4. Scheepmakershaven 1 OBL toel regels verbeelding
Tekst van het document
Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen van dit plan. Verder maakt de planlocatie geen deel uit van gronden die behoren tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Daarmee gaat geen oppervlakte NNN verloren. 4.11.3 Conclusie Aanvullende maatregelen en/of ontheffing van de regels van de Wet natuurbescherming zijn niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming staat de beoogde ontwikkelingen niet in de weg. Er zijn geen significante negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
4.12
Archeologie
4.12.1 Kader Erfgoedwet De Erfgoedwet (1 juli 2016) bundelt de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022. Het gaat daarbij om de volgende zaken:
Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; Verordeningen, ruimtelijke onderbouwingen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; Bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
53
Gemeentelijk beleid Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007, ligt de verantwoordelijkheid voor het behoud en beheer van het bodemarchief niet langer bij het Rijk, maar bij gemeenten. In 2010 is de archeologische verwachtingenkaart voor de Hoeksche Waard opgesteld en in 2013 werd archeologiebeleid opgesteld. De archeologische verwachtingskaart is een leidraad voor de bescherming van archeologische waarden. Ook kan de kaart gebruikt worden om vast te stellen welk archeologisch onderzoek nodig is bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart van de gemeente Hoeksche Waard wordt aan het locatie een lage archeologische verwachting toegekend.
Afbeelding 4.9 Archeologische verwachtingskaart gemeente Hoeksche Waard
4.12.2 Onderzoek Op grond van het vigerende bestemmingsplan is op de planlocatie de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ van toepassing. Voor bouwwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 m onder het maaiveld en een planomvang hebben groter dan 10 ha geldt een onderzoeksverplichting. De bouw van het appartementengebouw aan de Scheepmakershaven 1 zal de genoemde dieptemaat van 0,5 m overschrijden. Door Vestigia is een bureauonderzoek uitgevoerd om te kunnen bepalen of er archeologische waarden in het geding zijn. De rapportage is opgenomen als bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft voor alle perioden, conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Bovendien rust op basis van zowel de gemeentelijke archeologische beleidskaart als het vigerende bestemmingsplan een vrijstellingsgrens op het plangebied die niet zal worden overschreden door de geplande ingrepen. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daarom om de vigerende dubbelbestemming op basis van de lage archeologische verwachting in het bestemmingsplan te handhaven, en het plangebied verder vrij te geven zonder nader onderzoek. Op grond hiervan is er geen aanleiding om een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Wel blijft te allen tijde een meldingsplicht van toepassing bij een archeologische toevalsvondst of waarneming.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
54
4.12.3 Conclusie Het archeologisch bureauonderzoek heeft uitgewezen dat er een lage verwachting is op het aantreffen van archeologische waarden. Het aspect Archeologie staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.13
Cultuurhistorie
4.13.1 Kader Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) vastgesteld. Inzet van de provincie is er op gericht het cultureel erfgoed te beschermen en versterken. De CHS is daarom opgenomen in de streekplannen en in de Nota Regels voor Ruimte. De CHS vormt de basis voor toetsing van en advisering over bestemmings- en bouwplannen van gemeenten en erfgoedaspecten. 4.13.2 Onderzoek Het gebied rond de haven kent een rijke historie. Deels is deze historie (nog) zichtbaar en gedeeltelijk vervangen door eigentijdse invullingen. De hoek Scheepmakershaven en Bakboord was onderdeel van de bedrijvigheid aan de haven en heeft een grote staat van dienst. Langs de haven wisselden kleine en grote(re) panden en pakhuizen elkaar af en vormen de schaal en leesbaarheid van het gebied. De huidige situatie geeft een moderne(re) variant op de verscheidenheid aan volumes langs het water en deels gedempte haven. Het aanwezige pand op de planlocatie is in 1911 gebouwd als sigarenfabriek ‘Het Wapen van OudBeijerland’, door Arie Kruithof. In de hoogtijdagen werkten er circa 50 sigarenmakers (afbeelding 4.10). Tot circa 1945 bleef het pand als fabriek in gebruik. Daarna werd in het pand de confectiefabriek Em. Hertzberger gevestigd, nadat de oude vestiging bij een bombardement geheel werd verwoest.
