Bijlage 15 TAMplan Torensteepolder Motivering - Ontwerp wijziging omgevingsplan Torensteepolder Veld 1D Num
Tekst van het document
Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand (circa 300 meter) van NNN gebieden plaatsvindt, worden tevens geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (via visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Op basis van bovenstaande is toetsing aan de planologische gebiedenbescherming van het NNN en/of weidevogelgebieden niet van toepassing. Houtopstanden Binnen het project is geen sprake van de kap van een houtopstand die beschermd is onder de Ow (art. 11.126 en 11.129 van het Bal). Dit aangezien binnen het planvoornemen geen te kappen bomen binnen de bebouwde kom aanwezig zijn. Om deze reden is nadere toetsing aan de Omgevingswet, onderdeel ‘houtopstanden, hout en houtproducten’, niet van toepassing. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied, waardoor directe negatieve effecten op beschermde natuurgebieden kunnen worden uitgesloten. Omdat de voorgenomen ontwikkeling zich op circa 600 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bevindt, worden ook geen negatieve effecten door externe werking, zoals geluid of licht, verwacht. Het plangebied ligt binnen een straal van 25 kilometer van Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur.
De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn het Krammer-Volkerak (circa 4,5 km), de Biesbosch (circa 13 km), de Grevelingen (circa 19,5 km) en de Oosterschelde (circa 20 km). Alle andere stikstofgevoelige natuurgebieden zijn op een afstand van meer dan 25 km afstand van de planlocatie gelegen. Andere nabijgelegen niet-stikstofgevoelige natuurgebieden betreffen het Hollands Diep (circa 500 meter), het Haringvliet (circa 2,5 km), het Oudeland van Strijen (circa 5 km) en de Oude Maas (circa 11 km). De werkzaamheden, zoals het gebruik van bouwmachines en een mogelijke toename in verkeersbewegingen, kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in deze gebieden. Dit kan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige habitats beïnvloeden. Door middel van een TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
47 stikstofberekening met de AERIUS Calculator is bepaald of de stikstofdepositie toeneemt (meer dan 0,00 mol N/ha/j). Aanlegfase De aanlegfase voor het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het bouwrijp maken, de bouw van de woningen en het woonrijp maken van de locatie. In de aanlegfase wordt de stikstofemissie voornamelijk gegenereerd door de (mobiele)werktuigen op de bouwplaats en de verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats. Er is berekend of er een toename van stikstofdepositie is op Natura 2000-gebieden die in de nabijheid van het projectgebied zijn gelegen. Voor de stikstofberekening is uitgegaan van de bouw van maximaal 250 woningen. Zoals blijkt uit de resultaten van deze berekening (bijlage 10) wordt voor de aanlegfase een depositie berekend van 0,0 mol/ha/jaar. Daarmee is in de aanlegfase geen sprake van significant negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Overlap aanlegfase en gebruiksfase Aangezien de bouw gefaseerd gaat en de eerste woningen al bewoond kunnen worden als de tweede fase gebouwd wordt, overlappen de aanlegfase en gebruiksfase. Voor deze periode is ook een berekening uitgevoerd (bijlage 11). De uitgangspunten voor de bouw zijn gebaseerd op de verwachte inzet van materieel met de aanname dat de draaiuren van de mobiele kraan volledig elektrisch zijn.
De verkeersgeneratie in deze periode is berekend door de verkeersgeneratie van de gebruiksfase (zoals opgenomen in het verkeersonderzoek in bijlage 5) te schalen naar het aantal en type woningen dat afgebouwd is. In deze berekening komt de depositie eveneens uit op 0,0 mol/ha/jaar waardoor er tijdens de gehele aanlegfase geen significant negatieve effecten optreden. Gebruiksfase Voor de gebruiksfase wordt geconcludeerd dat een toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor deze periode is ook een berekening uitgevoerd (bijlage 12). Indien er een netto toename boven 0,00 mol N/ha/j wordt vastgesteld, is een nadere ecologische beoordeling vereist. Hierin worden de gevolgen voor stikstofgevoelige habitats in relatie tot de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden uitgebreid onderzocht en beoordeeld. Deze voortoets wordt momenteel uitgevoerd en de resultaten hiervan worden te zijner tijd toegevoegd aan deze motivering. 5.11.3 Conclusie Soortenbescherming Om de werkzaamheden in overeenstemming met de wet- en regelgeving uit te voeren en negatieve effecten op beschermde soorten te minimaliseren, dienen de volgende stappen te worden genomen: •
• • •
Broedgevallencheck: Voorafgaand aan de werkzaamheden moet een broedgevallencheck worden uitgevoerd door een ecoloog. Indien broedgevallen niet uitgesloten kunnen worden, moeten betrokken bomen, struiken en omliggende vegetatie worden gemarkeerd en buiten de werkzaamheden blijven. Uitvoeringstijdstip: Werkzaamheden dienen overdag plaats te vinden in de periode van 1 april tot 1 november, om verstoring van vleermuizen en andere soorten te voorkomen. Zorgplicht: Voor alle betrokken soorten geldt een zorgplicht om negatieve effecten op populaties te vermijden. Nader onderzoek: Specifiek onderzoek naar voortplantingsplaatsen van de teunisbloempijlstaart en het leefgebied van de Noordse Woelmuis is noodzakelijk om mogelijke effecten beter in kaart te brengen.
