Bijlage 1 Publicatie Brede Regeling Combinatiefuncties Staatscourant
Tekst van het document
Valongevallen bij ouderen vormen een ernstig en toenemend probleem. Iedere dag belanden er ruim
31
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
280 ouderen (65 jaar en ouder) door een val op de Spoedeisende Hulp (SEH). De gevolgen hiervan zijn enorm, zowel in persoonlijk leed als maatschappelijke (zorg)kosten. In 2020 waren de directe medische kosten als gevolg van deze ongevallen 1,1 miljard euro. Bij gelijkblijvend beleid nemen binnen 10 jaar (2030) de SEH-opnamen van ouderen met een val met 50% toe en verdubbelen de directe medische kosten (2,4 miljard euro). Er is veel bekend over wat werkt in valpreventie en er zijn meerdere kosteneffectieve aanpakken in Nederland beschikbaar. Echter de implementatie daarvan is momenteel te ad hoc, kleinschalig, op projectbasis en niet conform dat wat bekend is wat werkt. Knelpunten zoals onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor het organiseren of (laten) uitvoeren van valpreventie activiteiten en het ontbreken van een structurele grond voor financiering spelen hierbij een rol. Bovenstaande thema’s op voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het valpreventief aanbod. In de werkagenda van de ketenaanpakken (3G, onderdeel II) wordt de ketenaanpak nader toegelicht. Ook zijn de randvoorwaarden, criteria en de bestuurlijke afspraken opgenomen voor het succesvol inrichten van deze ketenaanpak. Hiermee wordt de afspraak in het IZA uitgewerkt.
3G. Domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie infrastructuur Voor een domeinoverstijgende inzet is samenwerking nodig. Zowel lokaal als ook regionaal. En niet alleen binnen het gemeentelijk domein en het zorgdomein (zoals huisarts, wijkverpleegkundige) op lokaal niveau, maar ook tussen gemeenten en met het zorgdomein op regionaal niveau (zoals met zorgverzekeraars). Invulling bijdrage aan IZA-doelen op basis van een regionale werkstructuur Om de doelen van het IZA te realiseren is voor gemeenten jaarlijks maximaal € 150 mln euro structureel beschikbaar om op basis van concrete regioplannen een bijdrage te kunnen leveren aan het behalen van de IZA doelen. Langs de weg van regiobeelden en regioplannen wordt een regionale preventie-infrastructuur ingericht en gewerkt aan deze doelstellingen, onder meer op het terrein van de samenwerking tussen de eerste lijn en het gemeentelijk domein, de GGZ en preventie. In bijlage 2 is de werkagenda opgenomen van de VNG waarin op hoofdlijnen is uitgewerkt hoe gemeenten met het IZA aan de slag gaan en hoe de in het IZA toegezegde middelen worden aangevraagd en toegekend. De werkagenda is leidend bij de nog te maken afspraken over het brede IZA-kader over de regioplannen. De basis daarvan is de uitwerking van de regionale werkstructuur.
Die gaat over de taken en functies van deze werkstructuur (inclusief beschikbare budgetten); de mandaatstructuur voor gemeenten en verzekeraars; de governance (tevens in relatie tot het IZA); de landelijke ondersteuning vanuit VNG en ZN bij het opzetten van de structuur én de relatie tussen de regionale structuur en wat gemeenten in het kader van het GALA aan lokale activiteiten uitvoeren. Ook de andere in het IZA gemaakte afspraken waar gemeenten een rol bij hebben komen terug in de werkagenda. De (financiële) afspraken zijn onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming 2023. De middelen zullen – bij parlementaire goedkeuring van het betreffende begrotingswet – aan gemeenten ter beschikking worden gesteld. Gemeenten kunnen de kosten die zij vanaf januari 2023 maken ter uitvoering van de werkagenda meenemen in hun aanvraag voor het jaar 2023. Bouwstenen regionale preventie infrastructuur en inrichting ketenaanpakken In het IZA zijn in de werkagenda over Gezond leven en preventie afspraken opgenomen ten aanzien van regionale samenwerking, een regionale preventie-infrastructuur en de inrichting van effectieve ketenaanpakken over de domeinen (Zvw, Wpg, Wmo en Jeugdwet) heen. Deze afspraken zijn in het GALA verder uitgewerkt met bouwstenen voor een regionale preventie-infrastructuur (onderdeel I) en in de werkagenda inrichting ketenafspraken (onderdeel II).
Beoogde resultaten: – Totstandkoming van een regionale preventie-infrastructuur per 1 januari 2025 – Om uiteindelijk te komen tot landelijk aanbod van de vijf ketenaanpakken wordt uiterlijk op 1 januari 2024 in elke regio gestart met de inrichting van de vijf ketenaanpakken in zoveel mogelijk gemeenten.
3G. ONDERDEEL I. BOUWSTENEN REGIONALE PREVENTIE INFRASTRUCTUUR In hoofdstuk 4b wordt het belang van regionale samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten op het gebied van gezond leven en preventie beschreven. Hierover zijn eerder ook afspraken gemaakt in het IZA. In deze paragraaf zijn nadere bestuurlijke afspraken opgenomen over taken en verantwoordelijkheden wat betreft deze regionale samenwerking.
32
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Algemene afspraken •
•
De (regionale) preventie infrastructuur is onderdeel van de diverse (algemene) afspraken over regionale samenwerking, regiobeeld en regioplan opgenomen in IZA (p. 45–50). Deze (algemene) afspraken in het IZA strekken verder, ook wat de gemeentelijke verantwoordelijkheid betreft. Er is sprake van een (regionale) preventie-infrastructuur zoals bedoeld in het IZA (p. 81) als wordt voldaan aan de 6 randvoorwaarden en criteria zoals hieronder beschreven. Indien aan al deze voorwaarden wordt voldaan, komen VWS, VNG en ZN de afspraak van het IZA (p. 81) na dat er per 1 januari 2025 niet vrijblijvende regionale samenwerkingsafspraken zijn gemaakt.
Randvoorwaarden en criteria 1. Regionale werk- en mandaatstructuur • De bestaande regionale samenwerkingsstructuur tussen zorgverzekeraars en gemeenten wordt versterkt. Hiervoor wordt in elke regio uitgewerkt hoe de onderlinge mandaatstructuur, zoals afgesproken in het IZA op p. 45, tussen gemeenten eruitziet. Daarnaast wordt indien van toepassing, uitgewerkt welke gemeente de rol als gemandateerde en/of coördinerende gemeente op zich neemt. Hetzelfde geldt voor zorgverzekeraars. • Hierbij wordt ook betrokken welke bevoegdheden de gemandateerde of coördinerende gemeente heeft namens de anderen gemeenten dan wel zorgverzekeraars. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bestuurlijk en medewerkersniveau. • In de mandaatstructuur van gemeenten is een financiële regeling opgenomen waarop de gemandateerde gemeente aanspraak kan maken ten dienste van de regionale preventie infrastructuur. Deze financiële regeling is in beginsel gebaseerd op de brede SPUK waarvoor gemeenten per 2023 een aanvraag kunnen indienen. Tijdpad: 1 juli 2023 (dan is de mandaatstuur volledig ingeregeld). 2. Regiobeeld gezondheidsbevordering • Gemeenten, zorgverzekeraars en andere regionale partijen stellen op het niveau van de zorgkantoorregio18 een regiobeeld op, zoals bedoeld in het IZA, p. 43–47 en 81. De criteria hiervoor die eind 2022 bestuurlijk zijn vastgesteld (cf. IZA-afspraak, p.
