Bijlage 1 Publicatie Brede Regeling Combinatiefuncties Staatscourant
Tekst van het document
Acties gemeenten • • •
•
45
Gemeenten maken gebruik van lokale- en regionaal afgestemde – data over de gezondheidssituatie om keuzes te onderbouwen, en schakelen hiervoor (desgewenst) de GGD in; Gemeenten zorgen voor een stevig opdrachtgeverschap naar de GGD over onderbouwing en totstandkoming aanpakken; Gemeenten gebruiken – in samenwerking met de GGD – landelijke beschikbare kennis via het RIVM Gezond Leven over integraal werken, planmatig werken en (erkende) interventies of aanpakken en de landelijke kennis op de verschillende thema’s van de thematische kennisinstellingen; Gemeenten brengen in samenwerking met GGD-en hun ervaringen met toepassen van interventies en aanpakken terug naar landelijk niveau.
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
4E. Ondersteuningsprogramma De VNG richt, met de VSG en een deel van bovengenoemde partijen, een ondersteuningsteam in dat laagdrempelig benaderbaar is voor gemeenten. Dit moet fungeren als een centraal punt en vraagbaak voor gemeenten voor het GALA en de SPUK. Dit is een vergelijkbare rol als die het ‘ondersteuningsteam Lokale Preventieakkoorden’ van de VNG nu heeft en in 2022 afloopt. Functies van het ondersteuningsteam zijn onder andere: • Ondersteunen van gemeenten bij het doen van een aanvraag voor de Specifieke uitkering (SPUK); • Organiseren van ondersteuning (b.v. kennis, goede voorbeelden, verdiepende bijeenkomsten), om gemeenten te helpen bij het opstellen van het – in de SPUK gevraagde – plan van aanpak voor de jaren 2024 t/m 2026; • Het voorzitten van de kerngroep om plannen op de voorwaarden uit de SPUK te beoordelen; • In kaart brengen van knelpunten en actuele ontwikkelingen en hierop acteren; • Bijdragen aan de organisatie van regionale kennisnetwerken (waar daar behoefte aan is). De VNG kan deze rol niet alleen vervullen. De VNG moet vooral goed kunnen doorverwijzen en er is een nauwe samenwerking nodig met de regionale GGD-en, het RIVM en de landelijke kennisinstituten en ondersteuningsorganisaties. Denk aan AiG, Pharos, Kenniscentrum Sport en Bewegen, NOC/NSF, Trimbos, Veiligheid NL, NCJ, NJI, Movisie, MIND, LKCA, JOGG.
Het ondersteuningsteam kan helpen bij het opzetten van regionale netwerken, voor zover deze nog niet bestaan en er behoefte is aan ondersteuning. Voor de lange termijn beogen we dat één van de partijen in de regio, bijvoorbeeld de GGD, die rol als brugfunctie en trekker op kennis en advisering gaat vervullen. Acties VWS •
• •
VWS werkt samen met het ondersteuningsteam en aangesloten kennisinstellingen en ondersteuningspartijen aan een heldere rolverdeling en goede samenwerking tussen de organisaties op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Onderdeel daarvan is het opbouwen van een regionaal netwerk van expertise om lokaal te ondersteunen en het maken van afspraken om de toegang tot kennis en ondersteuning op maat in de wijk te ontsluiten. VWS is opdrachtgever en financier van het ondersteuningsteam van de VNG. VWS is opdrachtgever en financier van de landelijke kennisinstituten en ondersteuningsorganisaties.
Acties gemeenten • • •
Gemeenten maken heldere afspraken over de totstandkoming van integrale aanpakken/ programma’s Gemeenten benutten het tijdelijke integrale ondersteuningsaanbod voor de implementatie van GALA/ SPUK thema’s, zie ondersteuningsprogramma. Gemeenten nemen deel aan regionale netwerken waarin kennis en ondersteuningspartijen als JOGG, Pharos, etc (afhankelijk van gezondheidsthema) zitten.
4F. Monitoring Landelijke, regionale en lokale monitoring is essentieel om te kunnen bepalen in hoeverre de afspraken in dit akkoord in de lokale en regionale praktijk worden uitgevoerd en welk effect ze sorteren. Er is behoefte aan inzicht in: • de ontwikkelingen op het gebied van regionale samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten op het gebied van gezondheid en preventie, zowel qua structuur als qua ketenaanpakken waarover afspraken worden gemaakt; • de lokale, regionale en landelijke gezondheidseffecten van de aanpakken, als ook op het dwarsdoorsnijdende thema gezondheidsachterstanden. De uitkomsten op basis van de monitoring kunnen bijdragen aan het maken van goed onderbouwde keuzes op lokaal (en regionaal) niveau en om bij te sturen waar nodig. Op dit moment zijn er al diverse monitors ontwikkeld welke relevant zijn voor GALA en de SPUK. Zo is er onder andere de gemeentezorgspiegel die gemeenten en zorgverzekeraars benutten bij de regionale samenwerkingsagenda’s, de landelijke monitoring van de gecombineerde leefstijl interventie bij overgewicht en obesitas van volwassenen en de monitor van de aanpak kansrijke start. Ook de opbrengsten van de JOGG-aanpak en van het preventieakkoord worden gemonitord. Het streven is voor alle programma’s vallend onder SPUK monitoring in te richten. Deze monitoring kan er per
46
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
programma anders uitzien. Er is echter meer stroomlijning en uniformering in de monitoring nodig, en aandacht voor dwarsdoorsnijdende thema’s als gezondheidsachterstanden. Daarvoor wordt op drie vlakken ingezet. 1. Gemeentelijke inzet De monitoring van de verschillende programma’s die onder de specifieke uitkering worden gefinancierd wordt zodanig ingericht dat de gegevensverstrekking door gemeenten zo min mogelijk lasten met zich meebrengt en data vanuit de verschillende programma’s, waar relevant, op elkaar aansluiten. Bij monitoring wordt ook rekening gehouden met onder andere het kunnen vergelijken met eerdere jaren (bij bestaande programma’s) en kunnen verantwoorden dat (politieke en bestuurlijke) toezeggingen gestand worden gedaan. Gemeenten leveren monitoringsgegevens aan conform de voorwaarden van de specifieke uitkering bewegen, gezondheidsbevordering en sociaal domein. VWS geeft het RIVM opdracht om in samenwerking met de GGD-en en het Mulier Instituut te adviseren hoe bestaande en nieuw te ontwikkelen monitors voor de verschillende deelprogramma’s het beste op elkaar kunnen aansluiten. VWS vraagt tevens advies over het monitoren van bijdragen van GALA en SPUK aan overkoepelende doelen van meer integraal beleid (zoals gezondheidsachterstanden) en domeinoverstijgende samenwerking op lokaal of regionaal niveau.
Een belangrijk aandachtspunt is om beschikbare kennis en ervaringen van gemeenten en GGD-en zo goed mogelijk te benutten. 2. Ontwikkelingen regionale samenwerking Op dit moment gebruiken zorgverzekeraars en gemeenten het ‘Venster op de samenwerking’ om inzicht te geven in de regionale samenwerking binnen de regionale werkstructuur. Dit venster biedt op dit moment onvoldoende informatie over de verschillende regionale aanpakken, welke ketenaanpakken afspraken zijn gemaakt en de vorderingen per regio. Om effectieve beleidsmiddelen in te kunnen zetten, moet deze monitoring worden verbeterd in samenwerking met gemeenten. VWS geeft het RIVM daarom de opdracht om een landelijke monitoring uit te voeren, in samenwerking met ZN en VNG. Hierbij wordt de informatie uit het bestaande venster benut en de verbinding gezocht met andere (ketenaanpak specifieke) monitors van het RIVM. Uitgangspunt is dat de monitoring dienend moet zijn aan de regio’s. Nadere afspraken hierover staan in paragraaf 3G. 3. Gezondheidseffecten van aanpakken Gemeenten en zorgverzekeraars kunnen gezamenlijk afspraken maken over de lokale en regionale monitoring van gezondheidseffecten. Gemeenten hebben zelf een verantwoordelijkheid in het monitoren van hun beleid, programma’s of aanpakken.
