Was-wordt-tabel Reglement van Orde raad Hilversum 2025
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Hilversum Leeswijzer was-wordt-tabel - Gewoon zwart in de nieuwe tekst: Het VNG-model is gevolgd - Zwart en vet: Dit is een keuzemogelijkheid die in het VNG-model staat (betreft voornamelijk termijnen) - Groen + vet in de nieuwe tekst: Dit is conform eerdere Hilversumse besluiten - Rood + cursief in de nieuwe tekst: Dit is een keuzemogelijkheid, gemaakt door de griffie en/of de werkgroep RvO Bestaande tekst
VNG-modellen (model-RvO en modelverordening op de raadscommissies)
Nieuwe tekst (voorstel griffie)
1
opmerkingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit Reglement van Orde wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of een raadscommissie of diens vervanger; b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel. g. raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; h. commissielid: een door de raad benoemd persoon niet zijnde
Artikel 1. Begripsbepalingen (RvO) In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet. Artikel 1. Begripsbepalingen (cies) In deze verordening wordt verstaan onder: commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; 2
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; commissielid: een door de raad benoemd persoon, niet zijnde raadslid, behorend bij een in de raad aanwezige fractie; griffier: griffier van de raad of van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid ex artikel 147a van de wet; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of een raadscommissie of diens vervanger; wet: Gemeentewet.
De definitie van ‘commissielid’ wijkt af van het VNG-model omdat we in Hilversum geen vaste leden per raadscommissie hebben. Aan de definitie van ‘initiatiefvoorstel’ is het wetsartikel toegevoegd. Dit, om onderscheid te maken tussen officiële initiatiefvoorstellen (ex artikel 147a) en andere bespreekstukken die worden ingebracht door raads- of commissieleden. De definitie van ‘voorzitter’ betreft een samenvoeging van de twee VNGmodellen, zoals dat ook in het huidige RvO is gedaan.
raadslid behorend bij een in de raad aanwezige fractie. i. raadsvergadering: een vergadering als bedoeld in artikel 17 van de Gemeentewet; j. de Bestuurlijk Driehoek: een overleg waaraan de burgemeester, gemeentesecretaris en griffier deelnemen.
commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet.
3
Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het Reglement van Orde; d. het geven van gelegenheid aan de woordvoerders hun mening over een agendapunt kenbaar te maken; e. het formuleren van de door de vergadering te beslissen mondelinge vraagpunten; f. het mededelen van de uitslag van de stemmingen en de advisering; g. het formuleren van de besluiten en adviezen van de commissie; h. het voor het verstrijken van de geraamde tijd concluderen of het onderwerp voldoende is behandeld of dat het nogmaals geagendeerd moet worden; i. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
Dit artikel komt in de twee VNGmodellen niet als afzonderlijk artikel voor.
4
Vervalt
Dit artikel komt in de twee VNG-modellen niet als afzonderlijk artikel voor. Deels worden de taken van de voorzitter in andere artikelen beschreven, zoals in het nieuwe artikel 17. Deels vloeien de taken rechtsreeks voort uit de wet.
Artikel 3 De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad en raadscommissies aanwezig. 2. De griffier ondersteunt en adviseert de voorzitter in zijn taak.
Artikel 4. De griffier (RvO) 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium[ en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad]. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 6. De commissiegriffier (cies) 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak 5
Vervalt
Vloeit voort uit de wet
met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
6
Artikel 4 De gemeentesecretaris De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
(in de modellen staat geen specifiek artikel over de gemeentesecretaris, wel onderstaande, meer algemeen gestelde, artikelen) Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen (RvO) Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen (cies) Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
7
Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan een raadscommissie of de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 5 Het Presidium 1. De raad heeft een Presidium. 2. Het Presidium bestaat uit de fractievoorzitters. De voorzitter van de raad is voorzitter van het Presidium. De griffier is in elke vergadering van het Presidium aanwezig. 3. De griffier kan gevraagd en ongevraagd rechtstreeks voorstellen doen en adviezen geven aan het Presidium. 4. De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen voor het Presidium. 5. Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het Presidium vervangt. 6. Elke fractievoorzitter heeft één stem in het Presidium. Het Presidium heeft, naast de taken opgenomen in de artikelen 10, 19, 24, 48 en 49 van deze verordening, onder meer als taak aanbevelingen te doen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en van zijn commissies. 7. Het vastgestelde verslag van de vergaderingen van het Presidium wordt ter kennisname aan de gemeenteraad gestuurd.