44), worden hierbij gehanteerd. • Op basis van deze criteria geeft het regiobeeld onder meer inzicht in het aanbod van gezondheidsbevordering, zorg, welzijn en ondersteuning in de regio. Hierbij wordt aandacht besteed aan universele, selectieve, geïndiceerde en zorggerelateerde preventie. • De GGD heeft de taak voor het monitoren van de gezondheidssituatie van de bevolking, op grond van artikel 2.2, onder a, van de Wet publieke gezondheid. De GGD doet dit tenminste via de (vierjaarlijkse) gezondheidsmonitors19. Daarom wordt de GGD betrokken bij de totstandkoming van het regiobeeld. • Bestaande informatie- en databronnen, waaronder de gezondheidsmonitors van de GGD-en, worden benut voor het opstellen van het regiobeeld. • De GGD speelt een rol in het monitoren van de voortgang en de effectiviteit van de aanpak en koppelt hierover terug aan het RIVM om zo bij te dragen aan de landelijke kennisontwikkeling. • Het RIVM fungeert als expertcentrum voor GGD’s en gemeenten door het – desgevraagd – ten behoeve van het regiobeeld inbrengen van kennis, het bijhouden van een landelijke databank met effectieve interventies op het loketgezondleven.nl, het leveren van spiegelinformatie voor regio’s (zie onder andere www.regiobeeld.nl), het uitvoeren van monitoring- en evaluatieonderzoeken, alsmede door het vierjaarlijks uitvoeren van een Volksgezondheid Toekomst Verkenning.
Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de informatiebehoefte in regio’s en gebruik gemaakt van bestaande kennis en data, zoals ook de gemeentezorgspiegel waar zorgverzekeraars en gemeenten in de praktijk al gebruik van maken. Het RIVM werkt desgevraagd actief mee aan het verrijken van het via de gemeentezorgspiegel gegenereerde beeld en het vereenvoudigen van de aanlevering van relevante data door gemeenten. Tijdpad: 1 juli 2023 3. Financiële middelen • Voor gemeenten zijn per 2023 via een SPUK middelen beschikbaar om de regionale samenwerking te intensiveren en verder vorm te geven. Zie hiervoor hoofdstuk 4, paragraaf a. • Conform afspraak in het IZA werken ZN en VWS, in afstemming met VNG, een voorstel voor de korte en lange termijn uit voor bekostiging van regionale coördinatiekosten van zorgverzekeraars en zorgprofessionals en experimenten met kansrijke aanpakken. Voor zover wordt voorgesteld dat er aanvullende financiering nodig is, kan mogelijk geput worden uit de transitiemiddelen van het IZA. • Uiterlijk 1 april 2023 wordt bestuurlijk besloten over een uitgewerkt korte termijnvoorstel.
18 19
33
Voor het regiobeeld kan een afwijkende schaal worden gehanteerd. Dit betreft een landelijk afgestemde vragenlijst (RIVM) die de GGD uitzet onder de bevolking.
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Tijdpad middelen verzekeraars: in elk geval 2023 t/m 2025 4. Regionale afspraken over preventie en gezondheidsbevordering • Gemeenten, zorgverzekeraars en andere regionale partijen stellen op het niveau van de zorgkantoorregio20 op basis van het regiobeeld (een) regioplan(nen) op, zoals bedoeld in het IZA, p. 43–47 en 81. De criteria die hiervoor eind 2022 bestuurlijk zijn vastgesteld cf. het IZA (p. 44), worden hierbij gehanteerd. • In elke zorgkantoorregio worden regionale afspraken gemaakt over preventie en gezondheidsbevordering, bijvoorbeeld in een regioplan of samenwerkingsagenda. • De volgende onderdelen maken hier minimaal onderdeel van uit: A. Vaststellen van de gezondheidsdoelen waaraan in de regio gewerkt gaat worden, mede op basis van het regiobeeld. B. Selectie van risicogroepen en patiënten waarvoor effectieve (keten)aanpakken ingezet worden (bijvoorbeeld (aankomende) gezinnen in een kwetsbare situatie, mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden, met psychische kwetsbaarheid, kwetsbare ouderen, waaronder ouderen met valrisico, mensen met een rook, gok-, drugs- of alcoholverslaving, kinderen en volwassenen met overgewicht); C. Voorgenomen activiteiten voor de populatie als geheel en voor risicogroepen en patiënten in het bijzonder, waaronder tenminste de ketenaanpakken genoemd in bijlage 3G, onderdeel II; D.
Afspraken over wat regionaal (alle gemeenten) en wat lokaal (gemeente voor zich) wordt opgepakt/uitgevoerd; E. Afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en zorgverzekeraar; F. Concrete uitvoerings-afspraken met hulp- en zorgverleners over verantwoordelijkheden en taken, waaronder doorverwijzing en coördinatie functies van professionals over de domeinen heen (netwerkstructuur professionals); G. Afspraken over hoe en door wie de uitvoering gecoördineerd wordt; H. Afspraken over evaluatie van en rapportage over de aanpak; I. Financiële afspraken. • De GGD wordt betrokken bij de totstandkoming van de regionale afspraken. • De regionale preventieafspraken worden, net als de algemene regiobeelden en -plannen gepubliceerd op www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl. Tijdpad: 1 januari 2024 5. Uitvoering regionale preventie afspraken • De regionale preventieafspraken worden uitgevoerd en nagekomen. • Zorgverzekeraars en gemeenten stemmen hun inkoopbeleid af op de regionale preventieafspraken en houden hier rekening mee in hun inkoop en lokale plannen. Tijdpad: 1 januari 2025 6. Monitoring • De ontwikkelingen wat betreft van de regionale samenwerking op het gebied van gezondheidsbevordering en preventie (Zvw, Wmo en Wpg) worden in opdracht van VWS per 1 januari 2023, in elk geval voor de duur van 3 jaar, door het RIVM gemonitord.
Hierbij vindt afstemming plaats met VNG, ZN en GGD GHOR. Het venster op de samenwerking wordt hierbij betrokken. • Doelstelling en criteria voor de monitoring worden in gezamenlijkheid vastgesteld. • Gemeenten en zorgverzekeraars leveren hiervoor de nodige data aan. Tijdpad: 2023–2025
3G. ONDERDEEL II. WERKAGENDA INRICHTING KETENAANPAKKEN Bij ketenaanpakken gericht op preventie en gezondheid over de domeinen (Zvw, Wpg, Wmo en/of Jeugdwet) heen, is sprake van een aanpak die bestaat uit meerdere onderdelen. Afhankelijk van het onderdeel is ofwel de zorgverzekeraar verantwoordelijk, ofwel de gemeente. Ook kan sprake zijn van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Goede afspraken tussen de beide financiers is dus essentieel om tot effectief ketenaanbod te komen, waarbij de verschillende onderdelen van de aanpak aan elkaar verbonden zijn. Hiervoor is het nodig dat (zorg)professionals uit de verschillende domeinen binnen een netwerk met elkaar samenwerken en effectief naar elkaar doorverwijzen. Ketenaanpakken gericht op preventie en gezondheid komen doorgaans lastig van de grond vanwege het domeinoverstijgende karakter. In deze werkagenda maken we afspraken om – uiteindelijk – te komen tot landelijk dekkend aanbod van de volgende ketenaanpakken: kansrijke start, valpreventie bij ouderen, de aanpak overgewicht kinderen, de gecombineerde leefstijlinterventie bij overgewicht en obesitas van volwassen én welzijn op recept. Hierover dienen op regionaal niveau afspraken te worden gemaakt, die op lokaal niveau tot uitvoering komen.
20
34
Voor het regioplan kan een afwijkende schaal worden gehanteerd.
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Algemene afspraken •
• •
•
•
Voor een ingerichte ketenaanpak kansrijke start, valpreventie bij ouderen, de aanpak overgewicht kinderen, gecombineerde leefstijlinterventie bij overgewicht en obesitas van volwassen én welzijn op recept, zoals bedoeld in het IZA (p. 81), moet zijn voldaan aan de 14 randvoorwaarden en criteria én de ketenaanpakspecifieke afspraken zoals hieronder opgenomen. Indien hieraan wordt voldaan, komen VWS, VNG en ZN de afspraak na dat de bedoeld ketenaanpakken per 1 januari 2024 worden ingericht. Een dashboard met daarbij geschetst tijdpad is richtinggevend voor het behalen van de deadline 1 januari 2024. Het dashboard wordt tot 1januari 2024 bij elk bestuurlijk overleg tussen VNG, ZN en VWS over de samenwerkingsstructuur geagendeerd. Hierbij wordt de voortgang besproken. Het bestuurlijk overleg vervult hierbij een sturende, kaderstellende en faciliterende rol. De voortgang van de samenwerking en de implementatie van de ketenaanpakken in de regio’s wordt in de periode na 1 januari 2024 geëvalueerd in het licht van een evenwichtige opstelling tussen partijen in de uitvoering. De eerste peildatum is 1 juli 2024. De tijdpaden die worden voorgesteld voor de fasering per ketenaanpak (zie punt 13), kunnen aan de hand van de evaluatie zo nodig worden aangescherpt.