Door deze maatregelen te implementeren, kan worden voldaan aan de wettelijke verplichtingen en worden overtredingen van de omgevingswet voorkomen.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
48
Gebiedsbescherming Hoewel een Natura 2000-voortoets gericht op directe effecten niet nodig is, is wel een stikstofberekening worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de depositie in de gebruiksfase van het plan toeneemt, waardoor aanvullend een ‘voortoets stikstof’ moet worden uitgevoerd om de impact op stikstofgevoelige natuur nader te onderzoeken. Deze voortoets wordt momenteel uitgevoerd en de resultaten hiervan worden te zijner tijd toegevoegd aan deze motivering. 5.12
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
5.12.1 Kader Landschap Onder de Omgevingswet zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in paragraaf 5.1.5: 'Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed'. Daarnaast zijn er beleidskaders vastgelegd, zowel in de provinciale omgevingsvisie als in het omgevingsplan. Op basis van deze documenten is een beschermingsregime opgenomen voor het behoud en versterken van kenmerkende landschapsstructuren en cultureel erfgoed. Rijksbeleid De Erfgoedwet is deels opgegaan in de Omgevingswet: onder andere onderdelen uit de Monumentenwet 1988 die in het overgangsrecht van de Erfgoedwet waren opgenomen. Daarbij blijven de bevoegdheden en beschermingsniveaus in grote lijnen gehandhaafd. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet, de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld in de Omgevingswet. Ook aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt op grond van de Omgevingswet.
Datzelfde geldt voor de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming). In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn regels opgenomen voor de bescherming van rijksmonumenten en archeologische monumenten. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn regels over het bouwen, verbouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken opgenomen. Provinciaal beleid De cultuurhistorische kaart van de provincie Zuid-Holland laat zien welke cultuurhistorische interessante en waardevolle patronen en objecten zich in het projectgebied bevinden. Elke tijdsperiode heeft haar weerslag gehad op de vorming van de gebouwde omgeving. Lijnen, punten en vlakken uit het verleden zijn soms nog afleesbaar in het huidige landschap. De cultuurhistorische kaart brengt deze cultuurhistorische waardevolle patronen en objecten in beeld. Het beleid is opgenomen in de provinciale omgevingsvisie en verder uitgewerkt in de Zuid-Hollandse omgevingsverordening. Op grond van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de Provincie Zuid-Holland zijn er in het voorliggende plangebied geen cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren aanwezig.
Gemeentelijk beleid De regionale archeologische verwachtingskaart van de Hoeksche Waard, vastgesteld op 19 januari 2010 door de Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard, is door de voormalige gemeente Cromstrijen op 10 april 2014 vastgesteld. Op deze kaart is het plangebied aangewezen als een gebied met een middelhoge archeologische verwachting.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
49
5.12.2 Onderzoek Landschap en cultuurhistorie In het plangebied zijn geen rijks- of provinciaal aangewezen kenmerkende landschapsstructuren en/of cultureel erfgoed aanwezig. Met de opzet van het stedenbouwkundig plan wordt aangesloten op de landschapsstructuur in de omgeving. Archeologie In 2018 is door Vestigia reeds archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 7 bij deze motivering. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is de archeologische verwachting voor het aantreffen van een behoudenswaardige intacte archeologische vindplaats bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op de wetgeving die vóór de Omgevingswet gold. Echter, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het archeologisch onderzoek op zichzelf niet veranderd. De onderzoeksresultaten zijn daarmee nog actueel. 5.12.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft voor wat betreft het aspect ‘landschap, cultuurhistorie en archeologie’ geen negatieve invloed op het realiseren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Dit aspect draagt op zichzelf daarom bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.13
Duurzaamheid
5.13.1 Kader Er is geen wettelijk kader voor ruimtelijke plannen op het gebied van energie, klimaatadaptatie en circulariteit, maar er zijn wel nationale, regionale en lokale doestellingen waarmee aan de doelbijdrage kan worden getoetst. Nationaal klimaatbeleid De afgelopen jaren heeft de nationale overheid haar duurzaamheidsdoelen en de benodigde acties in verschillende documenten en afspraken vastgelegd. In 2013 zijn er afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over onder andere besparing en meer duurzame opwekking in het Energieakkoord. In 2015 is er tijdens een VNklimaattop in Parijs een nieuw internationaal klimaatakkoord opgesteld. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en minimaal 1,5 graden. In 2016 heeft de overheid vervolgens in de Energie-agenda vastgelegd hoe een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd kan worden. In 2018 zijn deze afspraken verder uitgebreid met een nationale Klimaatwet. Deze stelt dat in 2030 een CO2-reductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd moet zijn. In 2050 moet dit minimaal 95% zijn. In een nationaal klimaatakkoord worden afspraken gemaakt hoe deze doelen gehaald gaan worden. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Als onderdeel van het nationale klimaatakkoord is ook afgesproken om op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie.
Daarbij gaat het specifiek over lokale duurzame energieopwekking, energiebesparing en de warmtetransitie. Dit resulteert in dertig regionale energiestrategieën (de RES). De regio's krijgen ondersteuning van het Nationaal Programma RES. Via de RES kan de besluitvorming omtrent de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie-infrastructuur worden voorbereid in goed overleg met alle maatschappelijke partners en betrokkenen binnen de regio.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
50 Programmaplan Duurzaamheid gemeente Hoeksche Waard De gemeente Hoeksche Waard wil een duurzaam eiland zijn dat klaar is voor de toekomst, waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Het gebied biedt ruimte om te genieten van de natuur, rust en open ruimte. De gemeente wil al dit moois behouden, versterken en doorgeven aan toekomstige generaties. De ambitie is om de Hoeksche Waard in 2050 klimaatneutraal te maken, wat betekent dat alle activiteiten in de regio geen negatieve impact op het klimaat hebben. De CO2-uitstoot en die van andere broeikasgassen moeten nul zijn. Dit vereist zowel het verminderen van de CO2-uitstoot als het compenseren van de emissies waar mogelijk. Tegelijkertijd moet de gemeente inspelen op de gevolgen van de opwarming van de aarde. Dit vraagt om samenwerking, creativiteit en daadkracht van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Om deze ambitie te realiseren, moeten de volgende programmathema's worden aangepakt: • Energietransitie: Door energie te besparen en uitsluitend schone, lokaal opgewekte energie te gebruiken. • Circulaire economie: Grondstoffen behouden hun waarde en afval bestaat niet meer. • Biodiversiteit: Het verbeteren en versterken van het rijke ecosysteem van inheemse dieren, microorganismen en plantensoorten.
