CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Scheepmakershaven 1 OBL toel regels verbeelding

Besluitvormende raad 23 september 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland23.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

het hoofdmateriaal van het complex is metselwerk;

·

de gevels van het totale complex, inclusief de setback, refereren aan het karakter van de sigarenfabriek, uitgevoerd als een kloek volume met een evenwichtige gevelritmiek van verticale gevelopeningen;

·

de gevels worden niet uitgevoerd met uitkragende balkons en/of galerijen; Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

27 ·

de architectonische uitwerking versterkt de onderverdeling in het zuidelijk deel aan de Scheepmakershaven en het noordelijk deel aan de Bakboord;

·

de architectonische uitwerking draagt bij aan de gevelhiërarchie van een halfhoge plint, middenbouw van drie bouwlagen, en een beëindiging waarbij onderscheid is in: o

o

het zuidelijk gebouwdeel met: §

een volwaardige dubbele zadelkap

§

openingen in de plint dusdanig ingepast die, in combinatie met het achtergelegen programma, zorgen voor activatie van de Scheepmakershaven;

§

een programma in de plint die voorziet in een levendige activiteit, zoals een woonruimte, een werk- of een hobbykamer; slaapkamers, badkamers en bergingen zijn hier niet gewenst;

het noordelijk gebouwdeel met: §

een setback;

§

een gevelritmiek die aansluit bij die van de belendende bebouwing aan de Bakboord;

§

de drie voorgestelde trapjes, opdat dit de kwaliteit van de publieke ruimte versterkt;

§

(eventuele) balkonranden in de setback die in één lijn- en zo ver mogelijk terug liggen;

o

het tussenlid tussen de twee kappen van het bouwdeel aan de Scheepmakershaven wordt zoveel mogelijk teruggelegd en in materiaal, kleur en detaillering terughoudend uitgevoerd;

o

de entree naar de fietsenkelder wordt mee ontworpen in het totaal architectonisch beeld;

o

de erfscheiding met het aangrenzend perceel aan de noordwestzijde wordt mee ontworpen in het totaal architectonisch beeld.

Conclusie De ontwikkeling van een nieuw appartementengebouw aan de Scheepmakershaven 1 voorziet in een verbeterde uitstraling van de locatie en haar omgeving. Het plan wordt nader afgestemd met welstand en zal voldoen aan de eisen van een goede welstand.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

28

3.4.3

Regionale woonvisie Hoeksche Waard

In de Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 is gekeken naar de vitaliteit van de regio, waarbij de toekomstige woningvoorraad kan worden ingezet als tool om onder meer krimp en vergrijzing tegen te gaan. De komende jaren is er sprake van een toenemende vergrijzing van de bevolking. Op middellange termijn betekent dit dat het aantal huishoudens eerst nog toeneemt als gevolg van de gezinsverdunning die gepaard gaat met de vergrijzing. De vergrijzing is aanleiding voor de gemeente om ervoor te zorgen dat meer 55+-inwoners van in een levensloopbestendige woning wonen en dat zij tijdig de maatregelen nemen die nodig zijn om langer zelfstandig te kunnen wonen. Ook aan nieuwbouw worden eisen gesteld: die moeten geschikt zijn voor het oudere deel van de bevolking of eenvoudig geschikt te maken zijn. Aanpasbaar bouwen wordt het credo. Het certificaat Woonkeur is hierbij behulpzaam om te bepalen aan welke eisen de woning moet voldoen. Om toekomstige krimp tegen te gaan en het draagvlak voor voorzieningen te bewaken, is instroom van jonge huishoudens noodzakelijk. Om te kunnen voorzien in deze volkshuisvestelijke opgave moeten tot 2025 nog circa 3.000 woningen gebouwd worden, verdeeld over de verschillende dorpen van de gemeente.

Naast de hoeveelheid woningen is ook de kwaliteit van de woningvoorraad en de aantrekkelijkheid van het woonmilieu van invloed op de vitaliteit van de Hoeksche Waard. Een toekomstbestendige woningvoorraad is bij voorkeur energieneutraal, geschikt voor jonge èn oudere bewoners, bereikbaar per auto en OV, en van een hoge ruimtelijke kwaliteit. Met de ontwikkeling van 26 appartementen in het centrum van Oud-Beijerland wordt voorzien in een actuele woonbehoefte die aansluit op de regionale woonvisie. Door binnenstedelijke verdichting wordt de afzetmarkt voor bestaande voorzieningen groter, waarmee wordt bijgedragen aan de vitaliteit van het dorp. 3.4.4

Woningmarktanalyse Gemeente Hoeksche Waard

Het Woningbehoefteonderzoek uit 2019 geeft richting aan welke woningbouwprojecten de gemeente Hoeksche Waard wil opnemen in de Woningbouwprogrammering 2019-2030. In de Woningbouwprogrammering staat waar binnen de gemeente nieuwe woningen worden gebouwd. Het zijn de afspraken tussen de gemeente en de provincie. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan wat er zoal in het programma wordt opgenomen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met kwaliteit, zoals duurzaamheid, toekomstbestendigheid, meerwaarde voor de omgeving, de manier waarop de nieuwbouw past binnen het dorp of het landschap en de kernkwaliteiten van de Hoeksche Waard behoudt én versterkt. Het grootste dorp in de gemeente Hoeksche Waard is Oud-Beijerland. Het dorp heeft circa 24.000 inwoners en 10.000 huishoudens. Oud-Beijerland is vooral in trek vanwege de gunstige ligging ten opzichte van Rotterdam en de snelweg. Binnen de gemeente Hoeksche Waard ligt de woningbehoefte in Oud-Beijerland met +550 woningen tot 2025 het hoogst. Ook tussen 2025 en 2030 groeit het dorp naar verwachting nog aanzienlijk met +340 huishoudens. Er zijn de komende jaren dus behoorlijke aantallen extra woningen nodig in de Hoeksche Waard.

