zicht op de nieuwe bebouwing verzacht. Aan de oost- en zuidrand van de locatie worden ruime zones voor landschappelijke inpassing aangehouden. Deze zones worden voorzien van bomen met een ondergroei om het beeld op de tijdelijke woningen vanuit het open landschap deels te ontnemen én ruimte te laten voor enkele doorzichten. Het gebied dat niet wordt benut zal worden ingezet voor een landschappelijke invulling. Daarbij is ruimte voor versterking van de biodiversiteit en extensief gebruik door omwonenden (bijvoorbeeld een trapveldje). Dit zal nader worden ingevuld. De invulling wordt samen met de bewoners van Numansdorp vormgegeven gedurende een participatietraject. Langs de gehele oostrand van de tijdelijke ontwikkeling is een zone opgenomen als zoekgebied voor extra waterberging als mogelijke buffer voor water uit de omgeving.
13/48
3. TOETSING AAN DE BELEIDSKADERS 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: ● dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; ● met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; ● waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; ● met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; ● waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; ● dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; ● waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; ● dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: ● Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. ● Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. ● Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De belangrijkste keuzes zijn: ● Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. ● Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. ● Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. ● Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied,
14/48
zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Dit project is in lijn met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De omgevingsvisie is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat om kaders voor bijvoorbeeld rijksvaarwegen, het kustfundament, project Mainportontwikkeling Rotterdam en grote rivieren. Toetsing Het Barro staat de ontwikkeling niet in de weg.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten beschrijven waarom er behoefte is aan de ontwikkeling en als die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, motiveren waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van meer dan 11 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing In het kader van de ladder is het met name van belang dat er met voorliggend project 40 tijdelijke woningen mogelijk gemaakt worden. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Het gaat om meer dan 11 woningen op een gebied met voornamelijk een agrarische bestemming (zie paragraaf 1.3). De behoefte moet worden beschreven en ook moet worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in die behoefte kan worden voorzien.
Beschrijving woningbehoefte De jongeren en starters die graag op zichzelf willen wonen in de Hoeksche Waard, kunnen lastig een betaalbaar huis vinden. En Hoeksche Waarders, die door persoonlijke omstandigheden snel woonruimte nodig hebben, zoeken vaak tevergeefs door de grote druk op de woningmarkt. Ook mensen met een verblijfsvergunning die recht hebben op een woning, of vluchtelingen van de oorlog in Oekraïne moeten lang wachten voor ze aan de beurt zijn. Daardoor stokt de doorstroming vanuit (nood)opvangplekken en ontstaan er op tal van plekken zeer onwenselijke situaties. De gemeente zet volop in op de bouw van nieuwe woningen, maar de ontwikkeling van nieuwe wijken vraagt jaren van voorbereiding en procedures. En die tijd hebben deze groepen woningzoekenden niet. De nood is hoog en de behoefte is er nu. Daarom is ervoor gekozen om woningen te realiseren op gemeentegrond. Er is in de kern Numansdorp geen andere ruimte snel beschikbaar. Behoefte flexwonen voor spoedzoekers De provincie constateert in het Programma Flexwonen Zuid-Holland (2021) een tekort aan woningen in het algemeen, voor spoedzoekers in het bijzonder, en ziet in flexwonen een (deel)oplossing. Daarbij gaat het om zowel tijdelijke huurcontracten in bestaande woningen (of vastgoed) als tijdelijke (nieuwe) woningen en/of locaties. De doelgroep spoedzoekers wordt
15/48
breed opgevat: inwoners die buiten de reguliere ‘urgentie’-mogelijkheden van gemeenten vallen, met spoed een woning nodig hebben en niet kunnen wachten tot er voldoende inschrijftijd is opgebouwd: • (door)starters en studenten; • (dreigend) zwerfjongeren/daklozen; • arbeidsmigranten (expats in mindere mate); • statushouders (inclusief AZC); • uitstroom maatschappelijke opvang/Beschermd Wonen/GGZ en/of andere zorginstellingen; • echtscheidingen/gescheiden ouders (met kinderen) en andere gebroken relaties; • huisuitzettingen/gedwongen verkoop; • ex-gedetineerden; • tijdelijke herhuisvesting (bijvoorbeeld bij renovatie); • zorgbehoevende ouderen ‘tussen thuis en verpleeghuis’. Gemeente Hoeksche Waard richt zich op jongeren tot 28 jaar, mensen die met enige spoed een woning zoeken zoals gescheiden ouders en statushouders en/of Oekraïense ontheemden. Uit gegevens van HW Wonen blijkt dat spoedzoekers en starters moeilijk aan een woning kunnen komen. De wachttijd ligt tussen de 2 en 3 jaar en voor sommige doelgroepen hoger. Dat geldt vooral als er sprake is van spoed maar geen recht op urgentie. Behoefte huisvesting statushouders (spoedzoekers met recht op urgentie) De huisvesting van statushouders betreft een bovenregionale behoefte (nationale opgave). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders. Het Rijk legt ze hiervoor een taakstelling op.