De IGJ kan vanuit haar reguliere toezichtstaak op de uitvoering van de Wpg de gemeenten stimuleren om hun bijdrage te leveren aan de inbedding van preventie in de keten.
Randvoorwaarden en criteria 1. Voorfase / ontwikkelfase (randvoorwaarde) Dit is de fase waarin een ketenaanpak wordt ontwikkeld, onderzoek plaatsvindt naar de effectiviteit, vanuit het veld wordt geëxperimenteerd met de aanpak (bijv. op grond van de beleidsregel innovatie van de NZa), etc. De voorfase of ontwikkelfase kan op meerdere wijzen worden doorlopen en hierbij verschilt de rol van gemeenten en zorgverzekeraars. Deze fase is een randvoorwaarde om stap 2 te kunnen doorlopen. Tijdpad: n.v.t. 2. ZiNL duiding Zvw-zorg (randvoorwaarde) Er moet helderheid zijn over welke onderdelen van de ketenaanpak verzekerde zorg zijn. Indien dit voor gemeenten of zorgverzekeraars onduidelijk is, kan een duiding van het Zorginstituut hierover helderheid bieden. Ook geeft een duiding richting voor de andere onderdelen uit de ketenaanpak. (zie punt 4) Tijdpad: indien van toepassing 15 december 2022 (of z.s.m.) 3. Implementatietraject Voor de regionale en lokale implementatie van de ketenaanpakken is de inzet van veel diverse partijen nodig. VWS organiseert landelijke implementatie-overleggen met het werkveld. Zorgverzekeraars, gemeenten en GGD-en nemen hieraan actief deel.
Het implementatietraject bestaat uit 2 fasen: Fase 1 (heden – 1 januari 2024) C Gericht op voorbereiding op de landelijke en regionale implementatie C Vaststelling landelijke en regionale taken / verantwoordelijkheden van de betrokken uitvoerende partijen C Knelpunten adresseren en zo mogelijk oplossen Fase 2 (1 januari 2024 – uiterlijk t/m 2025) C Gericht op ondersteuning bij de regionale en lokale implementatie C Knelpunten in de uitvoering adresseren en zo mogelijk oplossen C (Regionale) kennisuitwisseling 4. Vaststelling landelijke en regionale taken/verantwoordelijkheden van de betrokken uitvoerende partijen • De taken en verantwoordelijkheden van de partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van de aanpak, incl. gemeenten, moeten worden vastgesteld. Zowel op landelijk als regionaal niveau. Dit gebeurt binnen fase 1 van de landelijke implementatietrajecten die VWS faciliteert. • De duiding van het Zorginstituut is hierbij het uitgangspunt. Het Zorginstituut is bereid bij gesprekken tussen gemeenten en zorgverzekeraars aanwezig te zijn om de beschikbare duidingen toe te lichten en verantwoordelijkheden binnen de keten te verhelderen. • Conform IZA-afspraak adviseert het Zorginstituut op verzoek van zorgverzekeraars en gemeenten welke onderdelen van een ketenaanpak onder verantwoordelijkheid vallen van de zorgverzekeraar (verzekerde zorg), en welke niet (bijv.
sociaal/publiek domein). Dit geldt zowel voor nieuwe ketenaanpakken, als voor ketenaanpakken die al geduid zijn. • Per ketenaanpak wordt vanuit de implementatietrajecten een handreiking (incl. eventueel inkoopmodel) opgesteld met een concrete beschrijving van de uit te voeren onderdelen van de ketenaanpak in de verschillende domeinen. In opdracht van de landelijke werkgroep kan het Zorginstituut, of een andere partij, penvoerder zijn voor de handreiking.
35
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
• Dit document wordt tijdens het bestuurlijk overleg VNG, ZN en VWS geagendeerd. Tijdpad: heden – 1 maart 2023 (handreiking in elk geval gereed voor aanpakken die reeds geduid zijn) 5. Besluit VWS over uitbreiding /aanpassing aanspraken VWS dient tijdig een besluit te nemen over eventuele aanpassing van regelgeving (Besluit zorgverzekering), zodat de onderdelen die verzekerde zorg betreffen ook daadwerkelijk (per 1 januari 2024) vanuit de basisverzekering mogen worden vergoed. Dit betreft ook het besluit over of de Zvw-onderdelen van de ketenaanpak onder het eigen risico vallen of niet. Idem voor eventuele juridische drempels die er aan de kant van sociaal domein en/of publiek bestaan om invulling te geven aan de aanpak. Tijdpad: voorjaar 2023 6. Betaaltitel: prestatiebeschrijving en tarieven NZa De NZa heeft eventuele benodigde prestaties en bijbehorende tarieven opgesteld. Ook denkt zij mee met mogelijke andere wijzen van bekostiging, indien dit tot knelpunten leidt in de praktijk. De snelheid waarmee de NZa de tarieven en prestaties gereed kan hebben, is mede afhankelijk van in hoeverre de duiding van het Zorginstituut tot onduidelijkheden leidt en de timing van de duiding. Tijdpad: heden – 1 juli 2023 (in elk geval voor de ketenaanpakken die het Zorginstituut in 2022 of eerder heeft geduid) 7.
Financiële middelen • VWS maakt het mogelijk dat gemeenten financiering ontvangen. Zie hiervoor hoofdstuk 4, paragraaf a. Tijdpad: 1 januari 2023 – n.n.b. (juni 2023 middelen toegekend) • In relatie tot het korte termijnvoorstel bedoeld onder criterium 3, onderdeel I, onderzoekt VWS de mogelijkheid dat per 2023 voor zorgverzekeraars middelen binnen de budgettaire kaders beschikbaar komen voor regionale project- en coördinatiekosten van zorgverzekeraars en zorgprofessionals t.b.v. de vijf ketenaanpakken. Hiervoor kan mogelijk geput worden uit de transitiemiddelen van het IZA. Tijdpad: voorjaar 2023 – 1 juli 2023 (claim al eind 2022 gereed) 8. Voorbereiding en afstemming voorgenomen inkoopbeleid Zorgverzekeraars en gemeenten bereiden hun inkoopbeleid wat betreft de ketenaanpakken voor en stemmen het voorgenomen beleid op regionaal niveau met elkaar af. Dit is voorwaardelijk om regionaal te kunnen starten met een ketenaanpak. Tijdpad: 1 maart 2023 9. Samenwerkingsafspraken regionaal en lokaal • Zorgverzekeraars en gemeenten maken ketenaanpak specifieke samenwerkingsafspraken op regionaal lokaal niveau. De handreiking uit het landelijke implementatietraject vormt de basis voor de regionale samenwerkingsafspraken over de ketenaanpakken. • De deadline hiervoor is 1 april 2023, dus voordat het inkoopbeleid van zorgverzekeraars definitief is.
Indien dit niet haalbaar is, dan dient deze stap na publicatie van het inkoopbeleid afgerond te worden. • In de samenwerkingsafspraken is opgenomen welke gemeenten binnen de regio per 1 januari 2024 gaan starten met implementatie van welke ketenaanpak. • Alleen als er samenwerkingsafspraken zijn gemaakt, kan er regionaal/lokaal gestart worden met de ketenaanpakken. Tijdpad: 1 april 2023 10. Inkoopbeleid en gemeentelijke plannen • Zorgverzekeraars nemen de inkoopvoorwaarden (voor zover verzekerde zorg), waaronder de kwaliteitseisen waaraan aanbieders dienen te voldoen, op in hun landelijke inkoopbeleid 2024.De regionale afspraken met gemeenten zijn hierin vertaald. Het inkoopbeleid wordt uiterlijk op 1 april 2023 gepubliceerd. • Gemeenten nemen de regionale afspraken mee in hun lokale plannen en – voor zover van toepassing – het inkoopbeleid 2023 en 2024.21 Tijdpad: 1 april 2023 (voor zorgverzekeraars) 11. Inkoop onderdelen ketenaanpak • De onderdelen van de ketenaanpak die door het Zorginstituut als te verzekerden zorg zijn geduid, worden door de zorgverzekeraar bij de diverse zorgprofessionals ingekocht, waarbij wordt voldaan aan de zorgplicht. Het NZa toezichtskader zorgplicht is hierbij leidend. Landelijke dekking is het uitgangspunt. Samenwerkingsafspraken zijn daarvoor voorwaardelijk.
