20200210 Nota Publieke Gezondheid 2020-2023 - Nota Publieke Gezondheid 2020-2-23
Tekst van het document
Nota Publieke Gezondheid 2020-2023
Inhoudsopgave 1. Inleiding ......................................................................................................................................................................... 4 1.1 Leeswijzer ............................................................................................................................................................... 4 1.2 Wettelijk kader ....................................................................................................................................................... 4 1.3 Financieel kader ..................................................................................................................................................... 5 1.4 Ontwikkelingen in gezondheid: landelijk, regionaal en lokaal ........................................................................ 5 1.4.1 Landelijke trends ........................................................................................................................................... 5 1.4.2 Regionale thema’s ......................................................................................................................................... 5 1.4.3 Lokale ontwikkelingen ..................................................................................................................................
6 1.5 Effectieve sturing op publieke gezondheid en gezondheidswinst ................................................................. 7 1.5.1 Positieve gezondheid .................................................................................................................................... 7 1.5.2 Zes determinanten van gezondheid ........................................................................................................... 8 1.5.3 Positieve gezondheid en determinanten van gezondheid verbonden ................................................ 11 1.5.4 Gezondheidspotentieel en gezondheidswinst ........................................................................................ 11 2. Gezondheidsbevordering ......................................................................................................................................... 13 2.1 Vitaliteit en eigen kracht ouderen .................................................................................................................... 13 2.2 Mentale gezondheid ........................................................................................................................................... 14 2.2.1 Jeugd .............................................................................................................................................................
15 2.2.2 Inwoners met een migratieachtergrond .................................................................................................. 16 2.3 Leefstijl ................................................................................................................................................................. 17 2.3.1 Roken ............................................................................................................................................................ 17 2.3.2 Alcohol .......................................................................................................................................................... 19 2.3.3 Middelengebruik .......................................................................................................................................... 20 2.3.4 Gezond gewicht ........................................................................................................................................... 21 3. Gezondheidsbescherming ........................................................................................................................................ 23 3.1 Gezonde leefomgeving en milieu .....................................................................................................................
23 3.1.1 De introductie van de Omgevingswet ...................................................................................................... 23 3.1.2 De gevolgen van klimaatverandering en energietransitie ..................................................................... 24 3.1.3 Vervuiling lucht, water en bodem ............................................................................................................. 25 3.2 Gezondheid, hygiëne en evenementen ............................................................................................................ 26 3.2.1 Preventie infectieziekten............................................................................................................................ 26 3.2.2 Infectieziektebestrijding ............................................................................................................................. 26 3.2.3 Vaccinatiegraad ........................................................................................................................................... 27 3.2.4 Preventie en gehoorschade bij jeugd tijdens evenementen ................................................................. 28 2
3.2.5 Verbreden van het thema seksuele gezondheid ..................................................................................... 29 3.2.6 Hartslag Nu ................................................................................................................................................... 29 4. Ziektepreventie .......................................................................................................................................................... 31 4.1 Jeugdgezondheidszorg ...................................................................................................................................... 31 4.1.1 Basistakenpakket ......................................................................................................................................... 31 4.1.2 Lokaal Maatwerk .......................................................................................................................................... 32 4.2 Ouderengezondheidszorg ................................................................................................................................. 33 Bijlage: Evaluatie regionale nota gezondheidsbeleid 2016-2019, Dienst Gezondheid & Jeugd. Bijlage: Uitvoeringsprogramma onderdeel Gezondheidsbevordering Nota Publieke Gezondheid 2020-2023
3
1.
Inleiding
1.1
Leeswijzer
Indeling van de nota Deze Nota Publieke Gezondheid 2020-2023 is opgebouwd uit verschillende onderdelen. In hoofdstuk 1 beschrijven we de kaders en uitgangspunten waarbinnen het beleid vorm krijgt. Deze kaders zijn gebaseerd op een inhoudelijk advies van de GGD ZHZ. Hoofdstuk 2 (Gezondheidsbevordering), hoofdstuk 3 (Gezondheidsbescherming) en hoofdstuk 4 (Ziektepreventie) gaan met name over de wettelijke verplichte taken vanuit de Wet publieke gezondheid. Hoofdstuk 2 bevat de meeste beleidsvrijheid. Het Uitvoeringsplan Nota Publieke Gezondheid 2020-2023 (onderdeel Gezondheidsbevordering) wordt ter kennisname als bijlage aan de nota toegevoegd.
1.2
Wettelijk kader
De Wet publieke gezondheid (Wpg) stelt dat elke gemeente in Nederland iedere vier jaar een lokale nota Publieke gezondheid vaststelt. In die nota moeten doelstellingen, acties en resultaten voor de wettelijke taken worden beschreven. De wettelijke taken zijn: Gezondheidsbevordering via preventieprogramma's; Gezondheidsbescherming; hieronder vallen infectieziektebestrijding (vaccinaties), zorg rondom zwangerschap, gezondheid & milieu en leefomgeving (medische milieukunde) en gezondheid & hygiëne (technische hygiëne zorg); Ziektepreventie; hieronder vallen jeugdgezondheidszorg en ouderengezondheidszorg; Crisisorganisatie (gezondheidsonderzoek en psychosociale hulp na rampen); Epidemiologie en monitoring. Het grootste deel van deze taken is door de wet vastgelegd. Alleen de taak gezondheidsbevordering geeft veel beleidsvrijheid. De huidige nota Publieke gezondheid loopt dit jaar af. De regionale nota Samen voor Gezond 2016-2019 beschrijft het beleid dat de gezamenlijke gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid inzetten om de gezondheid van de bewoners te beschermen en te bevorderen. In samenspraak met De Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) en de gemeenten is regionale nota 'Samen voor Gezond' geschreven. Deze nota liep eind 2019 af. In de beleidsperiode 2020-2023 schrijft iedere gemeente een lokale nota publieke gezondheid.
Hierin wordt ook het deel verwerkt dat regionaal wordt uitgevoerd. Daarvoor heeft de GGD Zuid- Holland Zuid (onderdeel van de DG&J) begin 2019 een inhoudelijk advies aangereikt. Landelijke nota Gezondheidsbeleid De wet Wpg verplicht gemeenten ook om de prioriteiten uit de landelijke ‘Nota gezondheidsbeleid’ mee te nemen. Deze thema's komen terug in de taak gezondheidsbevordering. Dit gaat om de thema's: Leefstijl; Druk op het dagelijks leven; Gezond ouder worden; 4
1.3
Fysieke en sociale leefomgeving; Benutten van gezondheidspotentieel.
Financieel kader
Meerjarenbegroting gemeente Hoeksche Waard De uitvoering van de Nota Publieke Gezondheid 2020-2023 kan budgettair neutraal worden uitgevoerd binnen de meerjarenbegroting van gemeente Hoeksche Waard.
1.4
Ontwikkelingen in gezondheid: landelijk, regionaal en lokaal
1.4.1 Landelijke trends Het gaat goed met de gezondheid in Nederland. Inwoners worden steeds ouder en de meeste mensen voelen zich gezond en niet beperkt. Maar de huidige samenleving, waarin ontwikkelingen steeds sneller op elkaar aansluiten, brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. In de landelijke 'Volksgezondheid Toekomstverkenning 2018' schetst het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een aantal van deze belangrijke uitdagingen. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) noemt er een aantal in haar adviezen. Het gaat samengevat om de volgende belangrijke ontwikkelingen:
De vergrijzing heeft grote impact op de volksgezondheid en op de zorg; Er is meer gezondheid, maar ook meer (stapeling van) ziekte; Vaak is er een opeenstapeling van gezondheids- én sociale problemen bij kwetsbare groepen; Leefstijl én leefomgeving hebben invloed op gezondheid; De druk op ons dagelijkse leven neemt toe; De zorg verandert door technologie en de veranderende rol van de cliënt; De zorguitgaven stijgen door demografie en technologie; In de zorg wordt in toenemende mate extramuralisering doorgevoerd; Er is alertheid op bekende én nieuwe risico’s nodig, zoals antibioticaresistentie.
