1. toelichting obp Nieuweweg 22 's Gravendeel
Tekst van het document
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 8 9
Beschrijving van de situatie
10
Huidige situatie Toekomstige situatie
10 11
Beleidskader
13
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Omgevingsverordening Zuid-Holland Regionale woonvisie en woningbouwprogramma Hoeksche Waard Gemeentelijk beleid Structuurvisie Woningmarktanalyse Gemeente Hoeksche Waard
13 13 13 14 15 15 15 16 16 16 18
Uitvoeringsaspecten
19
Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit
19 19 20 20 20 21 21 21 21 21 21 21 22 22 22
1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
3
4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.12 4.12.1 4.12.2 4.12.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1
Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie Duurzaamheid Duurzame leefomgeving Klimaatbestendigheid Energietransitie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie
22 22 23 23 23 23 23 23 23 24 24 24 24 25 25 26 26 27 29 29 29 29 29 30 30 30 30 31 31 31 31 31 32
Juridische planbeschrijving
33
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel
33 33 33 33 34 34 34 34 34 34 34 34
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
4
5.5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2
Slotregel
35
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
36
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties
36 36 36 36
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Schetsontwerp Nieuweweg 22 s'-Gravendeel ER20211222v01_QS_Nieuweweg_22_'s-Gravendeel_EcoresultBV Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Quickscan Externe Veiligheid Vergunningscheck digitale watertoets Verslag gesprek omwonenden
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
36 36 47 74 145 196 214 218
5
T OELICHT ING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Nieuweweg 22 in 's Gravendeel staat een bedrijfswoning (perceelnummer 4630) met op het achterterrein een schuur en een materiaalstalling (perceelnummer 4629). Het onderhavige plan heeft betrekking op de planogische wijziging van de bedrijfswoning naar reguliere woning en de bouw van een vrijstaande woning op het achterterrein. Hiertoe wordt de bedrijfsbestemming gewijzigd naar een woonbestemming. De ontwikkeling zorgt voor een verhoging van het woningaanbod, wat ten tijden van woningschaarste gezien kan worden als een positieve verandering. Tevens vindt de ontwikkeling plaats op een locatie waar inbreiding mogelijk is, waardoor de beschikbare stedelijke ruimte op efficiënte wijze benut wordt. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat reguliere woningen niet zijn toegestaan in de huidige bedrijfsbestemming. Om de wijziging van de bedrijfswoning en de bouw van een vrijstaande woning planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Nieuweweg 22 in 's Gravendeel. De locatie ligt in de bebouwde kom en wordt voornamelijk omgeven door woningen en bedrijven. Het plangebied is gelegen twee percelen die kadastraal bekend staan als gemeente 's-Gravendeel, sectie F, perceel 4630 (258m2) en 4629 (525 m2). Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 783 m2. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
6
Figuur 1.1 Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: Google Maps)
Figuur 1.2 Uitsnede kadastrale kaart (bron: www.perceelloep.nl)
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
7
1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ''s-Gravendeel'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Binnenmaas op 10 oktober 2013. In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijf' met een bouwvlak, functieaanduiding 'bedrijfswoning' en Maatvoering voor maximum goothoogte van 4 meter. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'.
Figuur 1.3 Uitnsede bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijk eplannen.nl) De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor a.
bedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 2 van de bij dit bestemmingsplan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; b. de bestaande bedrijfswoning(en), uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Reguliere woningen zijn binnen de regels van de bestemming 'Bedrijf' niet toegestaan. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element. Door middel van een berekening op basis van de hoogte van de wieken en de afstand van het plangebied tot de molen kan worden achterhaald wat de maximale bouwhoogte is voor het plangebied. In voorliggend intiatief is de uitkomst van deze berekening iets meer dan 12 meter. Dit zal dus geen belemmering vormen. Conclusie
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
8
Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan ''s-Gravendeel', omdat er op de bedrijfsbestemming geen reguliere woningen zijn toegestaan. 1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Nieuweweg 22 - 's Gravendeel' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.