• Klimaatadaptatie: Het zorgen voor een klimaatrobuuste regio, die voorbereid is op extremere weersomstandigheden zoals droogte, hitte en intense regenbuien. 5.13.2 Onderzoek Klimaatadaptatie De klimaatadaptieve ecologische openbare ruimte speelt in op de gevolgen van klimaatverandering en vergroot de leefbaarheid voor de gebruikers. Daarbij sluit het aan bij de ambities van de gemeente Hoeksche Waard wat betreft klimaatadaptatie. In de klimaat adaptieve openbare ruimte wordt onder andere rekening gehouden met waterberging, terugdringen van verharding en het creëren van schaduwspots. Volgroeide bomen geven een openbare ruimte een volwassen uitstraling, en bieden daarnaast verschillende voordelen ten opzichte van jonge aanplant. Door bij de nieuwe aanplant te kiezen voor klimaat adaptieve boomsoorten welke beter bestand zijn tegen overtollig water en/of droogte is de openbare ruimte beter voorbereid op extreem weer. Door bomen te selecteren met een volle kroon, kunnen koelspots gecreëerd worden in de openbare ruimte. Deze koelspots verlagen de temperatuur en kunnen in de zomermaanden aangename verblijfsplekken opleveren voor intensiever gebruik ervan. Hoe wordt omgegaan met regenwater is een belangrijk onderdeel van klimaatadaptatie en daarmee een belangrijk onderdeel van dit plan.
Het uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk regenwater wordt vastgehouden en uiteindelijk wordt afgevoerd op het oppervlaktewater. In straten direct grenzend aan open water is de ambitie om het profiel op een oor te leggen waardoor de mogelijkheid ontstaat voor afwatering op het oppervlaktewater. Alle parkeervakken worden standaard uitgevoerd in waterpasserende/half open grasbetontegels. Voor de woningen worden onderstaande maatregelen voorgesteld: • Het hemelwater van het dakvlak aan de voorzijde van de rijwoning wordt (zichtbaar) afgekoppeld en vastgehouden/geïnfiltreerd in groenzones. • Het hemelwater van het dakvlak aan de achterzijde van de rijwoning wordt opgevangen in een regenton en indien die vol is afgekoppeld in de tuin. • Hemelwater van het dakvlak van de vrijstaande en 2-onder-1- kapwoningen wordt afgekoppeld naar de tuin en het aangrenzende water. • De bergingen worden standaard voorzien van een groen dak. In de openbare ruimte dragen de natuurvriendelijke oevers in grote mate bij aan de biodiversiteit. En de groene driesprong, het centrale groengebied, biedt een kans voor een natuur inclusieve inrichting met een hoge mate van variatie in groen. TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
51
Gebouwen De woningen voldoen aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid. Er wordt gekeken naar bovengrondse hemelwaterafvoer en dubbelgebruik op daken. Daken zonder installaties worden ingericht ten behoeve van het innovatief omgaan met water en/of groen. In het plan wordt nagedacht over de situering van daken ten opzichte van de zon om opbrengst uit zonnepanelen en/of zonnecollectoren te optimaliseren. Energieneutraliteit In lijn met het Uitvoeringsprogramma Hoeksche Waard richting energieneutraal wordt gekeken naar mogelijkheden rond energiebesparing en energieopwekking. In de Torensteepolder worden de wettelijke normen ten aanzien energiezuinigheid - die vanaf medio 2021 zijn ondergebracht in BENG-normen - gehanteerd. De BENG normeert de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energieverbruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. Omdat energie tijdens de gebruiksfase de grootste milieu-impact van het gebouw veroorzaakt, zijn alle gebouwen geheel NOM ready. Dit wordt gerealiseerd door de energievraag te minimaliseren en door het toepassen van lage temperatuurverwarming en hoge temperatuurkoeling in combinatie met een hoogwaardige warmtepomp. De resterende energie die nodig is, kan worden opgewekt door PV-panelen.
Door efficiënt ontwerp en de slimme installaties blijft er ruimte op het dak over voor bijvoorbeeld een daktuin, of kan op termijn de hoeveelheid PV-panelen worden uitgebreid ten behoeve van elektrische auto's. Natuurinclusiviteit In het plan worden natuurinclusieve maatregelen getroffen, zowel bij de nieuwe woningen als in het openbare gebied. Natuurinclusiviteit bij woningen:
•
In de daarvoor geschikte regels worden nestkasten voor vleermuizen, vogels en insecten (bijenstenen) aangebracht. Dit ter versterking van de biodiversiteit.
Natuurinclusiviteit Openbaar gebied: Het openbaar gebied wordt met aandacht voor natuurinclusiviteit ingericht, om zo een positieve bijdrage aan de biodiversiteit te leveren: • Oevers worden natuurlijk ingericht, met flauw oplopende helling van maximaal 1/3 en er wordt streekeigen oeverbeplanting aangebracht, voor een snelle bedekking van de oever. • Kruidenrijke begroeiing en heesters, bestaat uit inheemse beplanting. • Bomen hebben minimaal een hogere ecologische compatibiliteit en passen binnen het zeekleigebied. • Langs de groenstructuren wordt gebruik gemaakt van vleesmuisvriendelijke verlichting of er worden maatregelen genomen, zoals het verlichten van alleen paden/wegen om lichtvervuiling te beperken. • Er worden duurzame inrichtingsmaterialen, zoals speelvoorzieningen en bankjes toegepast. Materiaalgebruik en circulariteit In lijn met het Uitvoeringsprogramma Circulaire economie wordt voor de toekomstige bebouwing in de Torensteepolder rekening gehouden met de toekomstbestendigheid en hergebruik van materialen. Bij de uitwerking van het plan worden de wettelijke normen ten aanzien van de MilieuPrestatie Gebouwen -norm (MPG) toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast.
