CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bestemmingsplan-kaart

Besluitvormende raad 12 oktober 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan parallelweg N217 te ‘s-Gravendeel25.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Hoeksche Waard

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Vast te stellen

11 augustus 2021

Gemeente Hoeksche Waard

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Vast te stellen

Inhoud: • • •

Toelichting Regels Geometrische plaatsbepaling (verbeelding)

werknummer: datum: bestand:

619.164.20 11 augustus 2021 J:\619\164\20\3.projectresultaat\

Procedureoverzicht Fase

Datum

Ontwerp

11 maart 2021

Terinzagelegging Definitief

21 mei 2021 t/m 2 juli 2021 11 augustus 2021

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

Toelichting

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Voorgaande bestemmingsplannen Leeswijzer

1 1 2 3

2

Planbeschrijving

4

2.1 2.2

Bestaande situatie Ontwikkelingen

4 5

3

Ruimtelijke Ordening

6

4

Verkeer

16

5

Natuur en ecologie

18

6

Water

21

7

Archeologie en cultuurhistorie

26

8

Milieu

29

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering

29 30 31 32 34 34

9

Uitvoerbaarheid

36

9.1 9.2 9.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

36 36 36

10

Juridische plantoelichting

38

10.1 Planmethodiek 10.2 Regels 10.3 Geometrische plaatsbepaling

38 38 40

11

Procedure

41

11.1 Voorbereidingsfase 11.2 Ontwerpfase 11.3 Vaststellingsfase

41 41 41

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Bijlage 2:

Flora- en faunaonderzoek Hoeksche Waard N217 tussen rotonde Maasdam-N489 en rotonde ’s-Gravendeel Nota beantwoording zienswijzen

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan

De N217 wordt verbeterd door de aanleg van een parallelweg, zodat enerzijds een betere verkeersafwikkeling mogelijk is – zowel voor het geval van piekmomenten bij omleidingen als voor de toekomstige woningbouwontwikkelingen in ’s Gravendeel. De parallelweg zorgt voor een betere doorstroming en biedt ruimte voor calamiteitenverkeer. Uit de verkeersmodellen is gebleken dat het wegvak van de N217, tussen Maasdam en ’sGravendeel, één van de belangrijkste verkeersaders vormt tijdens omleidingen. Om ervoor te zorgen dat het verkeer niet vastloopt, zijn diverse maatregelen noodzakelijk. Eén van deze maatregelen richt zich op het wegvak van de N217 tussen Maasdam en ’s-Gravendeel. Het voornemen bestaat om een parallelweg aan te leggen zodat de druk op de hoofdweg afneemt. Ten noorden van de hoofdweg is voorzien in de aanleg van deze parallelweg en een nieuw fietspad. Deze parallelweg is in beginsel bedoeld voor het landbouwverkeer. Dit moet ervoor zorgen dat bij de piekmomenten bij bijvoorbeeld omleidingen de effecten voor de Hoeksche Waard beperkt worden. Naast een functie tijdens omleidingen, dient de weg permanent als calamiteitenroute bij ongevallen. Dit deel van de N217 is onderdeel van de belangrijkste aanrijdrouteroute voor calamiteitenverkeer aan de oostzijde van Hoeksche Waard.

Deze parallelweg zorgt er mede voor dat het calamiteitenverkeer ook bij stremming op de N217 hun bestemming in Hoeksche Waard kunnen bereiken. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Binnenmaas’ is de realisatie van de parallelweg niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridischplanologisch kader waarmee de realisatie van de weg wél mogelijk wordt gemaakt. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied, waar de realisatie van de nieuwe parallelweg is voorzien, ligt tussen de kernen van Maasdam en ’s Gravendeel. Het betreft het gebied dat ten noorden van de bestaande N217 ligt. Ten noorden van dit wegvak is een, deels vrij liggend, fietspad aanwezig. Het plangebied is in het zuiden afgebakend door het bestaande fietspad en de N217. Ten noorden van het plangebied zijn diverse agrarische percelen gelegen. In het westen sluit het plangebied aan op de Kromme Elleboog. In het oosten wordt de weg aangesloten op de huidige verkeersstructuur van de Maasdamseweg. In afbeelding 1.1 is de globale ligging van het wegontwerp weergegeven.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

2

Afbeelding 1.1: ligging parallelweg

1.3

Voorgaande bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied vigeert, tot op het moment dat het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’. Dit bestemmingsplan is op 12 december 2013 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Binnenmaas vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van de parallelweg weergegeven.

Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingsplan ter plaatse van de parallelweg.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

3

In de huidige situatie kent het plangebied de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’. Daarnaast zijn aan het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Olie’, ‘Leiding – Water’, ‘Waarde – Archeologische verwachting hoog 1’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’ toegekend. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ is de aanleg van een parallelweg al mogelijk. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is de realisatie van een parallelweg niet toegestaan. Daarom is alleen dit deel meegenomen als plangebied. Daarmee is de ontwikkeling in functioneel opzicht strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. 1.4

Leeswijzer

Na de inleiding volgt in hoofdstuk 2 een korte omschrijving van het plangebied en de ontwikkelingen. Hoofdstuk 3 behandelt de beleidskaders die relevant zijn voor de ontwikkeling. Daarna volgen de planologisch relevante aspecten, zoals verkeer in hoofdstuk 4, natuur in hoofdstuk 5, water in hoofdstuk 6, archeologie en cultuurhistorie in hoofdstuk 7 en de milieuaspecten in hoofdstuk 8. In hoofdstuk 9 wordt de uitvoerbaarheid van het plan besproken. In hoofdstuk 10 wordt een juridische toelichting gegeven op het bestemmingsplan en tot slot wordt de procedure omschreven in hoofdstuk 11.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

4

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

De omgeving van het plangebied kent in de huidige situatie overwegend een agrarische functie. Een groot deel van het plangebied is dan ook ingericht als akkerland. Op diverse plaatsen liggen, haaks op de N217, watergangen. De omvang van deze watergangen varieert van een smalle sloot tot een afwateringskanaal. Daarnaast ligt het natuurgebied Middelvliet langs het plangebied. Ten slotte is een groot deel van het plangebied ingericht als groenvoorziening en is over een groot deel van het traject een bomenrij aanwezig. In afbeelding 2.1 is een overzicht van de huidige situatie van de locatie van de toekomstige parallelweg weergegeven. In de afbeeldingen 2.2, 2.3 en 2.4 is vervolgens de huidige situatie op straatniveau weergegeven.

Afbeelding 2.1: locatie van de toekomstige parallelweg in bestaande situatie

Afbeelding 2.2: bestaande situatie gezien vanaf de N217 aan de zijde van Maasdam

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

5

Afbeelding 2.3: bestaande situatie gezien vanaf de N217 aan de zijde van ’s-Gravendeel

Afbeelding 2.4: Bosschage Middelvliet in de huidige situatie

2.2

Ontwikkelingen

Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een parallelweg en fietspad ten noorden van de bestaande N217. Deze parallelweg wordt gerealiseerd om het wegvak, tussen Maasdam en ’s-Gravendeel, te ontlasten. Op deze weg rijdt veel landbouwverkeer en de parallelweg is er primair voor bedoeld om dit verkeer van het reguliere verkeer te scheiden. Bij calamiteiten is het de bedoeling dat de parallelweg ook gebruikt wordt door het regulier verkeer zodat congestie op de N217 wordt voorkomen en de doorstroming wordt bevorderd. Een deel van het wegontwerp is in afbeelding 2.5 opgenomen. Afbeelding 2.6 laat een dwarsprofiel zien. De gemeente heeft het voornemen om de bomen te verplaatsen (zieke/oude bomen uitgezonderd). In eerste instantie wordt gekeken of de bomen naar de noordzijde van het nieuwe fietspad kunnen worden herplant. Anders worden de bomen elders herplant.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

6

Afbeelding 2.5: Uitsnede nieuwe paralelweg in het groen

Afbeelding 2.6: Dwarsprofiel nieuwe parallelweg naast de N217

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

7

3

Ruimtelijke Ordening

3.1

Kader

3.1.1 Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte. De structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden.

Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma’s. Ter versterking van het vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s rondom de main-, brain- en greenports geldt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. In krimpregio’s wordt het interbestuurlijke programma bevolkingsdaling doorgezet. De centrale gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. De aanleg van de voorgenomen parallelweg sorteert hier op voor. Om ten tijde van piekmomenten de Hoeksche Waard ook bereikbaar te houden en de doorstroom te bevorderen, is de aanleg van de parallelweg noodzakelijk. Voorliggende ontwikkeling draagt daarmee bij aan de centrale gedachte van de SVIR. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast.

Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds wordt het Barro aangevuld met onderwerpen uit de

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

8

Structuurvisie Infrastructuur en Milieu (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 inwerking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkintreding van het besluit zijn aangepast. Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). In het Barro worden geen specifiek uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.

Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uit jurisprudentie blijkt dat de aanleg van een weg niet aangemerkt wordt als een stedelijke ontwikkeling. Om deze reden hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.2 Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld.

Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

9

Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken.