De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
9
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
Aan de Nieuweweg 22 in 's Gravendeel staat een vrijstaande bedrijfswoning op een perceel met een bedrijfsbestemming (perceelnummer 4630). Op het achterterrein staat een schuur en een deels overdekte materiaalstalling (perceelnummer 4629). Figuur 2.1 geeft de indeling van het plangebied weer.
Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied met aanduiding verschillende elementen in huidige situatie (bron: Google Maps) Links van de bedrijfswoning is de in- en uitrit van het plangebied te zien. Deze weg bevindt zich gedeeltelijk op het perceel van de bedrijfswoning (perceelnummer 4630) en gedeeltelijk op het perceel van het achterterrein (perceelnummer 4629). In figuur 2.1 is de inrit weergegeven.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
10
Figuur 2.2 Vooraanzicht plangebied gezien vanaf de Nieuweweg (bron: Google Maps) 2.2
Toekomstige situatie
Het onderhavige plan heeft betrekking op de planogische wijziging van de bedrijfswoning (perceelnummer 4630) naar reguliere woning en de bouw van een vrijstaande woning op het achterterrein (perceelnummer 4629). In figuur 2.3 is de toekomstige situatie in een kaart ingetekend.
Figuur 2.3 Kaart met toekomstige situatie ingetek end De omzetting van de bedrijfswoning (perceelnummer 4630) is voornamelijk planologisch van aard, zonder dat er veel fysieke ingrepen nodig zijn. Anders dan in de huidige situatie worden er wel 5 parkeerplekken direct naast de woningen gerealiseerd, zoals ook in figuur 2.3 aangegeven.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
11
Op het achterterrein (perceelnummer 4629) zal een woning van circa 78,1 m2 aan de bestaande berging worden gebouwd. Ook wordt er bij de nieuwe woning een overkapping van circa 42 m2 geplaatst. Figuur 2.4 geeft een impressie van de voorzijde van deze bouwerken gezien vanaf het zuiden.
Figuur 2.4 Impressie voorzijde nieuwe vrijstaande woning De bestaande berging wordt in de toekomstige situatie voornamelijk als garage gebruik. Ook worden er twee parkeerplekken op het terrein voor de garage gerealiseerd, zoals de kaart op figuur 2.3 laat zien.
Figuur 2.5 Impressie van de verhouding tussen de bestaande berging en de nieuw te bouwen woning en overkapping Figuur 2.5 geeft een verduidelijkend beeld van de verhouding tussen de bestaande schuur en het nog te bouwen gedeelte. In Bijlage 1 zijn de schetsontwerpen toegevoegd.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
13
Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijk e ontwikk eling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwik keling niet binnen het bestaand stedelijk gebied k an worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijk heid om in die behoefte te voorzien op de gek ozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.
er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikk eling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van k antoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de bouw van 1 woning en het planologisch omvormen van een bedrijfswoning naar een reguliere woning, waardoor het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk is.
Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
14
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 7 augustus 2021 is de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland vastgesteld door Gedeputeerde Staten en daarmee geconsolideerd. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn een aantal zaken die worden benoemd in de Omgevingsvisie van belang. Ten eerste is het van belang te benoemen dat de provincie richting en ruimte geeft aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). In de Omgevingsvisie zijn de paragraaf over verstedelijking en wonen m.b.t. voorliggend initiatief het meest relevant Verstedelijk ing De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid.
