Bevershoekstraat 2 vastgesteld 1
Tekst van het document
BEVERSHOEKSTRAAT 2 Hoeksche Waard bestemmingsplan 16 november 2021
1/2
Bevershoekstraat 2 Hoeksche Waard
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1963.Bevershoekstr2SGVD‐VG01
12‐6‐2020 22‐7‐2020 19‐02‐2021 16‐11‐2021
concept concept 2 ontwerp voor vaststelling vastgesteld
2eprojectnummer:
20200286 opdrachtleider:
W. IJ. Groenen
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Beleidskader
9
2.1
Rijksbeleid
9
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
15
2.3
Gemeentelijk beleid
16
Hoofdstuk 3
Beoogde ontwikkeling
21
3.1
Huidige situatie
21
3.2
Toekomstige situatie
21
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
25
4.1
Verkeer en parkeren
25
4.2
Geluid
26
4.3
Water
27
4.4
Ecologie
31
4.5
Bodemkwaliteit
34
4.6
Luchtkwaliteit
35
4.7
Bedrijven en milieuhinder
36
4.8
Duurzaamheid
37
4.9
Externe veiligheid
38
4.10
Kabels en leidingen
41
4.11
Cultuurhistorie en archeologie
41
4.12
Vormvrije m.e.r.‐ beoordeling
43
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
45
5.1
Inleiding
45
5.2
Artikelsgewijze toelichting
45
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
49
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49
6.2
Economische uitvoerbaarheid
50
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
4
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Akoestisch onderzoek Bevershoekstraat
Bijlage 2
Aerius memo Bevershoekstraat 2
Bijlage 3
Aanlegfase Bevershoekstraat 2 2020
Bijlage 4
Gebruiksfase Bevershoekstraat 2 2020
Bijlage 5 2 's‐Gravendeel
Quickscan Wet natuurbescherming ‐ Bevershoekstraat
Bijlage 6 's‐Gravendeel
verkennend bodemonderzoek Bevershoekstraat 2 te
Bijlage 7
Externe veiligheidsonderzoek
Bijlage 8 Archeologische onderzoek concept_'s‐Gravendeel Bevershoekstraat 2 Bijlage 9
2e Brief voor omwonende Bevershoekstraat 2 te 's‐Gravendeel
Bijlage 10
Nota van beantwoording
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
75
Artikel 1
Begrippen
75
Artikel 2
Wijze van meten
79
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
81
Artikel 3
Maatschappelijk
81
Artikel 4
Tuin
82
Artikel 5
Waarde ‐ Archeologie ‐ 1
83
Artikel 6
Waarde ‐ Archeologie ‐ 3
86
Artikel 7
Waterstaat ‐ Waterkering
89
Hoofdstuk 3
Algemene regels
91
Artikel 8
Antidubbeltelregel
91
Artikel 9
Algemene bouwregels
92
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
93
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
94
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
95
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
96
Artikel 14
Overige regels
97
Hoofdstuk 4
Overgangs‐ en slotregels
99
Artikel 15
Overgangsrecht
99
Artikel 16
Slotregel
100
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
TOELICHTING
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De woning aan de Bevershoekstraat 2 te 's‐Gravendeel staat al geruime tijd te koop, omdat er weinig vraag is naar woningen in het zeer exclusieve segment. Hierdoor is er voor gekozen de woning te transformeren naar een woonzorgvilla. Met deze transformatie is ook een beperkte uitbreiding voorzien. Deze uitbreiding is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Hiertoe is een nieuw juridisch planologisch kader noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de uitbreiding van de bebouwing en het gebruik hiervan als woonzorgvilla mogelijk.
1.2
Ligging plangebied
's‐Gravendeel ligt in het oosten van de gemeente Hoeksche Waard (provincie Zuid‐Holland), het plangebied bevindt zich op het adres Bevershoekstraat 2, 3295 AE te 's‐Gravendeel.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
8
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied is: "'s‐Gravendeel", zoals vastgesteld op 10 oktober 2013 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Binnenmaas. In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als 'Wonen' met een bouwvlak én de aanduiding 'Vrijstaand'. De oostzijde van het plangebied heeft de bestemming 'Tuin' een deel hiervan kent de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering'. Verder zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde ‐ Archeologie ‐ 1' en 'Waarde Archeologie ‐ 3' van toepassing waarvan de waarde archeologie 1 over een klein deel op de noordzijde van het plangebied is gelegen. Tevens ligt er over het gehele plangebied de gebiedsaanduiding 'Geluidszone industrie'.
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan "'s‐Gravendeel".
1.4
Leeswijzer
De voorliggende toelichting beschrijft, aan de hand van de verschillende hoofdstukken, waarom de beoogde ontwikkeling gebaseerd is op een goede ruimtelijke ordening. Verder zijn in deze toelichting de planregels en de verbeelding uitgelegd. In hoofdstuk 2 komt het beleidskader aanbod. Dit kader beschrijft het relevante rijks‐, provinciaal‐ en gemeentelijke beleid. Het daarop volgende hoofdstuk (3) bevat de planbeschrijving, hier wordt ingegaan op het concrete plan. De sectorale aspecten zijn omschreven in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 geeft de juridische planbeschrijving waarin de wijze van bestemmen uiteen is gezet. In hoofdstuk 6 is de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan beschreven.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
9
Hoofdstuk 2
2.1
Beleidskader
Rijksbeleid
2.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem‐verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
10
Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal een grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets‐ en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Het mogelijk maken van een beperkt aantal nieuwe woningen in het dijklint van Heinenoord past binnen het rijksbeleid.