Het is daarom zaak om de komende periode te gebruiken om klaar te zijn voor de periode dat de gemeente niet meer groeit, en te sturen op een woningvoorraad die aansluit op de toekomstige behoefte van een bevolking die wat kleiner is, en een meer gelijkmatige leeftijdsopbouw kent. Dat vraagt aandacht voor levensloopbestendigheid van woningen die worden toegevoegd, de geschiktheid voor huishoudens in verschillende levensfasen.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

29

Momenteel trekt de Hoeksche Waard veel huishoudens van buiten de gemeente. Het gaat in belangrijke mate om jonge huishoudens, die ervoor zorgen dat de gemeente minder ‘ontgroent’. Om als gemeente van dit momentum te kunnen profiteren, moeten deze huishoudens een aantrekkelijke woning in de gemeente kunnen vinden. Veelal gaat het om betaalbare eengezinswoningen in de koopsector. Bouw van deze woningen voorziet in een actuele behoefte. Maar, door te sturen op doorstroming draagt het toevoegen van een nieuwbouwwoning bij aan het invullen van de woonbehoefte van twee of meer huishoudens. Dat vraagt een ander bouwprogramma, met bijvoorbeeld ook 2^1 kapwoningen. Deze vraag is afkomstig van gezinnen die een volgende stap willen zetten in de wooncarrière, en eigen inwoners of gezinnen vanuit de Randstad die vanwege de betere prijs-kwaliteitverhouding een woning in de Hoeksche Waard zoeken. Ook de vraag naar huurappartementen en koopappartementen is toegenomen. De vraag naar koopappartementen is afkomstig van oudere huishoudens die vanuit veelal een grotere twee-ondereen-kap woning of vrijstaande woning kleiner willen gaan wonen. Deze groep is veelal op zoek naar specifieke locaties dichtbij voorzieningen en verwachten enige mate van luxe.

Deze oudere doelgroep zal meer dan vroeger een woning kopen, waardoor er een grotere oriëntatie bestaat op de koopsector van de generatie die nu oud begint te worden.

Afbeelding 3.4: Gemeente Hoeksche Waard: Kwalitatieve woningbehoefte per dorp 2019 – 2030 (bron: Woningbehoefteonderzoek gemeente Hoeksche Waard)

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

30

Conclusie De ontwikkeling voorziet in een maatschappelijke behoefte aan appartementen. De appartementen zijn aantrekkelijk voor ouderen, maar ook zeker voor kleine, jonge huishoudens. Er worden zowel studio’s in het bereikbare segment gerealiseerd, als appartementen in de vrije sector. 18 appartementen in het middeldure en dure segment zullen voldoen aan de eisen behorend bij het Certificaat Woonkeur. Daarnaast ontstaat er bij verhuizing van ouderen naar de appartementen elders in de regio ruimte op de woningmarkt. Daarmee wordt voorzien in doorstroming, conform de Woningmarktanalyse Hoeksche Waard.

3.4.5

Detailhandelsvisie Hoeksche Waard

De Hoeksche Waard is een eiland in de Zuid-Hollandse delta, met een uniek polderlandschap en pittoreske dorpen. Om die dorpen vitaal te houden hecht de gemeente veel waarde aan het in stand houden en waar mogelijk versterken van de detailhandel. Dit is ook een ambitie in de overkoepelende Omgevingsvisie van Hoeksche Waard. Het doel van de detailhandelsvisie is de juiste winkel op de juiste plek, voor behoud van de leefbaarheid en een vitale centra. De gemeente zet in op attractieve centra, door diverse ingrepen t.b.v. openbare ruimte, aankleding en samenwerking. De algemene verwachting is dat het recreatief winkelaanbod gemeentebreed zal krimpen. Nieuwe initiatieven kunnen zich binnen de centra vestigen. Wel is er, onder voorwaarden, ruimte voor bijzondere concepten en lokaal maatwerk. In de randgebieden kan bij structurele leegstand worden ingezet op transformatie naar andere functies. Conclusie Het plangebied is gelegen aan de rand van het centrumgebied van Oud-Beijerland, en reeds omsloten door woningbouw. Het plan voorziet in transformatie van een leegstand winkelpand naar woningbouw, passend in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Daarmee sluit het plan aan op de uitgangspunten zoals beschreven in de detailhandelsvisie.

3.5

Toetsing en conclusie

Het Rijks- en provinciaal beleid geven geen aanleiding voor specifieke keuzes of ontwikkelingen in het plangebied. De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen: het plan voorziet in een actuele woonbehoefte op een binnenstedelijke locatie. Ook op gemeentelijk niveau zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Voorliggend plan past binnen het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

31

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. Op basis van de onderzochte informatie worden geen bijzondere belemmeringen verwacht ten aanzien van de milieu- en omgevingsaspecten.

4.2

M.e.r.-beoordeling

Voor dit project is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (zie bijlage 2). De m.e.r.-beoordeling moet leiden tot een expliciet besluit omtrent de vraag of een milieueffectrapport opgesteld moet worden. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het woningbouwproject geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben. Daarom heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard besloten dat bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden.

4.3

Water

4.3.1

Kader

Waterbeheer en watertoets In een vroeg stadium van de planvorming moet overleg worden gevoerd met de waterbeheerder. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Hollandse Delta. Deze is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Beleid duurzaamstedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen met betrekking tot de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (zowel kwalitatief als kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Ÿ

Kaderrichtlijn Water (KRW)

Nationaal: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ

Nationaal Waterplan (NW) Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet

Provinciaal: Ÿ Ÿ Ÿ

Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte

Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 heeft het Waterschap Hollandse Delta haar doelen Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

32

opgeschreven, inclusief taken voor de waterveiligheid (dijken en duinen), watersysteem en waterketen. Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m2 of meer in stedelijk gebied of 1.500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. Als er minder toename plaatsvindt dan voorgenoemde drempelwaarden, is er weliswaar geen vergunning- en compensatieplicht, maar wel een meldingsplicht. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. 4.3.2

