CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitensluis 2008 - toelichting

Beeldvormende bijeenkomst 16 januari 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Mevrouw Schollaart spreekt in over de ontwikkeling Havenstraat 23 Numansdorp18.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Cromstrijen Bestemmingsplan Buitensluis

1

li 5 ju

8 200

Gemeente Cromstrijen Bestemmingsplan “Buitensluis”

INHOUD: -

TOELICHTING VOORSCHRIFTEN KAART

Werknummer Datum

: 142.301.00 : 15 juli 2008

KuiperCompagnons B.V. Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Architectuur Rotterdam

TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Algemeen Plangebied Doel Geldende bestemmingsplannen

1 1 1 1 1

2.1 2.2

Beschrijving bestaande situatie Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie

5 5 7

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

Beleidskader Inleiding Ruimtelijk beleid Volkhuisvestingsbeleid Archeologie- en monumentenbeleid Verkeersbeleid Milieubeleid Groenbeleid Waterbeleid Horeca en aanverwant beleid Prostitutiebeleid

13 13 13 17 18 19 20 20 23 25 26

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Beperkingen Inleiding Wegverkeerslawaai Luchtkwaliteit Geur- en stofhinder van bedrijvigheid Externe veiligheid Bodem Conclusies en aanbevelingen

27 27 27 31 33 33 35 36

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Planbeschrijving Inleiding Doelstellingen Beheer Ontwikkelingen Uitvoering Water Archeologie Ecologie

37 37 37 37 39 39 40 44 44

6.1 6.2 6.3

Juridische aspecten Inleiding Planmethodiek Toelichting op de voorschriften

47 47 47 48

Economische uitvoerbaarheid

51

Inspraak en overleg Inspraak Overleg Vervolgprocedure

53 53 53 54

2.

3.

4.

5.

6.

7. 8. 8.1 8.2 8.3

Bijlagen: 1.

Luchtkwaliteit 2005, gemeente Cromstrijen - Milieudienst Zuid Holland Zuid (14 september 2006)

Separate bijlagen: 1. 2.

Inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan “Buitensluis” Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan “Buitensluis”

Afbeelding 1. Ligging en begrenzing van het plangebied

1

1.

Inleiding

1.1

Algemeen Voor de kern Numansdorp gelden acht bestemmingsplannen die in de periode van 1969 tot 1996 zijn vastgesteld. In het kader van de actualisatie van bestemmingsplannen in de gemeente Cromstrijen worden deze acht bestemmingsplan vervangen door twee nieuwe bestemmingsplannen; voor het noordelijke deel van Numansdorp het onderhavige bestemmingsplan "Middelsluis" en voor het zuidelijke deel het bestemmingsplan "Buitensluis". Het voorliggende bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan "Buitensluis".

1.2

Plangebied Het plangebied bestaat uit het zuidelijk deel van de bebouwde kom van Numansdorp. Naast de oude lintbebouwing langs de Burgemeester de Zeeuwstraat en de Voorstraat en de achterliggende historische dorpsbebouwing, omvat het plan de ten oosten en westen daarvan gelegen woongebieden. Het plangebied wordt globaal begrensd door: - de Hallinxweg; - de Burgemeester De Zeeuwstraat; - de Middelweg; - de Wethouder van der Veldenweg; - de achterzijde van de percelen aan de Goudvink; - de Schuringsedijk inclusief de percelen aan de zuidzijde daarvan; - de achterzijde van de percelen aan de Molendijk; - de westelijke zijde van de sportvelden; - de zuid- en oostzijde van de begraafplaats. Afbeelding 1 geeft de ligging en begrenzing van het gebied weer.

1.3

Doel Het doel van het opstellen van het bestemmingsplan "Buitensluis" is het actualiseren van de bestaande, verouderde regeling voor het zuidelijke deel van de kern van Numansdorp, zodanig dat deze voldoet aan de actuele ruimtelijke inzichten, regelgeving en jurisprudentie. Tevens worden in het bestemmingsplan enkele kleinschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

1.4

Geldende bestemmingsplannen Momenteel vigeren de volgende bestemmingsplannen in het gebied: - Bestemmingsplan "Buitensluis" - vastgesteld door de raad op 20 december 1978, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten bij besluit van 11 december 1979 (nr. B27848/1). - Bestemmingsplan "Numansdorp Oost" - vastgesteld door de raad op 12 september 1995, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten bij besluit van 16 januari 1996 (nr. 111908) - Bestemmingsplan "oost II"- vastgesteld door de raad op 18 februari 1986, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d. 10 juli 1990 (nr. 17881) - Bestemmingsplan "oost II, 1e uitwerking"- vastgesteld door burgemeester en wethouders op 5 juni 1990, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d. 10 juli 1990 (nr. 17881) Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

2

-

-

Bestemmingsplan "oost II, 2e uitwerking"- vastgesteld door burgemeester en wethouders op 30 juni 1992, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d. 8 september 1992 (nr. 58143) Bestemmingsplan "oost II, 4e uitwerking "- vastgesteld door burgemeester en wethouders op 10 november 1992. Bestemmingsplan "oost II, 5e uitwerking, tevens partiële herziening 2e uitwerking"vastgesteld door burgemeester en wethouders op 11 januari 1994. Bestemmingsplan "Dorpskern Numansdorp", vastgesteld door de raad op 20 april 1993, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten bij besluit van 30 november 1993 (nr. 172531) Bestemmingsplan "Landelijk gebied" - vastgesteld door de raad op 21 november 1989, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d. 3 juli 1990 (nr. 4743) Bestemmingsplan "Landelijk gebied, 1e herziening" - vastgesteld door de raad op 25 september 2001, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d. 7 mei 2002 (nr. 2001/9637)

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

3

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

4

Ontstaansgeschiedenis Numansdorp (boven) en Numansdorp in 1850 (onder)

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

5

2.

Beschrijving bestaande situatie

2.1

Ontstaansgeschiedenis Numansdorp, Middelsluis en Buitensluis Het huidige dorp Numansdorp bestaat feitelijk uit twee dorpen, Middelsluis en Buitensluis, die in de loop der tijd door middel van uitbreidingen aan elkaar vast gegroeid zijn. Numansdorp zag in 1642 het levenslicht. Het dorp is gebouwd in de Numanspolder. De bedijking van deze polder heeft lang op zich laten wachten. Dit was te wijten aan onenigheid tussen de heren van Cromstrijen en de eigenaren van Zuid-Beijerland. Toen de stichting van het dorp in de Numanspolder eenmaal een feit was, werd nog gezocht naar een naam. In de volksmond had het plaatsje inmiddels de naam Buitensluis gekregen, maar een officiële titel was er nog niet. In vergadering werd besloten dat het dorp de naam Dorp van Cromstrijen moest gaan heten. Dijkgraaf Vos, de voorzitter van de vergadering, vond echter dat het dorp naar de allereerste Ambachtsheer, Mr. Gerard Numan genoemd moest worden. De eerste bebouwing van Numansdorp (Buitensluis) vormde zich rond een uitwateringssluis aan de Numanspoldersedijk (nu Molendijk) en van daaruit langs de Binnenhaven. Op de hoofdstraat, oftewel de Voorstraat, werden dwarsstraten aangelegd. Aan het einde van een van de dwarsstraten, de Kerkstraat, werd in 1653 de kerk gebouwd.