De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur

Uit de ruimtelijke hoofdstructuur volgt dat het plangebied is aangeduid als (bovenregionale) hoofdstructuur. Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. Naar een klimaatbestendige delta Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

10

2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in alle vier de kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is projectgebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei’ en ‘Bijzonder reliëf en aardkundige waarden – oude stroomgordels en geulafzettingen’. Ontwikkelingen in het gebied ‘jonge zeeklei’ dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een verslechtering hiervan. Ontwikkeling in het gebied ‘oude stroomgordels en geulafzettingen dienen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand te houden. Daarnaast dienen, waar mogelijk de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Dit laatste wordt niet mogelijk geacht bij voorgenomen ontwikkeling gezien de oriëntatie van het tracé en de gedifferentieerde ligging van de verschillende verwachtingswaarden.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

11

Daarnaast is het plangebied in de laag van de cultuur- en natuurlandschappen aangeduid als ‘Rivierdeltalandschap - zeekleipolder’. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. Daarnaast is een richtpunt dat het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behoudt en versterking van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder behouden blijft. Voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen. Bovendien zorgt voorgenomen ontwikkeling niet voor aantasting van de het patroon van de opwas- en aanwaspolders. In de laag van de beleving is een klein deel van het plangebied aangeduid als ‘Natuur’. Dit betreft het zuidelijk deel van natuurreservaat Middelvliet. Richtpunt hierbij is dat ontwikkelingen de wezenlijke natuurkenmerken en waarden van het gebied behouden of herstellen. Middelvliet vormt een belangrijk natuurkenmerk dat midden in het bestemmingsplangebied ligt. Voorgenomen ontwikkeling is voorzien daar waar slechts beperkt sprake is van aantasting van de natuurwaarden. Wordt zo goed mogelijk aangesloten bij de natuurwaarden. Ten slotte is het plangebied in de laag van de stedelijke occupatie aangeduid als ‘provinciale weg’.

Relevante richtpunten hierbij zijn: • Nieuwe infrastructuur wordt aangelegd als een logische verbinding van A naar B die ook na langere tijd nog begrijpbaar is. • Bij nieuwe provinciale wegen beweegt de weg waar mogelijk mee met de hoofdrichting van het landschap. • Nieuwe of aan te passen infrastructuur wordt altijd beschouwd als een integrale gebiedsopgave inclusief inpassingsvraagstukken. Hieronder wordt naast ligging in het landschap ook verstaan; zorgvuldig omgaan met doorlopende landschappelijke structuren, logische oplossingen voor doorgaande ecologische en recreatieve verbindingen en behoud van gebruiks- en belevingswaarde van het omliggend gebied en logische verbinding met aansluitende infrastructuur. • Een visuele relatie tussen weg en omgeving is gewenst. Waar wegen landschappelijke hoofdstructuren kruisen, dient de landschappelijke lijn als afzonderlijke structuur zichtbaar en herkenbaar te blijven. Deze ‘contactpunten’ (bijvoorbeeld tunnels, viaducten, aquaducten) worden met zorg ontworpen en komen terug in de beeldkwaliteitsparagraaf. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de aanleg van een paralleweg om de bestaande hoofdweg te ontzien. Deze weg wordt logischerwijs parallel aan de hoofdweg gelegd en vormt daarmee logische verbinding.

Het effect van de aanleg van de weg wordt zoveel mogelijk beperkt omdat, daar waar de landschappelijke en cultuurhistorische waarden reeds onderbroken zijn, de nieuwe weg wordt gerealiseerd. Het vrij liggende fietspad ten noorden van de parallelweg draagt bij aan het behoud van de recreatieve verbinding tussen Maasdam en ’s-Gravendeel. De ontwikkeling is daarmee grotendeels in lijn met de provinciale kwaliteitskaart.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

12

Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Bereikbaarheid Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoefte van reizigers en vervoerders. Regionale economie Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een parallelweg om de bestaande, doorgaande route ten tijde van piekmomenten te voorzien. Door deze maatregel, als onderdeel van een maatregelenpakket, wordt de hinder zo beperkt mogelijk gehouden. De realisatie van de weg moet er voor zorgen dat ook tijdens piekmomenten sprake is een goede bereikbaarheid waardoor ook de economie geen hinder van de afsluiting en/of calamiteiten ondervindt. Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de provinciale opgaven. Omgevingsverordening In de omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als ‘Beschermingscategorie 1’ en ‘Natuurnetwerk Nederland’.

Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in een gebied dient aandacht te besteden aan de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet aangegeven worden dat geen sprake is van wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en dat het plan voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); Als wijziging wel aan de orde is, wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het voorliggend plan betreft de realisatie van een parallelweg langs de N217. Dit past bij de aard en schaal van het omliggend gebied. Daarnaast zal de omgeving niet veranderen, de aanwezige bomen en watergangen worden verplaatst naar de rand van de nieuwe parallelweg. Daarnaast is het plangebied gelegen langs het Natuurnetwerk Nederland. In de verordening staat hierover:

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

13

“Een bestemmingsplan voor gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op Kaart 8 Natuurnetwerk Nederland, wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden”. Het plangebied ligt langs het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het NNN worden geen werkzaamheden uitgevoerd. Het NNN blijft in stand gehouden. Ontwerp-Omgevingsprogramma Zuid-Holland Het Ontwerp-Omgevingsprogramma Zuid-Holland ligt tot 2 februari 2021 ter inzage. Het OntwerpOmgevingsprogramma is bedoeld als programma conform artikel 3.4 van de Omgevingswet. Het vormt straks, samen met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening, het Zuid-Hollandse Omgevingsbeleid – ofwel het provinciale beleidskader voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. Het Ontwerp-Omgevingsprogramma Zuid-Holland omvat de maatregelen waarmee Gedeputeerde Staten invulling geven aan de ambities en beleidskeuzes die in de Omgevingsvisie Zuid-Holland zijn opgenomen.

De beleidskeuzes in de Omgevingsvisie betreffen de bevoegdheid van Provinciale Staten, de maatregelen in het Omgevingsprogramma van Gedeputeerde Staten. Het Omgevingsprogramma is opgebouwd langs de lijn van ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Deze indeling maakt het mogelijk om de maatregelen uit het Omgevingsprogramma op te nemen in de digitale raadpleegomgeving en daarin te verbinden met andere onderdelen van het Omgevingsbeleid. Ook is het Omgevingsprogramma, net als de Omgevingsvisie, modulair te vernieuwen of aan te passen. Maatregelen uit het Omgevingsprogramma kunnen verder worden uitgewerkt naar acties in uitvoeringsplannen. Uitvoeringsplannen of -programma’s zijn geen beleidsdocumenten en maken daarom geen onderdeel uit van het Omgevingsbeleid. In het Ontwerp-Omgevingsprogramma is de beleidsuitwerking van beleidsdoel 5.3 (Leven met water) nog niet opgenomen. Conform een afspraak met de waterschappen wordt de uitwerking van dit beleidsdoel pas in het Omgevingsprogramma ingevoegd ná vaststelling van het Regionaal Waterprogramma. De vigerende programma’s voor Ruimte en Mobiliteit zijn onder huidig recht (Wet Ruimtelijke ordening) door Provinciale Staten vastgesteld als structuurvisie. De inhoud van deze programma’s is nu opgenomen in het Ontwerp-Omgevingsbeleid. Onder de Omgevingswet wordt het vaststellen van een programma een GS-bevoegdheid.

3.1.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Hoeksche Waard Op 17 december 2019 is Omgevingsvisie Hoeksche Waard door de gemeenteraad vastgesteld. Deze omgevingsvisie nodigt inwoners, ondernemers, investeerders, maatschappelijke organisaties en anderen uit om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Hoeksche

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

14

Waard. De omgevingsvisie helpt om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke Hoeksche Waard. Dit wordt ‘Waardmaken’ genoemd. Waardmaken is een nieuwe manier van ontwikkelen. Bij de totstandkoming van een initiatief worden initiatiefnemers uitgenodigd bij te dragen aan de Hoeksche Waard: aan de Hoeksche Werken en de aan Hoeksche Waarden. Daarmee is omgevingskwaliteit niet langer het domein van overheid en specialisten, maar een verantwoordelijkheid van iedereen. Waardmaken betekent een bijdrage leveren aan ‘Hoeksche Werken’ en ‘Hoeksche Waarden’. ‘Hoeksche Werken’ Als één ding duidelijk is geworden tijdens het opstellen van deze omgevingsvisie is dat Hoeksche Waarders trots zijn op hun eiland. Ze koesteren de kwaliteit van wonen, werken en leven. De inzet is om dat goeds ook in de toekomst te hebben. Breed is het besef aanwezig dat dat niet vanzelfsprekend is. Trends en ontwikkelingen zorgen ervoor dat we moeten blijven werken om de Hoeksche Waard vitaal en leefbaar te houden. Vijf maatschappelijke opgaven vragen specifiek onze aandacht de komende jaren. Dit worden de ‘Hoeksche werken’ genoemd: • • • • •

Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Vitaal economisch klimaat Bereikbaar, nabij en toegankelijk Duurzame, innovatieve landbouw Vitale dorpen en actieve samenleving