In de jaren ’80 werden alle activiteiten van de confectiefabriek in Nederland beëindigd.
Afbeelding 4.10: Sigarenfabriek aan de Scheepmakershaven (bron: VVV Hoeksche Waard)
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
55
Afbeelding 4.11: Confectiefabriek Em Herzberger (bron: archief Hoeksche Waard)
De beoogde plannen op de locatie voorzien in sloop en nieuwbouw. Voorafgaand aan de planontwikkeling heeft een cultuurhistorische analyse plaatsgevonden. Vanuit de historie kent de plek een invulling met een sobere en doelmatige uitstraling, tussen industrieel en statig. Dit karakter en de industriële uitstraling hebben de basis gelegd voor het ontwerp. Scheepmakershaven is een open plek in de stedenbouwkundige structuur. De gebouwen aan weerszijden staan ruim ten opzichte van elkaar en de gevelwanden begeleiden de openbare ruimte. Deze open ruimte versmalt ter plaats van de Oostkade, waar de bebouwing dan ook in hoogte afneemt. De beleving wordt intiemer en is vooral gericht naar en op de haven en de activiteiten er om heen. Ook is in de architectonische uitwerking rekening gehouden met de oorspronkelijke architectuur. Zo is in de opbouw van de gevels eenzelfde vormgeving en raamindeling gehanteerd. De locatie is op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zuid-Holland overigens niet aangeduid: de bebouwing op de locatie is niet cultuurhistorisch beschermd en er zijn geen waardevolle landschappelijke elementen aanwezig die op grond van dit beleid een beschermde regeling behoeven. Het pand betreft ook geen gemeentelijk monument. Wel worden de plannen voorgelegd en getoetst door de welstandscommissie.
4.13.3 Conclusie Het aspect Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.14
Duurzaamheid
4.14.1 Kader Nationaal Klimaatbeleid Teneinde de Kyotodoelstellingen te realiseren, is landelijk klimaatbeleid geformuleerd. De korte termijn doelstelling voor Nederland is de uitstoot van de belangrijkste broeikasgassen in de periode van 2008 - 2012 met 6% terug te dringen ten opzichte van 1990. Op de lange termijn wil de overheid de overgang naar een duurzame energiehuishouding bereiken (een aandeel van twintig procent duurzame energie in 2020) en verdere beperking van de CO2-uitstoot realiseren (30% in 2020 ten opzichte van 1990). Dit is verwoord in het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4). De Nederlandse overheid wil de helft van de nodige emissiereductie behalen met binnenlandse maatregelen en de andere helft uit het buitenland met behulp van de flexibele instrumenten uit het Kyoto-protocol.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
56
Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie. De EPC-eisen zijn in 2020 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Het grote verschil tussen EPC en BENG is dat bij deze nieuwe eis energiebesparing belangrijker is dan energieopwekking. Waar bij de EPC-eis het nog mogelijk was om energieverliezen met bijvoorbeeld zonnepanelen te compenseren, kan dit met de nieuwe BENG eisen niet meer. Alle vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan deze BENG-norm. Bij de bouwaanvraag moet de BENG berekening door een gecertificeerd bureau worden opgesteld en ingediend. Bij oplevering moet een energielabel worden bepaald en afgegeven. Beperken risico op oververhitting woningen (TOjuli) Gemiddeld zijn de zomers steeds warmer. Hiermee neemt de noodzaak toe om maatregelen te treffen om het risico op oververhitting bij nieuwbouw woningen te beperken. Nieuwe woningen worden zo energiezuinig mogelijk gebouwd, en houden daardoor hun warmte beter vast.