De taakstelling wordt twee keer per jaar bijgesteld en maandelijks gemonitord. Ver vooruitkijken en ver vooruitlopen op de taakstelling is niet zinvol, omdat de instroom een zeer grillig verloop kent. De instroom is onder meer afhankelijk van Europese afspraken, de uitvoering daarvan, de situatie in de landen van herkomst en de snelheid van gezinshereniging. In veel gevallen is in huishoudensprognoses en regionale woningbouwafspraken nog geen rekening gehouden met de instroom van statushouders. De door het Rijk opgelegde taakstelling kan daarom als plus op de regionale woningbehoefte worden gezien. In de eerste zes maanden van 2023 moeten gemeenten 21.200 statushouders huisvesten. Het gaat om asielzoekers die in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen omdat zij bijvoorbeeld zijn gevlucht voor oorlog, geweld of vervolging. Het aantal van 21.200 is gebaseerd op het aantal asielzoekers dat een verblijfsvergunning krijgt in de periode van 1 juli 2022 t/m 31 maart 2023. Dat aantal is vastgesteld op 21.200. Daarnaast is er gekeken naar het hoge aantal statushouders dat op 1 juli 2022 aanwezig was in de asielopvang, namelijk 15.270. Bij vaststelling is ook rekening gehouden met de verhoogde instroom van asielzoekers en de problemen met uitstroom van statushouders naar gemeenten.
Tot slot is de groep van ongeveer 100 Afghaans-Nederlandse evacués, die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdelijk in hotels worden opgevangen in afwachting van permante huisvesting, aan de taakstelling toegevoegd. In maart 2023 wordt een tussentijdse evaluatie gedaan om te kijken of de verwachting klopt. Als blijkt dat meer vergunninghouders gehuisvest moeten worden, dan schuift dit door naar de taakstelling voor de tweede helft van 2023. De verwachting is dat het aantal ontheemden uit dat oorlogsgebied de komende tijd nog zal groeien. Uit het overzicht huisvesting vergunninghouders 1 december 2022 blijkt dat Hoeksche Waard een achterstand op de taakstelling had van 28 woningen. Uit gegevens van HW-Wonen blijkt dat uiteindelijk in 2022 aan de taakstelling is voldaan met een kleine voorsprong voor 2023. De taakstelling voor de gemeente is voor de eerste helft van 2023 107 wooneenheden. Met dit project wordt daar deels invulling aan gegeven. De hoge taakstelling zorgt er wel voor dat er relatief veel woningen uit de reguliere voorraad worden onttrokken waardoor de wachttijden voor andere woningzoekenden oplopen. Conclusie woningbehoefte
16/48
De gemeente heefteen taakstelling van 107 woningen voor statushouders voor de eerste helft van 2023. Hiervan is al een klein deel gerealiseerd. Er is een grote behoefte aan woningen voor mensen die in een dringende situatie zitten. Met oplossingen als flexwonen kan deze groep mensen sneller een dak boven hun hoofd aangeboden worden als opstap of tussenstap. Deze doelgroep heeft vervolgens tijd om te kunnen doorstromen naar een reguliere (huur)woning. De hoge taakstelling zorgt er wel voor dat de wachttijden voor andere spoedzoekers zonder recht op urgentie oplopen. Locatiekeuze (waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied) De huidige druk op de woningmarkt maakt dat de noodzaak voor uitbreiding van het aantal flexwoningen nu zeer actueel is. De gemeente heeft een taakstelling vanuit het Rijk om op zeer korte termijn circa 100 tijdelijke woningen voor statushouders toe te voegen. De gemeente wil mede gelet op de behoefte van andere spoedzoekers zonder recht op urgentie circa 150 flexwoningen realiseren, verspreid over de verschillende kernen. We constateren dat we de woningen snel willen realiseren. Dit perceel grond is snel beschikbaar omdat deze bij de gemeente in eigendom is. Er zijn in Numansdorp wel inbreidingslocaties, maar deze locaties zijn nodig voor het reguliere woningbouwprogramma.