Tijdens het ontwerp van gebouwen in de Torensteepolder wordt rekening gehouden met de robuustheid en levensverwachting van materialen, de de- en remontabiliteit van bouwdelen (het eenvoudig vervangen, hergebruiken, maar ook toevoegen van bouwdelen) en de flexibiliteit in het gebruik van gebouwen. Er wordt gestreefd naar een MPG norm die onder de wettelijke norm ligt.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
52 Tijdens de ontwerpfase worden de gebouwen uitgewerkt met BIM conform de eisen van Madaster. Hiermee wordt gezorgd dat de gebruikte materialen en verbindingen goed zijn vastgelegd, zodat er wordt voorgesorteerd op hergebruik aan het eind van de levensfase van (een deel van) het gebouw. Ook wordt een zo kaal mogelijke basisconstructie gerealiseerd, met waar mogelijk dragende gevels, zodat de mogelijkheid bestaat om de functie of indeling (door middel van samenvoegbaarheid en splitsing) van een gebouw makkelijker te wijzigen. Gezondheid Een woonomgeving is pas duurzaam wanneer er ook gezond en aangenaam verbleven kan worden. De gezondheid in de woningen is geborgd door onder andere een warmte terug win (wtw) ventilatie welke de lucht filteren en tevens bijdragen aan het verlagen van het energie verbruik en tochtklachten voorkomen. Een warmtepomp systeem die werkt met een laagtemperatuur en daarmee een aangenaam comfort geeft aan de gebruiker, bij deze systemen kan ook gebruik gemaakt worden van koeling waarmee oververhitting wordt voorkomen. Gezondheid heeft ook te maken met een prettige en duurzame woonomgeving en voldoende beweging, zo wordt er in de Torensteepolder aandacht gegeven aan prettige openbare verblijfsruimte waarin een wandeling door het groen in de wijk aangenaam is en voldoende speelplekken aanwezig zijn.
Tevens zal er een langzaam verkeersverbinding worden gemaakt met het centrum waarmee het gebruik van de fiets wordt gestimuleerd. 5.13.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet in ieder geval aan de wettelijke normen en vereisten op het gebied van duurzaamheid, en geeft waar mogelijk invulling aan de verschillende duurzaamheidskaders. 5.14
Mobiliteit & Verkeer
5.14.1 Kader Op basis van de Omgevingswet dient de aanvaardbaarheid van het effect van nieuwe ontwikkelingen op de verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid te worden onderbouwd. 5.14.2 Onderzoek Door IV Infra BV is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Binnen dit verkeersonderzoek is gekeken naar de nieuwe verkeersgeneratie van deze fase en de effecten van de ontwikkeling op de woongebieden van Numansdorp. Het doel is te beoordelen of de bestaande wegen in Numansdorp de toekomstige verkeersstromen veilig en vlot kunnen verwerken (verkeersveiligheid en bereikbaarheid). Het rapport analyseert de verwachte verkeersgroei op het wegennet in het planjaar 2040 en evalueert of wegen en kruispunten rond het plangebied voldoende capaciteit hebben. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij deze motivering.
Het verkeersonderzoek van IV Infra BV geeft concreet inzicht in: • de verkeersstromen (met name) buiten de Torensteepolder; • de effecten van voorgenomen infrastructurele maatregelen, zoals: o het afwaarderen van de Centrale As (Rijksstraatweg en Burgemeester de Zeeuwstraat) o door Numansdorp; o het afsluiten van de Fortlaan voor verkeer naar de Torensteepolder; o de herinrichting van de kruising van de Torensteelaan met de Schuringsedijk; • de effecten van diverse geplande nieuwe en nog te realiseren ontwikkelingen; • de effecten van de realisatie van Torensteepolder fase D (infrastructuur en woningen).
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
53 In het onderzoek is ook gekeken naar andere modaliteiten. De Torensteepolder is een reeds bestaande ontwikkeling met grotendeels ingericht netwerk en openbare ruimte. Het onderzoek beperkt zich op dit punt daarom tot het beoordelen op hoofdlijnen van bestaande voorzieningen en het beleid ten aanzien van lopen, fietsen, OV en MaaS. Onderzoeksresultaten Voetgangers (Stappen) In het mobiliteitsbeleid van de gemeente heeft de voetganger de hoogste prioriteit volgens het STOMP-principe. Voor woongebieden zoals de Torensteepolder moeten brede en toegankelijke voetpaden aanwezig zijn, evenals verbeterde toegankelijkheid van bushaltes voor alle inwoners, inclusief mensen met mobiliteitsbeperkingen. In de Torensteepolder zijn al goede voorzieningen voor voetgangers, zoals trottoirs langs ontsluitingswegen en een goed toegankelijke bushalte bij de Torensteelaan. Voetgangers kunnen richting het centrum van Numansdorp lopen via de Torensteelaan of de Fortlaan. Het afsluiten van de Fortlaan zal de aantrekkelijkheid voor voetgangers vergroten. Het fietspad langs de Torensteelaan wordt verlengd om de route voor voetgangers aantrekkelijker te maken, met betere bereikbaarheid van het busstation. Het stedenbouwkundig plan voor fase 1D van de Torensteepolder houdt ook rekening met goede voetgangersvoorzieningen en verbindingen.
