Woonvisie Hilversum
Tekst van het document
402.104 | Woonvisie
26
3 Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag Mensen met een zorgvraag wonen langer zelfstandig thuis. Dit betekent dat meer mensen met een zorgvraag in reguliere woningen wonen. De zorg is daarbij meer ingericht op (mantel)zorg aan huis. De gemeente Hilversum wil vanuit deze woonvisie in alle wijken huisvesting bieden aan mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Doel is een ongedeelde samenleving waar ruimte is voor mensen in een kwetsbare situatie. Hiertoe werkt de gemeente aan een drempelloze woningvoorraad en woonomgeving met in alle wijken toegankelijke woningen en ontmoetingsmogelijkheden. Variatie in wijken moet eraan bijdragen dat kwetsbare groepen niet ‘geclusterd’ bij elkaar wonen. Dit doen we als volgt:
soort woonvormen (zoals hofjeswonen) bieden de mogelijkheid om zelfstandig te wonen, maar in een hechte sociale omgeving met de mogelijkheid van (mantel)zorg en ontmoeting.
Bron: Provincie Noord-Holland, 2019
Voor ouderen bieden we meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen, met aandacht voor zorg en ontmoeting in de omgeving Voor andere zorgvragers willen we voldoende aanbod verspreid over de stad, zodat mensen prettig kunnen wonen en buurten ook mensen kunnen opvangen.
3.1 Wat is er aan de hand? Toename oudere huishoudens In 2020 was 36% van de huishoudens in Hilversum ouder dan 60 jaar (14% was ouder dan 75 jaar). In 2030 is dit aandeel naar verwachting opgelopen naar 40% (en 17% 75-plussers). Ook na 2030 zet deze vergrijzing door. Verreweg de meeste ouderen zijn gezond en wonen zelfstandig. Dat geldt niet voor iedereen. Met de vergrijzing groeit ook de behoefte aan toegankelijke en geclusterde woningen, waar zorg makkelijk aan huis verleend kan worden. Dit
402.104 | Woonvisie
Figuur 3.1: Gemeente Hilversum: Ontwikkeling huishoudens naar leeftijd, 2020-2040 2020
12%
24%
28%
2030
11%
26%
23%
2040
10%
25% 0-29
22% 23%
23% 30-44
45-59
21% 60-74
14% 17% 20%
75+
Definities Op het gebied van wonen voor ouderen komen twee termen vaak terug: levensloopgeschikte woningen en geclusterd wonen: Levensloopgeschikte woning: een woning die voor alle levensfasen geschikt is. Ouderen kunnen hier blijven wonen als zij te maken krijgen met lichamelijke beperkingen (zonder traplopen door alle primaire vertrekken op één woonlaag, of met een lift bereikbaar), maar deze woning is ook voor andere (jongere) leeftijdsgroepen aantrekkelijk. Geclusterd wonen: dit zijn woonvormen waar mensen zelfstandig wonen, maar waar een hoge mate van samenleven is. Het gaat bijvoorbeeld om seniorenwoningen, aanleunwoningen, hofjeswoningen. Een woning valt binnen deze categorie als: het complex bestaat uit meerdere woningen (denk aan minimaal 10 woningen), het mogelijk is om hier te komen wonen zonder Wlz-indicatie, een wezenlijk deel van de bewoners van het
27
complex (bijvoorbeeld 50%) 65 jaar of ouder is, en/of het complex is gelabeld voor senioren (bijvoorbeeld 55+-label).
Andere zorgdoelgroepen Ook andere zorgvragers wonen langer en weer zelfstandig thuis. Waar mensen met psychiatrische problemen voorheen vaak werden opgenomen, is het rijksbeleid er nu op gericht zorg zoveel mogelijk aan huis te leveren. De uitstroom uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is hier een actueel voorbeeld van. Door zorg in de thuissituatie staat de mens centraal en niet de cliënt. Dit vraagt wel aandacht voor begeleiding rondom de zelfstandige woonsituatie. Deze verandering in het zorgdomein leidt tot een extra vraag naar passende woningen (vaak goedkopere sociale huurwoningen) en een zorgvuldige begeleiding van cliënten. Daarbij is spreiding van zorgvragende inwoners een belangrijk aspect. Als er veel mensen met een zorgvraag in buurten bij elkaar wonen, bestaat de kans dat de draagkracht (en daarmee het draagvlak) in die buurt achteruit gaat.