‘Hoeksche Waarden’ De Hoeksche Waard, eiland tussen de grote wateren, waar al het land is gewonnen op het water. Een uniek agrarisch polderlandschap waar het oorspronkelijk karakter van het landschap met zijn openheid, dijken en kreken en buitendijkse natuurgebieden nog duidelijk zichtbaar is. Waar inwoners en bezoekers nog echt rust en ruimte kunnen ervaren, terwijl grootstedelijke voorzieningen binnen handbereik zijn. De Hoeksche mentaliteit, de dorpsevenementen en het boerenbedrijfsleven vormen onze cultuur en is de schakel tussen heden, verleden en toekomst. De dorpen zijn het thuis van vele Hoeksche Waarders. Het gevoel van thuis heeft te maken met herkenbaarheid en identiteit. De dorpen en het landschap vertellen ons een verhaal van de ontstaansgeschiedenis en het gebruik door de jaren heen. De Hoeksche Waard heeft haar eigen karakter dat het waard is om gekoesterd te worden. Daarom willen we dat nieuwe ontwikkelingen en ingrepen in het landschap of in de dorpen met liefde en zorg voor de plek worden uitgevoerd. Bij de ontwikkeling van onze leefomgeving stond eerst vooral de kwaliteit van bouwwerken centraal, in de loop der tijd zijn ook natuur, landschap en erfgoed hierbij gekomen. Nu heeft men het ook over vraagstukken van voedsel, milieu, energie, klimaat, water, gezondheid, veiligheid en leefbaarheid. We vatten dit samen als omgevingskwaliteit.

Landschap, natuur, rust en ruimte zijn belangrijke Hoeksche waarden. Ook vitaliteit en het betrekken van iedereen in de samenleving zijn kenmerken waar de Hoeksche Waard voor staat.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

15

Om de omgevingskwaliteit van de Hoeksche Waard ook voor de toekomst te borgen, is in deze omgevingsvisie aangegeven wat de gemeenschap en gemeente binnen de Hoeksche Waard de belangrijkste waarden vinden. Dit worden de Hoeksche waarden genoemd. Het plangebied is gelegen in het gebied dat is aangeduid als ‘Natuurlijk verbonden’. Dit is het grootste deelgebied binnen de Hoeksche Waard. Het betreft het grote, relatief open agrarische landschap. Het landschap is rationeel en doelmatig ingericht voor de agrarische sector. De openheid geeft lange zichtlijnen en vergezichten.

• • • • • • •

• •

Te ontwikkelen waarden zijn: Versterken en in stand houden van het patroon van groene dijken en kreken. Versterken van het recreatieve netwerk, gekoppeld aan de groenblauwe structuur van kreken en dijken. Versterken van het duurzame en innovatieve karakter van de landbouw. Versterken van de herkenbaarheid van cultuurhistorisch landschap en haar iconen. Versterken van het contrast tussen grote open ruimten en groene randen en groene gebieden binnen de open ruimtes. Hierbij rekening houden met de lange zichtlijnen ‘van dijk tot dijk’. Agrarische bedrijven blijven of worden groene parels in het landschap. Daarbij is er aandacht voor biodiversiteit. Versterken van de landschappelijke en natuurlijke inpassing van de bedrijfsbebouwing. Het bouwvlak moet hierin niet bepalend zijn, maar juist de kwalitatieve versterking. Akkerranden benutten voor versterking van de biodiversiteit. We stimuleren het circulair ondernemen in de landbouw (kringlooplandbouw). Het creëren van openheid door het saneren van verspreid liggend glas. Voorgenomen ontwikkeling draagt niet direct bij aan een van de te ontwikkelen waarden van het gebied ‘Natuurlijk verbonden’. Het draagt echter wel bij aan één van de vijf maatschappelijke opgaven die zijn onderscheiden. Voorgenomen ontwikkeling draagt namelijk bij aan het bereikbaar, nabij en toegankelijk houden van de Hoeksche Waard.

De aanleg van de Parallelweg zorgt ervoor dat de bestaande hoofdweg ontlast wordt en dat, zeker gedurende piekmomenten, de hinder zoveel mogelijk beperkt blijkt. 3.2

Conclusies

Het hiervoor opgesomde beleid verzet zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

16

4

Verkeer

Achtergrond De aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan heeft een verkeerskundige achtergrond. Een goede en robuust wegennet heeft prioriteit in het bereikbaar houden van Hoeksche Waard. Door het ontbreken van een parallelstructuur tussen Maasdam en ’sGravendeel is dit deel van de N217 kwetsbaar in geval van calamiteiten. De aanleg van deze parallelweg borgt permanent de bereikbaarheid van Hoeksche Waard, voor zowel regulier verkeer als calamiteitenverkeer. Ten tijde van een omleiding vormt de Kiltunnel één van de belangrijkste aan- en afvoerroutes voor de Hoeksche Waard. In het verlengde van deze tunnel ligt de N217. Deze weg zorgt in de huidige situatie al voor de verdere ontsluiting van de Hoeksche Waard maar deze weg zal bij omleidingen een nog belangrijkere betekenis gaan krijgen. Vanwege het ontbreken van een parallelstructuur is het deel tussen Maasdam en ’s-Gravendeel kwetsbaar. Om te voorkomen dat de bereikbaarheid van de Hoeksche Waard onder druk komt te staan, is een parallelweg ten noorden van de N217 tussen Maasdam en ’s-Gravendeel één van de maatregelen. De N217 kent daarmee over de volledige lengte een parallelstructuur. Huidig wegprofiel en intensiteit Het huidige wegvak van de N217 tussen Maasdam en ’s-Gravendeel kent een wegprofiel met twee rijstroken en een vrijliggend fietspad, zie afbeelding 4.2.

