CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Doelennotitie Werken aan beschermd thuis ZHE 4184479

Besluitvormende raad 9 december 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Kadernota Beschermd Thuis ZHE 20268.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samenwerken aan een Beschermd Thuis op de Zuid-Hollandse Eilanden

datum 2 juli 2024 versie VERSIE 1.0 Auteur(s)

Regionale projectgroep Beschermd Thuis ZHE

Doelennotitie en aanpak

Gemeente Goeree-Overflakkee Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Nissewaard Gemeente Voorne aan Zee

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding en samenvatting ............................................................................................................... 3 1.1. Inleiding ...................................................................................................................................... 3 1.2. Samenvatting.............................................................................................................................. 3 1.2.1. Aanleiding .............................................................................................................................. 3 1.2.2. Visie en centrale ambitie ....................................................................................................... 4 1.2.3. Doelstellingen ........................................................................................................................ 4 1.2.4. Randvoorwaarden.................................................................................................................. 6 1.2.5. Inhoudelijke uitgangspunten bij de inrichting van het zorglandschap .................................. 6 1.2.6. Plan van aanpak 2024 -2025 .................................................................................................. 7 2. Visie, ambitie, doelstellingen en uitgangspunten 2026-2036 ......................................................... 8 2.1.

Gemeenschappelijke visie: sociale inclusie als uitgangspunt .................................................... 8 2.2. Ambitie ....................................................................................................................................... 8 2.3. Doelstellingen ............................................................................................................................. 8 2.3.1. Kwalitatief en kwantitatief voldoende aanbod voor onze kwetsbare inwoners ................... 9 2.3.2. Helder toegangsproces en effectieve zorgketen ................................................................... 9 2.3.3. Verregaande regionale samenwerking ................................................................................ 10 2.3.4. Toekomstbestendige regionale organisatie......................................................................... 12 2.3.5. Randvoorwaarden voor het realiseren van de doelstellingen ............................................. 13 2.4. Inhoudelijke uitgangspunten bij de inrichting ......................................................................... 14 3. Plan van aanpak 2024-2025 .......................................................................................................... 16 3.1.

Actielijnen en resultaten opgave.............................................................................................. 16 3.2. Globale planning opgave .......................................................................................................... 17 3.3. Begroting opgave ..................................................................................................................... 19 4. Begrippenlijst................................................................................................................................. 20 Bijlage 1: Landelijke en regionale ontwikkelingen vanaf 2015 ............................................................. 23 Bijlage 2: Terugblik en evaluatie 2020-2024 ......................................................................................... 25

2

1. Inleiding en samenvatting 1.1. Inleiding In de zomer van 2023 is het project ‘Vernieuwd beschermd wonen en opvang’ gestart. Het doel is om tot een toekomstbestendige vormgeving van de regionale samenwerking (governance) te komen, het huidige zorglandschap te vernieuwen, de lokale en centrale toegang te herzien, de instroom te beperken (m.n. in de opvang) en de door- en uitstroom te verbeteren. De huidige intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst loopt af op 31 december 2024, de gemeenten willen deze verlengen met één jaar, tot en met 31 december 2025. Dit met het oog op de koppeling met de inkoopovereenkomsten die ook op 31 december 2025 eindigen. Gemeenten hebben een plicht om binnen de regio samen te werken op basis van de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). De NvO is opgesteld om te zorgen dat tijdens de doordecentralisatie van beschermd wonen er in de regio samengewerkt blijft worden. De financiële doordecentralisatie is in elk geval uitgesteld tot 2026. Voor maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang is geen zicht op de doordecentralisatie. Gemeente Nissewaard kan formeel alle besluiten eenzijdig nemen, maar in de overtuiging dat de gemeenten elkaar sterker maken en alleen samen onze ambities kunnen realiseren, wordt maximaal ingezet op gedragen besluitvorming als opmaat naar de toekomst.

In de Stuurgroep OGGZ+ van 15 februari 2024 is de wens uitgesproken om gezamenlijk te bepalen waarom, met welke doelen, hoe en voor hoe lang de samenwerking vanaf 2026 wordt gecontinueerd, en hoe de samenwerking tot eind 2025 wordt vormgegeven. Hiertoe heeft een bestuurlijke bijeenkomst plaatsgevonden op 19 april, waarin verschillende mogelijke koersen zijn besproken voor de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De betrokken bestuurders hebben daar een voorkeur uitgesproken voor een samenhangende transformatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang door een stevige regionale samenwerking voor de periode 2026-2036, met aandacht voor een zorgvuldig proces. Deze notitie bevat de ambities, doelstellingen en uitgangspunten van deze transformatie en regionale samenwerking zodat deze kunnen worden vastgesteld door de colleges van de vier samenwerkende gemeenten. Daarnaast bevat de notitie de hoofdlijnen van de aanpak voor de periode 2024-2026. Door het vaststellen van dit document geven de gemeenten aan elkaar de opdracht en randvoorwaarden mee voor de huidige en toekomstige regionale samenwerking op de Zuid-Hollandse Eilanden ten behoeve van het realiseren van een beschermd thuis voor de kwetsbare inwoners. 1.2. Samenvatting 1.2.1.

Aanleiding Op de Zuid-Hollandse Eilanden wordt sinds de decentralisatie van beschermd wonen in 2015 met succes samengewerkt op het gebied van beschermd wonen en opvang. In april 2024 is bestuurlijk uitgesproken dat alle gemeenten de noodzaak en de wens voelen om ook in de toekomst regionaal te blijven samenwerken. Daarbij spelen de volgende overwegingen een rol: • De omvang van de doelgroep voor beide type voorzieningen is per gemeente relatief gering en de zorgbehoefte vaak specialistisch. Door als gemeenten de krachten te bundelen is het mogelijk om een breed zorglandschap in te richten waarmee zij inwoners met diverse problematiek passende zorg en/of ondersteuning kunnen bieden. Als individuele gemeente is het niet mogelijk om zo’n breed palet aan te bieden; 3

• • •

Een stevige regionale samenwerking vermindert de personele kwetsbaarheid van elke gemeente afzonderlijk en zorgt voor voldoende organisatiekracht; Gezamenlijke inkopen maakt het voor aanbieders aantrekkelijker om in te schrijven, omdat zij binnen een brede regio hun zorg kunnen aanbieden. Dit biedt cliënten een bredere keuze van zorgaanbieders; Vanuit de landelijk vastgestelde Norm van Opdrachtgeverschap is het belangrijk om een stevige regionale samenwerking te behouden. De Norm schrijft voor dat alle gemeenten, ook als een eventuele (financiële) doordecentralisatie een feit is, in regionaal verband moeten blijven samenwerken.

In de notitie ‘Samenwerken aan een beschermd thuis op de ZHE’ zijn de ambitie, doelen en uitgangspunten van de transformatie en de regionale samenwerking gericht op een Beschermd Thuis op de ZHE opgenomen, evenals de aanpak om tot het gewenste nieuwe startpunt op 1-1-2026 te komen. Visie en centrale ambitie De onderliggende visie van de gemeenten om de samenwerking en inhoud vorm te geven is sociale inclusie. De centrale ambitie is een samenhangende transformatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang door een stevige regionale samenwerking voor 2026-2036. Doelstellingen De ambitie wordt gerealiseerd door te werken aan vier doelstellingen: 1. Kwalitatief en kwantitatief voldoende aanbod voor onze kwetsbare inwoners Het uitgangspunt van deze samenwerking is een gedeelde verantwoordelijkheid voor inwoners met regieverlies en zonder stabiele woonsituatie. De gemeenten organiseren gezamenlijk een passend zorgaanbod en maken onderling met elkaar afspraken over de bekostiging daarvan. De samenwerkende gemeenten organiseren de inkoop en de toegang op zo’n manier dat zo goed mogelijk kan worden ingespeeld op de individuele situatie van de inwoner.