Rond de eeuwwisseling van de 19e op de 20e eeuw werd de bebouwing uitgebreid langs de oostzijde van de Voorstraat en langs enkele dwarsstraten. De uitwateringssluis was tot 1662 een houten sluis. Hierna is de sluis van steen gemaakt. De uitwateringssluis is sinds 1912 een gemaal; eerst een dieselgemaal, sinds 1942 een elektrisch gemaal. Aan het Hollands Diep in de zeedijk van de Torensteepolder heeft Numansdorp een sluisdeur. Deze stamt nog uit de tijd van eb en vloed van voor 1970 (voor afsluiting van Haringvliet en Volkerak). De Molendijk had een sluis naar de Binnenhaven, de Buitensluis. Er loopt van hier een water naar Klaaswaal. Bij de Middelsluissedijk (van 1625) was de sluis van de polder Groot-Cromstrijen ofwel de Middelsluis (tevens dorp) en in de Boomdijk, halverwege Numansdorp en Klaaswaal bevond zich de sluis van de polder Klein-Cromstrijen ofwel de Oude Sluis.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

6

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

7

2.2

Bestaande situatie Ruimtelijke structuur Buitensluis is een voorstraatdorp dat gekenmerkt wordt door een historisch centrum met een orthogonale verkavelingsstructuur van rechte straten. De voorstraat is loodrecht op de ringdijk georiënteerd ter hoogte van de haven. De bebouwing van het voorstraatdorp ligt aan de noordzijde van de dijk, op het lage, binnendijkse, polderniveau. Door latere inpolderingen van de Molenpolder en de Torensteepolder is de dijk zelf aan de vroegere buitendijkse kant bebouwd. Bovenop de dijk, aan de kop van de Voorstraat en de Haven, staat het Hoge Huys dat een markant beeldbepalend pand is. De Voorstraat wordt gekenmerkt door een aaneengesloten bebouwingswand van individueel vormgegeven panden. De panden staan grotendeels in de rooilijn en zijn doorgaans niet hoger dan twee lagen, al dan niet voorzien van een kap. De Voorstraat gaat vergezeld van twee evenwijdig lopende achterstraten, de Havenstraat/Groeneweg en de Torenstraat. Twee kleine dwarsstraten verbinden de drie straten op het binnendijkse polderniveau. De kerk staat in de Torenstraat, op de kop van één van die dwarsstraten, de kerkstraat. Met name aan de randen van het oude voorstraatdorp liggen nog enkele oude agrarische panden en percelen. De Voorstraat is vanuit historisch oogpunt en door de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing beeldbepalend voor Buitensluis.

De eerste uitbreidingen van het dorp vonden plaats langs de belangrijkste uitvals- en polderwegen: de Burgemeester De Zeeuwstraat, de Middelstraat, Vlielanderstraat en Hallinxweg. Nog steeds vormen deze straten een belangrijke onderdeel van de hoofdinfrastructuur van Numansdorp. De bebouwing heeft een grote mate van individualiteit en diversiteit en bestaat voornamelijk uit vrijstaande panden. Deze verscheidenheid zorgt samen met de sterk verspringende rooilijn en daarmee gepaard gaande voortuinen voor een afwisselend en groen straatbeeld. De eerste, meer seriematige uitbreiding van het dorp vond plaats ten westen van de Havenstraat: de Oranjewijk. Hier vinden we voornamelijk twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen. Deze worden afgewisseld met afwijkende en meer individuele panden. Vanaf de jaren 50 is Buitensluis gegroeid door de bouw van planmatig opgezette woongebieden. Na de Oranjewijk werd de Bomenwijk gebouwd. De Bomenwijk is een wijk met traditionele blokverkaveling waarin rijtjes van drie of meer woningen afgewisseld worden met tweekappers en vrijstaande woningen. Tussen de woonblokken is ruimte voor groen met speelveldjes en parkeerplekken en voorzieningen als een supermarkt, woon-zorgcomplex en politiebureau. langs de zuid-westrand van het woongebied liggen sportvelden en is het zwembad gesitueerd.

De overgang naar het landelijk gebied wordt aan Hallinxweg gemaskeerd door de begraafplaats. Aan de Noordkant van de Halinxweg, buiten het plangebied Buitensluis, is in de jaren 70 de Componistenbuurt gebouwd. In deze buurt is het woonerf principe veelvuldig toegepast. In de jaren 80 en 90 heeft een soortgelijke uitbreiding met woonerfstructuur plaatsgevonden aan de oostzijde van het dorp. Aan de randen van deze wijk, de Vogelwijk, is veel vrijstaande, soms individuele, woningbouw te vinden.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

8

Ontwikkelingen In het plangebied zijn twee ontwikkelingen gaande. Ten zuiden van de Vlielanderstraat wordt de Rehobothlocatie ontwikkeld. Tevens is een studie gaande naar de locatie Buitenhaven (Oranjebuurt). Rehobothlocatie In de gemeente Cromstrijen en vooral in Numansdorp is een groeiend tekort aan levensloopbestendige appartementen voor senioren en starters. Teneinde ook het voorzieningenniveau in Numansdorp op peil te kunnen houden is uitbreiding en verplaatsing van de bestaande supermarkt aan de Bernhardstraat 30 noodzakelijk. Als gevolg van de sloop van de Rehobothschool aan de Poortvlietstraat, is er in Numansdorp een geschikte locatie beschikbaar. De vrijgekomen ruimte maakt woningbouw in combinatie met een supermarkt mogelijk. Bovendien ligt deze locatie in de directe nabijheid van het woon-, zorg- en dienstencentrum De Buitensluis aan de Vlielanderstraat. Hierdoor is zorg op korte afstand beschikbaar. De Woonstichting Union heeft, in samenwerking met Stichting Alerimus, Stichting Hoeksche Waard en Plus Vastgoed BV, de ontwikkeling van de locatie Rehoboth te Numansdorp vormgegeven. Op de locatie worden de volgende onderdelen gerealiseerd: - Blok A: een supermarkt met daarboven 24 woningen (appartementen); - Blok B: 30 woningen (appartementen).

In een drietal appartementen op de begane grond van Blok B zullen zes woonunits worden gerealiseerd voor cliënten van de Stichting Hoeksche Waard. Dit betreft oudere (licht) verstandelijk gehandicapten bewoners. In het project is het één van de uitgangspunten dat er in de 57 woningen 50% van de bewoners zorg behoeft en 50% van de bewoners geen zorg nodig hebben. Dit betekent dat circa 30 woningen bewoond zullen worden door mensen met een indicatie. Het plangebied wordt omsloten door de Vlielanderstraat, Flohilstraat, Poortvlietstraat en Bernhardstraat. Een gedeelte van de Bernhardstraat wordt voor de realisatie van het bouwplan onttrokken aan de openbaarheid. Het af te sluiten deel wordt verkeersluw binnengebied. Het bouwplan past binnen het gemeentelijk beleid gericht op herontwikkeling van locaties binnen de dorpskern. De nieuwbouw omvat twee bouwvolumes bestaan uit totaal 51 levensloopbestendige appartementen, 6 wooneenheden voor gehandicapten en een supermarkt. De twee nieuwe bouwvolumes zullen tezamen met de bestaande bebouwing van het woon-zorgcomplex ‘De Buitensluis’ een nieuw te vormen plein/parkeerplaats op de voormalige Bernhardstraat omsluiten. Dit nieuwe plein zal gebruikt worden als parkeergelegenheid en tevens als een ontmoetingsplek voor de buurt. De verblijfskwaliteit van het plein verdient dan ook grote aandacht.

