3.1 ro tijdelijke huisvesting Goudswaard nov 2023.docx - Bevroren versie
Tekst van het document
-
TIJDELIJKE HUISVESTING GOUDSWAARD Hoeksche Waard
1/46
DATUM KENMERK
06-12-2023 20220886
PROJECT PROJECTLEIDER
Tijdelijke huisvesting Goudswaard ing. S. la Grand Murb
OPDRACHTGEVER HW Wonen PROJECTNUMMER 20220886 AUTEUR
2/46
Roy van Oosterhout
INHOUD 1.
2.
3.
4.
3/46
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
6 6 7 7
Aanleiding Projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Huidige situatie en beoogde ontwikkeling
8
2.1
Huidige situatie 2.1.1 Historie 2.1.2 Landschappelijke hoofdstructuur 2.1.3 Openheid landschap
8 8 8 8
2.2
Beoogde ontwikkeling 2.2.1 Doelgroepen 2.2.2 Programma 2.2.3 Stedenbouwkundig plan 2.2.4 Bebouwing 2.2.5 Landschappelijke inpassing
8 8 9 9 10 10
Toetsing aan de beleidskaders
11
3.1
Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) 3.1.4 Conclusie rijksbeleid
11 11 12 12 14
3.2
Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) 3.2.3 Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 (2017) 3.2.4 Conclusie provinciaal- en regionaal beleid
15 15 16 19 20
3.3
Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard (2019) 3.3.2 Programmaplan Duurzaamheid 3.3.3 Nota Ruimtelijke kwaliteit Hoeksche Waard 3.3.4 Conclusie gemeentelijk beleid
20 20 21 22 22
3.4
Conclusie
22
Toetsing aan sectorale aspecten
23
4.1
23 23 23 23 24
Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Ontsluiting 4.1.3 Verkeersgeneratie 4.1.4 Parkeren
4.1.5
4/46
Conclusie
25
4.2
Wegverkeerslawaai 4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Resultaten 4.2.3 Conclusie
25 25 25 25
4.3
Ecologie 4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Soortenbescherming 4.3.4 Conclusie
25 25 26 27 28
4.4
Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie
28 28 29 29
4.5
Kabels en leidingen 4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie
29 29 29 29
4.6
Externe veiligheid 4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie
29 29 30 30
4.7
Water 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4
30 30 31 32 33
Toetsingskader Huidige situatie Toekomstige situatie Conclusie
4.8
Luchtkwaliteit 4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie
33 33 34 34
4.9
Bodem 4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek
34 34 34
4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Cultuurhistorie 4.10.3 Archeologie 4.10.4 Conclusie
35 35 35 35 37
4.11 M.e.r. procedure 4.11.1 Beleid en Normstelling 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie
37 37 38 38
5.
6.
Maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid
39
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1 Participatie 5.1.2 Procedure
39 39 39
5.2
Economische uitvoerbaarheid
39
Conclusie
40
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek
41
Bijlage 2 Quickscan ecologie
42
Bijlage 3 Memo stikstofdepositie
43
Bijlage 4 Stikstofberekeningen
44
Bijlage 5 Milieukundig bodemonderzoek
45
Bijlage 6 Archeologisch onderzoek
46
5/46
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
In nagenoeg heel Nederland is er een tekort aan (betaalbare) woningen. De woningmarkt is krap, ook in de Hoeksche Waard. Er is behoefte aan een flexibele woningvoorraad in de vorm van tijdelijke huisvesting voor mensen die op korte termijn een woning nodig hebben. De gemeente wil ten oosten van Goudswaard 20 tijdelijke woningen realiseren voor een periode van 10 tot 15 jaar. Hiermee wordt invulling gegeven aan de behoefte van jongeren en starters, Hoeksche Waarders, die door persoonlijke omstandigheden snel woonruimte nodig hebben, mensen met een verblijfsvergunning of vluchtelingen van de oorlog in Oekraïne. Het vigerende bestemmingsplan “Kernen Korendijk 2018” biedt op de locatie geen ruimte voor woonfuncties. Hoewel de woningen tijdelijk van aard zijn, kan geen gebruik worden gemaakt van de zogeheten kruimelgevallenprocedure (artikel 2.12. lid 1 onder a onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) jo artikel 4 lid 11 bijlage II Bor) omdat de maximale termijn van 10 jaar wordt overschreden. Daarnaast kan dit project worden gezien als stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van het Besluit m.e.r. waardoor een uitgebreide procedure van toepassing is.
De gemeente Hoeksche Waard heeft aangegeven te willen meewerken aan de ontwikkeling door middel van een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarvoor dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, waarin het project wordt toegelicht en wordt aangetoond dat het voornemen om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan voor het mogelijk maken van 20 tijdelijke woningen, verhardingen, groen en water en nutsvoorzieningen.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied bevindt zich ten oosten van de kern Goudswaard ten zuiden van de Molendijk. De locatie is na een breed locatieonderzoek binnen de gemeente geschikt bevonden om tijdelijke woningen te realiseren. Het projectgebied heeft een grootte van ongeveer 0,9 hectare. De Gemeente Hoeksche Waard is eigenaar van het stuk grond. Voor de beoogde tijdelijke woningen is een deel van dit perceel nodig. Het projectgebied is weergegeven op figuur 1.1.
6/46
Figuur 1.1 Projectgebied beoogde ontwikkeling
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Kernen Korendijk 2018’, vastgesteld op 7 november 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard. In dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de bestemming ‘Agrarisch’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 3’. Tijdelijke woningen met bijbehorende functies zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Op figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven.