Deze ontwikkelingen leiden tot een aantal uitdagingen voor de toekomst. Deze gelden ook voor onze regio:
Verdubbeling van het aantal mensen met dementie; Sterfte door hart- en vaatziekten en kanker; Toename in psychische problematiek; Achterstand in gezonde levensverwachting bij mensen met een lagere sociaaleconomische status; Toenemende druk op jongeren en jongvolwassenen; Stijging van de zorgkosten; Het faciliteren van langer thuis wonen door gemeenten en zorgverleners; Nieuwe infectiedreigingen door klimaatverandering, import van infectieziekten, relatief lage vaccinatiegraad en antibioticaresistentie.
1.4.2 Regionale thema’s De Wet publieke gezondheid geeft aan dat gemeenten in hun nota Publieke gezondheid aandacht moeten besteden aan gezondheidsbescherming en ziektepreventie. Hieronder vallen de volgende thema's: 5
Infectieziektebestrijding, inclusief SOA's en TBC; Jeugdgezondheidszorg; Zorg en begeleiding van kwetsbare zwangeren; Gezonde leefomgeving & milieu; Gezondheid & hygiëne; Ouderengezondheidszorg.
Onderzoek en kennisprogramma Gezondheidsbeleid en de hieruit voortvloeiende maatregelen, aanpakken en interventies moeten gebaseerd zijn op onderzoek. Hiervoor voeren epidemiologen en onderzoekers van de GGD gezondheidsmonitors toegepast onderzoek uit. Volgens een vast schema wordt elke vier jaar de gezondheid van volwassenen, ouderen, kinderen en jongeren in verschillende vragenlijsten uitgevraagd. Hierover worden op nationaal niveau afspraken gemaakt, zodat ook vergelijking mogelijk is met bijvoorbeeld het landelijke gemiddelde.
Monitoring door de GGD Zuid-Holland Zuid, gerelateerd aan de beleidscyclus van gemeenten
beleidsperiode 2016-2019 2015
2016
2017
2018
0-18 18+
2020
Kindm onitor 0-12
2021
2022
2023
Kindm onitor 0-12
Monitor Jeugd VO (landelijk)
0-100+
beleidsperiode 2020-2023 2019
Monitor Jeugd VO (landelijk)
Monitor Volw assenen en Ouderen (landelijk)
Monitor Jeugd VO (landelijk)
Monitor Volw assenen en Ouderen (landelijk)
3de regionale Toekom stverkenning
4de regionale Toekom stverkenning?
Via de JGZ contactmomenten krijgen we ieder schooljaar gezondheidsinformatie over kinderen uit groep 2 en groep 7 (via hun ouders) en van leerlingen op het VO klas 1+3 vmbo en klas 2+4 havo/vwo
Aanvullend op de gezondheidsmonitors die de GGD uitvoert, worden de gegevens geanalyseerd die de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) jaarlijks verzamelt. Hierdoor ontstaat een goed inzicht in de gezondheid van de jeugd. Daarnaast wordt sinds 2016 door de GGD gewerkt met een kennisprogramma. Hierin staan kennisvragen centraal die rondom een aantal thema's zijn geordend, zoals positieve gezondheid en gezondheidsbescherming. In 2019 is gestart met een nieuw kennisprogramma dat vanaf 2020 gaat lopen. De lokale nota's gezondheidsbeleid van alle gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid spelen een grote rol bij het bepalen van de inhoudelijke keuzes van het nieuwe kennisprogramma. 1.4.3 Lokale ontwikkelingen Naast het wettelijk kader hebben we lokaal te maken met verschillende ontwikkelingen. Denk hierbij aan: Verschillende decentralisaties in het sociaal domein; de Omgevingswet; Het Nationaal Preventieakkoord; 6
Meerjarenbeleidsplan DG&J 2020-2023; Convenant ‘Veilige School’ Het Hoeksche Waards Sportakkoord 2020-2021; Klimaatveranderingen die van invloed zijn op de gezondheid.
Ook maken we gebruik van de verbindingen die in de Hoeksche Waard zijn gelegd door de opgaven uit het Hoofdlijnenakkoord 2019-2022 ‘Samen meer Waard’. Uitgangspunten zijn: Preventie, dus het voorkomen van (verergering van) ziekte en andere problemen binnen het sociaal domein (op lange termijn); Een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet door een gezonde basis voor iedereen.
1.5
Effectieve sturing op publieke gezondheid en gezondheidswinst
Om effectief te kunnen sturen op publieke gezondheid, heeft de GGD Zuid-Holland Zuid de gemeenten een advies aangereikt met daarin een visie op publieke gezondheid en een aantal bouwstenen. Deze bouwstenen zijn wetenschappelijk onderbouwd en bewezen effectief. Het gaat om positieve gezondheid, 1 de zes determinanten van gezondheid en gezondheidspotentieel en –winst. Met determinanten wordt bedoeld; de oorzaken van (on)gezondheid, ofwel de bepalende factor van (on)gezondheid. Centraal in dit gedachtengoed staat de meerwaarde van domeinoverstijgend werken. Vanuit het domein volksgezondheid willen we dan ook sterke verbindingen maken met andere beleidsterreinen in het fysieke en sociaal domein. 1.5.1 Positieve gezondheid De World Health Organisation (WHO) definieerde in 1948 het begrip gezondheid als ‘a state of complete physical, mental and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity’. Vanuit die definitie ontstond een omslag in het denken van ziekte & zorg naar gezondheid & gedrag. In de komende beleidsperiode sluiten wij ons aan bij het begrip "positieve gezondheid", zoals geïntroduceerd door Machteld Huber: "het vermogen van individuen om met levensuitdagingen (fysiek, emotioneel, sociaal) om te gaan en daar eigen regie over te voeren. In deze kijk op gezondheid ligt de nadruk op veerkracht, eigen regie en welbevinden.
Niet de ziekte of de beperking staat centraal, maar het vermogen en de eigen (veer)kracht van mensen om hiermee om te gaan en te kunnen participeren in de samenleving. Hieronder staat dit visueel weer gegeven.
1
Determinant: de bepalende factor voor (on)gezondheid, ofwel de oorzaken van (on)gezondheid.
7
Machteld Huber onderscheidt zes pijlers voor positieve gezondheid: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijk participeren (meedoen) en dagelijks functioneren. De optelsom hiervan is van invloed op de mate waarin een individu in staat is om te gaan met levensuitdagingen. Het gaat dus om veel meer dan gezondheid in de klassieke zin van het woord. Het gaat ook om het hebben van een sociaal netwerk, werk of dagbesteding enzovoort. Bij het model voor positieve gezondheid wordt domeinoverstijgend gekeken naar gezondheid, en staat in principe het individu centraal. De thema's die in de theorie zijn opgenomen, zijn zeker ook te vertalen naar opgaven voor publieke gezondheid: via lokaal beleid en maatregelen kunnen we als gemeente de lokale samenleving stimuleren en beïnvloeden op leefstijl, mentale weerbaarheid, werk en dagbesteding en maatschappelijke betrokkenheid. Ook kunnen wij ons als gemeente inzetten voor een gezonde leefomgeving. 1.5.2 Zes determinanten van gezondheid Om effectief te kunnen sturen op gezondheid is het van belang om ook de oorzaken van (on)gezondheid te betrekken. Deze oorzaken worden ook wel de 'determinanten van gezondheid' genoemd.
Het RIVM maakt een onderverdeling van deze determinanten in persoonsgebonden factoren en leefstijl (zie determinant 1), fysieke omgeving (zie determinant 2) en sociale omgeving (zie determinanten 3 t/m 6).