De gemeenten willen in elk geval aanbod realiseren voor de volgende specifieke doelgroepen, waar het huidige aanbod voor tekortschiet: • Jongvolwassenen van 18-27 jaar, passend bij hun behoefte en levensfase • Inwoners met samenloop van problematiek: lvb, ggz en soms verslaving • Inwoners met een actieve verslaving waarbij succesvolle behandeling (nog) niet mogelijk is • Inwoners met een succesvol detox-traject achter de rug en groot risico op terugval 2. Helder toegangsproces en effectieve zorgketen De vier gemeenten stellen de inwoner centraal, o.a. door in te zetten op: • Cliëntvolgend werken als uitgangspunt (met een verordening en beleidsregels die dit ondersteunen); • Regionaal versterken van regie op stagnerende en de meest complexe casuïstiek; • Data en informatie uit de toegang structureel benutten om verbeteringen aan te brengen in het zorgaanbod; • De inwoner die ondersteuning nodig heeft, wordt actief betrokken bij het toegangsproces; • Bijdragen aan het verbeteren van de beeldvorming over de doelgroep en de-stigmatisering; • Inzetten van ervaringsdeskundigheid, bijvoorbeeld bij wachtlijsten/ overbrugging.

4

Daarnaast is het doel een regionale uniforme werkwijze, o.a. door in te zetten op: • Beter/structureel benutten van de regionaal aanwezige kennis en expertise ten behoeve van inwoners; • Inzet op routebekendheid bij alle betrokken partijen; • Inzet van lokale en regionale deskundigheidsbevordering voor en door professionals betrokken bij de toegang; • Structureel investeren in samenwerking tussen de gemeentelijke toegangen 3. Verregaande regionale samenwerking De vier gemeenten verstevigen de regionale samenwerking voor een Beschermd Thuis aan de hand van drie pijlers: • Gedeelde beslissingsbevoegdheid van de vier gemeenten door gezamenlijke ambtelijke voorbereiding, regionale bestuurlijke afstemming en uniforme lokale besluitvorming. • Gedeelde verantwoordelijkheid en regie (op inhoud en proces) a. Regionaal beleidskader waarin de lokale en regionale reikwijdte van het zorglandschap inhoudelijk worden afgebakend én verbonden; b. Samenwerkingsafspraken waarin de lokale en regionale verantwoordelijkheden en financiële middelen in samenhang worden vastgelegd; c. Gedeelde verantwoordelijkheid voor soepele overgang van lokale naar regionale zorg en vice versa. • Langjarige samenwerkingsperiode van 10 jaar (6+4 jaar).

Dit biedt zorgaanbieders voldoende perspectief op continuïteit van financiering en daarmee voldoende ruimte voor duurzame investeringen in locaties, personeel en zorginnovaties. Dit biedt voor onze inwoners de meeste garantie op duurzame beschikbaarheid van passende ondersteuning, zodat de gemeenten aan hun wettelijke taak kunnen blijven voldoen tegen aanvaardbare kosten. 4. Toekomstbestendige regionale organisatie De regionale taken worden nu uitgevoerd vanuit een tijdelijke organisatiestructuur. De resultaten hiervan zijn positief. Het doel is de huidige kwaliteit van de uitvoering behouden en waar nodig verder verbeteren. We werken toe naar een dienstverleningsovereenkomst tussen de vier samenwerkende gemeenten als opdrachtgever en gemeente Nissewaard als opdrachtnemer (uitvoeringsorganisatie). Nissewaard kiest op basis van de opdracht en de afgesproken eisen een passende organisatievorm.

Op voorhand zijn daarbij op regionaal niveau de volgende criteria geformuleerd waar deze organisatievorm aan moet voldoen: • Voldoende robuust voor het uitvoeren van een langjarige opdracht vanuit de samenwerkingsovereenkomst; • Gericht op de opdrachtgevende gemeenten, de samenwerkingspartners en de inwoners van de regio; • Inzicht kunnen bieden in de regionale inkomsten en uitgaven; • In staat tot regionale monitoring op diverse niveaus; • Duidelijke escalatielijn voor de uitvoering van de ZHE-gemeenten.

5

1.2.2. Randvoorwaarden De volgende noodzakelijke voorwaarden zijn benoemd om de bovenstaande vier doelstellingen te kunnen realiseren: A. Partnerschap met aanbieders Werken aan een solide basis om samen te werken door versterken relatiemanagement, op halen bij aanbieders wat bij hun bedrijfsvoering past in het aanbestedingstraject en contracten af te sluiten voor 6+4 jaar. B. Flexibiliteit in contracten De gemeenten bouwen flexibiliteit in de inkoopovereenkomsten in, die hen in staat stelt om rekening te houden met toekomstige wijzigingen in wetgeving en/of financiering en op- en af te kunnen schalen. C. Informatiegestuurd werken Dit betekent dat de gemeenten op basis van zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie aanpassingen kunnen doen aan het beleid, de processen en en/of het aanbod (zowel voor preventieen nazorgactiviteiten als maatwerkvoorzieningen). Hierbij gaat het ook om inwonersbetrokkenheid vanuit o.a. RABWO en cliëntenraden. 1.2.3. Inhoudelijke uitgangspunten bij de inrichting van het zorglandschap Om vanuit de toekomstbestendige regionale samenwerking te komen tot een passend zorglandschap zijn de volgende inhoudelijke uitgangspunten geformuleerd: A. Lokale preventie en nazorg van beschermd wonen en opvang Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor een goede lokale preventie van instroom in regionale beschermde woonvormen en opvangvoorzieningen.

De gemeenten maken zich sterk voor een structurele lokale infrastructuur die aansluit op de lokale behoefte. Gekoppeld hieraan stemmen de gemeenten af met de andere gemeenten in de regio en maken afspraken over lokale en/of regionale financiering en organisatie. B. Financieel scheiden van wonen en zorg, tenzij… De ondersteuning wordt in principe geboden in een (semi-)zelfstandige woonsituatie, bij voorkeur in een woonwijk en dus niet intramuraal (binnen instellingsmuren). De verblijfscomponent vergoeden is alleen aan de orde als de inwoner door zijn problematiek specifiek behoefte heeft aan een nietzelfstandige woonvorm binnen een instellingscontext. C. Wonen eerst Regionale opvang voor inwoners die geen onderdak hebben is laagdrempelig en kortdurend, en wordt zo snel mogelijk gevolgd door een vorm van wonen - begeleid, beschermd of zelfstandig. Voldoende betaalbare woonruimte en een woonzorgcontract zijn nodig om een beschermd thuis te kunnen bieden, zowel preventief (om regionale opvang te voorkomen) als bij nazorg (weer een eigen woonruimte na uitstroom uit een regionale voorziening).

6

D. Passende zorg voor de meest kwetsbare inwoners met zeer complexe problematiek, ongeacht financieringsbron Uitgangspunt is het bieden van effectieve en persoonsgerichte maatwerkvoorzieningen. Daarbij willen de gemeenten belemmeringen zoals financieringsgrondslag of herkomstgemeente oplossen in samenwerking met zorgverzekeraar en zorgkantoor. Bij complexe casuïstiek wordt regievoering versterkt om een integrale en samenhangende aanpak te realiseren. 1.2.4. Plan van aanpak 2024 -2025 De opgave voor 2024-2025 is om tot het gewenste nieuwe startpunt op 1-1-2026 te komen. Daarvoor is een aanpak gekozen waarbij wordt gewerkt in vijf samenhangende actielijnen: 1. Dekkend zorglandschap 2. Inkoopprocedure 3. Zorgketen en toegangsproces 4. Inrichting governance 5. Inrichting organisatie Er is tijdelijke regionale capaciteit benodigd om de opgave te realiseren, het gaat om 3,10 fte in 2024 en 4,33 fte in 2025 (waarvan een deel niet het hele jaar nodig is). Dit brengt incidentele kosten met zich mee. In 2024 gaat het om € 471.259 en in 2025 gaat het om € 635.810. De kosten voor 2024 vallen daarmee lager uit dan eerder begroot en besloten, de kosten voor 2025 hoger.