• VNG stimuleert dat de onderdelen van de ketenaanpak die door het Zorginstituut als ‘niet zijnde Zvw’ zijn geduid en/of als ‘sociaal/publiek domein’ zijn geadviseerd, door gemeenten bij de diverse professionals/instanties worden ingekocht. Landelijke dekking is het uitgangspunt. • Zorgverzekeraars en gemeenten hebben een gezamenlijke inspanningsverplichting om ervoor te zorgen dat er voldoende aanbod beschikbaar is om in te kopen (bijv. door benutting
21
36
In de SPUK wordt dit plan van aanpak genoemd.
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
bepaalde (zorg)professionals). In de inkoopcontracten wordt naar elkaar verwezen en deze sluiten op elkaar aan. Hierin zijn afspraken opgenomen over de samenwerking tussen de diverse zorgprofessionals Tijdpad: vanaf 1-4-2023 (voor 2023 en/of 2024) 12. Opname in polisvoorwaarden Zvw 2024 Zorgverzekeraars nemen de onderdelen van de ketenaanpakken die vallen onder de Zvw op in de polisvoorwaarden 2024. Tijdpad: 12 november 2023 13. Ketenaanbod toegankelijk • Uitgangspunt is om te komen tot landelijk dekkend toegankelijk ketenaanbod voor alle mensen uit de doelgroep. Om hiertoe te komen worden de 5 ketenaanpakken in elke gemeente ingericht. Dit betekent niet dat elke gemeente daadwerkelijk zelf ketenaanbod moet hebben binnen de gemeentelijke grenzen. Afspraken, op regionaal niveau, met (buur)gemeenten hierover volstaan. • Er is sprake van toegankelijkheid van het ketenaanbod als risico’s vroegtijdig worden gesignaleerd en inwoners op tijd een passend (domeinoverstijgend) aanbod krijgen. Als er sprake is van een zorgbehoefte wordt de inwoner op de juiste plek binnen de keten geholpen (zo nodig wordt naar de juiste professional doorverwezen) en krijgt hij een adequaat (domeinoverstijgend) (zorg)aanbod waar direct of binnen redelijke termijn gebruik van kan worden gemaakt. • Idealiter is hiervan uiterlijk 1 januari 2024 sprake.
VNG, ZN en VWS onderschrijven dat dit geen realistische streefdatum is. De uitrol per regio en per gemeente zal verschillen in de tijd. • Afgesproken wordt dat uiterlijk op 1 januari 2024 in elke regio wel wordt gestart met de inrichting van de ketenaanpak in zoveel mogelijk gemeenten. • Per ketenaanpak verschilt het tijdpad naar volledige toegankelijkheid binnen de regio. Over de fasering in de tijd worden in de implementatietrajecten onder leiding van VWS afspraken gemaakt. Dit voorstel wordt tijdens een bestuurlijk overleg geagendeerd. • Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht voor de onderdelen van de ketenaanpak die te verzekeren zorg betreffen. Zorgverzekeraars spannen zich, in samenwerking met gemeenten, maximaal in om tijdens deze fasering te voldoen aan de zorgplicht. De NZa houdt bij het toezicht hierop rekening met bovenstaande afspraken. Tijdpad: 1 januari 2024 14. Monitoring • Conform afspraak in het IZA financiert VWS de landelijke en regionale monitoring van de invoering en het effect van de inzet op de domeinoverstijgende ketenaanpakken. In 2023 wordt de monitoring verder vormgegeven, mede op basis van diverse bestaande monitors. De inhoud van de ketenaanpak specifieke monitors, worden in gezamenlijkheid vastgesteld.
• VWS zorgt ervoor dat opdrachten aan het RIVM geïntegreerd en samengevoegd zijn en dat er per ketenaanpak zoveel mogelijk uniform wordt gemonitord om administratieve lasten te voorkomen. Ook wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande datastromen en monitors. • Gemeenten en zorgverzekeraars (via Vektis) leveren hiervoor de benodigde gegevens aan. Hiervoor wordt ook het bestaande venster op de samenwerking benut. Tijdpad: heden – tot uiterlijk 2028. Ketenaanpakspecifieke afspraken In aanvulling op bovenstaande algemene randvoorwaarden en criteria maken gemeenten, zorgverzekeraars en VWS de volgende specifieke afspraken: 3. Gecombineerde leefstijlinterventie •
•
•
37
Zorgverzekeraars zullen de komende jaren de mogelijkheid verkennen (bijvoorbeeld met pilots of koplopergemeenten) om in de zorgpolissen meer medisch specialisten of de bedrijfsarts op te nemen als verwijzer naar de verschillende GLI-programma’s. Hierbij is van belang dat de verwijzer voldoende tijd heeft voor het doen van een goede verwijzing en voldoende zicht heeft op de situatie van de persoon. VWS stelt in 2022 en 2023 budget beschikbaar voor communicatie over de GLI om bekendheid van de GLI-programma’s onder huisartsen en andere verwijzers te vergroten en om de bereidheid van mensen met overgewicht om deel te nemen aan een GLI te stimuleren. De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor coördinatiekosten om de ketenaanpak in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals.
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Aanpak overgewicht en obesitas kinderen •
•
•
•
•
• •
Bij het opzetten van een ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas wordt als uitgangspunt gehanteerd Het Landelijk Model Ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas.22 Voor een goed werkende ketenaanpak dient er minimaal aanbod te zijn in de volgende categorieën: schuldhulpverlening, opvoedondersteuning, sport- en beweegaanbod, activiteiten op het gebied van gezonde voeding en activiteiten op sociaal-emotionele ontwikkeling. Over de rol van het RIVM bij de beoordeling van de varianten van de kinder-GLI (een vast programma of een GLI op maat), wordt door VWS, in samenspraak met ZN, RIVM en ZINL, uiterlijk 1 februari 2023 een besluit genomen. Zorgverzekeraars maken voor 1 maart 2023 samen met de beroepsgroepen afspraken over het waarborgen van de kwaliteit van de centrale zorgverlener (voor zover verzekerde zorg), de kinder-GLI en zorgprofessionals die de kinder-GLI kunnen aanbieden. Dit gaat in elk geval om kwaliteitseisen. ZN heeft hierbij een stimulerende rol. De rijksoverheid financiert de landelijke organisatie Kind naar Gezonder Gewicht (onderdeel van JOGG). Gemeenten kunnen hier terecht voor kennis en ondersteuning bij de implementatie van de ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas. Bij het proces tot het komen van samenwerkingsafspraken wordt in ieder geval de JGZ betrokken.
De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor: C inzet van gemeentelijke functionarissen (al dan niet via opdracht) voor de uitvoering van het Landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas; C lokale monitoring en evaluatie. Bij de monitoring kan gebruik gemaakt worden van de indicatorenset voor de aanpak Kind naar Gezonder Gewicht (onderdeel van JOGG) die ontwikkeld is door het RIVM;23 C voor een goed werkende ketenaanpak kan het zijn dat er aanvullende leefstijlinterventies nodig zijn die buiten de vergoeding van de Zvw vallen. In dat geval zorgt de gemeente voor de beschikbaarheid van passend aanbod. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de databank Loket Gezond Leven.
Welzijn op recept •
•
• •
Welzijn op recept wordt ruim opgevat. Het betreft een werkwijze om mensen met psychosociale klachten te helpen door de samenwerking tussen huisarts, eerstelijns zorgverlener, welzijn en het sociaal domein. Hiermee wordt Welzijn op Recept breder opgevat dan het huidige concept Welzijn op Recept. Er bestaat geen duiding van Welzijn op Recept door het Zorginstituut. Het door VWS gefinancierde bestaande integrale inkoopadvies Welzijn op Recept (https://welzijnoprecept.nl/integraalinkoopadvies-welzijn-op-recept/) dient als handreiking en is richtinggevend voor de samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en zorgverzekeraars. ZN verzoekt het Zorginstituut om een duiding. De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor: C Het welzijnsaanbod in de wijk verder te versterken zodat het aanbod o.a. met het oog op de groep mensen die met het verder scheiden van wonen en zorg thuis blijft wonen, het opstarten van WOR-trajecten in gemeenten waar dit nu nog niet gebeurt en het inkopen van WORtrajecten; C Het aanbod van de onderdelen van de ketenaanpak die geen Zvw-zorg betreffen C Coördinatiekosten om de ketenaanpak binnen de gemeente in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals.
