B3 bp Laan van Heemstede naast nr. 60 Puttershoek april 2022 samengevoegd
Tekst van het document
4.8 Flora en fauna In het kader van de verscherpte natuurwetgeving (Wet natuurbescherming) dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Er is thans sprake van een nagenoeg onbebouwd perceel dat als grasland wordt gebruikt. Uit visuele inspectie blijkt dat er geen beschermde natuurlijke waarden aanwezig zijn. Er is ook geen sprake van aanwezigheid van een gebied dat onderdeel vormt van het Natuur Netwerk Nederland, Natura 2000 e.d. Het ten oosten gelegen NNN gebied wordt niet belast met deze ontwikkeling. Voor wat betreft de te saneren bebouwing, ter plaatse wordt de grond onbebouwd en daarmee toegankelijk voor dieren. De bestaande bebouwing is altijd intensief voor bedrijfsdoeleinden gebruikt en grotendeels voorzien van te openen delen. Er zullen daardoor geen beschermde dieren in de bebouwing aanwezig zijn. De kassen aan de Oud Bonaventurasedijk 83 te Maasdam zijn al gesloopt. Voor de bedrijfsgebouwen aan de Derde Kruisweg in ’s-Gravendeel en Strijen is een quick scan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Ecologische quick scan drie locaties Derde Kruisweg te ’s-Gravendeel en Strijen, VanderHelm Milieubeheer B.V., 30 april 2020, nr. GESG20200220).
- 33 -
Uit de ecologische quickscan blijkt dat ter plaatse van de (omgewaaide) schuur en de kas in ’s-Gravendeel geen zwaarder beschermde soorten worden verwacht waarnaar vervolgonderzoek noodzakelijk is. Ter plaatse van de stenen schuur in Strijen kan de aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten niet worden uitgesloten. Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden dient ter plaatse van deze stenen schuur te worden bepaald of zwaarder beschermde soorten (steenuil en kerkuil) binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn, middels een soortgericht onderzoek. Het nader onderzoek is inmiddels ook uitgevoerd (VanderHelm Milieubeheer B.V., 31 augustus 2020, nr. GESG20200405 ESO). Ter plaatse van de schuur langs de Derde Kruisweg te Strijen is een soortgericht onderzoek naar steenuilen en kerkuilen uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was het uitsluiten dan wel aantonen van nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van alle onderzochte soorten in het projectgebied. Vervolgens is bepaald of door de werkzaamheden sprake kan zijn van het overtreden van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen mogelijk noodzakelijk zijn. Op basis van het soortgericht onderzoek is het volgende geconcludeerd: Steenuil - In de omgeving van het projectgebied zijn geen steenuilen waargenomen.
- In het projectgebied zijn geen nesten, rustplaatsen of essentieel leefgebied van de steenuil vastgesteld. Kerkuil - In de omgeving van het projectgebied is een jagende kerkuil waargenomen. - In het projectgebied zijn geen nesten of essentieel leefgebied van de kerkuil vastgesteld. Dit betekent dat er geen ecologische vervolgstappen meer nodig zijn. Dit laat onverlet dat er niet tijdens het broedseizoen gesloopt moet worden en dat de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming in acht moet worden genomen. Uit de eerder genoemde ecologische quickscan blijkt verder, dat geen vervolgonderzoek nodig is naar effecten van de werkzaamheden op Natura 2000-gebieden, NNN en beschermd weidevogelgebied. Overigens heeft de ABRvS in rechtsoverweging 16.2 van de al gememoreerde uitspraak geoordeeld, dat de Wet natuurbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Vanwege recente jurisprudentie moet er ook aandacht worden besteed aan de vraag, of bij een ruimtelijke ontwikkeling er sprake zal zijn van een toename van stikstofdepositie in een Natura 2000 gebied.