De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving. Wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van woningcorporaties. Gemeenten maken daartoe in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Voor de toegestane woningvoorraadtoename heeft de provincie Zuid-Holland de Woningbehoefteraming 2021 opgesteld. Uit deze raming blijkt de toegestane woningvoorraadgroei tot 2030 toe mag nemen met 3.300 woningen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief aansluit bij de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Er wordt met voorliggend plan bijgedragen aan de groei van de woningvoorraad. Tevens gebeurd dit binnen het bestaand stedelijk gebied van 's Gravendeel. Er worden vanuit provinciaal oogpunt dan ook geen bezwaren verwacht jegens onderhavige ontwikkeling. 3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Op 7 augustus 2021 is de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland vastgesteld door Gedeputeerden Staten en daarmee geconsolideerd. In de Omgevingsverordening wordt via regels verdere uitvoering gegeven aan de beleidskeuzes zoals opgesteld in de Omgevingsvisie. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn voornamelijk de instructieregels ten aanzien van bestemmingsplannen van belang. Hierin wordt benoemd dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in ieder geval in moet gaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Eveneens dienen er in het bestemmingsplan geen strijdigheden te zijn in het geval van vaststelling van een regionale visie, bijvoorbeeld op het gebied van wonen.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
15
Daarnaast volgt dat de planlocatie binnen de begrenzing van cultureel erfgoed is gelegen, te weten de molenbiotoop. Dit wordt in paragraaf 4.12 nader toegelicht. Tevens geldt dat de planlocatie rekening moet houden met de regelgeving van het waterschap Hollandse Delta, evenals de verplichte peilbesluiten. Hier wordt in paragraaf 4.10 een nadere omschrijving van gegeven. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit de Omgevingsverordening Zuid-Holland geen bezwaren zijn tegen onderhavige planontwikkeling, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. Volledigheidshalve wordt ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking verwezen naar paragraaf 3.1.3. 3.2.3
Regionale woonvisie en woningbouwprogramma Hoeksche Waard
In 2017 is door de de vijf gemeenten van het eiland de Hoeksche Waard de woonvisie 'Wonen in een Vitale Hoeksche Waard' vastgesteld. Het begrip vitaliteit staat centraal in deze regionale woonvisie. Er wordt hierbij voornamelijk gewezen naar een regio die in staat is om op eigen kracht goed te blijven functioneren. Daar zitten echter wel enkele randvoorwaarden aan. Voldoende aanbod van voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en welzijn en detailhandel zijn essentieel. Inwoners en werkgelegenheid worden genoemd als onmisbare schakel. Tot 2025 zijn er circa 3.000 woningen nodig. Een groot deel van de instroom van inwoners is afkomstig uit de Rotterdamse regio. Dit is echter niet voldoende om een vitale regio te kunnen blijven. Vanaf 2030 neemt het aantal inwoners en huishoudens namelijk langzaam maar zeker af, omdat er onvoldoende geboorten zijn om de demografische opbouw in balans te kunnen houden. Daarnaast is er ook nog eens sprake van vergrijzing. Hierdoor neemt het draagvlak voor bijvoorbeeld onderwijsvoorzieningen af, waarmee de vitaliteit onder druk komt te staan. Daarom is er een nieuwe instroom van jonge huishoudens noodzakelijk. Om deze instroom goed te kunnen faciliteren en verder aan te jagen is er extra inspanning op het gebied van woningbouw nodig.