Door in te zetten op lerende evaluaties, het monitoren van doelen en effecten van interventies, en het intensiever benutten van beschikbare data en ervaringskennis kunnen gemeenten hun lokale of regionale beleid of aanpak bijsturen waar nodig. De GGD-en kunnen vanuit hun kennisfunctie hierbij een rol spelen. Er zijn immers al veel gezondheidsdata lokaal en regionaal beschikbaar, naast de gegevens die ook beschikbaar zijn bij gemeenten zelf. Op regionaal niveau gebruiken zorgverzekeraars en gemeenten bijvoorbeeld de gemeentezorgspiegel om het inzicht in de gezondheidssituatie in wijken en regio’s te vergroten. Deze kan nog beter worden benut voor monitoring voortgang aanpakken en verbonden worden aan andere data. Bij dit alles zijn verschillende partijen betrokken op landelijk, regionaal en lokaal niveau zoals: ZonMw, het RIVM, het NIVEL, academische werkplaatsen, GGD-en, gemeenten en Vektis. De effectiviteit van de aanpakken die deels verzekerde zorg betreffen is al door het Zorginstituut vastgesteld, daarom komt er geen nieuwe landelijke monitoring op gezondheidseffecten van de diverse ketenaanpakken in opdracht van VWS. Uitzondering is de bestaande landelijke monitoring van de gecombineerde leefstijlinterventie bij obesitas en overgewicht van volwassenen, die als eerste specifieke monitor, de effectiviteit wel meet.
De gezondheidseffecten hiervan zijn pas na enkele jaren zichtbaar. Acties VWS •
•
VWS vraagt advies aan het RIVM, GGD-en en het Mulier Instituut over het monitoren van het GALA en de SPUK op zowel overkoepelende als beleidsinhoudelijke doelen van programma’s of aanpakken, en de toepassing in de praktijk van ketenaanpakken. Dit advies wordt in Q2 2023 opgeleverd; VWS stuurt op het efficiënt en kwalitatief inrichten van monitoring en het aanleveren van gegevens door gemeenten.
Acties gemeenten •
47
Gemeenten verstrekken gegevens over de programma’s conform de voorwaarden van de
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
• •
specifieke uitkering bewegen, gezondheidsbevordering en sociaal domein Gemeenten delen hun ervaringen over bijvoorbeeld lokale en regionale samenwerkingen rond gezondheid en preventie. Gemeenten spannen zich in voor monitoring van hun beleid en integrale aanpak van de thema’s in de SPUK, leren hiervan en sturen bij op basis van de bevindingen.
4G. Governance Het GALA heeft tot doel om gezamenlijk in te zetten op de beweging naar passende ondersteuning met meer focus op gezondheid in een gezonde leefomgeving. De zogenaamde beweging naar de voorkant. De doelen in het GALA geven richting aan die beweging. De concrete afspraken over de resultaten hebben tot oogmerk om bij te dragen aan het behalen van de gezondheidsdoelen. Naast de impact van de gestelde doelen en acties, is het ook belangrijk om de uitvoerbaarheid van het GALA en het daarmee samenhangende financiële arrangement (de brede SPUK) de komende jaren onderwerp te laten zijn van het gesprek tussen het Ministerie van VWS, het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en de VNG. Inclusief de manier waarop dit in beeld wordt gebracht voor de midtermreview in 2024. Het is belangrijk dat partijen ook in de uitwerking van de afspraken blijven samenwerken, elkaar houden aan de afspraken en zicht houden op de doelen. Het monitoren van de uitvoering van de acties en het bereiken van de gezondheidsdoelen is hiervoor essentieel, evenals het gesprek hierover. Dit geldt temeer daar er sprake is van verschillende verantwoordelijkheden en wettelijke verplichtingen van partijen.
Waar de verantwoording van de resultaatsverplichtingen van VWS en VNG onderdeel is van het politieke bestel waar de Kamer en gemeenteraad toezicht op houden, hebben zorgverzekeraars een wettelijke zorgplicht waar de NZa op toeziet. Om hier voldoende balans in aan te brengen komen VWS, ZN en VNG met dit akkoord tot afspraken met resultaatverplichtingen, die bijdragen aan het gezamenlijk behalen van de doelen en het nakomen van verplichtingen. We houden elkaar scherp op het nakomen van de resultaatsverplichtingen waar het GALA voor gesloten wordt. Daarnaast biedt de SPUK de zekerheid dat het budget geoormerkt is en vindt monitoring plaats op de besteding van middelen. Deze monitoring op resultaten biedt ook zicht op de inzet van gemeenten. Voor 2026 zal een voorstel worden uitgewerkt voor het opnemen van taken en bevoegdheden in weten regelgeving. Deze optie is zowel in het licht van de balans van plichten als in het licht van structurele financiering voor de periode na de SPUK, de moeite waard om te verkennen.
Om de betrokkenheid van partijen die niet ondertekenen maar wel betrokken en relevant zijn voor de beweging op gezondheid en preventie in brede zin, aangesloten te houden, worden in ieder geval de volgende activiteiten voorzien: – Op regionale schaal worden netwerkbijeenkomsten georganiseerd waar, afhankelijk van het thema, relevante kennis- en uitvoeringspartijen voor worden uitgenodigd; – Op landelijke schaal wordt jaarlijks een GALA bijeenkomst georganiseerd waar goede voorbeelden uit de regio en blokkades worden besproken. Hierbij wordt wel bezien, in samenspraak met betrokken partijen, in hoeverre een dergelijke bijeenkomst toegevoegd waarde heeft ten opzichte van andere landelijke congressen waar gezondheid centraal staat; – In de ketenaanpakken zijn partijen die noodzakelijk zijn voor de implementatie van de ketenaanpak betrokken. VWS, gemeenten en zorgverzekeraars spreken het volgende af: • Er vindt een aantal malen per jaar een Bestuurlijk Overleg plaats waarin de bewindspersonen van VWS, de delegatie van wethouders van de VNG en bestuurders van ZN spreken over de uitvoering van het GALA; • In het Bestuurlijk Overleg wordt de voortgang van de acties besproken, eventuele knelpunten of blokkades en mogelijke oplossingen; • De uitvoering van de SPUK wordt gemonitord en besproken.
Er wordt tijdig afgesproken of de middelen in de SPUK die structureel beschikbaar zijn, na 2025 worden ondergebracht in een (volgende) SPUK of dat een andere financieringsconstructie de voorkeur verdient. Een belangrijk aspect hierbij is de mogelijkheid om een integraal gezondheidsbeleid te kunnen voeren; • VNG en VWS gaan in 2024 met elkaar in overleg om te bepalen wat het wegvallen van middelen in de SPUK na 2025 betekent voor de in gang gezette beweging en het halen van de doelen uit het GALA; • Voor 2026 wordt door VWS in samenwerking met VNG en ZN een voorstel uitgewerkt hoe taken en bevoegdheden in wet en regelgeving kunnen worden verankerd, in het licht van de balans van plichten van zorgverzekeraars en gemeenten en tegen de achtergrond van de wens van gemeenten om structurele financiering via het Gemeentefonds te laten verlopen. Het Ministerie van BZK wordt hier ook bij betrokken; • VWS, BZK en VNG spreken in de eerste helft van 2023 door over de uitvoerbaarheid van het GALA en het daarmee samenhangende financiële arrangement. Dit gesprek wordt gevoerd binnen de
48
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
context van de uitvoeringstoets Decentrale Overheden. Hierbij wordt ook besproken hoe dit onderwerp wordt meegenomen in een midterm review in 2024 (aansluitend op de midterm review van het IZA). In de midterm review wordt ook meegenomen hoe de implementatie van ketenaanpakken zoals die op overgewicht of valpreventie, in de lokale praktijk verloopt.
