CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Motivering etfal Kruisdijk 4b Strijen

Besluitvormende raad 27 januari 2026, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: RV Aanvraag omgevingsvergunning bij De Peerdegaerdt in Strijen19.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

55

5.21

Windhinder

Windhinder treedt vooral op rond hoge gebouwen zoals kantoren, woontorens of hotels. Wanneer het gemiddelde windklimaat te wensen overlaat (het waait te hard en te vaak) zullen mensen (recreatieve) plekken eerder mijden. Dit betekent dat de aantrekkingskracht van bijvoorbeeld winkelgebieden, pleinen en terrassen afhankelijk is van het gemiddelde windklimaat. Gemeenten kunnen de gevolgen van windhinder beperken door regels aan bouwwerken te stellen in het omgevingsplan (of wijziging of afwijking daarvan). Deze (stedenbouwkundige) oplossingen kunnen zijn: - Voldoende afstanden tussen (hoge) bebouwing; - Per locatie bekijken welke bouwhoogte toegestaan kan worden; - Rekening houden met de fysieke vorm van de gebouwen. Voor het beoordelen van het windklimaat is een norm opgesteld, namelijk NEN 8100. Deze norm werkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans (in percentage van het aantal uren per jaar). In de NEN-norm wordt aangegeven wanneer een windonderzoek nodig is: - Ingeval van gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek is nodig; - Bij beschut gelegen gebouwen met een hoogte van 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is; - Bij onbeschut gelegen gebouwen met een hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is.

Deze normering is echter niet wettelijk verplicht, maar een gemeente kan er wel voor kiezen om hiertoe regels op te nemen in het omgevingsplan (of wijziging of afwijking daarvan).

Toetsing initiatief

In de nabijheid van het projectgebied is geen hoge bebouwing gelegen en zal geen nieuwbouw plaatsvinden. Derhalve is het niet aannemelijk dat er windhinder zal plaatsvinden. Het aspect windhinder vormt geen belemmering voor de beoogde situatie.

5.22

Project-mer-beoordeling

Een milieueffectrapportage (mer) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een plan of project, en de effecten van alternatieven, op het milieu beschreven. Het doel van een mer is het milieubelang een volwaardige plaats geven in de besluitvorming. Het gaat dan om besluitvorming over plannen en programma’s en projecten die duidelijke milieueffecten kunnen hebben. Milieu is een breed begrip. Het gaat onder andere om water, bodem, lucht, afval, natuur, gezondheid en archeologisch erfgoed. Een project kan op twee manieren leiden tot een project-mer-plicht: 1. de generieke aanwijzing geldt voor plannen waarvoor direct een projectmer-plicht geldt 2. de project-mer-beoordeling geldt voor een project dat kaderstellend is Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen projecten die al dan niet in 56

bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen. Staat het project niet in bijlage V dan geldt geen project-mer-(beoordelings-)plicht. Staat het project wel in kolom 1, dan dient te worden gekeken of de ondergrenzen voor een (beoordelings-)plicht al dan niet worden overschreden.

Toetsing initiatief

De beoogde situatie komt niet voor in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit, daarom is er geen mer-(beoordelings)-plicht van toepassing. Het aspect project-mer-beoordeling vormt geen belemmeringen voor de beoogde situatie.

57

HOOFDSTUK

6 Beperkingengebieden

In een beperkingengebied gelden beperkingen voor activiteiten die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kunnen verstoren. Dit kan onder andere gaan om wegen, spoorwegen, luchthavens en waterstaatswerken. In de hoofdstukken 6 tot en met 10 van het Bal staan de voorschriften voor speciale gebieden in beheer bij het Rijk. Niet alleen het Rijk kan beperkingengebieden aanwijzen, dat geldt ook voor provincies en waterschappen. Om de functie van het werk of object te beschermen, gelden er beperkingen in een aangewezen gebied daaromheen. Het bevoegd gezag wijst dat gebied op kaart aan. De beperkingen gelden voor activiteiten in dit gebied (het beperkingengebied). De beperkingen kunnen een vergunningplicht inhouden of bestaan uit algemene regels.

Toetsing initiatief

In onderhavig projectgebied is geen sprake van een belemmeringengebied. De beoogde situatie voorziet niet in activiteiten die op grond van deze regels aan beoordeling door het bevoegd gezag onderhevig zijn. Derhalve vormt dit aspect geen belemmering.

58

HOOFDSTUK

7 Uitvoerbaarheid

7.1

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1

Financieel economische haalbaarheid Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een BOPA voor rekening komen van de initiatiefnemer.