Onderzoek

Het bestemmingsplan voorziet in herinrichting van het terrein, waaronder primair een functieverandering. Op dit moment is planologisch gezien reeds vrijwel volledige verharding van het gebied mogelijk. Daarmee is geen compensatieverplichting aan de orde. Waterbeheer In de Keur is geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Aan de zuidzijde van de Scheepmakershaven ligt een bestaande duiker. Deze duiker heeft een beschermingszone van 1 meter aan beide zijden, en wordt onderhouden door het waterschap (afbeelding 4.1). Verder ten noorden, op ca. 180 meter afstand, ligt rivier de Spui. Hier is een primaire waterkering aanwezig. Er zijn geen werkzaamheden voorzien in of nabij (de beschermingszones van) deze watergangen. Deze gronden vallen buiten het plangebied. Het plangebied ligt in de polder 'De Bosschen'. Het peil is ter plaatse NAP -0,4.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

33

Afbeelding 4.1: Uitsnede legger wateren en kunstwerken (Waterschap Hollandse Delta) Waterkwantiteit Er ligt in de huidige en toekomstige situatie geen oppervlaktewater in het projectgebied. Het gebied kent geen wateropgave. Het gebied is in de huidige situatie reeds volledig verhard. Dit blijft in de toekomstige situatie ook het geval. Daarmee treedt er geen verslechtering van de situatie op en is compensatie niet aan de orde. Als er bronbemalingen worden uitgevoerd en er wordt geloosd op oppervlaktewater, moet ruim van te voren een Wvo vergunning worden aangevraagd. In een ander geval hoeft geen Wvo vergunning te worden aangevraagd. Conclusie Het bestemmingsplan is afgestemd met het waterschap. De voorgenomen planontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. 4.3.3

Conclusie

Het aspect Water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

34

4.4

Bedrijven en milieuzonering

4.4.1

Kader

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met eventuele milieuhinder van bedrijfsactiviteiten. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor deze afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies wordt milieuzonering toegepast. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieuhinder. Voor elke bedrijfsactiviteit is de minimale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaats gevonden. Opgemerkt moet worden dat de richtafstanden toegepast kunnen worden voor het plannen en toetsen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en niet zijn bedoeld voor de beoordeling van bestaande situaties. De richtafstanden gelden in beginsel ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Voor andere omgevingstypen dan een rustige woonwijk kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

Op basis van de systematiek van milieuzonering wordt voor bedrijfslocaties bepaald welke categorie bedrijfsactiviteiten kan worden uitgeoefend zonder dat er sprake is van een kans op onaanvaardbare milieuhinder. Deze categorie, die per bedrijfsbestemming wordt bepaald, wordt de algemene toelaatbaarheid genoemd. 4.4.2

Onderzoek

Omgevingstype van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn, naast woningen, verschillende voorzieningen, bedrijven en inrichtingen aanwezig en/of bestemd in het vigerende bestemmingsplan. Er is sprake van een menging van functies. Soms is er sprake van menging van functies binnen gebouwen (bijvoorbeeld winkel op begane grond en daarboven wonen). Geregeld is er sprake van menging van functies bij een rij van bebouwing. Bijvoorbeeld een horeca- of bedrijfspand dat direct aan een woongebouw gebouwd is. Hierdoor is het gebied aan te merken als ‘gemengd gebied’. Voor een dergelijk gebied mogen de VNGrichtafstanden, zoals genoemd in de VNG-publicatie, worden gereduceerd (dat wil zeggen: één stap terug in de oorspronkelijke richtafstand). Inventarisatie aanwezige en bestemde bedrijven/inrichtingen In de onderstaande tabel zijn de in de omgeving aanwezige en vigerende bedrijven/inrichtingen weergegeven. De bijbehorende VNG-categorie en gereduceerde VNG-richtafstand zijn ook in de tabel opgenomen. In het vervolg van deze notitie wordt gesproken over de gereduceerde richtafstand, aangezien is geconcludeerd dat sprake is van het omgevingstype “gemengd gebied”. Aan de noordzijde van het plangebied is een transformatorhuisje aanwezig, bestemd als ‘Bedrijf’.

de aard van de nutsvoorziening wordt verondersteld dat het om een milieucategorie 2-inrichting gaat waarbij een richtafstand van 10 meter geldt. Binnen deze richtafstand zijn tuinen gelegen van bestaande woningen, maar zijn geen bouwvlakken gesitueerd. In de nieuwe situatie worden ook geen woningen gerealiseerd binnen 10 meter van de bestemmingsgrens. De richtafstand wordt gerespecteerd. Daarmee is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

35

Op circa 15 meter ten zuidwesten van het perceel ligt de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven’. Volgens de VNG-brochure behoort een jachthaven tot milieucategorie 3.1. Voor deze categorie wordt in een gemengd gebied een afstand van 30 meter aanbevolen tussen de perceelsgrens van een bedrijf en de gevel van een woning vanwege het aspect geluid. De richtafstand wordt dus niet volledig gerespecteerd. Het gaat om een bestaande situatie in een dorpscentrum. Ten westen van de planlocatie zijn binnen de richtafstand reeds meerdere woningen gelegen. De haven vormt één van de karakteristieke kenmerken van het dorpscentrum van Oud-Beijerland en wordt hier als passend en wenselijk beschouwd. De jachthaven vormt een onderdeel van het centrumdorpse woonmilieu. Wonen is één van de functies van het dorpscentrum en het toevoegen van nieuwe woningen past hierbij. De jachthaven hoort bij het centrumdorpse woonmilieu en is geen aanleiding om te spreken van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Doordat er al woningen aanwezig zijn op kortere afstand dan de afstand van het nieuwbouwplan tot de jachthaven, wordt de jachthaven door het nieuwe appartementsgebouw niet beperkt in zijn bedrijfsvoering als gevolg van milieuwetgeving. Om deze redenen wordt de jachthaven niet als belemmering gezien voor de ontwikkeling van het nieuwe appartementengebouw.