Direct zonintreding heeft een grote invloed op oververhitting bij nieuwbouw woningen wat in de zomer problemen kan opleveren. Hogere binnentemperaturen leiden tot gezondheidsrisico’s en overlast. Hierdoor is er een indicator ter verlaging van het risico op oververhitting genaamd: TOjuli (TOjuli). De grenswaarde per 1 januari 2021 voor de TOjuli indicator is: 1,00. Deze waarde is een indicatiegetal waarmee per oriëntatie van het gebouw inzicht wordt gegeven in het risico op temperatuuroverschrijding. Duurzaamheidseis gemeente Hoeksche Waard De gemeente Hoeksche Waard heeft als aanvullende eis dat nieuwe gebouwen “energieneutraal” moeten zijn. Hierbij wordt het huishoudelijke elektriciteitsgebruik ook meegeteld. Vaak is dit bij appartementengebouwen niet haalbaar, vanwege het beperkte dakoppervlak waarop PV-panelen geïnstalleerd kunnen worden. In die gevallen moet uiteraard aan BENG worden voldaan en verder wordt getracht op gebiedsniveau naar oplossingen te zoeken. Bovenstaande is ook bij deze ontwikkeling het geval. 4.14.2 Onderzoek Duurzaamheid Om aan de BENG en TOjuli eis te voldoen, gaat het plan uit van de volgende installatie-opzet: ·
Warmtepomp
·
Laagtemperatuur verwarming en hoogtemperatuur koeling
·
Mechanische ventilatie met warmte terugwinning
·
Ventilatie vraaggestuurd middels een CO2-regeling
·
PV panelen
Hiermee wordt in eerste instantie het maximaal mogelijke gedaan om het gebouw bijna energie neutraal te maken. Naar verwachting wordt met deze installatie zelfs zonder de PV panelen al aan de BENG eis voldaan. Vervolgens worden het maximaal mogelijke aantal PV panelen op het dak geplaatst. Dit levert dus een verdere verlaging op van het energieverbruik door het zelf opwekken van elektriciteit. Er wordt naar gestreefd om zo min mogelijk PV-panelen in het zicht te realiseren. De schuine kap aan de voorzijde blijft hiermee vrij om zo de karakteristieke uitstraling – waarnaar wordt gerefereerd in het nieuwe ontwerp – te waarborgen.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
57
Klimaatadaptatie Verder wordt gekeken naar het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen. Er wordt onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de volgende maatregelen op het gebied van neerslag, droogte, hitte en biodiversiteit: a. Neerslag ·
Infiltratieputten en/of -kratten. Het bebouwd oppervlak van de kavel wordt bijna maximaal benut. De toepassing van infiltratievoorzieningen in het niet-bebouwd deel van de kavel zal moeten worden onderzocht.
·
Het gebruik van waterpasserende verhardingsmaterialen als klinkers en stoeptegels (30x30cm) voor de bestrating.
·
Groen dak (beperkt) op de smalle platte daken, t.p.v. de setback. (het hoogste dak van de appartementen wordt benut voor positionering installatiecomponenten)
b. Droogte ·
Beperken van vegetatieschade door droogte door weloverwogen keus van aanplant van soorten die beter bestand zijn tegen droogte. Denk aan vegetatie met diepere wortels.
·
Infiltratieputten en/of -kratten naast het bebouwd oppervlak, nader te bezien.
·
Het gebruik van waterpasserende verhardingsmaterialen als klinkers en stoeptegels (30x30cm) voor de bestrating.
c. Hitte ·
Waar mogelijk toepassen van licht-gekleurde materialen.
·
“Koele daken”; dakbedekking met lichte folies en lichte kunststoftegels.
·
Buitenzonwering mogelijk boven de ramen op zuid-, oost- en westgeoriënteerde gevels.
·
Groen dak (beperkt) op de smalle platte daken, t.p.v. de setback. (het hoogste dak van de appartementen wordt benut voor positionering installatiecomponenten)
·
Niet bebouwd deel van de kavel aankleden met groen.
·
Buitenruimtes aan zuidzijde zorgen voor schaduwwerking in de appartementen.
d. Biodiversiteit ·
Mogelijkheid voor geveltuintjes (pergola met verticaal groen).
·
Erfafscheiding in de vorm van een hekwerk aangeplant met klimplanten (westzijde).
·
Niet bebouwd deel van de kavel aankleden met combinatie van hagen en (lei)bomen.
·
Voor al het groen geldt dat inheemse soorten de voorkeur genieten.
·
Groen dak (beperkt) op de smalle platte daken, t.p.v. de setback.
·
Ingemetselde nestkasten als ornamenten in de gevels.
·
Plaatsing van een insectenhotel.
De bovengenoemde mogelijkheden worden momenteel nader uitgewerkt. 4.14.3 Conclusie Voorliggend plan past binnen de duurzaamheidsvisie van de gemeente Hoeksche Waard. Mogelijkheden voor klimaatadaptatie worden momenteel nader uitgewerkt.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
58
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. De kosten van een bodemsanering zijn inzichtelijk en vormen geen financiële belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Gelet op het voorgaande wordt in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Daarmee is het kostenverhaal verzekerd. Er is geen noodzaak om een exploitatieplan vast te stellen.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Draagvlak De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningbouw, waarmee wordt bijgedragen aan het tegengaan van leegstand en invulling wordt gegeven aan de maatschappelijke behoefte aan voldoende en passend woningaanbod. Het gebouw wordt op zorgvuldige wijze ingepast in de bestaande bebouwingsstructuur. Daarnaast is zorgvuldig afgewogen hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot de verschillende milieuaspecten. Aangenomen wordt dat er voldoende draagvlak is voor deze ontwikkeling. Communicatie en participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de komende Omgevingswet. Hierop vooruitlopend is participatie daarmee ook onderdeel van deze procedure. Participatie wordt beschreven als ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Door de ontwikkelaar is in samenspraak met de gemeente een communicatieplan opgesteld. Direct omwonenden worden geïnformeerd over de plannen, er wordt een digitale informatieavond georganiseerd en de voortgang van de ontwikkelingen van de locatie en de planning van de werkzaamheden worden bijgehouden op een openbare projectpagina. Uitkomsten van reacties die volgen uit de gesprekken worden teruggekoppeld aan geïnteresseerden en belanghebbenden en gedurende het proces blijft doorlopend communicatie plaatsvinden.
De uitkomsten van het participatieproces worden tevens met het college van burgemeester en wethouders gedeeld. Zie bijlage 10 voor het communicatie- en participatieplan en de verslaglegging van de communicatie met direct omwonenden en overige geïnteresseerden. Overleg instanties Het bevoegd gezag dient bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit overleg te plegen met diverse betrokken instanties. In dit kader wordt een conceptversie van het bestemmingsplan voorgelegd aan de vaste overlegpartners, waaronder de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid, het waterschap Hollandse Delta en de provincie Zuid-Holland. Bovendien wordt het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de overlegpartners.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
59
Zienswijzenprocedure Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegd. Tijdens de bestemmingsplanprocedure wordt de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Die worden meegewogen bij de beslissing over de vaststelling van het bestemmingsplan. De ontvangen reacties en zienswijzen zullen worden samengevat en beantwoord in een zienswijzenota, die als bijlage 11 wordt opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
60
Hoofdstuk 6 Juridische plantoelichting In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze is vormgegeven.
6.1
Verantwoording planvorm
De planmethodiek is afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen van de DURPstandaarden 2012. Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd. Verbeelding De analoge verbeelding is getekend op schaal 1:1000 (A3). Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.
6.2
Opbouw regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels bestaan uit vier hoofdstukken:
Inleidende regels (INLEIDENDE REGELS) Bestemmingsregels (BESTEMMINGSREGELS) Algemene regels (ALGEMENE REGELS) Overgangs- en slotregels (OVERGANGS- EN SLOTREGELS)
Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen.
6.3
De bestemmingen
In het bestemmingsplan zijn verschillende bestemmingen gegeven aan het plangebied. Hieronder wordt ingegaan op de inhoud van deze bestemmingen. Uitgangspunt is het legale gebruik van de bestemmingen. Wonen Aan locatie van het nieuwe appartementengebouw is de bestemming "Wonen" toegekend. Op de locatie is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen ten hoogste 26 woningen mogen worden gebouwd. De maximale hoogte van de bebouwing is niet op het hele perceel hetzelfde. Aan de zijde van de Scheepmakershaven mag hoger worden gebouwd dan aan de zijde van de Ankerplaats. In het midden moet de bovenste bouwlaag terugliggend worden gerealiseerd. Naast bepalingen over hoofdgebouwen zijn ook bepalingen opgenomen omtrent bijgebouwen en andere bouwwerken.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
61
Verkeer - Verblijfsgebied De gronden aan de voorzijde van het pand, aan de zijde van de Oostkade/Scheepmakershaven, zijn bestemd als ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Deze gronden sluiten aan op de bestemmingsregeling voor het openbaar gebied in de omgeving. Zo wordt voorkomen dat hier nog een reststrook met centrumbestemming overblijft. Binnen deze bestemming zijn de gronden primair bedoeld voor woonstraten, paden, voet- en rijwielpaden en bijbehorende voorzieningen. Het bouwen van gebouwen is hier niet toegestaan. Waarde – Archeologie 5 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden ter plaatse. De bestemming is overeenkomstig het bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie en Parkeren’. Indien de werkzaamheden dieper reiken dan 50 cm onder het maaiveld en tevens een oppervlakte van meer dan 10 ha beslaan, is aanvullend onderzoek nodig.
6.4
Hoofdstuk ‘Algemene regels’
In het hoofdstuk ‘Algemene regels’ worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit lid zijn regels opgenomen voor stellen van nadere eisen ten aanzien van de plaats en afmeting van bouwwerken. Daarbij zijn tevens de randvoorwaarden vastgelegd die gelden als toetsingskader. Daarnaast is een bouwregel opgenomen ten aanzien van parkeren, waarbij de parkeernormen conform de actuele gemeentelijke parkeernota van toepassing zijn verklaard. Algemene gebruiksregels In dit artikel is aangegeven welk gebruik in ieder geval strijdig is met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken.
Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het oprichten van bouwwerken voor algemeen nut. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is opgenomen dat het bevoegd gezag de opgenomen bestemmingen en aanduidingsgrenzen mag wijzigen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
62
6.5
Hoofdstuk ‘Overgangs- en slotregels’
In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
6.6
Verbeelding
Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023
REGELS
2
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 5 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waarde - Archeologie 5
9 9 10 12
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
15 15 16 17 18 19
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
21 21 22
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
4
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland van de gemeente Hoeksche Waard. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.BPScheepmh1OBL22-ON01 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan- en uitbouw
een direct met het hoofdgebouw verbonden gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie en afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.6
aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
een beroeps- of bedrijfsactiviteit uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.7
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kans op het voorkomen van archeologische overblijfselen uit de vroegere tijd en als zodanig wetenschappelijk van belang zijn en het cultuurhistorische erfgoed vertegenwoordigen. 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.10
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.11
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
6
1.12
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.13
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.14
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.15
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.16
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.17
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.18
bijgebouw
een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht te onderscheiden is van een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zoals garages, hobbyruimten, bergingen en huisdierenverblijven. 1.19
erfbebouwing
uitbreiding woonruimte en of bijgebouwen al dan niet aangebouwd. 1.20
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.21
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.22
kap
een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 20° en minder dan 75°. 1.23
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
7
1.24
peil
de hoogte van het aansluitend terrein ter plaatse van de entree aan de zijde van de Scheepmakershaven. 1.25
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. b. c. d.
een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; een seksbioscoop of sekstheater; een seksautomatenhal; een seksclub of parenclub,
al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. 1.26
verbeelding
de bij het raadsbesluit tot vaststelling van het plan behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart of digitale verbeelding. 1.27
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.28
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
8
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8
ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakkapellen, liftopbouwen en overstekende daken en bouwlagen en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen en -hoogten niet meer dan 1 m bedraagt danwel dat de overschrijding van bouwhoogten ten behoeve van liftopbouwen niet meer dan 2 m bedraagt .
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten, paden; b. voet- en rijwielpaden; met de daarbij behorende: c. d. e. f.
parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden geldt dat geen gebouwen mogen worden gebouwd. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden voor overige bouwwerken de volgende bouwregels: a.de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.2.1 voor de bouw van gebouwen tot een oppervlak van maximaal 10 m2 en een bouwhoogte van maximaal 4 m mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. 2. 3. 4. 3.4
het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden Specifieke gebruiksregels
1. Onverminderd het bepaalde in lid 3.1 is het gebruik van de daar bedoelde gronden voor evenementen in strijd met het plan; 2. Onverminderd het bepaalde in lid 3.1 is het gebruik van de daar bedoelde gronden voor standplaatsen in strijd met het plan. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.4 voor het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van evenementen, onder de voorwaarde dat geen onnodige overlast voor omwonenden ontstaat. Het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement worden mede hieronder begrepen; 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.4 voor het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van standplaatsen, onder de voorwaarde dat geen onnodige overlast voor omwonenden ontstaat.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
10
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroep of bedrijf; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i. j.
tuinen en erven; toegangswegen- en paden; gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen; verkeersvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; trappetjes aan de gevel.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Hoofdgebouwen
Ten aanzien van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. er mogen ten hoogste 26 woningen worden gebouwd; b. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; c. hoofdgebouwen dienen te worden gebouwd in, of ten hoogste 2,50 m achter, de voorgevelrooilijn van de aangrenzende hoofdgebouwen; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag de gooten bouwhoogte van de bebouwing niet meer bedragen dan de aangegeven goot- en bouwhoogte; e. in afwijking van het bepaalde onder d: 1. is tussen de twee daknokken, parallel gelegen aan de Scheepmakershaven, een tussenliggende dakuitbouw toegestaan, alsmede een dakuitbouw op het dakvlak ten noorden van de noordelijk gelegen daknok, in aansluiting op het plat afgedekte gedeelte van het gebouw, beide met een bouwhoogte van maximaal 14,4 m en een afstand tot aan de zijkanten van het dakvlak van minimaal 1 m; 2. is aan de zijde van de Scheepmakershaven een dakuitbouw toegestaan, waarvan de breedte niet meer mag bedragen dan 20% van de totale gevelbreedte; f. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ mag de bouwhoogte van de bebouwing niet meer bedragen dan de aangegeven bouwhoogte. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte voor pergola's bedraagt ten hoogste 4 m; b. de bouwhoogte voor palen en masten bedraagt ten hoogste 7 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Beroep of bedrijf aan huis
Binnen de bestemming is de uitoefening van een beroep aan huis toegestaan, als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, met inachtneming van de volgende regels: a. de voor beroepsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte mag maximaal 30% per woning bedragen, tot een maximum van 45 m2; Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
11
b. c. d. e. f.
er mag geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie worden gedaan; detailhandel en horeca zijn niet toegestaan; er mag geen milieu- of verkeershinder ontstaan; er mag geen gebruik worden gemaakt van reclame-uitingen; het beroep moet worden uitgeoefend door de bewoner ter plaatse.
4.3.2
Verbod
Onverminderd het bepaalde in lid 4.1 is het gebruik van de gronden voor de hierna bedoelde soorten gebruik, in ieder geval in strijd met de bestemming: a. b. c. d.
geluidhinderlijke inrichtingen; risicovolle inrichtingen; coffeeshop; het gebruik van de gronden voor een seksinrichting.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
12
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
Ten aanzien van de in artikel 5 lid 5.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in artikel 5 lid 5.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen worden gebouwd, mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; of, 2. het bouwwerken betreffen die vergunningsvrij op basis van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kunnen worden gebouwd; of, 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 0,5 m onder het maaiveld; of, 4. een planomvang hebben kleiner dan 10 ha. 5.3
Afwijken van de bouwregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 sub a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, anders dan de bouwwerken zoals bedoeld in artikel 5.2 sub b, met dien verstande dat: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied; of, 2. een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een omgevingsvergunning voor afwijken in redelijkheid niet kan worden geweigerd. b. Bij de afweging van de omgevingsvergunning voor afwijken geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de omgevingsvergunning voor afwijken te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; c.