Mede hierom zullen de appartementengebouwen en de supermarkt ontsloten worden aan de pleinzijde. De nieuwe bouwvolumes zullen 3 bouwlagen hoog worden. Op één van de gebouwen komt een hoogteaccent (4e bouwlaag) in de vorm van twee penthouses. Gesteld kan worden dat de nieuwe bebouwing aansluit op de bouwhoogte van het woonzorgcomplex. De appartementen zijn bestemd voor ouderen met of zonder zorgvraag. De ligging van de appartementen nabij het woon-zorgcomplex maakt een goede zorginfrastructuur mogelijk. De centrale positie van de supermarkt aan het nieuwe plein zorgt voor een uitstekende bereikbaarheid en ontsluiting. Benodigde parkeervoorzieningen zullen op het plein en een parkeerterrein langs de Vlielanderstraat worden opgelost.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

9

De hoogte van blok A is zowel aan de zijde van de Vlielanderstraat als aan de zijde van de Flohilstraat 11.00 meter. De hoogte van de zijgevel van blok B is aan de zijde van de Flohilstraat is 10 meter. De hoogte van de zijen achtergevel van blok B aan de Poortvlietstraat bedraagt 10.00 meter. De corridor aan de westelijke zijde heeft een hoogte van 12.00 meter. Deze corridor is een klein gedeelte van het gebouw, zoals eerder aangegeven wordt deze bouwlaag benut voor 2 penthouses. In dorpsgebieden zijn dergelijke hoogten over het algemeen acceptabel. Dit stedenbouwkundig uitgangspunt verschilt niet fundamenteel met de uitgangspunten van de bouw van de inmiddels gerealiseerde tweede verdieping op de zuidvleugel van de Buitensluis. Door het gevarieerde gevelbeeld van de bouwblokken en de aangehouden afstanden van minimaal 17 meter tot de bestaande bebouwing oogt de bebouwing ondanks de eerder genoemde hoogte van de bebouwing minder massief. Het plan sluit daarom goed aan bij de bestaande bebouwing. De nieuwe bebouwing staat daarom op dezelfde rooilijn als van de bestaande bebouwing aan de Vlielanderstraat en de Poortvlietstraat. In verband met de hoogte van de nieuwe bebouwing is een bezonningsonderzoek (Architectenbureau Van der Leur Vermeer, 2005) uitgevoerd om te kunnen bepalen in hoeverre de nieuwe bebouwing schaduwwerking heeft op de bestaande bebouwing.

In dit verband zijn de schaduwdiagrammen op de maatgevende meetmomenten 21 maart, 21 juni en 21 september op de verschillende tijdstippen 09.00 uur, 12.00 uur en 15.00 uur in beeld gebracht. Uit dit onderzoek blijkt dat op de verschillende meetmomenten en tijdstippen de slagschaduw van de nieuwe bebouwing de woningen aan de Vlielanderstraat, Margrietstraat, Poortvlietstraat en de Flohilstraat niet bereikt. Oranjebuurt Daarnaast is een stedenbouwkundige studie gaande naar een gedeelte van de Oranjebuurt met de locatie Binnenhaven. De studie naar dit gebied is nog in volle gang, maar is nog niet zover dat ze in het ontwerpbestemmingsplan meegenomen kan worden. Functionele structuur Het plangebied bestaat voor het overgrote deel uit woongebieden. Onderscheidt valt te maken tussen het oude bebouwingslint en historische kern waar in meer of mindere mate sprake is van functiemenging enerzijds en de uniforme, planmatig opgezette uitbreidingswijken anderzijds. Het overgrote aanbod van winkelvoorzieningen in de gemeente Numansdorp is te vinden in Buitensluis. De Voorstraat vormt het hart van het winkelgebied, de aangrenzende straten, waaronder de Torenstraat en Havenstraat zijn in mindere mate bij het winkelgebied betrokken. Het winkelaanbod is gevarieerd, maar loopt sinds enkele jaren enigszins terug. In Buitensluis zijn twee supermarkten gevestigd.

Op de hoek Wethouder Van der Veldenweg en de Leeuwerikstraat is een Albert Heijn gevestigd. In de Bomenwijk is een (iets kleinere) Plusmarkt te vinden. Aan de overzijde daarvan ligt het politiebureau. De (zuid)westelijke rand van het woongebied heeft een groen karakter door aanwezigheid van de begraafplaats en sportvelden.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

10

Distributieplanologische analyse Stedenbouwkundig adviesbureau RBOI heeft in 2002 een distributieplanologische analyse gemaakt om te bepalen of de markt in Numansdorp groot genoeg is om de Plus supermarkt aan de Bernhardstraat uit te breiden. Het formaat van de huidige Plus is te klein om volwaardig als full-service supermarkt te functioneren. Functie-inventarisatie d.d. november 2005

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

11

Uit dit onderzoek is gebleken dat de uitbreiding van het aantal m2 verkoopvloeroppervlak verantwoord is. In het plan is het daarom vanuit het winkelaanbod in Numansdorp verantwoord dat een supermarkt in het plan is opgenomen. In mei 2005 is in opdracht van Plus Vastgoed een distributieplanologisch onderzoek voor de kern Numansdorp verricht. Uit dit onderzoek blijkt dat het huidige tekort aan verkoopvloeroppervlak (VVO) binnen de gemeentegrenzen van Cromstrijen circa 1.000 m2 bedraagt. Dit tekort wordt minder als gevolg van de uitbreidingsplannen van de beide Plus supermarkten met respectievelijk 44 m2 in Klaaswaal en 750 m2 (betreft verplaatsing) in Numansdorp. Realisering van de uitbreidingsplannen wordt haalbaar geacht, zeker vanwege het gegeven dat in Numansdorp sprake is van onderbewinkeling. Verplaatsing en uitbreiding van de Plusmarkt, zoals opgenomen in het bouwplan voor de Rehobothlocatie draagt er aan bij dat het winkelaanbod op peil blijft. De resultaten van het distributieplanologisch onderzoek zijn opgenomen in de rapportage Distributie Planologisch Onderzoek Gemeente Cromstrijen kern Numansdorp (Plus Vastgoed BV, mei 2005).

Een verscheidenheid aan (winkel-) functies Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

12

Fragment plankaart Streekplan Zuid-Holland Zuid (2000)

Fragment plankaart Vierde partiële streekplanherziening Hoeksche Waard (ontwerp augustus 2006)

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

13

3.

Beleidskader

3.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt het voor dit bestemmingsplan relevante beleid uiteengezet. Daarbij wordt per beleidsthema ingegaan op achtereenvolgens het rijks-, provinciale, regionale en/of gemeentelijke beleid.

3.2

Ruimtelijk beleid Rijksbeleid Nota Ruimte Het nationaal ruimtelijk beleid is neergelegd in de Planologische Kernbeslissing (Pkb) Nationaal Ruimtelijk Beleid, deel 3 (regeringsbeslissing), kortweg de Nota Ruimte genoemd. Deze nota vervangt de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX). De Nota Ruimte die ook een uitvoeringsagenda heeft, moet een terugkeer naar het uitgangspunt van de ruimtelijke ordening betekenen. Het is een strategische PKB op hoofdlijnen met een duidelijk onderscheid naar wat des Rijks en wat voor anderen is. De Nota is gericht op ontwikkeling in plaats van ordening (ontwikkelingsplanologie), waarbij de internationale concurrentiepositie bepalend is. Onderscheid wordt gemaakt tussen ontwikkelingen van nationaal belang (de ruimtelijke hoofdstructuur) waar het rijk (mee) aan zet is, en de basisgebieden waar het rijk basisregels stelt en de invulling overlaat aan provincie en gemeente. De belangrijkste veranderingen ten opzichte van de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening van het vorige kabinet zijn dat de Nota Ruimte decentraal gericht is en dat bij de verstedelijking meer uit wordt gegaan van opvang van de eigen groei; de rode contouren zijn dan ook losgelaten. De lagenbenadering uit de Vijfde Nota - met een grote rol voor het water(beheer) - keert (wel) terug in de Nota Ruimte.