- 34 -
In en rondom de gemeente Hoeksche Waard liggen de Natura 2000-gebieden Haringvliet, Hollands Diep, Oudeland van Strijen en Oude Maas. Deze Natura 2000-gebieden zijn niet stikstofgevoelig. Op enige afstand liggen de Biesbosch en Krammer-Volkerak. Die gebieden zijn wel stikstofgevoelig. Het plangebied ligt op meer dan 17 km van het Natura 2000 gebied Krammer-Volkerak en op meer dan 8 km van de Biesbosch. Uit het op onderzoek en praktijkervaring gebaseerde Stroomschema beoordeling WABOaanvragen (versie 5.0, 1 december 20209, OZHZ) blijkt, dat bij de bouw van niet meer dan 1 vrijstaande woning op een afstand van meer dan 3.200 m van stikstofgevoelig Natura2000 gebieden, er geen sprake zal zijn van toename van stikstofdepositie in die gebieden. Conclusie is, dat er geen frictie ontstaat met de natuurwetgeving op het terrein van stikstofdepositie.
plangebied
Figuur 4.2: Natura 2000 gebieden t.o.v. plangebied
Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat.
- 35 -
4.9 Geur Agrarische bedrijven veroorzaken in het algemeen geur vanwege de dierenverblijven, mestbassins en de productie en opslag van voer. Geur kan in de leefomgeving in meer of minder mate hinder veroorzaken en kan om die reden ook gezondheidsrisico's met zich meebrengen. De plangebieden liggen niet binnen een geurcirkel van enig in de omgeving aanwezig bedrijf.
4.10 Archeologische waarden en cultuurhistorie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992). Nederland heeft dit Verdrag ondertekend en goedgekeurd, waarbij de Erfgoedwet de nationale ‘vertaling’ is van het Europese cultuurhistorische beleid. De bescherming van het archeologische erfgoed is in de Erfgoedwet beschreven als een taak van de gemeente. Er dient binnen bestemmingsplannen en bij ruimtelijke onderbouwingen als de onderhavige, aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Uit het geldende bestemmingplan Landelijk Gebied Binnenmaas blijkt dat voor het plangebied aan de Laan van Heemstede te Puttershoek een middelhoge verwachting geldt voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Bij bodemingrepen waarbij er over een grotere oppervlakte dan 500 m2 grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. In dit plan gaat het om een oppervlakte van de één woning die ruim minder dan die 500 m2 zal bedragen. Om deze reden is geen archeologisch onderzoek vereist. De archeologische dubbelbestemmingen op de verschillende plangebieden wordt gehandhaafd. Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat.
4.11 Kabels en leidingen Binnen de plangebieden liggen wel diverse kabels en leidingen (nutsleidingen), doch deze zijn planologisch gezien niet relevant.
4.12 Verkeer Het woonperceel aan de Laan van Heemstede wordt ontsloten via die Laan van Heemstede. Het betreft een doodlopende weg die bestemd is voor de ontsluiting van enkele woningen/percelen. Door voorliggend bestemmingsplan komt daar één woning bij. Gelet op de aard en beperkte functie van de weg is het profiel ervan voldoende voor het bereiken van de woning, ook voor hulpdiensten.
- 36 -
Gedurende de bouw van de woning wordt een tijdelijke bouwweg aangelegd in het verlengde van de Laan van Heemstede. Bouwverkeer zal derhalve geen gebruik maken van het laatste gedeelte van de Laan van Heemstede. Er is sprake van een uit verkeerskundig oogpunt aanvaardbare situatie. De ABRvS heeft in rechtsoverweging 14.2 van de uitspraak van 24 april 2019 hetzelfde geconcludeerd. Op eigen terrein is er bij de woning voldoende ruimte voor het parkeren van ten minste 3 auto’s.
- 37 -
5. Juridische toetsing 5.1 Juridische planopzet Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Per 1 januari 2010 is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
5.2 Bestemmingswijzer 5.2.1. Inleidende regels. Begrippen (artikel 1) en Wijze van meten (artikel 2) De begrippen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen, worden in artikel 1 nader gedefinieerd. Bij toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel opgenomen definities van de begrippen. Naast begrippen zijn in het bestemmingsplan hoogte- en andere maten opgenomen die van belang zijn bij het bouwen van bouwwerken. Artikel 2 van de regels geeft een nadere omschrijving hoe de bedoelde maten gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels De bestemming ‘Agrarisch’ is gelijk aan de bestemming zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Binnenmaas’. De bestemming is van toepassing op het overblijvende perceel Oud Bonaventurasedijk 83 te Maasdam, de locatie Derde Kruisweg 1 te ’s-Gravendeel en de Derde Kruisweg (ong.) te Strijen. Het bestemmingsplan staat niet toe dat er op deze gronden bebouwing wordt opgericht. Binnen het plangebied is de bestemming 'Wonen – verspreide woningen' opgenomen.