Bijlage 1 – Samenhang GALA met andere trajecten Samenhang met het IZA In het IZA (p. 80) is de volgende passage opgenomen, waaraan navolging wordt gegeven in het GALA: Gemeenten zijn – gezien hun brede verantwoordelijkheid in het sociale en preventieve domein – goed in staat om passende en integrale ondersteuning en zorg te bieden aan of organiseren voor (kwetsbare) mensen. Het gaat dan om beleid en aanpakken op diverse onderwerpen; denk aan gezondheidsachterstanden, mentale gezondheid, aandacht voor leefstijl in een gezonde leefomgeving, de sociale basis (o.a. vrijwilligerswerk, mantelzorgondersteuning en de aanpak van eenzaamheid) en maatwerkvoorzieningen in de ondersteuning van zelfredzaamheid. Met name voor ouderen (en hun mantelzorgers) is de rol van gemeenten op het terrein van volkshuisvesting belangrijk. Dit alles in combinatie met beleidsvorming en maatregelen in het bredere sociaal domein (o.a. bestaanszekerheid en opvoedondersteuning/jeugdhulp). Daarmee kunnen gemeenten een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen of uitstellen dat mensen ziek worden, vereenzamen of mentale klachten ontwikkelen, en het beperken van de instroom in (duurdere) zorgvoorzieningen, waaronder de curatieve GGZ. Om deze beweging naar de voorkant kracht bij te zetten maken VWS en gemeenten afspraken in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) over gezondheidsdoelen en de inzet hierop.
Tevens zijn in het IZA afspraken opgenomen ten aanzien van regionale samenwerking, een regionale preventie infrastructuur en de inrichting van effectieve ketenaanpakken over de domeinen (Zvw, Wpg, Wmo en Jeugdwet) heen. Deze afspraken zijn zowel op gemeenten als zorgverzekeraars van toepassing en vormen de basis voor de regionale samenwerking die op het terrein van gezond leven en preventie nodig is. Een aantal van deze afspraken behoeft nadere uitwerking, zodat we over en weer weten wat we van elkaar mogen verwachten, waar we elkaar op kunnen aanspreken en gezamenlijk tot een goed werkprogramma voor de komende jaren kunnen komen. In het IZA is afgesproken dat deze uitwerking uiterlijk 15 december 2022 gereed is. Samenhang WOZO Het programma Wonen, Ondersteunen en Zorg voor Ouderen (WOZO) zet zich in op de brede maatschappelijk beweging gericht op een omslag in de organisatie van ondersteuning en zorg die zich aanpast op de veranderde voorkeuren van ouderen en daarmee de financiële en personele houdbaarheid bevordert. Om te bevorderen dat ouderen in de toekomst langer zelfstandig kunnen blijven wonen op een plek waar ze zich thuis voelen, erkennen de samenwerkingspartners een ontwikkeling die al gaande is maar waarbij de vrijblijvendheid nu voorbij is. De norm wordt: zelf als het kan; thuis als het kan en digitaal als het kan.
Het realiseren van deze norm zal de inspanning van vele partijen en meerdere jaren vergen. Ouderen willen zo lang mogelijk regie houden en thuis blijven wonen. Dit willen partijen goed organiseren en ze willen inspelen op de verdergaande veranderingen in de toekomst. Vitaal Ouder worden is de eerste actielijn en belangrijke pijler van het WOZO programma en richt zich op het bevorderen van gezondheid en de zelfredzaamheid van ouderen. WOZO streeft o.a. de volgende doelen na met deze actielijn: • ouderen zijn in staat om zelf de regie te hebben en leiden met hun netwerk hun leven, passend bij hun cultuur en gewoontes; • nadenken over en voorbereiden op ‘ouder worden’ wordt een vanzelfsprekend onderdeel van het leven; • ouderen kunnen terugvallen op een voldoende groot netwerk omdat het tijdig gelukt is hier – met ondersteuning – in te investeren. Dit leidt onder andere tot meer veerkracht, meer levensgeluk en minder eenzaamheid; • we kijken naar elkaar en iedereen pakt hierin een verantwoordelijkheid: van buren en naasten tot de overheid en private partijen (= samenredzaamheid); • de leefomgeving is ingericht met de belangrijkste omgevingskwaliteiten voor senioren, zoals toegankelijkheid, bereikbaarheid, nabijheid van voorzieningen, kwaliteit leefomgeving en beweegvriendelijk en ontmoeting; • meer informatie en detail worden weergegeven in WOZO.
Samenhang met het Nationaal Preventieakkoord De doelen van het Nationaal Preventieakkoord op roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik worden voortgezet en er wordt toegewerkt naar een Gezonde Generatie in 2040. Hierbij wordt de
49
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
aanpak verbreed met mentale gezondheid en komt er een extra impuls voor sport en bewegen. Er wordt geïnvesteerd in het intensiveren en uitbreiden van effectieve maatregelen en acties om de doelen dichterbij te brengen. In dit kader heeft het RIVM eerder geconstateerd dat extra inzet nodig is om deze doelen te bereiken. Hierbij is afgesproken dat er ook extra aandacht is voor het verminderen van gezondheidsverschillen en voortbouwen op de lokale preventieakkoorden. Samenhang met het Sportakkoord II In het Sportakkoord zijn afspraken gemaakt over de ambities, doelen en resultaten op het gebied van Sport en bewegen. Deze afspraken zijn gemaakt tussen het Rijk (VWS), VSG/VNG, NOC*NSF en POS (Platform Ondernemende Sportaanbieders). Het Sportakkoord II bouwt voort op de afspraken uit het Sportakkoord 2018–2022. De SPUK is het financieel arrangement voor het thema Sport, bewegen en cultuur. Het gaat in het Sportakkoord II om afspraken tussen de vier strategische partners over de gestelde ambities zoals in de Kamerbrief (Top)sportbeleid 2022 en verder, Kamerstuk 30 234-304. Deze ambities zijn: het behouden en versterken van de vitale sport- en beweegsector, het bevorderen van kansengelijkheid voor deelname aan sport- en beweegactiviteiten, het bevorderen van bewegen in het dagelijks leven en het vergroten van de maatschappelijke waarde van Topsport.
Het is van belang om op onderdelen integraal te werken met ander domeinen zoals Sociaal domein, Jeugd, Zorg, Preventie. Zo zijn buurtsport- en cultuurcoaches inzetbaar om met sport- en bewegen te werken aan valpreventie en wordt de samenwerking tussen de gestelde ambities, doelen en netwerken lokaal vanuit de lokale sportakkoorden en preventieakkoorden gestimuleerd en gefaciliteerd door de SPUK en vastgelegd in het GALA en het Sportakkoord II. Samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd Met de hervormingsagenda jeugd wordt een aantal ingrijpende hervormingen in het stelsel van de jeugdzorg doorgevoerd om een aantal hardnekkige knelpunten aan te pakken. Om de hulp aan kinderen en gezinnen te verbeteren is het nodig te investeren in de veerkracht van alle kinderen en hun ouders en het versterken van het normale leven. Waarbij een omslag nodig is van een individueel beroep op gespecialiseerde zorg naar inzet vanuit laagdrempelige preventieve en collectieve basisvoorzieningen. Kinderen komen dan niet meer in de jeugdhulp terecht voor problemen die aanvankelijk bij het gewone opvoeden en opgroeien horen. Daarnaast komen kinderen nu in de jeugdhulp terecht vanwege gezondheids- of sociale problemen van de ouders. Dit vraagt om domein overstijgende oplossingen.