8
Determinant 1: Leefstijl Onder ‘leefstijl’ wordt verstaan: "Gedrag waarvoor een relatie met goede gezondheid of met gezondheidsproblemen is vastgesteld". Vooral niet roken, matig gebruik van alcohol, voldoende bewegen en gezond eten zijn daarin bepalend. Roken, alcohol en overgewicht zijn ook de drie centrale opgaven uit het Nationaal Preventieakkoord, waarbij preventie als sleutel tot succes wordt genoemd. Dit wordt verder uitgewerkt in Hoofdstuk 2: Gezondheidsbevordering. Determinant 2: Een gezonde fysieke leefomgeving Een gezonde leefomgeving heeft effect op de lichamelijke en psychische gezondheid. Een gezonde leefomgeving is 'een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is'. Een belangrijk kader hiervoor vormt de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan dat in de Hoeksche Waard de komende periode wordt opgesteld in het kader van de Omgevingswet. De meeste impact op het vergroten van gezondheidswinst in relatie tot een gezonde levensverwachting is het terugdringen van fijnstof en het creëren van een rookvrije omgeving. Daarnaast wordt steeds duidelijker dat een groene omgeving klimaatverandering helpt beperken en tegelijkertijd uitdaagt tot bewegen. Daarmee heeft het positieve effecten op het algehele welbevinden van inwoners.
Determinant 3: Werk en overige vormen van zinvolle dagbesteding Onder 'zinvolle dagbesteding' wordt verstaan: 'alle vormen van structurele tijdsbesteding met een welomschreven doel, waarbij inwoners actief worden betrokken en die hen zingeving verleent'. Dagbesteding is één van de vele manieren om te participeren en kent vele vormen: van vrijwilligerswerk, beschut werk tot een betaalde baan. Inzetten op zinvol betaald werk en andere participatiemogelijkheden heeft een direct effect op de gezondheid van de bevolking. De kans op een goede gezondheid is voor bijstandsgerechtigden na werkhervatting drie keer zo groot. Bij mensen die starten met een re-integratietraject met een betaalde baan verminderen fysieke beperkingen, angst en depressie, in vergelijking met mensen die werkloos blijven. Deze positieve effecten zijn ook zichtbaar bij mensen die beginnen met vrijwilligerswerk. Maar alleen als er ook veel aandacht is voor de begeleiding van de deelnemers, als dit samen met andere mensen gebeurt, als het meer dan twaalf uur per week is en er nieuwe dingen geleerd kunnen worden. Deze taak wordt uitgevoerd door HW Werkt!. Determinant 4: Armoede en schulden Er bestaan sterke verbanden tussen de financiële positie en gezondheid van mensen.
Armoede is een situatie waarin sprake is van onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen, waardoor mensen zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving als minimaal wordt gezien. Dat wil zeggen dat iemand misschien wel een dak boven zijn hoofd heeft en iedere dag iets te eten, maar dat er geen geld over is voor andere uitgaven. Iemand kan niet naar een sportclub, heeft geen computer, schoolboeken zijn te duur en geld voor juiste gezonde voeding is er ook niet. Doordat iemand geen geld heeft voor gezond eten, heeft dat effect op zijn fysieke gezondheid met mogelijk effect op de mentale gezondheid. Sociale contacten worden minder als iemand niet naar een vereniging kan gaan of geen toegang heeft tot (sociale) media. Als het volgen van een opleiding te duur is, kan iemand geen 9
startkwalificatie behalen. Daarmee wordt de kans op werk kleiner, en daarmee de kans om in armoede te blijven leven, groter. Zolang in deze negatieve spiraal geen effectieve knip gezet wordt, gaat armoede vaak generatie op generatie door. Er bestaan sterke relaties tussen de financiële positie, leefstijl en gezondheid van mensen. Een minder goede gezondheid en ongezonde manier van leven – roken, drinken, drugsgebruik, weinig lichamelijk activiteit en overgewicht –, komen bovenmatig voor bij mensen met een minder gunstige financiële positie (CBS 2018). Mensen die moeite hebben met rondkomen zijn ook minder vitaal. Armoede en schulden leiden tot stress, wat weer invloed heeft op het (kunnen) maken van lange termijn keuzes. Armoede maakt letterlijk ziek, zowel lichamelijk als mentaal. Opgroeien in armoede geeft een verhoogd risico tot sociale uitsluiting en heeft een negatieve invloed op het welbevinden van kinderen, de band van kinderen met hun ouders en kan leiden tot opvoedproblematiek. Andere gevolgen van armoede voor de ontwikkeling van kinderen zijn: slechtere hersenontwikkeling, minder onderwijskansen, mogelijk effect op de psychosociale ontwikkeling, risico op kindermishandeling en partnergeweld, (jeugd)criminaliteit, een slechtere gezondheid en verhoogde risico's op volwassen leeftijd.
Het feit dat mensen in Nederland in armoede leven en dit directe negatieve gezondheidseffecten met zich meebrengt, maakt dat het meer is dan een individueel probleem. Het niveau en verandering van inkomen is daarom een belangrijke voorspeller voor de (toekomstige) gezondheidsstatus. Armoede is in Nederland de afgelopen jaren toegenomen. Vooral kinderen van alleenstaande moeders lopen risico om in armoede op te groeien. Ook kinderen uit gezinnen met een niet-westerse achtergrond en met ouders uit de nieuwe EU-lidstaten hebben relatief vaak met armoede te maken. In de Hoeksche waard wordt gewerkt vanuit het beleidsplan Schuld en Dienstverlening 2020-2024. Er wordt gewerkt aan actualisering van dit beleid waarbij met name aandacht is voor ‘verborgen armoede’. Determinant 5 - Gezondheidsvaardigheden Gezondheidsvaardigheid is het vermogen van mensen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van aan gezondheid gerelateerde beslissingen. Beperkte gezondheidsvaardigheden hangen samen met een slechtere (ervaren) gezondheid en een grotere kans om eerder te overlijden. Fysieke en psychische problemen komen bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden beduidend vaker voor. Ouderen, laagopgeleiden en niet-westerse migranten zijn sterk vertegenwoordigd in de groep mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.
Dit is in Nederland één op de drie mensen. Laaggeletterdheid en beperkte digitale vaardigheden spelen een belangrijke rol binnen gezondheidsvaardigheden. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, zijn en voelen zich vaker minder gezond dan geletterde inwoners. Zij missen vaak de vaardigheden om goed om te gaan met informatie over gezondheid, ziekte en zorg. Digitale vaardigheden (o.a. e-Health) zijn in de huidige tijd belangrijke bronnen van informatie. Inzet op het verbeteren van gezondheidsvaardigheden biedt daarom kansen voor het benutten van gezondheidspotentieel.
10
Determinant 6 - Sociale inclusie Een 'inclusieve gemeente' betekent een samenleving waarin iedereen mee kan doen, ongeacht talenten of beperkingen. Dus ongeacht een combinatie van min of meer onveranderbare factoren als gender, leeftijd, religie, seksuele voorkeur, etniciteit of beperking. En ongeacht veranderbare factoren zoals armoede, opleiding, identiteit of vervreemding. Sociale uitsluiting en discriminatie worden als belangrijkste oorzaken genoemd bij psychische aandoeningen. In de Hoeksche Waard zetten we met het Hoofdlijnenakkoord 2019-2022 ‘Samen meer Waard’ in op een gewenste beweging naar een inclusieve, sociale en verbonden samenleving: Een samenleving waarin iedereen kan meedoen, iedereen tot zijn recht komt en zijn talenten benut. Iedereen wordt daarbij uitgenodigd om daaraan mee te werken en actief te zijn. Wat inwoners zelf kunnen, doen zij zelf. We helpen inwoners die dat nodig hebben. We staan dicht bij hen. Niemand valt tussen wal en schip. Iedereen telt mee in de Hoeksche waard. Zo’n samenleving maak je met elkaar. 1.5.3 Positieve gezondheid en determinanten van gezondheid verbonden De determinanten van gezondheid zijn dus de oorzaken van (on)gezondheid, waarbij (on)gezondheid wordt benaderd vanuit het model van positieve gezondheid.
