CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-tabel Reglement van Orde raad Hilversum 2025

GEMEENTERAAD 2 april 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad (1751777)19.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

41

5.

6.

bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; e. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; f. behandeling van voorstellen van burgemeester en wethouders, indien door de raad of raadscommissies voorafgaand over het betreffende voorstel een hoorzitting is gehouden en het voorstel nadien niet meer is aangepast; g. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; h. als de voorzitter vaststelt dat een onderwerp zich hiervoor niet leent, tenzij de vergadering anders beslist. 5. De voorzitter van de raadscommissie kan bij de aanvang of in de loop van de vergadering regels geven ten aanzien van de spreektijd van de spreker, die verplicht is zich daaraan te houden. 6. Bij niet-nakoming van de in het tweede lid bedoelde regels, ontneemt de voorzitter van de raadscommissie de spreker het woord. 7. De voorzitter van de raadscommissie geeft toehoorders, die zich overeenkomstig het eerste lid hebben

betreffende voorstel een hoorzitting is gehouden en nadien niet meer is aangepast; f. het agendapunt mededelingen; g. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; h. als de voorzitter vaststelt dat een onderwerp zich hiervoor niet leent, tenzij de vergadering anders beslist. De voorzitter van de raadscommissie geeft toehoorders die zich overeenkomstig het eerste lid hebben aangemeld gelegenheid te spreken en vervolgens de leden van de commissie. De spreektijd voor een inspreker bij een geagendeerd onderwerp is maximaal 5 minuten in één termijn, tenzij de voorzitter van de commissie hiervan afwijkt. Voor een presentatie wordt, in overleg tussen de aanvrager, de voorzitter en de griffie maximaal 15 minuten gereserveerd. Dit is inclusief vragen van de fracties, beantwoording door de inspreker(s) en de reactie van het college. Als er meer tijd nodig blijkt te zijn dan wordt het gesprek over het via de presentatie ingebrachte onderwerp voortgezet 42

7.

8.

door agendering van het onderwerp in een volgende commissie. De spreektijd voor een persoon of een instelling bij een onderwerp dat niet eerder op de concept agenda opgenomen was, is maximaal 5 minuten in het beeldvormende gedeelte van de raadscommissie, tenzij de voorzitter van de commissie hiervan afwijkt. Voor de inspraak over onderwerpen die niet eerder op de concept agenda opgenomen waren wordt in totaal per vergadering maximaal 15 minuten ingeruimd. Dit is inclusief vragen van de fracties, beantwoording door de inspreker(s) en de reactie van het college. Als er meer tijd nodig blijkt te zijn dan wordt het gesprek over het via de inspraak ingebrachte onderwerp voortgezet door agendering van het onderwerp in een volgende commissie. De voorzitter kan een inspreker over een geagendeerd onderwerp aan het slot het oordeelsvormende gedeelte van de commissie over het onderwerp nog kort de gelegenheid geven tot reageren.

aangemeld, gelegenheid te spreken. De voorzitter kan de woordvoerders van de fracties toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en de woordvoerders. 8. De voorzitter kan een inspreker over een geagendeerd onderwerp aan het slot van het oordeelsvormende gedeelte van de raadscommissie over het onderwerp nog kort de gelegenheid geven tot reageren. 9. Bij meerdere aanmeldingen voor het spreekrecht voor één onderwerp kan de voorzitter, in overleg met de agendacommissie dan wel de raadscommissie, besluiten een aparte bijeenkomst te organiseren.

43

9.

De voorzitter van de raadscommissie kan bij de aanvang of in de loop van de vergadering regels geven ten aanzien van de spreektijd van de spreker, die verplicht is zich daaraan te houden. 10. Bij niet-nakoming van de in het zesde lid bedoelde regels ontneemt de voorzitter van de raadscommissie de spreker het woord. 11. Bij meerdere aanmeldingen voor het spreekrecht voor één onderwerp kan de voorzitter in overleg met de agendacommissie dan wel de raadscommissie besluiten een aparte bijeenkomst te organiseren.

44

Artikel 23 Openbare en besloten vergaderingen, geheimhouding en opheffing geheimhouding In de artikelen 51 tot en met 53 van dit reglement zijn regels opgenomen voor de openbaarheid en beslotenheid van vergaderingen en de geheimhouding. Deze regels gelden voor zowel de raadsvergaderingen als de commissievergaderingen. Er wordt voor de commissievergaderingen dan ook naar die artikelen verwezen. In artikel 54 van het reglement staan regels over de opheffing van de geheimhouding. Ook dit artikel is voor de raadscommissies van belang.