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan Kernen Korendijk 2018 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: ● Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de wijzigingen die met deze ruimtelijke onderbouwing worden mogelijk gemaakt; ● Hoofdstuk 3 toetst de ontwikkeling aan het beleid; ● Hoofdstuk 4 behandelt de omgevingsaspecten; ● Hoofdstuk 5 maakt de maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk; ● Hoofdstuk 6 geeft de slotconclusie of het project voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
7/46
2. HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING 2.1
Huidige situatie
2.1.1 Historie De eerste bebouwing van het dorp vormde zich rond de kruising van de West of Hollaarsdijk - Voorkade en de Oost of Molendijk. De bebouwing werd langzaam uitgebreid langs deze linten. De eerste grens was de Burgemeester Zahnweg, een dwarsweg die in de jaren ’40 van de vorige eeuw is aangelegd. Het gebied in de driehoek tussen de dijken en deze weg werd benut voor meer geplande woningbouw. Daarna is het dorp vanaf de jaren ‘60 verder in oostelijke richting gegroeid waarbij steeds percelen tussen de Molendijk en Vaartweg aan de bebouwde kom werden toegevoegd en verkaveld voor woningen. Vanaf 2015 is de laatste toevoeging aan de oostzijde ingezet met een aantal rijen woningen en vrije kavels met hier en daar doorzicht in oostelijke richting. 2.1.2 Landschappelijke hoofdstructuur De Hoeksche Waard is te kenmerken door een grotendeels landbouwontwikkelingsgebied met een aantal historische dorpskernen en dijklinten verspreid in de waard. Deze dorpskernen zijn met de tijd uitgebreid, maar kennen wel een bepaalde grens. Typerend voor de waard zijn de vele robuuste kreken en binnendijken. Deze lopen al kronkelend door het landschap. Daartussen zijn rond Goudswaard zeer rechte structuren van wegen en watergangen aangebracht waar her en der bouwsteden van boerderijen en hoeves staan.
2.1.3 Openheid landschap De Hoeksche Waard kenmerkt zich door een afwisseling van zeer open landschap, matig open landschap en besloten landschap. Het besloten landschap is vooral rondom de dorpen te zien waarnaast de landbouw vooral een open landschap herbergt. Op vele plekken zijn er doorzichten van dijk tot dijk en in het zuiden is er vergezicht over de rivier Hollands Diep. Het projectgebied ligt direct naast de laatste dorpsuitbreiding half open bebouwingsrand die verzacht wordt door enkele doorzichten. Aan de oostzijde wordt de planlocatie begrensd door een sloot met daarachter een open perceel tot aan de Jan Krijnsweg met boerderij.
2.2
Beoogde ontwikkeling
2.2.1 Doelgroepen De jongeren en starters die graag op zichzelf willen wonen in de Hoeksche Waard, kunnen lastig een betaalbaar huis vinden. En Hoeksche Waarders, die door persoonlijke omstandigheden snel woonruimte nodig hebben, zoeken vaak tevergeefs door de grote druk op de woningmarkt. Ook mensen met een verblijfsvergunning die recht hebben op een woning, of vluchtelingen van de oorlog in Oekraïne moeten lang wachten voor ze aan de beurt zijn. Daardoor stagneert de doorstroming vanuit (nood)opvangplekken en ontstaan er op tal van plekken zeer onwenselijke situaties. De gemeente zet volop in op de bouw van nieuwe woningen, maar de ontwikkeling van nieuwe wijken vraagt jaren van voorbereiding en procedures. En die tijd hebben deze groepen woningzoekenden niet. De nood is hoog en de behoefte is er nu. Daarom werkt de gemeente samen met woningstichting HW Wonen aan een snellere oplossing voor de behoefte van deze groepen woningzoekenden. Natuurlijk blijft de gemeente inzetten op reguliere woningbouw. Maar daarnaast gaat ze ook aan de slag met de bouw van zo’n 100 tot 150 tijdelijke woningen. Want daarmee kunnen veel sneller concrete resultaten worden geboekt en kunnen deze groepen woningzoekenden op korte termijn huisvesting worden geboden. De gemeente wil (op verschillende plekken) in de Hoeksche Waard tijdelijke woningen neerzetten voor de duur van 15 jaar.
En ook al gaat het om tijdelijke woningen, streeft de gemeente wel naar kwaliteit. De woningen moeten kwalitatief goed zijn, een goede uitstraling hebben en passen in de omgeving. Er mag geen afbreuk gedaan worden aan de naastgelegen ontwikkeling De Boomgaard. De huizen bieden een oplossing voor iedereen die snel een compacte eigen woonruimte in de buurt zoekt. En van daaruit hebben de huurders de tijd om te zoeken naar andere woonruimte voor de langere termijn. Een deel van de woningen wordt beschikbaar gesteld voor Oekraïense vluchtelingen en mensen met een verblijfsvergunning die recht hebben op een woning. Zo wordt de druk op de reguliere huurwoningen verminderd.
8/46
2.2.2 Programma Voorliggend project maakt 20 tijdelijke woningen mogelijk met bijbehorende parkeervoorzieningen en fietsenstallingen. In de volgende categorieën: • 10 drie-kamer woningen (grondgebonden) • 4 studio’s • 6 twee-kamer appartementen 2.2.3
Stedenbouwkundig plan
Figuur 2.1 Stedenbouwkundig plan
Aansluiting op omgeving Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een ontspannen opstelling van de nieuwe tijdelijke woningen en een efficiënte verkeerskundige aansluiting. De plaatsing van de woningen wordt afgestemd op de stedenbouwkundige structuur van de reeds bestaande woningen aan de Rietakker en de nog te bouwen woningen aan op de Boomgaard. Zo worden in het noordelijk deel 3 kleine blokjes van 3 en 4 grondgebonden tweelaagse woningen geplaatst die meedoen in de opzet van de Boomgaard. Dit betreffen allemaal 3 kamer-woningen. Daar waar de nieuwe appartementen in de Boomgaard worden gebouwd met de voorzijde naar het landschap wordt een plek open gehouden. Hier is ruimte voor groen, spelen en waterberging. Dit kan zowel door de nieuwe bewoners als door de bestaande buurt worden gebruikt. Ten zuiden van deze open groene plek wordt één blokje in twee bouwlagen geplaatst. Dit blokje bevat de studio’s en twee-kamerappartementen. Dit blokje wordt in lijn met het nog te bouwen blokje rijwoningen aan de Boomgaard geplaatst.