Als wij in ons gezondheidsbeleid (en andere beleidsstukken, zoals bijvoorbeeld het armoedebeleid) ook sturen op de zes genoemde determinanten voor gezondheid is een positief effect te verwachten voor de gehele bevolking. Inzet op een gezonde leefomgeving, aanpak van armoede en schulden, werk en zinvolle dagbesteding, aanpak van sociale inclusie (inclusief eenzaamheid en mentale weerbaarheid), ontwikkeling van geletterdheid en gezondheidsvaardigheden, en aandacht voor leefstijl: het zijn terreinen waarop we als gemeente via het fysiek en sociaal domein sturing kunnen uitoefenen op de publieke gezondheid (gezondheidsbevordering, gezondheidsbescherming en ziektepreventie), en vaak al uitoefenen. Een domeinoverstijgende lokale aanpak voor de diverse lokale opgaven op gezondheid in de brede zin, dus verbonden met het sociaal en fysiek domein, geeft een sterker effect dan alleen beleid op publieke gezondheid. 1.5.4 Gezondheidspotentieel en gezondheidswinst De afgelopen periode lag bij gezondheidsbevorderingsthema’s de focus met name op de stabilisatie van de neerwaartse beweging in de gezondheid en hebben we ons gericht op het terugbrengen van sociaal economische gezondheidsverschillen.
Echter, de geschetste uitdagingen op gezondheid vragen om een aanvullende focus voor alle inwoners namelijk: op de mogelijkheden voor het behalen van gezondheidswinst of het voorkómen van gezondheidsverlies. In de Hoeksche Waard werken we vanuit de visie van positieve gezondheid. We hebben het dan over het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen. “Alle inwoners in de Hoeksche Waard kunnen naar vermogen meedoen aan een gezonde en sociale samenleving. Alle maatregelen zijn daarop gericht waarbij veerkracht, eigen regie en welbevinden van onze inwoners centraal staan. We hebben een integrale kijk op onze taken, we leggen verbindingen en bevorderen samenwerking op gezamenlijke doelen”. We focussen hierbij niet op de ziekte en wat iemand niet meer kan, maar op wat iemand nog wél kan. Door participatie en preventie willen we de behoefte aan zwaardere zorg voorkomen, verminderen of uitstellen. We willen meer toe naar collectieve preventie en minder naar een (individuele) risicogerichte aanpak. Voorkomen is beter dan genezen. 11
Hierbij ligt de nadruk op: De aanpak van de periode vlak voor de zwangerschap tot en met het 18de levensjaar, in de brede zorg voor jeugd; Keuze voor drie speerpunten die de oorzaak zijn van een groot deel van de ziektelast in Nederland: 1. Roken; 2. Overgewicht (als gevolg van een ongezond eet- en beweegpatroon) 3. Problematisch alcoholgebruik. Dit zijn tevens de pijlers van het Nationaal Preventieakkoord. In de Hoeksche Waard willen we gezondheidswinst realiseren op de volgende thema ’s : Vitaliteit en eigen kracht ouderen; Mentale gezondheid; Leefstijl (roken, alcohol en middelengebruik) Gezond gewicht; Vaccinatiegraad (hoofdstuk 3 Gezondheidsbescherming) Deze thema’s zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2: Gezondheidsbevordering. Met uitzondering van het thema vaccinatiegraad. Dit is opgenomen in hoofdstuk 3: Gezondheidsbescherming.
12
2. Gezondheidsbevordering Zoals in de inleiding genoemd, hebben gemeenten in de taak van gezondheidsbevordering veel beleidsvrijheid. Dat is omdat de focus en aanpak afhangt van de lokale situatie. Maatwerk verhoogt de effectiviteit van de interventies en beleid. In de gemeente Hoeksche Waard wordt ingezet op de opgave inclusieve samenleving. Gezondheidsbevordering kan een bijdrage leveren aan de bijbehorende programma’s. Het gaat om de programma’s: Thuis in de kern, Opvoeden en Opgroeien doen we samen, Sterke Schakels, Inclusieve arbeidsmarkt en Armoedebestrijding. We willen ook sterke verbindingen maken met andere beleidsterreinen in het sociale en het fysieke domein. De komende beleidsperiode gaan we deze verbindingen vormgeven. Door de GGD is in 2018 een toekomstverkenning georganiseerd. Naast de toekomstverkenning hebben we ook teruggekeken naar de afgelopen beleidsperiode. De evaluatie is toegevoegd als bijlage bij deze nota. In de periode van 2016 tot 2019 is vooral ingezet op stabilisatie van gezondheidsproblemen. Hierbij is op een aantal thema’s winst geboekt. In de komende periode willen we daarmee verder gaan. We hebben de ambitie om nog meer gezondheidswinst te behalen. Gezondheidsbeleid vraagt immers om een lange adem. 2 Bovendien is het Inwonerspanel 2017 gevraagd welke gezondheidsthema’s inwoners van de Hoeksche Waard belangrijk vinden.
Het betreft, in volgorde van belangrijkheid: 1. 2. 3. 4. 5.
Bewegen Groen in de woonomgeving Woon en leefomgeving Veiligheid in de woonomgeving Eenzaamheid.
Op basis van het Nationaal Preventieakkoord, de toekomstverkenning, de evaluatie over de periode 20162019 en de resultaten van het Inwonerspanel 2017 is in de Hoeksche Waard voor de periode 2020-2023 gekozen voor focus op de volgende thema’s:
Vitaliteit en eigen kracht ouderen Mentale gezondheid Leefstijl (roken, alcohol en middelengebruik) Gezond gewicht Vaccinatiegraad (hoofdstuk 3: Gezondheidsbescherming)
Bij een groot deel van thema’s is sprake van continuering, dan wel verdiepingsslag. Dit betreft vitaliteit en eigen kracht ouderen, Leefstijl (gezond gewicht, alcohol en middelengebruik. Daarnaast wordt op en aantal extra thema’s ingezet namelijk roken en vaccinatiegraad.
2.1
Vitaliteit en eigen kracht ouderen
De komende decennia wordt een grote groei van het aantal 65-plussers verwacht. Bovendien komen er steeds meer oudere ouderen (75 plussers). De vergrijzing heeft grote impact op de volksgezondheid, zorg
2
De GGD voert regelmatig onderzoeken uit waarbij inwonerspanels worden bevraagd over diverse onderwerpen.