Valpreventie •
De ketenaanpak is een aanpak gericht op thuiswonende ouderen van 65 jaar of ouder met een verhoogd valrisico die bestaat uit: 1) Opsporing (risico-inschatting); 2) Screening (valanalyse); 3) Inzet van erkende beweeginterventie zoals op loketgezondleven.nl van het RIVM, zo nodig aangevuld met medicatiebewaking, aanpak visus problemen, aanpak van voetproblemen en schoeisel, aanpassingen huis en omgeving, voedingsinterventie, educatieve interventies, psychologische interventies, medische behandeling van onderliggende ziektes en actieve begeleiding en doorverwijzing naar structureel beweegaanbod.
22
https://assets-us-01.kc-usercontent.com/d8b6f1f5-816c-005b-1dc1-e363dd7ce9a5/a3efa086-7ee8-4e06b5c9-18992dfb6bff/Landelijk_model_digitaal_tcm235-928414.pdf 23 Visscher, K., Vroling, H., Spijkerman, A. (2022). Ontwikkeling indicatorenset Kind naar Gezonder Gewicht: een Delphi-studie.
38
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
•
Per 2023 krijgt jaarlijks 14% van alle thuiswonende ouderen (65+) een risico-inschatting. Per 2023 volgt jaarlijks 3% van alle thuiswonende ouderen (65+), waarbij verhoogd valrisico is vastgesteld, een erkend valpreventief beweeginterventie. Dit betreft landelijke percentages. Deze inzet is noodzakelijk om de potentiële besparingen, onder andere binnen de Zvw, te kunnen realiseren. Dit is ook de minimale inzet om te komen tot minder meer druk op de zorg, waaronder SEH-bezoeken naar aanleiding van een val. • Voor gemeenten zijn al per 2023 via de SPUK middelen beschikbaar om de onderdelen die vallen binnen de gemeentelijke domeinen (zoals een valrisico-inschatting en valpreventief beweeginterventie) aan te bieden en de ketenaanpak met zorgverzekeraars op te zetten. • Gezien de kortingen die per 2023 worden toegepast binnen de Zvw en Wlz, en een deel van de potentiële besparingen daadwerkelijk te kunnen realiseren, vragen gemeenten die een SPUK aanvragen, in elk geval middelen aan voor valpreventie. • De valrisico-inschatting zal in 2023 door zorgverzekeraars vergoed kunnen worden als onderdeel van bestaande consulten, bijvoorbeeld door wijkverpleging of de huisarts. De organisatie van valpreventie is nog niet overal gerealiseerd, dus de inzet zal beperkt zijn en op het moment voornamelijk voor die mensen met indicatie in de zorg om medicalisering van preventie te voorkomen.
• De valanalyse kan in 2023 door zorgverzekeraars vergoed worden voor zover deze wordt uitgevoerd door zorgprofessionals die volgens ZIN de competenties hebben om dit te doen en gedeclareerd worden onder reeds bestaande prestatiecodes. De organisatie van valpreventie is nog niet overal gerealiseerd, dus de inzet zal beperkt zijn en op het moment voornamelijk voor die mensen met indicatie in de zorg om medicalisering van preventie te voorkomen. • Zorgverzekeraars kopen voor 2024 erkende valpreventieve beweeginterventies in voor ouderen die hiervoor in aanmerking komen. • Zorgverzekeraars komen uiterlijk met de betrokken beroepsgroepen tot afspraken over welke beroepsgroepen onder welke voorwaarden de valanalyse kunnen uitvoeren. Dit kan vervolgens worden opgenomen in het inkoopbeleid voor 2024. • In opdracht van VWS ondersteunt VeiligheidNL samen met het RIVM gemeenten met kennis over hoe de effectieve ketenaanpak kan worden vormgegeven.
• De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor: C Het aanbod van de onderdelen van de ketenaanpak die thuis horen in sociaal/publiek domein: – Het opsporen van ouderen en het vaststellen van de valrisico van deze groep; – Het equiperen en voorlichten van de mantelzorgers bij het opsporen en ondersteunen van ouderen met een verhoogd valrisico; – Het aanbieden van erkende beweeginterventies zoals op loketgezondleven.nl van het RIVM; – Het gedeeltelijk compenseren van ouderen die een woningaanpassing nodig hebben. C Coördinatiekosten om de ketenaanpak binnen de gemeente in te richten, met tenminste zorgverzekeraars en relevante (zorg)professionals. Naast de ketenaanpak valpreventie is er ook ruimte voor het aanbieden van daarop aansluitende beweegactiviteiten voor 65-plussers die geen verhoogd valrisico hebben en het aanbieden van andere door het RIVM erkende valpreventieprogramma’s. Kansrijke start
•
In paragraaf 3A is aangegeven welke rol gemeenten, zorgverzekeraars en VWS op zich nemen bij de ketenaanpak kansrijke start.
4. WAT IS NODIG OM DE RESULTATEN TE KUNNEN HALEN? In dit hoofdstuk gaan we in op de zaken die nodig zijn om de doelen te kunnen bereiken: a. Financiën b. Regionale en lokale samenwerking c. Agenda en dialoog Health in all policies d. Kennisinfrastructuur e. Monitoring f. Ondersteuningsprogramma g. Governance
4A. Financiën De financiering van gemeenten op het thema gezondheidsbevordering is nu ten dele afhankelijk van tijdelijke, niet structurele, middelen. De tijdelijkheid van financiering bemoeilijkt het integraal, domeinoverstijgend werken en ontmoedigt het werken aan doelen die slechts op langere termijn te behalen zijn. Juist een integrale, lange termijn aanpak is nodig om resultaat te kunnen behalen bij het verkleinen van gezondheidsachterstanden.
39
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Voor de afspraken die opgenomen zijn in het GALA is gekozen om de financiering van verschillende (bestaande en nieuwe) programma’s en aanpakken waarover afspraken zijn gemaakt, te bundelen in één specifieke uitkering (SPUK). Dit betreft het financiële arrangement waarmee de gemeenten geoormerkt geld kunnen aanvragen. In de SPUK worden in elk geval 15 bestaande en nieuwe interventies en aanpakken gebundeld. Voor 2023 kunnen gemeenten met een eenvoudige aanvraag middelen ontvangen. Voor de periode 2024–2026 dient een plan van aanpak te worden opgesteld waaruit blijkt dat de verschillende interventies en aanpakken hun plek hebben in een samenhangende, integrale blik op het bevorderen van de (positieve) gezondheid van de inwoners. De verdeling van de SPUK-middelen over gemeenten wordt gebaseerd op inwonertal en het aantal inwoners met gezondheidsachterstanden (gebaseerd op inkomensniveau en opleidingsniveau). Gemeenten worden zodoende in staat gesteld om met prioriteit in te zetten op de inwoners, buurten en wijken waar sprake is van achterstanden. Achterstanden die een nadelige impact hebben op de (ervaren) gezondheid. Voor het opstellen van een plan van aanpak dienen in elk geval de volgende elementen opgenomen te zijn. – De (samenhang tussen) de doelen en de afgesproken acties in het GALA.