De voor ‘Wonen – verspreide woningen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: - maximaal één woning per bestemmingsvlak; - maximale inhoud woning 877 m3 voor wat betreft de locatie Laan van Heemstede te Puttershoek en 775 m3 voor de locatie Oud-Bonaventurasedijk 83 te Maasdam; - mantelzorg in de woning; - aan huis verbonden beroepen, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning; - aan huis verbonden bedrijven, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning; - bed & breakfast in de woning en bijgebouwen. De woning aan de Laan van Heemstede te Puttershoek mag pas worden gebouwd als de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Oud-Bonaventurasedijk 83 te Maasdam, de Hoeksedijk 58 te Maasdam, de Derde Kruisweg 1 te ’s-Gravendeel en de Derde Kruisweg (ong.) te Strijen is gesloopt (de kassen aan de Oud-Bonaventurasedijk 83 te Maasdam zijn al gesloopt).
- 38 -
Tevens moet er sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting. In de regels is via een voorwaardelijke verplichting bepaald, dat voordat de woning aan de Laan van Heemstede in gebruik wordt genomen, het perceel landschappelijk worden ingepast met streekeigen beplanting, overeenkomstig het uitgewerkte landschappelijke tuinontwerp dat als bijlage bij zowel de regels als de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. Gelet op de gedetailleerdheid van het tuinontwerp en de in de regels aangebrachte juridische koppeling, is er voldoende zekerheid over de landschappelijke inpassing van de woning. Deze landschappelijke inpassing moet ook in stand worden gehouden. Daarnaast wordt er een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1' opgenomen, dit ter bescherming van de archeologische waarden in het gebied. 5.2.3 Algemene regels. Antidubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Kortweg komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene bouwregels. Naast de bouwregels die opgenomen zijn in hoofdstuk 2 van de planregels, gelden er aanvullende algemene bouwregels. De algemene bouwregels hebben betrekking op alle bestemmingen die binnen dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Algemene gebruiksregels. In dit artikel staat omschreven wat binnen de bestemmingsregeling, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, onder strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels. Dit artikel is opgenomen om ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan met een algemene bevoegdheid mogelijk te maken. De regeling voorziet in een duidelijke begrenzing van het toepasbaar bereik van de afwijking. Overgangsrecht. Het overgangsrecht ten aanzien van het bouwen staat verwoord in artikel 21.1 Wro. Dit artikel is, rekening houdend met de terminologie uit de Wabo, één op één overgenomen in dit bestemmingsplan.
Een bouwwerk dat op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt aanwezig is, dan wel planologisch mogelijk is en afwijkt van het plan, mag gedeeltelijk worden vernieuwd, veranderd of in het geval van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd.
- 39 -
De aard van het gebouw mag hierbij niet veranderen en ook mag de omvang niet worden vergroot. Eventuele uitbreiding is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. Het voorgaande geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het moment van inwerkingtreding van het maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het hiervoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan. Het tweede lid gaat in op het gebruik van (on)bebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Ander strijdig gebruik is niet toegestaan. Slotregel. Het laatste artikel van het bestemmingsplan betreft de slotregel, waarin de naam, zoals de regels aangehaald kunnen worden, is opgenomen.
5.3 Handhaving De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan. Bij de opstelling van de bouwregels is de bestemmingsplansystematiek van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas in acht genomen.
- 40 -
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het bouwplan omvat de herinrichting van een agrarisch gebied met gebruikmaking van de ruimte voor ruimte regeling. De plangebieden liggen in het landelijk gebied van Puttershoek, Maasdam, ’s-Gravendeel en Strijen (alle gemeente Hoeksche Waard). Met de initiatiefnemer is een zogenaamde anterieure exploitatieovereenkomst afgesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro te worden vastgesteld. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening zal er met de betrokken maatschappelijke instanties vooroverleg worden gevoerd.