9/46
De locatie wordt op twee plekken ontsloten. De appartementen worden ontsloten via de Rietakker. De grondgebonden woningen via de reeds aangelegde infrastructuur voor de Boomgaard. Via deze aansluitingen worden vanuit de buurt doorzichten naar het landschap veilig gesteld. Op deze manier wordt de bestaande infrastructuur efficiënt ingezet en is relatief weinig nieuwe verharding nodig. Tussen de Boomgaard en de nieuwe ontwikkeling wordt een brede watergang gerealiseerd die iets uitbuikt in het groene middengebiedje. Hierin wordt zowel het water van de Boomgaard als de nieuwe ontwikkeling gecompenseerd. Er is ruimte voor natuurvriendelijke oevers die naast meer biodiversiteit ook bijdragen aan de groene beleving van dit woongebied. De locatie met de nieuwe woningen wordt vooral groen ingericht in aansluiting met de Boomgaard. Een voetpad in de vorm van een lus verbindt de twee clustertjes en de daartussen gelegen groene ruimte. 2.2.4 Bebouwing De bouwblokken worden maximaal twee bouwlagen hoog. De grondgebonden woningen worden in korte rijtjes van 3 of 4 woningen geplaatst en krijgen een kleine (lessenaars)kap. Deze bouwhoogten zijn duidelijk ondergeschikt aan de bestaande woningen aan de Rietakker en de nog te realiseren bebouwing op de Boomgaard.
Figuur 2.2 Impressie van de woningtypen.
2.2.5 Landschappelijke inpassing Rond de locatie komt richting de bestaande buurt en de Boomgaard een landschappelijke rand. Deze rand doet mee in de hele rand langs deze zijde van de kern. In deze rand is ruimte voor waterberging en een voetpad voor het doortrekken van een ommetje met een informeel pad. Aan de landschapszijde wordt ter plaatse van de woningen enkele clusters van bomen ingezet om het beeld te verzachten en de overgang te maken. Ter plaatse van de groene ruimte tussen de twee clusters wordt vooral met laag groen gewerkt om het beeld hier juist open te houden. Een pad langs de rand maakt onderdeel uit van het ommetje. De paden worden uitgevoerd in een waterdoorlatend materiaal, dat de informele en landschappelijke uitstraling ondersteund. Op deze manier ontstaat een zachte overgang tussen het landschap en de bestaande kernrand aan deze zijde van het dorp.
10/46
3. TOETSING AAN DE BELEIDSKADERS 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: ● dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; ● met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; ● waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; ● met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; ● waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; ● dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; ● waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; ● dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: ● Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. ● Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. ● Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De belangrijkste keuzes zijn: ● Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. ● Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. ● Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. ● Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen.
11/46
Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Dit project is in lijn met de uitgangspunten van de NOVI. Niet alle woningen kunnen binnenstedelijk worden gebouwd. Met dit project worden tijdelijk woningen buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk gemaakt om in de acute woningbehoefte te kunnen voorzien. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De omgevingsvisie is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen.
Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat om kaders voor bijvoorbeeld rijksvaarwegen, het kustfundament, project Mainportontwikkeling Rotterdam en grote rivieren. Toetsing Het Barro staat de ontwikkeling niet in de weg. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten beschrijven waarom er behoefte is aan de ontwikkeling en als die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, motiveren waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van meer dan 11 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing In het kader van de ladder is het met name van belang dat er met voorliggend project 20 tijdelijke woningen mogelijk gemaakt worden.
In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Het gaat om meer dan 11 woningen op een gebied met voornamelijk een agrarische bestemming (zie paragraaf 1.3). De behoefte moet worden beschreven en ook moet worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in die behoefte kan worden voorzien. Beschrijving woningbehoefte De jongeren en starters die graag op zichzelf willen wonen in de Hoeksche Waard, kunnen lastig een betaalbaar huis vinden. En Hoeksche Waarders, die door persoonlijke omstandigheden snel woonruimte nodig hebben, zoeken vaak tevergeefs door de grote druk op de woningmarkt. Ook mensen met een verblijfsvergunning die recht hebben op een woning, of vluchtelingen van de oorlog in Oekraïne moeten lang wachten voor ze aan de beurt zijn. Daardoor stokt de doorstroming vanuit (nood)opvangplekken en ontstaan er op tal van plekken zeer onwenselijke situaties. De gemeente zet volop in op de bouw van nieuwe woningen, maar de ontwikkeling van nieuwe wijken vraagt jaren van voorbereiding en procedures. En die tijd hebben deze groepen woningzoekenden niet. De nood is hoog en de behoefte is er nu. Daarom is ervoor gekozen om woningen te realiseren op gemeentegrond. Er is in de kern Goudswaard geen andere ruimte snel beschikbaar.
12/46
In de Regionale Realisatie Agenda Wonen Samenwerkende regio's Alblasserwaard, Drechtsteden, Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard (14 maart 2023) is gelet op de grote woningbehoefte afgesproken dat de Hoeksche Waard vasthoudt aan de eigen ambitie om 500 woningen per jaar te blijven bouwen. Van deze nog te bouwen woningen moet 2/3 in de betaalbare prijsklasse vallen en waarvan de helft (30%) door de woningcorporatie wordt gebouwd. Met het realiseren van de tijdelijke woningen kan de gemeente op korte termijn voor een deel aan deze behoefte voldoen. Behoefte flexwonen voor spoedzoekers De provincie constateert in het Programma Flexwonen Zuid-Holland (2021) een tekort aan woningen in het algemeen, voor spoedzoekers in het bijzonder, en ziet in flexwonen een (deel)oplossing. Daarbij gaat het om zowel tijdelijke huurcontracten in bestaande woningen (of vastgoed) als tijdelijke (nieuwe) woningen en/of locaties.