3.2 Wat willen we bereiken? Voor alle groepen moet in Hilversum een keuzemogelijkheid aanwezig zijn, zodat Hilversum een stad blijft voor iedereen. Dit doen we door: A. Voor ouderen meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen te bieden, met aandacht voor zorg en ontmoeting in de omgeving; B. Voor andere zorgvragers voldoende aanbod verspreid over de stad te bieden, zodat mensen prettig kunnen wonen en buurten ook mensen kunnen opvangen.
402.104 | Woonvisie
A. Meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen voor ouderen Om meer levensloopgeschikte woningen toe te voegen aan de woningvoorraad, werkt de gemeente via twee sporen: het aanpassen van bestaande woningen en het toevoegen van toegankelijke/gelijkvloerse woningen. Aanpassen bestaande woningen Om meer bestaande woningen levensloopgeschikt te maken, zijn gemeentelijke sturingsmogelijkheden beperkt. Over het aanpassen van sociale huurwoningen maakt de gemeente met de corporaties en huurdersorganisaties prestatieafspraken. Voor de particuliere voorraad zijn woningeigenaren aan zet. De gemeente neemt hierbij een stimulerende rol, door informatievoorziening (campagnes) en de meerwaarde van een Verzilver/en Blijversleningen te onderzoeken. Met deze leningen kunnen woningeigenaren aanpassingen aan hun eigen woning financieren vanuit bijvoorbeeld de overwaarde van hun huis. Uiteraard levert de gemeente ook via Wmo-woningaanpassingen een bijdrage aan de toegankelijkheid van bestaande woningen (maatwerk-voorzieningen). Toevoegen van nieuwe woningen In beginsel kan zorg op elke plek in de stad geleverd worden. Om desalniettemin intensieve zorg efficiënt te kunnen leveren en om ontmoeting en zelfredzaamheid van ouderen te vergroten, is nabijheid van (zorg)voorzieningen een pre.
Via het concept van woondienstenzones met woondienstencentra werkt de gemeente de afgelopen decennia aan lokaal dekkend netwerk van voorzieningen voor wonen, zorg en welzijn in wijken. Zo is de woonzorginfrastructuur in Hilversum goed georganiseerd. Voor de toevoeging van nieuwe toegankelijke woningen gaan we daarom primair uit
28
van locaties nabij deze woondienstencentra, in het centrum, en bij wijkwinkelcentra. Hierbij geven we prioriteit aan ontwikkelingen in wijken met een bovengemiddelde vergrijzing en weinig passend aanbod. Daarnaast is de bouw van geclusterde woonvormen nodig. Het gaat hierbij om zelfstandige woonvormen die groepsgewijs gerealiseerd zijn nabij of (zorg)voorzieningen. Te denken is aan aanleunwoningen of hofjeswoningen. Voor mensen met een beperkt inkomen zoeken we samenwerking met zorgpartijen en corporaties. Voor midden- en hogere inkomens gaan we uit van initiatieven uit de markt, maar ook het eigen initiatief van ouderen. Recent staan coöperatieve woonvormen volop in de belangstelling, zoals hofjeswonen. Dit soort initiatieven faciliteren we.
Figuur 3.2: Gemeente Hilversum. Percentage geschikte of aanpasbare woningen, 2018
Zorgaanbod voor zelfstandig wonende ouderen Voor een goede afstemming van het aanbod van wonen en zorg werkt de gemeente samen met woon- en zorgpartners aan een Strategische uitvoeringsagenda Wonen en Zorg. In deze uitvoeringagenda brengen de gemeente vraag en aanbod naar wonen met zorg concreet in beeld, en werkt zij met haar partners (corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties) uit hoe de opgave die uit deze inventarisatie naar komt, wordt opgepakt. Hierbij betrekken we ook de regionale inkoop van zorgdiensten. Met de corporaties en huurdersorganisaties krijgt deze afstemming vervolgens een concrete vertaling in prestatieafspraken. Wij overwegen met de corporaties en huurdersorganisaties voor het onderdeel wonen en zorg uitbreiding van afspraken met zorgpartners en cliënten. Bron: WoonZorgwijzer Plus, Gooi Noord-Holland, 2021
402.104 | Woonvisie
29
De woonvisie geeft een aantal uitgangspunten voor wonen met zorg:
In alle wijken is er woonzorgaanbod. De gedachte hierachter is dat we evenwichtige wijken willen, met in iedere wijk mogelijkheden om te wonen met een zorgvraag. In alle wijken is er aanbod van geclusterde woonvormen met zorg nabij, zodat we zorg efficiënt kunnen organiseren. Om zorg ook in zelfstandige woningen beter mogelijk te maken, stimuleert de gemeente de inzet van domotica (technologie waarmee zorg op afstand mogelijk is). De invulling hiervan vindt plaats in afstemming met zorgaanbieders en het zorgkantoor. Naast de nabijheid van zorgpunten zet de gemeente in alle wijken in op ontmoetingsplekken, via het concept van de woondienstencentra..