De ambitie en doelstellingen uit dit GALA om de preventieketen te versterken en gezondheid en sociaal domein beter te verbinden dragen hier in belangrijke mate aan bij. Samenhang met de jeugdgezondheidszorg (JGZ) De JGZ-uitvoerders kunnen een grotere rol in spelen in de hele preventieketen voor de jeugd dan dat ze nu al doen in opdracht van gemeenten. Zij zien immers alle kinderen van 0–18 jaar en kunnen, gelet op hun medische achtergrond, hun centrale rol in het sociale domein en hun kennis van de leef- en leeromgeving van het kind helpen de gewenste versnelde beweging naar een gezonde jeugd te realiseren. Door een gezonde levensstijl van jongs af aan te stimuleren zorgen de JGZ-uitvoerders er mede voor dat minder mensen opgroeien met een gezondheidsachterstand. Door vroegtijdig problemen te signaleren, te normaliseren waar mogelijk en door te verwijzen waar nodig, kan de JGZ helpen gezondheidsproblemen te voorkomen en het beroep op de geïndiceerde jeugdzorg terug te dringen. Dit vraagt van gemeenten dat ze bij het uitwerken van hun visie op de preventieketen voor het kind in het lokale domein, ook kijken naar de additionele rol die de JGZ-uitvoerders hierbij kunnen spelen, naast de rol die hebben bij het uitvoeren van het basistakenpakket JGZ.
Dit kan bijvoorbeeld door de JGZ-uitvoerders in te zetten in een breed wijkteam, een team mentaal op school, een regierol te geven bij de ketenaanpak overgewicht of als uitvoerder van een interventie in het kader van Kansrijke Start. De JGZ-uitvoerders kunnen de lokale en de rijksoverheid goed helpen de gewenste versnelde beweging naar gezondheid te realiseren. Er is echter een groot tekort aan professionals in de JGZ en een toenemende vraag naar de inzet van de JGZ. Het Rijk, gemeenten en betrokken zorgprofessionals moeten tot een gezamenlijke visie komen over hoe we omgaan met schaarste in personeel en de wijze van zorg en dienstverlening van de JGZ in het licht van dit arbeidsmarktvraagstuk. Om hiertoe te komen richten VWS en VNG een arbeidsmarkttafel JGZ in. Verwachte gespreksthema’s zijn: • Samenspraak JGZ-professionals, JGZ-organisaties en gemeenten • Takenpakket en secundaire randvoorwaarden • Opleidingen jeugdarts, arts Maatschappij & Gezondheid met het profiel jeugd, en verpleegkundige
50
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Samenhang met het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en welzijn (TAZ) Het brede arbeidsmarktbeleid van VWS zoals vormgegeven in het programma TAZ is erop gericht een transitie in gang te zetten naar passende en arbeidsbesparende zorg waarin het voor zorgverleners goed werken is en vormt daarmee de bodem waarop het andere VWS-beleid kan steunen. Sectorale programma’s als IZA, WOZO, de hervormingsagenda Jeugd en GALA zijn essentieel voor de noodzakelijke transities gericht op houdbare zorg. Deze programma’s bouwen voort op het fundament van TAZ. Tezamen moeten de programma’s leiden tot een arbeidsmarkt in zorg en welzijn waarbinnen met minder meer zorgverleners aan de zorgvraag voldaan kan worden. Naast de VWS-programma’s wordt met de interdepartementale aanpak Arbeidsmarktkrapte kabinetsbreed gewerkt aan een arbeidsmarkt die beter bestand is tegen periodes van krapte. Dit programma ziet toe op breed arbeidsmarktbeleid waar alle sectoren in principe profijt van kunnen hebben. TAZ, IZA en WOZO dragen alle bij aan de transitie naar passende zorg. Daartoe wordt ingezet op innovatieve werkvormen, ruimte voor leren en ontwikkelen en behoud van medewerkers. Als uitgangspunt geldt sectoroverstijgend waar het kan, specifiek waar het moet. Op deze drie thema’s zet TAZ sectoroverstijgend in. Via IZA, WOZO en GALA worden sectorspecifieke arbeidsmarktknelpunten opgepakt.
Bijlage 2 – Werkagenda VNG bij het Integraal Zorg Akkoord (IZA) Inleiding Voor gemeenten is jaarlijks maximaal € 150 miljoen structureel beschikbaar voor concrete plannen om de IZA-doelen te verwezenlijken, mits gemeenten zich committeren aan het IZA. Deze werkagenda is opgesteld ter onderbouwing van deze beschikbaar gestelde middelen. In deze werkagenda schetst de VNG wat de IZA partijen van gemeenten mogen verwachten aan inzet ten behoeve van de in het IZA gestelde doelen en gemaakte afspraken. Uitgangspunten Bij deze werkagenda geldt een aantal uitgangspunten: • De inzet van gemeenten in het kader van het IZA kan zowel lokaal als in samenwerking met andere gemeenten in de samenwerkingsregio plaatsvinden. In de regioplannen wordt expliciet gemaakt welke inzet lokaal en welke regionaal wordt gepleegd. • Met regio’s wordt hier bedoeld de samenwerkingsregio’s uit de werkstructuur van ZN en VNG voor de regionale samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars / zorgkantoren (2019). Bij de uitwerking van de afspraken wordt aangesloten bij deze structuur. • Deze werkagenda ondersteunt en verstevigt de positie van gemeenten in de werkstructuur voor de regionale samenwerking door nadere, niet-vrijblijvende afspraken over de organisatie en de aanspreekbaarheid van gemeenten in de regio (voor hun regionale partners).
• In deze werkagenda worden de hoofdlijnen geschetst van wat gemeenten/regio’s gaan doen en waar zij dus op mogen worden aangesproken; de vorm en invulling daarvan is aan de regio’s zelf. Hiermee wordt aangesloten bij de reeds geldende uitgangspunten van de werkstructuur (zie laatste onderdeel van deze bijlage). • In ieder geval tot en met 2026 worden de in de inleiding genoemde middelen door de rijksoverheid beschikbaar gesteld aan de regio’s door middel van een Specifieke Uitkering (SPUK). Het Rijk en de VNG maken rondom de in het IZA afgesproken mid-term review medio 2024 afspraken over hoe de beschikbaar gestelde middelen na 2026 worden uitgekeerd aan gemeenten. • Bij de regionale uitwerking en uitvoering van de afspraken in het IZA wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande structuren en werkwijzen, lokaal en regionaal. • De GGD-en hebben een belangrijke kennis- en adviesfunctie op het gebied van gezondheidspreventie. De samenwerkingsregio’s zijn niet allemaal geografisch congruent aan de GGD regio’s. In de samenwerking gaan partijen daar flexibel en pragmatisch mee om. • De rol van zorgaanbieders, cliënt- en patiëntorganisaties en ervaringsdeskundigheid behoeft expliciete aandacht. Inzet IZA-middelen De in de inleiding genoemde IZA-middelen zijn bedoeld voor onderstaande niet-vrijblijvende inzet en activiteiten van gemeenten.
Op basis van het IZA moet de regio invulling geven aan de genoemde inzet en activiteiten. In het laatste onderdeel van deze bijlage staat een gedetailleerder overzicht van alle afspraken in het IZA die inzet vragen van gemeenten: • organisatie en coördinatie van de regionale samenwerking met zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorgaanbieders op basis van de regionale samenwerkingsagenda / het regioplan; • structurele inzet (organisatie, coördinatie, bemensing) op de netwerksamenwerking van het sociaal
51
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
•
• • •
domein met in ieder geval de ggz, de eerstelijnszorg en de huisartsenzorg; structurele inzet op de coördinatie en organisatie van de in IZA afgesproken domeinoverstijgende keteninterventies (waaronder valpreventie bij ouderen, welzijn op recept, aanpak overgewicht bij kinderen, gecombineerde leefstijlinterventie bij volwassenen, kansrijke start); inrichten en bemensen van een dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten in de regio voor mensen met psychische kwetsbaarheid; regionaal stimuleren van de inzet van e-health-toepassingen, anonieme hulplijnen en vormen van digitale/hybride zorg; extra inzet van gemeenten voortkomend uit het gezamenlijke, aan IZA gekoppelde, regioplan. Deze inzet kan per regio verschillen, afhankelijk van de regionale prioriteiten en keuzes.