De doelgroep spoedzoekers wordt breed opgevat: inwoners die buiten de reguliere ‘urgentie’-mogelijkheden van gemeenten vallen, met spoed een woning nodig hebben en niet kunnen wachten tot er voldoende inschrijftijd is opgebouwd: ● (door)starters en studenten; ● (dreigend) zwerfjongeren/daklozen; ● arbeidsmigranten (expats in mindere mate); ● statushouders (inclusief AZC); ● uitstroom maatschappelijke opvang/Beschermd Wonen/GGZ en/of andere zorginstellingen; ● echtscheidingen/gescheiden ouders (met kinderen) en andere gebroken relaties; ● huisuitzettingen/gedwongen verkoop; ● ex-gedetineerden; ● tijdelijke herhuisvesting (bijvoorbeeld bij renovatie); ● zorgbehoevende ouderen ‘tussen thuis en verpleeghuis’. Gemeente Hoeksche Waard richt zich op jongeren tot 28 jaar, mensen die met enige spoed een woning zoeken zoals gescheiden ouders en statushouders en/of Oekraïense ontheemden. Uit gegevens van HW Wonen blijkt dat spoedzoekers en starters moeilijk aan een woning kunnen komen. De wachttijd ligt tussen de 2 en 3 jaar en voor sommige doelgroepen hoger. Dat geldt vooral als er sprake is van spoed maar geen recht op urgentie. Behoefte huisvesting statushouders (spoedzoekers met recht op urgentie) De huisvesting van statushouders betreft een bovenregionale behoefte (nationale opgave). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders.
Het Rijk legt ze hiervoor een taakstelling op. De taakstelling wordt twee keer per jaar bijgesteld en maandelijks gemonitord. Ver vooruitkijken en ver vooruitlopen op de taakstelling is niet zinvol, omdat de instroom een zeer grillig verloop kent. De instroom is onder meer afhankelijk van Europese afspraken, de uitvoering daarvan, de situatie in de landen van herkomst en de snelheid van gezinshereniging. In veel gevallen is in huishoudensprognoses en regionale woningbouwafspraken nog geen rekening gehouden met de instroom van statushouders. De door het Rijk opgelegde taakstelling kan daarom als plus op de regionale woningbehoefte worden gezien. In de laatste zes maanden van 2023 moeten gemeenten 27.300 statushouders huisvesten. Het gaat om asielzoekers die in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen omdat zij bijvoorbeeld zijn gevlucht voor oorlog, geweld of vervolging. Uit het overzicht huisvesting vergunninghouders 1 november 2023 blijkt dat de taakstelling voor de gemeente 200 wooneenheden betreft, waarvan inmiddels 35 woningen zijn gerealiseerd. Met dit project wordt daar deels invulling aan gegeven. De hoge taakstelling zorgt er wel voor dat er relatief veel woningen uit de reguliere voorraad worden onttrokken waardoor de wachttijden voor andere woningzoekenden oplopen.
Conclusie woningbehoefte De gemeente heeft op 1 november 2023 een actuele taakstelling van 200 woningen voor statushouders voor 2023. Hiervan is al een klein deel gerealiseerd (35 woningen). Er is daarnaast een grote behoefte aan woningen voor mensen die in een
13/46
dringende situatie zitten, zoals jongeren en starters, Hoeksche Waarders die door persoonlijke omstandigheden snel woonruimte nodig hebben of vluchtelingen van de oorlog in Oekraïne. Met oplossingen als flexwonen kan deze groep mensen sneller een dak boven hun hoofd aangeboden worden als opstap of tussenstap. Deze doelgroep heeft vervolgens tijd om te kunnen doorstromen naar een reguliere (huur)woning. Locatiekeuze (waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied) Om de druk op de woningmarkt te laten afnemen onderzochten gemeente Hoeksche Waard en Stichting HW Wonen de mogelijkheden om -naast alle reguliere woningbouw- op korte termijn 100-150 tijdelijke woningen te realiseren. Het aantal van 100-150 woningen wordt over verschillende dorpen verspreid. Hiervoor werden meer dan 30 locaties in de Hoeksche Waard onderzocht op potentie voor het ontwikkelen van tijdelijke woningen. Belangrijke criteria waren: ● Is woningbouw op de betreffende locatie gewenst (geeft dit bijvoorbeeld beperkingen voor omliggende (bedrijfs)percelen); ● Kan realisatie op deze locatie snel? Of wordt voorzien dat het realiseren van tijdelijke huisvesting op die locatie te lang duurt? ● Op locaties waar initiatieven zijn voor permanente bouw, wordt ingezet op permanente bouw.
● Kan de grond op korte termijn verkregen worden? ● Kan de grond voor een reële prijs verkregen worden? Uit dit onderzoek bleven 18 potentiële locaties voor het realiseren van tijdelijke woningen over. Deze locaties werden nader beoordeeld op de volgende criteria: ● Wat is de eigendomspositie? ● Is er al een initiatief voor deze locatie? ● Is er een hogere waarde archeologie? ● Is de grond geschikt voor realisatie (civiel)? ● Zijn er scholen in de buurt/goed bereikbaar? ● Zijn er winkels in de buurt? ● Is er openbaar vervoer in de buurt? ● Hoe schatten we het draagvlak van de omgeving in? ● Ligt de locatie binnen of buiten Beschermd stads -en dorpsgezicht (BSD)? ● Hoe is de landschappelijke inpassing? ● Hoe is de verkeerstechnische inpassing? ● Zijn er aandachtspunten vanuit milieu? ● Is realisatie op deze locatie binnen 12 maanden mogelijk? Hieruit kwamen drie voorkeurs- en drie terugvallocaties naar voren. Met deze locaties zijn de gemeente Hoeksche Waard en Stichting HW Wonen aan de slag gegaan om de haalbaarheid verder te onderzoeken. Er zijn geen binnenstedelijke locaties beschikbaar die aan de criteria voldoen. Locatie Goudswaard is geschikt en beschikbaar voor het realiseren van 20 tijdelijke woningen. De gemeente Hoeksche Waard legde geheimhouding op aan de onderzochte locaties.