7

2. Visie, ambitie, doelstellingen en uitgangspunten 2026-2036 2.1. Gemeenschappelijke visie: sociale inclusie als uitgangspunt Sociale inclusie is het uitgangspunt van de gemeenten om de samenwerking en inhoud vorm te geven. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning ook voor deze kwetsbare inwoners zoveel mogelijk in reguliere woningen en wijken in de eigen sociale omgeving van mensen plaatsvindt en gericht is op herstel en zelfredzaamheid. Het proces van herstel is een persoonlijk proces waarbij iedereen zijn eigen route kiest en daarbij ondersteund wordt. Het is de kunst om als hulpverlening hierop aan te sluiten. Waarbij het doel is om ter plekke te zijn wanneer dat nodig is en te zorgen dat verantwoord afgeschaald kan worden zodra dit kan. Wanneer er geen thuis is, wordt ingezet op het creëren van een thuis. Sociale inclusie is een onmisbaar element voor een inclusieve en veilige samenleving. De gemeenten op de Zuid Hollandse Eilanden stellen zich hiermee voor de opgave om beschermd wonen en maatschappelijke opvang toekomstbestendig te organiseren en inhoudelijk door te ontwikkelen in de komende jaren. Hiervoor zorgen de gemeenten dat ze de komende periode goede samenwerkingsafspraken opstellen hoe ze deze verantwoordelijkheid met elkaar oppakken. Bij het opstellen van het nu voorliggende plan zijn de gemeenten zich bewust dat deze transformatie een lange adem vraagt.

Kwetsbare mensen net als ieder ander een plek geven midden in de samenleving vraagt om een cultuuromslag, waar wellicht wel 15 jaar voor nodig is. 2.2. Ambitie De ambitie is om op zowel beschermd wonen als maatschappelijke opvang te blijven samenwerken voor minimaal de komende zes jaar en het zorglandschap te gaan door ontwikkelen:

‘Een samenhangende transformatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang door een stevige regionale samenwerking voor 2026-2036' De belangrijkste randvoorwaarde is dat dit haalbaar is middels een zorgvuldig proces. In deze notitie is een globaal tijdpad opgenomen met de belangrijkste tussenresultaten. Deze planning is ambtelijk getoetst op haalbaarheid en zorgvuldigheid. 2.3. Doelstellingen Deze ambitie wordt ondersteund door in te zetten op vier doelen: 1. Kwalitatief en kwantitatief voldoende aanbod voor onze kwetsbare inwoners (2.3); 2. Laagdrempelige en eenduidige route naar ondersteuning (2.4); 3. Verregaande regionale samenwerking (2.5); 4. Toekomstbestendige regionale organisatie (2.6). In de volgende paragrafen worden deze doelen toegelicht.

8

2.3.1. Kwalitatief en kwantitatief voldoende aanbod voor onze kwetsbare inwoners Het doel is het organiseren van passende ondersteuning waarbij de inwoner centraal staat. Dat betekent dat de inzet gericht is op wat passend is voor de individuele situatie van de inwoner. Dit willen we niet alleen tot uiting brengen in de inkoopovereenkomsten en toegangsprocedure, maar ook in het afbakenen van de regionale en lokale verantwoordelijkheden. Nu is de primaire scheidslijn tussen regionale en lokale verantwoordelijkheid de vraag of er bij een inwoner wel of geen behoefte is aan 24/7 onplanbare zorg of toezicht. Vanaf 2026 willen de vier gemeenten hun gedeelde verantwoordelijkheid centraal stellen voor inwoners van de regio die: • De regie op hun eigen leven grotendeels kwijt zijn of nauwelijks hebben gekend. • Geen stabiele woonsituatie hebben en deze niet zelfstandig of met hun eigen sociale netwerk kunnen organiseren. Deze doelgroep is zeer divers. Vaak is er sprake van psychische/psychiatrische aandoeningen, cognitieve beperkingen en/of middelengebruik. Er spelen bijna altijd problemen op andere leefgebieden zoals armoede, schulden, beperkte arbeidsparticipatie en (dreigende) dak- en thuisloosheid. Al deze factoren samen verstoren de balans tussen draaglast en draagkracht en ontnemen de mogelijkheden voor maatschappelijke participatie.

De vier gemeenten dragen gezamenlijk zorg voor het realiseren van een passend zorgaanbod, waarbij een deel van de voorzieningen en interventies regionaal en een deel lokaal bekostigd zal worden en er ook gecombineerde regionale en lokale financiering van zorgvoorzieningen mogelijk is. Zo vallen inwoners niet tussen wal en schip. Over de verantwoordelijkheidsverdeling in o.a. financiering zullen in de samenwerkingsovereenkomst afspraken worden gemaakt, waarbij ook het landelijke beleid in ogenschouw genomen wordt. Specifieke doelgroepen waar de gemeenten in elk geval een passend aanbod voor willen realiseren, zijn: a) Jongvolwassenen van 18-27 jaar die niet meer thuis, maar ook nog niet zelfstandig kunnen wonen, door problemen op meerdere leefgebieden. Deze groep heeft specifiek ondersteuning nodig bij het leren zorgen voor zichzelf en het zelfstandig voeren van een huishouding; b) Inwoners met een combinatie van een licht verstandelijke beperking, ggz problematiek en soms bijkomende verslavingsproblematiek; c) Inwoners met een actieve verslaving waarbij succesvolle behandeling (nog) niet mogelijk is; d) Inwoners met een succesvol detoxtraject achter de rug waar nog een groot risico is op terugval.

2.3.2. Helder toegangsproces en effectieve zorgketen Doelstelling is een helder en effectief proces voor inwoners vanaf het moment van eerste melding tot het einde van de nazorgfase: laagdrempelig, gericht op het beperken van instroom en bevorderen van doorstroming en met aandacht voor preventie en nazorg. Uitgangspunten voor het vormgeven van de toekomstige toegang zijn: • Regionale uniforme werkwijze vanuit het gelijkheidsbeginsel voor inwoners; • Beter/structureel benutten van de regionaal aanwezige kennis en expertise ten behoeve van inwoners; • Inzet op routebekendheid bij alle betrokken partijen; • ‘Cliëntvolgend werken’ als uitgangspunt vanuit professionele regievoering; 9

• • • • •

•

• •

•

Continue inzet op een zo kort mogelijke wachttijd voor inwoners van het moment van eerste melding tot aan het starten van de ondersteuning; Verordening en beleidsregels die ‘cliëntvolgend werken’ ondersteunen; Inzet van lokale en regionale deskundigheidsbevordering voor en door professionals betrokken bij de toegang; De inwoner die tijdelijk ondersteuning nodig heeft, wordt actief betrokken bij het toegangsproces; Structureel investeren in samenwerking tussen de gemeentelijke toegangen door evalueren en bijsturen waar mogelijk binnen de juridische kaders; Het toegangsproces wordt blijvend verder ontwikkeld op basis van o.a. best practices, pilots en evaluaties om een effectieve zorgketen te creëren. Data en informatie uit de toegang structureel benutten om verbeteringen aan te brengen in het zorgaanbod; Bijdragen aan het verbeteren van de beeldvorming over de doelgroep en de-stigmatisering; Regionaal versterken van regie op stagnerende en de meest complexe casuïstiek; Inzetten van ervaringsdeskundigheid, bijvoorbeeld bij wachtlijsten/ overbrugging.