Daarnaast is ook de kwaliteit, naast de kwantiteit, van woningen belangrijk voor een aantrekkelijk woonmilieu en hiermee van invloed op de vitaliteit van de Hoeksche Waard. De toekomstige woningvoorraad is bij voorkeur energieneutraal, geschikt voor jonge én oude bewoners, bereikbaar per auto en OV en van hoge ruimtelijke kwaliteit. Er is de regio een behoorlijke vraag naar middeldure rijwoningen, maar ook vrijstaande woningen zijn in trek. Daarnaast bestaat er een behoefte aan huur- en koopappartementen. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling bijdraagt aan het in standhouden van de vitaliteit in de regio. Voorliggend plan speelt daarnaast in op de vraag naar vrijstaande woningen. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie
Op 17 december 2019 heeft de gemeenteraad van Hoeksche Waard de Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie nodigt inwoners, ondernemers, investeerders, maatschappelijke organisaties en anderen uit om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Hoeksche Waard. De omgevingsvisie helpt de gemeente om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke Hoeksche Waard. 'Hoek sche Werken' Binnen de visie zijn er vijf maatschappelijke opgaven (de zogenaamde Hoeksche Werken) die specifiek vragen om gemeentelijke aandacht: Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; Vitaal economisch klimaat; Bereikbaar, nabij en toegankelijk;
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
16
Duurzame, innovatie landbouw; Vitale dorpen en actieve samenleving. Voorliggend plan draagt aan het grootste gedeelte van de deze opgaven op de volgende manier bij: Vitaal economisch klimaat: Door het realiseren van nieuwe woningen wordt een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk woonmilieu. Daarnaast zorgt het voor extra inwoners, waarmee het ervoor zorgt dat de bestaande voorzieningen meer potentiële gebruikers krijgen. Bereikbaar, nabij en toegank elijk: De woningen zullen goed bereikbaar zijn. Daarnaast word er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd, waarmee de toegankelijkheid gerealiseerd is. Vitale dorpen en actieve samenleving: Het stedenbouwkundig plan voorziet in een ontwerp waarbij rekening is gehouden van het dorpse karakter, beleving en uitstraling. Hiermee biedt de ontwikkeling kansen voor een vitaal dorp, zowel op sociaal vlak als op economisch vlak. 'Hoek sche Waarden' Naast de 'Hoeksche Werken' zijn er ook 'Hoeksche Waarden' geformuleerd. De Hoeksche Waard is sterk verweven met de regio. Het maakt deel uit van de Delta, waarbinnen elk eiland zijn eigen kenmerken en kwaliteiten heeft. Als eiland heeft de Hoeksche Waard een directe relatie met de stedelijke agglomeratie van Rotterdam en ook Dordrecht. Omgekeerd vormt de Hoeksche Waard vanuit het stedelijk gebied ook de toegang tot de Delta. Veel recreanten en toeristen maken hier gebruik van.
De verwevenheid met haar omgeving biedt de Hoeksche Waard kansen. Het eiland is dan ook ingedeeld in vijf karakteristieke deelgebieden. De planlocatie is gelegen in het deelgebied 'Dorpse Trots'. Dit deelgebied omvat alle dorpen in de Hoeksche Waard. De Hoeksche Waard kent kleine, hechte gemeenschappen met veelal een eigen identiteit. De combinatie van ondernemerszin en de zorg voor elkaar maakt het eiland zeer aantrekkelijk voor gezinnen. Bij ontwikkelingen in de dorpen wordt niet alleen naar nieuwe functies, zoals woningen, gekeken, maar met name ook naar de gevolgen voor het sociale netwerk in het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin in het dorp. Daarbij geldt als uitgangspunt dat eerst de mogelijkheden voor inbreiding en herontwikkelig binnen het dorp benut worden, voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. Inbreiding mag echter niet ten koste gaan van de groene kwaliteiten in het dorp. Kort samengevat zijn onderstaande de te ontwikkelen waarden: Versterken van de onderscheidende identiteit per dorp. Versterken van de gemeenschapszin in het dorp. Versterken van de vitaliteit en leefbaarheid per dorp. Versterken van de natuurlijke overgang van het dorp naar het landelijk gebied. Bedrijvigheid met toegevoegde waarde voor de Hoeksche Waard. Sociale cohesie onder bevolking faciliteren en versterken.
Versterken van de inclusieve samenleving. Conclusie Er kan worden gesteld dat de ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de in de Omgevingsvisie gestelde waarden. Met het initiatief wordt een mogelijkheid voor inbreiding binnen het dorp benut. Door de stedenbouwkundige en architecturele opzet draagt het plan bij aan het dorpse karakter. Daarnaast zorgen de nieuwe woningen voor een bijdrage aan de vitaliteit en leefbaarheid van het dorp.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
17
3.3.2
Woningmarktanalyse Gemeente Hoeksche Waard
Het Woningbehoefteonderzoek uit 2019 geeft richting aan welke woningbouwprojecten de gemeente Hoeksche Waard wil opnemen in de Woningbouwprogrammering 2019-2030. In de Woningbouwprogrammering staat waar binnen de gemeente nieuwe woningen worden gebouwd. Het zijn de afspraken tussen de gemeente en de provincie. Het Woningbehoefteonderzoek geeft richting aan wat er zoal in het programma wordt opgenomen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met kwaliteit, zoals duurzaamheid, toekomstbestendigheid, meerwaarde voor de omgeving, de manier waarop de nieuwbouw past binnen het dorp of het landschap en de kernkwaliteiten van de Hoeksche Waard behoudt én versterkt. De grootste woningbehoefte bestaat er in de koopsector, in rij-/hoekwoningen, maar ook in het luxere segment. Bij de rijwoningen is veel vraag in het goedkopere segment tot € 200.000 (woningen voor starters), maar ook in de wat duurdere segmenten. Daarnaast is er een aanzienlijke vraag naar twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen in het middeldure tot duurdere segment. Deze vraag is afkomstig van gezinnen die een volgende stap willen zetten in de wooncarrière. Daarnaast is de vraag naar koopappartementen toegenomen. Deze vraag is afkomstig van oudere huishoudens die vanuit veelal een grotere twee-onder-een-kap woning of vrijstaande woning kleiner willen gaan wonen.
Deze groep is veelal op zoek naar specifieke locaties dichtbij voorzieningen en verwachten enige mate van luxe. Deze oudere doelgroep zal meer dan vroeger een woning kopen, waardoor er een grotere oriëntatie bestaat op de koopsector van de generatie die nu oud begint te worden. Conclusie De ontwikkeling voorziet in vrijstaande woningen waarnaar een vraag bestaat in de gemeente.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
18
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
19
4.1.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt op circa 4,6 kilometer afstand van het Natura-2000 gebied 'de Biesbosch'. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt op circa 1,4 kilometer afstand. Dit betreft Polder Groot Konikrijk. In het verkennend ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd door Ecoresult (Bijlage 2) wordt geconcludeerd dat op voorhand is uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000- gebieden en het Natuurnetwerk Noord-Holland (NNNH). Een uitgebreide beschrijving, beoordeling en aanvullend onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Aanvullend is wel extra aandacht besteed aan de mogelijke verzuring en vermesting van een habitat ten gevolge van stikstofdepositie. Stikstofdepositie Op 5 oktober 2023 is er een nieuwe versie van de 'AERIUS-calculator' uitgekomen. Om deze reden moet de wijze van implementatie binnen voorliggend plan worden herzien. Waar voorheen het “Stroomschema beoordeling stikstof bij initiatieven bij woningbouwprojecten” toepasbaar was, is dat sinds 5 oktober niet meer het geval. Het is namelijk onduidelijk of de kaders uit het stroomschema gelijk blijven of veranderd moeten worden naar aanleiding van de aangepaste 'AERIUS-calculator'. Ten gevolge van de update moet op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan de dan geldende Aerius berekening zijn uitgevoerd en beoordeeld.
Een stikstofberekening met de nieuwe versie van de ''AERIUS-calculator' zal in het vast te stellen bestemmingsplan worden toegevoegd. Volgens het voorheen geldende “Stroomschema beoordeling stikstof bij initiatieven bij woningbouwprojecten” was er bij voorliggend plan, vanwege de relatief kleine omvang en relatief grote afstand tot natura 2000-gebieden, geen stikstofbereking nodig. Gezien deze conclusie voor 5 oktober 2023 geldig was, is de verwachting dat het aspect 'stikstof' ook hierna geen belemmering zal vormen. 4.1.3
Soortenbescherming
Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Ecoresult (Bijlage 2). Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. Wat betreft de effecten van de ontwikkeling op beschermde soorten, geldt dat er ook geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk geacht wordt. Echter dienen voor specifieke gevallen wel (mitigerende) maatregelen te worden genomen. Schadelijke effecten voor vogels kunnen bijvoorbeeld voorkomen worden, door de werkzaamheden buiten de broedseizoenen uit te voeren of alvorens de werkzaamheden een ecologische inspectie uit te laten voeren. Voor overige beschermde soorten zoals (spits)muizen en egels geldt dat deze simpelweg verplaatst kunnen worden naar veilige gebieden indien deze aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. De (bouw) werkzaamheden worden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd (buiten schemerperioden). Als het onvermijdelijk is werkzaamheden in de schemer of nachtperiode uit te voeren, wordt gebruik gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting (op bouwplaats gerichte geconvergeerde lichtbundels, niet zijwaarts gericht, gebruik van de juiste kleur verlichting, bijv. amberkleurig).