Ervaring leert dat het openbaar maken van een locatiestudie voor onrust kan zorgen bij omwonenden van locaties waar wellicht uiteindelijk geen planvorming zal plaatsvinden. Dit wil de gemeente voorkomen. Daarnaast kan het openbaar maken van de locaties zorgen voor een minder goede onderhandelingspositie van de gemeente en Stichting HW Wonen richting de grondeigenaren bij locaties waar de gemeente of Stichting HW Wonen geen grondeigenaar is. 3.1.4 Conclusie rijksbeleid Het rijksbeleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
14/46
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: ● Bouw naar behoefte; ● Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; ● Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties ● Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; ● Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang. Flexwonen is specifiek benoemd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. In Zuid-Holland is een enorme druk op de woningmarkt. Flexwonen kan als flexibele schil om de bestaande woningvoorraad deze druk verminderen en kan fungeren als ‘ventiel’ voor de druk op een gespannen woningmarkt. Flexwonen kan bijdragen aan een snelle verlichting voor de woonvraag.
Dat is nodig omdat de provincie Zuid-Holland ziet dat de huidige woningmarkt te weinig woonruimte voor spoedzoekers biedt. Spoedzoekers zijn mensen die met spoed een woonruimte zoeken. Spoedzoekers betreft een brede groep mensen, zoals vergunninghouders, (buitenlandse) studenten, starters op de woningmarkt, gescheiden mensen, mensen die uit hun woning zijn gezet, mensen afkomstig uit een (woonzorg)instelling, arbeidsmigranten en mantelzorgers. De provincie hoopt met Flexwonen ook een aantal minder gewenste huisvestingsoplossingen die spoedzoekers nu door gebrek aan alternatieven gebruiken, zoals de permanente bewoning van recreatieterreinen, te verminderen. Gebouwen voor Flexwonen worden beschouwd als stedelijke functie die in beginsel in bestaand stads- en dorpsgebied moeten worden gerealiseerd. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij de provincie. Deze worden door de provincie afgewogen en afhankelijk daarvan opgenomen op de 3 hectare kaart.
Als een locatie is opgenomen op de ‘3 ha kaart’ betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat de gemeente bij de verdere detaillering van de betreffende ontwikkeling (in het kader van het omgevingsplan) nog wel rekening moet houden met specifieke onderdelen van het provinciaal beleid, bijvoorbeeld het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Toetsing In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. De locatie grenst aan bestaand stedelijk gebied en is kleiner dan 3 ha. Hiervan is een deel noodzakelijk om snel tijdelijke huisvesting te realiseren in Goudswaard. Daarnaast wordt een deel van het projectgebied opnieuw ingericht ten behoeve van inpassing van de woningen, de ontwikkeling van groen en waterberging.
15/46
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2023) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor dit bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a.
een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het projectgebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het projectgebied worden betrokken in de motivering; e. indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8.
Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. tm 12 n.v.t.
16/46
Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied 1. Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Toetsing artikel 6.9 en 6.9a Bij voorliggend project is er sprake van tijdelijke transformatie van het agrarisch gebied. De locatie valt onder beschermingscategorie 3 ‘buitengebied’.
Figuur 3.1 Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën (bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland)
Het plan wijkt op punt 2a af van artikel 6.9a. In artikel 6.34 is aangegeven dat een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. Met deze procedure wordt een tijdelijke afwijking mogelijk gemaakt. Na 15 jaar moeten de openheid en het groene karakter van het projectgebied weer worden teruggebracht, één en ander conform de relevante ambities in het gebiedsprofiel Hoeksche Waard. De tijdelijkheid wordt geborgd door een tijdelijke omgevingsvergunning die voor 15 jaar geldt. Er vindt geen boombeplanting plaats, tenzij open landschap en verplaatsbaarheid geborgd kunnen worden. De openheid wordt geborgd door gebruik van gebiedseigen lage beplanting.
17/46
Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3 en 4 nvt. Toetsing artikel 6.10 De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen in paragraaf 3.1.3. De locatie is niet groter dan 3 ha en er wordt voorzien in tijdelijke sociale huurwoningen. Artikel 6.10a Dichtheid en verscheidenheid woningbouw 1.
Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt buiten bestaand stads- en dorpsgebied houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een goede woonen leefomgeving. 2. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw. Toetsing In dit geval is de dichtheid relatief laag, omdat sprake is van een nieuwe dorpsrand waarbij er ook ruimte komt voor groen. De woningen zijn geclusterd binnen deze groene dorpsrand. Bovendien betreft het een tijdelijke afwijking. Er is sprake van gevarieerde woningtypen. Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Toetsing In dit geval is voor een lokale op de situatie afgestemde parkeernorm gekozen. Zie paragraaf 4.1. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Op dit aspect wordt ingegaan in paragraaf 4.1. Artikel 6.10f Functiemenging
Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging.
18/46
Toetsing Gelet op de tijdelijkheid en de ligging buiten bestaand stedelijk gebied is er in dit geval voor gekozen om alleen wonen mogelijk te maken. Artikel 6.10h Kansen voor biodiversiteit Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. Toetsing De nieuwe tijdelijke inrichting van de locatie biedt kansen voor biodiversiteit door de aanleg van openbaar groen en de aanplant van bomen. Artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Toetsing Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie wordt behandeld in paragraaf 2.2.3 en 3.3.2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Er wordt rekening gehouden met de risico’s van klimaatverandering. Er wordt slechts een klein deel bebouwd en daarnaast wordt het aandeel verharding sterk beperkt.