Wat gaan we doen?
Een passende woning kan bijdragen aan zelfstandigheid thuis. Dit ondersteunen we door toevoeging van levensloopgeschikte woningen, met prioriteit voor wijken met een bovengemiddelde vergrijzing (we noemen Zuidwest, Zuid, Zuidoost en Noordoost). Hierover maken we prestatieafspraken met corporaties en overeenkomsten met ontwikkelaars. Ook hier helpt doorstroming een passende bewoning. Wij informeren en ondersteunen mensen bij de keuze voor een meer passende woning, dan wel aanpassing van de eigen woning. Dat doen we door de inzet van een seniorenwooncoach. Als extra faciliteit onderzoeken we mogelijkheden van een Verzilver- of Blijversleningen. Specifiek woonzorgaanbod als geclusterd wonen willen we in alle wijken van de stad: dit betekent dat we plannen faciliteren in wijken waar nu nog geen aanbod is (accent in Zuidoost, Centrum, Noordwest en Hilversumse Meent). Daarover zoeken we afstemming met zorgorganisaties en
402.104 | Woonvisie
woningcorporaties. In een nog op te stellen Strategische uitvoeringsagenda Wonen en Zorg werken we deze opgave verder uit. Instrumenten Welke instrumenten gebruiken we al? We maken met de corporaties prestatieafspraken over woningaanpassing en het toevoegen van levensloopgeschikte woningen. Inzet seniorenwooncoach om ouderen te ondersteunen bij het vinden van aanpassingsmogelijkheden aan hun huidige woning. Welke extra instrumenten zetten we in? We zetten ons in voor passend woonzorgaanbod in alle wijken (geclusterd met zorg nabij), zodat mensen in hun eigen wijk oud kunnen worden. Om wonen en zorg meer op elkaar aan te laten sluiten, organiseren we afstemming tussen zorgpartners, corporaties en andere maatschappelijke partners. Extra beleidsopties, vooralsnog niet opgenomen We stimuleren woningaanpassingen en onderzoeken inzet van Verzilver- en Blijversleningen. We stellen een Strategische uitvoeringsagenda Wonen en Zorg op, waarin we verder uitwerken hoe we de komende jaren wonen en zorg verder vormgeven.
30
B. Wonen met zorg – andere doelgroepen Alle mensen met een zorgvraag (een beperking of psycho-sociale problematiek) moeten zelfstandig kunnen wonen, tenzij de zorgvraag zo groot is dat dit niet haalbaar is. Om zelfstandig wonen mogelijk te maken is in het Beleidsplan Bescherming en Opvang Echte betrokkenheid, wederzijdse afhankelijkheid regionaal afgesproken in te zetten op netwerken in de buurt, waardoor hulpbehoevenden gemakkelijker hun weg vinden. Dat helpt ook om de instroom naar Beschermd Wonen te verminderen. Tegelijkertijd vraagt de uitstroom uit Beschermd Wonen en uit de Maatschappelijke Opvang dat zelfstandige woningen voor deze mensen beschikbaar zijn. Mensen die uitstromen hebben soms ook nog behoefte aan (ambulante) ondersteuning als zij zelfstandig gaan wonen. Bij deze zelfstandigheid kan het daarom ook gaan om een hybride woonvorm: een zelfstandig appartement met eigen voorzieningen en een gemeenschappelijke eet- en ontmoetingsruimte. Woningopgave zorgdoelgroepen Veel van deze zorgdoelgroepen hebben een zeer laag inkomen. Zij hebben met name behoefte aan een betaalbare (huur)woning, liefst in de nabijheid van voorzieningen. Voor mensen met een lichamelijke beperking is het van belang dat woonruimte drempelvrij en rolstoeltoegankelijk is. Samengevat gaat het om de volgende oplossingsrichtingen:
Voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking gaan we uit van wonen via het concept van de woondienstenzone en het ‘schillenmodel’. Dit betekent dat afhankelijk van de zwaarte van de zorgvraag zij dichterbij centrale (zorg)voorzieningen wonen of juist verder weg. Vervolgens zijn gespikkeld (zelfstandig of groepsgewijs) in de wijken woonvormen met (ambulante) begeleiding voor hen aanwezig.