Deze weg vormt de enige directe route tussen de kernen. Gerichte uitwijkmogelijkheden bestaan niet vanwege de beperkte mogelijkheden tot het kruisen van het hsl-spoor.

Afbeelding 4.2: Huidige inrichting wegprofiel N217 tussen Maasdam en ’s-Gravendeel

Deze weg is opengesteld voor al het verkeer op (brom)fietsers na. Dit betekent dat op dit wegvak ook veel landbouwverkeer met een lagere maximumsnelheid rijdt. De weg is volgens de wegcategorisering van de provincie Zuid-Holland een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 80 km/h en een capaciteit van 20.000 mvt/etm.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

17

Intensiteiten van provinciale wegen zijn te vinden op staatvan.zuid-holland.nl. Dit zijn feitelijke tellingen op vaste telpunten van de provincie. In 2019 was de gemiddelde werkdag intensiteit van de N217 15.820 motorvoertuigen. Er bestaat een restcapaciteit van 4.180 bewegingen. In de huidige situatie kent het wegvak voorlopig genoeg capaciteit om de bestaande intensiteit goed te kunnen verwerken. Echter zal de intensiteit in de toekomst toenemen door bijvoorbeeld toekomstige woningbouwontwikkelingen of piekmomenten bij omleidingen. Tevens is in de toekomstige situatie sprake van autonome groei. Toekomstig wegprofiel en intensiteit De N217 wordt verbeterd door de aanleg van een parallelweg, zodat enerzijds een betere verkeersafwikkeling mogelijk is – zowel voor het geval van piekmomenten bij omleidingen als voor de toekomstige woningbouwontwikkelingen in ’s Gravendeel. De parallelweg zorgt voor een betere doorstroming en biedt ruimte voor calamiteitenverkeer. De aanleg van de parallelweg zelf genereert geen extra verkeer. Indien in de toekomst extra verkeer over de weg rijdt – hetzij tijdelijk bij omleidingen, danwel permanent door nieuwbouw – dient in het kader van die projecten een verkeersonderzoek uitgevoerd te worden.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

18

5

Natuur en ecologie

5.1

Kader

5.1.1 Rijksbeleid Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van soorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN. Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen.

Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb).

Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

19

Gebiedsbescherming Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). 5.2

Onderzoek

Soortenbescherming Door ABO-milieuconsult is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport is opgenomen als bijlage 1. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Gebiedsbescherming Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de gebieden Oudeland van Strijen (circa 2 km afstand), Oude Maas (circa 5 km afstand), Hollands Diep (circa 6,5 km afstand) en Boezems Kinderdijk (circa 10,5 km afstand) geldt dat binnen deze gebieden geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, zodat het onderzoek geen betrekking heeft op deze natuurgebieden. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Biesbosch (circa 5 km afstand), Biesbosch (circa 20 km afstand) en Krammer-Volkerak (circa 15,5 km afstand). De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 in werking getreden. Via het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, waarin de stikstofwet verder is uitgewerkt, geldt per 1 juli een vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten omdat de emissies tijdelijk en beperkt zijn. De aanlegfase hoeft niet langer te worden berekend. Een berekening voor de gebruiksfase blijft wel nodig.

De N217 wordt verbeterd door de aanleg van een parallelweg, zodat enerzijds een betere verkeersafwikkeling mogelijk is – zowel voor het geval van piekmomenten bij omleidingen als voor de toekomstige woningbouwontwikkelingen in ’s Gravendeel. De parallelweg zorgt voor een betere doorstroming en biedt ruimte voor calamiteitenverkeer. De realisatie van de parallelweg zelf genereert geen extra verkeer, waardoor onderzoek naar de gebruiksfase niet nodig is. Indien

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

20

in de toekomst extra verkeer over de weg rijdt – hetzij tijdelijk bij omleidingen, danwel permanent door nieuwbouw – dient in het kader van die projecten een stikstofonderbouwing te worden aangeleverd. Omdat de ontwikkeling geen verkeersaantrekkende functies mogelijk maakt, maar ervoor zorgt dat het verkeer niet vast loopt en als calamiteitenroute kan dienen, is de gebruiksfase niet aan de orde. De aanlegfase hoeft door de vrijstelling niet berekent te worden. Stikstof vormt dan ook geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.3

Conclusie

Het aspect natuur en ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

21

6

Water

6.1

Kader

Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt één en ander uiteengezet. Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan Het 2e Nationaal Waterplan (NWP2) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast.

Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit is Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water.

Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouder van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

22

Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan 2016 - 2021 Op 29 juni 2016 is het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 in werking getreden. Het Hoofdlijnenakkoord 2015 – 2019 van het college van Gedeputeerde Staten schetst de ambitie om beleid zo veel mogelijk integraal vorm te geven en te anticiperen op de visie die ten grondslag ligt aan de Omgevingswet. Specifiek voor het regionale waterbeleid is hieraan voldaan met de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) en de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water. Dit maakt een volledig nieuw regionaal waterplan overbodig. Beleid waterbeheerder Waterbeheerplan 2016-2021, Waterschap Hollandse Delta In het Waterbeheerplan 2016-2021 (d.d. 26 november 2015) staat hoe het Waterschap Hollandse Delta het waterbeheer in het werkgebied in de komende jaren wil uitvoeren. Het nieuwe Waterbeheerprogramma van waterschap Hollandse Delta bestaat uit een statisch en een dynamisch deel. Het statisch deel bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode 2016-2021. Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren en gaat op hoofdlijnen in op de financiële consequenties daarvan. In het statisch deel komen de belangrijkste externe en interne (beleids)kaders waarbinnen het Waterbeheerprogramma is opgesteld aan bod.

Deze kaders zijn overigens continu in beweging; zo zijn vanuit het Deltaprogramma onlangs de deltabeslissingen uitgebracht en is de nieuwe Omgevingswet in aantocht. In het dynamisch deel van het Waterbeheerprogramma zijn per thema maatregeltabellen uitgewerkt. Deze maatregelen zijn nodig om de doelen die in het statisch deel zijn geformuleerd te kunnen bereiken. De maatregeltabellen hebben het karakter van een ‘groslijst’ die jaarlijks uitwerking behoeft. Bij deze jaarlijkse uitwerking kunnen, mits het bereiken van de doelen niet in gevaar komt, maatregelen worden geschrapt of worden vervangen door andere maatregelen. Desgewenst kunnen ook nieuwe maatregelen worden toegevoegd. De (jaarlijkse) uitwerking van het maatregelenprogramma verloopt via de Kadernota, de Programmabegroting en de jaarplannen/afdelingsplannen. Op die wijze worden ook de financiële consequenties van het Waterbeheerprogramma geborgd. Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Hoeksche Waard In paragraaf 3.1.3 is de omgevingsvisie al beschreven. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Verder wordt in de omgevingsvisie specifiek benoemd dat voldoende ruimte en inspanning voor waterkwaliteit en waterkwantiteit nodig is en dat de gemeente de economische betekenis van natuur en water wil vergroten. 6.2

Onderzoek

Ontwikkelingen dienen rekening te houden met de in deze waterparagraaf genoemde eisen en uitgangspunten. In deze waterparagraaf wordt naast de beschrijving van de waterstaatkundige situatie en kenmerken bepaald wat de invloed is van de uitvoering van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

23

Huidige situatie Het grootste gedeelte van het plangebied bestaat uit akkerland en is daarmee onverhard. In een aantal delen is het plangebied momenteel verhard in de vorm van infrastructuur. De huidige situatie op het gebied van verharding is weergegeven in tabel 6.1. In het plangebied is oppervlaktewater gelegen, zie afbeeldingen 6.1 en 6.2. De ‘blauwe’ watergangen zijn in het beheer bij het waterschap, de ‘bruine’ bij de provincie, de ‘rode’ bij aanliggenden, de ‘paarse’ bij de spoorwegbeheerder en de groene bij de natuurbeherende organisatie.

Afbeelding 6.1: Uitsnede leggerkaart waterschap Hollandse Delta.

Afbeelding 6.2: Uitsnede leggerkaart waterschap Hollandse Delta.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

24

Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een regionale of primaire waterkering. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een overstromingsrisico. Afvalwaterketen en riolering Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit betekent ook dat toename van het verharde oppervlak en/of dempingen binnen het gebied moeten worden gecompenseerd. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkelingen diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen) zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is voorzien in de realisatie van een parallelweg. Waterkwantiteit Om de watercompensatie te berekenen is gekeken naar de oppervlakten van het wegontwerp. Het wegontwerp ligt deels binnen de bestemming ‘Verkeer’ en deels binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden”. Binnen de verkeersbestemming is het wegontwerp al mogelijk.

Het plangebied betreft alleen het deel van het wegontwerp wat buiten de verkeersbestemming valt. Het plangebied kent een omvang van 17.291 m2. In tabel 6.1 is de huidige situatie en toekomstige situatie op het gebied van verharding inzichtelijk gemaakt.