Door het realiseren van het reguliere woningbouwprogramma kan vervolgens doorstroming plaatsvinden vanuit de flexwoningen. 3.1.4 Conclusie rijksbeleid Het rijksbeleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: ● Bouw naar behoefte; ● Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; ● Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties ● Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; ● Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang. Flexwonen is specifiek benoemd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. In Zuid-Holland is een enorme druk op de woningmarkt. Flexwonen kan als flexibele schil om de bestaande woningvoorraad deze druk verminderen en kan fungeren als ‘ventiel’ voor de druk op een gespannen woningmarkt. Flexwonen kan bijdragen aan een snelle verlichting voor de woonvraag.
Dat is nodig omdat de provincie Zuid-Holland ziet dat de huidige woningmarkt te weinig woonruimte voor spoedzoekers biedt. Spoedzoekers zijn mensen die met spoed een woonruimte zoeken. Spoedzoekers betreft een brede groep mensen, zoals vergunninghouders, (buitenlandse) studenten, starters op de woningmarkt, gescheiden mensen, mensen die uit hun woning zijn gezet, mensen afkomstig uit een (woonzorg)instelling, arbeidsmigranten en mantelzorgers. De provincie hoopt met Flexwonen ook een aantal minder gewenste huisvestingsoplossingen die spoedzoekers nu door gebrek aan alternatieven gebruiken, zoals de permanente bewoning van recreatieterreinen, te verminderen. Gebouwen voor Flexwonen worden beschouwd als stedelijke functie die in beginsel in bestaand stads- en dorpsgebied moeten worden gerealiseerd.
17/48
Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij de provincie. Deze worden door de provincie afgewogen en afhankelijk daarvan opgenomen op de 3 hectare kaart. Als een locatie is opgenomen op de ‘3 ha kaart’ betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het omgevingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Toetsing In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling aansluitend aan bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van de locatie is kleiner dan 3 ha. Hiervan is een deel noodzakelijk om snel tijdelijke huisvesting te realiseren in Numansdorp. Daarnaast wordt een deel van het projectgebied opnieuw ingericht ten behoeve van inpassing van de woningen, de ontwikkeling van meer natuurwaarden en waterberging.
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor dit bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a.
een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat.
18/48
7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het projectgebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het projectgebied worden betrokken in de motivering; e. indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. tm 12 n.v.t. Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied 1.
Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Toetsing artikel 6.9 en 6.9a Bij voorliggend project is er sprake van transformatie van het agrarisch projectgebied. De locatie valt onder beschermingscategorie 3 ‘buitengebied’.
19/48
Figuur 3.1 Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland)
De aspecten zoals vermeld onder 6.9 a sub 2 a tot en met d worden beschreven in paragraaf 2.2.3 stedenbouwkundig plan. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3 en 4 nvt. Toetsing artikel 6.10 De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen in paragraaf 3.1.3. De locatie is niet groter dan 3 ha en er wordt voorzien in tijdelijke huurwoningen.
Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld.
20/48
Toetsing In dit geval is voor een lokale op de situatie afgestemde parkeernorm gekozen. Er worden 28 met een uitloop naar 40 parkeerplaatsen gerealiseerd omdat wordt verwacht dat de meeste huurders een eigen auto zullen hebben. Zie verder paragraaf 4.1. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Op dit aspect wordt ingegaan in paragraaf 4.1. Artikel 6.10f Functiemenging
Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging. Toetsing Gelet op de tijdelijkheid en de ligging buiten bestaand stedelijk gebied is er in dit geval voor gekozen om alleen wonen mogelijk te maken. Artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Toetsing Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie wordt behandeld in paragraaf 2.2.3 en 3.3.2. van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. 3.2.3 Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 (2017) In de Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 staat de vitaliteit van de regio centraal. Om die te bewaken, zet de gemeente in op meer kwaliteit en extra woningbouw om de instroom van gezinnen te bevorderen.