2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings‐ en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat om kaders voor bijvoorbeeld rijksvaarwegen, het kustfundament, project Mainportontwikkeling Rotterdam en grote rivieren. Toetsing Het Barro kent geen concrete kaders, directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's die op het voorliggende bestemmingsplan en de daarin voorziene ontwikkeling van toepassing zijn. 2.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten beschrijven waarom er behoefte is aan de ontwikkeling en als die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, motiveren waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat om meer dan 11 woningen op een perceel met een woonbestemming.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
11
2.1.4 Woningbehoefte en woningbouwprogrammering Iedere gemeente maakt afspraken met de provincie over het aantal woningen dat gebouwd wordt en welke ontwikkelplannen dit zijn. Deze afspraken staan in de Woningbouwprogrammering. We vinden het belangrijk dat de woningen die gebouwd worden, aansluiten bij de wensen en behoeften van de (toekomstige) inwoners van de Hoeksche Waard. Daarom is er een Woningbehoefteonderzoek gedaan. Dit Woningbehoefteonderzoek 2019 geeft richting aan welke woningbouwprojecten wij opnemen in de Woningbouwprogrammering 2019 Woningbehoefteonderzoek 2019 In het Woningbehoefteonderzoek 2019 is onderzocht wat de woningbehoefte per dorp is en hoe deze zich ontwikkelt in de toekomst (tot 2040). Denk hierbij aan aantallen woningen, typen, huur of koop, prijsklassen en voor welke doelgroepen. Ook is er onderzocht wat de behoeften zijn op het gebied van wonen en zorg, speciale woonvormen of wonen voor speciale doelgroepen. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan de Woningbouwprogrammering. De nieuwe gemeente Hoeksche Waard wil komen tot een integraal gemeentelijk woonbeleid, met een op de individuele dorpen afgestemde woningbouwprogrammering die recht doet aan de verschillen tussen de dorpen.
Daarbij vinden de gemeente en woningcorporatie HW Wonen het essentieel dat bij de gesprekken rond het maken van nieuwe prestatieafspraken gesproken wordt vanuit een gezamenlijk beeld van de volkshuisvestelijke opgave. Daarom is een actualisering uitgevoerd van de in 2016 door Companen uitgevoerde woningmarktanalyse. Aanvullend daarop is de woonbehoefte in beeld gebracht van ouderen met een zorgvraag en andere kwetsbare groepen, en van enkele bijzondere doelgroepen binnen de gemeente. Demografische ontwikkeling De gemeente Hoeksche Waard kent een positieve bevolkingsontwikkeling. Voor 2014 was dit niet het geval, maar sinds dat jaar stijgt de bevolking van de gemeente jaarlijks. De bevolking groeit vooral door de toename in de binnenlandse migratie. Tijdens de economische crisis had de Hoeksche Waard een negatieve migratie. Het binnenlands migratiesaldo is na de crisis sterk toegenomen van ‐200 personen in 2013 tot +500 personen in 2018. De gemeente Hoeksche Waard is aantrekkelijk voor gezinnen. Inwoners in de leeftijd van 20 tot 50 jaar en 0 tot 15 jaar vestigden zich de afgelopen jaren per saldo het meest. De Hoeksche Waard had op 1 januari 2019 zo'n 86.650 inwoners en 36.450 huishoudens. De provinciale Trendprognose laat een groei zien van de bevolking tot 2030 (naar zo'n 87.200 inwoners), waarna de bevolking weer wat gaat afnemen.
Het aantal huishoudens groeit volgens de prognose tot 2035, tot zo'n 39.400 huishoudens. De toename van het aantal huishoudens in de periode 2019 ‐2030 bedraagt ongeveer 2.300 huishoudens. De huishoudensgroei is naar verhouding groter dan de bevolkingsgroei. Dit heeft te maken met de vergrijzende bevolking en de daarmee samenhangende huishoudensverdunning. Het aandeel oudere huishoudens in de gemeente neemt toe en in toenemende mate blijven oudere huishoudens alleen achter. Dit leidt tot meer, kleinere, huishoudens. De provinciale Trendprognose 2019 laat een beduidend positiever beeld zien voor de huishoudens‐ontwikkeling in de Hoeksche Waard dan de prognose die bij het onderzoek in 2016 is gehanteerd. Deze beweging is ingegeven door de positieve bevolkingsontwikkeling door de toegenomen migratie naar de Hoeksche Waard in de afgelopen jaren. De prognose in 2016 liet een afname zien met 3.240 huishoudens in de leeftijd tot 55 jaar in de periode 2015 ‐ 2035. Dat was een afname met zo'n 2.600 huishoudens in de periode 2020 ‐ 2035. De nieuwe prognose laat voor deze huishoudensgroep nog steeds een afname zien, maar deze afname is beduidend kleiner; zo'n 1.800 huishoudens in de leeftijd tot 55 jaar in de periode 2020 ‐ 2035.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
12
Geschiktheid van de woningvoorraad In het onderzoek uit 2016 is de geschiktheid van de woningvoorraad voor mensen met een lichte functiebeperking in beeld gebracht. Deze analyse is in 2019 niet herhaald, maar het beeld is dat de bevindingen van toen nog steeds grotendeels van toepassing zijn. Op basis van de bevindingen van destijds is 17% van de woningvoorraad geschikt voor mensen met een lichte fysieke beperking. Daarnaast is 37% van de woningvoorraad met eenvoudige aanpassingen geschikt te maken. Bij de overige 46% ontbreekt het potentieel om ze geschikt te maken. In de sociale huurwoningvoorraad woont ruim de helft van de mensen boven de 60 jaar in een woning die reeds geschikt is, in de koopsector is dit aandeel veel lager (minder dan 10%). In de sociale huurwoningvoorraad woont ruim een derde van de 60‐plussers in een woning die niet geschikt te maken is. Terwijl in de koopsector het aandeel reeds geschikte woningen klein is, is het potentieel aan geschikt te maken woningen juist heel groot. De potentieel geschikte woningen worden echter ook bewoond door jongere doelgroepen, waardoor op dit moment bijna de helft van de 60‐plussers toch in een koopwoning woont die niet geschikt te maken is. In de particuliere huursector woont ongeveer één op de vijf 60‐plus‐huishoudens in een geschikte woning.