Fietspad Weg / in-uitritten Totaal verhard Water Onverhard (groen en agrarisch) Totaal

Bestaande situatie 0 m2 0 m2 0 m2 0 m2 17.291 m2 17.291 m2

Toekomstige situatie 660 m2 579 m2 1.239 m2 4.046 m2 12.006 m2 17.291 m2

Tabel 6.1: Overzicht verharde situatie (huidig en toekomstig)

Het verhard oppervlak neemt met 1.239 m2 toe. Vanaf 1.500 m2 toegevoegde verharding in het landelijk gebied moet 10% gecompenseerd worden. Door de toegevoegde verharding is watercompensatie dus niet nodig. Bestaande watergangen (circa 3.454 m2) buiten het plangebied worden gedempt. Hiervoor geldt dempen = graven. De watergangen worden verlegd naar het noorden (binnen het plangebied). Ondanks watercompensatie niet benodigd is, wordt middels dit plan circa 592 m2 extra water gerealiseerd. Riolering Hemelwater dat op wegen valt, dient via bodempassages te worden afgevoerd naar het oppervlaktewater.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

25

Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood of zink gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het gemeentelijke inzamelings- en transportstelsel ligt bij verschillende partijen zoals benoemd in de legger. Het waterschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met de afvalwaterzuiveringsinstallatie en voor de zuivering. De gemeentelijke riolering moet bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud. 6.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

26

7

Archeologie en cultuurhistorie

7.1

Kader

7.1.1 Kader Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de voorgaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling, waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022.

Het gaat daarbij om de volgende zaken: • Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten • Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie • Bescherming van stads- en dorpsgezichten

Erfgoedbeleid gemeente Hoeksche Waard 2019 – 2023 Deze nota heeft als doel om een analyse weer te geven van de ontwikkelingen in het erfgoedveld en geeft een inventarisatie weer van de huidige stand van zaken in de Hoeksche Waard per voormalige gemeente. Daarnaast geeft deze nota een visie en beleidsacties weer die nodig zijn om in te spelen op de geanalyseerde ontwikkelingen en de harmonisatie van beleidskeuzes. Deze nota zal een concreet werkplan voor de periode 2019 – 2023 weergegeven. Daarom is de nota opgebouwd in drie onderdelen: 1. Analyse en inventarisatie 2. Visie en beleid 3. Werkplan 2019 – 2023 Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

27

7.2

Onderzoek

Archeologie In afbeelding 7.1 is een uitsnede uit de archeologische beleidskaart weergeven met daarop het plangebied (in blauw) aangeduid.

Afbeelding 7.1.: uitsnede archeologische beleidskaart (globale plangebied is blauw omkaderd).

Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Hoeksche Waard blijkt dat het plangebied verschillende archeologische verwachtingswaarden kent. Deze verwachting varieert van een hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met Late Middeleeuwen tot een middelhoge verwachtingswaarde van de Ijzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. Ter bescherming van deze archeologische waarden zijn in het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’ de archeologische dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting hoog 1’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’ opgenomen. In al deze dubbelbestemmingen zijn uitzonderingen opgenomen waarvoor geen vergunningplicht bestaat en archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. De gemeente heeft overleg gehad met de provincie aangaande de N217. De provincie laat naar aanleiding van de aanpassingen aan de weg een archeologisch bureau en vooronderzoek uitvoeren. De vigerende dubbelbestemmingen zijn overgenomen en in het kader van de omgevingsvergunning wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd. De archeologische waarden worden op deze manier voldoende beschermd. Cultuurhistorie In afbeeldingen 7.2 en 7.3 zijn uitsneden uit de cultuurhistorische atlas van de provincie ZuidHolland weergeven.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

28

Afbeelding 7.2.: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart.

Afbeelding 7.3.: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart.

Hieruit blijkt dat Middelvliet een Eeuwkant is met een zeer hoge waarde. Daarnaast blijkt dat het water dat te midden van Middelvliet stroom aangemerkt wordt als Hoofdafwatering kanaal en een redelijk hoge waarde kent. In de toekomstige situatie is voorzien in de realisatie van een parallelweg ten noorden van de bestaande N217. Hiermee kruist deze weg, evenals de bestaande weg, de historische lijnen en vlakken die zijn aangemerkt. Het plangebied kruist deze lijnen en vlakken slechts beperkt en leidt niet tot een dermate aantasting dat de cultuurhistorische waarden verloren gaan. 7.3

Conclusie

Met voorgenomen ontwikkeling worden geen archeologische en cultuurhistorische waarden onevenredig geschaad.

Bestemmingsplan ‘Parallelweg N217’ Toelichting Vast te stellen d.d. - 11 augustus 2021

29

8

Milieu

Algemeen In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen. 8.1

M.e.r.-beoordeling

Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een parallelweg. Bekeken is onder welke categorie een dergelijke ontwikkeling te scharen is. Een autoweg wordt in de begripsbeschrijving bij het Besluit milieueffectrapportage als volgt omschreven: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10530028/1