402.104 | Woonvisie
Vanuit de psychiatrie is sprake van een verschuiving van beschermd wonen naar zelfstandig wonen met begeleiding (beschermd thuis). Dit duiden we aan met ‘uitstroom uit Beschermd Wonen’ (BW). Voor deze uitstroom is de beschikbaarheid van doorgaans zeer betaalbare huurwoningen noodzakelijk. Een vergelijkbare ontwikkeling als bij het Beschermd Wonen zien we bij de Maatschappelijke Opvang (MO, zoals verslaafdenopvang, vrouwenopvang). In regioverband is afgesproken tussen 2017 en 2020 30 nieuwe geclusterde zelfstandige woningen voor de uitstroom vanuit BW en MO te realiseren. Daarnaast valt een steeds grotere groep kwetsbare jongeren buiten de boot op de woningmarkt. Onder jongvolwassenen groeit de behoefte aan begeleid wonen, vaak volgend op jeugdhulp met verblijf.
Leefbaarheid in wijken voor zorgdoelgroepen Niet alle zorgvragers zijn in staat om volledig zelfstandig het leven ook in te richten. Dit vraagt enerzijds professionele begeleiding, anderzijds ook dat omwonenden omzien naar deze mensen en zo nu en dan de helpende hand reiken. Het goedkope huuraanbod dat voor hen beschikbaar is, staat vaak geconcentreerd in enkele buurten. Daar ontstaat een risico van ‘stapeling’ van maatschappelijke vraagstukken, terwijl er weinig mensen wonen die kunnen helpen. Daarom is het belangrijk om gespreid over wijken geschikt aanbod te hebben. Alhoewel ook zorg moet zijn voor het sociale netwerk van de zorgvragers en de nabijheid van bijvoorbeeld werk of dagbesteding. Hierover maken we afspraken met zorgorganisaties en woningcorporaties. Uitgangspunt hierbij is dat we zoveel mogelijk de urgente woonvraag spreiden over wijken. Waar bijvoorbeeld door het ontbreken van betaalbaar geschikt woonaanbod geen toewijzing kan plaats vinden, zoekt de gemeente met corporaties naar alternatieve woonlocaties in de betreffende wijk.
31
Wat gaan we doen?
Om voldoende uitstroommogelijkheden te hebben voor mensen vanuit Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang zetten we in op de beschikbaarheid van voldoende zelfstandige woningen. Het gaat hierbij doorgaans om betaalbare sociale huurwoningen. Dit kan in nieuw te bouwen woningen, bestaande woningen of in bijvoorbeeld omgebouwde (tijdelijke) panden. We maken prestatieafspraken met de corporaties over het aantal toe te voegen woningen, in samenspraak met zorgorganisaties. Een zorgnetwerk in de buurt, en spreiding over buurten zijn daarbij uitgangspunten. We willen dat mensen die uitstromen kunnen terugvallen op begeleiding in de buurt, en clustering van kwetsbare doelgroepen voorkomen.
Instrumenten Welke extra instrumenten zetten we in? We maken met de corporaties prestatieafspraken over uitstroommogelijkheden voor mensen uit zorginstellingen. Daarbij hebben we ook aandacht voor spreiding van uitstroommogelijkheden over buurten – met als uitgangspunt geen clustering te creëren. Om wonen en zorg meer op elkaar aan te laten sluiten, organiseren we afstemming tussen zorgpartners, corporaties en andere maatschappelijke partners.