Artikel 2. Het presidium (RvO) 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad [en de raadscommissies] voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
8
Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit fractievoorzitters. De voorzitter van de raad en de griffier zijn in elke vergadering van het Presidium aanwezig. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
Voor een deel wordt hier de Hilversumse regeling gehanteerd, omdat deze meer duidelijkheid geeft dan het VNG-model.
8. Het Presidium legt jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad over zijn werkzaamheden. 9. Het Presidium kan voor zijn werkzaamheden een reglement van orde vaststellen.
9
Artikel 6 Agendering commissievergaderingen 1. Er is een agendacommissie. De agendacommissie bestaat uit vier raadsleden, bij voorkeur twee afkomstig uit de fracties die tot de coalitie behoren en twee die tot de fracties behoren in de oppositie. De leden van de agendacommissie zijn ook commissievoorzitter. 2. De agendacommissie stelt, gehoord het Presidium, de voorlopige agenda’s voor de vergaderingen van de raadscommissies vast. De agendacommissie wijst daarbij tevens aan iedere commissievergadering één van de door de raad benoemde commissievoorzitters toe. 3. De agendacommissie wordt in deze taken ondersteund door de griffier. 4. De vergaderingen van de commissies worden onderverdeeld in een beeldvormend gedeelte en oordeelsvormend gedeelte. In de regel wordt een raads- of commissievoorstel behandeld in zowel het beeldvormende gedeelte als het oordeelsvormende gedeelte van de commissie. De agendacommissie kan hiervan afwijken.
Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen Variant 1 (raad werkt met raadscommissies) (RvO) 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies[, de voorzitter] en één raadslid per fractie die anders niet vertegenwoordigd is. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderinge n; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid. 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 10
Artikel 3. De agendacommissie 1. Er is een agendacommissie. De agendacommissie bestaat uit vier raadsleden, bij voorkeur twee afkomstig uit de fracties die tot de coalitie behoren en twee die tot de fracties behoren in de oppositie. De leden van de agendacommissie zijn ook commissievoorzitter. De agendacommissie kiest uit zijn midden een voorzitter. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet*, en in het derde lid. 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. Artikel 30. De raadscommissie **
In het VNG modelRvO stelt de agendacommissie niet alleen de voorlopige raadscommissieagend a’s vast, maar ook de voorlopige raadsagenda. Tevens stelt de agendacommissie het vergaderschema vast.
* artikel 17 lid 2 Gemeentewet: Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. ** Vervangen bij raadscommissie of
5. 6.
7.
In het beeldvormende gedeelte staat de informatievoorziening aan de commissie centraal. De commissie kan in het beeldvormende gedeelte informatie ontvangen van: a. insprekers die hun mening over het voorstel met de commissie willen delen zoals bedoeld in artikel 22 lid 1; b. insprekers die een presentatie willen houden zoals bedoeld in artikel 22 lid 3; c. portefeuillehouders en de hen ondersteunende ambtenaren die toelichten waarom het college of de burgemeester tot het voorliggende voorstel is gekomen; aan hen kunnen tijdens het beeldvormende gedeelte van de vergadering ook vragen worden gesteld over de voor de commissievergadering toegestuurde beantwoording van technische vragen; d. externe deskundigen en/of vertegenwoordigers van verbonden partijen. De voorzitter van de commissie sluit het beeldvormende gedeelte van de commissievergadering af indien naar zijn/haar oordeel
1. De vergaderingen van de raadscommissies worden onderverdeeld in een beeldvormend gedeelte en/of oordeelsvormend gedeelte. De agendacommissie bepaalt de behandelwijze en de in te plannen vergadertijd per onderwerp. 2. In het beeldvormende gedeelte staat de informatievoorziening aan de raadscommissie centraal. 3. De raadscommissie kan in het beeldvormende gedeelte toegesproken worden door: a. insprekers die hun mening over het voorstel met de raadscommissie willen delen zoals bedoeld in artikel 31 lid 1; b. insprekers die een presentatie willen houden zoals bedoeld in artikel 31 lid 4; c. portefeuillehouders en de hen ondersteunende ambtenaren; d. externe deskundigen en/of vertegenwoordigers van verbonden partijen. 4. De voorzitter van de raadscommissie sluit het beeldvormende gedeelte van de raadscommissievergadering af als naar zijn/haar oordeel voldoende informatie is uitgewisseld of als de
11
raadscommissieverga dering (niet bij andere woorden zoals agendacommissie, commissielid, commissievoorzitter)