Nationaal Landschap De Hoekse Waard, met uitzondering van enkele randen, is onlangs aangewezen als nationaal landschappen en maakt als zodanig deel uit van de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. Provinciaal beleid Streekplan Zuid-Holland Zuid (2000) Het streekplan Zuid-Holland Zuid, dat door provinciale staten is vastgesteld op 17 mei 2000, vervangt het oude streekplan volledig. De planperiode loopt tot 2010. Op de streekplankaart is het plangebied aangegeven als “Stads- en dorpsgebied”. Deze aanduiding is gegeven aan alle bestaande stedelijke gebieden. De kern van Buitensluis is op de kaart aangewezen als “Stads- en dorpsgebied met grote cultuurhistorische waarde”. Ten aanzien van de kern Numansdorp (Middelsluis en Buitensluis) is het beleid gericht op inbreiding.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

14

Kaart met gebiedsindeling (boven) en welstandsniveau's(onder) Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

15

Vierde partiële streekplanherziening Hoeksche Waard (ontwerp d.d. 29 augustus 2006) Op 29 augustus 2006 hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland het ontwerp van de herziening van het streekplan Zuid-Holland Zuid, Hoeksche Waard vastgesteld. De aanleiding voor deze herziening is gelegen in het Afsprakenkader Ontwikkelingsperspectief Hoeksche Waard en de veranderingen daarin als gevolg van de planologische kernbeslissing Nota Ruimte. Op basis van het Afsprakenkader en de besluiten uit de Nota Ruimte gaat deze herziening in hoofdlijnen over de volgende onderwerpen: - de begrenzing en bepaling van de kernkwaliteiten van het nationaal landschap; - de groenblauwe ontwikkeling: het ruimtelijk vastleggen van de provinciale ecologische hoofdstructuur (P)EHS) en de wateropgave; - de ontwikkeling van de woningvoorraad en het vervangen van woningbouwcontingenten door bebouwingscontouren; - het ruimtelijk vastleggen van een bedrijventerrein van maximaal 180 hectare netto op basis van een concrete beleidsbeslissing; - het reserveren van ruimte voor de vestiging van TNO; - onderzoek naar behoefte aan en de locatie van een glastuinbouwconcentratiegebied van circa 50 ha. De herziening heeft geen directe gevolgen voor het plangebied.

Gemeentelijk beleid Welstandsnota Met de wijziging van de Woningwet per 1 januari 2003 werden gemeenten verplicht voor 1 juli 2004 een Welstandsnota te hebben vastgesteld om welstandsbeleid te kunnen voeren. Deze nota vormt een nieuw instrument binnen het bestaande welstandsbeleid en de basis voor de welstandsadvisering en -toetsing van bouwaanvragen op “redelijke eisen van welstand”. Een belangrijke aanvulling in het nieuwe welstandsbeleid - ter voorkoming van willekeur bij het beoordelen van bouwplannen - is het vooraf formuleren van welstandscriteria. Daarnaast kan aan gebieden een zwaarder welstandsniveau worden toegekend. In de welstandsnota Cromstrijen (maart 2004) wordt duidelijk onderscheidt gemaakt tussen de planmatig opgezette woonbuurten en het historisch gegroeide dorp en lint. Dit komt zowel op de kaart "Gebiedsindeling" als op de kaart "Welstandsniveaus" tot uiting. Het historische lint is aangemerkt als een zeer waardevol welstandsgebied. Hiervoor geldt het zwaarste welstandsniveau. In het woongebieden geldt het reguliere welstandsniveau.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

16

Beleidsnotitie artikel 19 lid 3 vrijstellingen In de beleidsnotitie "artikel 19 lid 3 vrijstellingen" worden regels gegeven voor het voeren van het vrijstellingenbeleid binnen de gemeente Cromstrijen. De beleidsregels zijn meegenomen bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan "Buitensluis". Ontwikkelingsvisie "De Verdieping" In 1999 stelde de gemeenteraad de Ontwikkelingsvisie Cromstrijen vast. Bij het vaststellen van deze ontwikkelingsvisie spraken de raadsleden af om de visie na een aantal jaren te evalueren. Mede in het licht van de ruimtelijke ontwikkelingen in de streek (onder andere de status Nationaal Landschap) was het voorjaar van 2005 het goede moment om een evaluatie op te starten. Samen met de klankbordgroep die ook bij de totstandkoming van de visie uit 1999 betrokken was en met een delegatie van de gemeenteraad besprak het college van burgemeester en wethouders de resultaten van de evaluatie. De uitslag van de evaluatie resulteerde in de Ontwikkelingsvisie "De Verdieping". In "De Verdieping" staan de ontwikkelingen van het landschap en de kernen voor de komende jaren beschreven. De status 'Nationaal Landschap' die de Hoeksche Waard onlangs kreeg is hierop ook van invloed geweest. Openheid en woningbouw In de visie van 1999 was de historische as tussen Klaaswaal en Numansdorp een belangrijk element.

In die visie waren ontwikkelingen dan ook onder andere langs deze as gepland. Ook waren uitbreidingen aangegeven aan de oost- en westkant van de kern Numansdorp. Door de vernieuwde inzichten en de wil om het landschap zoveel mogelijk open te houden, is deze koers nu aangepast. De kernen Klaaswaal en Numansdorp moeten los van elkaar blijven. Tussen de kernen ligt een waardevol open landschap. Ook de uitbreidingen aan de oost- en westzijde van Numansdorp zijn een te grote inbreuk op het open landschap. In "De Verdieping" vindt u deze ook niet meer terug. "De Verdieping" richt zich op de ruimte tussen Numansdorp en het Hollandsch Diep. In verschillende overleggen is hier positief op gereageerd. Hier liggen kansen om door middel van woningbouw, recreatieve- en natuurlijke ontwikkelingen een impuls te geven aan de kern Numansdorp en daarmee ook de gemeente Cromstrijen. Dijken, kreken en recreatie In "De Verdieping" zijn ook de dijken als waardevolle landschapselementen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen dijken waar vanuit landschappelijk oogpunt nog wel mogelijkheden voor ontwikkeling zijn en dijken die hiervoor duidelijk minder mogelijkheden bieden. Dit onderscheid is gebaseerd op de mogelijkheden die het landschap voor ontwikkeling van dijken biedt. De kreken worden in de verdieping aangegrepen om natuur- en recreatieontwikkeling mogelijk te maken.

Een ontwikkeling die overigens op meer plaatsen in de streek plaatsvindt (bijvoorbeeld het Hoekschewaards Vlietproject).

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

17

Numansdorp -

Ontwikkeling richting zuiden Benutten ligging aan het Hollandsch Diep Gebied langs Dorpshaven en nabij centrum een kwaliteitsimpuls geven In de Molenpolder zijn mogelijkheden voor wonen, recreatie en natuur Bedrijventerrein kan uitbreiden tot aan Oude Diep

De ontwikkelingsvisie richt zich met name op het buitengebied en nieuwe ontwikkelingen. Uitspraken over het bestaande woongebied worden (vrijwel) niet gedaan. 3.3

Volkhuisvestingsbeleid Rijksbeleid Nota Wonen In de Nota 'Mensen, Wensen, Wonen' heeft het kabinet zijn visie op het wonen in de 21e eeuw neergelegd. Onder het motto 'Mensen, Wensen, Wonen' stelt de nota de burger centraal in het woonbeleid. Dat is nodig, want uit onderzoek is gebleken dat de woonwensen van de burger nog onvoldoende worden bediend. De kernthema's van de Nota 'Mensen, Wensen, Wonen' zijn: - meer zeggenschap voor burgers over woning en woonomgeving - kansen scheppen voor mensen in kwetsbare posities - maatwerk in wonen voor mensen die zorg nodig hebben - kwaliteit van wonen in steden vergroten - meer ruimte voor 'groene' woonwensen Regionaal beleid Woonvisie De gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, 's Gravendeel, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen hebben in 1990 met de provincie Zuid-Holland een bestuursovereenkomst volkshuisvesting afgesloten, die op 1 januari 2005 afliep. De regionale woonvisie "Omdat de Hoekse Waard ons lief is" vormt de basis voor nieuwe afspraken met de provincie, maar ook met lokale en regionale partners zoals de woningcorporaties en de zorginstellingen. De Woonvisie gaat uit van een woningbouwbeleid gericht op de opvang van de "eigen" woningbehoefte. Voor de gehele Hoekse Waard betekend dit voor de planperiode 2003-2015 een uitbreiding van bijna 3.900 woningen.