Zie pagina 78 e.v. van de was-wordt lijst.

45

Vervalt

Zie ook oude regeling artikel 51, 52 en 54 en nieuwe regeling artikel 20, 21 en 22.

Artikel 24 Presentielijst en zitplaatsen 1. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening vastgesteld. 2. De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het Presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen 3. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het Presidium. 4. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 11. Presentielijst (RvO) 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 10. Presentielijst (cies) 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld. In de modellen is geen bepaling over de zitplaatsen in de raad.

46

Artikel 34. Presentielijst en zitplaatsen 1. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening vastgesteld. 2. De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, na overleg in het presidium, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 3. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien, na overleg in het presidium.

Artikel 25 Opening vergadering; Artikel 20 Gemeentewet quorum 1. De vergadering van de raad 1. De voorzitter opent de vergadering wordt niet geopend voordat op het vastgestelde uur, als het blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens zitting hebbende leden tegenwoordig is. de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het 2. Indien ingevolge het eerste lid de vastgestelde tijdstip niet het vergadering niet kan worden vereiste aantal leden aanwezig is, geopend, belegt de bepaalt de voorzitter, na voorlezing burgemeester, onder verwijzing van de namen der afwezige leden, naar dit artikel, opnieuw een de dag en het uur van de volgende vergadering tegen een tijdstip vergadering, met inachtneming van dat ten minste vierentwintig uur artikel 20 van de Gemeentewet. na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raad kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

47

Vervalt

Zie artikel 20 van de wet. Als het al in de wet staat, hoeft het niet meer in het RvO te worden opgenomen

Artikel 26 Primus bij hoofdelijke stemming Als een lid van de raad om hoofdelijke stemming vraagt, deelt de voorzitter mee bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daarvoor wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.

Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming (RvO) 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder [… (beschrijving volgordeverloop, bijvoorbeeld op alfabetische volgorde)].

48

Artikel 38. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 3. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder in alfabetisch volgorde.

Artikel 27 Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst, een verslag en de besluitenlijst van de vergadering. 2. Het conceptverslag van de vergadering wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering aan de leden van de raad toegezonden. Het conceptverslag wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de gemeentesecretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, als het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering moet 48 uur voor de aanvang van de vergadering waarin het verslag wordt vastgesteld bij de griffier worden ingediend. 4. Het verslag bevat ten minste: a. de namen van de voorzitter, de ter vergadering aan- en afwezige raadsleden, de griffier, de aan- en afwezige wethouders en de overige

Het voorstel van de griffie is exact gelijk aan artikel 20 model-RvO en artikel 18 model-verordening, m.u.v. de toevoeging in rood weergegeven.

49

Artikel 19. Verslag en besluitenlijst vergadering 1. De (commissie)griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van de raadscommissie- en raadsvergaderingen. 2. Uit een besluitenlijst en/of verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden bij de raadsvergadering afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met, in het geval van een raadsvergadering, vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of

b. c.

d.

e.

f.

zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de in een raadsvergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van dit reglement door de raadscommissie of raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieen raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadscommissieof raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

personen die het woord gevoerd hebben; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de woordvoerders; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raad is 50

6. Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. 6. Er wordt een besluitenlijst opgesteld. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing op de gemeentelijke website.

51

Artikel 28 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en met de ingekomen stukken ter inzage gelegd. 2. De raad stelt, op voorstel van de voorzitter, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 33. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van de griffie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

52

Betreft codificatie van huidige praktijk

Artikel 29 Verloop van het debat/ Aantal spreektermijnen / spreektijd 1. Een debat wordt geopend door een raadslid of portefeuillehouder. 2. Vervolgens vindt het debat plaats met in beginsel één woordvoerder per fractie. 3. Raadsleden kunnen zich aanmelden voor het openen van het debat. Bij aanmelding van meerdere personen vindt onderling overleg plaats. In voorkomende gevallen bepaalt de voorzitter wie opent. 4. De voorzitter geeft de portefeuillehouder gelegenheid te reageren. 5. De voorzitter bewaakt de geraamde vergadertijd. 6. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 7. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 8. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 9. Het achtste lid is niet van toepassing op:

Artikel 12. Aantal spreektermijnen (RvO) 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 13. Aantal spreektermijnen (cies) 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 53

Artikel 35. Aantal spreektermijnen en spreektijd 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 6. Voor de vergadering geldt een spreektijdverdeling van 70% voor de fracties, 20% voor het college en 10% voor technische vergadertijd. Het presidium stelt een spreektijdenregeling vast. Als een fractie de spreektijd in een vergadering heeft opgebruikt, blijft de mogelijkheid bestaan voor die fractie om een (korte) stemverklaring af te leggen.

