Bijlage 3 Bestemmingsplan-kaart
Tekst van het document
Indien dieren worden aangetroffen, dienen de soorten teruggeplaatst te worden in een geschikt leefgebied in de nabije omgeving, waar geen werkzaamheden zullen plaatsvinden. De ecologische begeleiding wordt uitgevoerd door een deskundig ecoloog op het gebied van onder andere vissen en amfibieën.
Flora- en faunaonderzoek, parallelweg tussen de rotonde Maasdam-N489 en de rotonde ’s Gravendeel, ANL19-4739
14/17
5.7 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander biotoop dan het plangebied. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefomgeving. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn er niet, het verspreidingsgebied ligt buiten het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, ook vanwege het ontbreken van poeltjes of waardplanten voor ei-afzetting. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden. 5.8 Bomen in het plangebied De bomen in het plangebied bestaan uit verschillende soorten van verschillende stamdikte. Er is volgens het omgevingsloket online (www.olo.nl) een kapvergunning nodig indien het kappen van bomen binnen het plangebied onderdeel uitmaakt van de ontwikkelplannen. De gemeente Hoeksche Waard voert een actief bomenbeleid, zie: www.gemeentehw.nl
Flora- en faunaonderzoek, parallelweg tussen de rotonde Maasdam-N489 en de rotonde ’s Gravendeel, ANL19-4739
15/17
6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Het onderdeel gebiedsbescherming is voor het NNN gebied Middelvliet van toepassing. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Zodra een in het wild levend dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Invulling zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. 6.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep)
Ingreep verstorend Nee
Nader onderzoek Nee
Ontheffing
Grondgebonden zoogdieren Vogels Amfibieën en reptielen
Nee
Nee
Nee
Bijzonderheden/ opmerkingen Geen verblijfplaatsen aanwezig, het plangebied heeft geen essentiële functie voor vleermuizen. Geen beschermde soorten aanwezig.
Nee* Nee
Nee Nee
Nee Nee
* Houd rekening met het broedseizoen Geen beschermde soorten aanwezig.
Vaatplanten Vissen Overige soorten
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Geen beschermde soorten aanwezig. Geen beschermde soorten aanwezig. Geen beschermde soorten aanwezig.
Vleermuizen
Nee
Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies.
Flora- en faunaonderzoek, parallelweg tussen de rotonde Maasdam-N489 en de rotonde ’s Gravendeel, ANL19-4739
16/17
7. Aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet natuurbescherming geven wij in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling de volgende aanbevelingen met als doel de ecologische structuren in de omgeving te versterken. Checklist groen bouwen: https://www.checklistgroenbouwen.nl/ Verstedelijking en ontwikkeling draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. - Creëer insectenhotels.
Fig. 10: Voorbeelden van insectenhotels.
- Creëer natuurlijk oevers de aanwezige sloten kunnen aan de kant van de akkers ecologisch versterkt worden door te werken met natuurlijke oevers. Dit geeft planten en dieren met een specifieke eis aan hun biotoop de kans zich hier te vestigen en voort te planten.
Fig. 11: Schematische weergave van een natuurlijke oever. Bron: Poelmanreesink.nl
Flora- en faunaonderzoek, parallelweg tussen de rotonde Maasdam-N489 en de rotonde ’s Gravendeel, ANL19-4739
17/17
Literatuur en bronvermelding Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland brochure vleermuisvriendelijk bouwen: Zoogdiervereniging e.a., 2011 Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Verspreidingsatlas planten. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www.vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al. Nationale Databank Flora en Fauna, www.telmee.nl Kennisdocument de grote modderkruiper, Bij12, 2017
Flora- en faunaonderzoek, parallelweg tussen de rotonde Maasdam-N489 en de rotonde ’s Gravendeel, ANL19-4739
18/17
Bijlage 2: Nota beantwoording zienswijzen
Nota beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan “Parallelweg N217”, ‘s-Gravendeel
Augustus 2021
1. Inleiding Het bestemmingsplan “Parallelweg N217” maakt de aanleg van een parallelweg langs de N217 tussen Maasdam en ’sGravendeel planologisch mogelijk. Door de aanleg van een parallelweg is een betere verkeersafwikkeling mogelijk – zowel voor het geval van piekmomenten bij omleidingen als voor de toekomstige woningbouwontwikkelingen in ’s Gravendeel. De parallelweg zorgt voor een betere doorstroming en biedt ruimte voor calamiteitenverkeer. Het ontwerpbestemmingsplan “parallelweg N217” lag op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening 6 weken ter inzage, van zaterdag 22 mei 2021 tot en met vrijdag 2 juli 2021. Het wettelijk vooroverleg is tegelijkertijd met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gehouden. Eenieder werd gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken aan de gemeenteraad. In deze Nota beantwoording zienswijzen vatten wij de zienswijzen samen. Daarnaast is een beantwoording op de zienswijzen opgenomen.