NB. Gemeenten dragen er zorg voor dat de inzet van de IZA-middelen niet dubbelt met de andere middelen die met de brede SPUK beschikbaar worden gesteld. Dit dient herleidbaar te zijn bij de verantwoording van de inzet van de middelen. Verdeling van de middelen De IZA middelen worden beschikbaar gesteld aan de regio door middel van een SPUK. Met regio wordt in deze context bedoeld de samenwerkingsregio’s uit de werkstructuur voor de regionale samenwerking van ZN en VNG. In de bijlage een overzicht met deze (landsdekkende) regio-indeling. De SPUK moet dan ook worden aangevraagd door één gemeente uit de regio mede namens de andere gemeenten uit de regio. Om dit mogelijk te maken ontwikkelt de VNG samen met gemeenten een regionale mandaatstructuur die aansluit bij de reeds bestaande afspraken over de bestuurlijke aanspreekbaarheid in de werkstructuur van ZN en VNG. Deze mandaatstructuur wordt hieronder nader toegelicht. In de aanvraag voor de SPUK geven gemeenten voor hun regio aan waarvoor de middelen ingezet zullen worden. Hierbij wordt verwezen naar het regioplan; de afspraken in het regioplan over de gemeentelijke inzet vormen de basis voor de SPUK aanvraag. Daarbij wordt aangesloten bij de werkwijze rondom de regioplannen die in het brede IZA-kader nog bestuurlijk moet worden vastgesteld.
De gemeente die met (bestuurlijk) mandaat van de andere gemeenten in de regio de middelen aanvraagt en beheert, draagt zorg voor een evenwichtige verdeling van de middelen gebaseerd op lokale en regionale inzet op in het regioplan afgesproken acties en activiteiten. Daarnaast zorgt de gemandateerde gemeente voor bekostiging uit de IZA middelen van de regionale coördinatie van de samenwerking en van de uitvoering van de afspraken in het regioplan. Het totaal van de jaarlijks maximaal beschikbare IZA middelen bedraagt 150 miljoen euro. Hiervoor wordt dezelfde verdeelsleutel gehanteerd als voor de middelen in de SPUK ten behoeve van het GALA: op basis van inwoneraantal (gebaseerd op inkomensniveau en opleidingsniveau). Het bedrag voor de regio is daarmee de optelsom van het budget voor alle gemeenten in die regio. Proces van aanvraag SPUK IZA Het aanvraagproces voor de SPUK middelen ziet er als volgt uit: 1) Eén gemeente uit de IZA-regio kan namens de andere gemeenten de aanvraag doen. 2) De aanvraag door de gemandateerde gemeente moet zijn ondertekend door een bestuurder van de gemeente (wethouder of BM). 3) Bij de aanvraag zit een bijlage waarin alle andere gemeenten in de regio, middels ondertekening door één bestuurder per gemeente, verklaren dat de gemandateerde gemeente namens hen de aanvraag doet. Het VNG bureau maakt een model voor deze bijlage.
4) Voor 2023 betreft de aanvraag een aanvraag op hoofdlijnen, waarbij de regio deze werkagenda als uitgangspunt neemt en een reële inschatting maakt van de verwachte kosten in 2023 voor voorbereidende werkzaamheden en eventuele andere activiteiten, zoals benoemd in het laatste onderdeel van deze bijlage. Gemeenten houden er daarbij rekening mee dat verantwoording volgens de SiSa-systematiek moet plaatsvinden over de daadwerkelijk gemaakte kosten. 5) Uiterlijk 31 december 2023 dient de aangewezen gemeente, mede namens de andere gemeenten de aanvraag te completeren met: a. Regioplan; b. Regio-governance: hoe is geregeld dat de aangewezen gemeente gemandateerd is om namens / samen met de andere gemeenten besluiten te kunnen nemen en hoe ziet de regionale sturing er uit; c. Plan van Aanpak waarin voor alle relevante onderdelen uit het regioplan wordt aangegeven hoe de gemeentelijke inzet er uit ziet en welk budget daarvoor bestemd is. Daarbij wordt ook
52
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
onderscheid gemaakt tussen regionale en lokale inzet. 6) Na beoordeling van de uiteindelijke aanvraag worden de middelen definitief toegewezen 7) Verantwoording en monitoring vindt plaats via de mandaatstructuur en het dashboard. Mandaatstructuur De middelen voor de inzet van gemeenten ten behoeve van het IZA worden middels een SPUK uitgekeerd aan de samenwerkingsregio’s. Dat houdt in dat per regio één gemeente namens de regio de middelen aanvraagt, ontvangt en beheert. Met bestuurlijk mandaat van de andere gemeenten in de regio. Voor de mandaatstructuur in het kader van het IZA kan worden aangesloten bij de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) voor jeugdzorg, maatschappelijke opvang en beschermd wonen. In de NvO zijn niet vrijblijvende afspraken opgenomen tussen zowel gemeenten binnen een regio als tussen regio’s onderling. Met de NvO nemen gemeenten de verantwoordelijkheid om regionale samenwerking te verbeteren en het opdrachtgeverschap te versterken, met het oog op een goed functionerend zorglandschap. De gemeenten in de regio zijn met elkaar verantwoordelijk voor het aanwijzen van de gemandateerde gemeente (-bestuurder; hierna mandaathouder) en de inrichting van de mandaatstructuur, waaronder de afspraken over hoe verdeling van de middelen in zijn werk gaat.
Net als bij de NvO wordt een in een dashboard voor alle regio’s bijgehouden of en hoe deze afspraken zijn vastgesteld. De mandaathouder is voor de andere partijen aanspreekbaar op deze afspraken. De mandaathouder is verantwoordelijk voor de onderlinge afstemming in de regio over de inzet en verdeling van de middelen en voor de terugkoppeling aan de VNG tbv landelijk overleg en monitoring. Alle regio’s maken zo spoedig mogelijk en uiterlijk 30 juni 2023 kenbaar wie mandaathouder is. Pas na bekendmaking kunnen de SPUK middelen worden uitgekeerd. Ambtelijk en bestuurlijk netwerk Eveneens aansluitend bij de NvO richt de VNG zowel een ambtelijk als een bestuurlijk netwerk op om de samenwerking in de regio’s – zowel tussen gemeenten onderling als met de andere partijen in de regio – te ondersteunen. Doel van dit netwerk luidt: ‘het bevorderen van de samenwerking door uitwisseling van onderwerpen met een regionaal, bovenregionaal en landelijk karakter in het kader van de regionale samenwerking’. Alle regio’s worden gevraagd een ambtelijk en bestuurlijk aanspreekpunt af te vaardigen voor het netwerk. Deze aanspreekpunten zijn de aanjagers van de domeinoverstijgende samenwerking.
Concreet moet het netwerk leiden tot de volgende resultaten: – vertegenwoordiging van de regio’s in landelijke ambtelijke en bestuurlijke bijeenkomsten; – uitwisselen van goede voorbeelden en geleerde lessen; – ontwikkelen en bevorderen van samenwerkingsafspraken; – een heldere governance waarop gemeenten zowel intern als extern aanspreekbaar zijn. Het netwerk heeft geen besluitvormend karakter, hiervoor is de bestaande governance leidend, o.a. VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs en het VNG bestuur. Voor wat betreft het ambtelijk netwerk geldt hetzelfde. De GGZ werkgroep en het strategisch afstemmingsoverleg bereiden de bestuurlijke besluitvorming voor. Regiobeeld en regioplan In het IZA is afgesproken dat partijen in de regio, op basis van een regiobeeld, in een regioplan afspraken maken over hoe zij gaan samenwerken en hoe zij uitvoering gaan geven aan de plannen. Gemeenten zijn daar onderdeel van en worden vertegenwoordigd door de onderling afgesproken (ambtelijke en bestuurlijke) regionale aanspreekpunten. Hiervoor kan worden aangesloten bij de reeds bestaande regionale organisatiestructuur in het kader van de werkagenda van ZN en VNG. Op basis van het regioplan maken gemeenten keuzes met betrekking tot welke regionale en lokale inzet nodig is om uitvoering te geven aan de plannen.
In het regioplan kan worden uitgewerkt wat de precieze rol en functie van de GGD(-en) in de regio is, hoe de samenwerking tussen eventueel niet-congruente GGD-en kan worden gefaciliteerd en hoe de opdrachtverlening vanuit de regio aan de GGD kan worden vormgegeven.