Fietsen (Trappen) De gemeente streeft naar een goed bereikbaar fietsnetwerk, zowel binnen de eigen gemeente als naar omliggende kernen. Er zijn vier typen fietsroutes, elk met specifieke eisen voor veiligheid en kwaliteit. In de Torensteepolder zijn geen specifieke fietsroutes gepland. De wegen in het woongebied zijn erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur, waar fietsers de rijbaan gebruiken. De Torensteelaan en de Fortlaan verbinden de Torensteepolder met het hogere netwerk van fietsroutes in Numansdorp, met fietspaden langs deze wegen. Het ontbreekt echter aan een fietspad langs de Torensteelaan ten noorden van de Schuringsedijk, maar dit is niet noodzakelijk voor aansluiting op het netwerk. In fase 1D van de Torensteepolder maken fietsers gebruik van de rijbaan, maar er komen ook verbindingen voor langzaam verkeer, waarvan de vormgeving nog moet worden bepaald. Openbaar vervoer (OV) Het mobiliteitsbeleid van de gemeente richt zich op het verbeteren van de regionale bereikbaarheid, vooral door betere verbindingen met metro- en treinstations. Dit wordt bereikt door het verbeteren van openbaar vervoerverbindingen, stallingsmogelijkheden bij metrohaltes, het verhogen van de frequentie van pontdiensten, en het creëren van multimodale overstapplaatsen op veilige locaties.
De Torensteepolder is goed bereikbaar met openbaar vervoer, met buslijnen 164 en 194 die het gebied bedienen. Buslijn 164 rijdt twee keer per uur en heeft extra ritten naar Rotterdam in de ochtendspits. Buslijn 194 rijdt in daluren één keer per uur en bedient in de spits het traject tussen Numansdorp en Zuid-Beijerland via lijn 164. Deelmobiliteit Het mobiliteitsbeleid van de gemeente richt zich op het verduurzamen van het mobiliteitssysteem door schadelijke uitstoot te verminderen, klimaatverandering tegen te gaan, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verlagen en milieuvriendelijke vervoersopties zoals lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit te bevorderen. Er wordt onderzocht of deelmobiliteit een alternatief kan zijn voor het beter ontsluiten van bedrijventerreinen. Voor de Torensteepolder is deelmobiliteit op dit moment echter geen relevant onderwerp. Verkeersintensiteit basisjaar 2024 Uit het onderzoek blijkt dat de verwachte intensiteit op basis van het eerder onderzoek voor fase 1A t/m 1C een overschatting zijn van de daadwerkelijk gemeten intensiteiten in 2024. Op het merendeel van de wegvakken op
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
54 de Rijksstraatweg, Burgemeester de Zeeuwstraat en Voorstraat ligt de intensiteit in de praktijk circa 1.000 motorvoertuigen per etmaal lager dan waar de modelcijfers vanuit gaan. De verkeersintensiteiten voor 2024 zijn in het verkeersonderzoek gebaseerd op recente tellingen uit dat jaar, aangevuld met tellingen van Goudappel (2023) en gegevens van Megaborn, waarbij ontbrekende data zijn opgehoogd met 1% per jaar. Ruimtelijke ontwikkelingen in Numansdorp zijn hierin verwerkt. Voor enkele straten is een correctie toegepast vanwege gewijzigde verkeerspatronen, zoals een verlaging van 1.000 mvt/dag op de Rijksstraatweg en Burgemeester de Zeeuwstraat en 190 mvt/dag op de Vlielanderstraat. De autonome groei tot 2040 is vastgesteld op 1% per jaar, wat neerkomt op een totale stijging van 17,3%. Verkeersintensiteiten referentiejaar 2040 De verkeersintensiteiten voor 2040 zijn afgeleid op basis van kencijfers verkeersgeneratie van het CROW. Hierbij is zowel de verkeersgeneratie van Torensteepolder fase 1D, als van overige ruimtelijke ontwikkelingen binnen Numansdorp in beeld gebracht. Daarnaast vindt in de toekomst een aantal wijzigingen aan de infrastructuur in Numansdorp plaats. Het effect van deze infrastructurele maatregelen (maatregelen centrale as, afsluiting Fortlaan en aanpassing kruispunt Schuringsedijk – Torensteelaan) is meegenomen in het onderzoek.
Beoordeling wegvlakken De maximale capaciteit van de centrale as in Numansdorp is 6.300 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersprognoses voor 2040 laten zien dat het noordelijke deel van de centrale as deze grens in alle scenario's zal overschrijden. De verwachte intensiteit bedraagt: - 6.650 mvt/etmaal bij autonome groei; - 6.820 mvt/etmaal met Torensteepolder fase D (lichte toename van circa 170 mvt/etmaal); en - 7.100 mvt/etmaal bij volledige ruimtelijke ontwikkelingen. De conclusie luidt dat de afwikkeling van het verkeer op de Rijksstraatweg als gevolg van de ontwikkeling van alleen Torensteepolder fase 1D niet op zichzelf leidt tot de noodzaak tot het nemen van maatregelen. Op het zuidelijk deel (Voorstraat en Burgemeester de Zeeuwstraat) blijft de verkeersintensiteit onder de grenswaarde, met een maximum van 5.550 mvt/etmaal. De Wethouder van der Veldenweg (oostelijke randweg) krijgt door de maatregelen en Torensteepolder fase 1D meer verkeer. De intensiteit stijgt van 7.770 mvt/etmaal (autonome groei) naar 9.400 mvt/etmaal door fase 1D en zelfs 9.700 mvt/etmaal als alle ontwikkelingen worden meegerekend. In het geval dat zowel Torensteepolder fase 1D als alle andere autonome ontwikkelingen worden gerealiseerd, er wel maatregelen moeten worden genomen om een goede kwaliteit van de verkeersafwikkeling te behouden.