In afwijking van het bepaalde artikel 5.3 sub a en artikel 5.3 sub b kan de omgevingsvergunning voor afwijken worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.3 lid 4 is verleend; het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
13
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Omgevingsvergunningplichtige werken
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 5.4.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren dieper dan 3 meter ten opzichte van het huidige maaiveld. 5.4.2
Uitzondering
Het in artikel 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings-)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen die gericht zijn op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van ondergeschikte betekenis zijn, zoals werken en werkzaamheden die niet dieper dan 0,5 m onder het maaiveld plaatsvinden en een omvang hebben kleiner dan 10 ha; d. het werken of werkzaamheden betreffen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 5.4.3
Verlening omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wordt slechts verleend indien is gebleken dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden in de gronden. 5.4.4
Regels omgevingsvergunning
Voor zover de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 5.4.5
Rapportage
In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 5.4.6
Advies archeologisch desk undige
Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige. Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
14
5.4.7
Meldingsplicht
Aangetroffen archeologische waarden dienen te worden gemeld aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders informeren vervolgens de Rijksdienst Voor Archeologisch, Cultuurlandschap en Monumenten in de provincie Zuid-Holland. 5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat: a. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 5 wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 5 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 1 conform het gemeentelijk archeologiebeleid, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse sprake is van een archeologische vindplaats; c. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 5 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 3 of Waarde - Archeologie 4 conform het gemeentelijk archeologiebeleid, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er sprake is van een veranderde archeologische verwachtingswaarde; d. de maatvoering als bedoeld in artikel 5.2 en artikel 5.4.2 kan worden gewijzigd na vaststelling van het gemeentelijk archeologiebeleid.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
15
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
16
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1
Bouwwerken
7.1.1
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bouwwerken, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
7.2
Parkeren
7.2.1
Voldoende parkeergelegenheid
Het bouwen van een gebouw is alleen toelaatbaar, als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 7.2.2
Normen
Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid door inachtneming van de 'Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen', geldend vanaf 4 augustus 2021, of de rechtsopvolger daarvan. 7.2.3
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de voorwaarde in lid 7.2.1 met inachtneming van het beleid voor afwijkingen zoals vastgelegd in de beleidsregel als bedoeld in lid 7.2.2 of de rechtsopvolger daarvan.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
17
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Het is verboden de gronden en/of bouwwerken, zoals bedoeld in de in hoofdstuk 2 opgenomen regels, te gebruiken ten behoeve van: a. een seksinrichting; b. een coffeeshop;
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
18
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van: a. de gegeven maten, afmetingen, percentages met ten hoogste 10%; b. bouwhoogten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met ten hoogste 20%; c. bouwhoogten van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10 m2 bedraagt en tot ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw; d. de bouwregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; e. de bouwregels voor het oprichten van bouwwerken voor algemeen nut met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 20 m² bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken ten hoogste 3,5 m bedraagt. 9.2
Randvoorwaarden
Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een omgevingsvergunning voor het afwijken mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
19
Artikel 10 10.1
Algemene wijzigingsregels
Overschrijding bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaald in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van aanduidingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 5 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
20
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
21
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%; c. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
22
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan 'Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland'.
Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland ontwerp, 14 juni 2023
VERBEELDING
Bouwvlakken
Plangebied
bouwvlak
Plangrens
Maatvoeringen
Enkelbestemmingen V-VB
Verkeer - Verblijfsgebied
W
Wonen
11,4 11,5 15,7
maximum bouwhoogte (m) maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
Dubbelbestemmingen WR-A5
Waarde - Archeologie 5
11,4
W
14,4
VERKLARINGEN
WR-A5
bestaande bebouwing, kadastrale- en topografische gegevens
Ontwerp
7 oktober 2021
11,5 15,7
OVERLEG
Gemeente Hoeksche Waard
.
11,5
TERINZAGELEGGING ONTWERP
15,7
Bestemmingsplan
*
V-VB
VASTGESTELD
Scheepmakershaven 1, Oud Beijerland IDN
GEWIJZIGD
NL.IMRO.1963.BPScheepmh1OBL22-ON01
WERKNR.
620.134.90
SCHAAL
1:500
N
GETEKEND
J:\620\134\90\3 Projectresultaat\verbeelding\dwg
BESTAND RO-BP-62013490-VB-ON5.dwg
gj
BLAD
Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap BV City & Regional Planning, Urban Design, Architecture, Landscape
Postadres: Postbus 13042 3004 HA Rotterdam Bezoekadres: Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam Telefoon: 010 433 00 99 DATUM PLOT USER
17-4-2023 GJacobson
A3
PROJECTMAP
14 juni 2023
DATUM
FORMAAT
E-mail: kuiper@kuiper.nl Internet: www.kuiper.nl