402.104 | Woonvisie
32
4 Duurzame en energiezuinige woningen Er ligt een grote klimaatopgave. In het klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 de CO2-uitstoot landelijk met 95% procent is teruggebracht ten opzichte van 1990. Dan zijn fossiele brandstoffen vrijwel uitgesloten. In 2030 moet de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 tot de helft gereduceerd zijn. Deze enorme opgave raakt direct de bestaande woningvoorraad. Hoe Hilversum met deze opgave aan de gang gaat, wordt beschreven in de Transitievisie Warmte (TVW) die op dit moment wordt opgesteld en eind dit jaar wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In de TVW wordt voor de gehele bebouwde omgeving bepaald hoe Hilversum overstapt op andere warmtebronnen dan aardgas Het is van belang dat de gemeente hierop een zo helder en eenduidig mogelijk beleid voert, op basis waarvan bewoners, ondernemers, projectontwikkelaars en woningcorporaties kunnen bouwen aan de toekomst.
Figuur 4.1: Gemeente Hilversum. Vastgestelde energielabels van woningen
4.1 Wat is er aan de hand? Naast uitdagingen om nieuwe woningen toe te voegen, vraagt vanuit het oogpunt van duurzaamheid vooral de bestaande woningvoorraad om aandacht. Eén van de belangrijkste redenen hiervoor is de energietransitie. In Hilversum komt ongeveer 40% van de energievraag van huishoudens: een belangrijk onderdeel van de totale energiebehoefte. Op de kaart staan voor de bekende vastgestelde energielabels van woningen weergegeven. Uit de kaart is op te maken dat er grote verschillen zijn tussen woningen. Sommige woningen (of hele buurten) scoren energetisch heel goed. Andere woningen zijn nog zeer energie-onzuinig. Met name in Noordoost en Zuid zien we clusters van energie-onzuinige woningen.
402.104 | Woonvisie
Bron: pico.geodan.nl (2021)
De afgelopen jaren is er een gestage daling per woning. Het verbruik in huurwoningen ligt duidelijk lager dan in koopwoningen. Dat is deels toe te schrijven aan het feit dat huurwoningen over het algemeen kleiner zijn dan koopwoningen. Kleine woningen hebben immers minder warmte en energie nodig dan grote woningen. Tegelijkertijd zijn in de (sociale) huurvoorraad ook de grootste stappen gezet als het om energetische verbeteringen gaat.
33
Figuur 4.2: Gemeente Hilversum. Gemiddeld verbruik per woning naar koop en huur, 2015-2019 4.000 3.000 2.000 1.000 0
Koop Gas (m3)
Koop Elektriciteit (kWh)
Huur
2015
2016
2017
2018
Huur
2019
Bron: CBS (2020)
gemeente dan ook bij aan. Waar woningen duurzamer worden gebouwd dan de BENG-norm, juichen we dit toe en faciliteren we dit waar mogelijk. Daarnaast is bij het vaststellen van de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de TVW geformuleerd dat we bij toekomstige gebiedsontwikkeling de mogelijkheden onderzoeken om bij te dragen aan het aardgasvrij maken en het renoveren van gebouwen. Ook verkennen we de kansen met de omliggende gebieden om de uitgangspunten van de TVW te realiseren in het nieuw te ontwikkelen gebied. Nieuwbouw wordt sinds 2019 al niet meer aangesloten op het aardgasnet.
Wat gaan we doen?
4.2 Wat willen we bereiken?
Bij nieuwbouw volgen we de normen van het Bouwbesluit. Eventueel aanvullende inzet rond gebiedsontwikkelingen leggen we vast in onze TVW.
Een groot deel van de opgave van het verduurzamen van onze gebouwde omgeving pakken we op via de Transitievisie Warmte (TVW), die we op dit moment opstellen en eind 2021 door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Hierin werken we uit hoe we de Hilversumse woningvoorraad klaar willen maken voor een gasloze toekomst.
Instrumenten Welke instrumenten gebruiken we al? Nieuwbouwwoningen voldoen aan de BENG-norm, conform het Bouwbesluit.