De vijf voormalige gemeenten in de Hoeksche Waard hebben gezamenlijk een nieuwe woonvisie en bijbehorend woningbouwprogramma opgesteld. De visie kwam tot stand in samenwerking met diverse partijen. De nieuwe visie speelt in op veranderingen in de woningmarkt en kansen die er liggen om toekomstige krimp tegen te gaan. De verwachting is dat de regio na 2035 te maken krijgt met een dalend aantal huishoudens. Bijkomende uitdaging is het feit dat het aantal jongere huishoudens onder de 55 jaar tot die tijd al afneemt met bijna 20%. Die gezinnen zijn heel belangrijk voor de vitaliteit van de gemeente. Als er meer jonge gezinnen naar de Hoeksche Waard komen, helpt dat niet alleen om de voorzieningen in stand te houden; het is ook goed voor het geboortesaldo en daarmee gaat het de krimp tegen. De bouw van extra woningen maakt het eiland interessant voor jonge mensen om hier te blijven, dan wel hier te komen wonen. De instroom van gezinnen is de laatste jaren al gaande en makelaars bevestigen dat de belangstelling voor de
21/48
Hoeksche Waard blijft groeien. Het gaat met name om consumenten uit de regio's Rotterdam en Drechtsteden die bewust kiezen voor een betaalbaar, groen en landelijk woonmilieu in de nabijheid van de Randstad. Vitaliteit vraagt ook om een toekomstbestendige woningvoorraad. Naast meer kwantiteit besteedt de nieuwe woonvisie dan ook veel aandacht aan kwaliteit. De gemeente zetten in op de volgende kwaliteitscriteria: 3. op energie omdat we op weg zijn een energieneutrale regio te worden; 4. op geschiktheid vanwege het groeiend aantal oudere huishoudens; 5. op bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer; 6. op de ruimtelijke kwaliteit die ons onderscheidt van de grote stad. De gemeente kijkt daarbij niet alleen naar nieuwbouw maar ook naar de bestaande woningvoorraad. Om de regionale economie en vitaliteit, de omgevingskwaliteit en het welzijn van de inwoners te verbeteren, hebben de voormalige Hoeksche Waardse gemeenten en de provincie uitgesproken dat zij de samenwerking willen intensiveren in een integraal gebiedsprogramma. Het programma speelt in op de toekomst van de Hoeksche Waard. Hierbij staan vijf thema's centraal: duurzame landbouw, energie, bereikbaarheid, natuur en recreatie en demografische ontwikkelingen. Toetsing Het toevoegen van 40 tijdelijke woning in Numansdorp zal bijdragen aan het verlagen van de acute druk op de woningmarkt.
3.2.4 Conclusie provinciaal- en regionaal beleid De ontwikkeling van tijdelijke woningen voldoet aan het provinciaal en regionaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard (2019) In de Omgevingsvisie is ervoor gekozen een uitnodiging te doen aan de samenleving om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. ● De Omgevingsvisie richt zich op de gewenste koers van de gemeente. ● De Programmaplannen richten zich er op hoe daar te komen. ● Het Omgevingsplan geeft aan binnen welke regels dit gaat gebeuren. In de Omgevingsvisie is o.a. aangegeven dat er gestreefd wordt naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Inzet is dat er voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit aanwezig is. Partijen worden uitgenodigd om vooral zelf met concrete uitwerkingen te komen. Daarbij is het van belang om de Hoeksche Werken (opgaven) te noemen, waaraan het initiatief een bijdrage levert. Daarnaast moet worden gekeken naar het gebied waar het initiatief aan de orde is. Hier zijn de Hoeksche Waarden (kwaliteit) van belang, die met het initiatief behouden of versterkt worden. Hoeksche Werken Bij de Hoeksche Werken zijn er diverse maatschappelijke opgaven die de aandacht vragen de komende jaren.
De bijdrage van het plan tot het realiseren van de tijdelijke woningen draagt op de volgende manieren bij: ● Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig: De nieuwe woningen worden gasloos en zullen zo veel mogelijk eigen energie opwekken middels bijvoorbeeld zonnepanelen voor elektriciteit en zonnecollectoren voor warm water.