7.1.2

Kostenverhaal Daar waar nodig zal op basis van artikel 13.18 het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow).

In deze paragraaf wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven.

Tevens worden voor het in behandeling nemen van en de procesbegeleiding kosten gerekend. Deze worden verrekend via de gemeentelijke leges. 7.1.3

Nadeelcompensatie De beoogde situatie wordt gerealiseerd door de particuliere initiatiefnemer en derhalve is een overeenkomst nadeelcompensatie dan van toepassing.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Participatie Agrarisch Landgoed de Peerdegaerdt vindt het belangrijk om een goede buur te zijn. Eén tot twee keer per jaar krijgen alle buren een kaartje met iets van de oogst. De buren worden ook op de hoogte gehouden van de bijzondere activiteiten van De Peerdegaerdt. Ten aanzien van deze procedure heeft Landgoed de Peerdegaerdt een brief bij iedere buur in de bus gedaan en vermeld dat Landgoed de Peerdegaerdt een vergunning heeft aangevraagd om de activiteiten juridisch te borgen. Zo zijn de buren ervan op de hoogte dat de vergunningsaanvraag wordt gepubliceerd. Mochten de buren vragen hebben, dan zijn ze altijd welkom op het agrarische landgoed. Omdat er geen nieuwe activiteiten worden voorgesteld, anders dan de activiteiten die in de huidige situatie worden geëxploiteerd, is het niet nodig om een uitgebreide presentatie te houden.

Deze onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt aan de gemeente Hoeksche Waard voorgelegd welk gedurende 8 weken de tijd heeft een besluit te nemen. Wanneer sprake is van benodigde afstemming met de Provincie zullen deze 8 weken verlengd worden tot 12 weken.

Op 12 februari 2025 heeft de initiatiefnemer een gesprek gevoerd met de buren over de plannen. Hierbij hebben de buren aangegeven dat zij graag een kleine aanpassing aan figuur 6 van de onderbouwing zouden zien zodat de moestuin niet verder zou uitbreiden. Dit is ook niet het plan van de initiatiefnemer waardoor de omlijning van de moestuin nu strakker om de moestuin is gelegen. 59

Verder hebben zij aangegeven geen bezwaren te hebben op de beoogde situatie. 7.2.2

Procedure Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het tijdelijke omgevingsplan van Hoeksche Waard dient de reguliere procedure, zoals beschreven in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb), te worden doorlopen. De aanvraag wordt ingediend via het DSO. De beslistermijn begint te lopen vanaf het moment van ontvangst van de aanvraag. Als het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aanhoudt, begint de termijn te lopen op de dag waarop de aanhouding eindigt. De beslistermijn is normaliter 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn 1 maal met maximaal 6 weken verlengen. Het bevoegd gezag maakt het besluit tot verlenging bekend aan de aanvrager binnen de beslistermijn (artikel 16.64, lid 1 en 2, Omgevingswet, en 4:14 Awb). Bij een besluit op aanvraag geeft het bevoegd gezag kennis van dat besluit tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking. Het geeft kennis in een zelf uitgegeven elektronische publicatie (gemeenteblad, provinciaal blad, et cetera) via DROP. In de kennisgeving (artikel 16.64, lid 3, en artikel 16.64a Omgevingswet) staat: • Een zakelijke weergave van de inhoud; • Dat geen omgevingsvergunning nodig is, als het bevoegd gezag vindt dat dit het geval is; • Dat het gaat om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als dit het geval is.

Een vergunning welke is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure, treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop het bevoegd gezag het besluit bekend heeft gemaakt.

7.2.3

Bezwaar/ Beroep Na het verlenen van de vergunning kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank tegen de verleende vergunning. Tot slot kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

60

HOOFDSTUK 8.1

8 Belangenafweging en conclusie

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?

De Peerdegaerdt wenst haar huidige activiteiten uit te blijven voeren en hiervoor een juridische basis te creëren. De activiteiten van De Peerdegaerdt zijn op een organische manier ontstaan en gegroeid tot activiteiten die passen bij de kern van De Peerdegaerdt. Landgoed de Peerdegaerdt betreft een totaalconcept. Het is geen regulier agrarisch bedrijf met “iets” (nevenactiviteit) erbij. Bij Landgoed de Peerdegaerdt is sprake van een overkoepelende visie die haar oorsprong vindt in de agrarische productie, waarbij de exploitatie afwijkend is ten opzichte van reguliere agrarische bedrijven. Niet de verkoop van producten staat centraal, maar de kennis ten aanzien van een andere manier van het uitvoeren van agrarische activiteiten in combinatie met voedselproductie, be- en verwerking door mensen met een zorgvraag. De volledige visie op landbouw gaat terug naar de basis. De essentie van agrarische activiteiten komt neer op het verbouwen van voedsel in relatie tot de omstandigheden waarin het voedsel wordt verbouwd. In dit geval worden "de omstandigheden waarin het voedsel wordt verbouwd", gerelateerd aan de natuurlijke eigenschappen van de omgeving en niet door het plegen van kunstmatige ingrepen, waardoor de omstandigheden "geoptimaliseerd" worden met als doel: efficiëntie.