53
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Monitoring Voor de monitoring van de uitvoering van de plannen en de resultaten daarvan wordt aangesloten bij de IZA-governance en de afspraken in het IZA ten aanzien van monitoring. Daarnaast voeren VNG en ZN jaarlijks het ‘Venster op de regionale samenwerking’ uit, waarin zorgverzekeraars en gemeenten de samenwerking in de regio beoordelen.
Overzicht van voor gemeenten relevante afspraken in het IZA Regionale samenwerking • • • • • • • •
Structureel organiseren en coördineren25 regio bestuurlijk en ambtelijk (onderlinge afstemming en rolverdeling en mandaat). Initiatief voor opstellen regioplan / -agenda samen met de zorgverzekeraar en zorgkantoor. Initiatief voor periodiek evalueren regioplan / -agenda. Periodiek herijken en actualiseren regiobeeld. Periodiek herijken regioplan / -agenda. Ondersteuning van partijen in de regio om hun eigen plannen af te stemmen op het regioplan en regiobeeld. Bevorderen samenwerking tussen partijen in het realiseren van de IZA-doelen. Rekening houden met regioplannen in de inkoop.
Samenwerking acute zorg en cruciale zorg • •
Zorgen voor goede voorzieningen en ondersteuning bij sociale problematiek die bijdragen aan het voorkomen van oneigenlijke instroom in de acute zorg. Samen met zorgaanbieders en verzekeraars, uitwerken van een handreiking die door partijen gebruikt kan worden voor het maken van afspraken over de cruciale zorg en het monitoren van deze afspraken.
Samenwerking GGZ – huisartsen – sociaal domein • • • • • • • • • • • • •
Ontwikkelen en implementeren gezamenlijke (lokale/regionale) werkwijze voor mensen met psychische klachten tav ten behoeve van in-, door- en uitstroom. Structureel organiseren en coördineren van (de uitvoering van) deze werkwijze als onderdeel van de regionale infrastructuur. Implementatie handreiking cruciale zorg samen met GGZ aanbieders en verzekeraars. Structurele organisatie en coördinatie van de beschikbaarheid vanuit sociaal domein voor deze werkwijze als onderdeel van de regionale infrastructuur. Monitoring en signalering van knelpunten in het aanbod / beschikbaarheid zorg. Monitoring van de effecten van deze werkwijze. Inrichten en bemensen van laagdrempelige steunpunten waar iedere inwoner toegang tot heeft, ondersteund door sociaalwerkers als onderdeel van de regionale infrastructuur. Bijdragen aan landelijk dekkend netwerk van digitale lotgenotengroepen (e-communities) Samen met de huisartsen en de GGZ mentale gezondheidscentra vormgeven. Maken en coördineren van de regionale samenwerkingsafspraken voortkomend uit de werkagenda en inrichten van regionale voorzieningen of activiteiten. Implementeren, structureel organiseren en uitvoeren van de werkwijze ‘Verkennend Gesprek’. Financieren van de inzet van sociaal domein professionals die het verkennend gesprek voeren. Inregelen en uitvoeren van de consultatiefunctie die wordt ingekocht door de zorgverzekeraar.
Samenwerking eerstelijn • • •
Doorontwikkeling en implementatie handreiking netwerksamenwerking en samen indiceren. Structurele organisatie en coördinatie van deze werkwijze als onderdeel van de regionale infrastructuur. Structureel organiseren en coördineren van een sterke samenwerking tussen de eerste lijn en het sociaal domein, bijvoorbeeld Welzijn op Recept, als onderdeel van de regionale infrastructuur.
Ketenaanpakken •
25
54
Initiëren regionale samenwerkingsafspraken ketenaanpakken (waaronder kansrijke start, valpre-
Met ‘coördineren’ wordt bedoeld structurele borging door continue sturing, bewaking, aanjagen, etc
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
ventie bij ouderen, aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen, de gecombineerde leefstijlinterventie bij overgewicht van volwassenen, welzijn op recept) en structureel organiseren en coördineren van de inzet van gemeenten in de regio. E-health en digitale / hybride zorg • • •
Regionale coördinatie op de inzet van e-health toepassingen, anonieme hulplijnen en vormen van digitale / hybride zorg. Het regionaal bevorderen van de inzet en het gebruik van deze vormen van zorg. Het maken van inhoudelijke passende afspraken in alle contracten met zorgaanbieders over aanbod en inzet van gebruiksvriendelijke hybride zorg, uiterlijk in 2025. En het maken van afspraken over hoe de benodigde transformatie te realiseren.
Kennisfunctie • •
Inzet van de GGD als kennispartner bij het opstellen, actualiseren en periodiek herijken van het regioplan en regiobeeld. Door inzet van de kennisfunctie van de GGD, gemeenten ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van een lokaal gemeentelijk plan van aanpak voor preventie in de zorg, leefstijl en gezond leven.
Arbeidsmarkt • • •
55
Regionaal plan om bredere stages en coschappen – ook in het extramurale domein – te stimuleren plus uitvoering daarvan. Het regionaal monitoren van ontwikkelingen en knelpunten in de arbeidsmarkt voor zorg, eerstelijnszorg en de aansluiting op sociaal domein en preventie. Kritisch kijken naar de regeldruk die zij veroorzaken in het kader van de inkoop en verantwoording, en beperken deze tot het strikt noodzakelijke minimum, o.a. door harmonisering van de eisen die zij stellen.
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
BIJLAGE II , BEHOREND BIJ ARTIKEL 1.1 Hoofdlijnen Sportakkoord II ‘Sport versterkt.’
Voorwoord Samenwerken om de kracht van sport beter te benutten. Want, sport versterkt. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II breiden wij – het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) en het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) – onze strategische alliantie uit. We bouwen voort op de ervaringen die we hebben opgedaan met Sportakkoord I. De ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn groot. De sport en sportcultuur staan voor nieuwe uitdagingen en tegelijkertijd kansen. Uitdagingen en kansen die passen bij de huidige maatschappelijke tijdsgeest. De sector moet hierin mee, een nieuwe aanpak is gevraagd en het Sportakkoord speelt hierop in. Om deze te realiseren moeten we vaste patronen doorbreken. De uitdagingen waar de sport en de sportcultuur voor staan, zijn: • Het sportaanbod bij sportaanbieders sluit (te vaak) onvoldoende aan op de veranderende behoefte van de sporter op zowel kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid. • De uitstroom bij sportclubs in bepaalde groepen zoals 12- tot 18-jarigen is te hoog. • Als volwassenen eenmaal zijn gestopt met sporten, komen zij moeilijk weer in beweging en terug bij de sportaanbieders. • De ondersteuning van en dienstverlening aan de sportaanbieders is erg versnipperd.
• De maatschappelijke waarde van (top)sport is nog te beperkt zichtbaar. • Sport en sportief bewegen zit te weinig in gedrag en routine van alle inwoners van Nederland. • Als we als samenleving doorgaan op de huidige voet, is in 2040 één op de drie Nederlanders chronisch ziek. We kunnen deze uitdagingen alleen aanpakken als we anders denken, anders werken en intensiever samenwerken. Een kentering is noodzakelijk. De komende vier jaren zetten we daarom in op een groei van de sportparticipatie bij duizenden sportclubs, sportparken en andere sportplekken. We gaan aanvullend daaraan voor topprestaties met grote maatschappelijke waarde, die mensen verbinden en inspireren. Met aansprekende topsportevenementen zoals de European Paralympic Championships in 2023, sterke teamtopsportcompetities en ontwikkelmogelijkheden voor talenten als wenkend perspectief. Onze ambities gaan we bereiken door ieders achterban – gemeenten, sportbonden, brancheorganisaties, sportclubs, verenigingen, ondernemers in de sport, fitnesscentra en sportbedrijven – te mobiliseren zodat zij de ambities uit dit Sportakkoord werkelijkheid gaan maken. De deelnemende 340 gemeenten gaan hun lokale sportakkoorden aanpassen aan de ambities die wij in dit hoofdlijnen akkoord met elkaar hebben afgesproken.