22/48
●
Vitale dorpen en actieve samenleving: Het projectgebied ligt bij het centrum van de bebouwde kern van Numansdorp. De intensivering van woonbebouwing nabij de kern van Numansdorp levert een positief effect op het gebruik van de voorzieningen in de woonkern.
Hoeksche Waarden Het projectgebied ligt in het gebied ‘Natuurlijk! Verbonden’, de te ontwikkelen waarde voor voorliggend project betreft het versterken van het contrast tussen grote open ruimten en groene randen en groene gebieden binnen de open ruimtes. Hierbij rekening houden met de lange zichtlijnen ‘van dijk tot dijk’. Met voorliggend project wordt een groenbuffer aangelegd tussen het landelijke gebied en de kern van Numansdorp. Daarnaast heeft het project raakvlak met ‘Dorpse Trots’ Een belangrijk uitgangspunt bij ‘Dorpse Trots’ is dat voor wat betreft de verdere ontwikkeling van de woonbebouwing in woonkernen, eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling binnen het dorp worden benut, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. De bouw van 40 tijdelijke woningen is niet mogelijk binnen de kern van Numansdorp. In het kader van de wens om het bouwplan in goed overleg met omwonenden te realiseren, zijn omwonenden vooraf geïnformeerd over het plan. (zie hiervoor de paragraaf participatie). Conclusie Het voorliggende plan sluit aan bij de uitgangspunten in de Omgevingsvisie Hoeksche Waard. 3.3.2 Programmaplan Duurzaamheid Het Programmaplan Duurzaamheid wat bestaat uit 4 thema's: Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit en Energie. Per thema zijn de ambities en doelstellingen bepaald.
Voor energie is nog steeds het uitgangspunt energieneutraal 2040. Dit is nogmaals bekrachtigd door de nieuwe gemeente Hoeksche Waard. Om hiertoe te komen is het "Uitvoeringsprogramma Hoeksche Waard richting energieneutraal" opgesteld, welke in de raad van december opnieuw is vastgesteld. Voor nieuwbouw blijft de ambitie om energieneutraal te bouwen, wat strenger is dan het bouwbesluit. Dit geldt dan ook voor tijdelijke bouw van 15 jaar. Tevens zijn er ook uitvoeringsprogramma's en een uitvoeringsagenda opgesteld voor klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit gekoppeld aan de ambities en doelstellingen zoals opgenomen in het Programmaplan Duurzaamheid. Toetsing Indit project wordt aangesloten n bij de ambities vanuit het Programmaplan Duurzaamheid. 3.3.3 Nota Ruimtelijke kwaliteit Hoeksche Waard In de Nota Ruimtelijke kwaliteit Hoeksche Waard zijn de samenhang in de eigenschappen van gebieden en objecten vertaald in objectieve beoordelingscriteria die de burger en de bouwplantoetser een houvast moeten bieden bij het opstellen en het beoordelen van bouwplannen. Het welstandsbeleid is erop gericht de historische kwaliteit te behouden en waar mogelijk te versterken. Voor dit gebied is het welstandsbeleid daarom uitgewerkt tot op een klein schaalniveau. Aandachtspunten voor welstandstoezicht zijn o.a.
cultuurhistorische herkenbaarheden, diversiteit in gevelwanden, positionering, massa en maatvoering, aandacht voor hoeksituaties, detaillering van gevel en dakvlak, materialen en kleuren en reclame-uitingen. Ook voor specifieke bouwwerken is het vaststellen van het welstandsniveau van belang. Planmatige woonwijken komen op kleine schaal voor bij vrijwel alle (grotere) dorpen. Voor deze uitbreidingen geldt in grote lijnen hetzelfde welstandsbeleid. Toetsing
23/48
Nadat de beoogde ontwikkeling is uitgewerkt, zal de welstandscommissie het bouwplan toetsen aan het beeldkwaliteitsplan. 3.3.4 Conclusie gemeentelijk beleid De beoogde ontwikkeling voldoet aan het gemeentelijk beleid.
3.4
Conclusie
Het beoogde plan past binnen de beleidskaders zoals omschreven in paragraaf 3.1 tot en met 3.3.