13
en sociale veiligheid. Mensen leven langer, maar zijn wel vaker chronisch ziek. Ze wonen langer zelfstandig thuis, maar zijn soms eenzaam en ook oudermishandeling komt vaker voor. Gemeente Hoeksche Waard wil de eigen kracht en vitaliteit van ouderen bevorderen . Gezondheid en behoud van functies voorkomt kwetsbaarheid en langdurig zorggebruik, zoals huishoudelijke hulp, verpleging en/of verzorging. De gemeente richt zich met dit gezondheidsbeleid op ouderen die nog niet kwetsbaar zijn. Ouderen die problemen hebben met lopen, balans, ondergewicht, vermoeidheid en/of eenzaamheid lopen een verhoogd risico binnen twee jaar kwetsbaar te worden. De gemeente bevordert daarom het krachtig ouder worden, door het aanleren van gezondheidsvaardigheden en het voorkomen van functieverlies bij ouderen met een verhoogd risico op kwetsbaarheid. De fysieke omgeving is een belangrijke factor die zowel geestelijke als lichamelijke gezondheid in positieve zin kan beïnvloeden. Het bevorderen van de eigen kracht en vitaliteit bij ouderen heeft een positieve invloed op de kwaliteit van leven en het welbevinden van ouderen en de participatie van ouderen in de samenleving. Stand van zaken Ouderen (65+) in de Hoeksche Waard voelen zich iets vaker vitaal dan ouderen in Zuid-Holland Zuid. Voelt zich vitaal Percentages
2016 Hoeksche Waard Regio ZHZ Voelt zich vitaal 71 68 Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ, www.hoegezondiszhz.nl Ambitie Meer ouderen voelen zich vitaal en gezond waardoor zij langer in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen en actief deelnemen aan de samenleving. Operationeel doel Percentage ouderen dat zich vitaal voelt neemt toe van 71% naar 75%. Inspanningen Faciliteren van initiatieven en projecten die zich richten op een gezonde leefstijl bij ouderen en functiebehoud, zoals het borgen van het programma ‘Samen Bewegen’ en de inzet op hoorwinst. Borgen en continueren van de aanpak ‘dementievriendelijke samenleving Hoeksche Waard’; Adviseren over gezondheidsbevorderende maatregelen bij (de inrichting van) de openbare ruimte zodat deze voor ouderen uitnodigend is om te bewegen en mee te doen.
2.2
Mentale Gezondheid
De samenleving krijgt op verschillende gebieden te maken met toenemende druk. Dit kan stress en gezondheidsproblemen veroorzaken. Zo ervaren scholieren en studenten steeds meer prestatiedruk. Ook op de arbeidsmarkt zijn er ontwikkelingen die kunnen leiden tot meer druk en stress, zoals de steeds grotere invloed van de 24-uurseconomie en de verdere flexibilisering van arbeidsrelaties. Vooral voor de groep mensen die werk, zorg voor de kinderen en mantelzorg moet combineren, lijken veel drukverhogende ontwikkelingen samen te komen. 14
Mentale gezondheid gaat om meer dan alleen depressie of bijvoorbeeld burn-out. Van de zes dimensies van positieve gezondheid is er één vooral lichamelijk en gaan er vijf over mentaal welbevinden of hebben er sterk raakvlak mee. Als positieve gezondheid een van de uitgangspunten is van deze nota, kan de mentale gezondheid dus niet buiten beeld blijven. Juist de mentale gezondheid van inwoners kan bepalen in hoeverre mensen zich in staat voelen om de regie te voeren over hun eigen leven. Wij vinden het belangrijk om de mentale gezondheid van inwoners waar mogelijk te vergroten, zodat zij zelfredzaam zijn en zoveel mogelijk eigen regie over hun leven kunnen nemen. De verwachting is dat we de meeste gezondheidswinst kunnen behalen bij de volgende groepen: jeugd en inwoners met een migratieachtergrond. 2.2.1
Jeugd
Stand van zaken Veel jongeren en jongvolwassenen ervaren druk om te presteren en dit lijkt toe te nemen. Ook onder middelbare scholieren wordt hoge prestatiedruk en stress ervaren. Dit heeft consequenties voor de psychische gezondheid van de jeugd en kan leiden tot meer burn-out of burn-out achtige klachten. Het gebruik van sociale media kan ook leiden tot psychische klachten. Hierbij lijkt het vooral te gaan om het ideaalbeeld van het perfecte leven dat via het selectief delen van hoogtepunten via sociale media wordt gestimuleerd. Gebruik van sociale media en het lang ‘online’ zijn kan leiden tot 'Fear of Missing Out', maar het kan ook andere psychische problemen in de hand werken, zoals angst, depressie en slaapproblemen. Door de steeds verdere integratie van deze technologie in het leven, zullen juist dit soort psychische klachten mogelijk meer voorkomen. Bovendien kan het langdurig kijken naar schermen van bijvoorbeeld van smartphones of tablets ook leiden tot fysieke problemen, zoals bijziendheid en een verstoord bioritme en slaapproblemen door ‘blauw licht’. Met het versterken van de weerbaarheid van jongeren wordt in brede zin gewerkt aan gezondheidsbevordering. Met het versterken van de mentale weerbaarheid worden bovendien psychische problemen voorkomen. Dit kan gezien worden als een basis voor het stimuleren van een gezonde leefstijl bij o.a. jongeren.
Weerbare jongeren kunnen namelijk beter ‘nee’ zeggen tegen verleidingen als roken, drinken en ongezond eten, zitten beter in hun vel, kunnen beter omgaan met keuzes rondom seksualiteit en zijn minder vaak slachtoffer van pesten. In het huidige beleid wordt ingezet op versterken van de basis door het programma ‘ Opvoeden en opgroeien doen we samen‘. Hierin zijn ambities geformuleerd rondom mentale weerbaarheid om te bevorderen dat kinderen kansrijk en veilig opgroeien. Door middel van preventie, gericht op kinderen, ouders/ verzorgers en hun omgeving, wordt ingezet op de basis. Mentale weerbaarheid wordt over het algemeen gemeten met de SDQ = Strengths and Difficulties Questionnaire. De SDQ meet psychische /psychosociale problematiek en vaardigheden bij kinderen en jongvolwassenen. Het gaat hier om een snelle screening: de verschillende domeinen worden zeer globaal onderzocht. De SDQ wordt gebruikt binnen de jeugdzorg en de jeugdgezondheidszorg. Een hogere score dan gemiddeld betekent een groter risico op psychische en psychosociale problematiek.
15
Psychische/psychosociale problematiek en vaardigheden (SDQ) Percentages
Schooljaar 2016-2017 Hoeksche Waard
Regio ZHZ
Verhoogde SDQ totaalscore, 5-jarigen
8
9
Verhoogde SDQ totaalscore, 10-jarigen
9
10
Verhoogde SDQ totaalscore, 12-13jarigen Verhoogde SDQ totaalscore, 14-15jarigen
4
4
4
4
Bron: Monitor Jeugdgezondheidszorg schooljaar 2016-2017, Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ, www.hoegezondiszhz.nl Ambitie Minder jongeren en jongvolwassenen ervaren stress en belasting. Hierbij geven wij extra aandacht aan jonge migranten. Operationeel doel Het percentage 5- en 10-jarigen dat een verhoogd risico heeft op psychosociale problemen neemt af met één procent ten opzichte van 2019. (op basis SDQ) 20% van de kinderdagverblijven/ scholen heeft in 2023 beleid gericht op het voorkomen van mentale druk en het vergroten van mentale gezondheidsvaardigheden. Er is een proactieve aanpak gericht op het versterken van opvoedvaardigheden en het opvoeden in twee culturen. Inspanningen Inzetten op onderdelen programma ‘Kansrijke start’; We faciliteren en stimuleren de Gezonde schoolaanpak op scholen; Wij faciliteren een samenhangend en vraaggericht aanbod voor alle jongeren en jongvolwassenen gericht op de ‘basis’ op het gebied van mentale weerbaarheid, binnen het programma ‘Opvoeden en Opgroeien doen we samen’. We zetten extra in op kwetsbare groepen, zoals jongeren met een migratieachtergrond, kinderen in echtscheidingssituaties en kwetsbare kinderen in de overgang naar het basisonderwijs. Dit doen we binnen het programma ‘Opvoeden en Opgroeien doen we samen’.