Overtollig water kan direct worden afgevoerd op de omliggende watergangen. Daarnaast is er extra waterbergend vermogen toegevoegd door het vergroten van de benodigde watergang tussen het plangebied en de ontwikkeling van de Boomgaard. Door de beperkte bebouwing en verharding en een groene inrichting wordt tevens rekening gehouden met het risico van hittestress.
3.2.3 Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 (2017) De vijf voormalige gemeenten in de Hoeksche Waard hebben gezamenlijk een woonvisie en bijbehorend woningbouwprogramma opgesteld. De visie kwam tot stand in samenwerking met diverse partijen. De visie speelt in op de veranderingen in de woningmarkt en kansen die er liggen om toekomstige krimp tegen te gaan. De Woonvisie is ook in de nieuwe gemeente Hoeksche Waard geldend. In de Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 staat de vitaliteit van de Hoeksche Waard centraal. In de Woonvisie zet de gemeente het beleid gebaseerd op de gevolgen van vergrijzing en mogelijke krimp van de bevolking voort. Dit is echter niet voldoende om een vitale regio te blijven. Om die reden zet de Woonvisie in op het aantrekken van jonge huishoudens naar de Hoeksche Waard. De uitdaging ligt daarnaast in het tijdig voldoende woningen realiseren die aansluiten bij de kwantitatieve ven kwalitatieve behoeften van de doelgroep. Dit vraagt om een ander soort woningbouwprogramma. Een programma dat de lat in kwalitatieve zin hoog legt en flexibel is in kwantiteit zodat ingespeeld kan worden op de ontwikkeling van de instroom.
19/46
Gemeente Hoeksche Waard monitort de uit voering van de Woonvisie om ervoor te zorgen dat er voldoende woningen zijn die aansluit bij de behoefte. Uit de Woonvisie en de monitoring blijkt dat er de komende jaren sprake is van een groei van het aantal inwoners en het aantal huishoudens (door onder andere gezinsverdunning). Daarnaast nam de behoefte aan het huisvesten van jongeren en het realiseren van tijdelijke huisvesting toe. Deze behoefte is nog groter geworden door de toename van statushouders en de oorlog in Oekraïne. Vitaliteit vraagt ook om een toekomstbestendige woningvoorraad. Naast meer kwantiteit is er ook veel aandacht voor kwaliteit. De gemeente zet in op de volgende kwaliteitscriteria: ● Op energie omdat we op weg zijn een energieneutrale regio te vormen; ● Op geschiktheid vanwege het groenend aantal (oudere) huishoudens; ● Op bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer; ● Op de ruimtelijke kwaliteit die ons onderscheidt van de grote stad. De gemeente kijkt daarbij niet alleen naar nieuwbouw, maar ook naar de bestaande woningvoorraad. Om de regionale economie en vitaliteit, de omgevingskwaliteit en het welzijn van de inwoners te verbeteren spraken gemeente en provincie uit dat zij de samenwerking willen intensiveren in een integraal gebiedsprogramma. Het programma speelt in op de toekomst van de Hoeksche Waard.
Hierbij staan vijf thema’s centraal: duurzame landbouw, energie, bereikbaarheid, natuur en recreatie en demografische ontwikkelingen. Toetsing Het toevoegen van 20 tijdelijke woningen in Goudswaard draagt bij aan de doelen van de Woonvisie 2030 en het verlagen van de acute druk op de woningmarkt. 3.2.4 Conclusie provinciaal- en regionaal beleid De ontwikkeling van tijdelijke woningen voldoet aan het provinciaal en regionaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard (2019) In de Omgevingsvisie is ervoor gekozen een uitnodiging te doen aan de samenleving om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. ● De Omgevingsvisie richt zich op de gewenste koers van de gemeente. ● De Programmaplannen richten zich er op hoe daar te komen. ● Het Omgevingsplan geeft aan binnen welke regels dit gaat gebeuren. In de Omgevingsvisie is onder andere aangegeven dat er gestreefd wordt naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Inzet is dat er voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit aanwezig is. Partijen worden uitgenodigd om vooral zelf met concrete uitwerkingen te komen. Daarbij is het van belang om de Hoeksche Werken (opgaven) te noemen, waaraan het initiatief een bijdrage levert. Daarnaast moet worden gekeken naar het gebied waar het initiatief aan de orde is. Hier zijn de Hoeksche Waarden (kwaliteit) van belang, die met het initiatief behouden of versterkt worden. Hoeksche Werken Bij de Hoeksche Werken zijn er diverse maatschappelijke opgaven die de aandacht vragen de komende jaren.
De bijdrage van het plan tot het realiseren van de tijdelijke woningen draagt op de volgende manieren bij:
20/46
● ●
Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig: De nieuwe woningen worden gasloos en zullen zo veel mogelijk eigen energie opwekken middels bijvoorbeeld zonnepanelen voor elektriciteit en zonnecollectoren voor warm water. Vitale dorpen en actieve samenleving: Het projectgebied ligt bij het centrum van de bebouwde kern van Goudswaard. De intensivering van woonbebouwing nabij de kern levert een positief effect op het gebruik van de voorzieningen in de woonkern.