In het nieuwe artikel 30 is de huidige regeling over het de agendering in raadscommissieverga deringen vrijwel letterlijk overgenomen, omdat hierover in Hilversum besluiten zijn genomen die niet in
voldoende informatie is uitgewisseld of indien de daarvoor gereserveerde tijd verstreken is. 8. Het oordeelsvormende gedeelte van de vergadering start met het vaststellen van de agenda voor het oordeelsvormende gedeelte. 9. De onderwerpen worden zowel in de beeldvormende commissievergadering als in de oordeelsvormende commissievergadering van één van de volgende kwalificeringen voorzien: a. advisering aan het college; b. advisering aan de raad; c. ter bespreking. 10. De commissie kan besluiten een voorstel van de agenda voor het oordeelsvormende gedeelte van de vergadering af te voeren in zij van mening is de beeldvorming over het betreffende voorstel niet voldoende is om de oordeelsvormende fase in te gaan. In dat geval zal de agendacommissie het voorstel opnieuw agenderen voor een beeldvormende commissievergadering, tenzij uit de raadpleging van het presidium zoals beschreven in artikel 6a blijkt
voor de beeldvorming gereserveerde maximale tijd is verstreken. 5. De onderwerpen worden zowel in de beeldvormende raadscommissievergadering als in de oordeelsvormende raadscommissievergadering van één van de volgende kwalificeringen voorzien: a. advisering aan het college; b. advisering aan de raad; c. ter bespreking. 6. In het oordeelsvormende gedeelte staat de uitwisseling van standpunten tussen de fracties onderling centraal. De portefeuillehouders kunnen, op uitnodiging van de woordvoerders nog iets toelichten of verduidelijken. Het oordeelsvormende gedeelte start met korte en bondige voorlopige standpunten van de fracties en wordt afgesloten met een korte reactie van insprekers zoals beschreven in artikel 32 lid 8 en de advisering aan de raad, of het college en de agendacommissie. 7. Als een raadslid of een commissielid een onderwerp wil agenderen, dient hij de daartoe een commissievoorstel in bij de griffier. Het agendapunt wordt in beginsel opgenomen op de eerstvolgende nog door de agendacommissie vast te stellen voorlopige agenda van het beeld- en 12
de VNG-modellen staan.
dat het voorstel op de raadsagenda kan worden geplaatst. 11. In het oordeelsvormende gedeelte staat de uitwisseling van standpunten tussen de fracties onderling en tussen de fracties en de portefeuillehouder centraal. Het oordeelsvormende gedeelte start met korte en bondige standpunten van de fracties en wordt afgesloten met een korte reactie van insprekers zoals beschreven in artikel 22 lid 8 en de advisering aan de raad of het college.
oordeelsvormende gedeelte van de betreffende vakcommissie.
Artikel 6a Agendering raadsvergaderingen 1. De voorzitter van de gemeenteraad stelt, gehoord het Presidium en de agendacommissie, de voorlopige agenda van de raadsvergadering vast. De voorzitter houdt hierbij rekening met de stemverhoudingen binnen de gemeenteraad. 2. De voorzitter van de gemeenteraad wordt in deze taken ondersteund door de griffier.
13
Artikel 7 Bestuurlijke Driehoek 1. De Bestuurlijke Driehoek is een overleg waaraan de burgemeester, gemeentesecretaris en griffier aan deelnemen. 2. Met betrekking tot de raads- en commissievergaderingen heeft dit overleg onder meer de taak de besluitvorming van het college en de raad op elkaar af te stemmen. 3. Beslissingen ten aanzien van deze onderwerpen worden genomen op basis van consensus. Bij uitblijven van consensus beslist de burgemeester.
In de modellen is geen artikel over de bestuurlijke driehoek.
14
Vervalt
Artikel 8 Onderzoek Het voorstel van de griffie komt exact geloofsbrieven; beëdiging; benoeming overeen met hetgeen in het modelwethouders RvO staat (in artikel 5 en artikel 6). 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in, die uit drie leden van de raad bestaat. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal)stembureau. 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit over de toelating. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Het onderzoek van het procesverbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter van de raad een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 5. Benoeming wethouders
15
5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.
1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
16
Artikel 9 Fractie 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als fractievoorzitter en als diens plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. a. Als: - één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; - twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; - één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;
Het voorstel van de griffie komt exact overeen met hetgeen in het modelRvO staat (in artikel 7).
17
Artikel 6. Fracties 1. Raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na de mededeling daarvan.