24/48
4. TOETSING AAN SECTORALE ASPECTEN 4.1
Verkeer en parkeren
4.1.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk project dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen ‘Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard’ en de verkeersgeneratie wordt berekend op basis van de kencijfers uit CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Op basis van de parkeernormen van gemeente Hoeksche Waard is de stedelijkheidsgraad vastgesteld als ‘weinig stedelijk’. De beoogde ontwikkeling ligt in ‘rest bebouwde kom’. 4.1.2 Ligging projectgebied Gemotoriseerd verkeer Het projectgebied is gelegen aan de Wethouder Van der Veldenweg. De Wethouder Van der Veldenweg is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en is uitsluitend voor autoverkeer en heeft geen voetof fietspaden.
Langzaam verkeer Aan de overzijde van de aansluiting van het plangebied op de Wethouder Van der Veldenweg sluit de weg aan op een woonwijk via de Maximiliaanstraat, een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u. Op de Maximiliaanstraat is een trottoir aanwezig aan de westzijde van de weg. Voor fietsers zijn geen aparte voorzieningen aanwezig, waardoor zij de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. Dit komt echter overeen met de ontwerprichtlijnen voor erftoegangswegen uit het ASVV 2021. De verkeersveiligheid van de fietsers wordt dan ook gewaarborgd door middel van de lage maximumsnelheid en de snelheidsremmende maatregelen in de inrichting van de weg. Vanaf de Maximiliaanstraat leidt de Generaal Stafsingel in westelijke richting naar een vrijliggend fietspad. Dit fietspad functioneert als de noord-zuidverbinding voor de fietsers in de wijk. Langs de wegen rondom het projectgebied zijn voetpaden aanwezig. De ontsluiting van het projectgebied voor langzaam verkeer kan als voldoende verkeersveilig worden beoordeeld. Hiervoor dient er bij de bestaande rotonde ter hoogte van de een veilige oversteekvoorziening voor fietsers en voetgangers te worden aangelegd om de aansluiting met de omgeving te maken. Openbaar vervoer Op circa 850 meter loopafstand van het projectgebied ligt langs de Wethouder Van der Veldenweg een bushalte.
Hier halteren de volgende buslijnen: - Buslijn 164 halteert elk halfuur tussen Numansdorp en Heinenoord; - Buslijn 317 halteert elk kwartier tussen Numansdorp en Rotterdam, Zuidplein; De ontsluiting van het projectgebied per openbaar vervoer kan daarmee als voldoende worden beoordeeld. 4.1.3 Beoogde ontwikkeling De projectontwikkeling omvat de realisatie van 40 tijdelijke woningen en bijbehorende voorzieningen. 4.1.4 Verkeersgeneratie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381. Op basis van de parkeernormen van gemeente Hoeksche Waard is de stedelijkheidsgraad vastgesteld als ‘weinig stedelijk’. De beoogde ontwikkeling heeft de
25/48
ligging ‘rest bebouwde kom’. Daarnaast wordt er, conform de gemeentelijke parkeernormen, uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte. De verkeersgeneratie is bepaald voor een gemiddelde weekdag en een gemiddelde werkdag. De CROW-kentallen gaan uit van weekdagintensiteiten. De gemiddelde werkdagintensiteit is bepaald door gebruik te maken van een omrekenfactor 1,11 welke CROW-381 noemt voor woonfuncties. Bestaande situatie In de bestaande situatie is op de locatie landbouwgrond aanwezig. Dit genereert geen verkeersomvang die van belang is. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 40 tijdelijke woningen. Op basis van het programma is de verkeersgeneratie bepaald voor op een gemiddelde weekdag en gemiddelde werkdag. Voor de tijdelijke woningen is geen specifiek kengetal bekend. We gaan er van uit het relatief een deel van de eigen inwoners een auto bezit en daarnaast een deel van de Oekraïners met de auto komt. Gezien het beperkte autobezit bij de doelgroep wordt daarom aangesloten bij de functie ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’. Tabel 4.1 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling
Functie
Functie CROW-381
Aantal
Kengetal
Verkeersgeneratie weekdag
Studio’s
werkdag
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
5
2,1 per woning 10,5
11,7
Tweekamerwoningen kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
30
2,1 per woning 63,0
69,9
Driekamerwoningen
5
2,1 per woning 10,5
11,7
Totaal
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
84
94
4.1.5 Verkeerstoedeling Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie tijdens het maatgevende uur van belang. Als vuistregel geldt dat de verkeersomvang tijdens het maatgevende uur circa 10% van de etmaalwaarde bedraagt. In dit geval gaat het in het drukste uur op werkdagen dan om (94 *10%) om 10 voertuigen. Deze geringe toename van verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegen en zal niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling. Het project wordt via de Wethouder Van der Veldenweg ontsloten. Op basis van de navigatietool van Google Maps en expert judgment is een inschatting gemaakt van de toedeling van het verkeer vanaf het projectgebied (zie onderstaande afbeelding).