Met speciale aandacht voor de vraag hoe de (wijken met) mensen met gezondheidsachterstanden te bereiken; – De verbinding met lokale aanpak in het sociale en fysieke domein; – Samenwerkingsafspraken binnen de regionale preventie-infrastructuur met zorgverzekeraars en zorgpartijen; – Samenwerkingsafspraken met lokale partijen (binnen een preventie- en of sportakkoord waar dit aan de orde is); – De verbinding met de lokale nota gezondheidsbeleid; – De inzet van de advies- en kennisfunctie van de GGD; – De betrokkenheid van bewoners en bewonersinitiatieven. De brede SPUK bundelt de middelen rondom programma’s en interventies met overlappende doelstellingen. Gemeenten kunnen zodoende een integrale aanpak ontwikkelen, waarin de doelstellingen van de programma’s en interventies in samenhang worden georganiseerd. Alle gemeenten kunnen een aanvraag doen voor (onderdelen van) de SPUK. Voor sommige bestaande regelingen en programma’s betekent dit een wijziging van het type uitkering, namelijk van een decentralisatie uitkering naar een specifieke uitkering. De SPUK wordt begin 2023 gepubliceerd. Naar verwachting zullen de afspraken over het IZA budget voor gemeenten tot een wijziging van de SPUK leiden begin 2023, omdat deze middelen daarin worden opgenomen.
Door het aanvragen van de middelen voor een onderdeel binnen de SPUK committeert de aanvragende gemeente zich eraan om de verstrekte middelen in te zetten voor de in het GALA opgenomen activiteiten ten behoeve van de afgesproken doelen. Dit geldt alleen voor de onderdelen die de gemeenten heeft aangevraagd. De gemeenten zullen niet worden afgerekend op de outcome van deze inspanningen, omdat het behalen van deze outcome van veel factoren afhankelijk is, die veelal ook buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen. Er wordt gemonitord op het al dan niet behalen van de beoogde resultaten die zijn afgesproken. Op basis van de monitoring vindt ook het gesprek plaats welke interventies of aanpakken succesvol zijn en welke niet. In de SPUK worden de volgende onderdelen en budgetten opgenomen. Tevens is aangegeven welke middelen structureel zijn. De bedragen zijn afgerond. Voor de exacte bedragen wordt verwezen naar de SPUK. 2023 1. Sportakkoord
40
2024
2025
2026
Struct.
13
13
13
10
10
2. BRC1
89,3
89,3
89,3
86,3
86,3
Totaal Sport & Bewegen
102,3
102,3
102,3
96,3
96,3
3. Terugdringen Gezondheidsachterstanden (voorheen via DU GIDS)2
20
20
20
20
20
4. Kansrijke Start3
15
16
16
20
20
5. Mentale Gezondheid4
7
5
5
6. Aanpak overgewicht en obesitas
17,5
17,5
17,5
7. Valpreventie5
51,4
47,4
47,4
48,9
48,9
8. Leefomgeving
10
10
10
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
2023
2024
2025
9. Opgroeien in een Kansrijke Omgeving & Vroegsignalering Alcoholproblematiek (10 en 11 samengevoegd)
2,5
2,5
2,5
10. Wijkaanpak sociale basis, inclusief stimuleren woonvormen
36,4
35,9
35,9
26,9
11. Mantelzorg (Respijtzorg)
10
10
10
9
12. Een tegen Eenzaamheid (lokale coalities)
10
10
8
13. Welzijn op Recept (WOR)
2026
Struct.
9
5,5
9,5
11,5
13,5
185,3
183,8
183,8
138,3
97,9
14. Versterken kennisfunctie GGD-en
2,5
2,5
2,5
15. Coördinatiekosten regionale aanpak preventie
8,9
7,3
7,3
Totaal algemeen thema (overall)
11,4
9,8
9,8
IZA middelen (150 miljoen, deze worden naar verwachting later aan de spuk toegevoegd)
150
150
150
150
150
Totaal Brede SPUK (inclusief IZA)
449
445,9
445,9
384,6
Totaal Gezondheid en Sociale Basis (omzien naar elkaar) alles tot aan maatwerk/WMO
1 2
3 4 5
De reeks bestaat uit middelen afkomstig van de Ministeries VWS, OCW en SZW. Gidsgelden werden voorheen verdeeld over 150 gemeenten en worden nu obv verdeelsleutel (inwoneraantallen, inkomensniveau en opleidingsniveau (proxy voor gezondheidsachterstanden)) verdeeld over alle gemeenten. NB deze verdeelsleutel geldt voor alle middelen in de SPUK. De KS middelen startte in 2019 met 3 mln> en waren in 2020 en 2021 4,7 mln. Dit besloeg niet alle gemeenten, maar circa 275 gemeenten. In 2022 is totaal 14 mln. ter beschikking gesteld via mei-, september- en decembercirculaire. Er zijn in 2022 reeds extra middelen (1,1 miljoen) voor mentale gezondheid aan gemeenten beschikbaar gesteld. Vanaf 2023 wordt er in het Gemeentefonds per jaar € 10 miljoen gekort op de Wmo-uitgaven, oplopend tot € 20 miljoen structureel vanaf 2031 (Startnota Kabinet Rutte-IV, Kamerstuk 35 925, nr. 143).
Perspectief na 2026 Met de SPUK kunnen gemeenten voor de periode 2023–2026 middelen aanvragen voor de afgesproken acties. Het grootste deel van de SPUK middelen betreft structureel budget. Maar dat geldt niet voor alle onderdelen. Zo is voor de aanpak voor obesitas, mentale gezondheid, eenzaamheid en Welzijn op Recept na 2025 geen geoormerkt geld voor gemeenten beschikbaar. VNG en VWS gaan in 2024 met elkaar in overleg om te bepalen wat het wegvallen van middelen betekent voor de in gang gezette beweging. Deze actie is opgenomen in paragraaf G van dit hoofdstuk.
4B. Regionale en lokale samenwerking Domeinoverstijgend en integraal werken Gemeenten zijn op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) primair verantwoordelijk voor publieke gezondheidszorg, inclusief gezondheidsbevordering. Gezondheidsproblemen hebben echter niet altijd hun oorzaak in het gezondheidsdomein, maar kunnen op hele andere terreinen liggen, zoals bestaanszekerheid, werksituatie en leefomstandigheden. Dit betekent dat ook de antwoorden op gezondheidsvragen in deze domeinen gevonden kunnen worden. Goed gezondheidsbeleid vraagt om een integrale benadering en domeinoverstijgende samenwerking. Dit betekent dat de samenhang met activiteiten die gemeenten vanuit andere wetten ondernemen (o.a. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet) goed geregeld moet zijn.
41
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Afbeelding: zie ter illustratie bovenstaand plaatje, ontwikkeld door kennisinstituut Pharos. Regionale preventie-infrastructuur Samenwerking is ingewikkeld en komt niet altijd vanzelfsprekend tot stand. Of het nu binnen of tussen gemeenten is, of met zorgverzekeraars. Hetzelfde geldt overigens ook voor de samenwerking tussen (zorg)professionals. Dit bemoeilijkt landelijke implementatie en opschaling van erkende, én kansrijke, interventies over de domeinen heen. In het IZA is afgesproken dat er per 1 januari 2025 een preventie infrastructuur tot stand moet komen, waarbinnen op basis van een regiobeeld en regioplan structureel wordt samengewerkt en doorverwezen om tot integraal aanbod te komen. Regionaal samenwerken bevordert de efficiëntie en slagkracht en ondersteuning van veel, met name kleinere, gemeenten en vergemakkelijkt het maken van afspraken met vaak regionaal of landelijk werkende organisaties, zoals de zorgverzekeraars. Daarbij is het belangrijk dat er een wisselwerking is tussen regionale en lokale plannen en activiteiten. Veel regionale samenwerking rondom publieke gezondheidszorg en gezondheidsbevordering vindt momenteel al plaats langs de lijn van de GGD regio’s. De GGD-en hebben een goede uitgangspositie om te adviseren over bovengemeentelijke samenwerking en partijen aan elkaar te verbinden.
Ook kunnen de GGD-en adviseren en ondersteunen in het vertalen van regionale plannen naar de lokale gemeentelijke praktijk. Door de bestaande kennis van het netwerk en de gemeentelijke domeinen kan geadviseerd en ondersteund worden in het verbinden van beleidsdomeinen en het vormen van integrale aanpakken. Hierbij gaat het over randvoorwaarden voor duurzame samenwerking maar ook op inhoud over interventies en de kennis en ervaringen daaromtrent. De GGD-regio’s komen in grote lijnen overeen met de zorgkantoorregio’s. De zorgkantoorregio’s zijn leidend voor de regiobeelden en -plannen die conform afspraken in het IZA worden opgesteld. Daar waar de regio’s verschillen, gaan partijen om tafel om te voorkomen dat er incongruentie ontstaat. Individueel maatwerk Op individueel niveau wordt bepaald hoe zorg en ondersteuning op maat geleverd kan worden. Ieder individu en iedere hulpvraag kan immers weer anders zijn. Daarom zijn er (zorg)professionals nodig die boven de afzonderlijke ketenaanpakken, in samenspraak met de ontvangende cliënt of patiënt, kunnen bepalen welk probleem het eerst een oplossing nodig heeft en hoe losse interventies aan elkaar geknoopt kunnen worden tot een sluitende keten op individueel niveau. Hiervoor zijn er schakels nodig binnen de gemeenten op wijkniveau, bekostigd vanuit de gemeente dan wel de zorgverzekeraar.