Indieners van de zienswijzen Wij ontvingen 6 zienswijzen en 1 overlegreactie. Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de namen van de indieners van de zienswijzen geanonimiseerd.
Registratienr.
1
2 3 4 5 6 7
2/11
Z/21/103454/DOC21424528 Z/21/103652/DOC21425040 (Overlegreactie Evides) Z/21/103873/DOC21425751 Z/21/104183/DOC21426399 Z/21/104436/DOC21427098 Z/21/104719/DOC21428005 Z/21/105320/DOC21429676
Ontvangst datum 22-6-2021 23-6-2021
24-6-2021 28-6-2021 29-6-2021 30-6-2021 2-7-2021
2. Thematische beantwoording 2.1 Inleiding De bereikbaarheid en verkeersveiligheid van de hoofdrijbaan N217 zelf en de woningen aan de zuidzijde van de N217 komen in meerdere zienswijzen terug. Om die reden is ervoor gekozen dit meest voorkomende onderwerp thematisch te bespreken en in de individuele zienswijzen naar deze beantwoording te verwijzen.
2.2 Samenvatting en reactie op zienswijzen 2.2.1. Bereikbaarheid en verkeersveiligheid hoofdrijbaan N217 Meerdere zienswijzen hebben betrekking op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Indieners merken op dat de verkeersveiligheid op de Maasdamseweg (hoofdrijbaan N217) voor bewoners aan deze weg niet als veilig wordt ervaren. In de huidige situatie houden landbouwvoertuigen het verkeer op, waardoor hiaten ontstaan waardoor aanwonenden de kans krijgen over te steken of hun terrein te betreden/verlaten. Ook wordt in de zienswijzen vermeld dat de gereden snelheid op de Maasdamseweg (hoofdrijbaan N217) hoger ligt dan de toegestane 80 km/uur. Doordat landbouwvoertuigen ook over deze weg rijden worden deze overtredingen beperkt. In de zienswijzen stellen indieners dat door de aanleg van een parallelweg aanzienlijk minder landbouwvoertuigen over de Maasdamseweg (N217) zullen rijden, waardoor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid voor deze bewoners verslechterd. Daarnaast worden de in- en uitritten van percelen aangehaald in de zienswijzen. Reactie gemeente Voornoemde zienswijzen hebben betrekking op de verkeerssituatie op de hoofdrijbaan N217. Met het bestemmingsplan Parallelweg N217 wordt de aanleg van een nieuwe parallelweg naast de hoofdrijbaan N217 (noordzijde) beoogd.
Het bestemmingsplan voorziet niet in wijzigingen en ontwikkelingen op de hoofdrijbaan N217 zelf omdat hier voor de realisatie van de parallelweg, planologische gezien geen wijziging plaatsvindt. Hoewel wij, samen met wegbeheerder provincie Zuid-Holland, oog hebben voor de situatie op de hoofdrijbaan N217, maken eventuele aanpassingen aan de hoofdrijbaan N217 geen onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure Parallelweg N217. Met de aanleg van de parallelweg wordt het langzaam verkeer van de hoofdrijbaan afgeleid, waarmee de verkeersveiligheid wordt vergroot en de doorstroming wordt verbeterd. Het te hard rijden door overig verkeer en de huidige verkeersintensiteit op de hoofdrijbaan staan los van de aanleg van de parallelweg, maar hebben betrekking op de hoofdrijbaan. 2.2.2 Communicatie Diverse indieners van zienswijzen geven aan dat de communicatie tussen de gemeente/overheid en de bewoners onvoldoende/slecht is. Reactie gemeente Over de situatie op de hoofrijbaan is de provincie Zuid-Holland (wegbeheerder) samen met gemeente, waterschap Hollandse Delta en Rijkswaterstaat in gesprek met de betreffende bewoners. Daarbij is aandacht voor de snelheid van het gemotoriseerde verkeer op de weg en de bereikbaarheid van de woningen. Op 14 juli 2021 organiseerden de
3/11