Het gaat hierbij om relatief eenvoudig te realiseren maatregelen ten behoeve van vogels, vleermuizen en overige beschermde soorten in en om het gebied. Bij de uitvoering van de werkzaamheden zullen deze maatregelen in acht genomen worden. 4.1.4
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. Ook vormt stikstofdepositie geen belemmering bij voorliggend initiatief.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
20
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.2.2
Resultaten onderzoek
Voorliggend initiatief voorziet in een functiewijziging van bedrijf naar wonen. In het kader hiervan is het gewenst inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Om bodemkwaliteit te onderzoeken is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 3). Op een deel van de onderzoekslocatie zijn stelconplaten zonder sparingen/ tussenruimtes aanwezig. Hierdoor, alsmede de aanwezige betonnen bebouwingsvloeren en terreingebruik, is ter plaatse van betreffende terreindelen geen onderzoek verricht. Derhalve is de ruimtelijke verdeling van de boringen niet gelijk over de onderzoekslocatie. Voor het grootste gedeelte van plangebied is echter wel onderzoek uitgevoerd. De aangetoonde concentraties in de bodem van het onderzochte terreindeel vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor het toekomstig gebruik. Voor het gedeelte van plangebied dat nog niet onderzocht is, zullen in de bouwfase extra boringen worden uitgevoerd. In deze fase kunnen de belemmerende stelconplaten namelijk op de gewenste manier verwijderd worden. De extra boringen zullen gecombineerd worden met onderzoeken naar asbest en PFAS. 4.2.3
Conclusie
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek blijkt er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor onderhavig initiatief. Het nog niet onderzochte gedeelte van het plangebied zal Tijdens de bouwfase alsnog worden onderzocht. 4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Wettelijk kader
Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.3.2
Cultuurhistorie
Het plangebied kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. Wel ligt het plangebied in de molenbiotoop van 't Vliegend hert aan de Molendijk. Voorliggend initiatief voldoet echter aan de bouwregels betreffende molenbiotoop. Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
21
4.3.3
Archeologie
Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. De gronden ter plaatse van de gewenste ontwikkeling zijn volgens het bestemmingsplan ''s-Gravendeel' verwachtingsgebied voor archeologische vondsten. Het gewenste bouwwerk heeft echter een oppervlakte die kleiner is dan 500 m2. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is daaom niet nodig. 4.3.4
Conclusie
Met de gewenste ontwikkeling worden cultuurhistorische panden of structuren niet aangetast. Voorts voldoet het bouwplan aan de bouwregels van de archeologische dubbelbestemming, waardoor de archeologische waarden niet geschaad worden. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie en archeologie voor onderhavig initiatief. 4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. 4.4.2
Beoordeling
Effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Luchtkwaliteit ter plaatse Vanuit de wet milieubeheer gelden grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Daarnaast hanteert de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden ter plekke van het plangebied, de grenswaarden en de advieswaarden. De kaarten met concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op het Geoloket van de Provincie Zuid-Holland. Stof
Jaar 2018
Jaar 2019
Grensw aarde
Adviesw aarde
NO2
26,39 µg/m3
25.63 µg/m3
40 µg/m3
10 µg/m3
PM 10
19,57 µg/m3
18,09 µg/m3
40 µg/m3
15 µg/m3
PM 2,5
11,96 µg/m3
10.32 µg/m3
20 µg/m3
5 µg/m3
Waarden in het plangebied, grenswaarden en advieswaarden luchtkwaliteit Op de planlocatie wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. De advieswaarden van de WHO liggen ver beneden de wettelijke grenswaarden. In de huidige situatie aan de Mijlweg liggen de concentraties ver beneden de wettelijke grenswaarden. Voor wat betreft NO2, PM10 en PM2,5 geldt dat er net niet wordt voldaan aan de advieswaarde, maar zoals blijkt uit Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