Een voorbeeld hiervan is de centrale zorgverlener binnen de aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen. In paragraaf 3G, onderdeel I, is opgenomen aan welke randvoorwaarden en criteria moet zijn voldaan om te kunnen spreken van een regionale preventie infrastructuur. Tevens zijn taken en verantwoordelijkheden opgenomen.
4C. Agenda en dialoog Health in all policies In de inleiding van het GALA is uiteengezet dat de gezondheid van mensen door veel determinanten wordt beïnvloed. Persoonsgebonden factoren zoals bloeddruk of cholesterol; leefstijl en gewoonten zoals voeding, roken, stress; en leef-, woon- en werkomstandigheden. In de acties die horen bij de
42
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
gezondheidsdoelen over het verminderen van gezondheidsachterstanden en een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, is opgenomen dat VWS het belang van gezondheid agendeert bij andere departementen. Dit heeft als doel ervoor te zorgen dat het belang van gezondheid en de consequenties voor gezondheid van bepaalde beleidskeuzes bekend zijn en worden meegewogen. In deze paragraaf wordt nader toegelicht wat VWS zelf doet aan flankerend beleid en welke acties worden genomen om gezondheid te agenderen bij andere departementen. Flankerend beleid vanuit VWS Het is een gezamenlijk belang om gezond gedrag te stimuleren van alle Nederlanders. Het Rijk neemt hiertoe waar mogelijk effectieve landelijke maatregelen. Om het gedeeld belang dat kinderen in een rookvrije en nicotinevrije omgeving kunnen opgroeien te stimuleren voert het Rijk een breed pakket van tabaksontmoedigingsmaatregelen door, waaronder de accijnsverhoging op rookwaren zodat een pakje sigaretten € 10,– kost in 2024, zoals afgesproken in het Regeerakkoord. Ook zal het aantal verkooppunten van rookwaren verder worden verminderd en wordt een verhoging van de huidige leeftijdsgrens naar 21 jaar onderzocht. Het Rijk en een brede coalitie van partijen zetten daarnaast in op het stoppen met roken te stimuleren.
Zo wordt een Taskforce Stoppen met Roken opgericht die aan de slag gaat om meer mensen die roken te motiveren een stoppoging te doen. De verleiding tot ongezond eten en drinken is in de fysieke en online omgeving overvloedig aanwezig. Dit wordt ook wel een ‘obesogene leefomgeving’ genoemd. De dagelijkse voedselomgeving moet gezonder. In het Regeerakkoord is afgesproken dat het Rijk de belasting op niet-alcoholische (fris)dranken zal verhogen. Per 2024 wordt de verbruiksbelasting op niet-alcoholische (fris)dranken verhoogd. Dit geldt ook voor en het laagste tarief voor bier zodat de accijns over bier niet minder is dan over fris. Mineraalwaters worden uitgezonderd van deze belasting. Verder is in het Regeerakkoord afgesproken dat wordt verkend hoe we op termijn een suikerbelasting kunnen invoeren en de btw op groente en fruit naar 0% kunnen verlagen. Daarnaast maakt het Rijk bindende afspraken met de industrie over gezondere voedingsmiddelen. Om de dagelijkse voedselomgeving gezonder te maken, neemt VWS maatregelen in de voedselomgeving. VWS zal een bevoegdheid creëren voor gemeenten voor het weren van ongezonde voedselaanbieders. Ook werkt VWS aan wetgeving tegen kindermarketing van ongezonde voedingsmiddelen en wettelijke normen voor levensmiddelen (zoals een maximum zout- of suikergehalte).
Wat betreft alcohol onderschatten we de gevolgen en risico’s van alcoholgebruik voor onszelf én voor onze kinderen. We delen het belang dat verandering nodig is. VWS verkent daarom hoe de ongezonde keuze voor alcohol moeilijker gemaakt kan worden om de doelen om problematisch alcoholgebruik terug te dringen, zoals geformuleerd in het Nationaal Preventieakkoord, dichterbij te brengen. VWS zet programma’s die reeds zijn ingezet, bijvoorbeeld Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcoholgebruik voort. Agenda en dialoog Health in all policies Het Ministerie van VWS is bij diverse dossiers van andere departementen actief betrokken om (de consequenties op) gezondheid in beeld te brengen en onderdeel te maken van de besluitvorming. In het kader hieronder zijn voorbeelden van deze betrokkenheid opgenomen. Een bredere blik op gezondheid en het bevorderen van gezondheid is nodig. Een belangrijk vraagstuk dat momenteel speelt op het terrein van (interdepartementale) gezondheidsmaatregelen en preventie is dat er duidelijkheid komt over wanneer de overheid wel of niet moet kiezen voor de implementatie/invoering van een gezondheids-/preventiemaatregel bijvoorbeeld in de Zorgverzekeringswet, een bevolkingsonderzoek of vaccinatieprogramma.
De staatsecretaris heeft aan het kennisplatform Preventie24, een onafhankelijk platform met experts uit beleid, onderzoek en praktijk die eerder hebben geadviseerd over kennisontwikkeling op het thema preventie, gevraagd een advies uit te brengen hoe de brede kosten en baten van preventie en de budgettaire effecten voor de rijksbegroting meegenomen kunnen worden in de besluitvorming. Daarbij zal ook nader gevraagd worden in te gaan op het gebruik van de uitkomstmaat QALY (extra levensjaar in goede gezondheid). In aanvulling op de acties die zijn opgenomen over het agenderen van gezondheid bij andere departementen in de paragrafen over het terugdringen van gezondheidsachterstanden en de
24
43
Kennisagenda Preventie: aanbevelingen voor gezonde leefstijl - ZonMw
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
inrichting van een fysieke gezonde leefomgeving, zijn de volgende acties geformuleerd: Acties VWS •
• • • •
VWS neemt het initiatief om te komen tot een samenhangende agenda om gezondheid op diverse beleidsterreinen te agenderen en tot een integrale afweging te komen van beleidskeuzes waarin gezondheid wordt meegenomen. VWS zal dit in overleg met de Stuurgroep Impact op gezondheid vorm geven. VWS organiseert met gemeenten rondetafelgesprekken over een dergelijke agenda. VWS vraagt het kennisplatform Preventie om een advies uit te brengen over de het meenemen van de brede kosten en baten van preventie en de budgettaire effecten voor de rijksbegroting. VWS zal een bevoegdheid creëren voor gemeenten voor het weren van ongezonde voedselaanbieders. VWS werkt aan wetgeving tegen kindermarketing van ongezonde voedingsmiddelen en wettelijke normen voor levensmiddelen (zoals een maximum zout- of suikergehalte). Voorbeelden van agenderen van gezondheid op andere beleidsterreinen. • De Staatssecretaris van VWS geeft als coördinerend bewindspersoon uitvoering aan de landelijke aanpak ‘Mentale Gezondheid: van ons allemaal’ samen met 3 departementen en 7 bewindspersonen. Dit heeft tot doel om mentale gezondheid mee te nemen op school, op de werkvloer, online en in het armoedebeleid. Ook wordt cultuur ingezet om mentale gezondheid te verbeteren en mentale gezondheid bespreekbaar te maken.
