Akoestisch onderzoek Fazant 5 Maasdam - Bijlage 2a. Akoestisch onderzoek Fazant 5 Maasdam
Tekst van het document
Akoestisch onderzoek Nieuwbouwplan Fazant 5 te Maasdam
Akoestisch onderzoek Nieuwbouwplan Fazant 5 te Maasdam
Projectnummer
: VL.2183.R01
Revisie
:4
Rapportdatum
: 7 maart 2023
Auteur
:xx
Opdrachtgever
: HW Wonen Postbus 1502 3260 BAOud-Beijerland
Contactpersoon
: De heer xxj (HW Wonen) De heer xx (R3)
Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165-544833 M: 06-10078854 E: info@kraaijbv.nl
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2
WETTELIJK KADER ..................................................................................................................................... 6 2.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 6 2.2 WEGVERKEERSLAWAAI.................................................................................................................................... 6 2.2.1 Nieuwe situaties ................................................................................................................................ 7 2.2.2 30 km/u wegen .................................................................................................................................. 7 2.3 REKEN- EN MEETVOORSCHRIFT GELUID 2012...................................................................................................... 8 2.4 CUMULATIE .................................................................................................................................................. 8 2.5 GEMEENTELIJK GELUIDBELEID ........................................................................................................................... 9
3
UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING ............................................................................... 11 3.1 3.2 3.3 3.4
4
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 11 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 12 REKENMETHODE .......................................................................................................................................... 14 MODELLERING ............................................................................................................................................ 14
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING GELUIDBELASTING ...................................................................... 16 4.1 GELUIDBELASTING VANWEGE DE GELUIDGEZONEERDE WEGEN .............................................................................. 16 4.1.1 N217 (Rondweg) .............................................................................................................................. 16 4.1.2 ‘s-Gravendeelseweg ......................................................................................................................... 17 4.2 GELUIDBELASTING VANWEGE DE NIET GELUIDGEZONEERDE WEG ........................................................................... 17 4.3 CUMULATIE GELUID VANWEGE WEGVERKEERSLAWAAI ......................................................................................... 18
5
CONCLUSIE GELUIDBELASTING ................................................................................................................ 20 5.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 20 5.2 TOETSING AAN WET GELUIDHINDER ................................................................................................................ 20 5.2.1 N217 (Rondweg) .............................................................................................................................. 20 5.2.2 ‘s-Gravendeelseweg ......................................................................................................................... 21 5.2.3 Cumulatie......................................................................................................................................... 21 5.3 AKOESTISCH WOON- EN LEEFKLIMAAT/ GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING.................................................................. 21
6
MAATREGELENONDERZOEK .................................................................................................................... 22 6.1 6.2 6.3
BRONMAATREGELEN .................................................................................................................................... 22 OVERDRACHTSMAATREGELEN......................................................................................................................... 22 MAATREGELEN BIJ DE ONTVANGER/TOETS BOUWBESLUIT .................................................................................... 22
7
GEMEENTELIJK GELUIDBELEID GOEDE RUIMTELIJK ORDENING ............................................................... 24
8
SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 25
9
MUZIEKGELUID VANUIT SPORTKANTINE ................................................................................................. 26 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6
GELUIDNORM ............................................................................................................................................. 26 UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK ...................................................................................................................... 26 GELUIDMETINGEN ........................................................................................................................................ 26 MODELLERING BEREKENING GELUIDBELASTING .................................................................................................. 27 REKENRESULTATEN....................................................................................................................................... 28 CONCLUSIE EN ADVIES................................................................................................................................... 29
VL.2183.R01.rev4
pagina 3
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
Bijlagen
Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII Bijlage IX Bijlage X
Figuren
Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3
VL.2183.R01.rev4
: : : : : : : : : :
Verkeersgegevens (Provincie Zuid-Holland en gemeente Hoeksche Waard) Modelgegevens Rekenresultaten vanwege de N217 Rekenresultaten vanwege de ’s-Gravendeelseweg Rekenresultaten vanwege de Fazant (30 km/u) Rekenresultaten na cumulatie van geluid vanwege wegverkeerslawaai Meetresultaten sportcafé Modelgegevens berekening geluidbelasting sportcafé Rekenresultaten Rekenresultaten met advies geluidisolatie
: : :
Overzicht modellering Weergave ligging toetspunten Modellering berekening geluidbelasting sportcafé op bestaande woningen
pagina 4
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
1
INLEIDING
In opdracht van HW Wonen en in samenwerking met Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de gevels van een nieuw gebouw voor elf appartementen. Het nieuwbouwplan vindt plaats op het perceel aan de Fazant 5 in Maasdam, gemeente Hoeksche Waard. De huidige bebouwing, een voormalig schoolgebouw, wordt verwijderd om het nieuwbouwplan op de vrijkomende ruimte mogelijk te maken. Om het nieuwbouwplan mogelijk te maken, dient de huidige maatschappelijke bestemming van het kavel te worden omgezet naar een woonbestemming. Hiervoor dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Op basis van de Wet geluidhinder moet bij het wijzigen van een bestemmingsplan de geluidbelasting op nieuwe bestemmingen, welke binnen de geluidzone van een (spoor)weg of industrieterrein zijn gelegen, worden bepaald. De berekende geluidbelasting wordt daarbij getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh). Het nieuwbouwplan ligt binnen de geluidzone van de N217 (Rondweg), welke ten noordoosten van het plan is gelegen en nog net binnen de geluidzone van de ‘s-Gravendeelseweg, ten zuidwesten van het plan gelegen. De planlocatie bevindt zich niet binnen de zone van een industrieterrein of spoorweg.
Voor de woonstraten die tussen de twee gezoneerde wegen zijn gelegen en dus ook in de directe omgeving van de planlocatie, geldt een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk de geluidbelasting van dergelijke wegen te beschouwen als de geluidbelasting vanwege deze wegen relevant geacht wordt voor de beoogde ontwikkeling. In voorliggende situatie is dit, gezien de ligging van de 30 km/u wegen ten opzichte van de planlocatie, alleen mogelijk het geval voor de Fazant. Deze 30 km/u weg is daarom zekerheidshalve meegenomen in onderhavig onderzoek. Het akoestisch onderzoek maakt dus onderdeel uit van de wijzigingsprocedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en deze vanwege de gezoneerde wegen te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast zal, door middel van een aanvullende (cumulatie)berekening, het geluid vanwege wegverkeerslawaai (inclusief de 30 km/u weg) kwalitatief worden beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening.
Voor onderhavig onderzoek is gebruikt gemaakt van de volgende informatie: • Digitale ondergrond van het onderzoeksgebied, gedownload via de website van het kadaster/Georegister; • Globale situatietekening van het nieuwbouwplan, aangeleverd door R3; • Google Earth/Google Streetview; • AHN-viewer; • Ruimtelijke plannen; • Dataset BGT met panden en bodemgebieden, gedownload van PDOK/BGT- download viewer; • Verkeersgegevens N217, aangeleverd door de Provincie Zuid-Holland; • Verkeersgegevens ’s-Gravendeelseweg, aangeleverd door de gemeente Hoeksche Waard; • CROW-Publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren” t.b.v. schatting intensiteit Fazant. De genoemde geluidbelastingen in dit rapport zijn inclusief aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder, tenzij anders is vermeld. Deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt ingegaan op het wettelijk kader. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten voor de berekening van de geluidbelasting uiteengezet. Hoofdstuk 4 geeft de rekenresultaten en de beoordeling daarvan weer en tot slot wordt in hoofdstuk 5 de conclusie van het onderzoek weergegeven. Omdat de voorkeursgrenswaarden worden overschreden is in hoofdstuk 6 een maatregelenonderzoek opgenomen.
Hoofdstuk 7 omvat de toetsing van de berekeningsresultaten aan het gemeentelijk beleid. Tenslotte zijn alle resultaten en conclusies in hoofdstuk 8 samengevat. Hoofdstuk 9 bevat de onderzoeksresultaten van muziekgeluid vanuit de sportkantine op het plan.
VL.2183.R01.rev4
pagina 5
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
2
WETTELIJK KADER 2.1
Algemeen
De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een industrieterrein, weg of spoorweg, zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegverkeerslawaai is hoofdstuk VI van de Wgh van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidszone. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen (o.a. woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen in het water, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen). In artikel 1 en artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a.
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in de NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
b.
Daarnaast gelden voor de verschillende geluidgevoelige ruimten in de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidbelasting binnen deze ruimten. 2.2
Wegverkeerslawaai
De regels en normen die gelden voor wegverkeerslawaai zijn opgenomen in hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder (Wgh) gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 “Omvang geluidzones” van genoemd hoofdstuk. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidzone, met uitzondering van de volgende wegen: 1. 2.
wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk 1 of buitenstedelijk 2 gebied en van het aantal rijstroken. De afstanden, genoemd in artikel 74, eerste lid, worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.
1 Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI
(“Wegen”) van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 2 Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
VL.2183.R01.rev4
pagina 6
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
In onderstaande tabel staan de zones langs wegen weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedtes wegen Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken
Zone in stedelijk gebied 200 meter
Zone in buitenstedelijk gebied 250 meter
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. In het onderzoeksgebied ligt de provinciale weg N217 (Rondweg) ten noordoosten van de planlocatie en de ’sGravendeelseweg ten zuidwesten van de planlocatie. Beide wegen hebben een geluidzone op grond van de Wgh en bestaan grotendeels uit twee rijstroken. De N217 ligt echter in buitenstedelijk gebied en de ’s-Gravendeelseweg in stedelijk gebied. De zonebreedte van de N217 bedraagt daarom 250 meter en van de ’s-Gravendeelseweg 200 meter. De planlocatie ligt op een afstand van circa 60 – 115 meter van de rand van de N217 en daarmee geheel binnen de geluidzone van deze weg. De afstand van de planlocatie tot de ’s-Gravendeelseweg bedraagt circa 160 – 215 meter. Daarmee ligt de planlocatie dus weliswaar aan de rand van de geluidzone van deze weg, maar nog wel deels binnen de geluidzone. Er dient dus vanwege zowel de N217 als de ‘s-Gravendeelseweg getoetst te worden aan de normen van de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies.
De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: • • •
afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 87i); afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).
Voor onderhavige situatie is de afdeling 2 van toepassing. 2.2.1 Nieuwe situaties Conform de Wet geluidhinder worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de waarden van de geluidbelasting van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, in acht genomen. Op grond van artikel 82 bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB. In afwijking hierop kan op grond van de artikelen 83 tot en met 85 een hogere waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor woningen in buitenstedelijk gebied de 53 dB niet te boven mag gaan en voor woningen in stedelijk gebied de 63 dB niet te boven mag gaan. In onderhavige situatie is de planlocatie binnen de bebouwde kom van Maasdam gelegen en is voor de toetsing uitgegaan van een ontheffingswaarde van maximaal 63 dB. Ondanks dat de N217 in buitenstedelijk gebied ligt, betreft deze weg geen auto(snel)weg en dient voor de toetsing dus uitgegaan worden van een planlocatie in stedelijk gebied. 2.2.2 30 km/u wegen De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u-wegen, omdat er aldaar geen zones gelden. Deze wegen veroorzaken meestal geen geluidbelastingen boven de voorkeurswaarde. Dat kan wel voor komen bij een klinkerweg of een weg met relatief veel verkeer.
In de jurisprudentie is om deze reden bepaald dat
VL.2183.R01.rev4
pagina 7
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
een akoestische afweging bij het opstellen van een ruimtelijk plan nodig is met een verwijzing naar een goede ruimtelijke ordening. In onderhavige situatie ligt de planlocatie direct aan de Fazant. Deze erftoegangsweg wordt hoofdzakelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer en heeft een relatief lage verkeersintensiteit, maar wel een klinkerverharding. De Fazant is daarom, in het kader van de beoordeling voor de goede ruimtelijke ordening, in het akoestisch onderzoek meegenomen. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wgh als maximaal aanvaardbare waarde. Hierbij zal, in lijn met de Wgh, eveneens een aftrek van 5 dB worden toegepast. 2.3
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012
Met ingang van 20 mei 2014 is het Reken- en meetvoorschrift Geluid gewijzigd. Deze wijziging is tijdelijk van kracht en betreft een verruiming van de aftrek bij wegen met een snelheid van 70 km/ uur en hoger. De wijziging voorkomt tijdelijke extra belemmeringen voor woningbouwplannen. In onderhavige situatie is de maximale snelheid op de provinciale weg 80 km/uur en op de gemeentelijke wegen 30 of 50 km/u en is deze verruiming dus alleen van toepassing op de N217. De aftrek is als volgt geregeld: Artikel 3.4 lid 1 De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt tot 1 juli 2018: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c.
2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. De in artikel 3.5 geregelde aftrek voor ‘stille banden’ is eveneens alleen van toepassing voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of hoger en is in onderhavig onderzoek dus eveneens alleen van toepassing op de N217. Deze wegdekcorrectie wordt automatisch toegepast in het rekenprogramma en is bij de rekenresultaten inbegrepen. 2.4
Cumulatie
Indien er blootstelling plaatsvindt aan meer dan één geluidbron, dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden berekend conform bijlage I, hoofdstuk 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting, rekening houdende met verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen en geeft inzicht in het woon- en leefklimaat. De geluidbelasting van verschillende geluidbronnen wordt op basis van de Wgh alleen gecumuleerd als er sprake is van een relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen. Dit is het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden.
VL.2183.R01.rev4
pagina 8
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
Indien er echter sprake is van relevante niet gezoneerde wegen in de omgeving van de planlocatie dienen deze in een cumulatieberekening te worden meegenomen om zodoende, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de woning(en) te kunnen bepalen. Bij cumulatie van geluidbronnen wordt bij de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Voor de beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat wordt de MilieuKwaliteitsMaat volgens de methode ‘Miedema’ gehanteerd, zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Tabel 2.2: Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (bron: RIVM) Geluidbelasting Kwalificatie < 45 dB
2.5
Zeer goed
46 – 50 dB
Goed
51 – 55 dB
Redelijk
56 – 60 dB
Matig
61 – 65 dB
Tamelijk slecht
66 – 70 dB
Slecht
> 70 dB
Zeer slecht
Gemeentelijk geluidbeleid
Door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zijn voor de gemeente Hoeksche Waard voorwaarden opgesteld voor het vaststellen van hogere waarden. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in het rapport “Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening gemeenten Hoeksche Waard” dd. 22-8-2017. Toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid is noodzakelijk om te bepalen of het aanvragen van een hogere waarde mogelijk is. Burgemeester en wethouders willen, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, met het geluidbeleid ook inspelen op jurisprudentie over de beoordeling van de geluidsbelasting ten gevolge van niet gezoneerde bronnen, zoals 30 km per uur wegen en scheepvaart over (drukke) vaarwegen. Dergelijke wegen zijn niet gezoneerd op grond van de Wet geluidhinder en zijn daardoor formeel uitgesloten van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden beoordeeld of de geluidbelasting vanwege deze niet gezoneerde bronnen toelaatbaar is. Dit om de afweging te kunnen maken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, buiten en binnen de woning. In het geluidbeleid staat dat, voordat een hogere waarde kan worden vastgesteld en/of kan worden aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, aan een aantal onderzoeksverplichtingen voldaan moet zijn.
Deze betreffen allereerst het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting ten gevolge van alle relevante geluidbronnen waar sprake van is (dus zowel wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai, scheepvaartlawaai als industrielawaai). In het akoestisch onderzoek dient tevens de cumulatieve geluidbelasting te worden meegenomen in de beoordeling, conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Daarbij dient ook het geluid van 30 km/uur wegen meegenomen te worden boven de 53 dB (ex. aftrek), geluid vanwege de scheepvaart (boven de 55 dB) en bij voorkeur ook industrielawaai van eventuele individuele bedrijven (indien relevant). Voor het vaststellen van de cumulatieve geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt, net als bij de toetsing aan het Bouwbesluit 2012, voor wegverkeerslawaai uitgegaan van de situatie exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden plaatsvindt, dient, afhankelijk van de situatie, ook onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen en een motivatie van de gekozen inrichting uitgevoerd te worden. De motivatie van de gekozen inrichting is echter alleen noodzakelijk indien sprake is van grootschalige ontwikkelingen (meer dan 10 nieuwbouwwoningen).
VL.2183.R01.rev4
pagina 9
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
In kleinschalige ontwikkelingen (minder dan 10 woningen) zal het treffen van geluidreducerende maatregelen doorgaans op ernstige bezwaren stuiten van financiële of stedenbouwkundige aard. Dit betekent dat in deze gevallen onderzoek naar geluidreducerende maatregelen niet noodzakelijk is. Voor rijkswegen en spoorwegen dient gebruik te worden gemaakt van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wgh. Indien de beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting heeft plaatsgevonden en er afdoende maatregelenonderzoek is uitgevoerd, maar deze stuiten op ernstige bezwaren of niet doeltreffend zijn, stelt het college van B&W de benodigde hogere waarde(n) vast, indien zij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel acht. Dit is het geval als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Er is sprake van een geluidluwe gevel en buitenruimte als de geluidbelasting gelijk of lager is dan: • 53 dB ex aftrek door cumulatie van wegen en 50 dB door gecumuleerde wegen met snelheid > 70 km/u; • 55 dB door railverkeer en scheepvaart; • 50 dB door industrie. Als aanvullende eis geldt dat huizen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidluw gedeelte in de achter- of zijtuin.
VL.2183.R01.rev4
pagina 10
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
3
UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING 3.1
Algemeen
Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd voor een nieuwbouwplan voor 11 appartementen op het terrein van de voormalige basisschool OBS de Pijler aan de Fazant 5 in Maasdam, gemeente Hoeksche Waard. De bestaande bebouwing op het perceel is ten tijde van dit onderzoek reeds verwijderd. Vooralsnog wordt het nieuwe gebouw voor de appartementen uit drie bouwlagen opgebouwd en daarmee maximaal 9 meter hoog. Op elke bouwlaag zullen zich appartementen en dus ook geluidgevoelige ruimten bevinden. De voorzijde van het gebouw wordt naar de N217 en daarmee dus naar het noordoosten gericht. Aan deze zijde komt ook de parkeervoorziening voor de nieuwbouw te liggen. Op basis van de verkregen situatietekening wordt in dit onderzoek ervan uitgegaan dat het nieuwe gebouw ongeveer in het midden van het perceel wordt opgericht. In onderstaande figuur is de situatietekening opgenomen van het nieuwbouwplan waarop het akoestisch onderzoek is gebaseerd.
3
7-9
Figuur 3.1: Situatietekening nieuwbouwplan (aangeleverd door R3).
Ten tijde van het akoestisch onderzoek is het definitief ontwerp van het nieuwbouwplan en de indeling van de appartementen nog niet bekend. Uitgangspunt is echter wel dat de achterzijde van het gebouw qua positie gelijk ligt met de gevellijn van het naastgelegen gebouw aan de Fazant 3. Vanwege de ontsluiting van dit naastgelegen perceel (langs de westzijde van de planlocatie) wordt de nieuwbouw zover mogelijk aan de oostzijde van de planlocatie gepositioneerd. Aan de westzijde van het pand komt op de begane grond een entree met bergingen. De begane grond is hier dus niet geluidgevoelig. Op de eerste en tweede verdieping bevindt zich de entree aan de noordwest zijde van het pand. De planlocatie ligt aan de noordoostrand van de bebouwde kom van Maasdam. In de omgeving van de planlocatie bevindt zich aan de noordoostzijde de provinciale weg N217 (Rondweg) met ten noordoosten daarvan het (agrarisch) buitengebied. Aan de zuidwestzijde van de planlocatie bevindt zich direct aangrenzend de Fazant. Deze rustige woonstraat door de wijk kronkelt tussen de aangelegen woningen door en sluit aan de oostzijde aan op de Lijster en aan de westzijde op de Merel en Patrijs.
VL.2183.R01.rev4
pagina 11
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
De planlocatie ligt aan de noordoostrand van de bebouwde kom van Maasdam. In de omgeving van de planlocatie bevindt zich aan de noordoostzijde de provinciale weg N217 (Rondweg) met ten noordoosten daarvan het (agrarisch) buitengebied. Aan de zuidwestzijde van de planlocatie bevindt zich direct aangrenzend de Fazant. Deze rustige woonstraat door de wijk kronkelt tussen de aangelegen woningen door en sluit aan de oostzijde aan op de Lijster en aan de westzijde op de Merel en Patrijs. Direct aan de (zuid)oostzijde van de planlocatie bevindt zich een smalle groenstrook met aan de andere kant daarvan de twee-onder-een kapwoningen van Fazant 7 en 9 met de woningen 11 t/m 17 daar weer naast. Aan de noordwestzijde van de planlocatie staat de sporthal ‘Duyvesteyn’ aan de Fazant 3. Ten westen daarvan staat het nieuwe gebouw van de basisschool, als onderdeel van het Integraal Kind Centrum (IKC de Pijler) aan de Fazant 1. Buiten de sporthal en het IKC bevinden zich in de woonwijk bij de planlocatie uitsluitend woningen. In onderstaande figuur is het onderzoeksgebied weergegeven, met daarin de ligging van de planlocatie.
Maasdam
Planlocatie
Figuur 3.2 Weergave onderzoeksgebied en ligging planlocatie (bron: rekenmodel met luchtfoto PDOK in de achtergrond).
3.2
Verkeersgegevens
Voor de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de samenstelling van het verkeer (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), de avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen. In het rekenmodel is uitgegaan van verkeerscijfers voor het prognosejaar 2032, minimaal 10 jaar na realisatie van de nieuwbouw. De N217 wordt beheerd door de Provincie Zuid-Holland. Zij hebben ook van het betrokken wegvak de verkeersgegevens aangeleverd voor onderhavig onderzoek. De verkeersgegevens bevatten voor beide rijrichtingen niet alleen de etmaalintensiteiten in 2019 en 2020 en voor 2030 en 2040, maar ook de voertuigverdeling over voertuigcategorieën en etmaalperioden. Uit een analyse van deze gegevens is op te maken dat er tussen 2030 en 2040 een geringe verkeersgroei
VL.2183.R01.rev4
pagina 12
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
op deze weg wordt verwacht (circa 0,55% autonome groei per jaar). Dit groeipercentage is daarom ook gehanteerd om de etmaalintensiteit in het prognosejaar 2032 te bepalen, gerekend vanaf de etmaalintensiteit van 2030. Voor de verdeling van voertuigen is het gemiddelde van de beide rijrichtingen gehanteerd, met dien verstande dat voor het rekenmodel naar een uur percentage is gerekend bij de verdeling over het etmaal. De verkregen informatie is opgenomen in bijlage I van het rapport en een samenvatting van de gehanteerde verkeersgegevens is weergegeven in onderstaande figuur. Tabel 3.1 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2030
N217 (wegvak tussen N490 en N491) 8.206 motorvoertuigen rijrichting oostwaarts (ri N491) 8.438 motorvoertuigen rijrichting westwaarts (ri N490)
Etmaalintensiteit 2032
8.296 motorvoertuigen oostwaarts (afgerond naar 8.300 in rekenmodel) 8.531 motorvoertuigen westwaarts (afgerond naar 8.530 in rekenmodel
Type wegdekverharding weg
Asfaltverharding DAB of vergelijkbaar (W1-referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
80 km/u
Verdeling in percentages
Dagperiode 07 - 19 u 6,6
Avondperiode 19 – 23 u 2,9
Nachtperiode 23 – 07 u 1,2
Lichte motorvoertuigen 3
86,5
86,5
86,5
Middelzware motorvoertuigen3
9,8
9,8
9,8
Zware motorvoertuigen3
3,7
3,7
3,7
Uurintensiteit
De ’s-Gravendeelseweg en de Fazant worden beheerd door de gemeente Hoeksche Waard. De gemeente heeft echter alleen verkeersgegevens beschikbaar van de ‘s-Gravendeelseweg. Deze bestaan uit data van een verkeerstelling in september 2020 ter hoogte van nummer 15. Deze data is aan ons verstrekt en bestaat uit een weekdaggemiddelde etmaalintensiteit en een verdeling van het verkeer over de voertuigcategorieën. Deze verkeersdata is als uitgangspunt gebruikt voor het berekenen van de verkeersgegevens in het rekenmodel. De verkregen verkeersdata is opgenomen in bijlage I van dit rapport. Vervolgens is de voertuigverdeling over de categorieën omgerekend naar percentages en is voor de etmaalintensiteit in het prognosejaar 2032 een autonome verkeersgroei toegepast van 1% per jaar, gerekend vanaf het teljaar 2020. De voertuigverdeling over de etmaalperioden is niet uit de telgegevens te herleiden. Daarom is hiervoor uitgegaan van een standaardverdeling voor erftoegangswegen binnen de bebouwde kom. Voor de Fazant is met behulp van kentallen uit de CROW-publicatie 381 de verkeersintensiteit bepaald. In voorliggende situatie geldt bij de planlocatie een ‘Centrum-dorps’ woonmilieu, waarbij 6,3 motorvoertuigen per etmaal per woning berekend dienen te worden. Het aantal woningen dat via deze weg zal ontsluiten bedraagt circa 60, inclusief nieuwbouw.
Voor de Fazant wordt op deze manier een etmaalintensiteit van circa 378 (60 * 6,3) mvt na realisatie nieuwbouw geschat. In het rekenmodel is echter voor deze weg inclusief autonome groei worstcase een etmaalintensiteit van 500 mvt. gehanteerd. Voor de voertuigverdeling op deze gemeentelijke weg is uitgegaan van een standaardverdeling voor erftoegangswegen met woonfunctie. In onderstaande tabel zijn de verkeersgegevens van de gemeentelijke wegen samengevat. Tabel 3.2: Samenvatting verkeersgegevens (etmaalintensiteit in mvt./weekdagetmaal) Weg: Etmaalintensiteit Etmaalintensiteit Wegdekverharding 2020 of 2022 2032 ’s-Gravendeelseweg 862 (afgerond naar Asfaltverharding (W1-referentiewegdek) 765 (telling 2020) ri dorp 870 in rekenmodel) in combinatie met klinkers in ’s-Gravendeelseweg ri N491
672 (telling 2020)
Fazant
378 (aanname 2022)
757 (afgerond naar 760 in rekenmodel)
keperverband (W13) op twee kruisingen en een drempel)
417 (afgerond naar 500 in rekenmodel)
Klinkerverharding in keperverband (W13 in rekenmodel)
Snelheidsregime
50 km/uur
30 km/u
3 Lichte motorvoertuigen zijn motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie ’middelzwaar’ en ‘zwaar’
bedoelde motorvoertuigen. Middelzware motorvoertuigen zijn gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd. Zware motorvoertuigen zijn gelede motorvoertuigen, alsmede voertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.
VL.2183.R01.rev4
pagina 13
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
In het onderzoek is er van uitgegaan dat de huidige wegdekverharding en verkeerssnelheid op de wegen eveneens van toepassing blijft op de toekomstige situatie. 3.3
Rekenmethode
De in deze rapportage opgenomen geluidbelasting van de geluidgezoneerde wegen is berekend volgens standaardrekenmethode II uit het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMV 2012), als bedoeld in artikel 110 van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van de niet geluidgezoneerde wegen is berekend volgens de CROW publicatie 965 ‘Handreiking berekenen wegverkeerslawaai bij 30 km/h’. Bij de berekening van de geluidbelastingen volgens standaard-rekenmethode II is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden. 3.4
Modellering
Ten behoeve van de berekeningen is een driedimensionaal computersimulatie model opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het door DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. ontwikkelde computerprogramma "GEOMILIEU”, versie V2021.1. Voor het tot stand komen van het model is gebruik gemaakt van kadastrale kaarten uit het Georegister, het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), een geïmporteerde dataset van panden en bodemgebieden van de BGT-download viewer, informatie van de opdrachtgever en Google-Earth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen binnen het onderzoeksgebied zijn geïmporteerd uit de dataset van BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). De hoogte van de bebouwing is handmatig ingevoerd. Voor de woningen en hoofdgebouwen is een standaardhoogte van 9 meter aangehouden en voor de bijgebouwen 3 meter, tenzij de hoogte significant afwijkt hiervan. De bestaande bebouwing binnen de planlocatie is verwijderd. De ligging van het nieuwe gebouw voor de 11 appartementen op de planlocatie is gebaseerd op de situatietekening van figuur 3.1. Voor de hoogte van het gebouw is uitgegaan van 9 meter. Verdeeld over de gevels van de nieuwbouw zijn rekenpunten ingevoerd. De eerste toetshoogte ligt op 1,5 meter boven maaiveld, overeenkomend met stahoogte op de begane grond.
Vervolgens zijn toetshoogten ingevoerd op stahoogte vanaf elke volgende verdiepingsvloer, rekening houdend met een hoogte van 3 meter per bouwlaag. Zodoende is bij de nieuwbouw gerekend met toetspunten op 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter boven maaiveld. Op deze manier is het verloop in geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw inzichtelijk gemaakt, zonder rekening te houden met de aanwezigheid van geluidgevoelige ruimtes grenzend aan de gevelzijden. Ondanks het stedelijk karakter van het onderzoeksgebied is de bodemfactor van het rekenmodel standaard op een zachte, absorberende ondergrond (Bf=1,0) gezet. De (half) harde bodemgebieden in de omgeving van de planlocatie zijn geïmporteerd uit de BGT-dataset. In de omgeving van de planlocatie zijn wegen en andere verhardingen (zoals water en voet/fietspaden) als harde bodemgebieden aanwezig en in het rekenmodel ingevoerd met een bodemfactor 0 (geheel hard, reflecterend gebied). Het erf rondom woningen en de nieuwbouw is in het rekenmodel met een bodemfactor van 0,5 opgenomen vanwege de combinatie van bestrating en tuinen. Daar waar geen bodemgebied is gemodelleerd, is sprake van een zachte, absorberende ondergrond, zoals zand of gras. Alleen bij de N217 is aan de westzijde van het onderzoeksgebied een hoogteverschil aanwezig ten opzichte van het standaard maaiveld.
Dit is bij het viaduct waarmee de N217 over het water en de Hoeksedijk heen gaat. Dit hoogteverschil is gemodelleerd met hoogtelijnen langs de N217, deze zijn handmatig ingevoerd op basis van het AHN. De hoogte van de
VL.2183.R01.rev4
pagina 14
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
N217 loopt in noordwestelijke richting op van 0 tot circa 3 meter ten opzichte van het plaatselijk maaiveld. Het rekenmodel heeft standaard een maaiveldhoogte van 0 meter, hetgeen globaal overeenkomt met de – 1 meter NAP-hoogte van een groot deel van de onderzoeksomgeving, zo ook bij de planlocatie. Aan beide zijden van de N217 zijn ten westen van de planlocatie geluidschermen aanwezig, deze zijn handmatig als reflecterend scherm ingevoerd met een hoogte van 1 meter op basis van het AHN in combinatie met Google Streetview. Het gemotoriseerd verkeer op de in het onderzoek betrokken wegen is als een rijlijn per weg in het rekenmodel ingevoerd. Hiermee wordt de geluidemissie als gevolg van de voertuigen op de weg berekend. De bronhoogte van de weg is 0,75 meter. Het perceel van de planlocatie is inzichtelijk gemaakt met een hulpvlak. De komgrens van Maasdam is inzichtelijk gemaakt met een rode hulplijn. Een hulpvlak of hulplijn bevat verder geen informatie en heeft zodoende geen invloed op de berekening. Figuur 1 geeft een overzicht van de modellering van de wegen, bodemgebieden en de gebouwen in de directe omgeving weer. In figuur 2 is ingezoomd op de planlocatie en is een weergave van de toetspunten op de nieuwbouw gegeven. In bijlage II zijn alle modelgegevens in numerieke vorm opgenomen voor wat betreft wegen, objecten, bodemgebieden, hoogtelijnen en toetspunten.
Onderstaande figuur geeft een 3D weergave van de modellering, vanuit het zuiden gezien.
Figuur 3.3 Weergave modellering nabij planlocatie in 3D (bron: rekenmodel)
VL.2183.R01.rev4
pagina 15
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
4
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING GELUIDBELASTING 4.1
Geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde wegen
4.1.1 N217 (Rondweg) Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de gevels van de nieuwbouw als gevolg van de N217 is opgenomen in bijlage III. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 2 dB vanwege het snelheidsregime van 80 km/u, ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de N217 grafisch weergegeven.
Figuur 4.1: Rekenresultaten vanwege de N217, inclusief 2 dB aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de noordoostelijke achtergevel van het gebouw het hoogst is en 54 – 56 dB bedraagt. Deze gevel is ook naar de N217 gericht. De geluidbelasting op de overige gevels van de nieuwbouw bedraagt 41 – 52 dB. Daarmee wordt niet overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. De overschrijding vindt plaats op alle bouwlagen van de zuidoostelijke en noordwestelijke zijgevels en de noordoostelijke achtergevel en bedraagt 1 – 8 dB. Op de achtergevel van de nieuwbouw vindt dus geen overschrijding plaats. Omdat de voorkeursgrenswaarde op drie van de vier gevels wordt overschreden, is voor alle elf appartementen binnen de nieuwbouw sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze geluidgezoneerde weg en is aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk. Indien dergelijke maatregelen niet doeltreffend zijn of leiden tot overwegende bezwaren, kan een hogere grenswaarde bij de gemeente worden aangevraagd. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor woningen in stedelijk gebied wordt niet overschreden.
VL.2183.R01.rev4
pagina 16
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
4.1.2 ‘s-Gravendeelseweg Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de gevels van de nieuwbouw als gevolg van de ‘sGravendeelseweg is opgenomen in bijlage IV. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. In onderstaande figuur wordt de berekende geluidbelasting vanwege de ‘s-Gravendeelseweg grafisch weergegeven.
Figuur 4.2: Rekenresultaten vanwege de ‘s-Gravendeelseweg, inclusief 5 dB aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw ten hoogste 27 dB bedraagt vanwege deze weg. Daarmee wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Omdat de voorkeursgrenswaarde vanwege deze weg bij de nieuwbouw niet wordt overschreden, is geen aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk en is ook geen sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze weg. 4.2
Geluidbelasting vanwege de niet geluidgezoneerde weg
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de gevels van de nieuwbouw als gevolg van de niet gezoneerde Fazant (30 km/u regime) is opgenomen in bijlage V. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB in lijn met artikel 110g van de Wet geluidhinder. In de volgende figuur wordt de berekende geluidbelasting vanwege de Fazant grafisch weergegeven.
VL.2183.R01.rev4
pagina 17
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
Figuur 4.3: Rekenresultaten vanwege de Fazant (30 km/u weg), met 5 dB aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw vanwege deze meest nabij gelegen 30 km/u-weg ten hoogste 43 dB bedraagt en daarmee overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. Omdat de richtwaarde niet wordt overschreden, is het geluid van deze 30 km/u weg niet relevant voor het akoestisch woonmilieu bij de planlocatie en kan aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen achterwege blijven. 4.3
Cumulatie geluid vanwege wegverkeerslawaai
Aangezien alleen de voorkeursgrenswaarde vanwege de N217 wordt overschreden is in onderhavige situatie sprake van relevante blootstelling aan slechts één geluidbron en kan op basis van de Wgh een cumulatieberekening achterwege blijven. Ook uit het gemeentelijk geluidbeleid blijkt dat een cumulatieberekening van het geluid niet noodzakelijk is, aangezien weliswaar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden vanwege de geluidgezoneerde N217, maar niet vanwege de geluidgezoneerde ’s-Gravendeelseweg en ook niet de richtwaarde van 48 dB vanwege de niet geluidzoneerde Fazant, waarmee de noodzaak tot meenemen in de cumulatieberekening vervalt. Een cumulatieberekening benadert echter wel het meest de werkelijke situatie. Dit is wenselijk bij de beoordeling van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Daarom is in onderhavige situatie toch een cumulatieberekening wegverkeerslawaai uitgevoerd. Voor de cumulatieberekening zijn alle in het onderzoek betrokken geluidbronnen van het wegverkeer met elkaar gecumuleerd volgens de richtlijnen uit het Reken- en meetvoorschrift. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en zonder aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. Een compleet overzicht van de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai is opgenomen in bijlage VI.
VL.2183.R01.rev4
pagina 18
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
In onderstaande figuur zijn de rekenresultaten van de cumulatieberekening grafisch weergegeven.
Figuur 4.4: Gecumuleerde rekenresultaten wegverkeerslawaai, zonder aftrek.
Uit een vergelijking van de rekenresultaten vanwege de afzonderlijke wegen en de gecumuleerde geluidbelasting blijkt dat bij de nieuwbouw alleen aan de geluidluwe voorgevel en bij de zijgevels in enige mate sprake is van een toename in geluid bij cumulatie ten opzichte van de maatgevende weg alleen. De toename bedraagt 1 – 2 dB bij de voorgevel en 0 – 1 dB op de beide zijgevels. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt bij de nieuwbouw: • 56 – 58 dB op de noordoostelijke achtergevelzijde • 52 – 54 dB op de zuidoostelijke zijgevel • 48 – 50 dB op de zuidwestelijke voorgevelzijde • 52 – 55 dB op de noordwestelijke zijgevel Op de zuidwestelijke voorgevelzijde van de nieuwbouw en op de zijgevels van de eerste bouwlaag bedraagt de geluidbelasting na cumulatie niet meer dan 53 dB, waarmee deze gevelzijden in zijn geheel als geluidluw zijn te beschouwen. Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw volgens de Milieukwaliteitsmaat als ‘goed’ aan de achterzijde, ‘redelijk’ aan de zijgevels tot ‘matig’ aan de voorzijde dient te worden beoordeeld.
VL.2183.R01.rev4
pagina 19
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
5
CONCLUSIE GELUIDBELASTING 5.1
Algemeen
In opdracht van HW Wonen en in samenwerking met Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de gevels van een nieuw gebouw voor elf appartementen. Het nieuwbouwplan vindt plaats op het perceel aan de Fazant 5 in Maasdam, gemeente Hoeksche Waard. De huidige bebouwing, een voormalig schoolgebouw, wordt verwijderd om het nieuwbouwplan op de vrijkomende ruimte mogelijk te maken. Om het nieuwbouwplan mogelijk te maken, dient de huidige maatschappelijke bestemming van het kavel te worden omgezet naar een woonbestemming. Hiervoor dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Op basis van de Wet geluidhinder moet bij het wijzigen van een bestemmingsplan de geluidbelasting op nieuwe bestemmingen, welke binnen de geluidzone van een (spoor)weg of industrieterrein zijn gelegen, worden bepaald. De berekende geluidbelasting wordt daarbij getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh). Het nieuwbouwplan ligt binnen de geluidzone van de N217 (Rondweg), welke ten noordoosten van het plan is gelegen en nog net binnen de geluidzone van de ‘s-Gravendeelseweg, ten zuidwesten van het plan gelegen. De planlocatie bevindt zich niet binnen de zone van een industrieterrein of spoorweg.
Voor de woonstraten die tussen de twee gezoneerde wegen zijn gelegen en dus ook in de directe omgeving van de planlocatie, geldt een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk de geluidbelasting van dergelijke wegen te beschouwen als de geluidbelasting vanwege deze wegen relevant geacht wordt voor de beoogde ontwikkeling. In voorliggende situatie is dit, gezien de ligging van de 30 km/u wegen ten opzichte van de planlocatie, alleen mogelijk het geval voor de Fazant. Deze 30 km/u weg is daarom zekerheidshalve meegenomen in onderhavig onderzoek. Het akoestisch onderzoek maakt dus onderdeel uit van de wijzigingsprocedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en deze vanwege de gezoneerde wegen te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast zal, door middel van een aanvullende (cumulatie)berekening, het geluid vanwege wegverkeerslawaai (inclusief de 30 km/u weg) kwalitatief worden beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening. 5.2
Toetsing aan Wet geluidhinder
5.2.1 N217 (Rondweg) De berekende geluidbelasting vanwege deze geluidgezoneerde weg op de gevels van de nieuwbouw binnen planlocatie bedraagt ten hoogste 56 dB en wordt berekend op de naar de N217 gerichte achterzijde van de nieuwbouw. Voor de elf appartementen die in de nieuwbouw worden voorzien geldt dat daarmee niet overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder en kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege deze weg akoestisch relevant is. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vindt voornamelijk plaats aan de voorgevel, maar in mindere mate ook aan de beide zijgevels. Aan de achterzijde wordt overal aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Omdat de voorkeursgrenswaarde bij de nieuwbouw wordt overschreden is aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk en dient vanwege deze weg een hogere waarde te worden aangevraagd, in het geval dat geluidreducerende maatregelen niet kunnen worden toegepast.
VL.2183.R01.rev4
pagina 20
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
5.2.2 ‘s-Gravendeelseweg De berekende geluidbelasting vanwege deze geluidgezoneerde weg op de gevels van de nieuwbouw binnen planlocatie bedraagt ten hoogste 27 dB, berekend op de naar deze weg (en de Fazant) gerichte voorgevel. Daarmee wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder en kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege deze weg akoestisch niet relevant is. Voortvloeiend hieruit kan nader onderzoek naar geluidreducerende maatregelen en het aanvragen van een hogere grenswaarde achterwege blijven. 5.2.3 Cumulatie Op basis van de Wgh is geen cumulatieberekening noodzakelijk, aangezien er slechts vanwege één geluidgezoneerde bron de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. 5.3
Akoestisch woon- en leefklimaat/ Goede ruimtelijke ordening
Vanwege de enige niet geluidgezoneerde weg in de nabijheid van de planlocatie (Fazant) wordt aan de richtwaarde van 48 dB voldaan. In voorliggende situatie is dus zowel op basis van de Wgh als op basis van het gemeentelijk geluidbeleid geen cumulatieberekening noodzakelijk. Desondanks is een dergelijke berekening uitgevoerd, omdat deze wel het meest de werkelijke situatie weergeeft. Dit is wenselijk in het kader van een goede ruimtelijke ordening, om zodoende de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat het meest optimaal te kunnen beoordelen. In onderstaand overzicht is de berekende gecumuleerde geluidbelasting per gevelzijde weergegeven met daarbij de beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat op basis van de MilieuKwaliteitsMaat (MKM), zoals is beschreven conform de uitgangspunten van tabel 2.2. • • • •
56 – 58 dB op de noordoostelijke achtergevelzijde 52 – 54 dB op de zuidoostelijke zijgevel 48 – 50 dB op de zuidwestelijke voorgevelzijde 52 – 55 dB op de noordwestelijke zijgevel
(matig) (redelijk) (goed) (redelijk)
Gelet op bovenstaande kwalificering in relatie tot de stedelijke ligging van de planlocatie en de aanwezigheid van minimaal één geluidluwe gevel, kan het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw als aanvaardbaar worden aangemerkt.
VL.2183.R01.rev4
pagina 21
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
6
MAATREGELENONDERZOEK
Om de geluidbelasting vanwege de N217 op de voor- en zijgevels van de nieuwbouw te reduceren zijn de volgende maatregelen denkbaar: • • •
6.1
bronmaatregelen; maatregelen in de overdrachtssfeer; maatregelen bij de ontvanger. Bronmaatregelen
Een bronmaatregel is het toepassen van een geluidarm wegdektype of het beperken van de rijsnelheid of verkeersintensiteit bij wegverkeerslawaai. Het toepassen van geluidarm asfalt voor een elftal appartementen in één gebouw is relatief duur en stuit daarmee op overwegende bezwaren van financiële aard. Aangezien het een provinciale weg betreft met een regionale ontsluitingsfunctie, zal het verlagen van de rijsnelheid of het verlagen van de verkeersintensiteit op deze weg stuiten op overwegende bezwaren van verkeers- en vervoerskundige aard. 6.2
Overdrachtsmaatregelen
Overdrachtsmaatregelen zijn het plaatsen van een scherm of het zodanig positioneren van de nieuwbouw dat aan de voorkeursgrenswaarden wordt voldaan. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vindt ook op de tweede en derde bouwlaag plaats. Om die reden zal een hoog scherm (> 7 meter) nabij de bron of het appartementengebouw noodzakelijk zijn om de geluidbelasting op de gevels te reduceren. Het plaatsen van een dergelijk scherm tussen de nieuwbouw en de N217 stuit vanwege de noodzakelijke hoogte en aan de rand van een binnenstedelijke situatie op problemen van landschappelijke en stedenbouwkundige aard, los van de kosten die een dergelijk hoog (en indien langs N217 toegepast ook lang) scherm met zich mee zal brengen. Door de positie van de nieuwbouw in de voorgenomen situatie (figuur 3.1) wordt juist een afschermende werking voor de voorrzijde van de appartementen verkregen, waarmee de ruimtes gelegen aan die zijde over een geluidluwe gevel beschikken en er in dit geval ook een geluidluwe buitenruimte aan de voorzijde van de appartemeten kan worden gecreëerd. Nader onderzoek naar het wijzigen van de positie van de nieuwbouw heeft uitgewezen dat er niet genoeg ruimte op het perceel over is om de nieuwbouw zodanig verder van de N217 af te plaatsen dat de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt opgeheven. Deze maatregel is daarmee niet doelmatig. 6.3
Maatregelen bij de ontvanger/toets Bouwbesluit
Omdat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel te verlagen niet doeltreffend zijn of stuiten op overwegende bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, landschappelijke of verkeerskundige aard, dienen maatregelen bij de ontvanger te worden genomen in combinatie met het aanvragen van een hogere waarde. Er dient voor voldoende geluidwering van de gevel te worden gezorgd, om te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Aangezien in onderhavige situatie een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op alle bouwlagen van de voor- en beide zijgevels van de nieuwbouw, hoeven de maatregelen ook uitsluitend aan deze gevelzijden te worden toegepast. De minimumeis voor de karakteristieke geluidwering is op grond van het Bouwbesluit 20 dB. Daarnaast is in het Bouwbesluit bepaald dat de karakteristieke geluidwering van de gevel niet kleiner mag zijn dan het verschil tussen de vastgestelde hogere waarde en 33 dB(A) in een verblijfsgebied en 35 dB(A) in een verblijfsruimte.
VL.2183.R01.rev4
pagina 22
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
Aangezien er in onderhavige situatie vooralsnog een hogere waarde dient te worden vastgesteld van ten hoogste 56 dB vanwege de N217, dient de nieuwbouw (voor wat betreft de meest kritisch gelegen voorgevelzijde) te voldoen aan de minimale karakteristieke geluidwering van GA,k = 25 dB (56 dB + 2 dB aftrek – 33 dB) in verblijfsgebieden en 23 dB in verblijfsruimten. Indien uitgegaan wordt van de maximale geluidbelasting na cumulatie vanwege wegverkeerslawaai (58 dB ex aftrek) hoeft in dit geval de noodzakelijke geluidwering niet te worden opgehoogd om zondermeer een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de nieuwe appartementen binnen het gebouw te kunnen waarborgen. Een geluidwering tot 25 dB wordt bij nieuwbouw met een gebalanceerd ventilatiesysteem vrij eenvoudig behaald. Een bouwakoestisch onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie wordt daarom niet noodzakelijke geacht, maar is uiteindelijk ter beoordeling aan de vergunningverlenende instantie.
VL.2183.R01.rev4
pagina 23
07-03-2023
Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan Fazant 5 in Maasdam
7
GEMEENTELIJK GELUIDBELEID GOEDE RUIMTELIJK ORDENING
Aangezien in onderhavige situatie vanwege de N217 sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is, naast toetsing aan de Wgh, ook toetsing aan het hogere waardenbeleid van de gemeente van toepassing. De richtwaarde van 48 dB wordt vanwege de 30 km/u weg niet overschreden, evenals de voorkeursgrenswaarde vanwege de geluidgezoneerde ’s-Gravendeelseweg, zodat deze wegen in principe niet in de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening hoeven te worden opgenomen, dit is echter in onderhavige situatie volledigheidshalve wel gedaan. Uit het maatregelenonderzoek kan worden opgemaakt dat maatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet doeltreffend zijn of stuiten op overwegende bezwaren van financiële, verkeerskundige, landschappelijke of stedenbouwkundige aard. In navolging van het gemeentelijk geluidbeleid dient een goede ruimtelijke ordening te worden gegarandeerd bij de appartementen. Om dit te bepalen wordt uitgegaan van de cumulatieve geluidbelasting zonder aftrek art. 110g Wgh. Hiervoor is de geluidbelasting vanwege alle wegverkeerslawaaibronnen berekend om deze toch te kunnen betrekken in het gemeentelijk beleid hogere grenswaarden. De berekening van cumulatie van geluid vanwege wegverkeer geeft bovendien inzicht in de mate van kwaliteit van het akoestisch woon- en leefklimaat.
Uit de cumulatieberekening blijkt dat de geluidbelasting van alle in het onderzoek betrokken wegen samen op de gevels van de nieuwbouw binnen de planlocatie 48 – 58 dB bedraagt, hetgeen voor het akoestisch woon- en leefklimaat bij de appartementen op basis van de Milieukwaliteitsmaat van tabel 2.2 resulteert in een beoordeling van ‘goed tot matig’. In paragraaf 5.3 is een specificatie van de rekenresultaten per gevelzijde met daarbij de beoordeling weergegeven. Over het algemeen kan gesteld worden dat de achtergevel die gericht is naar de N217 het meest geluidbelast is. Uit de rekenresultaten blijkt ook dat de geluidbelasting op de voorgevelzijde de 53 dB niet overschrijdt en bij deze gevelzijden dus zondermeer sprake van een geluidluwe zijde en, gezien de ligging ten opzichte van de enige maatgevende weg, ook een geluidluwe buitenruimte. De aanwezigheid hiervan is een gemeentelijke voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het college van burgemeester en wethouders onder de in het geluidbeleid uitgewerkte voorwaarden een hogere waarde kan vaststellen.