Bij Landgoed de Peerdegaerdt leren mensen om te gaan met natuurlijke processen, gaan ze op zoek naar logische, natuurlijke (niet kunstmatige) oplossingen. Bij De Peerdegaerdt leer je samenwerken met elkaar en met landschappelijke/ natuurlijke omstandigheden. Je leert het voedsel ook te be- en verwerken, daar hoort ook proeven bij en verkoop van deze producten, als dan niet in workshopvorm. Men leert ook omgaan met teleurstellingen, want dat hoort er ook bij. Er is voor iedereen plek om deel te nemen aan de activiteiten. Dat is natuurlijk niet onuitputtelijk. Niet voor niets nemen kernwaarden als “rust” en “ruimte” een centraal punt in de visie van Landgoed de Peerdegaerdt. Mensen die deelnemen moeten zich ook veilig en comfortabel voelen en de begeleiding kunnen krijgen die zij nodig hebben. Of je nu een zorgvraag hebt, vrijwilliger bent, of wilt leren van de kennis van Landgoed de Peerdegaerdt, dan is er een mogelijkheid om deel te nemen (niemand wordt uitgesloten). Dat is een hele andere basis dan een "gangbare" landbouw zoals die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld. In die zin is de term zorgboerderij misschien wel een term die beter past bij de visie en de activiteiten die men bij agrarische Landgoed de Peerdegaerdt wil uitvoeren. Landgoed de Peerdegaerdt is geen gangbaar agrarisch bedrijf met nevenactiviteiten.

Het is een combinatie van activiteiten in een totaalconcept. Samenvattend worden naast de basis van Landgoed de Peerdegaerdt, de volgende agrarische activiteiten uitgevoerd: 61

-

Zorg(activiteiten); Educatie en informatie op het gebied van telen van gewassen in een moestuin; Educatie en informatie op het gebied van permacultuur; Rondleidingen voor groepen mensen en teambuilding; Workshop varkens knuffelen; Het ver- en bewerken van ter plaatse voortgebrachte producten en de verkoop daarvan; Energieopwekking; Paardencoaching; Vrijwilligersdagen zoals NLdoet en de Natuurwerkdag.

In het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ zoals geconsolideerd op 23 april 2013 van de (voormalige) gemeente Strijen, zijn een aantal ontheffingsregels opgenomen voor het gebruik van de gronden bestemd voor ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’.

3.5 Ontheffing van de gebruiksregels 3.5.1 Ten behoeve van nevenfuncties Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van een of meer van de nevenfuncties die in tabel 3.2 zijn aangegeven, met inachtneming van de tabel en het volgende: a. de activiteiten dienen binnen het bouwvlak plaats te vinden;

Een aantal activiteiten wordt binnen het bouwvlak uitgevoerd, maar in principe wordt het hele agrarische landgoed gebruikt (fruitboomgaard, moestuinen, weilanden, dierenverblijven en bedrijfswoning. Voor een aantal nevenactiviteiten is in het bestemmingsplan opgenomen dat daarvoor het hele agrarische gebied in gebruik kan worden genomen. Aangezien een aantal activiteiten niet binnen het bouwvlak plaatsvinden, wordt aan deze voorwaarde niet voldaan, waardoor een buitenplanse procedure noodzakelijk is.

b. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat de nevenfuncties 'survivalactiviteiten, excursiebedrijf' en 'sociale functie (zorgboerderij, kinderopvang, resocialisatie)' ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan;

In dit geval is sprake van een sociale functie, waarvoor een uitzondering geldt. De workshops en educatiemogelijkheden op het gebied van permacultuur en moestuinen vinden eveneens plaats buiten het bouwvlak en zouden onder “excursiebedrijf” kunnen vallen. Aan deze voorwaarde wordt voldaan.

c. de nevenfuncties dienen, zowel afzonderlijk als tezamen, een ondergeschikt bestanddeel van de totale bedrijfsvoering uit te maken en mogen in geen geval een grotere oppervlakte beslaan dan in tabel 3.2 is aangegeven;