wegbeheerders een bewonersavond waarbij bewoners werden uitgenodigd om hun ervaringen met de wegbeheerders te delen. De wegbeheerders informeerden hen over de ontwikkelingen die de komende jaren plaatsvinden op en langs de N217. De input die wegbeheerders ontvingen tijdens deze bewonersavond, onderzoeken zij momenteel op haalbaarheid. Op dit moment is nog niet bekend of en welke maatregelen getroffen worden om de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van/rondom de woningen te verbeteren. Daarbij hebben wegbeheerders niet alleen aandacht voor de directe aansluitingen van de woningen op de hoofdrijbaan N217 (de uitritten) maar is ook aandacht voor de kruising Eerste Kruisweg – N217. Hier zijn wegbeheerders provincie Zuid-Holland en Waterschap Hollandse Delta voornemens om de kruising aan te passen waarbij een middengeleider tussen de rijbanen wordt aangebracht. Dit leidt ertoe dat het wegverkeer niet langer één rechte weg ziet maar een lichte buiging. Tevens zorgt dit voor een betere oversteekbaarheid doordat oversteken nu in twee keer kan. Dit levert een positieve bijdrage aan de verkeersveiligheid. Maar zoals eerder benoemd vallen eventuele wijzigingen aan de hoofdrijbaan N217 buiten het plangebied van het bestemmingsplan Parallelweg N217.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijzen gaat in op de verkeerssituatie op de hoofdrijbaan N217 en niet op de parallelweg/fietspad waar het bestemmingsplan op toeziet. De gemeente is in gesprek met bewoners, provincie ZuidHolland, Rijkswaterstaat en Waterschap Hollandse Delta om te kijken naar maatregelen om de situatie op de hoofdrijbaan N217 in relatie tot de bereikbaarheid van de woning, op te lossen. Dit proces staat los van het bestemmingsplan. Bovenstaande geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
4/11
3. Beantwoording van de zienswijzen en de vooroverlegreactie ontwerpbestemmingsplan 3.1 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 1 3.1.1. Verkeersveiligheid Indiener maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid. Tevens draagt de indiener mogelijke maatregelen aan om de verkeersveiligheid te verbeteren. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. De gemeente is in gesprek met de bewoners om te kijken naar maatregelen. 3.1.2. Communicatie Indiener geeft aan de communicatie tussen de gemeente en de bewoners bijzonder slecht te vinden. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
3.2 Samenvatting en reactie op vooroverleg van indiener 2 3.2.1. Waterleidingen Evides N.V. geeft aan eigenaar van het waterleidingnetwerk te zijn. Mocht in het kader van dit project een aanpassing van het leidingtracé noodzakelijk zijn, wil Evides dat de dubbelbestemming behouden blijft en aangepast zien conform de nieuwe ligging. Ook wil Evides de gemeente wijzen op het feit dat Evides voor diverse leidingen een zakelijk recht van opstal heeft waarvoor, naast bestemmingsplanregels, specifieke voorwaarden gelden. Reactie gemeente Bovenstaande wordt ter kennisgeving aangenomen. Inmiddels is contact gezocht met Evides voor nadere afstemming over het waterleidingtracé in relatie tot de realisatie van de parallelweg en het fietspad. 3.2.2. Voorbereidingstijd Evides geeft aan dat de waterleidingen aanzienlijk van belang zijn. De waterleidingen vervullen een cruciale functie (drinkwaterlevering) voor de regio Hoeksche Waard en de regio Dordrecht. Eventuele aanpassingen aan deze leidingen hebben een minimale voorbereidingstijd van 1 jaar nadat de definitieve ontwerptekeningen ontvangen zijn en het verzoek tot aanpassing is gedaan. Gezien de huidige planning baart dit Evides enige zorgen. Reactie gemeente Bovenstaande wordt ter kennisgeving aangenomen.
Inmiddels is contact gezocht met Evides voor nadere afstemming over het waterleidingtracé in relatie tot de realisatie van de parallelweg en het fietspad.