Beoordeling kruispunten Afwikkelingsproblemen worden verwacht op het kruispunt Wethouder van der Veldenweg – Burgemeester de Zeeuwstraat en de rotonde N487 – Rijksstraatweg tijdens de avondspits, ongeacht de toevoeging van Torensteepolder fase 1D. De beperkte verkeerstoename vanuit Torensteepolder fase 1D leidt dus niet tot een andere uitkomst. Een gedetailleerdere analyse is vereist om de mogelijkheden voor verbetering van de afwikkeling op deze locatie te bepalen. Bij de rotonde Wethouder van der Veldenweg – Energieweg liggen de verkeersintensiteiten dicht bij de grenswaarde, waardoor nader onderzoek vereist is om de verkeersafwikkeling te evalueren. Op de rotondes Wethouder van der Veldenweg – Torensteelaan en Wethouder van der Veldenweg – Middelweg worden geen afwikkelingsproblemen verwacht, omdat de intensiteiten ver onder de grenswaarde blijven. Parkeren Parkeren is op verschillende manieren ingepast. Voor de rijwoningen en de appartementen zijn er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd in een groene parkeerkoffer aan de achterzijde van de woningen. Het parkeren TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
55 wordt zoveel mogelijk op afstand, geclusterd en uit het zicht ingepast. Hiermee is de fiets dichterbij de woning en wordt het gebruik van de fiets gestimuleerd. De parkeerplaatsen zijn zoveel mogelijk openbaar. Uitzondering hierop zijn de parkeerplaatsen op eigen terrein bij de vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap woningen. Deze woningen hebben een garage met daarvoor een brede of lange oprit. De bezoekers parkeren in de openbare ruimte. In de verschillende straten, is omringd door groen, voldoende parkeren ingepast zodat er altijd op loopafstand een parkeerplek voor handen is. Voor de parkeerbehoefte is uitgegaan van de CROW publicatie 744, stedelijkheidsgraad weinig stedelijk. De Torensteepolder valt in het gebied “rest bebouwde kom”. Bij de berekening is uitgegaan van het gemiddelde tussen de laagste en hoogste norm. Parkeerbalans – parkeerbehoefte Woningtype Koop huis, vrijstaand Koop huis, 2 onder 1 kap Koop huis tussen/hoek Appartementen, sociaal (huur) Totaal
Parkeernorm 2,20 pp/won 2,10 pp/won 2,00 pp/won 1,40 pp/won
Aantal 30 st. 50 st. 95 st. 75 st 250 st.
Benodigd 66 pp 105 pp 190 pp 90 pp 451 pp
Parkeerbalans - gerealiseerd Woningtype ET ‐ 2^1‐kap ‐ brede oprit ET ‐ 2^1‐kap ‐ smalle/lange oprit ET ‐ Vrijstaand ‐ brede oprit In openbare ruimte en parkeerkoffers Totaal
Aantal 44 st. 6 st. 30 st. 152 st.
Rek. aant. 1,7 pp 1,3 pp 1,7 pp 1,0 pp
Aanwezig 75 pp 8 pp 51 pp 317 pp 451 pp
Saldo
0 pp
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
56
Afbeelding 5.14: Plankaart – parkeervoorzieningen 5.14.3 Conclusie Uit verkeersonderzoek is gebleken dat wanneer zowel Torensteepolder fase 1D op zichzelf niet leidt tot het treffen van maatregelen. Indien zowel Torensteepolder fase 1D als alle andere autonome ontwikkelingen worden gerealiseerd, dienen maatregelen te worden genomen om een goede kwaliteit van de verkeersafwikkeling te bereiken dan wel behouden. Ten aanzien van parkeren wordt er binnen het plangebied voorzien van voldoende parkeerplaatsen. Dit is vertaald in de regels van de omgevingsplanwijziging. De voorgenomen ontwikkeling heeft voor wat betreft het aspect ‘mobiliteit’ geen negatieve invloed op het realiseren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Dit aspect draagt op zichzelf daarom bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.15
Overige aspecten Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere aspecten in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
57
5.15.1 Explosieven Van het gebied is o.a. bekend dat het tijdens WOII onderdeel uitmaakte van het zuidfront van de Vesting van Holland. Het mogelijk voorkomen van explosieven in de ondergrond houdt over het algemeen in Nederland verband met oorlogshandelingen gedurende de Tweede Wereldoorlog. Aangezien eventueel aanwezige, niet gesprongen explosieven een risico vormen voor de uit te voeren werkzaamheden, is het van belang dat de kans op het aantreffen van explosieven in het onderzoeksgebied onderzocht wordt. Door T&A Survey is een historisch vooronderzoek naar explosieven uitgevoerd. Het onderzoek ziet toe op gronden in zowel de Molenpolder als de Torensteepolder. Er is feitelijk materiaal aangetroffen, waaruit blijkt dat er mogelijk verschillende typen explosieven in de onderzoeksgebieden zijn achtergebleven tijdens WOII. Hierdoor geldt dat het onderzoeksgebied (deels) verdacht is op de aanwezigheid van explosieven. Voor een deel van de verdachte gebieden is explosievenonderzoek uitgevoerd. Het proces-verbaal van oplevering van dit onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. Uit dit onderzoek blijkt dat er een aantal verdachte objecten aanwezig zijn binnen het totale onderzochte projectgebied, maar niet ter plaatse van het plangebied van voorliggende omgevingsplanwijziging.
Indien ter plaatse van een verdacht object grondroerende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd, wordt geadviseerd nader onderzoek uit te laten voeren door een gecertificeerd opsporingsbedrijf.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
58
6 Systematiek omgevingsplan 6.1
Inleiding Het omgevingsplan is wezenlijk anders dan het bestemmingsplan. Dit is allereerst het gevolg van de bredere reikwijdte, maar ook de ruimere afwegingsruimte bij het stellen van regels, het ontbreken van de (uitdrukkelijke) eis van uitvoerbaarheid en het loslaten van het limitatief-imperatieve stelsel van vergunningverlening. Dit maakt ook dat er niet meer met een gedetailleerde verbeelding gewerkt hoeft te worden. Wat centraal staat bij het omgevingsplan, en een belangrijk verschil met de manier waarop we voorheen naar ruimtelijke plannen keken, is het stellen van regels over activiteiten in plaats van het toekennen van bestemmingen aan gronden. Wanneer iemand een activiteit in de fysieke leefomgeving wil ondernemen, wordt deze getoetst aan de regels van het omgevingsplan. Dit kan een toetsing aan open (kwalitatieve) dan wel gesloten (kwantitatieve) normen zijn, maar bijvoorbeeld ook een algemene regel over de toelaatbaarheid van de activiteit. Deze regels zijn gekoppeld aan een werkingsgebied, en daarmee aan de plaats waar de activiteit plaatsvindt. Dat kan de hele gemeente zijn, maar ook alleen een specifieke locatie.