Aan de oost- en zuidzijde van het perceel zijn meerdere functies gelegen met de bestemming ‘Centrum’. Binnen de bestemming ‘Centrum’ is horeca categorie 1 mogelijk. Het maatgevende aspect bij horecavoorzieningen is geluid, waarbij een gereduceerde richtafstand van 10 meter geldt. De afstand van de perceelsgrens tot de meest nabijgelegen centrumbestemming bedraagt circa 16 meter. Daarmee wordt de richtafstand ruimschoots gerespecteerd en is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat het aspect milieuhinder geen belemmering oplevert voor de beoogde woningbouwontwikkeling. 4.4.3

Conclusie

Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor de beoogde woningbouwontwikkeling aan de Scheepmakershaven 1 in Oud-Beijerland.

4.5

Akoestische aspecten

4.5.1

Kader

Wet geluidhinder Langs wegen bevindt zich overeenkomstig artikel 74 Wgh aan weerszijden een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de grenswaarden van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Langs wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u en woonerven bevindt zich geen zone. Akoestisch onderzoek is hier op grond van de Wgh niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

36

Gemeentelijk geluidbeleid De voorwaarden waaronder de gemeente Hoeksche Waard medewerking wil verlenen aan het vaststellen van een hogere waarden (in een zone volgens de Wgh) of het toelaten van een hogere geluidsbelasting door het verkeer op 30 km/u-wegen zijn vastgelegd in het document ‘Geluidbeleid en goede ruimtelijke ordening’. De gemeente Hoeksche Waard heeft het beleid om de geluidbelasting vanwege 30 km/u-wegen hetzelfde te beoordelen als de geluidbelasting vanwege de wegen die een zone hebben volgens de Wgh. Toepassing van dit beleid leidt voor de 30 km/u-wegen niet tot het vaststellen van hogere waarden, maar wel - bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe woningen langs deze wegen - tot een oordeel of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid. Indien bij een nieuwe ontwikkeling de voorkeursgrenswaarde bij een geluidgevoelige bestemming wordt overschreden, moet worden onderzocht of maatregelen mogelijk zijn die de geluidbelasting kunnen reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Er zijn veel verschillende maatregelen mogelijk, de Wet geluidhinder heeft daarbij een voorkeursvolgorde aangegeven, namelijk: 1. bronmaatregelen, 2. maatregelen in de overdracht, 3. maatregelen bij de ontvanger. Bronmaatregelen zijn het toepassen van een ‘stil type’ asfalt als wegdek in plaats van gewoon asfalt.

Het plaatsen van een geluidscherm is een maatregel in de overdracht van het geluid. Maatregelen bij de ontvanger hebben betrekking op de gevelisolatie van de geluidgevoelige bestemming. Het is niet altijd nodig of mogelijk maatregelen te treffen, bijvoorbeeld als ze onvoldoende doeltreffend zijn of bezwaarlijk zijn vanuit stedenbouwkundig, verkeerskundig of financieel oogpunt. Dit dient te worden gemotiveerd. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving is acceptabel als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Indien een geluidluwe gevel niet mogelijk is dient dit te worden gemotiveerd. 4.5.2

Onderzoek

Industrie- en railverkeerslawaai De ontwikkellocatie is niet gelegen in de onderzoekszone van een gezoneerd industrieterrein of een spoorlijn. Daardoor is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar industrielawaai en railverkeerslawaai niet aan de orde. Wegverkeerslawaai In de directe nabijheid van deze locatie zijn alleen diverse relatief druk bereden 30 km/u-wegen gelegen. Alhoewel deze wegen vanuit de Wgh geen onderzoeksverplichting kennen, zijn deze wegen onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit is ook de lijn die in het gemeentelijk geluidbeleid is beschreven. Uit het onderzoek (zie bijlage 3) blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden op drie zijden van de nieuwbouw, waarbij de geluidsbelasting maximaal 59 dB bedraagt. De maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer van 63 dB in stedelijk gebied, die voor 50 km-wegen geldt, wordt niet overschreden. Voor 30 km/u-wegen is het vaststellen van hogere waarden niet aan de orde, maar conform het gemeentelijk beleid is wel onderzocht of maatregelen genomen kunnen worden om de geluidbelasting te reduceren.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

37

Afweging geluidreducerende maatregelen aan bron en in overdracht Uit het onderzoek blijkt dat een mogelijke optie is dat stille klinkers worden toegepast op delen van de Scheepmakershaven en Stuurboord en Bakboord. Het vervangen van het wegdek kan een geluidreductie opleveren van maximaal 2 dB. Volgens de te hanteren rekenmethode is de maatregel als financieel doelmatig te bestempelen. Desondanks wordt ervoor gekozen de wegdekverharding niet aan te passen. Het vervangen van de bestaande klinkers door stille klinkers (betonstenen) ligt vanuit de inrichting van het openbare gebied niet voor de hand. Tussen 2010 en 2015 zijn de straten rondom de Scheepmakershaven voorzien van gebakken straatklinkers. Het wegdek sluit nu aan bij het wegdek dat al aanwezig was op de Oostkade, Stuurboord en Bakboord. Het is niet wenselijk dit aan te passen. Maatregelen in het overdrachtsgebied in de vorm van een geluidsscherm of -wallen zijn in deze stedelijke situatie niet mogelijk. Er moet dus worden gekeken naar maatregelen bij de ontvanger (bouwkundige maatregelen). Bouwkundige maatregelen De belangrijkste bouwkundige maatregel is het toepassen van voldoende geluidisolatie bij de muren, ramen en deuren. De gevels worden zo uitgevoerd dat een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd is. Daarnaast worden de buitenruimtes voorzien van maatregelen om te gaan voldoen aan de geëiste geluidwering.