Zij stellen elk een coördinator sport en preventie aan om sport in het hart van het lokaal sociaal beleid te plaatsen. En wij verstrekken aan deze gemeenten uitvoeringsbudgetten om de doelen van het akkoord te behalen. NOC*NSF met haar 77 sportbonden en POS met zijn 19 partners betrekken minimaal de helft van hun uit 35.000 leden tellende achterban aan sportaanbieders bij de uitvoering van ‘Sport versterkt’, zodat sportclubs, verenigingen en ondernemers goed zijn aangehaakt bij de lokale sportakkoorden en de lokale preventieaanpak en de meerwaarde hiervan ervaren. NOC*NSF en POS gaan trainers-coaches, instructeurs en arbitrerend kader hierin ondersteunen. De achterban van de POS en NOC*NSF telt ongeveer honderdduizend professionals en ruim een miljoen vrijwilligers die wij uitnodigen mee te doen aan ‘Sport versterkt’. Deze vrijwilligers en professionals slagen er wekelijks in miljoenen mensen in beweging te krijgen en zijn een welkome samenwerkingspartner in lokale sportakkoorden. Vanuit het Hoofdlijnen Sportakkoord II willen wij de sportsector en gemeenten versterken en stimuleren om een groter bereik (meer deelnemers, toeschouwers en vrijwilligers) en de zichtbaarheid van de maatschappelijke waarde van sport en topsport vergroten. Wij willen de sport toegankelijker, veiliger en kwalitatief hoogwaardiger maken.
In 2026 werkt het merendeel van alle sportaanbieders met de basiseisen sociale veiligheid (Gebruik regeling Gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en Cursus of e-learning voor trainer-coaches) met name voor de jeugd en kwetsbare groepen. De meerderheid van de ruim 6.000 buurtsportcoaches die Nederland telt, geeft invulling aan de
56
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
uitvoering van lokale sportakkoorden en betrekken hier zoveel mogelijk lokale sportaanbieders bij. Daarnaast zetten we Adviseurs lokale sport in die namens alle sportbonden en leden van POS werken aan een sterke, duurzame en vitale lokale sportinfrastructuur die werkt aan dagelijks sportplezier voor iedereen. We zetten in op kwalitatief goede en duurzame sportaccommodaties en een sport- en beweegvriendelijke openbare ruimte. Met ‘Sport versterkt’ werken wij ook aan een stevigere positie van de sport in het landelijke, regionale en lokale beleid. Onze lokale verbinders, adviseurs lokale sport, de buurtsportcoaches, en ook onze ondernemers in de sport en de sportclubs, delen hun maatschappelijke betrokkenheid graag met anderen, zoals via het GALA (Gezonde en Actieve Leefstijl Akkoord), het IZA (Integraal Zorg Akkoord), het programma School & omgeving en de Maatschappelijke Diensttijd. Zodat het Sportakkoord II ook in die sectoren landt. De sportsector zet zijn deuren open om een bijdrage te leveren aan deze akkoorden en programma’s. Het Hoofdlijnen Sportakkoord II zorgt ervoor dat de sportsector daar kwalitatief en kwantitatief toe in staat is. Want, een sterke sport versterkt de maatschappij. Zoals gezegd, dit hoofdlijnen akkoord is er één tussen vier partijen in de sport die elkaar aanvullen en een grote verantwoordelijkheid voelen om hierin samen op te trekken.
We zijn erg enthousiast over de kansen die Sportakkoord II biedt om de impact van sport en sportief bewegen te vergroten. Van de beginnende sporter tot de topatleet, en van de recreatieve wandelaar tot de sportschoolbezoeker. Dit akkoord biedt een raamwerk aan afspraken tussen de vier strategische partners. Op basis van dit raamwerk worden nadere afspraken over de uitwerking, concretisering en resultaatafspraken gemaakt in 2023. Dit kunnen wij niet alleen. Uiteraard, zal onze achterban klaar staan om de uitvoering ter hand te nemen. Toch is er meer nodig. Onze partners van het eerdere Sportakkoord nodigen wij van harte uit om mee te doen en mee te denken. Met hen maken wij concrete afspraken over de uitvoering van dit akkoord. Want het speelveld van sport is breder dan hier geschetst. Dat strekt zich ook uit tot de maatschappelijke partijen in de sport, Sportservice organisaties, Sportbedrijven en vele anderen. We starten in 2023 met een grote bijeenkomst Sportief Verbinden. En dan op volle sterkte het land verder in! Conny Helder (Ministerie VWS) Cathalijne Dortmans (VNG) Sybrig Sijtsma (VSG) Anneke van Zanen-Nieberg (NOC*NSF) Haike Blaauw (POS)
Inleiding: Sport versterkt Sport is van grote maatschappelijke waarde. Het is voor velen een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Het draagt bij aan onze fysieke en mentale gezondheid, creëert saamhorigheid en biedt kansen voor persoonlijke ontwikkeling. Iedereen in Nederland heeft de kans om zonder belemmering te sporten, te excelleren ín sport en te genieten ván sport. We inspireren zoveel mogelijk mensen met de kracht van sport. Want Sport versterkt! ‘Sport versterkt’ is een vervolg op het vorige Sportakkoord: ‘Sport verenigt Nederland’. Het geeft aan waar het de strategische partners de komende periode om gaat: door samenwerking Nederland sterker maken. We gaan door op de goede basis die is gelegd met het vorige Sportakkoord. Voor Sportakkoord II slaan VWS, VSG/VNG, NOC*NSF en POS de handen ineen op alle niveaus. Met bonden, overheden, sportkoepels en vele andere maatschappelijke partijen. Dat is de kracht van het akkoord. We doen het samen! De lokale, regionale én landelijke inzet in de afgelopen vier jaar is een goed vertrekpunt om tot nieuwe afspraken te komen. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II komt de nadruk te liggen op het versterken van de lokale en regionale uitvoering.
We weten uit verschillende onderzoeken dat er behoefte is aan meer richting in het akkoord, minder vrijblijvende afspraken, maar daarbij wel recht te doen aan de positieve beweging die is ingezet. Daar zetten we dan ook op in. Om richting te geven en keuzes te maken hebben we drie ambities gesteld. Ze geven aan waar we met elkaar als strategische partners voor willen gaan.
57
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Ambities Sportakkoord II in het kort We werken samen aan een stevig fundament. De voorwaarden om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven, moeten verbeterd. Dat gaat over de mensen, organisaties, cultuur en materiële voorzieningen in de sport. Een belangrijk punt de komende jaren is het investeren in kwalitatief sterke sportaanbieders die toegankelijk en veilig voor iedereen zijn. We werken ook aan een groter bereik. Daarmee bedoelen we dat meer mensen zich aangesproken en uitgenodigd voelen te gaan sporten en sport te beleven, bijvoorbeeld door drempels te verlagen, mensen te prikkelen en meer succesverhalen te delen. En we werken aan meer betekenis van sport. Betekenis gaat over de waarde van sport voor de maatschappij: energie, plezier en zingeving in het dagelijks leven door en van de sport zelf, maar ook een bijdrage aan het tegengaan van eenzaamheid en kansenongelijkheid, of juist het bevorderen van gezondheid.
Deze ambities vragen om verandering. Dit akkoord staat in het teken van samenwerking en meer integraal werken. De afgelopen jaren hebben we gewerkt met zes deelakkoorden. De inhoudelijke thema’s hiervan houden we vooralsnog vast. Deze zijn lokaal en regionaal goed ingebed en bieden een handvat om te beschrijven welke strategieën in Sportakkoord II centraal staan om een positieve verandering te bereiken. De thema’s zijn: • Inclusie en diversiteit (voorheen: Inclusief sporten en bewegen) • Sociaal veilige sport (voorheen: Positieve sportcultuur) • Vitale sportaanbieders (voorheen: Vitale sport- en beweegaanbieders) • Vaardig in bewegen • Ruimte voor sport en bewegen (voorheen: Duurzame sportinfrastructuur) • Maatschappelijke waarde van topsport (voorheen: Topsport die inspireert) Om concreet te maken welke verandering we willen bereiken en hoe we die willen bereiken, werken we in Sportakkoord II met herkenbare opgaven die u terug zult lezen in dit akkoord. We zetten drie overkoepelende ambities voorop. Binnen deze ambities is er samenhang tussen verschillende thema’s, en samenhang tussen breedtesport en topsport. In dit akkoord gaat het over sporten en sportief bewegen. Er wordt een verbinding gelegd met andere trajecten, waaronder de Beweegalliantie en het Gezond en Actief Leven Akkoord.