In het presidium is een memo besproken over de spreektijd. Bepaald is dat de werkgroep RvO hierop zal ingaan in een pré-advies. Het pre-advies is in het presidium besproken en de uitkomst is in het voorstel verwerkt.

a.

de rapporteur van een commissie of een spreker als bedoeld in art 52; b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 10. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, worden niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde en interrupties op andere sprekers. 11. Voor de vergadering geldt een spreektijd van 16 minuten per fractie en 72 minuten voor het college. Als een fractie de spreektijd in een vergadering heeft opgebruikt, blijft de mogelijkheid bestaan voor die fractie om een (korte) stemverklaring af te leggen. 12. De voorzitter kan een afwijkend voorstel doen over de spreekregels en de spreek-/vergadertijd.

2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. In de modellen is geen bepaling opgenomen over spreektijd.

54

7. De voorzitter kan een afwijkend voorstel doen over de spreekregels en de spreek- of vergadertijd.

Artikel 30 Beraadslaging 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter, kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen, om het college of de leden van de raad de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel 31 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

In de modellen is hiervoor geen artikel opgenomen.

Vervalt

Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen (RvO) Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan een raadscommissie of de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen (cies) Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

55

Dit kan altijd via een voorstel van orde. Daarvoor is geen apart artikel nodig.

Artikel 32 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag kort te motiveren. Artikel 33 Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

Voorstel griffie komt vrijwel geheel overeen met artikel 15 model-RvO.

Voorstel griffie komt exact overeen met artikel 16 model-RvO.

56

Artikel 36. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. Artikel 37. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 34 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Als geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 3. Als door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. De voorzitter of de griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 26 is aangewezen. Daarna gebeurt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28

Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder in alfabetisch volgorde. 4. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de 57

Artikel 38. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Hoofdelijke stemming geschiedt digitaal. Indien dit om technische redenen niet mogelijke is, roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder in alfabetisch volgorde. 4. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn

De werkgroep RvO gaat hierop in in het pre-advies dat uitgebracht is aan het presidium.

6.

7.

8.

Gemeentewet moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Merkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij ook mededeling van het genomen besluit.

uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 5. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit

58

vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 5. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 35 Stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Als op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Als twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel. 5. Als er zowel motie(s) als amendement(en) zijn ingediend, wordt er eerst gestemd over de amendement(en), vervolgens over de motie(s) en tenslotte over het voorstel.

Voorstel griffie komt exact overeen met artikel 18 model-RvO.

59

Artikel 39. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

In lid 4 van de nieuwe regeling is een andere volgorde van stemming opgenomen dan in het huidige reglement. De nieuwe regeling is in overeenstemming met het VNG-model.

Artikel 36 Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes moeten identiek zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel

Voorstel griffie komt exact overeen met artikel 19 model-RvO.

60

Artikel 40. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje, beslist de raad op voorstel van het stembureau.

6. 7.

30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

61

Artikel 37 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 31, lid 2 en 3 Gemeentewet

2. Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden. 3. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot.

62

Vervalt

Zie artikel 31, lid 2 en 3 van de wet. Wat in de wet staat, hoeft niet in het RvO te worden opgenomen.

Artikel 38 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van de personen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedaan en omgeschud. 3. Daarna neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Het model-RvO kent hiervoor geen bepaling

63

Artikel 41. Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van de personen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedaan en omgeschud. 3. Daarna neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Artikel 39 Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Om in behandeling genomen te kunnen worden, moet elk (sub)amendement en elk voorstel schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt dat een mondelinge indiening voldoende is. 4. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Artikel 27. Amendementen en subamendementen (RvO) 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. [Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.] 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

64

Artikel 45. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 40 Moties 1. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. 2. Om in behandeling genomen te kunnen worden, moet een motie schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp, vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Het voorstel van de griffie komt exact overeen met artikel 28 model-RvO

65

Artikel 46. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 41 Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. De vragensteller wordt geacht schriftelijke beantwoording te verlangen, tenzij mondelinge beantwoording is gevraagd. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Als beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij bij wijze van uitzondering de termijn waarbinnen beantwoording zal

Artikel 32. Schriftelijke vragen (RvO) 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen [… (bijvoorbeeld tien)] dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Vragen die ten minste [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester

66

Artikel 42. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. De vragen worden schriftelijk beantwoord. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Het college of de burgemeester dient de vragensteller schriftelijk gemotiveerd in kennis te stellen, als de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 5. De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

In het VNG-model staat dat raadsleden moeten aangeven of zij mondeling of schriftelijk antwoord willen. De werkgroep RvO adviseert alleen schriftelijke beantwoording op te nemen in het RvO. Dit is een weergave van de huidige praktijk. In het presidium is een memo besproken over het stellen van schriftelijke vragen m.b.t. de termijn van beantwoording. De uitkomst daarvan is in het reglement verwerkt.