5/11
3.2.3. Nadere afstemming Evides heeft een aantal concrete aandachtspunten (zoals de aanwezigheid van een zinker en afsluiterplateau) waar Evides nadere afstemming over wil. Daarnaast wil Evides nadere afstemming over de exacte inrichting van de parallelweg. Reactie gemeente Inmiddels is contact gezocht met Evides voor nadere afstemming over het waterleidingtracé in relatie tot de realisatie van de parallelweg en het fietspad. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
3.3 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 3 3.3.1. Verkeersveiligheid Indiener is van mening dat de verkeerssituatie, die nu al gevaarlijk is, wordt verergerd. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. 3.3.2. Informatie Indiener geeft aan slecht geïnformeerd te worden door de gemeente en van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
3.4 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 4 3.4.1. Verkeersveiligheid Indiener neemt aan dat de maximale snelheid 80 km/uur blijft en maakt zich zorgen dat het verkeer harder zal rijden doordat het langzaam verkeer hier niet meer zal rijden. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. 3.4.2. Trilling Indiener geeft aan dat een deel van zijn woning deels in de sloot staat door een eerdere verbreding van de weg. Hierdoor is de fundering bloot komen te liggen. Ook geeft indiener aan dat het ondeskundig baggeren van de sloot de fundering geen goed gedaan heeft. In de zienswijze wordt beschreven dat dit deel van het huis tekenen begint te vertonen dat de fundering het niet meer aankan en tekenen begint te vertonen van trillingsschade. De indiener is in
6/11
de vooronderstelling dat bij de volgende reconstructie van de N217 ernstige schade aan de woning plaatsvindt door de toename van de trillingsdruk. Verder wordt aangegeven dat het ongewenst is dat de woning dicht bij een drukke verkeersweg ligt. Reactie gemeente Aan de zijde van de woning van de indiener worden door dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De huidige afstand tussen de woning en de weg blijft gelijk. De parallelweg wordt aan de noordzijde gerealiseerd. Zware landbouwvoertuigen die nu over de N217 rijden, zullen over deze parallelweg rijden en daarmee een grotere afstand van de bebouwing van de indiener hebben. 3.4.3. Eerder contact Indiener geeft aan eerder contact met de gemeente te hebben gehad over bovenstaande. Een inhoudelijke reactie is nog niet gekomen. Reactie gemeente De bestaande situatie wat betreft de woning en trillingsschade valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Uiteraard is het mogelijk hierover een nader gesprek te hebben met de gemeente naast deze bestemmingsplanprocedure. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
3.5 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 5 3.5.1. Verkeersveiligheid Indiener maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid. Tevens draagt de indiener mogelijke maatregelen aan om de verkeersveiligheid te verbeteren. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. De gemeente is in gesprek met de bewoners om te kijken naar maatregelen. 3.5.2. Communicatie Indiener geeft aan de communicatie tussen de gemeente en de bewoners bijzonder slecht te vinden. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
7/11
3.6 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 6 3.6.1. Waardeverlies onroerend goed. Indiener stelt dat er waardeverlies van onroerend goed plaatsvindt doordat de bestemming verandert naar “Verkeer” en dat het verkeer dichter bij de woning/onroerend goed komt te liggen. Reactie gemeente Aan de zijde van de woning van de indiener worden door dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De huidige afstand tussen de woning en de hoofdrijbaan blijft gelijk. De parallelweg wordt aan de noordzijde gerealiseerd. Mocht er toch sprake zijn van waardevermindering (planschade), dan geldt hiervoor een afzonderlijke procedure. Indieners kunnen hiervoor, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een aanvraag ‘Tegemoetkoming in planschade’ indienen bij de gemeente. 3.6.2. Gevaarlijke verkeerssituatie Indiener is van mening dat de verkeerssituatie, die nu al gevaarlijk is, wordt verergerd. Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. 3.6.3. Geluidsoverlast Indiener geeft aan nergens iets te kunnen vinden over de extra geluidsoverlast en maakt hier op voorhand al bezwaar tegen. Reactie gemeente In paragraaf 8.3 “Akoestische aspecten” besteden wij aandacht aan mogelijke geluidsoverlast.