18
Artikel 10 Vergaderfrequentie en -tijden 1. De vergaderingen (raads- en raadscommissievergaderingen) vinden in principe plaats in het raadhuis, op woensdagen volgens een jaarlijks, door het presidium vast te stellen schema. De donderdag na de vergadering is in voorkomende gevallen de vaste uitloopdag. 2. Er wordt in beginsel in een vierwekelijkse cyclus vergaderd, waarbij in de eerste week de raadsvergadering zal plaatsvinden. In de tweede week vergaderen de commissies Ruimte en Verkeer & Beheer parallel. In de derde week vergaderen de commissies Economie & Bestuur en Samenleving parallel. In de vierde week vindt er in beginsel geen vergadering plaats. 3. De vergaderingen beginnen om 20.00 uur en eindigen om 24.00 uur tenzij de vergadering anders beslist. 4. De voorzitter kan, na het vaststellen van de voorlopige agenda, in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert
Dit artikel staat niet in de modellen. Het is in het voorstel van de griffie opgenomen, vanwege specifieke Hilversumse besluiten.
19
Artikel 10. Vergaderfrequentie en -tijden 1. De raads- en raadscommissievergaderingen vinden in principe plaats in het raadhuis, op woensdagen volgens een jaarlijks, door de agendacommissie vast te stellen schema. De donderdag na de vergadering is in voorkomende gevallen de vaste uitloopdag. 2. Er wordt in beginsel in een vierwekelijkse cyclus vergaderd, waarbij in de eerste week een avond voor beeldvormende sessies wordt ingepland. In de tweede en derde week vergaderen per avond twee raadscommissies parallel. In de vierde week vindt de raadsvergadering plaats. 3. De raads- en raadscommissievergaderingen beginnen om 20.00 uur en eindigen om uiterlijk 24.00 uur, tenzij de agendacommissie bij het vaststellen van de voorlopige agenda anders heeft beslist of als de vergadering zelf anders beslist. 4. Ieder onderwerp op de agenda van een raadscommissie heeft een vastgestelde begin- en eindtijd
5.
hierover overleg met het Presidium, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie. Ieder onderwerp op de agenda van een raadscommissie heeft een vastgestelde begin- en eindtijd.
20
Artikel 11 Oproep 1. De voorzitter stuurt bij een raadsvergadering ten minste 7 dagen tevoren de leden van de raad en de commissieleden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, en artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad en commissieleden verzonden.
Artikel 8. Oproep en agenda (RvO) 1. De voorzitter zendt ten minste [… (bijvoorbeeld zeven)] dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 7. Oproep en agenda (cies) 1. De commissievoorzitter zendt ten minste [… (bijvoorbeeld zeven)] dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 21
Artikel 11. Oproep, agenda en vergaderstukken De voorzitter verstrekt ten minste zeven dagen voor een vergadering de raads- en commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de stukken waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd.
2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. In het voorstel van de griffie wordt het wijzigen van een agenda ondergebracht bij de agendacommissie (in plaats van bij de individuele voorzitters. Zie artikel hierna)
22
Artikel 12
Artikel 12. Wijziging agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de agendacommissie na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een gewijzigde voorlopige agenda opstellen. De gewijzigde voorlopige agenda wordt met de daarbij behorende stukken aan de raads- en commissieleden verzonden en openbaar gemaakt, met uitzondering van de stukken waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd. 2. (Exact gelijk gebleven aan lid 2-oud) 3. (Exact gelijk gebleven aan lid 4-oud) 4. Wanneer de raad of raadscommissie een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid vindt, kan deze het onderwerp verwijzen naar een beeldvormend gedeelte van een raadscommissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen en bepalen in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Wijziging agenda
1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Met betrekking tot de raadsagenda consulteert de voorzitter eerst het Presidium. De aanvullende agenda wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad en de commissieleden verzonden en openbaar gemaakt. 2. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad of raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een raadslid (t.a.v. de raadsagenda) dan wel een raadslid of commissielid (t.a.v. de commissieagenda) of de voorzitter kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toegevoegd of van de agenda afgevoerd worden. 3. Wanneer de raad of raadscommissie een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid vindt, kan deze het onderwerp verwijzen naar een beeldvormend gedeelte van een raadscommissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.
Leden 5 en 6 van de oude bepaling vervallen.
23
Het wijzigen van de agenda is in de nieuwe regeling een taak van de agendacommissie. Dat de raad een nieuwe behandeldatum kan voorstellen, ligt voor de hand. Dit hoeft
4. Op voorstel van een raadslid (t.a.v. de raadsagenda) dan wel een raadslid of commissielid (t.a.v. de commissieagenda) of van de voorzitter, kan de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 5. De voorzitter kan de raadsagenda wijzigen na consultatie van het presidium en de agendacommissie. 6. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
niet in het RvO te worden geregeld.