4.

5.

plaatsvinden eenmalig met maximaal 30 dagen wordt verlengd. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door hen aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in diezelfde vergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

67

Artikel 42 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad (in de raadsvergadering) of woordvoerder in de commissie, kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan alleen de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.

Artikel 14. Voorstellen van orde (RvO) Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel 17. Voorstellen van orde (cies) Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.

68

Artikel 18. Voorstellen van orde Raads- en commissieleden (in de raadscommissie) dan wel raadsleden (in de raad) kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie dan wel de raad beslist hier terstond over.

Artikel 43 Initiatiefvoorstel 1. Om in behandeling genomen te kunnen worden, moet een initiatiefvoorstel schriftelijk bij de voorzitter van de raad worden ingediend. 2. De voorzitter plaatst het voorstel, tenzij een collegeadvies verwacht wordt, op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, waarvoor de schriftelijke oproep nog niet verzonden is. Bij vaststelling van de agenda wordt de agendering van het initiatiefvoorstel in stemming gebracht. 3. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp moet worden behandeld; b. het voorstel eerst moet worden behandeld in een raadscommissie; c. het voorstel voor advies naar het college moet worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 29. Initiatiefvoorstel (RvO) 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen [termijn] nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

69

Artikel 47. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. 2. Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel door de agendacommissie in de eerst mogelijke commissiecyclus geagendeerd en vervolgens ter besluitvorming op de agenda van de raadsvergadering geplaatst.

In Hilversum is het de praktijk een initiatiefvoorstel tweemaal in de raadscommissie te behandelen en tussen beide behandelingen het college om wensen en bedenkingen te vragen. Hier is veel tijd mee gemoeid. Het VNG-model gaat uit van rechtstreekse agendering in de raad. Dat is een ander uiterste. Daarom is hier gekozen voor één raadscommissiebeha ndeling en vervolgens besluitvorming in de raad.

4.

5.

6.

De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Een initiatiefvoorstel kan op verzoek van de indiener(s) of na een besluit van de raad voorafgaand aan inhoudelijke raadsbehandeling eerst worden geagendeerd voor een raadscommissie. Op verzoek van de indiener(s), na een besluit van de raad en/of uit eigen beweging, kan het college een advies aan de raad of raadscommissie uitbrengen over het initiatiefvoorstel.

70

Artikel 44 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter van de raad spoedeisende gevallen, ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De interpellatie wordt direct na het vaststellen van de agenda gehouden, tenzij de raad anders beslist. 3. De voorzitter geeft, tenzij de raad anders beslist, achtereenvolgens het woord aan: interpellant, het college, interpellant, de overige leden van de raad, het college, interpellant. Daarna wordt zo nodig gestemd.

Artikel 31. Interpellatie (RvO) 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

71

Artikel 43. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 24 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen verlof geeft meermalen het woord te voeren.

Artikel 45 Inlichtingen 1. Als een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 2. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. 3. De verlangde inlichtingen worden schriftelijk of mondeling in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden mondeling zullen worden gegeven.

Het voorstel van de griffie komt exact overeen met artikel 33 model-RvO

72

Artikel 44. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek is ingediend.

In het presidium is een memo besproken over het vragen van inlichtingen. De uitkomst daarvan is in het reglement verwerkt.