Eén van deze maatregelen betreft het aanbrengen van een geluidsabsorberend plafond boven de buitenruimte (balkon). Een andere maatregel is het toepassen van een borstwering van 1,5 meter hoogte. Deze is gesloten, naad- en kiervrij en heeft een massa van ten minste 10 kg/m2. Ook het toepassen van bijvoorbeeld raamschermen is een optie. Alle noodzakelijke aanvullende maatregelen zullen worden getroffen en nog aan de gemeente ter goedkeuring worden voorgelegd. Afweging geluidsluwe zijde en geluidsluwe buitenruimte Als uitgangspunt voor een acceptabel woon- en leefklimaat voor woningen met een verhoogde geluidbelasting hanteert de gemeente de aanwezigheid van een geluidsluwe zijde en een geluidsluwe buitenruimte. Alhoewel de indeling van het gebouw pas bij het verlenen van de omgevingsvergunning definitief wordt bepaald, is het niet aannemelijk te veronderstellen dat elke woning een geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte zal hebben. Alle appartementen die een buitengevel hebben die alleen grenst aan de zijde van de Scheepmakershaven, Bakboord/Stuurboord of een deel van de westgevel van het gebouw voldoen niet aan het algemene uitgangspunt. Desalniettemin wordt in dit geval geoordeeld dat sprake is van een aanvaardbare situatie.

Doordat op dit perceel aan drie zijden sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, is het niet gemakkelijk om een stedenbouwkundige invulling te vinden waarbij alle woningen een geluidsluwe zijde en geluidsluwe buitentruimte zullen hebben. Er is door de centrumlocatie en de beperkte omvang van het perceel zeer beperkte stedenbouwkundige ruimte voor het anders inpassen van het gebouw. De stedenbouwkundige inpassing vraagt aandacht op diverse vlakken. Enerzijds op een zorgvuldige inpassing en aansluiting op de bestaande context met een historische verankering, anderzijds optimalisatie m.b.t. bouwfysische uitgangspunten, zoals akoestiek. Daarom is zorgvuldig gekeken naar de architectonische uitwerking van de woningen. De oriëntatie van de woningen in de voorbouw is hoofdzakelijk naar de Scheepmakershaven en in minder mate naar de Bakboord en Oostkade 7. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is deze oriëntatie gewenst en logisch passend binnen de historische context. De achterbouw heeft een corridorontsluiting en ontsluit de woningen vanuit de binnengang. Oriëntatie van woningen richt zich dan ook naar Bakboord en Oostkade 7. Dit is voor zowel de akoestiek optimaal, alsook de begeleidende gevelwand langs de Bakboord als aansluiting op de bestaande rijwoningen.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

38

Eventuele andere configuraties staan op gespannen voet met de gewenste stedenbouwkundige invulling op deze locatie in het dorpscentrum en met de wens om een substantiële bijdrage te leveren aan het voorzien in de woningbouwbehoefte. Het gebrek aan geluidsluwe buitenruimtes bij elk appartement wordt wel ondervangen door het realiseren van een geluidsluwe collectieve buitenruimte. Collectieve buitenruimte In het ontwerp zijn 8 studio’s opgenomen en een aantal appartementen die geen zelfstandige buitenruimte hebben, maar wel gebruik kunnen maken van een collectieve buitenruimte. Realisatie van een collectief dakterras is niet mogelijk door invulling van eisen op vlak van onder meer duurzaamheid en constructieve veiligheid. Wel is ruimte beschikbaar voor een collectieve buitenruimte aan de zijde van de Ankerplaats. Deze collectieve buitenruimte voldoet aan de eis van minimaal 1 m2 buitenruimte per appartement. Deze patiotuin is vanuit binnen en vanuit de fietsersentree bereikbaar en ligt aan een geluidluwe zijde van het gebouw. De ruimte is half overdekt en sluit aan op de tuin aan de oostzijde. De begroeiing van deze tuin langs de erfafscheiding loopt door in de patiotuin. De patiotuin zelf zal door toepassing van gevelgroen een prettige uitstraling hebben.

Afbeelding 4.2: Impressie van de collectieve buitenruimte

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

39

Brede afweging akoestische situatie Naast de hierboven beschreven overwegingen die zijn gemaakt vanuit akoestisch oogpunt, is met de voorgenomen ontwikkeling sprake van het tegengaan van leegstand en het invullen van een grote maatschappelijke behoefte aan woningen. Deze opgave wordt ingevuld op een binnenstedelijke locatie, waarbij het nieuwe gebouw past binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving. Het plan past binnen het centrumdorpse woonmilieu, waar omgevingsgeluid doorgaans hoger is dan in een rustige woonwijk. Dit rechtvaardigt het toelaten van nieuwe woningen op een plek waar de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Ook worden maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de verblijfsruimtes van de woningen een acceptabel geluidniveaus kennen en worden aanvullende maatregelen getroffen in de vorm van geluiddichte borstwering, geluidabsorberende plafonds en speciale raamsystemen. Daarnaast zullen er geluidluwe buitenruimtes (zowel per appartement als collectief) worden gerealiseerd. Gezien de overwegend positieve gevolgen als geheel en het treffen van maatregelen om de geluidbelasting te reduceren wordt de akoestische situatie als aanvaardbaar beschouwd.

4.5.3

Conclusie

Het aspect 'Geluid' vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

4.6

Verkeer en parkeren

4.6.1

Kader

Parkeerbeleid Hoeksche Waard Vanaf 4 augustus 2021 geldt de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen’. Initiatieven voor het realiseren van een ontwikkeling moeten in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid. Iedereen wil immers prettig wonen. En het kunnen parkeren in de directe woonomgeving is hiervan een onderdeel. Het parkeernormenbeleid is een integraal beleid opgesteld met als doel voor alle functies binnen de Hoeksche Waard een goed parkeeraanbod te waarborgen. Een ontwikkeling mag niet voor een verhoging van de parkeerdruk zorgen. De gemeente beoordeelt of de ontwikkeling past binnen de omgeving en niet leidt tot overlast voor andere bewoners. De gemeente toetst aan de hand van parkeernormen of een ontwikkeling hieraan voldoet. Het parkeerbeleid bevat naast de parkeernormen zelf, ook een beschrijving van het toepassen van deze normen. De gemeente Hoeksche Waard hanteert de meest recente kencijfers uit de CROWpublicatie 381 (of diens opvolger) als uitgangspunt voor het bepalen van de parkeerbehoefte. Deze publicatie en met name de daarin aangegeven kencijfers maakt daarmee onderdeel uit van de Nota Parkeernormen. Verder maakt het CROW onderscheid tussen gemeenten in Nederland al naar gelang hun mate van stedelijkheid (van zeer sterk stedelijk tot niet stedelijk).