2.3.3. Verregaande regionale samenwerking Op de Zuid-Hollandse Eilanden wordt sinds de decentralisatie van 2015 met succes samengewerkt op het gebied van beschermd wonen en opvang. In 2024 is vastgesteld dat alle gemeenten de noodzaak en de wens voelen om ook in de toekomst regionaal te blijven samenwerken. Daarbij spelen de volgende overwegingen een rol: • De omvang van de doelgroep is per gemeente relatief gering en de zorgbehoefte vaak specialistisch. Door de krachten te bundelen is het mogelijk om een breed zorglandschap in te richten om inwoners met diverse problematiek te voorzien in passende zorg en/of ondersteuning. Het is niet mogelijk om dit brede palet aan te bieden als individuele gemeente; • Regionale samenwerking vermindert personele kwetsbaarheid zorgt voor voldoende organisatiekracht; • Regionale inkoop maakt het voor aanbieders aantrekkelijker om in te schrijven, omdat zij binnen een brede regio hun zorg kunnen aanbieden. Dit zorgt voor een bredere keuze van zorgaanbieders binnen de regio en past bij de doelstelling om passende zorg te kunnen aanbieden aan de inwoners; • Vanuit de landelijk vastgestelde Norm van Opdrachtgeverschap ligt er een niet vrijblijvende afspraak om een regionale samenwerking te behouden. Dit betekent dat alle gemeenten, ook als de doordecentralisatie een feit is, moeten blijven samenwerken in de regio.

De gemeenten willen de regionale samenwerking in de toekomst verstevigen aan de hand van de volgende drie pijlers. Gedeelde beslissingsbevoegdheid voor de vier gemeenten - Binnen de huidige samenwerking is de formele beslissingsbevoegdheid over beleid, uitvoering en financiën belegd bij de centrumgemeente Nissewaard. De wens is om de centrumgemeentefunctie in stand te houden, maar in de besluitvorming en samenwerking de gelijkwaardigheid van de gemeenten te bekrachtigen. Het is daarnaast essentieel dat de continuïteit en de uitvoerbaarheid wordt gewaarborgd

10

De wens is dat de colleges van de samenwerkende gemeenten (meer) beslissingsbevoegd worden ten aanzien van het beleid, uitvoering en de financiën met als doel: • Borgen van het draagvlak voor een verregaande regionale samenwerking op vrijwillige basis na een eventuele doordecentralisatie; • Goed op elkaar afstemmen van het regionale en lokale zorgaanbod op de Zuid-Hollandse Eilanden; • Blijvend benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van elke gemeente voor passende zorg voor de eigen inwoners. Gedeelde verantwoordelijkheid en regie - Naast de beslissingsbevoegdheden werken de lokale gemeenten op inhoud met elkaar samen. De samenwerking is in de praktijk ontwikkeld tot een gelijkwaardige samenwerking. Er is onderling vertrouwen en solidariteit in de samenwerking en de gemeenten zien elkaar als gelijkwaardige partners. De vier gemeenten zetten gelijkwaardige capaciteit in voor de regionale samenwerking en doelen. In de nieuwe samenwerkingsafspraken willen de gemeenten dit formaliseren.

De afspraken zijn gericht op een gedeelde verantwoordelijkheid op de volgende onderdelen: • Opstellen van een gedeeld beleidskader/uitgangspunten; • Gedeelde informatievoorziening, bijvoorbeeld aan de gemeenteraden; • Begroting en verantwoording van de uitgaven van de middelen; • Het versterken van de positie en expertise van de Regionale adviesraad Beschermd wonen en Opvang; • Preventie van instroom in de regionale voorzieningen door het organiseren van een effectief lokaal aanbod, te bekostigen vanuit de jaarlijkse uitkering die elke gemeente ontvangt vanuit het regionale budget; • Lokaal voldoende aandacht voor inclusie en participatie; • Een goede dienstverlening aan de inwoner door een soepele overgang van lokale zorg naar regionale zorg en vice versa; • Voldoende kennis en expertise van lokale gemeenten en de regionale organisatie over elkaars diensten en werkwijze; • In de regionale samenwerking zoveel mogelijk aansluiten op bestaande lokale infrastructuur; • De mogelijkheid om bepaalde zorgvormen/-locaties gedeeltelijk regionaal en gedeeltelijk lokaal te bekostigen om zo meer (gevarieerd) aanbod mogelijk te maken; • Betrekken van inwonersperspectief door o.a. inzet van ervaringsdeskundigheid en de regionale adviesraad.

Langjarige samenwerkingsperiode (10 jaar) - De samenwerkende gemeenten willen de zorgaanbieders en inwoners perspectief bieden door de continuïteit te garanderen in zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het zorgaanbod.. De doelgroep zal niet kleiner worden en hun zorgbehoefte zal niet verdwijnen. Daarom is het belangrijk dat de gemeenten zich voor langere tijd aan deze samenwerking committeren. Een termijn van 10 jaar, opgebouwd uit 6 jaar met verlengingsmogelijkheid van 4 jaar, biedt voldoende perspectief en tegelijkertijd een mogelijkheid om te heroverwegen als een eventuele doordecentralisatie plaatsvindt.

11

2.3.4. Toekomstbestendige regionale organisatie Het doel is om te komen tot een organisatievorm die toekomstbestendig is, die het realiseren van de inhoudelijke doelen faciliteert en die in staat is om de kwaliteit van dienstverlening te bieden die door de samenwerkende gemeenten is afgesproken. Op dit moment heeft gemeente Nissewaard de uitvoering van de regionale taken en de opgave voor doorontwikkeling belegd bij een tijdelijke organisatievorm. De tijdelijke organisatievorm die nu is gekozen levert betere resultaten op dan de vorige werkwijze, waarbij medewerkers hun taken in afzonderlijke teams uitvoerden. Bestuurlijk hebben de vier gemeenten tijdens de heisessie op 19 april 2024 in algemene zin een voorkeur uitgesproken om qua organisatie zo dicht mogelijk bij de huidige constructie te blijven. Er is geen andere gemeente die heeft aangegeven de taken graag te willen overnemen, ook is er bestuurlijk op voorhand geen draagvlak voor verzelfstandiging in enigerlei vorm. Dat betekent dat de regionale taken tot nader order bij gemeente Nissewaard belegd blijven. De wijze waarop centrumgemeente Nissewaard momenteel haar regionale verantwoordelijkheden vervult, wordt door de drie andere gemeenten over het algemeen met tevredenheid ervaren, hoewel er nog ruimte is voor verbetering op bepaalde vlakken.

Een belangrijk aandachtspunt is de beschikbaarheid van data met betrekking tot de doelgroep, evenals het terugbrengen van de wachtlijsten voor intake en indicatiestelling tot een niveau dat voldoet aan de wettelijke normen. Onderdeel van de samenwerkingsafspraken zal een dienstverleningsovereenkomst zijn tussen gemeente Nissewaard als uitvoeringsorganisatie en de samenwerkende gemeenten. Het is vervolgens aan gemeente Nissewaard om te zoeken naar een organisatievorm die daarbij past. Op basis van de bevindingen tot nu toe, moet de organisatie minimaal aan de volgende criteria voldoen: • In staat om langjarige (minimaal 6 jaar) opdracht vanuit de samenwerkingsovereenkomst uit te voeren; • Externe gerichtheid: gemeenten, samenwerkingspartners en inwoners; • Inzicht bieden in regionale inkomsten en uitgaven; • In staat tot regionale monitoring op diverse niveaus voor rapportage aan o.a. bestuurders, VWS, CBS; • Duidelijke escalatielijn bieden voor ZHE-gemeenten en omliggende centrumgemeenten bij niet nakomen van afspraken uit de dienstverleningsovereenkomst.