• Samen met OCW zet VWS met het programma ‘Welbevinden op school’ in op het bespreekbaar maken van mentale gezondheid op scholen van primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). • OCW werkt met de sectorraden en de VNG aan de opgave uit het IBO Onderwijshuisvesting, waar het verbeteren van het binnenklimaat in schoolgebouwen een belangrijk onderdeel van is. • Met OCW en SZW werkt VWS samen aan gezonde school maaltijden. • Voor de inzet op bewegen werkt VWS samen met diverse departementen zoals BZK, IenW, SZW, en OCW. Een concreet voorbeeld hiervan is de samenwerking met IenW op het gebied van fietsstimulering via het programma Kies de fiets. • Samen met de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen kijkt VWS hoe we, mede in het kader van de ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’, regio’s kunnen ondersteunen met, waar nodig een stevige infrastructuur tussen de eerstelijn en het bredere sociaal domein. De Minister van VWS verkent in de uitwerking van het I|A wat er vanuit het zorgdomein nodig is om dit te organiseren en zorgverleners te faciliteren op praktijkniveau. Er lopen verschillende acties, o.a. het Project ‘Financiën in de Spreekkamer’ waar huisartsenpraktijken worden ondersteund bij het signaleren en bespreekbaar maken van geldzorgen, en het warm overdragen van patiënten naar schuldhulpverlening.
• Met Binnenlandse Zaken werkt VWS aan de Stedelijke Vernieuwingsagenda BZK en het programma Veiligheid en Leefbaarheid waar in de meest kwetsbare gebieden wordt ingezet op integraal beleid en waar VWS een bijdrage levert vanuit gezondheidsperspectief. • De gezondheidssector is één van de door EZK aangewezen topsectoren. Via Health ~ Holland wordt de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de wetenschap gestimuleerd en innovatie ondersteund. • VWS is ook partij bij thema’s in het ’fysieke’ domein om de gezondheid via de fysieke leefomgeving positief te beïnvloeden. Het Ministerie van VWS heeft inmiddels een vaste plek aan tafel bij de Raad voor de fysieke leefomgeving, waar kabinetsbesluiten op het gebied van de fysieke leefomgeving worden voorbereid. • In het kader van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft VWS het programma Groene en Gezonde Leefomgeving opgezet, samen met collega’s van BZK, IenW en LNV. Met dat programma wil de staatssecretaris overheden betere instrumenten geven om afwegingen te kunnen maken en projecten te stimuleren voor verbetering van de gezonde leefomgeving. • VWS en I&W verkennen samen hoe de relatie tussen gezondheid en mobilteit kan worden versterkt.
• Een aantal andere belangrijke nationale beleidsontwikkelingen waar VWS op aan sluit zijn: provinciale uitvraag, ruimtelijke ordeningsbrief (voorheen 100-dagenbrief), invoering Omgevingswet, NOVI/NOVEX, Groen in de stad, Nationale Woon en Bouw Agenda, Verstedelijkingsstrategie, Nationaal Programma Landelijk Gebied, Citydeals, klimaatadaptatie en biodiversiteit/natuurinclusief werken.
4D. Kennisinfrastructuur Data helpen om inzicht te krijgen in de gezondheidssituatie in wijken en regio’s en het voedt de dialoog zodat gemeenten en zorgverzekeraars het juiste kunnen doen en de impact van hun inzet ook kunnen meten. Een stevige kennisbasis is belangrijk om nu en in de toekomst goed onderbouwde keuzes te kunnen maken over te nemen interventies en hierin bij te kunnen sturen. De kennisdeling over het gebruik van data en de inzet van erkende interventies en (integrale) aanpakken kan beter. Op dit moment is deze kennis versnipperd (over onderwerpen en over geografische niveaus) en zijn er veel verschillende partijen actief. De huidige kennisinfrastructuur, waarin de samenwerking en uitwisseling van bestaande kennis tussen gemeenten, de GGD en het RIVM (Centrum Gezond Leven) belangrijke schakels vormen, verdient versterking. Dit is nodig om bestuurders interventies en aanpakken aan te kunnen reiken die passen bij, of op maat te maken zijn, voor hun lokale situatie. Een integrale aanpak bestaat uit een samenhangend aanbod van (bij voorkeur) erkende interventies, beleid en maatregelen. De komende jaren wordt beoogd de kennisinfrastructuur te versterken zodat de landelijke kennisontwikkeling en kennisdeling beter ten dienste staat van lokale behoeften en lokale ervaringen beter worden meegenomen bij het (door)ontwikkelen van interventies en aanpakken.
44
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Het RIVM Gezond Leven heeft een taak in het bundelen, delen en doorontwikkelen van kennis over effectieve aanpakken en interventies. Op het Loket Gezond Leven | Loketgezondleven.nl van het RIVM is veel en brede informatie te vinden over erkende interventies voor gezondheidsbevordering en over hoe gezondheidsbevordering samenhangend toe te passen is in de lokale praktijk. Het RIVM schakelt nauw met verschillende landelijke kennisinstellingen die vanuit hun eigen expertise bijdragen aan het bevorderen van gezondheid en preventie, afhankelijk van thema, setting of doelgroep (zoals voeding, sport en bewegen, mensen met gezondheidsachterstanden en mentale gezondheid). Denk aan kennispartijen als Trimbos, het Voedingscentrum, JOGG, Pharos, Rutgers, Veiligheid NL, kenniscentrum Sport en Bewegen, Movisie, NJC, NJI en Academische werkplaatsen publieke gezondheid (AWPG). De GGD-en hebben van oudsher een belangrijke rol in de dataverzameling en het verschaffen van inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, als ook in de advisering over zinvolle gezondheidsbevorderende interventies. Deze taken zijn vastgelegd in de Wet publieke gezondheid (Wpg).
Concreet kan de GGD bijvoorbeeld ingezet worden voor de volgende taken: • Het in kaart brengen van de (gezondheids)situatie, via dataverzameling en verbinding met data uit andere domeinen; • Het bieden van ondersteuning bij het stellen van lokale beleids- en gezondheidsdoelen en het kiezen van gepaste interventies om deze te behalen; • Het monitoren van de voortgang van beleid en aanpak met (erkende) interventies voor de verschillende thema’s, het onderzoeken van de effectiviteit van de (erkende) interventies of landelijke aanpakken in de lokale context en terugkoppeling van deze informatie/kennis naar het landelijk niveau (RIVM); • Advisering over bovengemeentelijke samenwerkingsafspraken in de regioplannen. Er ligt een logische link tussen gemeenten, GGD en het RIVM. De kennis van de GGD wordt gevoed door de ervaringen van gemeenten bij de implementatie van interventies, en door interactie met het RIVM en andere landelijke kennispartijen. De ervaringen van gemeenten kunnen worden meegenomen bij het doorontwikkelen van interventies en in de landelijke kennisprogrammering. Het gaat hierbij niet alleen om ervaringen en kennis over de interventies zelf, maar ook over de randvoorwaarden om deze duurzaam in te zetten, bijvoorbeeld bestuurlijke borging, financiering, draagvlak en governance in bredere zin. Acties VWS •
•
•
•
•
VWS faciliteert dat ontwikkelde kennis over Gezond en Actief leven via de bestaande structuur van het RIVM Gezond Leven wordt verzameld, geïntegreerd en verspreid, en de geïntegreerde kennis terecht komt bij GGD-en en gemeenten. Daarbij gaat het zowel om wetenschappelijke kennis als praktijk- en ervaringskennis, zodat gemeenten en GGD-en met praktijkgerichte kennis preventief kunnen werken aan gezondheid van inwoners; VWS werkt samen met VNG en gemeenten om landelijke en regionale samenhang tussen verschillende programma’s aan te brengen en versnippering tegen te gaan. Kennispartners en kennisgebruikers weten bij wie ze waarvoor terecht kunnen. VWS bevordert dat relevant lokaal ontwikkelde praktijk- en ervaringskennis van gemeenten landelijk beschikbaar komt en verrijkt kan worden met wetenschappelijke kennis, en stimuleert ook doorontwikkeling om gezondheid en preventie verder te bevorderen. VWS zet zich in om de rol- en taakverdeling van kennisorganisaties, ook ten opzichte van elkaar, te verduidelijken en te faciliteren. Dat vormt de basis voor goede samenwerking met respect voor elkaars kennis, expertise en positie. VWS geeft ZonMw opdracht om bij de programmering van onderzoek, onder de vlag van het zevende preventieprogramma, aandacht te besteden aan de kennisbehoeften van gemeenten en kennis door te ontwikkelen.