26/48
Figuur 4.1 Verkeerstoedeling projectgebied
4.1.6 Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De Wethouder van der Veldenweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg- type II binnen de bebouwde kom. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt op basis van Duurzaam Veilig voor GOW-type II aangehouden dat een verkeersomvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal probleemloos kan worden afgewikkeld. De beoogde ontwikkeling zal zorgen voor een verkeerstoename van 94 mvt/etmaal. Deze verkeerstoename is dermate laag dat het gegenereerde verkeer probleemloos kan worden afgewikkeld op het omliggende wegennet, waar nog voldoende capaciteit is. Voor de beoordeling van de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat met de geringe toename van het verkeer na projectontwikkeling (10 motorvoertuigen in het drukste uur) dit geen effect heeft op de verkeersveiligheid. De verkeersveiligheid wordt dan ook niet negatief beïnvloed als gevolg van het project.
27/48
4.1.7 Parkeren De parkeerbehoefte is op basis van de gemeentelijke parkeernormen ‘Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard’ berekend. Net zoals met de berekening van de verkeersgeneratie wordt voor het berekenen van de parkeerbehoefte uitgegaan van de functie ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’. In het plan is enige overruimte opgenomen om eventuele extra parkeerdruk in te kunnen passen wanneer voor de gemengde en deels nieuwe doelgroep in de praktijk blijkt dat er meer autobezit is. Tabel 4.2 Parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling
Beoogde ontwikkeling Functie
Functie CROW-381
Aantal
Parkeernorm
Studio’s
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
5
0,7 per woning 3,5
Tweekamerwoningen kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
30
0,7 per woning 21,0
Driekamerwoningen
5
0,7 per woning 3,5
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
Totale normatieve parkeerbehoefte
Parkeerbehoefte
28
De totale normatieve parkeerbehoefte komt op 28 parkeerplaatsen. De volledige parkeerbehoefte dient binnen de projectgrenzen te worden voorzien. In het ontwerp is indien noodzakelijk rekening gehouden met ruimte om de parkeernorm uit te breiden naar 1 per woning, dit zal dan ten kosten gaan van wat groen. Daarnaast worden voldoende fietsparkeerplaatsen aangelegd nabij de verschillende woonblokken. 4.1.8 Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeersgeneratie van 94 mvt/werkdagetmaal. Dit verkeer kan goed en veilig over de omliggende wegen worden afgewikkeld. De beoogde ontwikkeling heeft een parkeerbehoefte van 28 parkeerplaatsen. De volledige parkeerbehoefte zal binnen het project worden opgevangen waardoor de ontwikkeling niet zal leiden tot parkeerproblemen. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkeling niet in de weg.
4.2
Wegverkeerslawaai
4.2.1 Toetsingskader Het plan voorziet in de realisatie van nieuwe woningen. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) aangewezen als geluidgevoelige objecten. Hiervoor dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden indien deze liggen binnen de geluidzone van wettelijk gezoneerde wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarnaast een beschouwing te worden gegeven op het akoestisch klimaat als gevolg van de niet gezoneerde 30 km/u wegen. 4.2.2 Onderzoek Voor de realisatie van 40 tijdelijke woningen (maximaal 15 jaar) aan de Wethouder van der Veldenweg in Numansdorp is akoestisch onderzoek uitgevoerd. De toekomstige woningen zijn gelegen in de wettelijke geluidzone van de Wethouder vander Veldenweg. De geluidbelasting vanwege deze weg is in het kader van de Wet geluidhinder berekend (het onderzoek is opgenomen in bijlage 1). 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd is dat vanwege het wegverkeer op de Wethouder van der Veldenweg aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB wordt voldaan. Voor wegverkeerslawaai zijn er in het kader van de Wet geluidhinder geen belemmeringen voor het realiseren van het plan. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
28/48
4.3
Ecologie
4.3.1 Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dieren plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: • alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; • het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en • de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.