Een ongeveer even grote groep woont in een woning die geschikt is te maken. Ruim de helft van de voorraad particuliere huurwoningen in de gemeente is niet geschikt te maken. Van de woningen die bewoond worden door huishoudens in de leeftijd tot 60 jaar, is eveneens ruim de helft niet geschikt te maken. Ontwikkeling van de woningbehoefte Op basis van de provinciale Trendraming groeit de Hoeksche waard in de periode 2019 tot 2025 met 1.640 huishoudens. Tot 2030 komen daar naar verwachting nog 700 huishoudens bij. De gemeente Hoeksche Waard heeft zoals aangegeven net als in veel gemeenten van Nederland te maken met vergrijzing. Waar momenteel 30% van de huishoudens in de gemeente een leeftijd heeft van 65 jaar of ouder, loopt dit naar verwachting in 2040 op tot ruim 40% van de huishoudens. Het aandeel gezinnen neemt de komende jaren wat af, evenals het aandeel jonge huishoudens, maar deze afname is minder groot dan de toename van het aandeel (oudere) ouderen. De meeste additionele woningbehoefte ontstaat er in de koopsector, in rij‐/hoekwoningen, maar ook in het luxere segment. Bij de rijwoningen in de koopsector is veel vraag in het goedkopere segment tot € 200.000 (woning voor starters en koopstarters), maar ook in de wat duurdere segmenten.
Naast rij‐ en hoekwoningen is er een aanzienlijke vraag naar tweekappers en vrijstaande woningen in het middeldure tot duurdere segment. Deze vraag is afkomstig van gezinnen die een volgende stap in de wooncarrière willen zetten. Dit zijn eigen inwoners of gezinnen vanuit de Randstad die vanwege de betere prijs‐kwaliteitverhouding een woning in de Hoeksche Waard zoeken. In vergelijking met vorig woningmarktonderzoek is de vraag naar koopappartementen toegenomen. Deze vraag is afkomstig van oudere huishoudens die vanuit veelal een grotere tweekapper of vrijstaande woning kleiner willen gaan wonen. Zij zijn doorgaans op zoek naar specifieke locaties dichtbij voorzieningen en verwachten enige mate van luxe. Oudere huishoudens zoeken vaak een koopwoning met een lagere prijs dan de huidige woning. Zo houden ze kapitaal achter de hand om op de oude dag van te kunnen genieten. Toekomstige generaties ouderen zullen meer dan nu het geval is opnieuw een woning kopen, ook op oudere leeftijd. Dit hangt samen met de nu al grotere oriëntatie op de koopsector van de generatie die nu oud begint te worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
13
Het beeld van de ontwikkeling van de woningbehoefte laat zien dat tussen 2030 en 2035 de top in de woningbehoefte wordt bereikt, waarna de woningbehoefte zal gaan dalen. Als op termijn meer mensen die behoren tot de grote generatie ouderen gaan overlijden, verandert de samenstelling van de bevolking van de gemeente en daarmee ook de aard van de woningbehoefte. Woningen die de komende periode worden toegevoegd moeten ook aansluiten bij de behoefte van toekomstige huishoudens. Het is daarom zaak om aandacht te hebben voor flexibele woonvormen die voor huishoudens in verschillende levensfasen aantrekkelijk zijn. Bij het toevoegen van op ouderen gerichte woningen is het van belang dat ouderen eisen stellen ten aanzien van de nabijheid van dagelijkse voorzieningen. Met het oog op de toenemende behoefte aan geclusterde woonvormen voor ouderen (zie ook 'Behoefte aan wonen met zorg').
Vraag naar collectieve woonvormen Op basis van De Grote Omgevingstest (DGOT) die in Zuid‐Holland is uitgevoerd, kan worden geconcludeerd dat de inwoners van de Hoeksche Waard open staan voor verschillende vormen van collectief wonen. De meest aansprekende vorm is het wonen in een hofje. Ruim de helft van de deelnemers aan DGOT vindt dit een aansprekend woonconcept. Ook de concepten 'voorzieningen delen' en 'gezamenlijk wonen' spreken aan. Een kleiner deel vindt 'friends wonen', het samen met vrienden delen van een woning en de woonlasten, een interessant concept. Ook het WoON 2018 geeft inzicht in de behoefte aan alternatieve woonvormen. Op basis van het WoON is de vraag van verhuisgeneigde huishoudens naar een woning met gedeelde voorzieningen met anderen beperkt (0,3%). Ook de vraag naar een woonruimte met gedeelde voorzieningen samen met een woongroep is een concept waar een woningzoekende in de Hoeksche Waard niet als eerste aan denkt. Uit de uitkomsten van DGOT kunnen we opmaken dat een substantieel deel van de mensen verschillende vormen van woonconcepten aansprekend vindt. Op basis van inschattingen uit het WoON2018 verwachten we dat de concrete vraag naar collectieve woonvormen relatief beperkt zal zijn in de Hoeksche Waard. We verwachten dat een concept als wonen in een hofje wel erg zal aanslaan.
Dit concept combineert het gemeenschappelijke van wonen met gelijkgestemden met de privacy van een eigen woning, in een aansprekende woonvorm. Concepten als Tiny Houses, friends wonen en voorzieningen delen zullen kleine groepen mensen daadwerkelijk aanspreken. Het betreft niche‐concepten. Behoefte aan wonen met zorg De focus in dit woningmarktonderzoek ligt op de woonvraag die samenhangt met de behoefte aan zorg en ondersteuning. Wij richten ons op de verschijningsvormen van het woonconcept: geclusterde woonvormen en regulier wonen. Onder geclusterde woonvormen valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van verzorgingshuizen en verpleeghuizen tot aanleunwoningen en serviceflats, hofjes, woonzorgboerderijen, etc. Het gezamenlijke kenmerk van de woningen is dat ze een zekere mate van beschutting en gemeenschap bieden. Slechts een beperkt deel van het geclusterde aanbod richt zich op specialistische verpleeghuiszorg. Verreweg de grootste groep ouderen woont in een reguliere woning en ook in de toekomst zal dit zo zijn. Door de toename van het aandeel 85‐plussers (die doorgaans vaker een zorgbehoefte hebben), neemt het aantal senioren met een geclusterde woonvraag sterker toe dan het aantal ouderen dat in een reguliere woning wil (blijven) wonen. Met name de groep ouderen die geclusterd wil wonen met zorg op afroep/nabij zal naar verwachting sterk stijgen.
Dit wordt deels veroorzaakt doordat er voor lichte zorg geen indicaties meer worden afgegeven. Ondanks dat blijft de behoefte aan saamhorigheid en sociaal contact bestaan. Dit komt ook terug in de sterke groei van het geclusterd wonen zonder zorg. Hiervoor kunnen nieuwe woonconcepten als hofjeswoningen een prima oplossing zijn. De behoefte aan geclusterde woonvormen met verschillende gradaties in de beschikbaarheid van zorg (van wonen zonder zorg tot intensieve 24‐uurszorg) neemt in de periode tot 2030 toe met zo'n 1.350 eenheden (zelfstandige woningen of onzelfstandige wooneenheden).