Een grotere mate van verstedelijking geeft een geringere parkeerbehoefte. Oud-Beijerland is volgens deze indeling te beschouwen als matig stedelijk.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

40

4.6.2

Onderzoek

Parkeren Met de voorgenomen ontwikkeling worden nieuwe woningen toegevoegd. Bij nieuwbouw dient in voldoende mate ruimte voor parkeren of stallen van auto's te worden aangebracht, waarbij als uitgangspunt het parkeren op eigen terrein genomen moet worden. Het benodigd aantal parkeerplaatsen kan berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie 'CROW 381 Toekomstbestendig parkeren' uit 2018. Het plangebied wordt gekenmerkt als 'centrum' in weinig stedelijk gebied. Op grond van de Beleidsregels houdende regels omtrent de parkeernormen (2021) is het plangebied gelegen in het centrumgebied. Met deze uitgangspunten is in onderstaande tabel de bandbreedte voor het benodigd aantal parkeerplaatsen per functie aangegeven. De norm is het gemiddelde van de genoemde bandbreedtes. Parkeernorm (min-max)

Gemiddeld

Totaal benodigd

§ Koop, appartement, duur

1,2 - 2,0

1,6

28,8 pp

§ Koop, appartement, goedkoop

0,9 – 1,7

1,3

10,4 pp

Met de voorgenomen planontwikkeling worden 26 koopappartementen gerealiseerd. Hiervan zijn 8 studio’s in het bereikbare segment beoogd en de overige (18) appartementen zitten in de vrije sector. Worst-case is in de berekening uitgegaan van dure appartementen. In totaal zijn voor de planontwikkeling 39 parkeerplaatsen benodigd. In het plan zijn 20 parkeerplaatsen voorzien in de halfverdiepte stallingsgarage. De overige 19 parkeerplaatsen zijn voorzien op het parkeerterrein van het gemeentekwadrant, naast de locatie Scheepmakershaven 3. Deze locatie is op loopafstand van het plangebied gelegen. Dit wordt aanvaardbaar geacht, omdat met de realisatie van het plan ook 900 m2 bvo aan detailhandel verdwijnt. Volgens de CROW-norm voor detailhandel (3,3 per 100 m2 bvo) betekent dit dat er een behoefte van afgerond 30 parkeerplaatsen verdwijnt. Deze parkeerbehoefte wordt nu volledig in de openbare ruimte opgelost. Dit compenseert dus ruimschoots de 19 parkeerplaatsen van dit bouwplan die voorzien zijn op het parkeerterrein van het gemeentekwadrant. Gezien het voorgaande is de voorgenomen ontwikkeling in lijn met de CROW-normering en daarmee met het parkeerbeleid van de gemeente Hoeksche Waard.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

41

Afbeelding 4.3: Parkeerterrein op loopafstand van het nieuwe woongebouw

Verkeersbewegingen Voorliggend plan voorziet in 26 woningen in de bebouwde kom van Oud-Beijerland. In het stedenbouwkundig plan zijn 26 koopappartementen opgenomen, waarvan 8 studio’s in het betaalbare segment en 18 appartementen in de middeldure/dure sector. Oud-Beijerland is volgens de CROWnormering aangemerkt als matig stedelijk gebied. De verkeersgeneratie voor goedkope, middeldure en dure appartementen in de koopsector bedraagt respectievelijk maximaal 4,7, 5,5 en 7,2 verkeersbewegingen per woning. Omdat de verdeling middeldure en dure appartementen nog niet definitief is, is worst case uitgegaan van dure appartementen.

Type woningen

Aantal

Norm

Totaal

Koop, appartement, duur

18

7,2

129,6

Koop, appartement, goedkoop

8

4,7

37,6

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

42

Met de ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag toe met 167 verkeersbewegingen. Daarnaast verdwijnt het aantal verkeersbewegingen dat in de huidige situatie verbonden is aan de detailhandelsfunctie. De binnenstad van een dorpscentrum in matig stedelijk gebied genereert volgens de CROW-normen tussen 26,1 en 35,2 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Voor de 900 m2 bvo betekent dat dus tussen de 235 en 317 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag. De herbestemming zorgt naar verwachting niet voor meer verkeersbewegingen van en naar het dorpscentrum van Oud-Beijerland. Op de omliggende wegen, waaronder de Scheepmakershaven, Bakboord en Stuurboord is geen verkeersproblematiek bekend. De inrichting en capaciteit van de bestaande wegenstructuur is voldoende om de beperkte aantallen verkeersbewegingen verbonden af te wikkelen. In Bakboord loopt de rijrichting van noord naar zuid en in Stuurboord van zuid naar noord. Om de ingang van de halfverdiepte stallingsgarage te bereiken moet dus een keerbeweging worden gemaakt van Stuurboord naar Bakboord. Indien noodzakelijk kan ter hoogte van de Ankerplaats een steekbeweging worden gemaakt. Als alternatief voor de keerbeweging kan een doorsteek worden gerealiseerd in de middenberm tussen Stuurboord en Bakboord ter hoogte van de inrit, maar dit wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht.

Voor de volledigheid is gekeken naar de draaibewegingen van auto’s ter hoogte van de inrit van de halfverdiepte stallingsgarage. Hieruit blijkt dat er voldoende ruimte is voor het in- en uitrijden van de auto’s. Met een stoplicht wordt het verkeer gedoseerd en met spiegels is langzaam verkeer zichtbaar voor uitrijdende auto’s. Voetgangers en fietsers worden zodoende niet gehinderd.