12

• 2.3.5. Randvoorwaarden voor het realiseren van de doelstellingen De gemeenten beseffen zich dat er bepaalde randvoorwaarden noodzakelijk zijn om de bovenstaande inhoudelijke doelen te realiseren. Zij hebben in elk geval aandacht voor de volgende aspecten: A. Partnerschap met aanbieders Het doel is om een aanbesteding in de markt te zetten die voor aanbieders voldoende interessant is om zich in te schrijven én daadwerkelijk te leveren. Dat doen de gemeenten door: • Voor een langere periode contracten af te sluiten (6 jaar plus 4 jaar); • Aanbieders de garantie te geven op afname van een bepaald volume; • Een reële prijs te bieden die kostendekkend is voor de zorgaanbieder; • Nu aan te besteden in de relatieve rust vóór de doordecentralisatie, waarmee de gemeenten de aanbieders de mogelijkheid bieden om een zo goed mogelijke inschrijving te doen; • Partijen voldoende tijd te geven om na afronding van de procedure innovaties door te voeren en nieuwe/andere voorzieningen op te starten vóór 1 januari 2026; • Een visie-gedreven beperking van administratieve belasting voor aanbieders en gemeente, bijvoorbeeld door ‘passend beschikken’ of verkorte procedures voor bepaalde type aanvragen; • Voldoende flexibiliteit in de contracten in te bouwen om te kunnen op- en afschalen; • Afspraken te maken over de kwaliteit van de te leveren zorg die aanbieders stimuleren in plaats van

belemmeren, inclusief afspraken over innovatie. De gemeenten onderzoeken de mogelijkheid om innovatiegelden toe te kennen, bijvoorbeeld voor nieuwe zorgvormen die nog ontbreken in de regio; • Professioneel relatiebeheer en contractmanagement. B. Flexibiliteit in contracten Komende wettelijke ontwikkelingen die gevolgen (kunnen) hebben voor de voortgang van de af te sluiten overeenkomsten worden verwerkt in de inkoop. Dan gaat het bijvoorbeeld om de invoering van het woonplaatsbeginsel en de herijking van het objectieve verdeelmodel of een eventuele versnelde invoering van Beschermd Thuis. Daarnaast bieden de gemeenten in de contracten de ruimte om van opdrachtgever te wisselen, zodat gedurende een eventuele doordecentralisatie dezelfde plekken beschikbaar blijven voor dezelfde doelgroep. C. Informatiegestuurd werken De gemeenten investeren in een goed inzicht en overzicht over onze doelgroep, bijvoorbeeld door het uitvoeren van de Ethos telling, structurele monitoring op basis van informatie uit de lokale en regionale toegang en het analyseren van kwartaalrapportages van zorgaanbieders. Ook werken de gemeenten doelgroepprofielen uit op basis van een verdiepend dossieronderzoek. De gemeenten zorgen voor een uniforme uitleg en invulling van definities, zoals het woonplaatsbeginsel.

Verder werken de gemeenten aan een BW/MO landschapskaart, zodat er inzicht is in: • Hoe de doelgroep(en) over de regio is/zijn verspreid; • Welke voorzieningen waar geboden worden; • Of deze voorzieningen dekkend zijn, ook qua 24/7 oproepbaarheid; • Welke voorzieningen uitwisselbaar zijn; • Welke interventies er zijn; 13

• Welk aanbod mogelijk ontbreekt. De gemeenten betrekken het perspectief van inwoners bij besluitvorming, uitvoering en evaluaties door periodiek cliëntervarings- en cliënttevredenheidsonderzoek, het betrekken van de regionale adviesraad en het inzetten van ervaringsdeskundigheid. De eerste stap hierin is het uitvoeren van een verdiepend dossieronderzoek en interviews met inwoners die gebruik maken van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de zomer van 2024. De gemeenten evalueren het beleid en pilots en n.a.v. de uitkomsten worden verbeteringen aangebracht. Dit betekent ook dat de doelstellingen aan de voorkant altijd expliciet worden gemaakt, zodat hierop gereflecteerd kan worden bij de evaluatie. 2.4. Inhoudelijke uitgangspunten bij de inrichting Bij het inrichten van het zorglandschap, de toegang en samenwerkingsafspraken zijn de volgende inhoudelijke uitgangspunten leidend: A. Lokale preventie van beschermd wonen en opvang Gemeenten hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het organiseren van lokaal, preventief aanbod ‘beschermd thuis’: • Een lokaal preventieplan vastgesteld door het college; • Succesvolle vroegsignalering en een sluitende aanpak; • Voorkomen van huisuitzettingen en dak- en thuisloosheid; • Optimale aansluiting tussen lokale en regionale voorzieningen; Dit wordt door de samenwerkende gemeenten verder uitgewerkt in de samenwerkingsafspraken. B.

Financieel scheiden van wonen en zorg, tenzij… Een stabiele en veilige woonsituatie kan in veel gevallen ook of beter gerealiseerd worden op een ‘gewone’ woonplek in de wijk. De doelgroep heeft behoefte aan specialistische ondersteuning op verschillende leefgebieden die ook onplanbaar geleverd kan worden, maar veelal niet persé (of juist niet) aan wonen binnen de muren van een instelling. Wanneer er alleen specialistische ondersteuning (planbaar/onplanbaar) en eventueel bereikbaarheid buiten kantoortijden nodig is, kan de inwoner zelfstandig blijven wonen (of gaan wonen), waarbij hij zelf zijn huur betaalt. In die gevallen willen we wonen en zorg daarom financieel scheiden. Dat betekent, dat er in de toekomst alleen nog bekostiging van de verblijfscomponent mogelijk is waar het gaat om onzelfstandige woonplekken in een intramurale setting. Denk aan locaties met een gedeelde voordeur, controle op de ingang en 24/7 aanwezigheid van gekwalificeerd personeel die direct oproepbaar is. En dat we inwoners daar alleen nog plaatsen als dit is waar zij specifiek behoefte aan hebben gezien hun problematiek.

14

C. Wonen eerst: kortdurende opvang, daarna wonen (begeleid, beschermd of zelfstandig met woonzorgcontract) Ieder mens heeft recht op een dak boven zijn hoofd. Het is bewezen dat dit de snelste en meest duurzame weg is naar herstel. Elke gemeente heeft vanuit deze samenwerking de verantwoordelijkheid voor het realiseren van betaalbare woonruimte waar indien nodig ondersteuning geboden kan worden vanuit de gecontracteerde aanbieders. Dat maakt het mogelijk dat inwoners vanaf het begin in een zo zelfstandig mogelijke setting worden ondersteund, en dat de tijd in de opvang zo kort mogelijk is. Het gaat ook om het voorkomen van de opvangbehoefte door lokale preventie middels het versterken van de ketensamenwerking en het realiseren van een sluitend woonaanbod voor snelle doorstroming. D. Passende zorg voor de meest complexe doelgroep over de grenzen van wetgeving heen De gemeenten streven naar een integraal, effectief en persoonsgericht zorgaanbod. Dat betekent dat niet de grenzen van onze wettelijke verantwoordelijkheid leidend zijn, maar de behoefte van de inwoner. Er wordt een sterke focus gelegd op regievoering bij complexe casuïstiek, zodat er een integrale en samenhangende aanpak gerealiseerd wordt. De gemeenten zoeken daarbij actieve samenwerking met zorgverzekeraar en zorgkantoor waar nodig.

Het doel is om inwoners met complexe problematiek perspectief te bieden door passende zorg en ondersteuning zonder de belemmering van financieringsvormen of herkomstgemeente.