Hierin is het volgende opgenomen: “In dit geval is een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk omdat in de omgeving van het tracé geen bestaande woningen zijn gelegen. Tussen het beschouwde deel van de N217, van de Maasdamseweg tot de Trambaan zijn twee bestaande woningen aanwezig, het adres Eerste Kruisweg 1a langs de gelijknamige weg. Het pand langs de Tweede Kruisweg (Tweede Kruisweg 1 heeft geen geluidsgevoelige functie). De afstand van de woning Eerste Kruisweg 1a tot de N217 is meer dan 350 m, zodat er geen noemenswaardige hinder is te verwachten. Daarnaast speelt bij deze conclusie een rol dat de aanleg van de nieuwe weg als landbouwweg niet leidt tot een toename van het verkeer maar tot een verplaatsing van het landbouwverkeer van de hoofdrijbaan van de N217 naar de parallelweg, de landbouwweg ten noorden van de N217. Een verplaatsing van een zeer klein deel van het verkeer leidt niet tot een significante verandering van de geluidsbelasting ter plaatse van de genoemde woning.” Voor de woningen aan de zuidzijde van de N217 geldt dat de aanleg van de nieuwe weg als landbouwweg niet leidt tot een toename van het verkeer maar tot een verplaatsing van het landbouwverkeer van de hoofdrijbaan van de N217 naar de parallelweg, de landbouwweg ten noorden van de N217.
Een verplaatsing van een zeer klein deel van het verkeer leidt niet tot een significante verandering van de geluidsbelasting. Een akoestisch onderzoek is niet nodig omdat er geen noemenswaardige hinder te verwachten is. 3.6.4. Communicatie Indiener geeft aan dat de communicatie tussen de gemeente/overheid en de bewoners onvoldoende is.
8/11
Reactie gemeente Wij verwijzen op dit onderdeel naar de thematische beantwoording. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
3.7 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 7 3.7.1. Afstand watergang/kavelpad Indiener geeft aan dat in de toelichting is opgenomen dat de toekomstige perceelsgrens zal bestaan uit de bovenkant van het talud van een watergang met een helling van 1:1,5, plus 1 meter. Indiener vraagt zich af of hierdoor geen schade kan ontstaan aan het pad en aan de bietenstortplaats. Reactie gemeente Het klopt dat de helling van de watergang langs de parallelweg 1:1,5 bedraagt in het wegontwerp. Het bestemmingplan voorziet in het mogelijk maken van de parallelweg/fietspad door de bestemming “Verkeer” op te nemen. De preciezere uitwerking van de watergang volgt later. Hier wordt rekening gehouden met de aangrenzende percelen. De verdere uitwerking van de watergang wordt afgestemd met indiener, waarbij uitgangspunt is dat schade wordt voorkomen. 3.7.2. Drainage Indiener geeft aan dat het perceel volledig gedraineerd is en dat de drains uitkomen op de wegsloot. De drainage moet worden aangepast aan de nieuwe situatie. Reactie gemeente Bij de verdere uitwerking wordt rekening gehouden met de drainage. De verdere uitwerking wordt afgestemd met indiener. 3.7.3. Bereikbaarheid percelen en verkeersveiligheid Indiener geeft aan dat de bestaande uitritten tegenover Maasdamseweg nr. 18 behouden moet blijven.
Daarnaast wordt vermeld dat de percelen tijdens uitvoering van de werkzaamheden bereikbaar moeten blijven. Reactie gemeente Met de eigenaar van de betreffende locatie zijn wij in gesprek over de aansluiting tegenover de Maasdamseweg 18. De aansluiting op de Eerste Kruisweg (tweede ontsluiting van het perceel) is inmiddels verwerkt in het ontwerp. 3.7.4. Bereikbaarheid percelen tijdens uitvoering werkzaamheden Indiener geeft aan dat het perceel tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden altijd bereikbaar moeten blijven voor het uitvoeren van de vereiste agrarische werkzaamheden, zonder dat hiervoor moet worden omgereden. Indiener geeft aan de werkplanning zo spoedig mogelijk te willen ontvangen. Reactie gemeente Zodra een meer concrete werkplanning bekend is, wordt deze gedeeld met de direct belanghebbenden.