Afbeelding 4.4: Draaicirkel binnenzijde half verdiepte stallingsgarage

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

43

Afbeelding 4.5: Bovenaanzicht inrit garage

Afbeelding 4.6: Impressie inrit half verdiepte stallingsgarage op ooghoogte 4.6.3

Conclusie

Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

44

4.7

Bodem

4.7.1

Kader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen worden bij voorkeur op schone grond gerealiseerd. 4.7.2

Onderzoek

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodem en asbestonderzoek uitgevoerd naar de bodemkwaliteit ter plaatse. De rapportage is opgenomen als bijlage 4 bij dit bestemmingsplan. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er op de locatie een bodemverontreiniging aanwezig is. Het gaat om een sterke verontreiniging met zink en lood in de grond. Voorafgaand aan de herontwikkeling van deze locatie dient deze verontreiniging nader te worden onderzocht. Mogelijk volgt daaruit dat de verontreiniging dient te worden gesaneerd. Omdat de locatie met sanering geschikt te maken is voor het toekomstige gebruik (wonen), vormen de onderzoeksresultaten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De kosten van een sanering zijn inzichtelijk en vormen geen financiële belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Het bodemonderzoek wordt bij aanvraag van een omgevingsvergunning eveneens getoetst. Dit is een ander toetsingskader. Conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), artikel 6.2.c kan in dat geval een omgevingsvergunning pas in werking treden nadat door het bevoegd gezag is bepaald dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, of is ingestemd met het saneringsplan of een melding in het kader van het Besluit uniforme saneringen (BUS). 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Kader

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

45

Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is.

Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. In 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. In dit onderzoek is op deze wetgeving voorgesorteerd. Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 meter, in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a) het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b) het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c) de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

46

In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. 4.8.2

Onderzoek

Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Op basis van de risicokaart zijn de volgende risicobronnen in de omgeving aanwezig: ·

vervoer gevaarlijke stoffen over de provinciale wegen N492 en N217;

·

vervoer gevaarlijke stoffen de rivier de Oude Maas;

Langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen is een verantwoordingsgebied aanwezig van 200 meter. Het invloedsgebied van toxische stoffen is meer dan 4.000 meter. Het plangebied bevindt zich buiten het verantwoordingsgebied van de provinciale wegen, maar binnen het invloedsgebied van toxische stoffen van deze transportroutes. Er dient een beschrijving te worden gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. De rivier de Oude Maas bevindt zich op circa 1,5 km ten noorden van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van deze risicobron, waardoor dit geen belemmeringen oplevert.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. Evenwel is het natuurlijk niet uit te sluiten dat kinderen, ouderen en/of gehandicapten in de woningen gaan wonen/aanwezig zijn. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het juist gewenst dat dergelijke specifieke doelgroepen zich gelijkmatig ‘verspreiden’ tussen de reguliere doelgroepen. Scenario toxische gassen Door een incident op de weg kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de toxische vloeistof in korte tijd uitstroomt. De toxische stof verdampt deels direct en wordt gedurende korte tijd meegevoerd door de wind. De resterende vloeistof vormt een plas. Het gevaar kan door de aanwezigen in het benedenwindse effectgebied opgemerkt worden door de herkenbare geur van ammoniak. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario.

Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het van belang dat E-Alert wordt ingezet.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

47

In het kader van een effectieve zelfredzaamheid bij het vrijkomen van toxische stoffen wordt geadviseerd bij ontwikkelingen afsluitbare ventilatiesystemen in gebouwen toe te passen waarmee kan worden voorkomen dat toxische stoffen binnentreden. Aanwezigen zijn in gebouwen enkele uren beschermd tegen de effecten van toxische dampen. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling is dat dit advies wordt opgevolgd. Met betrekking tot de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de bluswatervoorzieningen in en om het plangebied wordt opgemerkt dat voldaan zal worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019. Risicocommunicatie naar de bewoners is zeer belangrijk. Bij het sluiten van een huur-/koopcontract dient op de externe veiligheidsrisico’s gewezen te worden en kan onderhavige rapportage genoemd worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. De gemeente heeft in dit kader een informatieplicht. Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Bij de uiteindelijke vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

Die kan ondersteunen bij het optimaliseren van de zelfredzaamheid van de gebruikers en de beheersbaarheid van calamiteiten door hulpverleners. Daartoe zal de veiligheidsregio zo vroeg mogelijk worden betrokken bij de uitwerking van de bouwplannen. 4.8.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

48

4.9

Kabels en leidingen

In het plangebied en de directe omgeving zijn geen planologisch relevante leidingen zoals rioolpersleidingen of waterleidingen met een regionale functie gelegen. Ook komen er geen bovengrondse hoogspanningsverbindingen voor.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Kader Bij de vaststelling van bestemmingsplannen moet vanuit het oogpunt van de gezondheid van de mens rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit. Als gevolg van de uitvoering van dit bestemmingsplan mogen de grenswaarden voor luchtkwaliteit, die zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, niet worden overschreden. 4.10.2 Onderzoek Beoordeling luchtkwaliteit In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit bestemmingsplan maakt 26 nieuwe woningen mogelijk. Daardoor is het vaststellen van dit bestemmingsplan aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is.

NIBM-tool Voor de volledigheid is op basis van de van de verkeersaantrekkende werking met de NIBM-tool de toename van de jaargemiddelde concentraties van de luchtverontreinigende stoffen NO2 en PM10 berekend. Daaruit komt naar voren of de ontwikkeling als NIBM is aan te merken of IBM (in betekenende mate). De NIBM tool maakt gebruik van het aantal verkeersbewegingen dat met de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Verkeersaantrekkende werking Met de ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag toe met 167 verkeersbewegingen (zie paragraaf 4.6). Uit de NIBM-tool in afbeelding 4.7 blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet leidt tot onevenredige toename van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet benodigd.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

49

Afbeelding 4.7 NIBM Tool 2022

Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. In afbeelding 4.8. zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSLmonitoringstool 2020.

