Bijlage 3 Doelennotitie Werken aan beschermd thuis ZHE 4184479
Tekst van het document
Dit zorgt er bij BW voor dat we geld overhouden terwijl we een flinke wachtlijst hebben (15-20% van de totale groep inwoners met een indicatie). Dat is politiek gezien moeilijk uit te leggen. Noodgedwongen worden er steeds meer inwoners op offertebasis of bij bovenregionale voorzieningen geplaatst bij niet-gecontracteerde aanbieders, om hen toch passende zorg te kunnen bieden. • Als gemeenten kunnen we door de mismatch in het aanbod van MO en het tekort aan passende BW plekken steeds vaker niet aan onze wettelijke plicht voldoen. Er is een toenemend politiekbestuurlijk afbreukrisico door complexe casuïstiek die escaleert. • De huidige centrale MO-voorzieningen zijn verouderd: Herstart biedt een vorm van opvang die voor inwoners met hoogcomplexe problematiek niet geschikt is en voor dakloze inwoners met minder problemen te zwaar is. De huidige gezinsopvang is zowel qua concept als qua fysieke plek niet meer van deze tijd en heeft een negatieve invloed op de gezinnen die er verblijven. De jongerenopvang krijgt steeds meer het karakter van een begeleide woonvorm i.p.v. een opvangvoorziening, de lange wachtlijsten zijn een oorzaak en gevolg daarvan. • Scheiden van wonen en zorg komt niet goed van de grond. Ondanks inkoop van Geclusterd wonen wordt dit nog nauwelijks aangeboden.
Ook wanneer inwoners in ‘gewone’ huizen in de wijk wonen, worden de plekken vaak nog bekostigd als intramuraal. We hebben hier de woningcorporaties ook bij nodig. • Ondanks het contracteren van 11 aanbieders, zijn de verhoudingen tussen de aanbieders niet gelijkwaardig. Eén aanbieder bedient ruim 50% van de inwoners in zorg. Meer sturing op het speelveld en de verhoudingen is wenselijk.
26
Huidige financiële situatie • De financiële positie van de centrumgemeente is solide: er is voldoende reserve (ook na de vrijval) om risico’s op te vangen en er is voldoende budget om alle uitgaven te dekken. • We zien een toenemend tekort op het budget van de maatschappelijke opvang, dit wordt gedekt uit het structurele overschot op het budget voor beschermd wonen. De wens is om het structurele tekort op de maatschappelijke opvang om te buigen, door het hervormen van de voorzieningen passend bij de regionale visie. • De huidige hoge uitgaven aan MO in combinatie met de lokale uitkeringen voor nazorg en preventie zorgen ervoor dat we veel minder geld overhouden op het budget BW dan voorgaande jaren. • Er is voor de toekomst enige onzekerheid op het budget BW door een eventuele doordecentralisatie van het budget, die tot nu toe steeds is uitgesteld (inmiddels tot minimaal 11-2026). Na invoering zal het lokale budget van de gemeenten over een periode van 10 jaar geleidelijk toenemen (ingroeipad), waarbij in de eerste jaren de inkomsten naar verwachting onvoldoende zijn voor gemeenten om de taken volledig zelf uit te voeren. • Op het budget voor MO zijn minder onzekerheden; dit blijft de bevoegdheid van de centrumgemeente en er zijn geen grote budgettaire aanpassingen verwacht.
Wel zien we dat het beschikbare budget de laatste jaren steeds meer tekortschiet om de structurele uitgaven te dekken. Deze tekorten worden nu vanuit het budget beschermd wonen gedekt. Op het moment dat de gelden door de doordecentralisatie beschermd wonen lokaal verdeeld worden, betekent dit wel een risico voor de maatschappelijke opvang. Hervorming van de MO is dus noodzakelijk. Conclusie Op basis van bovenstaande analyse is de conclusie dat verder doorontwikkelen noodzakelijk is, zowel voor de regionale samenwerking als voor het zorglandschap. De samenwerking, het beleid en de uitvoeringsorganisatie moeten stevig staan en toekomstbestendig zijn om de vele uitdagingen het hoofd te kunnen bieden en onze meest kwetsbare inwoners adequaat te ondersteunen op weg naar maatschappelijk herstel.
27