9/11
3.7.5. Kruispunt N217/Eerste Kruisweg Indiener geeft aan dat bij dit kruispunt rekening gehouden moet worden met de lange landbouwcombinaties die over moeten steken. Door het toenemende recreatief gebruik van de Eerste Kruisweg steken hier veel fietsers, wandelaars, wielrenners en recreanten op skeelers over. De combinatie met auto- en landbouwverkeer kan leiden tot onoverzichtelijke situaties. De indiener vraagt hier extra aandacht voor. Reactie gemeente Voor de kruising Eerste Kruisweg – N217 zijn de wegbeheerders provincie Zuid-Holland en Waterschap Hollandse Delta voornemens om de kruising aan te passen waarbij een middengeleider tussen de rijbanen wordt aangebracht. Dit leidt ertoe dat het wegverkeer niet langer één rechte weg ziet maar een lichte buiging. Tevens zorgt dit voor een betere oversteekbaarheid doordat oversteken nu in twee keer kan. Dit levert een positieve bijdrage aan de verkeersveiligheid. Maar zoals eerder benoemd vallen eventuele wijzigingen aan de hoofdrijbaan N217 buiten het plangebied van het bestemmingsplan Parallelweg N217. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
10/11
4. Staat van wijzigingen Nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, zijn er ambtshalve nog de volgende wijzigingen aangebracht. • Paragraaf 5.2, onder kopje ‘Gebiedsbescherming’ is aangepast. Door de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering geldt per 1 juli 2021 een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. De aanlegfase hoeft niet langer te worden berekend. Aangezien de gebruiksfase niet aan de orde is, is het stikstofonderzoek overbodig geworden. Het stikstofonderzoek is dan ook verwijderd. • De grenzen van het bestemmingsplan zijn verschoven naar de kadastrale grens zodat de percelen volledig binnen één bestemmingsplan liggen. De gronden die zijn toegevoegd hebben al een verkeersbestemming binnen het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’, de regels zijn voor beide bestemmingsplannen gelijk. Daarnaast zijn ondergeschikte redactionele aanpassingen doorgevoerd en onvolkomenheden hersteld.
11/11
Regels
Inhoudsopgave van de regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begippen Wijze van meten
2 2 6
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Verkeer Leiding - Olie Leiding - Water Waarde - Archeologische verwachting hoog 1 Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1
8 8 9 11 13 15
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene regels met betrekking tot ondergrond bouwen Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
18 18 19 20 21 22 23 24 25
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
26 26 27
2
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1
Begippen
plan
het bestemmingsplan 'Parallelweg N217' van de gemeente Hoeksche Waard; 1.2
bestemmingsplan
de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het NL.IMRO.1963.BPGRVDParallelw21-VA01 met bijbehorende regels en bijlagen; 1.3
GML-bestand
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aanduidingsvlak
een vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.7
afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels
een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.8
archeologisch onderzoek
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie; 1.9
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.10
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.11
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.12
bedrijf
een onderneming die is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten;
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
3
1.13
bestaand
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan: 1. bestaat, of; 2. wordt gebouwd, of; 3. nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; mits het bouwwerk in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.14
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
4
1.24
grondwaterpeil
bovenste niveau van het water dat zich in de bodem bevindt; 1.25
maatvoeringsgrens
de grens van een maatvoeringsvlak; 1.26
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.27
nadere eis
een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.28
normaal onderhoud, gebruik en beheer
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.29
omgevingsvergunning
een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.30 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.31
omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder b van de Wet ruimtelijke ordening; 1.32
permanente bewoning
het gebruik van een recreatiewoning of kampeermiddel door eenzelfde persoon of groep van personen als feitelijk hoofdverblijf, in die zin dat deze persoon of groep van personen binnen een aaneengesloten periode van een jaar meer dan 240 overnachtingen in de recreatiewoning maakt; 1.33
prostitutiebedrijf
een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd, dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie; prostitutie is het tegen betaling hebben van seksuele omgang met anderen op een naar buiten toe kenbare wijze; 1.34
recreatiewoning
een gebouw, niet zijnde een stacaravan, dat dient voor periodiek recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.35
seks- en/of pornobedrijf
een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard, waaronder mede wordt begrepen: a. seksbioscoop: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
5
b. seksclub: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard; c.