A. Nieuwbouw: duurzaamheid
B. Duurzame woningvoorraad
Voordat we in zoomen op de bestaande woningvoorraad, is het goed om stil te staan bij nieuwbouw. Hoe energiezuinig we nu bouwen, bepaalt immers mede de opgave die we in de toekomst hebben. Het Bouwbesluit eist op dit moment al dat woningen Bijna EnergieNeutraal (afgekort: BENG) moeten zijn. Deze eis borgt de energiezuinigheid van woningen voldoende: we sluiten hier als
Voor de bestaande woningvoorraad is het uitgangspunt van de TVW dat we de komende jaren maximaal inzetten op ‘isoleren en installeren’. Hiertoe ondersteunen en faciliteren we via onze lokale energiecoöperaties voor onze inwoners onder andere energiecoaches (voor persoonlijk energieadvies), collectieve inkoopacties voor isolatie en zonnepanelen, en postcoderoosprojecten (voor inwoners die geen zonnepanelen op hun eigen
402.104 | Woonvisie
34
dak kunnen plaatsen). Inwoners die geen eigen (spaar)geld beschikbaar hebben maar wel aan de slag willen met het verduurzamen van hun woning kunnen een beroep doen op de Duurzaamheidslening die de gemeente aanbiedt. Zo kunnen ook inwoners met een lager inkomen investeren in maatregelen die zichzelf in financiële zin vaak al na enkele jaren terugverdienen en tegelijkertijd zorgen voor meer wooncomfort. Daarnaast is vanaf 2021 op initiatief van de regiogemeenten het Energiedienstenbedrijf (EDB) actief met het ontwikkelen van productmarktcombinaties: achter het Duurzaam Bouw Loket wordt op basis van het woningtype de gehele keten van advies tot installatie georganiseerd. Het EDB initieert in overleg met de gemeente en energiecoöperaties promotionele activiteiten gericht op specifieke wijken en/of woningtypen. Voor de gemeente is het EDB een belangrijk instrument om te komen tot de noodzakelijke schaalvergroting binnen de energietransitie, door inwoners te ontzorgen en de totale kosten van verduurzamingsmaatregelen (met name de transactiekosten) voor hen omlaag te brengen.
Hoewel de TVW op basis van fysieke en technische data een indicatief overzicht zal bevatten per wanneer welke Hilversumse wijk van het gas afgesloten zou kunnen worden, richt de gemeente zich de komende jaren niet op een gebiedsgerichte aanpak en zullen in principe dan ook geen wijkuitvoeringsplannen (inclusief harde datum voor afkoppeling van het gas) opgesteld worden. Hiervoor is nog van te veel onduidelijkheden en lacunes sprake die primair door het Rijk opgepakt en opgelost moeten worden (wettelijke randvoorwaarden, uitvoeringskosten, forse gemiddelde onrendabele top van maatregelen). Initiatieven van bewoners In het kader van de TVW stellen we een afwegingskader op hoe om te gaan met initiatieven van bewoners. Voor woningcorporaties lijkt dit eveneens relevant:
402.104 | Woonvisie
ook zij hebben te maken met initiatieven op het gebied van verduurzaming, in hun geval van hun huurders. Denk aan de wens om gezamenlijk zonnepanelen te realiseren. We vinden het wenselijk dat de woningcorporaties hierin zo veel mogelijk één lijn voeren, die bovendien maximaal ruimte biedt aan initiatieven van hun huurders en bijdraagt aan de noodzakelijke energietransitie. De komende tijd wordt het gemeentelijk welstandsbeleid geactualiseerd. Inzet daarbij is om meer mogelijkheden te bieden aan inwoners die hun woning willen verduurzamen, bijvoorbeeld door bij een vergunningaanvraag de te bereiken milieuwinst explicieter af te wegen tegen eventuele nadelen vanuit het oogpunt van welstand. Proeftuin Hilversumse Meent Specifieke aandacht verdient de Hilversumse Meent: een aanzienlijk deel van deze wijk is ‘proeftuin’ in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) van het Rijk. Vanaf 2021 gaan we samen met bewoners en woningcorporaties via een gezamenlijke, gebiedsgerichte aanpak aan de slag met het daadwerkelijk van het gas halen van woningen. Dit wordt mogelijk gemaakt door de subsidie die in het kader van de PAW is verkregen ten behoeve van de noodzakelijke uitvoeringscapaciteit én het dekken van de mogelijk onrendabele top van duurzaamheidsinvesteringen.