- 41 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Bro is overleg gevoerd met de overheidsinstanties. De overheidsinstanties hebben afgezien om een reactie in te dienen. Gesteld kan worden dat de belangen van de overheidsinstanties niet geschaad zullen worden. 7.2 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 14 oktober tot en met 24 november 2021voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn drie zienswijzen ontvangen. In de Nota beantwoording zienswijzen is op deze zienswijzen ingegaan. De zienswijzen hebben gedeeltelijk aanleiding geven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. De aanpassing heeft betrekking op het toevoegen van de volledige landschappelijke inpassing in de bijlagen van de plantoelichting en de regels van het bestemmingsplan.
- 42 -
Bestemmingsplan ‘Bouw woning Laan van Heemstede (naast 60), Puttershoek´ gemeente Hoeksche Waard Regels
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Agrarisch met waarden Artikel 5 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Artikel 6 Wonen – Verspreide woningen Artikel 7 Leiding - Olie Artikel 8 Waarde – archeologische verwachting middelhoog 1 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene bouwregels Artikel 11 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen Artikel 12 Algemene gebruiksregels Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht Artikel 16 Slotregel Bijlagen: 1. Tuinontwerp en landschappelijke inpassing woning Laan van Heemstede d.d. 12 juli 2018 met bijlagen 2. Landschappelijke analyse Laan van Heemstede naast nr. 60 (Bosch Slabbers landschapsarchitecten, mei 2021, BS20-129)
3. Staat van bedrijfsactiviteiten
1
HOOFDSTUK 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan ´Bouw woning Laan van Heemstede (naast 60), Puttershoek´ met identificatienummer NL.IMRO.1963. BPPTHLvHstede21-VG01 van de gemeente Hoeksche Waard; 1.2 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten met bijbehorende regels; 1.3 verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aanduidingsvlak een vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.8 aan huis verbonden bedrijf een kleinschalig bedrijf dat wordt uitgeoefend door de gebruiker van een woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt, dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is en dat geen onevenredige hinder
oplevert voor het woon- en leefmilieu, niet zijnde horeca of detailhandel, met uitzondering van beperkte verkoop ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf; 2
1.9 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op maatschappelijk, juridisch, administratief, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat wordt uitgeoefend door de gebruiker van een woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt, en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, niet zijnde horeca of detailhandel, met uitzondering van beperkte verkoop ten behoeve van het aan huis verbonden beroep; 1.10 achtererf gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen; 1.11 afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.12 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, glastuinbouwbedrijven daarvan uitgezonderd; 1.13 agrarisch hulpbedrijf een bedrijf in hoofdzaak gericht op werkzaamheden ten dienste van agrarische bedrijven of agrarische bodemexploitatie door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden uitgezonderd mestbewerking. Hieronder worden in ieder geval verstaan: grootveedierenklinieken; KI-stations; mestopslag- en mesthandels-bedrijven (excl.
mestverwerking); agrarisch-loonwerkbedrijven; verhuur- en/of reparatiebedrijven van landbouwwerktuigen; vee-overslag-, veetransport- en/of veehandelsbedrijven; opslag-, overslag-, voorbewerkings- en/of groothandelsbedrijven in akker- en tuinbouwgewassen; 1.14 agrarisch verwant bedrijf een bedrijf of instelling in hoofdzaak gericht op werkzaamheden ten dienste van particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden uitgezonderd mestbewerking. Hieronder worden in ieder geval verstaan: dierenklinieken, dierenasiels, hondenkennels, paardenstalhouderijen, paardenafricht-/trainingsbedrijven, hoveniersbedrijven, groencomposteringsbedrijven, proefbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs; 1.15 andere geluidsgevoelige gebouwen gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 3
1.16 archeologisch onderzoek diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie; 1.17 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.18 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.19 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.20 bed & breakfast een logiesaccommodatie met maximaal 10 personen op basis van het Besluit omgevingsrecht; het heeft maximaal 7 kamers of zoveel als aangegeven in het bestemmingsplan; 1.21 bedrijf een onderneming die is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.22 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.23 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.24 beperkt kwetsbaar object a.
verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. dienst- en bedrijfswoningen van derden; c. kantoorgebouwen, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object, onder c, vallen;
4
d. hotels en restaurants, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object, onder c, vallen; e. winkels, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object, onder c, vallen; f. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; g. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object, onder d, vallen; h. bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object, onder c, vallen i. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en j. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; 1.25 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan: 1. bestaat, of; 2. wordt gebouwd, of; 3.
nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; mits het bouwwerk in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.26 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.27 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.28 Bevi bedrijven bedrijven als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
5
1.29 bijgebouw een niet voor bewoning bestemd vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat bouwkundig ondergeschikt en functioneel dienstbaar is aan een binnen hetzelfde bestemmingsvlak staande woning; 1.30 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.31 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.32 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.33 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.34 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.35 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.36 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.37 dagrecreatie recreatie zonder nachtverblijf, zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen;
6
1.38 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of ter plaatse leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.39 (medische) dienstverlening bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van (medische) diensten aan derden, waaronder zijn begrepen tandarts-, dokter en fysiotherapie praktijken en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen; 1.40 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.41 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.42 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.43 extensief dagrecreatief medegebruik / extensieve dagrecreatie recreatief medegebruik van gronden, dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen; 1.44 garage bouwwerk dat bedoeld is voor stallingsruimten voor
vervoersmiddelen en de berging van niet voor handel en distributie bestemde goederen; 1.45 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.46 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;
7
1.47 geluidsbelasting vanwege een industrieterrein de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein, het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet begrepen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.48 geluidsgevoelige terreinen geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.49 glastuinbouwbedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waarbij de productie (nagenoeg) volledig plaatsvindt in kassen; 1.50 grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat voor de bedrijfsvoering geheel of hoofdzakelijk gebruik maakt van de grond als agrarisch productiemiddel in de vorm van akkerbouw, veeteelt, tuinbouw, bosbouw en/of melkveehouderij; 1.51 grondwaterpeil bovenste niveau van het water dat zich in de bodem bevindt; 1.52 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.53 horeca een bedrijf waar hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en
openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.54 intensieve veehouderij een agrarisch bedrijf of een deel daarvan waar ten minste 250 m2 aan bedrijfsvloeroppervlak aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij volgens de Wet milieubeheer voor het houden van dieren, waarbij dit houden van dieren geheel of nagenoeg geheel plaatsvindt in bebouwing. Het biologisch houden van dieren en het houden van melkrundvee, schapen en paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij;
8
1.55 kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.56 kas een bedrijfsgebouw, waarvan de wanden en het dak hoofdzakelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dat dient tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot het beschermen van de omgeving tegen milieubelastende stoffen; 1.57 kleinschalig kamperen het houden van een kampeerterrein voor ten hoogste 25 kampeermiddelen; 1.58 kwetsbaar object a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens als bedoeld in het begrip beperkt kwetsbaar object, onder a; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c.
gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object, of 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; 1.59 landschapswaarden de aan een gebied toegekende waarden in visueelruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch opzicht;
9
1.60 ligplaats een ligplaats als bedoeld in artikel 1 onder b van de Woonbotenverordening 2009, zoals deze geldt op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan; 1.61 maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak; 1.62 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.63 manege een bedrijf dat op eigen terrein binnen en/of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport; 1.64 mantelzorg het bieden van zorg in een woning aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.65 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.66 natuurwaarden de aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden; 1.67 nevenactiviteit een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat; 1.68 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.69 omgevingsvergunning een
vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.70 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 10
1.71 omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder b van de Wet ruimtelijke ordening; 1.72 paardenhouderij een bedrijf dat is gericht op het houden, stallen of africhten van paarden, alsmede de handel in paarden; 1.73 permanente bewoning het gebruik van een recreatiewoning of kampeermiddel door eenzelfde persoon of groep van personen als feitelijk hoofdverblijf, in die zin dat deze persoon of groep van personen binnen een aaneengesloten periode van een jaar meer dan 240 overnachtingen in de recreatiewoning maakt; 1.74 prostitutiebedrijf een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd, dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie; prostitutie is het tegen betaling hebben van seksuele omgang met anderen op een naar buiten toe kenbare wijze; 1.75 recreatiewoning een gebouw, niet zijnde een stacaravan, dat dient voor periodiek recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.76 relatie Daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak.