22
bovenstaande tabel is de verwachting dat de jaargemiddelde concentraties in de toekomst verder zullen afnemen. De huidige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.4.3
Conclusie
Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven. Daarnaast is luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.5
Parkeren en verkeer
4.5.1
Parkeren
Het benodigd aantal parkeerplaatsen kan berekend worden aan de hand van de Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard. Het plangebied wordt gekenmerkt als de schil van het centrum in weinig stedelijk gebied. Voor een vrijstaande koopwoning geldt een parkeernorm van 1,9 tot 2,7 parkeerplaatsen per woning. In de gewenste situatie komt de totale parkeerbehoefte dan ook uit op 3,8 tot 5,4 parkeerplaatsen. Zoals figuur 2.3 laat zien, is er in de plannen rekening gehouden met 5 buitenparkeerplekken voor de twee woningen. Ook zal de huidige berging in de toekstige situatie voor een groot gedeelte dienst doen als garage. Hiermee wordt met minimaal 5 parkeerplekken op eigen terrein voldaan aan de parkeerbehoefte. 4.5.2
Verkeer
Het plangebied wordt ontsloten via de Nieuweweg. Dit is een 50 km/u weg die de Molendijk ontsluit met de Maasdamseweg en de Mijlweg. De verkeersgeneratie kan berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie 'CROW 381 Toekomstbestendig parkeren' uit 2018. In de huidige situatie is een bedrijfswoning toegestaan. In de publicatie 'CROW 381 Toekomstbestendig parkeren' komt de categorie 'Koop, huis, vrijstaand' hier het meest mee overeen. Hierbij hoort een verkeersaantrekkende werking van 7,7 tot 8,5 mvt/etmaal in de schil van het centrum van weinig stedelijk gebied. In de gewenste situatie is de verkeersaantrekkende werking op dezelfde manier te bepalen. Voor een nieuw te bouwen woning in categorie 'Koop, huis, vrijstaand' is de verwachte verkeersgeneratie 7,7 tot 8,5 mvt/etmaal per woning. Dit komt in totaal neer op een verkeersaantrekkende werking van 7,7 tot 8,5 mvt/etmaal. De verkeersgeneratie neemt met onderhavig initiatief toe tussen de 7,7 en 8,5 mvt/etmaal. Dit is een zeer beperkte toename, wat een gering en verantwoord effect zal hebben op de omliggende onsluitingswegen. 4.5.3
Conclusie
Voorgenomen initiatief zal niet leiden tot verkeerskundige en/of parkeertechnische problemen. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en de verkeersgeneratie neemt slechts zeer beperkt toe. 4.6
Geluidhinder
4.6.1
Wettelijk kader
Wegverk eer en railverkeer Langs alle (spoor)wegen – met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
23
Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidszone wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. De dosismaat Lden is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd. 4.6.2
Onderzoek
Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein. Wel ligt het plangebied binnen de geluidzone van wegverkeer, namelijk van de Maasdamseweg, de Mijlweg, de Nieuweweg en de Renooishoeksestraat. Akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting is uitgevoerd door 'SPA WNP ingenieurs'. Het rapport van het onderzoek is toegevoegd als bijlage (Bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de nieuwe woning vanwege het verkeer op de omliggende wegen voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan. Op basis hiervan wordt verder gesteld dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de 30 km/uur wegen aanvaardbaar is. De gecumuleerde geluidbelasting, zonder aftrek art.110g Wgh, bedraagt maximaal 53 dB. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden die de gemeente stelt aan de realisatie van de nieuwe woning. Daarnaast betekent dit dat de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden minimaal 20 dB moet bedragen. Normaliter wordt met moderne standaard bouwmaterialen (dubbele beglazing, geïsoleerd dak, normale ventilatie voorzieningen, die voldoen aan een geluideis van Rq;a . 0 dB) voldaan aan de minimale geluidwering van de gevels. 4.6.3
Conclusie
Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. 4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Wettelijk kader
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
24
functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied'. Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige w oonw ijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Richtafstanden en omgevingstype Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. 4.7.2
Beoordeling
Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. De omgeving van het plangebied kan gekarakteriseerd worden als 'gemengd gebied', gelet op de mix van woon en bedrijfsfuncties. Met voorliggende ontwikkeling worden er twee reguliere woningen toegevoegd. In het kader van bedrijven en milieuzonering wordt een woning gezien als een gevoelige functie. Direct aan de overkant van de Nieuweweg (circa 8,5 meter) zit een bedrijfsbestemming van een voormalig aannemersbedrijf. Deze bedrijfsbestemming heeft milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De te transformeren bedrijfswoning ligt binnen deze richtafstand. Echter liggen de woningen van bijvoorbeeld Nieuweweg 20 en Nieuweweg 24 dichterbij de bedrijfsfunctie. In het kader van bedrijven en milieuzonering zijn de woningen die dichterbij de bedrijfsfunctie liggen maatgevend. Daarnaast geldt voor aannemersbedrijven met een werkplaats kleiner dan 1000 m2 geldt in gemengd gebied de richtafstand van 10 m voor geluid. De richtafstand voor geur- en stofhinder bedraagt 0 m in gemengd gebied.
Aangezien er aan de Nieuweweg 20 en 24 een goed woon- en leef klimaat kan worden gerealiseerd, kan er worden aangenomen dat dit voor de woning van Nieuweweg 22 ook het geval is. 4.7.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt ontwikkeling van de woning en de omzetting van de bedrijfswoning niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
25
4.8
Externe veiligheid
4.8.1
Wettelijk kader
Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's: risicovolle (Bevi-)inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.
De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.
Het bevoegd gezag moet aangeven welke mogelijkheden er zijn om het groepsrisico in de nabije toekomst te beperken, het moet aangeven op welke manier hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid zijn ingevuld. Het bevoegd gezag moet tevens aangeven waarom de risico's verantwoord zijn, en de veiligheidsregio moet in de gelegenheid zijn gesteld een brandweeradvies te geven. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico, hoe groter het belang van een goede groepsrisicoverantwoording. Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.
Nieuweweg 22 - 's Gravendeel
26
Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden.
Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spooren vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden mogen zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft. 4.8.2
Onderzoek
Een woning betreft een kwetsbaar object, waardoor de gewenste ontwikkeling getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent externe veiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Het rapport is in Bijlage 5 toegevoegd. Samenvattend wordt op basis van de uitgevoerde quickscan het volgende geconcludeerd: 1.
Het plaatsgebonden risico vormt in geen van de gevallen een belemmering voor de planontwikkeling. 2. Het groepsrisico dient beperkt verantwoord te worden ten aanzien van het vervoer vangevaarlijke stoffen over de vaarweg Dordtsche Kil en Hollandsch Diep (Corridor Rotterdam – Moerdijk). In deze rapportage zijn elementen hiervoor aangeleverd. 3. Het plangebied ligt buiten de invloedsgebieden van overige risicobronnen. De ontwikkeling kan hiermee geen invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico. 4. Wegens de ruime afstand tot het plangebied vormen het PAG van de rijksweg A16 en de vrijwaringszone van de vaarweg Dordtsche Kil en Hollandsch Diep (Corridor Rotterdam – Moerdijk) geen belemmering voor het initiatief. Beperkte verantwoording groepsrisico Dordtsche Kil en Hollandsch Diep (Corridor Rotterdam – Moerdijk) Algemeen In het kader van het Besluit externe veiligheid transportroutes, die voor het beschouwde project relevant is, moet het groepsrisico verantwoord worden, wanneer het plangebied zich binnen de invloedsgebieden van gevaarlijke stoffen, welke over transportroutes vervoerd worden, bevindt. Omdat het plangebied zich