24
Artikel 13 De portefeuillehouders 1. De portefeuillehouders zijn in de vergaderingen van de commissies en raad aanwezig. 2. In de beeldvormende commissievergadering beantwoorden portefeuillehouders vragen en in oordeelsvormende commissievergadering kunnen zij reageren op de uitwisseling van standpunten tussen de fracties.
Dit artikel komt in de modellen niet voor. Het voorstel van de griffie is om dat ook in de nieuwe regeling niet te doen. De rol van de portefeuillehouders blijkt voldoende uit andere artikelen. Zie hiernaast.
25
Artikel 30. De raadscommissie 3. De raadscommissie kan in het beeldvormende gedeelte informatie ontvangen van: c. portefeuillehouders en de hen ondersteunende ambtenaren; 7. In het oordeelsvormende gedeelte staat de uitwisseling van standpunten tussen de fracties onderling centraal. De portefeuillehouders kunnen op uitnodiging van de woordvoerders nog iets toelichten of verduidelijken.
Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor iedereen op elektronische wijze ter beschikking gesteld. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken digitaal ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en de commissieleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Indien bij de totstandkoming van een voorstel participatie heeft plaatsgevonden dan wordt een verslag van de resultaten van de participatie toegevoegd als bijlage bij het raadsvoorstel. 3. In het geval het college aanvullende of gecorrigeerde stukken voor een vergadering heeft, worden deze door het college uiterlijk de maandag voorafgaand aan de raadsvergadering voor 18.00 uur elektronisch ter beschikking gesteld. 4. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid en
Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken (RvO) 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 8 uit de modelverordening op de raadscommissies is gelijkluidend aan het artikel hierboven.
26
Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor iedereen op elektronische wijze ter beschikking gesteld. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken digitaal ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en de commissieleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Als bij de totstandkoming van een voorstel participatie heeft plaatsgevonden, dan wordt een verslag van de resultaten van de participatie toegevoegd als bijlage bij het raadsvoorstel. 3. In het geval het college aanvullende of gecorrigeerde stukken voor een vergadering heeft, worden deze door het college uiterlijk de maandag voorafgaand aan de raadsvergadering voor 18.00 uur elektronisch ter beschikking gesteld. 4. Informatie van de raadscommissie of de raad of aan de raadscommissie of de raad verstrekte informatie, waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het
Het VNG-model gaat nog uit van het ter inzage leggen van de stukken op het gemeentehuis.
artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en derde lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en de commissieleden inzage.
eerste en derde lid, onder berusting van de griffier.
27
Artikel 15 Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in het huis-aanhuisblad, in het gemeentelijk informatieblad en/of door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien, dan wel digitaal raadplegen; 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 10. Openbare kennisgeving (RvO) [1.] Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in […]. [2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.] Artikel 9. Openbare kennisgeving (cies) [1.] Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in […]. [2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.]
28
Artikel 14. Openbare kennisgeving 1. Raadscommissie- en raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in één of meer voor iedereen verkrijgbare c.q. toegankelijke (online) lokale/regionale nieuwsmedia, zoals een huis-aanhuisblad en/of op de gemeentelijke website. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden
Artikel 16 Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker kan in zijn bijdrage worden onderbroken in situaties waarin: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Als een spreker tijdens de vergadering beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen gebruikt, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende die vergadering over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, de personen die dit doen en zo nodig ook andere personen, te doen
Artikel 16. Handhaving orde en schorsing (cies) 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid 29
Artikel 17. Handhaving orde en schorsing 1. Artikel 26 van de wet (handhaving orde in raadsvergaderingen) is van overeenkomstige toepassing op de raadscommissievergaderingen. 2. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
4.
vertrekken, na hen eerst te hebben gewaarschuwd. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord de vergadering sluiten.
de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Omdat het grootste deel van dit model-artikel uit de gemeentewet voortvloeit, stelt de griffie voor het artikel in te korten.
30
Artikel 17 De raadscommissies Er bestaan de volgende raadscommissies: de commissie Ruimte, de commissie Verkeer & Beheer, de commissie Economie & Bestuur en de commissie Samenleving.
Artikel 2. Instelling raadscommissies (cies) Er is een: a. raadscommissie [... (bijvoorbeeld algemene zaken)], waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...]; b. raadscommissie [...],waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...], en c. raadscommissie [...],waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...].
31
Artikel 26. Instelling raadscommissies De raad stelt vast welke raadscommissies er zijn. Het presidium stelt vast welke onderwerpen daarin worden geagendeerd.