1.77 seks- en/of pornobedrijf een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard, waaronder mede wordt begrepen: a. seksbioscoop: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; b. seksclub: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard; c. seksautomaat: een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van filmen/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; 11
d. sekswinkel: een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker; 1.78 staat van bedrijfsactiviteiten een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.79 stacaravan een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen dat, mede gelet op de afmeting, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.80 (straat)peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst of ten hoogste 5 m uit de weggrens is gelegen: de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld maar niet hoger dan de kruin van de weg het meest nabij het bouwwerk gelegen; c.
indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water, in het peilbesluit vastgestelde peil, grenst aan het vaste land; 1.81 trekkershut een houten gebouw met slaap- en kookgelegenheid bestemd voor recreatief nachtverblijf; 1.82 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.83 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.84 verblijfsrecreatie recreatief verblijf op een daartoe bestemd terrein dan wel in een daartoe bedoeld gebouw of kampeermiddel; 12
1.85 volwaardig agrarisch bedrijf / glastuinbouwbedrijf een agrarisch bedrijf/glastuinbouwbedrijf met de omvang van tenminste één volwaardige arbeidskracht, dat voldoende bestaansmogelijkheden biedt om duurzaam bij wijze van hoofdberoep te worden uitgeoefend; 1.86 voorerf gedeelte van een erf dat aan de voorkant (voor de voorgevel) van het gebouw is gelegen; 1.87 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt, dan wel de gevel naar die weg die volgens het straatnamenregister bepalend is voor de adressering; 1.88 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.89 woning een (gedeelte) van een gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden; 1.90 woonboot een woonboot c.q. woonschip als bedoeld in artikel 1 onder a van de Woonbotenverordening 2009, zoals deze geldt op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan;
13
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 algemeen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: de afstand tot een grens tussen de grens een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q.
de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. verticale diepte van een ondergronds bouwwerk van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk. 2.2 inhoud van (bedrijfs)woningen Bij de bepaling van de inhoud van (bedrijfs)woningen worden ondergrondse bouwwerken niet meegerekend.
14
2.3 ondergeschikte bouwonderdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.4 dakkapellen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen wordt de goothoogte van een dakkapel buiten beschouwing gelaten mits de dakkapel voldoet aan de volgende eisen: a. b. c. d. e. f.
zijwanden ondoorzichtig; hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder dan 1,5 m; onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; bovenzijde meer dan 0,5 onder de daknok; zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak, en niet gebouwd op een woning of woongebouw gebouwd met een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op een woonwagen of op een woning of woongebouw die niet voor permanente bewoning is bestemd.
2.5 meten Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.
15
HOOFDSTUK 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. de bestaande legale paardenbakken; c. de bestaande legale kleinschalige kampeerterreinen; d. de bescherming van de openheid van het landschap; e. extensieve dagrecreatie; f. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; g. hobbymatig houden van dieren met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.
3.2 Bouwregels a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 m, met dien verstande dat regenkappen, boog- en tunnelkassen niet zijn toegestaan.
16
Artikel 4 Agrarisch met waarden 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de bescherming van landschapswaarde ‘openheid’ ter plaatse van de aanduiding openheid; b. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; 4.2 Bouwregels b. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 m, met dien verstande dat regenkappen, boog- en tunnelkassen niet zijn toegestaan.
17
Artikel 5 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van: 1. de in het gebied voorkomende landschapswaarden in de vorm van het contrast tussen open agrarisch gebied en de meer verdichte dijken, de herkenbaarheid van het landschap door de bochtige dijken met bebouwing/beplanting en de rationele, rechte verkaveling hierbinnen; 2. de in dit gebied voorkomende cultuurhistorische waarden in de vorm van de historische bebouwing en het ontginningspatroon; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. 5.2 Bouwregels a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 m, met dien verstande dat regenkappen, boog- en tunnelkassen niet zijn toegestaan.