Samenwerking stimuleren tussen het onderwijs, het jongerenwerk en het Jeugdteam, zodat tijdig gesignaleerd, aangepakt en zo nodig doorverwezen kan worden naar passende hulp of ondersteuning bij psychische klachten. 2.2.2
Inwoners met een migratie achtergrond
Stand van zaken Tussen landen van herkomst van statushouders kunnen (grote) verschillen aanwezig zijn in het vóórkomen van ziekten en in de kwaliteit van de gezondheidszorg. Dit leidt tot verschillen tussen groepen statushouders in het voorkomen van gezondheidsproblemen als diabetes, tandheelkundige problemen, psychische problematiek, genotmiddelengebruik, specifieke infectieziekten, seksuele gezondheid en/of sociale problemen. Het is daarom belangrijk om in beeld te hebben uit welke landen statushouders afkomstig zijn. 16
Daarnaast zijn demografische factoren van belang, zoals leeftijd, gezinssituatie en opleidingsniveau. Het in kaart brengen van kenmerken van statushouders kan beter richting geven aan de behoefte aan preventieve gezondheidszorg. Het grootste deel van de statushouders dat zich in de Hoeksche Waard heeft gevestigd is van Syrische afkomst, gevolgd door Eritreeërs. Een klein percentage komt uit verschillende andere landen. Voor de Hoeksche Waard betekent dit dat de volgende gezondheidsproblemen relatief veel zullen voorkomen:
een verhoogd risico op psychische klachten; bij jeugdige statushouders: psychosociale problematiek; Specifiek bij Syriërs diabetes en overgewicht en veel roken; Specifiek bij Eritreeërs tandheelkundige problemen en seksueel overdraagbare aandoeningen; Problemen op het gebied van zinvolle dagbesteding (arbeid) en taalvaardigheid hebben een negatief effect op de gezondheid van statushouders. Bron : Gezondheidsprofiel statushouders Hoeksche Waard 2015-2016 Ambitie Minder jongeren en jongvolwassenen ervaren stres en belasting. Hierbij geven wij extra aandacht aan jonge migranten. Operationeel doel Er is een proactieve aanpak gericht op het versterken van opvoedvaardigheden en het opvoeden in twee culturen. Inspanningen Het integraal ketenoverleg gezondheid statushouders doorontwikkelen. Deskundigheidsbevordering voor professionals om signalen van psychische problemen bij migranten te herkennen en vroegtijdig te signaleren en met hen bespreekbaar te kunnen maken. Insteken op het langdurig onderzoek statushouders waarvan de eerste resultaten in het najaar van 2020 worden verwacht.
2.3
Leefstijl
Een aantal thema's met betrekking tot gezondheidsbevordering heeft grote raakvlakken met de thema's uit het Nationaal Preventieakkoord (2018), waar we ons als gemeente voor moeten inzetten. Eind 2018 is het Nationaal Preventieakkoord ondertekend door een groot aantal partijen in Nederland, zo ook door de VNG namens de gemeenten en door GGD GHOR namens de GGD 'en. Het Nationaal Preventieakkoord bevat doelstellingen over vermindering van roken, alcoholgebruik en overgewicht. De thema’s roken, alcohol en overgewicht hebben een plek gekregen in deze nota, in hoofdstuk 2 'Gezondheidsbevordering'. 2.3.1
Roken
Stand van zaken In het Nationaal Preventieakkoord is afgesproken om in 2040 een rookvrije generatie te realiseren. Dat betekent dat op dat moment geen kind meer rookt of ooit nog zal gaan roken. Roken is een ernstige verslaving die veel persoonlijk en maatschappelijk leed veroorzaakt. Nog altijd sterven er in Nederland ieder 17
jaar meer dan 20.000 mensen aan de gevolgen van (mee)roken. Roken is daarmee de nummer één te voorkomen doodsoorzaak. Bovendien wordt in totaal 9,4% van de ziektelast in Nederland veroorzaakt door roken, wat jaarlijks tot € 2,4 miljard aan zorgkosten leidt. Tegelijkertijd raken iedere week honderden kinderen verslaafd aan roken. Als zij blijven roken, is de kans meer dan 50% dat zij aan de gevolgen daarvan zullen komen te overlijden. De gezamenlijke ambitie uit het landelijk Preventieakkoord is als volgt geformuleerd; In 2040 rookt minder dan 5% van de inwoners van Nederland van 18 jaar en ouder en 0% van de jongeren en zwangere vrouwen. De eerste resultaten van de afspraken uit dit akkoord zijn in 2020 duidelijk zichtbaar in de praktijk. Zo zijn er in 2020 veel meer rook- en tabaksvrije omgevingen en is er duidelijk sprake van een dalende trend in het aantal rokers, in het bijzonder onder zwangere vrouwen en hun partners. Als het gaat om stoppen met roken, zien we dat meer mensen een succesvolle stoppoging doen. De trend is dat het roken onder volwassenen en vooral onder jongeren langzaam afneemt en dat roken nog relatief veel voorkomt bij mensen met een lage sociaal economische status. Het percentage rokers neemt zowel landelijk als regionaal al enkele decennia af. Roken Percentages
2017 Hoeksche Waard 15
Regio ZHZ 15
Heeft wel eens gerookt (12 t/m 15 jarigen) Rookt dagelijks (12 t/m 15 jarigen) 3 2 Rookt wel eens (19 t/m 64 jaar) 19 23 Rookt wel eens (65 jaar en ouder) 10 12 Bronnen: Monitor Jeugdgezondheidszorg schooljaar 2016-2017, Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ, www.hoegezondiszhz.nl Ambitie Minder jongeren roken; meer jongeren groeien op in een rookvrije omgeving. Operationele doelen Het percentage van jongeren van 12-15 jarigen dat wel eens heeft gerookt daalt van 15% naar 13% in 2023 Het aantal landelijk geregistreerde rookvrije speel- en sportplaatsen in de Hoeksche Waard is gestegen van 3 naar 15. Inspanningen Het organiseren en faciliteren van rookvrije speel- en sportplaatsen (sportverenigingen, speeltuinen en parken); We verkennen of er draagvlak is voor een rookvrije (kind)omgeving in het omgevingsplan of de APV van gemeente Hoeksche Waard.
18
2.3.2
Alcohol
Stand van zaken Ruim 80% van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder drinkt alcohol. De Gezondheidsraad adviseert mensen om geen alcohol te drinken of in elk geval niet meer dan 1 glas per dag. Bijna 40% houdt zich daaraan. Bijna 9% van de volwassenen drinkt echter overmatig: 10% van de mannen drinkt meer dan 21 glazen per week en bijna 7,5% van de vrouwen meer dan 14. De overmatige drinkers zitten vooral in de leeftijdsgroep van 20 tot 30 jaar. Van de scholieren tot 16 jaar drinkt een kwart regelmatig en bijna 20% drinkt dan veel: meer dan 5 glazen per gelegenheid. Dit zijn vaker VMBO scholieren dan leerlingen van het VWO. In totaal zijn in 2017 2.300 jongeren onder de 18 jaar voor een alcoholvergiftiging behandeld in een ziekenhuis of op een huisartsenpost. Bijna 1 op 4 jongeren die zijn behandeld op de spoedeisende hulp (SEH) was hierbij jonger dan 18 jaar. In deze leeftijdsgroep was 55% een jongen. Het aantal alcoholvergiftigingen op de SEH afdeling in de leeftijdsgroep 12 tot en met 17 jaar is in de laatste 10 jaar niet significant gestegen. In de periode 2008-2017 schommelde het aantal jongens tussen 12 en 17 jaar die met een alcoholvergiftiging op de SEH belandden rond de 60% en meisjes rond de 40%. Binnen de groep 12- tot en met 17-jarigen was een ruime meerderheid 16 of 17 jaar. (Cijfers NJI 2018).