De bebouwing die gebruikt wordt voor de nevenactiviteiten is ondergeschikt aan het bestanddeel van de totale bedrijfsvoering. Aan deze voorwaarde wordt voldaan.

d. bij een combinatie van nevenfuncties is ten hoogste 500 m² aan bebouwing ten behoeve van de activiteiten toegestaan; 62

De dierenverblijven hebben een gezamenlijke oppervlakte van 578 m². Het woonhuis (dat gedeeltelijk gebruikt wordt voor be- en verwerking van agrarische producten en bijeenkomstruimte) heeft een oppervlakte van 307 m². De multifunctionele ruimtes hebben een oppervlakte van 133 m². Bij cumulatie van nevenactiviteiten mag maximaal 500 m² aan gebouwen gebruikt worden voor nevenactiviteiten. Wanneer de dierenverblijven en de woning hier niet worden meegeteld wordt voldaan aan deze voorwaarde. Wanneer de woning er in zijn geheel ook wordt bijgeteld, dan is die ruimte 440 m² en wordt nog steeds voldaan. Wanneer de dierenverblijven, met uitzondering van de paardenstal (313 m²) worden opgeteld bij de multifunctionele ruimtes, dan wordt nog steeds voldaan aan deze voorwaarde (oppervlakte is dan 398 m²). Zelfs als dan nog eens 100 m² van de woning wordt meegeteld aan deze nevenactiviteiten wordt voldaan aan de maximale oppervlakte. Aan deze voorwaarde wordt dan ook voldaan.

e. nevenfuncties dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn;

In hoofdstuk 5 is er getoetst aan de omgevingsaspecten waaruit blijkt dat de beoogde situatie geen onevenredige effecten heeft op de omgeving en daarom aanvaardbaar geacht kan worden. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

f. bestaande landschappelijke, cultuurhistorische- en natuurwaarden in de directe omgeving dienen niet onevenredig te worden aangetast;

Er vinden geen ingrepen plaats in het landschap, anders dan de huidige ingrepen, al dan niet in combinatie met natuur en landschapsinvesteringen, wat bijdraagt aan versterking van deze waarden. Er wordt derhalve voldaan aan deze voorwaarde.

g. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van nevenfuncties dient in verhouding te staan tot de capaciteit van de betrokken wegen;

Uit paragraaf 5.14 blijkt dat de toename van de verkeersbewegingen geen onevenredige gevolgen heeft voor de capaciteit van de bestaande wegen. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

h. bij het inpassen van een niet-agrarische nevenfunctie dient, voor zover relevant, zorg te worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;

Binnen het projectgebied zijn reeds vele groenelementen aanwezig. Daarnaast wordt er geen nieuwe bebouwing toegevoegd. Het is dan ook niet noodzakelijk de locatie verder landschappelijk in te passen. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

i.

parkeren dient binnen het bouwvlak plaats te vinden;

De huidige locatie van de parkeerplaats ligt niet binnen het bouwvlak, maar tussen het agrarisch bouwvlak en de woonbestemming, die eveneens bij het agrarische landgoed behoort. De reden dat deze hier ligt is vanwege de rust en ruimte die noodzakelijk is op het bouwvlak. De parkeerplaats is wel landschappelijk ingepast, maar aan deze voorwaarde wordt niet voldaan.

63

j.

door het verlenen van de ontheffing mogen de omliggende agrarische bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden beperkt;

In paragraaf 5.11 is getoetst aan de milieubelastende activiteiten van omliggende bedrijven en van het bedrijf op de omgeving. Hieruit is gebleken dat omliggende bedrijven geen belemmering zullen ervaren. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

k. kleinschalig kamperen is alleen toegestaan in de periode 15 maart tot en met 31 oktober;

Deze activiteit zal niet plaatsvinden op deze locatie. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

l.

een verzoek om ontheffing ten behoeve van de nevenfunctie 'windenergie/windturbines' wordt ter toetsing voorgelegd aan een landschaps- en natuurdeskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder g wordt voldaan; Deze activiteit zal niet plaatsvinden op deze locatie. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

m. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage. Deze activiteiten zullen niet plaatsvinden op deze locatie. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

8.2

Conclusie

Op basis van het voorgaande wordt door de initiatiefnemer dan ook geconcludeerd dat de beoogde situatie vanuit het oogpunt van een goede fysieke leefomgeving aanvaardbaar en haalbaar is. Derhalve is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16312362/1