Afbeelding 4.8 Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (NSL-monitoringstool 2020) Uit afbeelding 4.8 blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 21,5 µg/m3, 18,6 µg/m3 en 11,0 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 7, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

50

De trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen. Dus voor de latere jaren dan 2020 zijn zeker geen overschrijdingen van de grenswaarden te verwachten. 4.10.3 Conclusie In het plangebied wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit staat het plan niet in de weg.

4.11

Flora en fauna

4.11.1 Kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van soorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN. 4.11.2 Onderzoek Soortenbescherming Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten start met een globaal onderzoek (quick scan), waarin gekeken wordt of er een reële kans is op het al dan niet voorkomen van beschermde soorten in of net buiten het plangebied. Indien blijkt dat die kans aanwezig is, zal een uitgebreid veldonderzoek moeten plaatshebben op het moment dat er kans is op (negatieve) effecten op de mogelijk aanwezige beschermde soorten als gevolg van werkzaamheden die voortvloeien uit het plan. Als daarbij wordt aangetoond dat inderdaad beschermde soorten aanwezig zijn, zal een effectenstudie moeten worden gedaan. Indien daaruit blijkt dat er handelingen gaan plaatshebben die nadelige gevolgen hebben voor de aanwezige beschermde soorten, is mogelijk een ontheffing van de Wnb aan de orde.

Daarvoor moet in beeld worden gebracht hoe de voorgenomen werkzaamheden zodanig worden aangepast dat dergelijke gevolgen niet of in mindere mate zullen optreden. Op de planlocatie is bebouwing aanwezig. Met de beoogde ontwikkeling wordt sloop en nieuwbouw beoogd, waardoor mogelijk aanwezige soorten kunnen worden verstoord. Door NWC is daarom een quick scan flora en fauna opgesteld, die als bijlage 5 bij deze toelichting is opgenomen. De resultaten zijn als volgt. Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan met zekerheid uitgesloten worden. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen niet met zekerheid uitgesloten worden. Het gebouw is geschikt om door enkele vleermuizen gebruikt te worden als verblijfplaats. Om deze redenen dient aanvullend vleermuisonderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol (2021) uitgevoerd te worden. Dergelijk onderzoek moet bestaan uit meerdere vleermuisinventarisaties die in de periode half mei tot en met eind september uitgevoerd worden. Vleermuizen gebruiken gedurende het jaar namelijk een netwerk van verschillende verblijfplaatsen (i.e. kraamplaats, zomerverblijfplaats, paarverblijf, (massa) winterverblijfplaats).

Het vleermuisprotocol stelt daarom dat meerdere inventarisatiemomenten nodig zijn om de functies, die de bebouwing mogelijk jaarrond voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

51

Het aanvullende onderzoek (bijlage 6) wijst uit dat er actueel geen vleermuisverblijf in de te slopen gebouwonderdelen aan de Scheepmakershaven 1 te Oud-Beijerland aanwezig zijn en dat de verdere kans hierop nihil is in verband met de beperkte toegangsmogelijkheden (door het gebrek aan spouwmuren). Aanvullende maatregelen en/of een ontheffing van de natuurbeschermingsregels zijn niet nodig. Niettemin maken nestkasten voor vleermuizen onderdeel uit van het nieuwe gebouw. Vogels met een vaste verblijfplaats Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied. Op grond van de quick scan werd uitgesproken dat de kans bestaat dat verblijfplaatsen van de Huismus (Passer domesticus) onder de dakpannen van het pand plaatsvinden. Hierbij werd aangegeven dat omliggende gebouwen ook gunstig kunnen zijn als verblijfplaats voor de Huismus en daarbij kan het plangebied dienen als functionele leefomgeving. Om deze reden is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de huismus (zie bijlage 7). In het voorjaar van 2022 zijn twee veldbezoeken gebracht om de aanwezigheid van de huismuis te onderzoeken. De conclusie is dat binnen het projectgebied en in de directe omgeving geen huismussen aanwezig zijn. Ook is er geen sprake van een broedplaats van de gierzwaluw.

Aanvullende maatregelen en/of een ontheffing van de natuurbeschermingsregels zijn niet nodig. Niettemin maken nestkasten voor gierzwaluwen onderdeel uit van het nieuwe gebouw. Grondgebonden zoogdieren Het gebouw is ongeschikt als verblijfplaats voor (kleine) marterachtigen of andere grondgebonden zoogdieren. Verder is het gebied niet gunstig als foerageergebied of functioneel leefgebied voor deze dieren, dit door het gebrek aan beschutting en bosschages. Daarbij zijn er tijdens het veldbezoek geen grondgebonden zoogdieren of sporen hiervan aangetroffen. Hierdoor hoeft geen aanvullend onderzoek plaats te vinden voor grondgebonden zoogdieren. Reptielen en amfibieën Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor de Rugstreeppad of andere strikt beschermde reptielen of amfibieën aanwezig. Het gehele plangebied is bestraat, hierdoor hoeft er geen aanvullend onderzoek voor reptielen en amfibieën plaats te vinden. Flora Er zijn geen beschermde soorten waargenomen waardoor er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen zijn ten aanzien van flora. Niettemin maakt gevelgroen onderdeel uit van het nieuwe gebouw. Zorgplicht Ten slotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden.

Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: §

Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;

§

in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd.

Bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ ontwerp, d.d. 14 juni 2023

52

Gebiedsbescherming Er moet inzichtelijk zijn of een plan of project significante gevolgen kan hebben voor beschermde natuurgebieden. Voor nieuwe of gewijzigde plannen dient onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Een project dat meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op een overbelast stikstofgevoelig habitattype of leefgebied heeft in potentie een significant effect. Bij de uitvoering van het plan vinden er op de planlocatie sloop-, bouw- en/of graafwerkzaamheden plaats. Er kan daarom sprake zijn van significante negatieve effecten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. Om hierover duidelijkheid te krijgen is door KuiperCompagnons een stikstofonderzoek uitgevoerd (bijlage 8). In dit onderzoek is beoordeeld of de aanlegfase of de gebruiksfase van de 26 nieuwe appartementen leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg of het gebruik van de 26 nieuwe appartementen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15859768/2