De additionele woningbehoefte voor de gemeente Cromstrijen wordt voor de periode 20002015 geraamd op 725 woningen. Vanaf 2003 betekend dit een noodzakelijke voorraaduitbreiding van 602 woningen, exclusief de effecten van de taakstelling voor opvang van statushouders en de extramuralisering van zorginstellingen.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

18

3.4

Archeologie- en monumentenbeleid Verdrag van Valletta (Malta) Op internationaal niveau geldt dat Nederland in 1992 het verdrag van Valletta heeft ondertekend. Dit verdrag is in 1998 geratificeerd. Het verdrag stelt dat er op een verantwoorde wijze dient te worden omgegaan met archeologische belangen in de ruimtelijke ordening. Rijksbeleid Het verdrag van Valletta vindt zijn weerslag in een ingrijpende wijziging van het archeologisch bestel. Het voorlopig sluitstuk van de verandering is de komende Wet op de archeologische monumentenzorg. Een van de uitgangspunten van de wetgever is dat de archeologische monumentenzorg een geïntegreerd onderdeel wordt van de ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is aangewezen als het centrale instrument om dit te regelen. Andere uitgangspunten zijn: - het behoud in situ (op de oorspronkelijke plaats) gaat voor behoud ex situ (opgraven en bewaren in depot) - de veroorzaker is financieel en operationeel verantwoordelijk voor de archeologische monumentenzorg. Rijksmonumentenbeleid In Buitensluis bevinden zich 4 panden die (gedeeltelijk) aangewezen zijn als Rijksmonument. Daarmee zijn deze panden beschermd op grond van de Monumentenwet 1988. Het betreft twee woonhuizen aan de Voorstraat, de Ned. Hervormde kerk aan de Torenstraat en het Witte Huis op de hoek van de Schuringsedijk en de haven.

Provinciaal beleid In het streekplan is bepaald dat bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen rekening gehouden moet worden met de bekende archeologische waarden zoals die door de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) zijn aangegeven op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de te verwachten archeologische waarden zoals die door de ROB zijn aangegeven op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Beide kaarten vormen een integraal onderdeel van de Cultuurhistorische waardenkaart (CHW). Het uitgangspunt is hierbij dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt geldt voor gebieden waar zich volgens de AMK bekende archeologische waarden bevinden bodemverstorende activiteiten in beginsel zijn uitgesloten. In gebieden die op de IKAW zijn aangeduid met een hoge en middelhoge indicatieve archeologische waarde dient een verkennend booronderzoek uitgevoerd te worden. Cultuurhistorie De Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) geeft een overzicht van cultureel erfgoed in Zuid-Holland op drie thema's: archeologie, landschap en nederzettingen. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in Zuid-Holland. Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

19

De Burgemeester De Zeeuwstraat en de Voorstraat, het Verloren Diep, De Middelsluissedijk, Molendijk en Schuringsedijk zijn aangemerkt als een historische landschappelijke lijn van redelijk hoge waarde. De as Burgemeester De Zeeuwstraat - Voorstraat is tevens aangemerkt als een nederzetting van redelijk hoge waarde. In het plangebied komen verder geen elementen van cultuurhistorische waarde voor. Archeologie Ten aanzien van de archeologie trefkans of verwachting laat de kaart zien dat de kans op archeologische sporen in het plangebied (en de omgeving daarvan) laag is. Ook komen er geen terreinen van archeologische waarde voor in het gebied of de directe omgeving daarvan. Gemeentelijk beleid De gemeente Cromstrijen heeft zelf geen archeologisch beleid ontwikkeld. 3.5

Verkeersbeleid Verkeersstructuurplan Ieder jaar stelt de raad het uitvoeringsprogramma van het verkeersstructuurplan vast. De bedoeling van dit uitvoeringsprogramma is om een aantal (kleinere) verkeersknelpunten aan te pakken. Hiervoor heeft de raad een bedrag van € 50.000,00 beschikbaar gesteld. Dinsdag 22 maart 2005 heeft de raad een uitvoeringsprogramma voor 2005 vastgesteld. Dit programma bestaat uit: - Fietspad Strijen – Oud Beijerland - Verkeerseducatie op scholen - Bromfietsoversteek Rijksstraatweg te Klaaswaal - Aanpassen verkeerssituatie Veerweg ter hoogte van de Y-spliting - Verwijderen middeneiland en aanleg parkeerplaatsen Tuindorp - Verkeersonderzoeken Slechts één van deze punten bevindt zich concreet in het het plangebied. Het achterste gedeelte van Tuindorp, tussen de twee woningblokken een herinrichting krijgen. Hierbij zullen het middeneiland en de langsparkeerplaatsen worden verwijderd en zullen nieuwe (haaks) parkeerplaatsen worden aangelegd. Duurzaam veilig De gemeente heeft in het kader van "Duurzaam Veilig" een categorisering op wegen toegepast. In het plangebied worden de volgende gebiedsontsluitingswegen en wegen die zowel erftoegangsweg als gebiedsontsluitingsweg zijn.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

20

Gebiedsontsluitingswegen -

Burg. de Zeeuwstraat (ten noorden van de Wethouder van der Veldenweg) Molendijk en Beneden Molendijk Wethouder van der Veldenweg

Erftoegangswegen/gebiedsontsluitingswegen 3.6

Burg. de Zeeuwstraat, (ten zuiden van de Wethouder van der Veldenweg) Voorstraat Vlielanderstraat

Milieubeleid Milieu-uitvoeringsprogramma MUP 2005 Het opstellen van een Milieu Programma is een verplichting ter bescherming van het milieu, die voortvloeit uit artikel 4.20 van de Wet milieubeheer. De gemeenteraad stelt het programma voor een vastgestelde periode jaarlijks vast. Het Milieu-uitvoeringsprogramma MUP 2005 beschrijft de taken die de gemeente gaat uitvoeren in het jaar 2005.

3.7

Groenbeleid De gemeenteraad van Cromstrijen heeft het beleid voor het groen vastgelegd in de Groenvisie. Hierin zijn keuzes vastgelegd. De gemeente Cromstrijen wil op een andere manier omgaan met het groen. De bestaande verhouding tussen kwaliteit en kosten wordt ter discussie gesteld, de gemeente wil inspelen op actuele ontwikkelingen zoals natuurlijk groen en de samenstelling van het takenpakket van de groenploeg herzien. De gemeente heeft behoefte aan een nieuw kader voor de toekomstige ontwikkelingen in het groen. De keuzes, doelen en de strategie voor het groen zijn in deze Groenvisie vastgelegd. De Groenvisie heeft de volgende doelen: - helder en eenduidig beleid formuleren en vastleggen. Hiermee wordt duidelijkheid geschapen voor zowel de burgers als de ambtelijke organisatie (met name de taakvelden Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer & Onderhoud); - streven naar een structurele bezuiniging in de onderhoudskosten van het openbare groen door het op een andere wijze te beheren en onderhouden; - draagvlak en betrokkenheid voor de gemaakte keuzes creëren op zowel bestuurlijkpolitiek niveau als bij de ambtelijke organisatie; - communicatie verbeteren in de organisatie. Zowel tussen werkvoorbereiding en Beheer & Onderhoud als tussen de disciplines groen, wegen, riolering etc. Groen moet als integraal onderdeel bij de planvorming betrokken worden.