Het alcoholgebruik onder jongeren in de Hoeksche Waard ligt gemiddeld genomen iets hoger dan in de regio Zuid-Holland Zuid. Wel lijkt het iets af te nemen. Alcoholgebruik onder jongeren Percentages Wel eens een paar slokjes alcohol gedronken, 12- en 13-jarigen Wel eens een paar slokjes alcohol gedronken, 14- en 15-jarigen Wel eens een heel glas alcohol gedronken, 12- en 13-jarigen Wel eens een heel glas alcohol gedronken, 14- en 15-jarigen Alcohol gedronken in de afg. 4 weken, 12- en 13-jarigen Alcohol gedronken in de afg. 4 weken, 14- en 15-jarigen Bingegedronken in de afg. 4 weken (>=5 drankjes op één gelegenh.), 12- en 13-jarigen Bingegedronken in de afg. 4 weken (>=5 drankjes op één gelegenh.), 14- en 15-jarigen Wel eens aangeschoten of dronken geweest, 12- en 13-jarigen Wel eens aangeschoten of dronken geweest, 14- en 15-jarigen Aangeschoten of dronken geweest in de afg. 4 weken, 12- en 13jarigen Aangeschoten of dronken geweest in de afg. 4 weken, 14- en 15jarigen
Hoeksche Waard
Regio ZHZ
2016 31 27 7 45 10 44
2017 28 27 5 39 8 36
2016 27 25 8 39 10 37
2017 27 25 6 35 9 32
5
3
4
4
26
24
6 36
3 34
22 5 30
20 4 28
2
1
2
1
20
18
16
14
Opvattingen over alcohol en het gebruik ervan veranderen we niet van vandaag op morgen. Een succesvolle aanpak vraagt niet alleen om langdurige inzet, maar ook een aanpak waarbij diverse maatregelen vanuit verschillende taakvelden samenhangend worden ingezet op terrein van voorlichting, regelgeving en handhaving. Gemeente Hoeksche Waard heeft in 2019 een Preventie- en Handhavingsplan Alcohol 2020-2023 opgesteld. Dit plan wordt in het eerste kwartaal van 2020 vastgesteld. Met het preventie- en handhavingsplan bouwen we verder op de aanpak die nu al loopt. 19
Dit sluit aan op de aanpak binnen het gezondheidsbeleid wat uitgaat van preventie en de determinanten ‘Positieve Gezondheid’. Daarnaast geeft dit plan weer hoe controle en toezicht wordt ingezet. Het doel van het Preventie- en Handhavingsplan is: ‘Hoeksche Waardse Jongeren moeten gezond en veilig kunnen opgroeien. Daarom willen wij het problematisch en excessief alcoholgebruik onder jongeren terugdringen en het aantal jongeren onder de 18 jaar dat alcohol drinkt verlagen. Vanuit gezondheidsbeleid besteden we aandacht aan het (verder) terugdringen van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, om ieder kind een gezonde en veilige start te bieden. Ambitie Minder jongeren onder de 18 jaar beginnen met drinken en minder zwangere vrouwen drinken alcohol. Operationele doelen Het percentage van de 14- en 15-jarigen dat wel eens een glas alcohol heeft gedronken is verlaagd met 4% ten opzichte van 2019/2020. In 2023 hebben relevante partijen een gezamenlijke aanpak ontwikkeld om alcoholgebruik bespreekbaar te maken bij zwangere vrouwen. Inspanningen Uitvoeren van het integrale preventie- en handhavingsplan Hoeksche Waard waarbij de focus ligt op jongeren van 12 – 18 jaar. We faciliteren en stimuleren van de Gezonde schoolaanpak op scholen. We stimuleren een gezamenlijke aanpak met ketenpartners om alcoholgebruik bij zwangere vrouwen bespreekbaar te maken. 2.3.3.
Middelengebruik (drugs)
Stand van zaken In de Hoeksche Waard is een kleine groep jongeren die ooit of regelmatig drugs (heeft) gebruikt. De Hoeksche waard wijkt hierin niet af van de regio Zuid-Holland Zuid. Dat neemt niet weg dat er bezorgdheid is over dit maatschappelijk probleem en dat actieve inzet hierop nodig is. Cijfers drugsgebruik jongeren Wel eens hasj of wiet gebruikt leeftijd 12 t/m 15 jarigen 12 t/m 13 jarigen 14 t/m 15 jarigen jaartal Hoeksche Waard Regio ZHZ Hoeksche Waard Regio ZHZ Hoeksche Waard Regio ZHZ 2017 5% 4% 1% 1% 9% 8% 2018 6% 4% 1% 1% 10% 8%
Bron: Jeugdgezondheidszorg (Careyn) 2018. De laatste tijd is lachgas steeds vaker in het (lokale) nieuws. Lachgas is officieel geen drugs en het is ook vrij verkrijgbaar. Dat maakt het meteen een lastig vraagstuk. Dit moet zeker serieus genomen worden, ook omdat de lichamelijke gezondheidseffecten nog niet duidelijk zijn. Het Trimbos Instituut heeft een handreiking voor gemeenten over lachgas geschreven, waar ook gemeente Hoeksche Waard mee aan de slag kan.
20
Vanuit volksgezondheid zetten wij met name in op collectieve preventie: het voorkomen dat jongeren beginnen met middelengebruik. Dit doen we door het bevorderen van de mentale gezondheid en gerichte voorlichting, bijvoorbeeld bij evenementen. Wanneer een vraagstuk rondom drugs de preventie overstijgt, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van overlast, is het meer een veiligheidsvraagstuk dan een gezondheidsvraagstuk. Het is in dat geval niet zinvol om een collectieve preventieve aanpak op drugs in te zetten. Dan is het effectiever om samen met jongerenwerk, politie en handhaving om tafel te gaan en samen afspraken te maken, ook over eventuele hulpverlening wanneer een jongere (overmatig) drugs gebruikt. Dit sluit aan bij de afspraken uit het convenant ‘Veilige School’. Ambitie Het aantal jongeren dat weleens drugs heeft gebruikt neemt af naar het regionaal gemiddelde. Operationeel doel Het aantal jongeren van 12 t/m 15 jaar dat wel eens drugs heeft gebruikt neemt af naar 4%. Inspanningen We zetten in op voorlichting bij jongeren (preventie) in combinatie met toezicht en handhaving van wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld bij evenementen en op school. Door selectieve preventie bijdragen aan inzet op een gezamenlijke aanpak bij risicogroepen onder jongeren. We verkennen de mogelijkheid om de lokale situatie in beeld te brengen via de scanner lokaal drugsbeleid (Trimbos).
We faciliteren en stimuleren de ‘Gezonde school-aanpak’ op scholen, waaronder de interventie ‘Heldere School’. We faciliteren deskundigheidsbevordering bij professionals. 2.3.4
Gezond Gewicht
Stand van zaken De oorzaak van overgewicht heeft vaak meerdere factoren. Overgewicht komt niet alleen voort uit een disbalans tussen de hoeveelheid energie die iemand inneemt via de voeding en de hoeveelheid energie die hij of zij verbruikt door middel van beweging. Het is bijvoorbeeld ook een normale reactie op een abnormale omgeving. Een omgeving waarin wij continue verleid worden tot (ongezond) eten en weinig bewegen. Om overgewicht te verminderen is daarom een integrale aanpak nodig, gericht op zowel het individu als op zijn of haar omgeving. Het percentage overgewicht in de Hoeksche Waard is voor kinderen en jongeren op alle leeftijden relatief lager dan in Zuid-Holland Zuid.
21
Grafiek: Percentage matig en ernstig overgewicht op verschillende leeftijden in de Hoeksche Waard en ZHZ, 2016. 70
%
60 50 40 30 20 10 0
Hoeksche Waard
Zuid-Holland Zuid
Bronnen: Monitor Jeugdgezondheidszorg schooljaar 2016-2017, Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ, www.hoegezondiszhz.nl Ambitie
Overgewicht bij kinderen van 0 t/m 18 jaar neemt af.
Operationele doelen: Het percentage overgewicht bij kinderen van 10 jaar neemt af van 16% naar 15%. Het aantal kinderen dat voldoet aan de beweegnorm neemt toe van 16% naar 20%. Het aantal 5-en 10- jarige kinderen dat dagelijks groente een stijgt van 29% naar 34%. Inspanningen: Uitvoeren van programma Jongeren op Gezond Gewicht in gemeente Hoeksche Waard. Bijdragen aan de doelstellingen die genoemd staan in Sportakkoord Hoeksche Waard. Inzetten op gezonde omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag (gezonde wijk, gezonde school, gezonde kinderopvang).