6.2
Wijziging van het (gemeentebrede) omgevingsplan Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) hebben gemeenten een omgevingsplan van rechtswege. Dit bestaat uit de bestaande bestemmingsplannen en de bruidsschat. Als er nieuwe initiatieven zijn waarvoor het omgevingsplan moet worden aangepast, wordt er dus niet een nieuw omgevingsplan gemaakt, maar wordt er een deel van het omgevingsplan gewijzigd. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard is bedoeld om de ontwikkeling van maximaal 250 woningen mogelijk te maken. Deze ontwikkeling wordt Torensteepolder fase D genoemd.
6.2.1 TAM-IMRO Deze wijziging van het omgevingsplan is voorbereid met de TAM-IMRO systematiek. De Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) biedt de mogelijkheid om via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan te wijzigen voor urgente gebiedsontwikkelingen. Dit TAM-omgevingsplan zal als een nieuw hoofdstuk opgenomen worden in het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. Dit hoofdstuk is digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven afdelingen vormen de inhoudelijke regels voor dit werkingsgebied, binnen het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. 6.3
Omgevingsplan gemeente Hoeksche Waard Met de regels is zoveel mogelijk aangesloten op het in opbouw zijnde (definitieve) omgevingsplan voor Hoeksche Waard. Momenteel wordt door de gemeente gewerkt aan het eerste deel van dit omgevingsplan. Hierin wordt een structuur van de regels opgebouwd die ook van toepassing is op voorliggende ontwikkeling. Gedurende de procedure zal ook het gemeentebrede omgevingsplan verder worden doorontwikkeld, mogelijk worden ondertussen ook andere wijzigingen van het omgevingsplan voorbereid. Al deze wijzigingen komen samen in één omgevingsplan Hoeksche Waard dat verder wordt uitgerold over het gemeentelijk grondgebied.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
59
7 Haalbaarheid 7.1
Financieel economische haalbaarheid Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. In het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan moet de keuze voor een van de opties voor het kostenverhaal gemotiveerd worden (in de motivering). Als er gekozen wordt voor het opnemen van regels kostenverhaal, dienen deze op maat te worden gemaakt voor elke ontwikkeling met kostenverhaalplichtige activiteiten.
7.2
Kostenverhaal
7.2.1 Toelichting op kostenverhaal in het plan Met het plan is sprake van een kostenverhaalplichtige activiteit, namelijk de bouw van meerdere gebouwen met een woonfunctie. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Met deze overeenkomst is er in het kostenverhaal voorzien. Daardoor is het opstellen van kostenverhaalsvoorschriften is niet noodzakelijk. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan. 7.2.2 Toelichting op nadeelcompensatie in het plan Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding die ontstaat door besluiten van de overheid. Het bevoegd gezag kan de kosten van nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk verhalen op de initiatiefnemer. Dit kan worden geregeld in een overeenkomst (artikel 13.3c Omgevingswet). In de anterieure overeenkomsten is ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden doorgelegd aan de initiatiefnemers. Hierdoor wordt voorkomen dat de financiële gevolgen van de ontwikkeling op de publieke middelen drukken en wordt het risico gelegd bij de partijen die direct profijt hebben van het initiatief.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
60
8 Maatschappelijke belangenafweging
8.1
Participatie
8.1.1 Participatiebeleid Participatie is een belangrijk thema onder de Omgevingswet. Als de gemeente een omgevingsplanwijziging vaststelt moet zij aangeven hoe belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van die wijziging en welke resultaten dat heeft opgeleverd. Onder belanghebbenden wordt verstaan: burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. De gemeente moet ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Op 25 januari 2022 stelde de gemeenteraad de participatievisie gemeente Hoeksche Waard vast. Met behulp van participatie hebben inwoners en ondernemers de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de toekomst van de gemeente. Bijvoorbeeld door mee te denken met projecten van de gemeente of door zelf initiatieven uit te voeren. Een initiatiefnemer moet bij het aanvragen van een wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten hiervan zijn. De gemeente moet bij een omgevingsplanwijziging in ieder geval altijd de uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgen. Dit betekent onder andere dat de gemeente het ontwerp-wijziging omgevingsplan en de bijbehorende stukken zes weken ter inzage moet leggen, zodat eenieder een zienswijze kan inbrengen. Na verwerking van de ingebrachte zienswijzen kan de gemeenteraad een besluit tot vaststelling nemen.
8.1.2 Participatieproces Torensteepolder fase D In de afgelopen jaren zijn in de Torensteepolder al diverse plannen ontwikkeld en gerealiseerd. Projectontwikkelaar Midstate heeft bij de voorbereiding van het laatste deelgebied, fase D, omwonenden en andere belanghebbenden betrokken bij de plannen. Voor fase D is van 17 september tot 20 oktober 2024 een omgevingsdialoog gehouden. Als vertrekpunt voor de omgevingsdialoog is een voorlopige stedenbouwkundige schets gemaakt voor fase D waarin 250 woningen zijn opgenomen, variërend van levensloopbestendige-, rij-, twee-onder-een-kap- en vrijstaande woningen tot sociale huur appartementen. Iedereen werd uitgenodigd om gedurende deze periode, online via de website of tijdens de inloopavond op 7 oktober 2024, te reageren op de beoogde omgevingsplanwijziging. Voorafgaand aan de start van een participatietraject zijn participatiethema’s bepaald, zodat deelnemers vroegtijdig wisten over welke thema’s ze konden meedenken en waar de ontwikkelaar graag inbreng op wilde ontvangen. De thema’s zijn zodoende bedoeld om structuur te bieden aan de deelnemers en er zeker van te zijn dat alle belangrijke onderwerpen aan bod komen. De thema’s zijn nadrukkelijk niet bedoeld om inbreng van deelnemers te beperken. Buiten de thema’s zijn deelnemers uitgenodigd andere ideeën, meningen en aandachtspunten te delen op een uitgewerkt plan.
De volgende thema’s stonden centraal tijdens het participatietraject: - Landschappelijke inrichting - Woonprogramma - Architectuur - Duurzaamheid - Verkeersontsluiting en parkeren In totaal hebben ca. 390 personen de inloopavond bezocht (ca. 205 huishoudens). De avond werd zeer druk bezocht door zowel woningzoekenden als belanghebbenden en is in goede sfeer verlopen. Daarnaast hebben 46 personen een online-reactie gegeven op het stedenbouwkundige schetsplan. Een deel hiervan heeft eveneens TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
61 de inloopavond bezocht. De informatiepanelen die zijn gebruikt tijdens de inloopavond zijn op de website van de Torensteepolder gepubliceerd. Van de omgevingsdialoog is tevens een uitgebreid participatieverslag gemaakt. Dit participatieverslag is online raadpleegbaar via www.detorensteepolder.nl. In dit verslag staat hoe de omgevingsdialoog is vormgegeven en is in hoofdlijnen in beeld gebracht wat de deelnemers aan de omgevingsdialoog inhoudelijk hebben ingebracht. De belangrijkste thema’s zijn als volgt: - Woningtype o Er bleek veel interesse aan de diversiteit in het aanbod aan woningen. Verder vonden omwonenden het aandeel huurwoningen te hoog, of zouden graag geen sociale huurwoningen willen zien in het plan. - Inrichting plangebied o Men heeft hoofdzakelijk twee aandachtspunten meegegeven voor de inrichting van het plan, namelijk de positionering van de appartementen en de plaatsing van bruggen aan de randen van het gebied in relatie tot verkeersveiligheid, natuur en uitzicht. o Er zijn diverse ideeën meegegeven voor de inrichting van het plangebied, zoals speelruimte voor kinderen, voldoende verlichting, bankjes, voetpaden, prullenbakken en het aanleggen van een honden uitlaat route. - Ontsluiting, verkeer en parkeren o Onder meer aandacht voor de samenhang met de centrale as.
Zorgen om te hoge snelheden in de wijk, de verkeersintensiteiten op de Schuringsedijk en verkeersveiligheid door verkeer Numansgors. o Zorgen voor een goede doorstroming en wellicht meerdere ontsluitingswegen in verband met verkeersdrukte, veilige route voor schoolgaande kinderen. o Zorgen om geluidstoename en verzoek om voldoende parkeergelegenheid inclusief laadpalen. o Beperk hinder door bouwverkeer. - Overig o Acteer vroegtijdig op het uitbreiden van de voorzieningen, aangezien scholen en verenigingen o vol raken. o Maak een extra supermarkt in verband met de toenemende drukte. Alle ontvangen reacties zijn door de ontwikkelaar onderzocht en deze zijn, waar mogelijk, meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. In het participatieverslag (bijlage 14) is uitgebreid op de ingekomen reacties ingegaan. Niet alle ontvangen inbreng kon worden toegekend. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat een idee niet past binnen de beleidsregels van de gemeente of financieel niet haalbaar is. Zo is bijvoorbeeld het aandeel sociale woningen in het plan opgelegd vanuit het Rijk en de provincie. Ook is soms sprake van meningen uit de omgeving die haaks op elkaar staan. De ontwikkelaar heeft de ontvangen inbreng afgewogen. Dit nieuwe omgevingsplan zal, na goedkeuring door het college, door de gemeente ter inzage worden gelegd.
Aan eenieder wordt de mogelijkheid geboden een zienswijze in te dienen. De eventuele zienswijzen worden door de gemeente meegenomen in de afweging of het omgevingsplan met wijzigingen wordt vastgesteld. 8.2
Belangen andere bestuurslagen en ketenpartners Het concept van de omgevingsplanwijziging voor Torensteepolder fase D wordt toegezonden aan andere bestuursorganen en ketenpartners voor een reactie. Indien van deze bestuurlijk partners een reactie is ontvangen, wordt hiervan in deze paragraaf verslag gedaan.
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
62
8.3
Zienswijzen en vaststellingsprocedure
8.3.1 Vooraankondiging Volgens artikel 16.29 van de Omgevingswet is op [PM Datum] een vooraankondiging van het wijzigingen van het omgevingsplan gedaan. 8.3.2 Zienswijzen Door de vrijgave voor publicatie van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan Hoeksche Waard door het college van burgemeester en wethouders zal het plan gepubliceerd worden. Gedurende een zienswijzentermijn van zes weken kan een ieder een zienswijze indienen met betrekking tot de wijziging van het omgevingsplan. Ingediende zienswijzen zullen worden betrokken bij de uiteindelijke afweging om de wijziging van het omgevingsplan vast te stellen. 8.3.3 Vaststellingsprocedure De gemeenteraad ontvangt het voorstel om de wijziging van het omgevingsplan vast te stellen, samen met een eventuele nota met de beantwoording van de zienswijzen. De raad neemt de eventueel ontvangen zienswijzen en eventuele andere noodzakelijk voorgestelde wijzigingen mee in de besluitvorming. Uiteindelijk stelt de raad de wijziging van het omgevingsplan vast. Het besluit wordt vervolgens bekendgemaakt in het Gemeenteblad en gepubliceerd op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering
63
Bijlagen
TAM Omgevingsplan “Torensteepolder fase D’’ Motivering