15

3. Plan van aanpak 2024-2025 In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke 5 actielijnen ingezet wordt om de doelstellingen te behalen met een globale planning voor 2024-2025. 3.1. Actielijnen en resultaten opgave De opgave om te komen tot een vernieuwde vormgeving voor de periode 2026-2036, is opgedeeld in een vijftal actielijnen die elk bepaalde tussen- en eindresultaten opleveren. De belangrijkste zijn hieronder benoemd per actielijn. Het trekkerschap van elke actielijn is belegd bij twee leden van het regionale beleidsteam. Dit wordt gevormd door de opgavemanager, de regionaal projectleider zorglandschap en de regionale inkoopadviseur, de regionale beleidsmedewerkers (centrumgemeente) en de betrokken beleidsmedewerkers van elk van de vier gemeenten. • • • • •

1. Dekkend zorglandschap Verdiepend dossieronderzoek en interviews met inwoners in zorg ETHOS telling Dialoogsessies met aanbieders Definitief ontwerp dekkend zorglandschap Realiseren benodigde locaties

• • • •

2. Inkoopprocedure Inkoop-actieplan Productenboek, pve en gunningsleidraad NvI, beoordeling inschrijvingen en gunning Nazorgfase/implementatie

• • • • •

3. Zorgketen en toegangsproces Evaluatie huidige toegangsproces Besluitvorming rol en vormgeving centrale en lokale toegang Besluitvorming bemensing toegang Criteria voor toegang en werkprocessen Aanpassen verordening en beleidsregels

• • •

4. Inrichting governance Addendum op samenwerkingsovereenkomst Besluitvorming governance en taken centrumgemeente v.a. 2026-2036 Inrichten gekozen governancestructuur

• • • •

5. Inrichting organisatie Uitwerken taken centrumgemeente tot dienstverleningsovereenkomst Besluitvorming bemensing organisatie centrumgemeente (functies+fte) Besluitvorming organisatievorm en inrichting (verantwoordelijkheid van afzonderlijke gemeenten) Voorbereiding start organisatievorm per 2026 (verantwoordelijkheid van afzonderlijke gemeenten) Het opstellen van de dienstverleningsovereenkomst en de besluitvorming over de bemensing van de centrumgemeente zijn in zekere zin nog een verdere uitwerking van actielijn 4. Het is immers een voorwaarde en instrument om de samenwerkingsafspraken te kunnen uitvoeren. 16

Vervolgens besluit elke gemeente afzonderlijk hoe zij haar organisatie inricht om te kunnen voldoen aan de verplichtingen volgend uit de samenwerkingsafspraken en (specifiek voor Nissewaard) dienstverleningsovereenkomst. 3.2. Globale planning opgave 2024 mei

Plan van aanpak 2024-2026 (incl. bemensing)

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

S

Beleid: Doelennotitie 2024-2036

S+B&W

Verdiepend dossieronderzoek

S

Definitief ontwerp dekkend zorglandschap

S+B&W

Deelname ETHOS telling

Regionaal plan van aanpak beschermd thuis

Inkoop: Informatiebijeenkomst voor aanbieders Inkoop-actieplan (inkoopstrategie)

S+B&W

Eerste schets zorglandschap

S

Dialoogrondes met aanbieders

1

2

Productenboek, PvE en gunningsleidraad Publicatie, NvI, beoordeling inschrijvingen, voorlopige en definitieve gunning Implementatieperiode na gunning

Toegang: Evaluatie huidige toegangsproces

Keuze rol en vormgeving centrale en lokale Toegang Ontwerp proces voor Toegang Keuzes bemensing Toegang (functies+fte) Uitwerken criteria voor toegang Ontwerp en implementatie werkprocessen Aanpassen verordening en beleidsregels

Samenwerking, governance en organisatie: Opstellen en vaststellen addendum op de samenwerkingsovereenkomst

S+B&W

17

Uitwerken inrichting governance en taken centrumgemeente

Hei

Besluitvorming governance per 1-1-2026

S

Uitwerken bemensing structurele taken centrumgemeente Uitwerken inrichting organisatie Besluitvorming bemensing centrumgemeente (functies+fte) Opstellen en vaststellen juridische documenten gekozen governance Implementatie organisatie per 1-1-2026 2025 Jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Beleid: Doelennotitie 2024-2036 Verdiepend dossieronderzoek Definitief ontwerp dekkend zorglandschap Deelname ETHOS telling Regionaal plan van aanpak beschermd thuis

S+BW Raden

Inkoop: Informatiebijeenkomst voor aanbieders Inkoop-actieplan (inkoopstrategie) Eerste schets zorglandschap Dialoogrondes met aanbieders Productenboek, PvE en gunningsleidraad Publicatie, NvI, beoordeling inschrijvingen, voorlopige en definitieve gunning Implementatieperiode na gunning (o.a. woon- en opvanglocaties)

Toegang: Evaluatie huidige toegangsproces Keuze rol en vormgeving centrale en lokale Toegang

S

Ontwerp proces voor Toegang Keuzes bemensing Toegang (functies+fte)

S

OR

B&W

Uitwerken criteria voor toegang

18

Ontwerp en implementatie werkprocessen Aanpassen verordening en beleidsregels

S+BW Raden

Samenwerking, governance en organisatie: Opstellen en vaststellen addendum op de samenwerkingsovereenkomst Uitwerken inrichting governance en taken centrumgemeente Besluitvorming governance per 1-1-2026

B&W

feb)

Uitwerken bemensing structurele taken centrumgemeente Uitwerken inrichting organisatie

DT+MT

OR

DT

Besluitvorming bemensing centrumgemeente (functies+fte)

S

OR

B&W

Opstellen en vaststellen juridische documenten gekozen governance Implementatie organisatie per 1-1-2026

3.3. Begroting opgave

Zie bijlage financiële consequenties

19

4. Begrippenlijst Actieve verslaving Een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of middel afhankelijk is. Wanneer de persoon deze gewoonte of substantie niet heeft, zal het gedrag van de persoon voornamelijk gericht zijn op het verkrijgen en innemen van het middel of het handelen naar de gewoonte, ten koste van andere activiteiten. Als het lichaam deze stof of gewoonte moet loslaten kunnen er ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij deze persoon. Verslaving kan ook digitale media betreffen, door een overmatig schermgebruik. Arbeidsparticipatie Een persoon die deelneemt aan het arbeidsproces. Beschermd Wonen Wonen voor mensen die 18 jaar of ouder zijn met psychische of psychosociale problemen die 24 uur per dag hulp nodig hebben. Centrumgemeente een gemeente die in een samenwerkingsverband tussen gemeenten volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR), een bepaalde functie uitvoert voor omliggende gemeenten. Cognitieve beperkingen Iemand met een cognitieve beperking heeft een aangeboren of een later in de ontwikkeling optredende stoornis in de intellectuele functies. Dit gaat gepaard met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid. De diagnose is meestal gebaseerd op de DSM. Classificatie voor psychische stoornissen.

De-stigmatisering alles wat betrokken actoren (patiënten zelf, directe omgeving, GGZ, organisaties in de samenleving) kunnen ondernemen om stigma tegen te gaan. Dienstverleningsovereenkomst Dit houdt een overeenkomst in waarin wordt vastgelegd dat een bedrijf (de dienstverlener), die zich ertoe verbindt een dienst te verlenen aan de contractspartij. In de overeenkomst tot het verlenen van een dienst wordt vastgelegd onder welke voorwaarden de dienst in kwestie wordt aangeboden aan de klant. Doordecentralisatie De doordecentralisatie van beschermd wonen houdt in dat álle gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen van hun eigen inwoners (het woonplaatsbeginsel). Ook betekent dit dat de financiële middelen daarvoor dus anders verdeeld worden (een verdeelmodel). Eigen regie Eigen regie gaat om het zelf beslissen over je leven en zorg en ondersteuning daarbij. Centraal staat: wat wil ik? Eigen regie is: het vermogen om je eigen leven en noodzakelijke ondersteuning te regelen en het praktische vermogen om jezelf te redden in lichamelijk, sociaal en psychisch opzicht. Ervaringsdeskundige Iemand die op basis van persoonlijke en collectieve ervaringskennis in staat is deze kennis, in welke vorm dan ook, door te geven aan anderen.