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
14
Woningmarktopgaven Wonen met zorg De nieuwe generatie ouderen heeft de voorkeur om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Voor veel ouderen betekent dat nog steeds zelfstandig wonen in de woning waar zij al lang wonen. Steeds meer ouderen hebben daarbij ook financieel de mogelijkheden om zorg te organiseren en de huidige woning aan te laten passen aan de terugnemende gezondheid. Ook met een toenemende behoefte aan zorgvoorzieningen blijven veel mensen langer thuis. Hoewel veel ouderen terughoudend zijn om te verhuizen, neemt hun aantal wel toe, simpelweg omdat steeds meer huishoudens tot de groep ouderen gaan behoren. Daardoor neemt de marktvraag die zij uitoefenen wel toe. De mate waarin oudere huishoudens in staat zijn om, ook als er fysieke of mentale beperkingen komen, zelfstandig te blijven wonen in hun huidige woning hangt uiteraard samen met de geschiktheid van de woning. Een quickscan van de geschiktheid van de woningvoorraad voor ouderen in het onderzoek in 2016 heeft uitgewezen dat met name in de particuliere voorraad veel oudere huishoudens wonen in een woning die niet geschikt is voor mensen met een lichte fysieke beperking. Een aanzienlijk deel van die woningen is ook niet zonder meer geschikt te maken. Met name de groep 'oudere ouderen' neemt toe in Hoeksche Waard. Onder deze groep groeit de vraag naar combinaties van wonen met zorg.
Omdat woon‐zorgconcepten, zoals bijvoorbeeld hofjeswoningen of appartementencomplexen waarin zorg wordt geleverd, vaak geclusterd worden ontwikkeld, is het een uitdaging om te kijken hoe de kleine jaarlijkse vraagtoename door de jaren heen het best geaccommodeerd kan worden. Kleinschaligheid en flexibel om te vormen woon‐zorgconcepten lijken in Hoeksche Waard meer op zijn plek dan het (grootschalig) ontwikkelen van een complex, wellicht met uitzondering van Oud‐Beijerland. Hybride vormen van wonen met zorg, waarbij men kan instromen als er nog geen of een beperkte zorgvraag is, en waar men als men ouder wordt intensievere zorg kan ontvangen, lijken de toekomst te hebben. Deze woonvormen zijn flexibel onontwikkeld en groeien mee met de zorgbehoefte van de bewoner. Hierdoor kan de bewoner zo lang mogelijk in de vertrouwde omgeving blijven wonen. Kanttekening daarbij is de mogelijkheid om het leveren van zorg in alle dorpen te faciliteren. Concentratie van zorgaanbod in de grotere dorpen is voor zorgaanbieders waarschijnlijk interessanter dan aanbod in alle dorpen, zeker als het om zwaardere, meer specialistische zorg gaat. Verdere aandachtspunten Er zijn de komende jaren behoorlijke aantallen extra woningen nodig in de Hoeksche Waard. De extra woningbehoefte zoals die uit de nieuwe prognoses blijkt is beduidend hoger dan ten tijde van het onderzoek in 2016 werd voorzien.
Ook het moment dat de groei van de woningbehoefte in de gemeente afvlakt en de vraag naar woningen gaat afnemen, ligt verder in de toekomst dan uit de vorige prognose bleek. Dat moment komt echter wel. Als de grote babyboomgeneratie verdwijnt, gaat de behoefte aan woningen getalsmatig afnemen. In de tijd dat er sprake is van groei, is er geld en momentum om te sturen op de woningvoorraad. Als de woningbehoefte afneemt, is dat veel minder makkelijk. Het is daarom zaak om de komende periode te gebruiken om klaar te zijn voor de periode dat de gemeente niet meer groeit, en te sturen op een woningvoorraad die aansluit op de toekomstige behoefte van een bevolking die wat kleiner is, en een meer gelijkmatige leeftijdsopbouw kent. Dat vraagt aandacht voor levensloopbestendigheid van woningen die worden toegevoegd, de geschiktheid voor huishoudens in verschillende levensfasen. Appartementen zijn aantrekkelijk voor een deel van de jonge huishoudens en voor oudere huishoudens. Kleinere grondgebonden woningen zijn nu aantrekkelijk voor oudere huishoudens die een levensloopgeschikte woning zoeken met een kleinere tuin, maar zijn daarnaast (nu en op termijn) ook aantrekkelijk voor startende huishoudens met beperkte financiële mogelijkheden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
15
Woningbouwprogrammering 2019‐2030 In de Woningbouwprogrammering 2019‐2030 staat waar binnen de gemeente nieuwe woningen worden gebouwd. Het zijn de afspraken tussen gemeente Hoeksche Waard en provincie Zuid‐Holland. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan wat er in het programma wordt opgenomen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met kwaliteit, zoals duurzaamheid, toekomstbestendigheid, meerwaarde voor de omgeving, de manier waarop de nieuwbouw past binnen het dorp of het landschap en de kernkwaliteiten van de Hoeksche Waard behoudt én versterkt. Toetsing Het voorliggende plan maakt onderdeel uit van dit geactualiseerde woningbouwprogramma. Ervaring Percura Zorg De woonvorm is zeer specifiek en laat zich dan ook lastig meten in globale behoefteramingen, Percura Zorg heeft jarenlange ervaring met diverse vormen van zorgwonen, ook uit vele gesprekken in de gemeente en daarbuiten blijkt een enorme toename van de behoefte aan zorgwoningen. Onze bevolking vergrijst en we zien dat veel mensen langer zelfstandig blijven wonen. Maar met het toenemen van de leeftijd is er een groeiende groep ouderen met somatische klachten; mensen die zorg behoeven, maar toch hun eigen woning prefereren boven een verpleegtehuis. Ook in de Hoeksche Waard is die trend zichtbaar, onder andere beschreven in diverse beleidsnota's Wonen van de gemeente.