Artikel 46 Mondelinge vragen in de raad en in de commissie 1. Op de agenda van de raadsvergadering en de raadscommissie wordt ruimte ingepland om vragen aan het college of de burgemeester te stellen. 2. Het lid van de raad of de woordvoerder in de commissie, die tijdens het onderwerp vragen aan het college wil stellen, meldt deze vragen zo mogelijk op de dag voor de vergadering uiterlijk om 12.00 uur ’s middags aan bij de griffier. De griffier draagt zorg voor de verspreiding van de vragen richting het college en de overige leden van de raad. 3. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het onderwerp vragen aan het college aan de orde te stellen, als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of als het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. Het onderwerp moet politiek relevant zijn, een zaak van enige importantie betreffen en er moet sprake zijn van een structureel probleem. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen

Optie model-RvO [Artikel 34. Vragenuur 1. Op [… (bijvoorbeeld iedere eerste donderdag van de maand)] om […] uur is er een vragenuur, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop 73

Artikel 15. Mondelinge vragen

7. Iedere vergadercyclus is er de mogelijkheid in een raadscommissie- of raadsvergadering vragen te stellen aan het college 8. Raads- of commissieleden die vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp op de dag voor de vergadering uiterlijk om 8.00 uur ’s ochtends aan bij de griffier. De griffier draagt zorg voor de verspreiding van de vragen richting het college en de overige leden van de raad. 9. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raads- of commissieleden, het college en de burgemeester. 10. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 11. De voorzitter kan aan andere raads- of commissieleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester

In het presidium is een memo besproken over het stellen van schriftelijke vragen. De uitkomst daarvan is in het regelement verwerkt. In het VNG-model staat dat de vragen bij de voorzitter moeten worden ingediend. Om praktische redenen is ervoor gekozen de vragen aan de griffie te laten toesturen.

tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 5. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 6. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 8. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 9. Tijdens het onderwerp vragen aan het college worden geen interrupties toegelaten.

te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.]

74

vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 12. Tijdens dit agendaonderdeel worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.

Artikel 47 Hoorzittingen; horen deskundigen 1. Een raadscommissie of de raad is bevoegd een hoorzitting te houden. 2. Onder een hoorzitting wordt verstaan: een zitting die op initiatief van een raadscommissie of de raad wordt gehouden om belanghebbenden en/of belangstellenden bij bepaalde voorgenomen plannen of maatregelen in de gelegenheid te stellen daarover hun mening te geven. 3. Een raadscommissie of de raad is bevoegd aan deskundigen adviezen en inlichtingen te vragen. Artikel 48 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van het Presidium, vaststelt.

In de modellen staat hiervoor geen artikel opgenomen.

Vervalt

In de modellen staat hiervoor geen artikel opgenomen.

Vervalt

75

Het oude artikel 47 stond in het reglement i.v.m. de hoorzittingen die op grond van de Wro werden georganiseerd. In het VNG-model komt dit artikel dan ook niet meer voor. Als nu een hoorzitting gewenst is, kan de agendacommissie daartoe een extra raadscommissieverga dering beleggen.

Artikel 49 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van het Presidium, vaststelt.

In de modellen staat hiervoor geen artikel opgenomen.

76

Vervalt

Artikel 50 Verslag en verantwoording 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Hij doet dit in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen van artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te

In de modellen staat hiervoor geen artikel opgenomen.

77

Vervalt

4.

roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen van artikel 45, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

78

Artikel 51 Algemeen Op een besloten raads- of commissievergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van die vergadering.

Artikel 22. Toepassing reglement op besloten vergaderingen (RvO) Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen (cies) Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

79

Artikel 20. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 52 Verslag 1. De besluitenlijst en het verslag van een besloten vergadering worden niet verspreid, maar liggen uitsluitend ter inzage bij de griffier. 2. Het verslag van een besloten raads- of commissievergadering wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raads- of commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad dan wel de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 23. Verslag besloten vergadering (RvO) 1. Conceptverslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 20. Verslag besloten vergadering (cies) 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze 80

Artikel 21. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet verspreid. De griffier verleent de commissie- en raadsleden inzage. 2. De besluitenlijsten en/of verslagen worden zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. 3. De vastgestelde besluitenlijsten en/of verslagen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op van het verslag. 3. 3. De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Vervalt

Artikel 53 Geheimhouding 1. Als de raad of raadscommissie in een besloten vergadering overeenkomstig artikel 25, eerste lid of artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet geheimhouding heeft opgelegd omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde, beslist de raad of raadscommissie vóór de afloop van die besloten vergadering of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal (blijven) gelden. 2. De geheimhouding moet in acht worden genomen door iedereen die bij de vergadering aanwezig is en door iedereen die op een andere manier kennis heeft van de stukken. 3. De raad of raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

81

Artikel 54 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 25 vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, als daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Artikel 24. Opheffing geheimhouding (RvO) Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel 21. Opheffing geheimhouding (cies) Als de raad op grond van artikel 89 van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

82

Artikel 23. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt: - als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daar om verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd; - als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daar om verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Artikel 55 Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goedof afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=d0748d35-fe75-4c07-b3c6-f4c1113b5b17