Het groen moet een sterkere positie innemen in het gemeentelijke krachtenveld; - een plan gericht op de toekomst, waarmee de kwaliteit van het groen behouden en waar nodig versterkt wordt; - beter gebruik maken van de mogelijkheden en potenties die het groen biedt. Verbeteren van de gebruiks- en belevingswaarde. Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

21

Deelgebieden Per gebied zijn een aantal principekeuzes gemaakt. Daarnaast zijn een aantal algemene principes opgenomen. Langs de doorgaande wegen wordt een doorgaande boomstructuur nagestreefd. Wegbeplantingen langs hoofdwegen ordenen de stedenbouwkundige structuur en zorgen voor samenhang tussen de wijken. Op dit moment wordt de functie van de wegen nog niet altijd ondersteund door passende wegbeplantingen. Bloembakken als verkeersremmende maatregel worden niet toegepast. Waar deze nu aanwezig zijn worden ze verwijderd. De uitstraling van deze bakken is slecht, de beplanting doet vaak afbreuk aan het gewenste beeld en ze vergen heel veel onderhoud. Zo veel mogelijk wordt één soort per vak toegepast. Menging van soorten leidt door de verschillen in groeikracht tot ongewenste onderlinge concurrentie. Hierdoor is actief ingrijpen nodig om de menging in stand te houden. Dit leidt tot een onnodige verhoging van de onderhoudsinspanningen. Het achterwege laten van menging leidt meestal eveneens tot een rustiger beeld van de beplanting. Groen wordt in de totale planvorming van nieuwe werken vaak betrekkelijk laat betrokken. Daardoor is het groen vaak gesitueerd op overhoeken waar geen bebouwing of verharding geplaatst wordt. Hierdoor ontstaan snippers en overhoeken. Deze zijn lastig in te richten, duur in onderhoud en moeilijk te handhaven.

Door groen tijdig in de planvorming te betrekken kunnen deze situaties voorkomen worden. Bij overhoeken wordt een zorgvuldige afweging gemaakt of het zinvol is om deze te beplanten, of dat verharding toegepast kan worden. Snippergroen wordt waar mogelijk overgedragen aan particulieren. De inrichting wordt afgestemd op de functionele eisen van de beplanting. Geen grote bomen vlak voor de gevel of bomen in een te klein plantvak. De maat van het vak en de grootte worden op elkaar afgestemd. Ook andere eisen zoals veiligheid (sociaal, verkeer, spelen en inbraakpreventie) spelen een rol bij de inrichting. Centrum en bijzondere gebieden Het groen heeft in deze gebieden een representatieve en aankledingsfunctie. Er wordt groen met een cultuurlijk en sierlijk karakter toegepast. De inrichting is door gebrek aan ruimte vaak kleinschalig. Er is nauwelijks particulier groen aanwezig. Bomen staan vaak solitair, maar zo veel mogelijk in rijen. Plantenbakken, eenjarigen en rozen zijn hier juist wel op hun plaats om de representatieve uitstraling van het gebied te versterken. Heesters met een hoge sierwaarde worden toegepast. Ook hagen zijn mogelijk. Op wat ruimere plekken zijn ook gazons aanwezig. Woonwijken Het groen in de woonwijken heeft zowel een aankledings- als een gebruiksfunctie. Het karakter van het groen in de directe woonomgeving is cultuurlijk.

In de grotere stroken heeft het groen een meer natuurlijk karakter. Er wordt een eenvoudig, functioneel sortiment met beperkte sierwaarde toegepast. Dit geldt ook voor de inrichting. Het groen is sober, maar functioneel.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

22

Bij de sortimentskeuze wordt een beperkte variatie in soorten toegepast, rekening houdend met winterbeeld, bladkleur en bessen. Op ruimere plekken worden bomen aangeplant. Bomen staan zowel in rijen, groepen als solitair. Zo veel mogelijk worden bomen in beplanting of gras geplaatst en zo min mogelijk in verharding. De beplanting bestaat uit (lage) sierheesters en bodembedekkende heesters. Ook gazons worden toegepast bij wat bredere stroken. In de natuurlijke stroken worden bosplantsoen en ruw gras toegepast. In veel woonstraten bestaat het groen voor het grootste deel uit particulier groen in de voortuinen van de bewoners. Het gemeentelijke groen levert daar slechts een beperkte bijdrage aan de uitstraling. Zo veel mogelijk wordt gebruik gemaakt van het beeld van dit particuliere groen. Hoofdwegen Naast representatie en aankledingsgroen, heeft het groen langs hoofdwegen een functie uit oogpunt van versterking van de ruimtelijke structuur. Het groen heeft een natuurlijk karakter. De inrichting is eenvoudig en de sierwaarde van het sortiment is beperkt. Bomen zijn een belangrijke drager van de structuur. Onder de bomen zijn gras of lage heesters aanwezig. Het gras kan zowel bestaan uit strak gemaaide gazons, als extensief gemaaid ruw gras. Het beheer wordt in grote mate bepaald door de eisen vanuit de verkeersveiligheid.

De wegen in het buitengebied zijn in beheer bij Waterschap Hollandse Delta. Dijken Het groen op dijken heeft een functie bij het versterken van de dijkenstructuur. Het karakter van het groen is zoveel mogelijk natuurlijk. De inrichting is landschappelijk van aard en gericht op natuurontwikkeling. Belangrijke dragers van de ruimtelijke structuur zijn bomen. Op veel plaatsen staan de bomen zelfs in meerdere rijen aan weerszijden van de dijk. Onder de bomen wordt extensief gemaaid ruw toegepast. De dijken zijn in beheer bij waterschap De Groote Waard. Randen, groengebieden en begraafplaatsen Het groen heeft zowel een scherm- als een gebruiksfunctie. Het groen heeft een natuurlijk karakter. De inrichting landschappelijk van aard en sluit aan op de mogelijkheden voor natuurontwikkeling. Het openbaar groen sluit aan en geeft zicht op het buitengebied. Bij toekomstige ontwikkelingen word gestreefd naar een groene rand rondom de kernen. De aansluiting op het (particuliere) buitengebied wordt daarmee verbeterd. Het sortiment bestaat uit boomgroepen en solitaire bomen, bosplantsoen en ruw gras. Zoveel mogelijk worden inheemse soorten toegepast. Met name langs water komen knotbomen goed tot hun recht. Het groen op begraafplaatsen heeft een representatieve en afschermfunctie. De inrichting is zeer kleinschalig. Het groen heeft een cultuurlijk karakter met een hoge sierwaarde.

Op begraafplaatsen worden naast reguliere laanbomen ook vaak coniferen toegepast. De beplanting bestaat uit cultuurlijk sortiment zoals vaste planten en rozen, maar ook hagen en wintergroene sierheesters. Gazons zijn vaak kleinschalig en strak geschoren.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

23

3.8

Waterbeleid Inleiding In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW 2003) is samen met provincies, waterschappen en gemeenten, het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat gemeente en waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening en is hiermee verplicht voor alle ruimtelijke (bestemmings)plannen en besluiten. De watertoets omvat onder meer overleg met de waterbeheerder en de opname van een waterparagraaf in de ruimtelijke plannen.

Rijk In de Vierde Nota Waterhuishouding is aangegeven dat het waterbeheer in Nederland gericht moet zijn op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde duurzame watersystemen. Om dit te bereiken moet zoveel mogelijk worden uitgegaan van een watersysteembenadering, moet een zo integraal mogelijk beheer gevoerd worden en moet ruimte geboden worden aan open planprocessen. Belangrijk aandachtspunt hierbij is het stedelijk waterbeheer. Provincie Zuid-Holland De Provincie Zuid-Holland heeft haar waterbeleid onder meer geformuleerd in de nota’s Beleidsplan Groen, Water en Milieu 2006 – 2010 (2006) en Bruisend Water (1999). De nadruk ligt hierin op duurzaam stedelijk waterbeheer en het voorkomen van wateroverlast. Wateraspecten zoals waterkwaliteit, riolering/afkoppeling, waterberging, veiligheid, (grond)wateroverlast en ecologische oeverinrichting dienen bij ruimtelijke inrichting en beheer van de openbare ruimte integraal aangepakt te worden. Relevant voor dit Bestemmingsplan is eveneens het vergroten van de belevingswaarde van water. In de recent vastgestelde nota Regels voor Ruimte (2005) stelt de Provincie bij ruimtelijke plannen voor nieuw te ontwikkelen gebieden of stedelijke herstructureringsgebieden voldoende open water als voorwaarde. Als provinciale richtlijn geldt een percentage van 10% van het bruto oppervlak.

In overeenstemming met de waterbeheerder kan hiervan worden afgeweken. Alleen in die gevallen waar het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding niet mogelijk is en waar de planvorming maatschappelijk noodzakelijk wordt bevonden is compensatie buiten het plangebied mogelijk.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

24

In de Deelstroomgebiedvisies in het werkgebied Zuid-Holland Zuid (ontwerp; 2003) zijn voor het zuiden van Zuid-Holland procesafspraken gemaakt over de werkwijze waarop de wateropgave wordt berekend. Voor omgang met water in het stedelijk gebied wordt bovendien de volgende richtlijn genoemd: de drietrapsstrategie (1) vasthouden in de stad (dus binnen bestaand stedelijk gebied oplossen), (2) bergen aan de rand (bij voorkeur binnen de rode contour) en (3) afvoeren richting landelijk gebied. Daarnaast worden in het bestaand stedelijk gebied kansen gezien voor het combineren van water met andere functies. De combinaties met architectuur, recreatieverbindingen en openbaar groen treden hierbij het meest op de voorgrond. Waterschap Hollandse Delta Het Waterstructuurplan Hoeksche Waard (2004) beschrijft de door de waterbeheerder gewenste ontwikkeling van het watersysteem. Bovendien geeft het de wensen en voorwaarden voor de inrichting van de Hoeksche Waard die hier mee samenhangen. Naast de noodzakelijke realisatie van extra open water binnen enkele polders zal ook binnen de stedelijke gebieden extra open water moeten worden gerealiseerd om wateroverlast te kunnen voorkomen. Wanneer dat binnen het stedelijk gebied niet mogelijk is, moet wateropvang plaatshebben op de rand van het landelijk gebied. Dit zijn de zogenaamde waterbalkons.

Doelstelling voor het stedelijk gebied is om het waterpeil binnen kleine marges te houden opdat wateroverlast uitblijft. Bovendien dient (ook) in het stedelijk gebied water door te kunnen spoelen. Gemeente Cromstrijen Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2006–2010 (GRP) vormt de basis voor het planmatige onderhoud en beheer van de riolering in de Gemeente. Voor het verwijderen van afvalwater is riolering een onmisbare voorziening. Met deze voorziening wordt beoogd de volksgezondheid te verzekeren, wateroverlast tegen te gaan en het milieu te beschermen. De aanleg en het beheer van de riolering is een gemeentelijke taak (zorgplicht) die zijn wettelijke basis vindt in de artikelen 4.22 en 4.23 van de Wet milieubeheer (Wm). Speerpunt voor het jaar 2004 was het continueren en uitbreiden van de controle en handhaving op lozingsaspecten bij bedrijven. De nadruk hierbij ligt op: - de afvalwaterproblematiek bij transportbedrijven en tankstations; - de lozingen van vethoudend afvalwater bij horecabedrijven, slagerijen en supermarkten. Tijdens controles van dit type bedrijven is extra aandacht besteed aan de deugdelijke werking en het onderhoud van de aanwezige zuiveringstechnische voorzieningen ter behandeling van het bedrijfsafvalwater dat verontreinigd is met olie c.q. vet. Op dit moment is de Gemeente bezig een stedelijk waterplan op te stellen.

Vanaf het moment dat dit plan van kracht wordt, zal bij (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen de richtlijnen uit het waterplan moeten worden nageleefd.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

25

3.9

Horeca en aanverwant beleid Beleidsnotitie Bed&Breakfast Onder het hebben van een bed & breakfast wordt verstaan: ‘het hebben van een recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen bestaande gebouwen’. De opzet van bed & breakfast is het bieden van een relatief eenvoudige en goedkope overnachtingsmogelijkheid binnen de eigen woning. De bed & breakfast voorziening is een nevenfunctie naast het wonen of de agrarische functie. Een bed & breakfast voorziening verschilt met het hebben van een pension of hotel. Een pension is een horecagelegenheid die tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies voor langere tijd met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten. Een hotel is een horecagelegenheid dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse. De vigerende bestemmingsplannen bieden geen mogelijkheden tot het hebben van een dergelijke voorziening. Om het recreatief-toeristische karakter van Numansdorp te versterken is het gewenst om te beschikken over een toetsingskader om eventuele toekomstige verzoeken te kunnen beoordelen. De gemeente Cromstrijen heeft daarom beleid vastgesteld ten aanzien van de toelaatbaarheid van bed & breakfast voorzieningen.

Het beleid omvat een omschrijving van de toegestane activiteiten en de voorwaarden die daaraan verbonden zijn. Bed & breakfast voorzieningen worden in dit nieuwe bestemmingsplan eveneens niet bij recht toegestaan. Wel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen om, in aansluiting op het beleid. Hierbij wordt getoetst aan de criteria die in het beleid zijn opgenomen.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

26

3.10

Prostitutiebeleid Het paraplubestemmingsplan ‘Prostitutiebeleid Cromstrijen’, dd. 25 september 2001, stelt dat in beginsel een verbodsbepaling geldt t.o.v. het gebruiken van gronden, water en gebouwen als seksinrichting. Echter het college van B&W kent een wijzigingsbevoegdheid teneinde een seksinrichting, hetzij onder voorwaarden, toe te staan. Ook kent het college een wijzigingsbevoegdheid om, bij beëindiging van de seksinrichting, de oorspronkelijke bestemming weer terug te brengen. Een van de voorwaarden waaronder van de eerste bevoegdheid gebruik gemaakt kan worden, is dat de seksinrichting gevestigd wordt in een bestaand gebouw en dat de afstand van een seksinrichting tot een kerk en/of school ten minste 250 m, tot een woning tenminste 100 m en tot een bedrijfsgebouw tenminste 50 m bedraagt. Hiermee is het niet mogelijk in de bestemmingsplannen Buitensluis en Middelsluis een seksinrichting te vestigen, daar er geen bestaande locaties zijn die aan deze voorwaarden voldoen.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

27

4.

Beperkingen

4.1

Inleiding De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In verband met het actualiseren van het bestemmingsplan Buitensluis is onderzoek verricht naar de milieuaspecten die een rol kunnen spelen bij de afweging of bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen toegelaten kunnen worden. Dit zijn de milieuaspecten geluid, luchtkwaliteit, bedrijvigheid, externe veiligheid en bodem. Met deze gegevens wordt tevens een goed overzicht verkregen van de milieusituatie/kwaliteit van de plangebieden. In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar het gehele woongebied in Numansdorp. Naast het onderhavige plangebied "Middelsluis" omvat dit ook het gebied "Buitensluis". Voor de relevante wegen dient de 50 dB(A)-geluidscontouren te worden berekend. Op grond van een globale inventarisatie betreft dit de navolgende wegen (van noord naar zuid): - de route Rijksstraatweg / Burgemeester de Zeeuwstraat; - de Energieweg; - de Middelsluissedijk oostzijde; - de Hallinxweg; - de Middelweg; - de route Beneden Molendijk / Schuringsedijk.

Voor het wegverkeer op deze wegen is op grond van Standaardrekenmethode I, overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai, de ligging van de 50 dB(A)-geluidscontour bepaald. De resultaten van het onderzoek worden in paragraaf 4.3 weergegeven. Wat betreft de te verwachten (concrete) ontwikkelingen in het gebied Havenstraat en op de (voormalige) gemeentewerf zal naar verwachting een meer concreet geluidsonderzoek moeten plaatsvinden.

4.2

Wegverkeerslawaai Algemeen In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan “Buitensluis” binnen de gemeente Cromstrijen is akoestisch onderzoek uitgevoerd in verband met de relatie tussen de Wet geluidhinder (Wgh) en de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Door de Milieudienst ZuidHolland-Zuid (MZHZ) is aangegeven welke wegen van belang zijn in de gehele Hoekse Waard, waaronder de gemeente Cromstrijen.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

28

In en rondom het plangebied zijn de volgende wegen aangegeven door de MZHZ: - de route Burgemeester de Zeeuwstraat – Voorstraat) (4c, 4d en 4e); - de Wethouder van der Veldenweg (wegvakken 5c); - de Middelweg (wegvak 6); - de Hallinxweg (wegvak 7); - de Vlielanderstraat (wegvak 8); - de Molendijk (wegvak 9a en 9b). Beleidskader Conform artikel 74 Wgh bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De breedte van deze zone is zo bepaald dat er theoretisch buiten deze zone geen geluidsniveaus zullen optreden van meer dan 50 dB. De breedte van een onderzoekszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De Molendijk heeft een zone van 250 m (2 rijstroken, buitenstedelijk gebied), terwijl voor de overige wegen een zone van 200 m (2 rijstroken, stedelijk gebied) is aangehouden. Het plan bevat noch wijzigingsbevoegdheden noch uit te werken bestemmingen. Hierdoor is het niet mogelijk om in dit plan nieuwe woningen te realiseren. Via provinciaal beleid is het wel mogelijk om, buiten dit plan om, woningen te realiseren. Bij het positioneren van de woningen die op deze wijze worden gerealiseerd, dient rekening te worden gehouden met de berekende vrijeveld-geluidscontouren.

Wordt de nieuwe woning gepositioneerd in de zone waar de geluidsbelasting hoger is dan 48 dB dan dient er een hogere grenswaarde aan te worden gevraagd. Bouwt met de nieuwe woning in de zone waar de geluidsbelasting lager is dan 48 dB(A) dan is het aanvragen van een hogere grenswaarde niet nodig. De voorkeursgrenswaarde voor nieuw te bouwen geluidsgevoelige bebouwing (zoals woningen) binnen de onderzoekszones bedraagt 48 dB (artikel 82 gewijzigde Wgh). Gedeputeerde Staten kunnen overeenkomstig het “Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen” een hogere grenswaarde vaststellen. In het geval van nieuwe woningen in stedelijk gebied mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan 63 dB (artikel 83, lid 2 gewijzigde Wgh). Wegverkeersgegevens De wegverkeersgegevens zijn afkomstig van de MZHZ. Opgemerkt dient te worden dat de verkregen etmaalintensiteiten gelden voor het jaar 2006. Voor dit onderzoek zijn de etmaalintensiteiten gehanteerd voor het prognosejaar 2017, tien jaar na vaststelling van het plan. De autonome groei per jaar, in de periode van 2006 tot 2017 is voor alle onderzochte wegen gelijk. De autonome groei bedraagt 1,5% per jaar. Berekeningsmethode Voor het bepalen van de vrijeveld-geluidscontouren van de onderzochte wegen is gebruik gemaakt van Standaardrekenmethode II overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002.

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van het Geonoiserekenmodel, versie 5.3. Het gehanteerde rekenmodel is, evenals de wegverkeersgegevens, afkomstig van de MZHZ. Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

29

Berekeningsresultaten In de onderstaande tabel zijn voor alle onderzochte wegen de gemiddelde afstanden weergegeven en zijn gereduceerd conform artikel 110g gewijzigde Wgh. gemiddelde afstand ten noorden of ten westen van de weg [m]

gemiddelde afstand ten zuiden of ten oosten van de weg [m]

48 dB

63 dB

48 dB

63 dB

Burg. de Zeeuwstraat (wegvak 4c) Voorstraat (wegvak 4d) Voorstraat (wegvak 4e)

66 / 68 65 68

wegrand 6 wegrand

61 61 59

wegrand 7 wegrand

Weth. v/d Veldenweg (wegvak 5c)

33 / 37

-

plangrens / 32

-

Middelweg (wegvak 6)

-

-

26

-

Hallinxweg (wegvak 7)

-

-

18

-

Vlielanderstraat (wegvak 8)

48

-

48

-

Molendijk (wegvak 9b)

26

-

plangrens

-

Opgemerkt dient te worden dat bij het bepalen van de gemiddelde afstanden van de vrijeveldgeluidscontouren geen rekening is gehouden met de bestaande bebouwing. Er is wel rekening gehouden met verharde oppervlakten, zoals wegen en waterpartijen. Deze vrijeveldgeluidscontouren zijn dus de uiterste grenzen en hierdoor zullen de feitelijke geluidscontouren gunstiger uitpakken. De afwijkingen van de gemiddelde afstanden komen voort uit de ingevoerde verharde oppervlakten langs de onderzochte wegen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot belemmeringen. In de bijlage is een overzichtskaart opgenomen met geluidscontouren langs de onderzochte wegen. Rehobothlocatie De geluidbelasting van de nieuw te projecteren woningen binnen het project Rehoboth zijn getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Na toetsing bleek dat de geluidbelasting vanwege de Vlielanderstraat hoger is dan toegestaan. Dit is met name het geval voor de noordgevel van het gebouw blok A, waar de geluidbelasting 57 dB is en een deel van de westgevel (52 dB)- en oostgevel (51 dB) van het zelfde gebouw. Als gevolg hiervan is onderzoek uitgevoerd naar geluidreducerende maatregelen. Met een stille asfaltverharding van ZOAB op de Vlielanderstraat wordt de overschrijding geheel weggenomen. De toepassing van dit asfalt is echter relatief zeer kostbaar in verhouding tot het aantal nieuwe woningen.

Schermmaatregelen in deze stedelijke situatie zijn niet uitvoerbaar wegens de geringe afstand tot de weg.

Toelichting Bestemmingsplan "Buitensluis" 15 juli 2008

30

Omdat met het betreffende bouwplan een open plaats binnen de bestaande bebouwing wordt ingevuld, is voor de desbetreffende woningen in blok A op basis van het gestelde in het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen een hogere grenswaarde aangevraagd. Op 10 april 2007 stelden Gedeputeerde Staten de hogere grenswaarde vast op 57 dB(A). Op de overige wegen in het studiegebied Flohilstraat, Christinastraat en Margrietstraat geldt in de toekomst een 30 km/u regime waar formeel de Wet geluidhinder niet van kracht is. Toch zijn de geluidbelastingen hier onderzocht voor de goede ruimtelijke onderbouwing. De Flohilstraat en de Margrietstraat veroorzaken wel een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB maar geluidmaatregelen zijn niet verplicht. De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de rapportage Akoestisch onderzoek nieuwbouwlocatie Rehoboth, Numansdorp (Grontmij, 29 augustus 2005). Vervolgens is door Buro Wolf + Dikken een advies opgesteld inzake geluidwering gevels voor het onderhavige bouwplan. Dit op basis van het bovengenoemde akoestische onderzoek van Grontmij. In het advies van Buro Wolf + Dikken is aangegeven op welke wijze kan worden voldaan aan de eisen die gesteld zijn aan woonfuncties welke binnen een zone van een weg liggen, waarvan de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB.

Daartoe is de karakteristieke geluidwering (GA;k) berekend van alle geluidbelaste verblijfsgebieden en verblijfruimten. Opgemerkt wordt dat voor de supermarkt (winkelfunctie) geen eisen gelden betreffende wering van geluid van buiten. De supermarkt is om die reden niet in het advies meegenomen. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het computerprogramma BOA versie 3.2.0 van Dir Activity software en overeenkomstige NENnormen en standaarden. In het advies zijn aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de bouwtechnische gegevens en voor de benodigde akoestische voorzieningen. Daarbij is onder meer ingegaan op: - kier- en naaddichting; - gevels; - ventilatievoorziening; - beglazing; - panelen; met de bijbehorende bepalingen. De resultaten van het advies zijn opgenomen in de rapportage Advies geluidwering gevels locatie Rehoboth, Numansdorp (Wolf+Dikken adviseurs, 11 januari 2006). Daarnaast is door Buro Wolf+Dikken onderzocht op welke wijze de geluidbelasting van de supermarkt op de woningen zoveel mogelijk beperkt kan worden. Hiertoe is gebruik gemaakt van gangbare eisen ten aanzien van isolatie-index voor contactgeluiden die gesteld worden aan woonfuncties en winkelfuncties. Dit geldt ook ten aanzien van de eisen van galm. Dit heeft geresulteerd in een aantal maatregelen met betrekking tot het bouwplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13701713/1