Het nieuwe artikel wijkt af van het VNGmodel, zodat bij wijziging van de commissienamen het RvO niet hoeft te worden veranderd. Dit gebeurt dan bij raadsbesluit. De Hilversumse praktijk is al dat het presidium (meestal na de verkiezingen) bepaalt welke onderwerpen in welke commissie worden behandeld.
Artikel 18 Doelstelling/taak Het voorstel van de griffie komt exact 1. De raadscommissies adviseren de raad overeen met de model-verordening, en/of het college en artikel 3. bespreken informatie op verzoek van de raad en/of college, met betrekking tot de tot hun werkterrein horende zaken. 2. Ontwerpen van voorstellen van burgemeester en wethouders en andere ontwerpen van voorstellen worden in de regel vóór de behandeling door de raad besproken in het beeldvormende en oordeelsvormende gedeelte van de vergadering van die commissie tot wier werkterrein het betreffende onderwerp behoort. 3. In principe wordt een voorstel maar aan één commissie voorgelegd. In bijzondere gevallen kan een zaak, die het werkterrein van meer dan één commissie raakt, aan het oordeel van meerdere commissies worden onderworpen. Dit kan in afzonderlijke vergaderingen of bij voorkeur in een gecombineerde vergadering. 4. De commissies kunnen aan de raad alle zodanige voorstellen doen die zij in het belang van de tot hun werkterrein horende zaken nuttig vinden. 32
Artikel 27. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a
Artikel 19 Verzoek tot agendering, vragen, mededelingen 1. Als een raadslid of een commissielid een onderwerp wil agenderen dient hij de daartoe een commissievoorstel in bij de griffier. Het agendapunt wordt opgenomen in de eerstvolgende nog door de agendacommissie vast te stellen agenda van het beeld- en oordeelsvormende gedeelte van de betreffende commissievergadering. 2. De voorzitter stelt in het openbare gedeelte van de vergadering afgevaardigden van de fracties in de gelegenheid bij het agendapunt ‘vragen aan het college’ elk onderwerp ter sprake te brengen, welke betrekking heeft op het beleidsterrein van de betrokken raadscommissie, ook als het niet op de agenda staat. 3. De portefeuillehouders kunnen tijdens dit agendapunt mededelingen doen.
Dit artikel (verzoek tot agendering) komt in de modellen niet voor. Het model-RvO kent alleen het officiële initiatiefvoorstel. Dat wordt in het voorstel van de griffie artikel 47. Optie in model-RvO [Artikel 34. Vragenuur 1. Op [… (bijvoorbeeld iedere eerste donderdag van de maand)] om […] uur is er een vragenuur, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige
33
Artikel 30. De raadscommissie 8. Als een raadslid of een commissielid een onderwerp wil agenderen, dient hij de daartoe een commissievoorstel in bij de griffier. Het agendapunt wordt in beginsel opgenomen op de eerstvolgende nog door de agendacommissie vast te stellen voorlopige agenda van het beeld- en oordeelsvormende gedeelte van de betreffende vakcommissie. Artikel 15. Mondelinge vragen
1. Iedere vergadercyclus is er de mogelijkheid in een raadscommissie- of raadsvergadering vragen te stellen aan het college 2. Raads- of commissieleden die vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp op de dag voor de vergadering uiterlijk om 8.00 uur ’s ochtends aan bij de griffier. De griffier draagt zorg voor de verspreiding van de vragen richting het college en de overige leden van de raad. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raads- of commissieleden, het college en de burgemeester.
Tot deze termijn is al eerder door het presidium besloten.
raadsleden, het college en de burgemeester. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.]
34
4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. De voorzitter kan aan andere raads- of commissieleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6. Tijdens dit agendaonderdeel worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. Oud artikel 19, lid 3 vervalt. Is overbodig.
Artikel 20 Samenstelling commissies 1. De voorzitters van de raadscommissies worden voor de zittingsduur van de raad benoemd. 2. De raad benoemt uit zijn midden leden die raadscommissies kunnen voorzitten. De voorzitter is tijdens de vergadering die wordt voorgezeten geen woordvoerder in de desbetreffende raadscommissie. 3. Per onderwerp is er maximaal één woordvoerder per fractie. 4. Portefeuillehouders kunnen zich ambtelijk laten ondersteunen, ook in geheime vergaderingen. 5. Op commissieleden die door een fractie worden afgevaardigd om in de raadscommissie het woord te voeren, zijn de artikelen 15 en 28 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter (cies) 1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste [aantal] en maximaal [aantal] commissieleden per fractie[, naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad]. 2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3. Zowel raadsleden als nietraadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. De raad benoemt op voordracht van de fracties voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, dat bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie. 5. [De raad benoemt de commissievoorzitters. OF Een raadscommissie benoemt haar commissievoorzitter.] Artikel 5. Zittingsduur en vacatures (cies) 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in
35
Artikel 28. Samenstelling raadscommissies 1. De raad benoemt uit zijn midden leden die raadscommissies kunnen voorzitten. De voorzitter is tijdens de vergadering die wordt voorgezeten geen woordvoerder in de desbetreffende raadscommissie. Bij elke raadscommissievergadering is een (commissie)griffier aanwezig. 2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3. Iedere fractie mag bij de voorzitter van de raad ten hoogste vier personen voordragen om als commissielid te worden benoemd door de raad. De griffie verspreidt de aanmelding. 4. Op commissieleden, die door een fractie worden afgevaardigd om in de raadscommissie het woord te voeren, zijn de artikelen 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 28 van de wet van overeenkomstige toepassing. 5. Per onderwerp is er in beginsel maximaal één woordvoerder per fractie. 6. Portefeuillehouders kunnen zich ambtelijk laten ondersteunen, ook in besloten vergaderingen. Plus artikel 29 over de zittingsduur en vacatures (nieuw artikel, was daarom
De Verordening op de fractieondersteuning wordt ook herzien. Delen van die verordening zijn ingepast in het nieuwe reglement. Onder meer in dit artikel 28.
ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. [De raad kan de OF Een raadscommissie kan haar] commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
36
achteraan deze was-wordt lijst opgenomen) Artikel 29. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 10, 11, 12 en 13 van de wet gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractievoorzitter die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan een commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. Dit, tenzij de fractie doorgaat onder een andere naam zoals weergegeven in artikel 6, lid 4 van dit reglement.
Artikel 29 komt uit het VNG-model. Dit is een nieuw artikel voor Hilversum.
Artikel 21 Besluitvorming en verslaglegging 1. Van de onderwerpen in de raadscommissie wordt door de griffier een korte adviezen-, besluiten- en toezeggingenlijst gemaakt, welke binnen twee werkdagen wordt verzonden aan de leden van de raad, de commissieleden en het college. 2. Daarnaast wordt van de commissievergadering een verslag gemaakt. Het conceptverslag wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 7 werkdagen, verzonden aan de leden van de raad, de commissieleden en het college. De wijzigingen worden door griffier, zo nodig in overleg met de voorzitter, beoordeeld en in het concept-verslag verwerkt. 3 Het verslag wordt vastgesteld in de eerstvolgende commissievergadering of in de raadsvergadering en wordt vervolgens gepubliceerd. Alleen in geval van substantiële wijzigingen (ter beoordeling aan de voorzitter, op advies van de griffier) wordt het vastgestelde verslag (gedeeltelijk) opnieuw verspreid, waarbij
Het voorstel van de griffie is gelijk aan artikel 20 van het model-RvO en artikel 18 van de model-verordening, m.u.v. de toevoeging die in rood is weergegeven.
37
Artikel 19. Verslag en besluitenlijst vergadering 1. De (commissie) griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van de raadscommissie- en raadsvergaderingen. 2. Uit een besluitenlijst en/of verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden bij de raadsvergadering afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met, in het geval van een raadsvergadering, vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of
Indien in de toekomst met een video-verslag wordt gewerkt, dan zullen bepaalde gegevens, zoals de namen van de vergaderdeelnemers, in de besluitenlijst worden opgenomen.
4.
5.
zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de in een raadsvergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van dit reglement door de raadscommissie of raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieen raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadscommissieof raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
wijzigingen zichtbaar worden aangeduid. Als besluitvorming in de raadscommissie aan de orde is (zoals bij een voorstel van orde), dan geldt de regel ‘One man, one vote’. De besluiten worden met volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Een fractie waarvoor bij het onderwerp geen woordvoerder aanwezig is, wordt geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen. In de andere gevallen, waarin advisering aan de orde is, brengen de woordvoerders namens de fractie advies uit aan de raad of het college. Zonder tegenbericht aan de griffie voorafgaand aan de vergadering, wordt een fractie waarvoor bij het onderwerp geen woordvoerder aanwezig is, geacht een positief advies te hebben uitgebracht.
38
Verzending conceptverslag aan overige personen: Dit is nieuw
Ondertekening verslag: Dit is nieuw
Artikel 12. Advies; geen stemmingen (cies) 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
39
6. Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst. Artikel 31. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen woordvoerders op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 2. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. De griffie stelt voor lid 2 van het model niet op te nemen. Er is geen sprake van gewogen advisering, maar van advisering door de woordvoerder (die natuurlijk wel een fractie-standpunt kan weergeven) en o.i. doet niet ter zake of een woordvoerder raadslid of commissielid is.