22
3. Gezondheidsbescherming Gezondheidsbescherming richt zich op gezondheidseffecten van chemische en biologische factoren op de mens. In de praktijk gaat dit om het bestrijden van infectieziekten en het beoordelen en beïnvloeden van de invloed van milieufactoren op de gezondheid. Deze gemeentelijke taken zijn vastgelegd in de Wet publieke gezondheid en worden uitgevoerd door de GGD. Deze taken kennen een beperkte beleidsvrijheid omdat een aantal specifieke taken, zoals infectieziektebestrijding, uitvoerig zijn beschreven in de Wet publieke gezondheid. In de paragraaf Gezonde leefomgeving en milieu gaan we in op de medisch-milieukundige taken. Vervolgens gaan we in op technische hygiënezorg in het hoofdstuk Gezondheid, hygiëne en evenementen. Tenslotte staan we stil bij een aantal belangrijke thema's in de infectieziektebestrijding en ontwikkelingen rondom seksuele gezondheid.
3.1 Gezonde leefomgeving en milieu Gezondheid en de inrichting van de omgeving hebben alles met elkaar te maken. De leefomgeving heeft namelijk een grote impact op de gezondheid. Het kan de gezondheid negatief beïnvloeden, bijvoorbeeld door vervuiling van lucht en water. Maar het kan de gezondheid ook positief beïnvloeden, bijvoorbeeld door uitnodigend groen waardoor mensen gaan bewegen. De leefomgeving hangt samen met nieuwe uitdagingen voor de toekomst zoals klimaatverandering, vergrijzing, individualisering. Maar ook zijn er kansen zoals slimme technologie en nieuwe vormen van mobiliteit. Medische milieukunde is het vakgebied dat zich hiermee bezighoudt en waarvoor gemeenten verantwoordelijkheid zijn. De uitvoering is overgedragen aan de GGD Zuid-Holland Zuid. In deze paragraaf wordt ingegaan op drie belangrijke thema's die de komende jaren van invloed (kunnen) zijn op de gezondheid van onze inwoners. Het gaat om: de introductie van de Omgevingswet; de gevolgen van klimaatverandering en de energietransitie; vervuiling van lucht, water en bodem. 3.1.1 De introductie van de omgevingswet Met de Omgevingswet – die naar verwachting in januari 2021 in werking treedt – worden de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigd en samengevoegd.
Daarbij worden fysieke beleidsthema's als ruimte, water, milieu, natuur en landschap gekoppeld aan maatschappelijke opgaven zoals een gezonde en veilige leefomgeving. De wet en veranderingen rondom (burger-)participatie vragen om ander beleid en een andere manier van werken door gemeenten, waarbij het meewegen van gezondheid in het omgevingsbeleid een belangrijk punt van aandacht is. Het bestuur van de GGD Zuid-Holland Zuid heeft recent een plan “gezondheid op de kaart“ vastgesteld om gemeenten daarbij te ondersteunen. Ambitie
Gezondheid is een aantoonbaar onderdeel in het omgevingsbeleid . Bij ruimtelijke initiatieven integraal inzetten op het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving.
23
Operationeel doel Gezondheid is onderdeel van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Kennisproducten van de GGD zijn beschikbaar voor de gemeente. (afwegingskader gezondheid in omgevingsbeleid) Inspanningen Bevorderen en in stand houden van een omgeving waarin vanuit verschillende gemeentelijke domeinen integraal aan gezondheid gewerkt wordt; Aansluiten bij de Omgevingstafel; GGD Zuid-Holland Zuid wordt betrokken als adviseur en onderzoeker bij het ontwikkelen van: a. De Omgevingsvisie en Omgevingsplan; b. Digitaal Stelsel Omgevingswet/omgevingsloket; c. Ondersteuning van gemeenten bij hun verantwoordelijkheden op o.a. de beleidsthema's licht, lucht, geluid, geur, trillingen, externe veiligheid en bodem; d. Participatie van inwoners, bedrijven en verenigingen, mede als middel om gezondheid te bevorderen/ beschermen. e. Implementeren van een afwegingskader gezondheid in omgevingsbeleid. 3.1.2 De gevolgen van klimaatverandering en de energietransitie Klimaatadaptatie is een urgent beleidsonderwerp waarin ook gezondheid van belang is. Extreem weer heeft zowel op de korte als middellange termijn gezondheidseffecten tot gevolg. Daar moeten we beter mee leren omgaan. Korte termijn effecten treden op als gevolg van aanhoudende hitte, droogte, extreme regenval en overstroming (risico’s).
Bij langdurige wateroverlast of water op straat waarbij sprake is van vermenging van rioolwater kan verontreiniging met ziekteverwekkers ontstaan. Op (middel)lange termijn treden er veranderingen op in de flora en fauna (bijv. introductie van invasieve exoten zoals de eikenprocessierups, verlies aan biodiversiteit) die vervolgens van invloed zijn op de gezondheid. Om de gezondheidseffecten van aanhoudende hitte zoveel mogelijk te beperken, wordt vanuit de Nationale klimaatadaptatiestrategie geadviseerd de ontwikkeling en uitvoering van een handreiking voor lokale hitteplannen ter hand te nemen. Daarnaast wordt in het kader van het landelijk Deltaplan ruimtelijke adaptatie geanticipeerd op de (middel)lange gevolgen van klimaatverandering. Ambitie Wij willen schadelijke gezondheidseffecten als gevolg van klimaatverandering en de energietransitie voor onze inwoners beperken. Operationeel doel Gezondheid is een belangrijk onderdeel van planvorming rond klimaatadaptatie en de energietransitie. De gemeente beschikt over een inventarisatie van lokale volksgezondheidsrisico's en heeft een lokaal hitteplan en een maatregelenplan ruimtelijke adaptatie met een uitloop tot 2023. Inspanningen We inventariseren de lokale volksgezondheidsrisico's van klimaatverandering en de energietransitie en formuleren specifieke aandachtspunten en oplossingsrichtingen.
Er komt een lokaal hitteplan en implementeren maatregelen met een uitloop tot 2023. Dit doen we op basis van bevindingen uit een pilot In Dordrecht. De gemeente organiseert risicodialogen in het kader van het Deltaplan ruimtelijke adaptatie. 24
3.1.3 Vervuiling van lucht, water en bodem Gezond en veilig kunnen wonen is voor iedereen belangrijk. Het gaat hierbij om de zekerheid dat de woning veilig is en dat technische installaties op orde zijn, maar ook dat een bewoner niet blootgesteld wordt aan milieuoverlast die een negatief effect op de gezondheid hebben. Diverse omstandigheden, zoals geluidsoverlast, loodhoudende grond, GEN-X en PFOA in het milieu, kunnen een bedreiging vormen voor de gezondheid van onze inwoners. Gezondheidswinst wordt in belangrijke mate gerealiseerd door het verder verminderen van de uitstoot van (ultra)fijnstof, stikstofdioxide en ozon. Elke blootstelling aan fijnstof levert schade aan de gezondheid op. Alleen al blootstelling aan fijnstof is verantwoordelijk voor zo’n 4% van de ziektelast in Nederland. Na roken (13%) behoort luchtverontreiniging daarmee tot één van de belangrijkste risicofactoren, in dezelfde orde van grootte als overgewicht (5%) en weinig lichamelijke activiteit (3-4%). Hoog risicogroepen zijn kinderen onder de 18 jaar, ouderen van 65 jaar en ouder, mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen (astma). Voor ozon geldt dat voor mensen met een bepaalde genetische aanleg en mensen die buiten veel actief zijn.