18
Artikel 6 Wonen – Verspreide woningen 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen – Verspreide woningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maximaal één woning per bestemmingsvlak; b. mantelzorg in de woning; c. aan huis verbonden beroepen, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning; d. aan huis verbonden bedrijven, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning in categorie 1 en 2 van de bij dit bestemmingsplan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 3), dan wel daarmee naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbare bedrijfsactiviteiten; e. bed & breakfast in de woningen en bijgebouwen; een en ander met bijhorende bouwwerken en voorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Toegestane bouwwerken Uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan: a. ter plaatse van bestemmingsvlakken zonder bouwvlak is één woning met bijgebouwen per bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat: 1. herbouw van een woning uitsluitend is toegestaan op de bestaande locatie binnen het bestemmingsvlak; 2. de inhoud van een woning met bijgebouwen gezamenlijk maximaal 775 m3 bedraagt; 3. de goothoogte van woningen maximaal 6 m bedraagt; 4.
de bouwhoogte van woningen maximaal 9 m bedraagt; 5. bijgebouwen niet voor de voorgevelrooilijn van woningen mogen worden gebouwd; 6. de goothoogte van bijgebouwen bij woningen maximaal 3 m bedraagt; 7. de bouwhoogte van bijgebouwen bij woningen maximaal 6 m bedraagt.
19
b. ter plaatse van bestemmingsvlakken met bouwvlak is één woning met bijgebouwen per bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat: 1. gebouwen moeten worden gebouwd binnen het bouwvlak; 2. de inhoud van een woning met bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume' ten hoogste het aangegeven volume bedraagt; 3. de goothoogte en de bouwhoogte van woningen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte, maximum bouwhoogte’ aangegeven goothoogte en bouwhoogte; 4. bijgebouwen niet voor de voorgevelrooilijn van woningen mogen worden gebouwd; 5. de goothoogte van bijgebouwen maximaal 3 m bedraagt dan wel de bestaande grotere goothoogte; 6. de bouwhoogte van bijgebouwen maximaal 6 m bedraagt dan wel de bestaande grotere bouwhoogte; c.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 2 m, met dien verstande dat indien binnen het bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven de erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m mag bedragen.
6.2.2 Voorwaardelijke verplichting a. Voordat ter plaatse van de bestemming ‘Wonen – Verspreide woningen’ aan de Laan van Heemstede mag worden gebouwd moet de agrarische bedrijfsbebouwing op de percelen Oud-Bonaventurasedijk 83 te Maasdam, Hoeksedijk 58 te Maasdam (227 m2), Derde Kruisweg 1 te ’s-Gravendeel en Derde Kruisweg (ong.) te Strijen, zijn verwijderd. b. Voordat de woning aan de Laan van Heemstede in gebruik wordt genomen moet het perceel ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing zijn ingericht en als zodanig in stand worden gehouden conform de eisen zoals opgenomen in het landschappelijke tuinontwerp dat als bijlage 1. bij deze regels is opgenomen. c. De woning aan de Laan van Heemstede moet voldoen aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 2 Landschappelijke analyse Laan van Heemstede naast nr. 60 (Bosch Slabbers landschapsarchitecten, mei 2021, BS20-129).
20
6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1 Herbouw woning Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 sub a onder 1 voor de herbouw van een woning op een andere dan de bestaande locatie, met inachtneming van tenminste de volgende voorwaarden: a. de nieuwe locatie moet in stedenbouwkundig, ruimtelijk, milieuhygiënisch en/of verkeerstechnisch opzicht een verbetering ten opzichte van de oude locatie vormen; b. er moet zekerheid bestaan omtrent het afbreken van de bestaande woning; c. de herbouw dient qua verschijningsvorm aan te sluiten op de bouwvorm van de streekeigen bebouwing en op het landelijk karakter van het gebied; d. er dient sprake te zijn van een goede streekeigen landschappelijke inpassing; e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels 6.5.1 Mantelzorg Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van mantelzorg in bestaande bijgebouwen bij een woning dan wel het toestaan van extra aan- of uitbouwen of vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van mantelzorg, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de noodzaak van de mantelzorg dient te worden aangetoond; b.
de oppervlakte aan extra gebouwen bedraagt maximaal 75 m2 en de bouwhoogte maximaal 3,5 m; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 6.5.2 Bed & breakfast in bijgebouwen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van bed & breakfast in bijgebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de betreffende gebouwen vertonen een duidelijke ruimtelijke samenhang met het hoofdgebouw;
21
b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
6.5.3 Paardenbakken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van paardenbakken, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de afstand tot woningen van derden bedraagt minimaal 30 m; b. het realiseren van een paardenbak leidt niet tot een doorbreking van de hoofdstructuur in de verkaveling; c. de oppervlakte bedraagt maximaal 800 m2; d. lichtmasten zijn niet toegestaan; e. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1,75 m; f. er dient sprake te zijn van een goede streekeigen landschappelijke inpassing; g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 6.5.4 Kleinschalig kamperen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van een kleinschalige kampeerterrein, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van een kleinschalig kampeerterrein bedraagt maximaal 0,5 ha; b. het aantal standplaatsen per kleinschalig kampeerterrein bedraagt maximaal 25; c. aan de omgevingsvergunning wordt de voorwaarde verbonden dat het kleinschalig kampeerterrein buiten de periode van 15 maart tot 1 november is ontruimd; d.
er dient sprake te zijn van een goede streekeigen landschappelijke inpassing; e. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
22
Artikel 7 Leiding - Olie 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Olie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een ondergrondse pijpleiding voor het transport van olie; b. het beheer en onderhoud van de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. 7.2.2 Gebouwen Uitsluitend gebouwen ten behoeve van het leidingbeheer mogen worden gebouwd met per gebouw een oppervlakte van maximaal 40 m2. 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijn de bedraagt maximaal 3 m. 7.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de leidingbeheerder. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 7.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; 23
d. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen; e. het aanbrengen, verwijderen of herstellen van ondergrondse leidingen of drainage; f. het aanbrengen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; g. het aanbrengen van oeverbeschoeiing; h. het indrijven van voorwerpen in de bodem; i. het al dan niet tijdelijk opslaan van grond en/of goederen; j. het plaatsen van voorzieningen zoals o.a. tenten voor (incidentele) activiteiten, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals, stads- en/of regionale promotionele activiteiten; 7.4.2 Toetsingscriterium Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 7.4.3 Advies leidingbeheerder Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder.
7.4.4 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijde, of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.
24
Artikel 8 Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 8.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen worden gebouwd ten behoeve van aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 8.3 Afwijken van de bouwregels 8.3.1 Afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 8.3.2 Uitzonderingen Afwijking als bedoeld in artikel 8.3.1 is niet vereist, indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; c. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 500 m2.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 8.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodemverlagen of afgraven van gronden; het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m vanaf maaiveld; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 25
f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies. 8.4.2 Toetsingscriterium Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 8.4.3 Uitzonderingen Het in artikel 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 500 m2 en niet dieper dan 0,3 m vanaf het maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; e. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
8.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het verwijderen van de bestemming Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit mogelijk is.
26
HOOFDSTUK 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
27
Artikel 10 Algemene bouwregels 10.1 Bestaande afmetingen In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 10.2 Bestaande afstanden In die gevallen dat de bestaande afstand van een bouwwerk tot enige op de verbeelding of in de regels aangegeven lijn dan wel tot een ander bouwwerk, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 10.3 Bestaande percentages In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
28
Artikel 11 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen Ondergrondse ruimten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van bovengrondse bebouwing, tenzij in de bouwregels van de betreffende bestemming anders is bepaald. Op het bouwen van ondergrondse bouwwerken zijn de aanduidingen op de verbeelding en de bouwregels van het plan op overeenkomstige wijze van toepassing, met dien verstande dat: a. de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer bedraagt dan 3 m beneden peil; b. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk dat in gebruik is als rioolgemaal niet meer bedraagt dan 6 m beneden peil.
29
Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden voor opslag van mest in mestzakken of in andere opslagmiddelen, niet zijnde een bouwwerk, anders dan als opslag voor normaal gebruik binnen het agrarisch bouwvlak d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, anders dan de regels van de bestemmingen toestaan; e. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; f. een gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie, anders dan de regels van de bestemmingen toestaan; g. het gebruik van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclame-uitingen, anders dan voor de eigen bedrijfsvoering of de verkoop van eigen producten; h. een gebruik van recreatiewoningen en stacaravans ten behoeve van permanente bewoning.