Percura Zorg is dan ook overtuigd dat met dit project wordt voorzien in die groeiende behoefte. Conclusie Op basis van het woningbehoefteonderzoek blijkt dat er grote vraag is naar kleinschalige woonvormen voor ouderen gecombineerd met zorg. Dit sluit naadloos aan bij de voorgenomen ontwikkeling. In de gemeentelijke woningbouwprogramma die is afgestemd met de provincie is ruimte opgenomen voor 14 woonzorgeenheden ter plaatse van de Bevershoekstraat.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1 Omgevingsvisie verzamelherziening 2020 In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads‐ en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet‐ en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads‐ en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. Toetsing De ontwikkeling is een verdichting van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling die door voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt is daarmee conform de omgevingsvisie.
De 14 wooneenheden zijn afgestemd met de regionale woningbouwplanning. Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
16
2.2.2 Omgevingsverordening (verzamelherziening 2020) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor het bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Toetsing Omdat sprake is van inpassen (geen wijzigingen op structuurniveau binnen dit bestaand stads‐ en dorpsgebied), zijn de overige leden van dit artikel verder niet relevant. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Toetsing Met dit plan worden 14 woonzorgeenheden mogelijk gemaakt binnen stedelijk gebied, derhalve is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er worden immers meer dan 11 woningen toegevoegd. Het plan is getoetst aan de ladder en de locatie is kleiner dan 3 hectare. Daarmee wordt voldaan aan het gestelde in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard De gemeente Hoeksche Waard heeft een Omgevingsvisie voor het gehele grondgebied opgesteld. De Omgevingsvisie biedt handvatten en inspiratie aan iedereen die een bijdrage wil leveren aan de Hoeksche Waard. Dat noemen we Waardmaken. Identiteit 's‐Gravendeel is gesticht in 1593, ligt in het oosten van de Hoeksche Waard aan de Dordtse Kil. Via de Kiltunnel is het dorp verbonden met Dordt. Het dorp heeft twee havens. Een haven bij het dorp en een 'vluchthaven' bij het buurtschap De Wacht. Enkele eeuwen geleden was 's‐Gravendeel nog een overslaghaven voor Rotterdam. Later groeide het uit tot één van de belangrijkste vlascentra van Nederland. De herinnering aan het grote vlasverleden is nu alleen nog terug te vinden in de straatnamen in de wijk Nieuw Bonaventura. De oudste bebouwing van 's‐Gravendeel is geconcentreerd rondom de voormalige binnenhaven en langs de dijken. Hier vindt ook de jaarlijkse feestweek plaats, een belangrijk evenement binnen het dorp. Aan het einde van de haven springt de Hervormde Kerk in het oog.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
17
Verder bepalen de molen 't Vliegend Hert en de watertoren de skyline van het dorp. De provinciale weg N217 is de levensader van 's‐Gravendeel. Bouwstenen 'Het DNA van 's‐Gravendeel' Bestaande beleid/plannen. Voorstraat en de kreek, Het Hoekse plein. Kerk, Molen en watertoren. Molen‐, Strijens‐ en Gorsdijk. Haven en het Dordtse Kil, gedempte dorpshaven. Woonuitbreiding in de Bonaventura polder, conform verkavelingsrichting polder. Sport in Trekdamse polder. Bedrijvigheid Mijlpolder. Groene buitendijk en N217 vormen de dorpsranden. N217, de Kiltunnel en de HSL.
Figuur 2.1 Verzameltekening bouwstenen 'Het DNA van 's‐Gravendeel'.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
18
Maatschappelijke opgaven De relevante maatschappelijke opgave in de Hoeksche Waard is als volgt geformuleerd: Als de trend zich doorzet krijgt de Hoeksche Waard te maken met krimp van de bevolking. Als gevolg van de vergrijzing raakt de verhouding tussen jongere en oudere huishoudens dusdanig uit balans dat het draagvlak voor bepaalde voorzieningen verder onder druk komt te staan. Wanneer een evenwichtig samengestelde samenstelling van de bevolking het doel is, is het nodig dat er tot 2035 circa 3.500 nieuwe huishoudens instromen in de Hoeksche Waard. Dat komt bovenop de vraag naar circa 3.100 woningen die tot 2030 nodig zijn als gevolg van gezinsverdunning. Hoeksche Waard 'Dorpse Trots' Dit deelgebied omvat alle dorpen in de Hoeksche Waard. Doordat de Hoeksche Waard letterlijk een eiland is, zijn mensen op elkaar aangewezen, staat zorg voor elkaar hoog in het vaandel en bloeit het verenigingsleven. De Hoeksche Waard kent (mede daardoor) kleine, hechte gemeenschappen met veelal een geheel eigen identiteit. De combinatie van ondernemerszin en de zorg voor elkaar maakt het eiland zeer aantrekkelijk voor gezinnen. De dorpen in de Hoeksche Waard zijn nauw verbonden met de inpolderingsgeschiedenis. Veel nederzettingen zijn gekoppeld aan de dijken of aan het water. De dijken in de dorpen zijn van oudsher bebouwd en bewoond en hebben een functie als ontsluitingsweg.
Dit heeft tot verschillende typen dorpen geleid, met een eigen stedenbouwkundige structuur. Belangrijkste hoofdgroepen zijn de voorstraatdorpen en de dijkdorpen, daarnaast zijn er nog rivier rug‐ en kreekrugdorpen. Er zijn ook combinatietypen zoals voorstraatdorpen. De gemeente gaat uit van de identiteit per dorp als basis voor de toekomst. Maatwerk per dorp is hierbij het uitgangspunt. In‐ en uitbreidingen passen bij de schaal en maat van het dorp. In het dorpsgericht werken moeten initiatieven bijdragen aan het versterken van de identiteit per dorp. Bij ontwikkelingen in de dorpen kijken we niet alleen naar nieuwe functies, zoals woningen, maar met name ook naar de gevolgen voor het sociale netwerk in het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin in het dorp. Daarbij geldt als uitgangspunt dat eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling binnen het dorp worden benut, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. Waar mogelijk worden bestaande woningen aangepast in de richting van levensloopbestendige en duurzame woningen. Inbreiding mag echter niet ten koste gaan van de groene kwaliteiten in het dorp. Versterken van de onderscheidende identiteit per dorp. Versterken van de gemeenschapszin in het dorp. Versterken van de vitaliteit en leefbaarheid per dorp.