De tien afspraken van het Hoofdlijnen Sportakkoord II De ambities in het Sportakkoord, en de manier van werken aan deze ambities leidt tot tien afspraken. Deze vatten samen waar we de komende jaren aan werken en hoe we zorgen dat we het fundament op orde krijgen, een groter bereik generen en meer (zichtbare) betekenis van sport krijgen: 1. We gaan meer inwoners en sportaanbieders bij het Sportakkoord betrekken. Daarom verwelkomen we het POS naast VWS, NOC*NSF en VSG/VNG als strategische partner. 2. Een lokaal kernteam én een ‘coördinator sport en preventie’ zijn verplichte voorwaarden om een lokaal uitvoeringsbudget aan te vragen. Evenals het herijken van de lokale akkoorden. Dat biedt de basis voor een effectievere uitvoering. En zorgt voor samenhang met de onderdelen uit onder andere het Gezond en Actief Leven Akkoord. 3. De sportsector wordt lokaal sterker als samenwerkingspartner ingezet. In elke gemeente zorgt de adviseur lokale sport voor een goede samenwerking tussen de lokale sportsector en de coördinator sport en preventie van de gemeente. We zetten in op één loket voor clubondersteuning. 4. De Brede Regeling Combinatiefuncties wordt zo effectief mogelijk benut.
Daarom spreken we af dat er een focus komt op zes profielen die gerelateerd zijn aan de ambities van het Sportakkoord en er extra aandacht komt voor de kwaliteit van de professionals die deze profielen invullen. 5. Een sociaal veilige sport moet vanzelfsprekend zijn. Daarom werken we toe naar een aantoonbaar sociaal veilige sport, zodat iedereen een inclusieve, positieve en veilige sportcultuur ervaart. In het bijzonder minderjarigen en kwetsbare groepen. Dat doen we door sportaanbieders te stimuleren met de basiseisen (o.a. regeling gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en cursus of e-learning voor trainer-coaches) sociale veiligheid te werken en door het aanstellen van integriteitsmanagers bij en versterken van sportbonden voor een integere en veilige (top)sport. 6. De kwaliteit in de sportsector moet omhoog. Dit doen we door een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit te ontwikkelen en zoveel mogelijk sportaanbieders te stimuleren aan die norm te voldoen. 7. We spreken af om de samenhang tussen breedtesport en topsport te vergroten. Het gaat hierbij om het totaalbeeld van de sporters voor ogen te houden: van beginnend in de jeugd, tot uiteindelijk de topsporter en alles wat daartussen zit. Zo komt bij het versterken van de teamtopsportcompetities, talentontwikkeling en doorontwikkeling van de Paralympische Sport breedte- en topsport bij elkaar. 8.
We etaleren ‘hotspots’: 30 gemeenten en 100 plekken waar de ambities van Sportakkoord II worden waargemaakt. We zetten deze lokaal sterke sportclubs, ondernemers, Cruyff courts, bootcampgroepjes in de openbare ruimte op het podium om anderen te inspireren. 9. Lokaal en landelijk benutten we data voor beleid en uitvoering. We volgen de voortgang op de afspraken van het Sportakkoord II op de voet. Ook volgen we in welke mate de beoogde veranderingen van het Sportakkoord in de buurt of wijk plaatsvinden. De lokale, regionale en landelijke
58
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
partners doen actief aan kennisdeling en benutten daar de beschikbare kennisinfrastructuur voor. In de governance wordt meer sturing aan de hand van monitoring op de uitvoering vastgelegd. 10. We werken met elkaar naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur. De partners van het Sportakkoord spreken af de geoormerkte middelen zoveel mogelijk in te zetten ten behoeve van de ambities en afspraken uit het Sportakkoord. In het hoofdlijnenakkoord worden deze afspraken nader toegelicht en uitgewerkt. Ze bieden de basis om in 2023 concrete afspraken te maken met de gehele sportsector. Het Hoofdlijnen Sportakkoord II In 2018 hebben het Ministerie van VWS (VWS), NOC*NSF en VSG/VNG het eerste Nationaal Sportakkoord gesloten. Dat akkoord loopt, inclusief verlenging van een jaar, op 31 december 2022 af. Met het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) als nieuwe partij in het akkoord, willen de partners de krachten de komende jaren blijven bundelen. VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS (‘de partners’) vinden elkaar in gedeelde inhoudelijke ambities en kunnen door samen te werken daar meer in bereiken dan alleen. Daarom sluiten de partners dit Hoofdlijnen Sportakkoord II. Bij de totstandkoming van het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS ondersteund door de kennispartners Kenniscentrum Sport & Bewegen en het Mulier Instituut.
Hun betrokkenheid past bij het streven om kennis gedreven beleid te voeren. Wat is het Hoofdlijnen Sportakkoord II? Het Sportakkoord is een vorm van samenwerkend besturen. Samenwerking op drie niveaus draagt bij aan de gedeelde ambities: tussen de partners onderling, in de relatie landelijk-regionaal-lokaal en in de relatie tussen enerzijds sport, topsport en bewegen en anderzijds andere beleidsdomeinen zoals zorg, welzijn en onderwijs. Over de gedeelde ambities zijn afspraken gemaakt. Op basis van de geleerde lessen26werken VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS met dit akkoord aan een hogere effectiviteit van de uitvoering. Waar de aandacht in het eerste Sportakkoord vooral uitging naar het creëren van samenwerking – en daar goed in is geslaagd – gaat dit hoofdlijnen akkoord over samenwerking met meer (meetbaar) resultaat. In dit document staat beschreven hoe VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS de belangrijkste onderdelen van het Sportakkoord herijken.
Het is de eerste stap naar concrete afspraken met de gehele sportsector in 2023.: • Een beschrijving van de gezamenlijke ambities die in dit Sportakkoord inhoudelijk leidend zijn, staat in hoofdstuk 2 • De veranderstrategie van het akkoord voor de periode 2023–2026 komt terug in hoofdstuk 3 • De werkwijze van het akkoord en de manier om de landelijke ambities te vertalen naar de lokale uitvoering is beschreven in hoofdstuk 4 • De afspraken over samenwerking en aansturing van afspraken staan in hoofdstuk 5 • De manier waarop gedurende uitvoering van het Sportakkoord wordt geleerd van de praktijk en verantwoording wordt afgelegd, is beschreven in hoofdstuk 6
Hoofdlijnen Sportakkoord II in perspectief Het Sportakkoord staat niet op zichzelf. Er zijn relaties met andere processen die binnen en buiten de sport lopen. Het Sportakkoord neemt aan waarde toe als de relaties goed worden benut. Bijvoorbeeld in beleid. Er spelen aanpalende trajecten met een eigen aanpak, organisatie en financiële structuur, die mede kunnen bijdragen aan de ambities die in dit Sportakkoord centraal zijn gesteld. En andersom kunnen de activiteiten en afspraken van het Sportakkoord een bijdrage leveren aan die andere beleidsambities. De trajecten met de meest directe verbinding met het Sportakkoord en waar integraliteit en samenwerking de basis vormen, komen op de relevante plekken in dit akkoord terug. Dit zijn: • Beweegalliantie (dagelijks bewegen) • Human Capital Agenda • Rijksprogramma School & Omgeving • Akkoorden: Gezond en Actief Leven Akkoord, Nationaal Preventie-akkoord en Integraal Zorgakkoord Maar ook in financiën. De sportsector wordt gekenmerkt door publiek-private bekostiging. Overheden