seksautomaat:
een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; d. sekswinkel: een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker; 1.36
stacaravan
een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen dat, mede gelet op de afmeting, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.37
(straat)peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst of ten hoogste 5 m uit de weggrens is gelegen: de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld maar niet hoger dan de kruin van de weg het meest nabij het bouwwerk gelegen; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water, in het peilbesluit vastgestelde peil, grenst aan het vaste land; 1.38
uitvoeren
uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.39
verblijfsrecreatie
recreatief verblijf op een daartoe bestemd terrein dan wel in een daartoe bedoeld gebouw of kampeermiddel; 1.40
wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.41
woning
een (gedeelte) van een gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden;
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
6
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Algemeen
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.2
de afstand tot een grens
tussen de grens een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.7
de horizontale diepte van een gebouw
de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10
de oppervlakte van een overkapping
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.11
verticale diepte van een ondergronds bouwwerk
van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk. 2.12
ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
7
2.13
meten
Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
8
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden; b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; een en ander met bijhorende bouwwerken en voorzieningen. 3.2
Bouwregels
Uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan: a. verwijsborden met een bouwhoogte van maximaal 10 m; b. lichtmasten met een bouwhoogte van maximaal 18 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 2 m.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
9
Artikel 4 4.1
Leiding - Olie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Olie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een ondergrondse pijpleiding voor het transport van aardolieproducten met een diameter van ten hoogste 24 inch en een druk van ten hoogste 62 bar en met de daarbij behorende belemmerde strook van 5 m ter weerszijden van de leiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - olie 1'; b. een ondergrondse pijpleiding voor het transport van ruwe olie met een diameter van ten hoogste 36 inch en een druk van ten hoogste 43 bar en met de daarbij behorende belemmerde strook van 5 m ter weerszijden van de leiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - olie 2'; c. een ondergrondse pijpleiding voor het transport van aardolieproducten met een diameter van ten hoogste 24 inch en een druk van ten hoogste 60 bar en met de daarbij behorende belemmerde strook van 5 m ter weerszijden van de leiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - olie 3'; d. het beheer en onderhoud van de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. 4.2.2
Gebouwen
Uitsluitend gebouwen ten behoeve van het leidingbeheer mogen worden gebouwd met per gebouw een oppervlakte van maximaal 40 m2. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijn de bedraagt maximaal 3 m. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de leidingbeheerder. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Omgevingsvergunningplichtige werken
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 4.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen; e. het aanbrengen, verwijderen of herstellen van ondergrondse leidingen of drainage; f. het aanbrengen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; g. het aanbrengen van oeverbeschoeiing; Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
10
h. het indrijven van voorwerpen in de bodem; i. het al dan niet tijdelijk opslaan van grond en/of goederen; j. het plaatsen van voorzieningen zoals o.a. tenten voor (incidentele) activiteiten, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals, stads- en/of regionale promotionele activiteiten; 4.4.2
Toetsingscriterium
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 4.4.3
Advies leidingbeheerder
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder. 4.4.4
Uitzonderingen
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijde, of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
11
Artikel 5 5.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het beheer en onderhoud van de leiding; b. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming nieuw worden gebouwd. 5.2.2
Gebouwen
Uitsluitend gebouwen ten behoeve van het leidingbeheer mogen worden gebouwd met per gebouw een oppervlakte van maximaal 40 m2. 5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijn de bedraagt maximaal 3 m. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de leidingbeheerder. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Omgevingsvergunningplichtige werken
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen. 5.4.2
Toetsingscriterium
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
12
5.4.3
Advies leidingbeheerder
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder. 5.4.4
Uitzonderingen
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijde, of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
13
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologische verwachting hoog 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting hoog 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2
Bouwegels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen worden gebouwd ten behoeve van aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijking
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 6.3.2
Uitzonderingen
Afwijking als bedoeld in artikel 6.3.1 is niet vereist, indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; c. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 100 m2. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Omgevingsvergunningplichtige werken
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodemverlagen of afgraven van gronden; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,5 m vanaf maaiveld; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transportenergieof telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.
6.4.2
Toetsingscriterium
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 6.4.3
Uitzonderingen
Het in artikel 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien:
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
14
a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 100 m2 en niet dieper dan 0,5 m vanaf het maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; e. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting hoog 1', indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit mogelijk is.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
15
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen worden gebouwd ten behoeve van aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Afwijking
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 7.3.2
Uitzonderingen
Afwijking als bedoeld in artikel 7.3.1 is niet vereist, indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; c. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 500 m2. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Omgevingsvergunningplichtige werken
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 7.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodemverlagen of afgraven van gronden; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,5 m vanaf maaiveld; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transportenergieof telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.
7.4.2
Toetsingscriterium
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 7.4.3
Uitzonderingen
Het in artikel 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien:
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
16
a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 500 m2 en niet dieper dan 0,5 m vanaf het maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; e. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 7.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1', indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit mogelijk is.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
17
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
18
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021
19
Artikel 9 9.1
Algemene bouwregels
Bestaande afmetingen
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 9.2
Bestaande afstanden
In die gevallen dat de bestaande afstand van een bouwwerk tot enige op de verbeelding of in de regels aangegeven lijn dan wel tot een ander bouwwerk, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 9.3
Bestaande percentages
In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Regels Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021