Artikel 22 Spreekrecht burgers 1. Een persoon of een instelling die in het beeldvormende gedeelte van de raadscommissie de behandeling van een onderwerp als toehoorder bijwoont, heeft het recht daarin het woord te voeren, voor zover lid 4 niet van toepassing is. Hij kan van dat recht gebruik maken, wanneer hij de griffier voorafgaand aan de vergadering heeft meegedeeld, dat hij over dat onderwerp het woord wenst te voeren. 2. Het is mogelijk in de beeldvormende vergadering in te spreken over een nog niet eerder op de concept agenda geagendeerd onderwerp. Dit is mogelijk tijdens het agendapunt vragen aan het college(lid) tot wiens bestuurlijke portefeuille het onderwerp behoort. Een inwoner of inspreker kan van dat recht gebruik maken, wanneer hij de griffier uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de betreffende vergadering heeft meegedeeld, dat hij over dat onderwerp het woord wenst te voeren, onder vermelding van de bespreekpunten die hij aan de commissie wil voorleggen. 3. Als iemand een presentatie in een raadscommissie wil geven, dient hij
Artikel 15. Spreekrecht burgers (cies) 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen [een redelijke termijn OF [… (bijvoorbeeld 48 uur)]] voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5. 5. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel 40
Artikel 32. Spreekrecht burgers 1. Een persoon of een instelling die in het beeldvormende gedeelte van de raadscommissie de behandeling van een onderwerp als toehoorder bijwoont, heeft het recht daarin het woord te voeren, voor zover lid 4 niet van toepassing is. Hij kan van dat recht gebruik maken, wanneer hij de griffier voorafgaand aan de vergadering heeft meegedeeld, dat hij over dat onderwerp het woord wenst te voeren. De spreektijd per persoon of instelling is maximaal 5 minuten in één termijn, tenzij de voorzitter van de raadscommissie hiervan afwijkt. 2. Het is mogelijk in een raadscommissie in te spreken over een nog niet op de voorlopige agenda opgenomen onderwerp, voor zover lid 4 niet van toepassing is. Dit is mogelijk tijdens het agendapunt ‘vragen aan het college’ in de betreffende vakcommissie bij het college(lid) tot wiens bestuurlijke portefeuille het onderwerp behoort. Een persoon of instelling kan van dat recht gebruik maken, wanneer hij de griffier uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de betreffende vergadering heeft meegedeeld, dat hij over dat onderwerp het woord wenst te voeren, onder vermelding van de
De nieuwe regeling is vrijwel gelijk aan de regeling waartoe in 2021 door de raad is besloten. De volgorde van de artikelleden is wel wat gewijzigd.
4.
zich bij de griffie aan te melden, waarna de griffie de presentatie agendeert op de eerstvolgende nog door de agendacommissie vast te stellen voorlopige agenda. Onderwerpen waarbij géén spreekrecht wordt verleend zijn: a. de behandeling van specifieke onderwerpen, die het gehele gemeentelijke werkterrein betreffen, zoals de begroting en het investeringsprogramma; b. voorstellen van burgemeester en wethouders betreffende het in inspraak brengen van een beleidsvoorstel; c. een bij het college aanhangige vergunningaanvraag; een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; d. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; e. behandeling van voorstellen van burgemeester en wethouders, indien door de raad of raadscommissies voorafgaand over het
voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
bespreekpunten die hij aan de raadscommissie wil voorleggen. De spreektijd is maximaal 5 minuten in één termijn, tenzij de voorzitter van de raadscommissie hiervan afwijkt. 3. Voor de inspraak over onderwerpen die niet zijn geagendeerd, wordt in totaal maximaal 15 minuten ingeruimd. Dit is inclusief vragen van de fracties, beantwoording door de inspreker(s) en de reactie van het college. Als er meer tijd nodig blijkt te zijn dan wordt het gesprek over het via de inspraak ingebrachte onderwerp voortgezet door agendering van het onderwerp in een volgende raadscommissie. 4. Onderwerpen waarbij géén spreekrecht wordt verleend zijn: a. de behandeling van specifieke onderwerpen, die het gehele gemeentelijke werkterrein betreffen, zoals de begroting en het investeringsprogramma; b. voorstellen van burgemeester en wethouders betreffende het in inspraak brengen van een beleidsvoorstel; c. een bij het college aanhangige vergunningaanvraag; d. een besluit van het gemeentebestuur waartegen