20

ETHOS telling ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ en is in 2006 in Vlaanderen ontwikkeld door Prof dr. Koen Hermans van de Katholieke Universiteit (KU) Leuven. De methode gaat uit van een eendaagse telling in een gemeente of regio, een zogenoemde point-in-time-meting. Alle organisaties of mensen die in aanraking komen met dak- en thuisloze mensen vullen op de dag van de telling vragenlijsten in over mensen die vallen in de ETHOS categorieën. Extramurale zorg Dit betreft de zorg aan inwoners die niet in een instelling verblijven. Het is zorg die de cliënt op afspraak bij de zorgaanbieder krijgt, of die de zorgaanbieder bij de cliënt aan huis levert. Gelijkheidsbeginsel Het gelijkheidsbeginsel is een algemeen principe dat iedere burger (wettelijk) gelijke rechten en een gelijke behandeling in gelijke gevallen toekent. Het gelijkheidsbeginsel kan gerekend worden tot de gelijkheidsrechten onder de grondrechten en/of mensenrechten en is vastgelegd in veel internationale verdragen. GGZ GGZ is de afkorting van Geestelijke GezondheidsZorg. De taken van de GGZ zijn: preventie, behandeling, begeleiding, verpleging en verzorging en bescherming van de geestelijke gezondheid. Herkomstgemeente De laatste woonplaats vóórdat een inwoner in een instelling ging wonen.

Integraal zorgaanbod Goed gecoördineerde zorg rondom de inwoner waarbij zorgverleners breder kijken dan alleen de aandoening en de eigen expertise. Intergemeentelijke Samenwerkingsovereenkomst Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen de vier gemeenten, die gaat over hoe de gemeenten met elkaar willen samenwerken en hier ook via de samenwerkingsovereenkomst commitment op geven. Intramurale zorg De zorg die inwoners ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het gaat om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of instelling voor inwoners met langdurige psychische problemen. Kamertraining Kamertraining is een intensieve training in zelfstandigheid, vaak voor jong volwassenen. De persoon leeft samen met andere personen in een huis van een zorgorganisatie. Levensverrichting de handelingen die mensen of andere organismen in het gewone leven verrichten. Eten is een voorbeeld van een levensverrichting. Lokale gemeente Een van de vier gemeenten die onderdeel is van de centrumgemeenteregio Zuid-Hollandse Eilanden. Middelengebruik Onder middelengebruik verstaan we het gebruik van alle middelen die een stimulerende, dempende of hallucinogene werking hebben. Stimulerende middelen zijn bijvoorbeeld: cafeïne(koffie/cola), nicotine, cocaïne, amfetamines. Op- en Afschalen

21

Als een inwoner zorg ontvangt, kan er meer of minder zorg ingezet worden. Hierin wordt gekeken naar wat de inwoner nodig heeft. Opvang Maatschappelijke opvang is bedoeld voor mensen die dakloos zijn of dreigen te raken. Bijvoorbeeld door: huiselijk geweld. psychische problemen. Overbruggingszorg Overbruggingszorg is zorg en/of begeleiding die u ontvangt terwijl u wacht op een plek in een zorginstelling. Preventie beschermen en bevorderen van gezondheid, voorkomen van ziekten en vroegtijdig opsporen van complicaties. Toegang De plek waar je als inwoner in de gemeente binnenkomt als je zorg nodig hebt. Toegangsproces Het proces vanuit de hulpvraag van de inwoner die bij de gemeente binnenkomt van aanmelding door de inwoner tot aan het besluit van de gemeente. Vroegsignalering Het vroeg herkennen van schulden door woningcorporaties en nutsbedrijven. Als deze schulden gezien worden, wordt dit in een landelijk systeem doorgegeven aan de gemeente waar de persoon die de schulden maakt, woonachtig is. Woonplaatsbeginsel Gemeenten zijn inhoudelijk en financieel verantwoordelijk voor hun eigen inwoners.

22

Bijlage 1: Landelijke en regionale ontwikkelingen vanaf 2015 In deze bijlage wordt de context beschreven met een aantal landelijke en regionale ontwikkelingen. Centrumgemeente Nissewaard Gemeente Nissewaard is sinds 1999 verantwoordelijk voor het organiseren van maatschappelijke opvang en vrouwenopvang voor de regio. Sinds 2007 is zij aangewezen als één van de (nu) 44 centrumgemeenten in Nederland, verantwoordelijk hiervoor. Vanaf 2015 zijn alle centrumgemeenten ook verantwoordelijk voor het bieden van beschermd wonen. Gemeente Nissewaard voert deze taken uit voor de regio Zuid-Hollandse Eilanden, bestaande uit de gemeenten Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard, Nissewaard en Voorne aan Zee1. Landelijke ontwikkelingen In 2015 bracht de commissie Dannenberg het advies “Van beschermd wonen naar beschermd thuis” uit. De toekomstvisie gaat uit van sociale inclusie voor alle inwoners. Het doel is langzame afbouw van beschermd wonen in instellingen in vooral de centrumgemeenten naar meer preventie en (ambulante) lokale voorzieningen voor de eigen inwoners. In 2019 bereikten de VNG en het ministerie een akkoord: Beschermd wonen wordt in 10 jaar tijd een taak van niet alleen centrumgemeenten, maar van alle gemeenten. De landelijke toegankelijkheid van beschermd wonen wordt vervangen door het woonplaatsbeginsel2.

De reden hiervoor is het creëren van een maximale prikkel voor gemeenten om te zorgen voor goede preventie en ambulante begeleiding voor de eigen inwoners. Dit staat beschreven in het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 in verband met de invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen’. Op 26 juni 2020 hebben de leden van de VNG ingestemd met de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In de NvO zijn niet- vrijblijvende afspraken opgenomen tussen zowel gemeenten binnen een regio als tussen regio’s onderling. De gedachte is dat gemeenten met de NvO afspraken maken binnen de eigen MO-BW-regio en deze samenwerking duurzaam vastleggen. Vanuit de Norm van Opdrachtgeverschap ligt er dus, naast de mogelijke doordecentralisatie, een niet vrijblijvende afspraak om een regionale samenwerking te behouden. In november van 2022 verscheen het Nationaal plan dakloosheid van de Rijksoverheid. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op een verandering in de manier waarop er gekeken wordt naar en omgaan met dakloosheid. Het plan stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen, waarmee aangesloten wordt bij de Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen. De aanpak gericht op het voorkomen van dakloosheid en een thuis voor iedereen middels zes actielijnen.

Dit gaat over om de focus te verleggen: van opvang, naar wonen met begeleiding. Van dakloze mensen als ‘cliënten maatschappelijke opvang’, naar inwoners die een eigen woonplek nodig hebben. Van dakloosheid als individueel probleem, naar dakloosheid als fenomeen dat we alleen samen kunnen oplossen. 1

Gemeente Goeree-Overflakkee ontstond in 2013, door een samenvoeging van de voormalige gemeenten Dirksland, Goedereede, Middelharnis, Oostflakkee en het samenwerkingsverband ISGO. Gemeente Nissewaard ontstond in 2015 door een samenvoeging van de gemeenten Spijkenisse en Bernisse. Gemeente Hoeksche Waard ontstond in 2019 door een samenvoeging van de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, OudBeijerland en Strijen. Gemeente Voorne aan Zee ontstond in 2023 door de samenvoeging van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. 2 Nu kan iemand zich voor beschermd wonen bij elke (centrum)gemeente melden. Door invoering van een woonplaatsbeginsel wordt de herkomstgemeente van de inwoner verantwoordelijk voor de verstrekking van beschermd wonen.

23

Start regionale samenwerking In het regionaal plan BW/MO van 2018 en het plan een beschermd thuis op de Zuid Hollandse eilanden hebben de gemeenten eerder onze gedeelde visie, strategie en ambitie uitgewerkt. In oktober 2019 is aan de Stuurgroep OGGZ een keuzenotitie intergemeentelijke samenwerking voorgelegd. Vooruitblikkend op de financiële doordecentralisatie is door de regio Zuid-Hollandse Eilanden besloten om met elkaar samen te blijven werken vanuit het construct van de (vrijwillige) centrumgemeente. De keuzes zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die op 1 januari 2020 in werking trad en tot 1 januari 2024 liep. Deze is eenmaal verlengd middels een addendum en loopt nu af op 31 december 2024. De inkoop is gekoppeld aan de samenwerkingsovereenkomst. De inkoop loopt af op 31 december 2025. Vanuit het project Vernieuwd beschermd wonen en opvang is besloten de lijn opnieuw te bepalen. Landelijk perspectief op doordecentralisatie beschermd wonen Op 7 december 2022 was er een Kamerdebat over beschermd wonen en maatschappelijke opvang over het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 in verband met de invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen’.

De brancheverenigingen Valente, de Nederlandse GGZ en vereniging van cliënten- en naastenorganisaties MIND vroegen aandacht voor de verwachte grote nadelen en risico’s van de doordecentralisatie en de invoering van het woonplaatsbeginsel. Ook Kamerleden hebben twijfels geuit. De brancheverenigingen zijn van mening dat de beweging naar een beschermd thuis de afgelopen jaren voor een groot deel al is gemaakt. Er zijn stabiele samenwerkende regio’s. De vraag is daarom of ingrijpende maatregelen als een doordecentralisatie en invoering van het woonplaatbeginsel nog wel noodzakelijk zijn. De staatssecretaris heeft daarop laten weten door te willen met de doordecentralisatie. Echter na de val van het kabinet in juli 2023 verklaarde de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 in verband met de invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen’ controversieel. In maart 2024 heeft de staatssecretaris daarom laten weten dat de doorcentralisatie met bijbehorend verdeelmodel voor het woonplaatsbeginsel niet per 1 januari 2025 ingevoerd kan worden. Het streven is nu 1 januari 20263. Indien het wetsvoorstel doorgevoerd wordt, is er sprake van een ingroeipad van 10 jaar. Dit betekent dat de gemeenten minimaal tot 2036 samen moeten werken.

3 https://vng.nl/nieuws/invoering-woonplaatsbeginsel-bw-in-2025-niet-meer-mogelijk

24

Bijlage 2: Terugblik en evaluatie 2020-2024 In deze bijlage wordt stil gestaan bij de kansen en uitdagingen die we de afgelopen jaren tegengekomen zijn. We willen met deze uitdagingen aan de slag gaan om de ondersteuning voor de kwetsbare inwoners te verbeteren. De uitdagingen zijn puntsgewijs per categorie omschreven. Maatschappelijke uitdagingen • Er is sprake van grote krapte op de woningmarkt waardoor er landelijk een stijging is van het aantal dak- en thuisloze mensen, welke zich ook in onze regio voordoet. Waar mensen na echtscheiding of baanverlies voorheen zelfstandig een oplossing konden creëren, is dit voor steeds minder mensen (financieel) weggelegd. Dit geeft grote risico’s op het ontstaan van problemen op andere leefgebieden. • Er is ook in deze zorgsector sprake van personeelstekorten, wat een negatief effect heeft op de capaciteit en effectiviteit van het zorgaanbod. • Door de ambulantisering in de ggz vanaf eind jaren ’10 (afbouw klinische capaciteit) merken we dat het aantal en aandeel inwoners met hoogcomplexe problematiek toeneemt. Het gaat hier vaak om een combinatie van ggz en verslaving, al dan niet met licht verstandelijke beperking. Deze inwoners zijn moeilijk plaatsbaar in de huidige voorzieningen. Zij passen qua gedrag niet goed bij de andere bewoners van voorzieningen en/of zijn niet te handhaven binnen de setting van een instelling.

• Het leidt er ook toe dat meer kwetsbare inwoners zelfstandig wonen en daar niet altijd goed in slagen. Woningcorporaties hebben te maken met huurders die overlast veroorzaken en/of huurachterstand oplopen. Dat leidt regelmatig tot woningontruimingen en daarmee tot dakloosheid van kwetsbare inwoners. Er is winst te behalen door een sluitende aanpak voor het tegengaan van woningontruimingen in alle vier de gemeenten. • Er is een forse afname van de beschikbare Wmo beschermd wonen plekken. Dit komt omdat 2021 de Wet langdurige zorg ook toegankelijk is geworden voor volwassenen met een psychische stoornis. Voor aanbieders is het soms aantrekkelijker om zorg op grond van de Wlz te leveren dan op grond van de Wmo. • Er zit een weeffout in het zorgsysteem als het gaat om jongeren die 18 jaar worden. De overgang van de jeugdwet naar de Wmo sluit niet goed op elkaar aan. Veel jongvolwassenen met een kwetsbaarheid slaagt er niet zelfstandig in om een stabiele woonruimte te verkrijgen en te behouden. Een toenemend deel van deze jongvolwassenen stroomt nu in beschermd wonen in en/of raakt dakloos. Huidige samenwerking • Ondanks extra inzet zijn de wachtlijsten voor afhandelen van meldingen en voor plaatsing te lang. Het is cruciaal dat alle betrokken partijen samenwerken om deze wachttijden effectief te verkorten.

• Binnen de centrumgemeente Nissewaard is het team beschermd wonen en maatschappelijke opvang gevestigd. Er is sprake geweest van personeelswisselingen en langere tijd geen consistente bezetting in de centrale toegang. Dit heeft invloed gehad op de samenwerking tussen de gemeenten. • Een samenwerkingsafspraak is dat de lokale toegang de eerste screening doet, dit blijkt meer tijd en expertise te vragen dan bij aanvang is ingeschat. Dit levert soms knelpunten op en vraagt om een heroverweging. 25

•

•

Alle gemeenten in onze regio zijn fusiegemeenten, wat heeft geleid tot veranderingen in de dynamiek en onderlinge verhoudingen over de jaren heen. De huidige overeenkomst weerspiegelt niet de verschuiving van een bepalende gemeente naar een samenwerkende centrumgemeente. Het herhaaldelijk uitstellen van de doordecentralisatie levert onduidelijkheid op bij de vier gemeenten.

Huidige organisatie • Er is meer behoefte aan specifieke data vanuit de centrumgemeente. Er wordt gewerkt om voldoende data aan te leveren maar dit voldoet nog niet aan de verwachtingen. Deze data is ook nodig om het lokale zorglandschap in het kader van beschermd wonen en maatschappelijke opvang op orde te krijgen. Denk aan preventieve maatregelen en voorzieningen, voor de doelgroep die geen 24/7 ondersteuning en/of toezicht behoeft. • De basis van de organisatie van de regionale taken is sinds 2024 op orde, zowel formatief als qua kennis en expertise. Zeker in deze arbeidsmarkt is het belangrijk om de medewerkers duurzaam perspectief te kunnen bieden. Huidige inkoopovereenkomsten • De huidige inkoopovereenkomsten voor BW bieden aanbieders te weinig prikkels en waarborgen. Onze tarieven en overige contractvoorwaarden zijn niet concurrerend met die van CZ Zorgkantoor die inkoop voor zorg in het kader van de Wlz. Het is aantrekkelijker voor aanbieders om zorg te bieden vanuit de Wlz dan vanuit de Wmo. Daardoor neemt de capaciteit voor Wmo-BW af i.p.v. toe, blijft de gehoopte differentiatie/innovatie in het aanbod uit en stijgen de wachtlijsten voor plaatsing. Een ongewenst gevolg hiervan is het verder verzwaren van de problematiek waardoor inwoners na plaatsing langer nodig hebben om tot maatschappelijk herstel te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16148240/1