Hoeksche Waarden Het projectgebied ligt in het gebied ‘Natuurlijk! Verbonden’, de te ontwikkelen waarde voor voorliggend project betreft het versterken van het contrast tussen grote open ruimten en groene randen en groene gebieden binnen de open ruimtes. Hierbij rekening houden met de lange zichtlijnen ‘van dijk tot dijk’. Daarnaast heeft het project raakvlak met ‘Dorpse Trots’. Een belangrijk uitgangspunt bij ‘Dorpse Trots’ is dat voor wat betreft de verdere ontwikkeling van de woonbebouwing in woonkernen, eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkeling binnen het dorp worden benut, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. De bouw van 20 tijdelijke woningen is niet mogelijk binnen de kern van Goudswaard. In het kader van de wens om het bouwplan in goed overleg met omwonenden te realiseren, zijn omwonenden vooraf geïnformeerd over het plan. (zie hiervoor de paragraaf participatie). Conclusie Het voorliggende plan sluit aan bij de uitgangspunten in de Omgevingsvisie Hoeksche Waard. 3.3.2 Programmaplan Duurzaamheid In het programmaplan Duurzaamheid zijn 4 duurzaamheidthema's opgenomen: energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Per thema zijn de ambities en doelstellingen bepaald.
Voor het thema energietransitie is de doelstelling om in 2040 een energieneutrale Hoeksche Waard te zijn, hetgeen is opgenomen in het zowel het programmaplan Duurzaamheid als in het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’. Voor nieuwbouw is, zowel in het genoemde uitvoeringsprogramma als in de Woonvisie Hoeksche Waard, de ambitie opgenomen om energieneutraal te bouwen, wat strenger is dan het bouwbesluit waarin BENG is vereist. Gasloos bouwen is wel wettelijk bepaald. Ten aanzien van de ambitie voor energieneutraal bouwen wordt er voor deze tijdelijke woningen afgeweken van het gemeentelijk beleid. Omdat het hier tijdelijke woningen betreft, zullen de woningen, voor wat energie aangaat (installaties t.b.v. energie), voldoen aan het tijdelijke bouwbesluit. Daarbij wordt er voor gezorgd dat er koeling in de woonkamer wordt toegepast en dat er pv-panelen op de daken worden aangebracht. Dit is nodig voor een goed woon- en leefklimaat van de woningen. Voor circulaire economie is in het uitvoeringsprogramma circulaire economie de operationele doelstelling opgenomen dat in 2030 25% van de bouw- en infraprojecten van de Hoeksche Waard circulair is. Circulair bouwen maakt ook onderdeel uit van de prestatieafspraken met HW Wonen.
Daarnaast is in de regionale realisatie agenda opgenomen dat de Hoeksche Waard zich inspant om in 2030 minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen. De mate van circulariteit wordt uitgedrukt in de R-ladder. De fabrikant van de tijdelijke woningen sluit aan bij de volgende strategieën van ciculariteit uit de R-ladder: R2. Reduce Dankzij het geïndustrialiseerde prefab-productieproces is er minder bouwafval en minder materiaalgebruik. De fabrikant bouwt bovendien in hout, een hergroeibaar en biobased bouwmateriaal. Daarnaast kiest de fabrikant zoveel mogelijk voor materialisering met minimale milieubelasting. Bij ontwerp en engineering van de verschillende woningtypen is bijvoorbeeld gekeken naar minimalisering van zaagverlies van houtskeletbouw-elementen en gevelbekleding. De combinatie van
21/46
materialisering en bouwmethode resulteert onder meer in een losmaakbaarheid van 94% en een hergebruikpotentie van 99% (onderzoek Alba Concepts in het kader van Het Nieuwe Normaal). R3. Re-use / R4. Repair, Refurbish, Remanufacture en Repurpose / R5. Recycling De modulaire woningen zijn op twee manieren te hergebruiken: in z’n geheel (herplaatsing) en door de losmaakbaarheid van losse elementen. Doordat de fabrikant vrijwel alle prefab onderdelen mechanisch fixeert, kunnen ze later worden gedemonteerd voor hergebruik of recycling (geheel of in delen). Op die manier behouden materialen hun waarde en geeft men een tweede leven aan dak-elementen, gevelelementen en vloer-elementen. De overblijvende onderdelen bestaan uit gipsplaat, hout, isolatie, folie en buitengevelbekleding. De meeste hiervan worden gescheiden ingezameld voor hergebruik. De reststroom Fermacell uit onze productie wordt bijvoorbeeld al cradle-to-cradle verwerkt en dient als grondstof voor nieuwe gipsvezelplaten. Een van de doelen uit het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie is dat we klimaatbestendig ontwerpen en bouwen. Het plan heeft weinig verharding en veel groen. Dit is positief om wateroverlast en hitte tegen te gaan. Ook is er ruimte voor waterberging. Daarnaast draagt het toevoegen van een diversiteit aan groen en natuurvriendelijke oevers bij aan het versterken van de biodiversiteit.
Toetsing Het project draagt bij aan de ambities en doelstellingen van de duurzaamheidsthema’s. In dit project wordt afgeweken van de ambities vanuit energietransitie , maar wordt voldaan aan het tijdelijke bouwbesluit. 3.3.3 Nota Ruimtelijke kwaliteit Hoeksche Waard In de Nota Ruimtelijke kwaliteit Hoeksche Waard zijn de samenhang in de eigenschappen van gebieden en objecten vertaald in objectieve beoordelingscriteria die de burger en de bouwplantoetser een houvast moeten bieden bij het opstellen en het beoordelen van bouwplannen. Het welstandsbeleid is erop gericht de historische kwaliteit te behouden en waar mogelijk te versterken. Echter gezien de tijdelijkheid van de ontwikkeling is welstandtoetsing niet vereist. Toetsing Welstandstoetsing is niet vereist. Uiteraard is wel zorgvuldig met de maat, schaal en de vormgeving van de tijdelijke woningen omgegaan, mede in overleg met de omgeving. 3.3.4 Conclusie gemeentelijk beleid De beoogde ontwikkeling voldoet aan het gemeentelijk beleid.
3.4
Conclusie
Het beoogde plan past binnen de beleidskaders zoals omschreven in paragraaf 3.1 tot en met 3.3.
22/46
4. TOETSING AAN SECTORALE ASPECTEN 4.1
Verkeer en parkeren
4.1.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit Wel dient in het kader van het ruimtelijk project dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen uit de ‘Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard’ en de verkeersgeneratie wordt berekend op basis van de kencijfers uit CROW publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Op basis van de parkeernormen van gemeente Hoeksche Waard is de stedelijkheidsgraad vastgesteld als ‘weinig stedelijk’. De beoogde ontwikkeling ligt in ‘rest bebouwde kom’. 4.1.2 Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer Het projectgebied wordt ontsloten via de zuidzijde via de Rietakker op de Polderboom. Beide wegen zijn ingericht als erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u. In westelijke richting leidt de Polderboom naar de Nicolaas van Puttenstraat.
De Nicolaas van Puttenstraat is ten westen van de aansluiting van de Polderboom ingericht als een erftoegangsweg en leidt naar het centrumgebied van de kern Goudswaard. Ten noorden van de aansluiting van Polderboom is de Nicolaas van Puttenstraat ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt de weg naar de aansluiting op de Molendijk. De Molendijk is binnen de bebouwde kom ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u, terwijl de weg buiten de bebouwde kom overloopt in een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 60 km/u. De Molendijk leidt in oostelijke richting naar de kernen Piershil en Nieuw-Beijerland. Langzaam verkeer Voor het langzaam verkeer is op de Rietakker een vrijliggend voetpad aanwezig aan de oostelijke zijde van de rijbaan. Vanaf de Polderboom zijn er voetpaden aanwezig aan weerszijden van de rijbaan. Op zowel de Rietakker als de Polderboom zijn geen aparte fietsvoorzieningen aanwezig, waardoor fietsers de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. Door middel van de lage maximumsnelheid en de inrichting van beide wegen conform het ontwerpprincipe Duurzaam Veilig wordt de verkeersveiligheid van fietsers geborgd. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OV-halte vanaf het projectgebied is gelegen op circa 250 meter loopafstand aan de Nicolaas van Puttenstraat.
Vanaf deze halte kan gebruik worden gemaakt van de buslijnen 160, richting Rotterdam Zuidplein en OudBeijerland en buslijn 711 (buurtbus)richting Numansdorp. 4.1.3 Verkeersgeneratie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381. Op basis van de parkeernormen van gemeente Hoeksche Waard is de stedelijkheidsgraad vastgesteld als ‘weinig stedelijk’. De beoogde ontwikkeling is gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Tenslotte wordt conform de gemeentelijke parkeernormen per kencijfer uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte. Met behulp van de CROW kencijfers is de verkeersgeneratie voor een gemiddelde weekdag berekend, terwijl voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde werkdag maatgevend is. Conform CROW publicatie 381 wordt voor het omrekenen van weekdag naar werkdag voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 toegepast.
23/46
In de bestaande situatie is op de locatie landbouwgrond aanwezig. Dit genereert geen verkeersomvang die van belang is. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 20 tijdelijke woningen. Op basis van het programma is de verkeersgeneratie bepaald voor op een gemiddelde weekdag en gemiddelde werkdag. Voor de tijdelijke woningen is vanuit het CROW geen specifiek kengetal bekend. Als uitganspunt voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt aangehouden dat een relatief laag aandeel van de eigen inwoners een auto bezit en dat daarnaast slechts een gedeelte van de Oekraïners met de auto komt. Gezien het beperkte autobezit bij de doelgroep wordt daarom aangesloten bij de functie ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’. Tabel 4.1 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling
Functie
Functie CROW-381
Aantal
Kengetal
Verkeersgeneratie weekdag
Studio’s
werkdag
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
4
2,1 per woning 8,4
9,32
Tweekamerwoningen kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
6
2,1 per woning 12,6
13,99
Driekamerwoningen
10
2,1 per woning 21
23,31
42
46,62
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
Totaal
De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 42 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Omgerekend naar werkdagintensiteiten leidt de beoogde ontwikkeling tot een verkeerstoename van 47 mvt/etmaal. Voor de beoordeling van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie gedurende het drukste uur maatgevend. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt als standaard vuistregel gehanteerd dat gedurende het drukste uur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling resulteert dit in een verkeersgeneratie van (47 * 10% =) 5 mvt/uur gedurende het maatgevende uur. Dit komt neer op een toename van circa 1 voertuig per 12 minuten. Deze toename is dermate laag dat de invloed op de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid van het omliggende wegennet verwaarloosbaar zal zijn. 4.1.4 Parkeren Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt net zoals in de berekening van de verkeersgeneratie voor de beoogde ontwikkeling uitgegaan van de functie ‘kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)’. In de onderstaande tabel is de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling berekend. Tabel 4.2 Parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling
Beoogde ontwikkeling Functie
Functie gemeentelijke parkeernormen
Aantal
Parkeernorm
Studio’s
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
4
0,7 per woning 2,8
Tweekamerwoningen kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
6
0,7 per woning 4,2
Driekamerwoningen
10
0,7 per woning 7
Totale normatieve parkeerbehoefte
kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)
Parkeerbehoefte
15
De totale normatieve parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt 15 parkeerplaatsen. Conform het gemeentelijke parkeernormenbeleid dient de parkeerbehoefte binnen het projectgebied te worden opgevangen. Binnen het projectgebied is voldoende ruimte op zowel de openbare weg als op eigen terrein om het benodigde parkeeraanbod te realiseren.
24/46
4.1.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 47 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Deze toename is dermate laag dat het effect op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op het omliggende wegennet gering zal zijn. Daarnaast heeft het projectgebied een parkeerbehoefte van 15 parkeerplaatsen. Echter binnen het projectgebied Is voldoende ruimte beschikbaar om iets meer parkeerplaatsen dan de minimale norm aan te leggen. Er zijn dan ook 20 parkeerplaatsen voor de nieuwe woningen ingetekend. Het aspect verkeer en parkeren vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.