Versterken van de natuurlijke overgang van het dorp naar het landelijk gebied. Sociale cohesie onder bevolking faciliteren en versterken.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
19
Versterken van de inclusieve samenleving. Levensloopbestendige woningen; zelfstandige woningen die geschikt zijn (te maken) voor bewoning in alle levensfasen. Op die manier kunnen ouderen of mensen met een lichamelijke beperking prettig en comfortabel wonen. Men hoeft niet noodgedwongen bestaande sociale contacten te verbreken en de vertrouwde sociale omgeving te verlaten. Creatieve aanpak voor het realiseren van seniorenwoningen. Groepsgewijs bouwen, dicht bij (medische) verzorging. Prijsvraag uitschrijven! Herbestemming van bestaande panden, waarbij je generaties samenbrengt – zorg voor elkaar – contacten – vriendschappen. Betaalbaar wonen voor jongeren door samen een woning te delen; denk aan Friends wonen. Flexwonen voor starters. Woonvorm voor 'jonge ouderen' en 'oudere jongeren' die graag elkaar helpen en zo lang mogelijk zelfstandig willen wonen. Het concept van veilig wonen met veel privacy en tegelijkertijd alle voordelen van samenwonen met bijvoorbeeld een gezamenlijke binnentuin. Meergeneratiewonen met een mix van jong en oud(er), die elkaar versterken en ondersteunen. Tiny Houses: Een nieuwe woonvorm met een duidelijke filosofie. Kleine volwaardige vrijstaande woningen met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk. Dynamische hotspots: Plekken waar creatief ondernemerschap de ruimte krijgt.
Door vooral creatieve zelfstandigen in een verzamelgebouw onder te brengen, wordt niet alleen het leegstandsprobleem aangepakt, er ontstaat bovendien een broedplaats waaruit mooie dingen kunnen voortkomen. Voordeel van samenvoegen, is dat er een smeltkroes – creatieve 'fabriek' – ontstaat waar mensen elkaar inspireren, ideeën uitwisselen en samenwerken, en waaruit nieuwe innovatieve ideeën kunnen ontstaan. (Buurt)cultuurhuizen – theater: Karakteristieke panden, of panden die van oudsher een andere bestemming hadden, spreken tot de verbeelding van de bewoners van de Hoeksche Waard. In plaats van leegstand, of afbraak, is het zeer interessant deze panden een culturele (wijk)bestemming te geven. Behoud van historie met het oog op de toekomst. Een plek creëren waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en waar laagdrempelig culturele activiteiten kunnen plaatsvinden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
20
De Ruimtelijke opgaves en aandachtspunten zijn weergegeven op onderstaande figuur 2.2.
Figuur 2.2 Opgaven voor 's Gravendeel. Toetsing en conclusie Met de transformatie van één woning naar 14 wooneenheden voor welgestelde ouderen in een uniek segment draagt voorliggend plan bij aan de diversiteit in woonmilieus door middel van een creatieve aanpak binnen de Hoeksche Waard. De ontwikkeling voldoet zo op meerdere punten aan het gemeentelijk beleid.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
21
Hoofdstuk 3
3.1
Beoogde ontwikkeling
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit het perceel behorende bij de Bevershoekstraat 2, het perceel is circa 2.800 m² groot en de bestaande bebouwing heeft een vloeroppervlak van 953 m². Op de begane grond is de woning 210 m² groot, de verdieping en de zolder zijn beide 199 m². Het zwembad is 101 m² (bruto). De garage / serre heeft een oppervlakte van 235 m² met een verdieping op de garage van 118 m² (bruikbaar gedeelte). Een groot deel van het perceel is een in cultuur gebrachte tuin. De bouwhoogte is gelaagd tussen de 5 en 10 m. Aan de voorzijde (oostkant) van de woning zijn parkeergelegenheden in de voortuin.
Figuur 3.1 Het plangebied in vogelvlucht (Google Earth).
3.2
Toekomstige situatie
Het plan is om de woning op het adres Bevershoekstraat 2 om te bouwen tot woonzorgvilla, hiertoe wordt de woning uitpandig en inpandig verbouwd. Het totale gebouw biedt ruimte aan 14 wooneenheden. In het bestaande gebouw komen 6 appartementen, in de nieuwbouw komen er 5 in de achtertuin en 3 richting de Verbruggestraat. Er wordt circa 600 m² grondoppervlak toegevoegd. De woningen zullen in het hogere prijs segment worden verhuurd, het pand blijft in eigendom van de huidige eigenaar en de zorgaanbieder zal de exploitatie in handen nemen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
22
De hoofdingang blijft hetzelfde net als de secundaire ingang aan de Verbruggestraat zijde, hier kunnen geen auto's door alleen service karretjes, voetgangers met eventueel fietsen en bewoners met rollators. Binnen het plangebied worden 10 parkeerplaatsen gerealiseerd. Ook zal er voorzien worden in voldoende fietsenstallingen. Op figuur 3.2 is de plattegrond van de ontwikkeling weergegeven. Het hierop aangegeven groen zal behouden blijven. Doelgroep In de woonzorgvilla is plaats voor 2‐4 koppels en/of 10‐14 singels. Er zijn 14 appartementen aanwezig. De doelgroep die er komt wonen is somatisch, zij hebben (meerdere) lichamelijke klachten. Het betreft personen van gemiddeld genomen 75 jaar. Dit zijn mensen die een zorgvraag hebben en/of behoefte hebben aan gezelschap. Doelstelling is om hen te begeleiden en een fijne oude dag te geven tot en met hun laatste levensfase. Er wordt 24 uur per dag zorg verleent. Er is dus 24 uur per dag verzorging aanwezig. Alleen de nachtdienst wordt ingevuld door een slaapwacht. Over het algemeen hebben de bewoners geen auto, maar hebben vaak wel een fiets. De activiteiten zijn inpandig voor de bewoners en niet openbaar, hiervoor is de locatie te klein. Ook zou dit zorgen voor een grotere verkeersaantrekkende werking en leiden tot een hogere parkeerbehoefte.
Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat er op de gronden plaats wordt geboden aan mensen met verslavingsproblematiek zoals in de vorm van een afkickkliniek of aan mensen met zwaar psychiatrische problemen die overlast veroorzaken in de omgeving. Hiervoor is deze locatie ongeschikt. Personele bezetting en bevoorrading Op een werkdag zullen er circa 5 verzorgende personeelsleden aanwezig zijn, daarnaast zijn 2 personen voor de ondersteuning zoals schoonmaken, koken en activiteiten aanwezig. Ín de nacht loopt er 1 zogeheten nachtwacht in het gebouw. Andere personen zoals fysio, kapper en schoonheidsspecialist zullen periodiek langskomen en waarschijnlijk meerdere personen aansluitend behandelen. Het beleid van de zorgexploitant is om het personeel en de ondersteunende dienst zoveel mogelijk uit de directe omgeving te halen en te motiveren met de fiets te komen. Bevoorrading De bevoorrading van het gebouw gaat via kleine busjes die circa 3 keer per week het gebouw aan zullen doen. De levensmiddelen en andere artikelen daar waar mogelijk zullen lokaal worden ingekocht. Om de rust voor de bewoners en omwonenden te garanderen zullen de toeleverancier(s) worden geïnstrueerd tussen 9:00 en 17:00 te bezorgen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
23
Figuur 3.2 Het bouwplan (bron: Friso Woudstra architecten bna.) De nieuwbouw zal in stijl en vormgeving aansluiten op het bestaande gebouw. De massa van de nieuwbouw sluit eveneens aan op de bestaande bebouwing met een maximale goothoogte van 4 meter (1 bouwlaag) en een maximale dakhelling van 60graden, hiermee is zowel een plat‐ als schuin dak toegestaan. Op figuur 3.3 is een impressie gegeven van het aanzicht vanaf de Verbruggenstraat richting de bebouwing op de Bevershoekstraat 2. Op figuur 3.4 is de zuidgevel weergegeven. Op figuur 3.5is het aanzicht vanaf de noordkant op de bebouwing weergegeven. Op figuur 3.6 zijn de voor‐ en achtergevels in de beoogde situatie weergegeven.
Figuur 3.3 Aanzicht vanaf de Verbruggenstraat (bron: Friso Woudstra architecten bna). Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
24
Figuur 3.4 Aanzicht zuidgevel (B) (bron: Friso Woudstra architecten bna).
Figuur 3.5 Aanzicht van de noordgevel.
Figuur 3.6 Aanzicht voor‐ en achtergevel (bron: Friso Woudstra architecten bna).
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
25
Hoofdstuk 4
4.1
Sectorale aspecten
Verkeer en parkeren
4.1.1 Toetsingskader De ontwikkeling van 14 woonzorgeenheden heeft gevolgen voor diverse verkeersaspecten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is onderzoek gedaan naar de bereikbaarheid, verkeersgeneratie, afwikkeling van het verkeer en de parkeerbehoefte voor de nieuwe ontwikkeling. Uitgangspunt hierbij is dat de bewoners niet beschikken over een eigen auto. 4.1.2 Bereikbaarheid Het plangebied wordt door middel van een erftoegangsweg ontsloten. De wegen zijn ingericht als erftoegangswegen, waarin het verblijfskarakter kenmerkend is. Gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer maken hier gebruik van dezelfde rijbaan. Ten behoeve van voetgangers zijn trottoirs aanwezig. De voorzieningen van 's‐Gravendeel zijn gelegen binnen 1.000 m van het plangebied. Afhankelijk van de gezondheid van de cliënten is deze afstand te voet, met de scootmobiel of op de fiets voor de meerderheid goed te overbruggen. Op circa 850 meter van het plangebied is bushalte "'s‐Gravendeel, Weegje" gelegen. Hier halteren twee keer per uur bussen naar Dordrecht centraal en Rotterdam Zuidplein. 4.1.3 Verkeersgeneratie en afwikkeling Voor het bepalen van de verkeersgeneratie worden bij verpleeg‐ verzorgingstehuizen geen kencijfers gegeven. De verkeersgeneratie is daarom handmatig berekend in tabel 4.1 aan de hand van het aantal wooneenheden, werknemers en bevoorradingen. Tabel 4.1 Verkeersgeneratie.
Woningtype Bezoek Personeel Bevoorrading Totaal
Hoeveelheid 15 9 2
Motorvoertuigbewegingen 2 2 2
Verkeersgeneratie 30 18 4 52
De ontwikkeling heeft een verkeersgeneratie van circa 52 mvt/etmaal. Het plangebied wordt via de Bevershoekstraat op de omliggende wegenstructuur aangesloten. De verkeerstoename zal op deze wegen niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling. Op de Bevershoekstraat zelf zal het wel merkbaar drukker worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
26
4.1.4 Parkeren Voor de woonzorgvilla is aangesloten bij de parkeernorm voor verpleeg‐ en verzorgingstehuizen binnen de bebouwde kom: 0,6 per wooneenheid (Bron: CROW‐publicatie 381). De parkeerbehoefte is berekend en weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 Parkeerbehoefte. Woningtype verpleeg‐ en verzorgingstehuizen Totaal
Hoeveelheid Parkeerkencijfer 14 0,6
Parkeerbehoefte 8,4 9
Er zal op de gronden van de Bevershoekstraat 2 worden voorzien in de parkeerbehoefte van zowel de bezoekers als het personeel. Hiervoor zijn 10 parkeerplaatsen ingericht. Op basis van bovenstaande berekening en ervaring van de exploitant is dit aantal parkeerplaatsen ruim voldoende.
4.1.5 Conclusie De bereikbaarheid van het plangebied is goed te noemen voor de diverse modaliteiten, de toename in verkeersbewegingen zal niet leiden tot problemen. Het plan biedt voldoende ruimte om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien, het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.2
Geluid
4.2.1 Beleidskader Wegverkeerslawaai Langs alle wegen ‐ met uitzondering van 30 km/h‐wegen en woonerven ‐ bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen‐ of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h‐wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Industrielawaai De woningen worden geprojecteerd binnen de geluidzone van industrieterrein Groote‐Lindt/DordtWest. Volgens de Wet geluidhinder mag de geluidbelasting van alle bedrijven op een gezoneerd industrieterrein, buiten de zone niet hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor nieuwe woningen in de zone is akoestisch onderzoek nodig. Voor nieuwe woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Bij een geluidbelasting hoger dan 50 dB(A) kan, onder voorwaarden, door burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot, behoudens enkele uitzonderingen, maximaal 55 dB(A).