Hierbij is het uitgangspunt dat geen enkele woningeigenaar gedwongen kan of zal worden tot het treffen van maatregelen en dat, zoals dat ook in het Klimaatakkoord het geval is, ‘woonlastenneutraliteit’ het uitgangspunt is. Woonlasten-neutraliteit Dit begrip zorgt voor veel discussie en de concrete invulling blijkt lastiger dan gedacht. Dit komt onder andere doordat de effecten van verduurzaming per situatie flink kunnen verschillen. Deze zijn niet alleen afhankelijk van de woning (type, leeftijd, eerder getroffen maatregelen), maar ook van de samenstelling
35
van het huishouden (meer personen = hogere energielasten = meer besparingspotentieel = meer investeringsruimte). In het kader van de prestatieafspraken wil de gemeente met de woningcorporaties afspraken maken over de concretere invulling van het begrip ‘woonlastenneutraliteit’ zoals we die in Hilversum hanteren. Verduurzaming corporatievoorraad De woningcorporaties hebben de afgelopen jaren al flinke stappen gezet op het gebied van verduurzaming. De ambitie uit het Klimaatakkoord (gemiddeld label B in 2021) is in Hilversum al gehaald. Samen maken we afspraken over het realiseren van de ambitie om in 2030 gemiddeld label A te hebben in de sociale huurvoorraad van de corporaties.
Wat gaan we doen?
Voor de verduurzaming van bestaande woningen geven de Transitievisie Warmte en het Programma Aardgasvrije Wijken (Hilversumse Meent) de belangrijkste richtingen aan. Waar deze ontwikkelingen zich lenen voor koppelkansen met andere ontwikkelingen in de bestaande woningvoorraad benutten we die, bijvoorbeeld waar het gaat om doorstroming binnen wijken en daarmee vrij krijgen van op te knappen woningen. In prestatieafspraken nemen we nadere afspraken op over de verduurzaming van de woningvoorraad van de corporaties.
We zetten energiecoöperaties in die energiecoaches, collectieve inkoopacties en postcoderoosprojecten coördineren.
Welke extra instrumenten zetten we in? We zetten via het EnergieDienstenBedrijf (EDB) in op schaalvergroting bij de verduurzaming van woningen. Het EDB helpt daarbij door aanbieders te organiseren, en inwoners zodoende betere dienstverlening tegen lagere kosten te bieden. In de Hilversumse Meent gaan we aan de slag in het kader van de Programma Aardgasvrije Wijken. Deze wijk is een proeftuin, waar we met de corporaties en bewoners een gezamenlijke aanpak opzetten. Bij toekomstige gebiedsontwikkelingen onderzoeken we de mogelijkheden om bij te dragen aan het aardgasvrij maken en het renoveren van gebouwen. We maken prestatieafspraken over de verduurzaming van corporatiewoningen: voor 2030 is onze ambitie gemiddeld label A in de corporatievoorraad. Ook maken we afspraken over bewonersinitiatieven in sociale huurwoningen en woonlastenneutraliteit. We actualiseren ons welstandsbeleid zodat er meer mogelijkheden zijn voor verduurzaming.
Instrumenten Welke instrumenten gebruiken we al? We werken de Transitievisie Warmte uit. Vanuit het domein ‘wonen’ kijken we naar mogelijke meekoppelkansen die uit de transitievisie voorkomen. We zetten de inzet van de Duurzaamheidslening voort.
402.104 | Woonvisie
36
5 Opgaven per wijk Op basis van de ambities en beleidskeuzes die in de vorige hoofdstukken aan bod kwamen, leggen we indicatief accenten per wijk. We maken kansen per wijk inzichtelijk voor mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen per wijk. Daarbij kijken we naar de huidige samenstelling van de wijk (qua woningen, bewoners, ruimtelijke eigenschappen). Welke opgaven zien we in welke wijk? We leggen eerst uit hoe we tot de verschillende accenten komen. Op de volgende pagina is de uitwerking per wijk weergegeven. In bijlage I zijn achtergrondkaarten met de gebruikte data terug te vinden, op basis waarvan de richtingen per wijk bepaald zijn.
Woningmarkt onder druk Kansen voor woningsplitsing: in wijken met veel grote woningen is woningsplitsing kansrijk. Enerzijds door genoeg ruimte om volwaardige wooneenheden binnen bestaande woningen toe te voegen, maar ook doordat de druk op de openbare ruimte/parkeergelegenheden hier niet onder druk staat. Inzet op transformatie: wijken met veel andere functies (winkels, kantoren) bieden mogelijk ruimte om bestaand vastgoed te transformeren naar woningen. Kansen voor tijdelijke woningen3: tijdelijke woningen zijn met name kansrijk op braakliggende terreinen waar vooralsnog geen woningbouw is gepland. Een voorbeeld is het Circusterrein in Zuidwest.
3 Momenteel lopen hiervoor twee trajecten, te weten; Versnellingskamer Flexwonen
Ontbrekende schakels in de woningvoorraad Toevoegen sociale huur: in wijken waar relatief weinig sociale huur is willen we meer nadruk leggen op het toevoegen van een sociaal programma. Toevoegen middenhuur/betaalbare koop: in wijken waar juist veel sociale huur is zetten we in op doorstroommogelijkheden. Middenhuur en betaalbare koop in dezelfde wijk biedt doorstroommogelijkheden zonder dat mensen hun woonomgeving hoeven te verlaten. Extra inzet voor levensloopgeschikt: in wijken met relatief weinig levensloopgeschikte woningen en/of veel voorzieningen, zetten we extra stevig in op het toevoegen van levensloopgeschikte woningen – primair voor ouderen.
Langer en weer zelfstandig wonen voor mensen met een zorgvraag Woonzorgaanbod toevoegen: in wijken waar relatief veel ouderen wonen (en waar nog weinig woonzorgaanbod aanwezig is), stimuleren we het uitbreiden van woonzorgaanbod. Aandacht voor spreiding doelgroepen: in wijken met buurten waar relatief veel kwetsbare doelgroepen (mensen met lage inkomens, een zorgachtergrond, etc.) wonen, willen we kijken hoe we deze clustering beter kunnen spreiden over de wijk of stad.
Duurzame en energiezuinige woningen
(RVO) en Atelier Rijksbouwmeester.
402.104 | Woonvisie
37
Kansrijk voor grootschalige aanpak: in het kader van het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken is de Hilversumse Meent als ‘proeftuin’ aangewezen om op een grotere schaal aan de slag te gaan met verduurzaming.
402.104 | Woonvisie
38
402.104 | Woonvisie
39
Bijlage I: achtergrondkaarten uitwerking per wijk Kaart 1: eigendom per wijk (bron: Omgevingsfoto Hilversum, 2019)
Kaart 3: aandeel 75-plussers (bron: Woonzorgwijzer Gooi, 2021) 402.104 | Woonvisie
Kaart 2: aandeel levensloopgeschikte woningen (bron: Woonzorgwijzer Gooi, 2021)
Kaart 4: Aantal kwetsbaren (psychiatrische problematiek, angststoornissen, gehandicapten (bron: Woonzorgwijzer Gooi, 2021)
40
Bijlage II: raming benodigde gemeentelijke inzet Uitvoering Woonvisie Structureel Wat doen we en wat gaan we (extra) doen Inzet publiekrechtelijke instrumenten 1 fte (bestemmingsplan, doelgroepenverordening, leegstandsverordening) Middensegment en opkoopbescherming in de huisvestingsverordening Inzet antispeculatiebeding, zelfbewoningsplicht, regeling Airbnb Inzet instrumentarium doorstroomtreintjes, 0,5 fte waaronder senioren wooncoach, alternatieve verhuisstimuli Flex-wonen op tijdelijk beschikbare locaties 0,2 fte Intensiveren samenwerking marktpartijen, 0,3 fte Regie op woningbouwprogramma, conceptueel bouwen Extra beleidsopties, vooralsnog niet opgenomen Benutting bestaande gebouwen, 0,5 fte transformatie Aanpak woonfraude 1 fte Uitwerken vereveningsfonds 0,2 fte Instrumentarium inzetten tegen niet1 fte passende bewoning Pilots betaalbare koopwoningen 0,4 fte (bouwconcepten) Strategische uitvoeringsagenda Wonen en 1 fte Zorg
402.104 | Woonvisie
41