Op grond van artikel 163 van de Wet geluidhinder dienen burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een industrieterrein geheel of in hoofdzaak is gelegen ervoor te zorgen dat er voldoende informatie beschikbaar is over de geluidruimte binnen de zone. Voor industrieterreinen van regionaal belang berust deze taak bij Gedeputeerde Staten. De Omgevingsdienst Zuid‐Holland Zuid is namens het bevoegd gezag belast met het zonebeheer van de industrieterreinen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
27
4.2.2 Onderzoek en conclusie In het plangebied wordt de bestaande woning getransformeerd en uitgebreid naar een woonzorgvilla met maximaal 14 wooneenheden. Hiertoe is akoestisch onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage van het onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Wet geluidhinder Woningen zijn geluidgevoelige functies, waarvoor op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden, indien deze gelegen zijn binnen de geluidzone van een weg, een spoorweg of een industrieterrein. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Havenstraat en binnen de zone van het industrieterrein DordtWest/Groote‐Lindt. Akoestisch onderzoek is op grond van de Wgh dan ook noodzakelijk. Ook de 30 km/uur‐wegen Bevershoekstraat, Verbruggestraat, Beneden Havendijk zijn om redenen van een goede ruimtelijke ordening meegenomen in het onderzoek. Resultaten wegverkeerslawaai De conclusies zijn dat: er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder ten gevolge van het wegverkeer op de Havenstraat; ten gevolge van het verkeer op de 30 km/uur‐wegen Bevershoekstraat, Verbruggestraat, Beneden Havendijk wordt voldaan aan de richtwaarde van 48 dB; het vaststellen van hogere waarden niet nodig is.
Resultaten industrielawaai De conclusies zijn dat: er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein DordtWest/Groote‐Lindt; het vaststellen van hogere waarden niet nodig is. Cumulatie en geluidbeleid De geluidkwaliteit op de nieuwe wooneenheden is zeer goed tot redelijk. Er wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid.
4.3
Water
4.3.1 Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgenomen ontwikkeling. De Watertoets is op 28‐05‐2020 ingevuld (kenmerk 20200528‐39‐23402) waaruit blijkt dat de verkorte procedure gevolgd moet worden. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het Waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
28
Europees: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Provinciale omgevingsvisie Provinciale omgevingsverordening Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2016‐2021) staan de doelen van het Waterschap Hollandse Delta voor de taken waterveiligheid (dijken en duinen), voldoende water, schoon water en de waterketen (transport en zuivering van afvalwater). Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het Waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht gesteld.
Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1.500 m² of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. Het Waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen: nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de toename in verharding; nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied; nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief. 4.3.2 Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit de woning en is deels onverhard. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten noordwesten van het plangebied bestaat de grond uit lichte klei met homogeen profiel. Met betrekking tot grondwater is ten noorden van het projectgebied sprake van grondwatertrap Vb.
Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) schommelt tussen 25 en 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt op 120 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 0,1 m +NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger van Waterschap Hollandse Delta bevindt er in of nabij het plangebied geen watergang of beschermingszone van een watergang (figuur 4.1).
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
29
Figuur 4.1 Uitsnede Legger Wateren en Kunstwerken Waterschap Hollandse Delta. Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Ten oosten van het plangebied loopt een waterkering. Het plangebied bevindt zich met de voortuin in de beschermingszone van de waterkering, zie figuur 4.2.
Figuur 4.2 Uitsnede Legger Keringen Waterschap Hollandse Delta.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
30
Afvalwaterketen en riolering De huidige bebouwing is aangesloten op het rioolstelsel. 4.3.3 Toekomstige situatie De villa op de Bevershoekstraat 2 te 's‐Gravendeel wordt inpandig en uitpandig getransformeerd naar een woonzorgvilla met daarin maximaal 14 woonzorgeenheden. Hiertoe zal circa 600 m² bebouwing worden toegevoegd. Bodem en grondwater De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de bodem en het grondwater. Waterkwantiteit en compensatie Met de ontwikkeling zal de verharding met circa 600 m² toenemen. Dit is net boven de grens van 500 m² en daarom is watercompensatie noodzakelijk. Bij de bestaande bebouwing is in 2006 op eigen initiatief een waterberging d.m.v. een grote vijver, +/‐ 52 m² en 1,5 m diep, aangelegd aan de zijde van de Bevershoekstraat deze staat in verbinding met het riool bij overloop. Op het gehele perceel is drainage aangelegd die is aangesloten op deze vijver. Het regenwater wordt gedeeltelijk afgevoerd via deze vijver. De vijver heeft 2 functies: opvang regenwater en waterberging voor de beregeningsinstallatie. Deze vijver zorgt ervoor dat er geen wateroverlast optreedt op het perceel en dat er geen extra belasting op het riool plaatsvindt. Uit overleg met het waterschap is besloten de waterberging aan de zijde van de Bevershoekstraat op te nemen in de legger van het waterschap.
Op deze wijze wordt de waterberging erkent door het waterschap en kunnen afspraken worden gemaakt over de continuïteit van de berging. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet‐uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw‐ als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen Er vinden geen werkzaamheden plaats binnen de beschermingszone van de waterkering. De werkzaamheden vinden uitsluitend inpandig plaats in het bestaande gebouw. De nieuw te realiseren bebouwing zal achter de bestaande woning plaatsvinden, buiten de beschermingszone van de waterkering. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen, zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in‐) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
De bebouwing wordt aangesloten op het reeds aanwezige rioolstelsel van 's‐Gravendeel.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200286
31
4.3.4 Conclusie De ontwikkeling heeft geen relevante negatieve effecten op de waterkwaliteit, kwantiteit en waterveiligheid in en om het plangebied. De waterberging dient te worden opgenomen in de legger van het waterschap, dit gebeurt op basis van de benodigde watervergunning.
4.4
Ecologie
4.4.1 Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura‐2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000‐gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale omgevingsverordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten.