Was-wordt lijst verordening Jeugdhulp 261124
Tekst van het document
Het college indexeert jaarlijks het tarief voor individuele voorzieningen in natura conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau van de Statistiek en de NEA-index. Hier wordt bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget rekening mee gehouden. Artikel 24 Criteria sociaal netwerk
Het is niet toegestaan om een hoger uurtarief van de pgb aanbieder te compenseren met de inzet van minder uren. Daarom is het maximum uurtarief ook expliciet als bovengrens opgenomen in het artikel. Lid 5 nieuw biedt een grondslag aan het college om, in bijzonder situaties en aanvullend op een indicatie voor jeugdhulp, een vergoeding te verstrekken voor kosten die normaliter voor rekening van de ouders komen. Het kan bijvoorbeeld gaan om (hoge) reiskosten. Het maximumbedrag is afgeleid van de fiscaal vrijgestelde vrijwilligersvergoeding.
1. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits: a. dit aantoonbaar tot minimaal evenredige hulp leidt, aangaande effectiviteit en doelmatigheid, als de inzet van een voorziening in natura of een voorziening bekostigd uit een persoonsgebonden budget voor formele jeugdhulp; b. de hulp aan de jeugdige niet tot overbelasting leidt bij degene uit het sociale netwerk die de ondersteuning biedt; c. tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 2. De voorwaarden die gelden bij de besteding van persoonsgebonden budget via het sociale netwerk zijn: a. de hulp is niet goed vooraf in te plannen; dan wel de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; en/of b. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; en/of c. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; en/of d. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; en e. de hulp moet geboden worden door een persoon waarmee de jeugdige geen hechtings- of contactprobleem heeft; alsmede f. de hulp is alleen toegestaan voor persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf en begeleiding. Artikel 25 Kwaliteitseisen inzet persoonsgebonden budget 1.
Voor de zorg die met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht bij een formele zorgaanbieder, gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor vergelijkbare voorzieningen in natura. Van aanbieders van formele jeugdhulp wordt verwacht dat zij: a) ingeschreven staan in het handelsregister; b) adequaat opgeleid personeel in dienst hebben;
1. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits: a. dit aantoonbaar tot minimaal evenredige hulp leidt, aangaande effectiviteit en doelmatigheid, alsde inzet van een voorziening in natura of een voorziening bekostigd uit een persoonsgebonden budget voor professionele hulp; b. deze persoon heeft aangegeven dat de hulp aan de jeugdige of ouder voor hem niet tot overbelasting leidt; c. tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 2. De voorwaarden die gelden bij de besteding van persoonsgebonden budget via het sociale netwerk zijn: a. de hulp is niet goed vooraf in te plannen; b. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; c. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; d. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; e. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; f. de hulp moet geboden worden door een persoon waarmee de jeugdige geen hechtings- of contactprobleem heeft; g. de hulp is alleen toegestaan voor persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf en begeleiding. Artikel 25 Kwaliteitseisen inzet persoonsgebonden budget 1.
Voor de zorg die met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht bij een professionele zorgaanbieder, gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor vergelijkbare voorzieningen in natura. 2. Voor de zorg die verleend wordt door een nietprofessionele ondersteuner zijn de volgende kwaliteitseisen van toepassing:
Redactionele aanpassing
In lid 2 zijn de eisen opgenomen waaraan de persoon van de aanbieder
c)
een VOG van de betrokken hulpverleners (en eventuele vrijwilligers) kunnen overleggen; d) voldoen aan de geldende kwaliteitsstandaarden; e) beschikken over de vereiste vergunningen; f) melding doen van calamiteiten; g) meewerken aan onderzoeken door de aangewezen toezichthouders; h) een transparante financiële huishouding voeren; i) van onbesproken gedrag zijn, hetgeen onder meer inhoudt: - geen verdenking en/of veroordeling van strafbare feiten; - geen bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes; - geen banden met personen of organisaties die verdacht worden en/of veroordeeld zijn voor strafbare feiten; - geen ongewenste verstrengeling van belangen. 2. In geval van informele jeugdhulp zijn de volgende kwaliteitseisen van toepassing: a. de persoon verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van een goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig, en cliëntgerichtheid wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige en de ouder; b. de kwaliteit van de voorziening moet voldoende zijn om de gestelde doelen in het budgetplan te kunnen realiseren; c. de geleverde voorziening is afgestemd op de persoonlijke situatie van de aanvrager en de eventuele andere vormen van hulp en/of zorg in het gezin; d.
de persoon meldt iedere calamiteit en ieder geweld die bij de verlening van jeugdhulp of de uitvoering ervan plaatsvindt bij de Inspectie Jeugdzorg en het college; e. de persoon stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te voeren.
a. de persoon verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van een goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig, en cliëntgerichtheid wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige en de ouder b. de kwaliteit van de voorziening moet voldoende zijn om de gestelde doelen in het budgetplan te kunnen realiseren; c. de geleverde voorziening is afgestemd op de persoonlijke situatie van de aanvrager en de eventuele andere vormen van hulp en/of zorg in het gezin; d. de persoon meldt iedere calamiteit en ieder geweld die bij de verlening van jeugdhulp of de uitvoering ervan plaatsvindt bij de Inspectie Jeugdzorg en het college; e. de persoon stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te voeren.
en diens bedrijfsvoering moeten voldoen. Dit in het kader van de bestrijding van onrechtmatig c.q. oneigenlijk gebruik van Wmo maatwerkvoorzieningen en ter bescherming van de belangen van de inwoner.
Aansluiting bij definitie in artikel 1.
Artikel 26 Privacy 1. Het college is met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens gehouden aan de wettelijke bepalingen in de Jeugdwet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming en aanvullende wetgeving omtrent gegevensverwerking. 2. Het college informeert actief de jeugdigen en hun ouders over hun privacy rechten en de gegevensverwerkingen die in het kader van de ondersteuning plaats vinden. 3. Het college verwerkt geen persoonsgegevens van een jeugdige of ouder, tenzij dit voor de uitvoering van de wet noodzakelijk is. 4. In de privacyverklaring sociaal domein is nader vastgelegd hoe de gemeente omgaat met persoonsgegevens van inwoners. Artikel 27 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verleend, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a.
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten;
Artikel 26 Privacy 1. Het college verwerkt geen persoonsgegevens van een jeugdige of ouder, tenzij dit voor de uitvoering van de wet noodzakelijk is. 2. Het college verwerkt geen persoonsgegevens betreffende een jeugdige of ouder, zonder daartoe toestemming te verkrijgen van de jeugdige of ouder, onverminderd het bepaalde in artikel 7.4.1 van de Jeugdwet. 3. In afwijking van het tweede lid kan het college persoonsgegevens van een jeugdige of ouder verwerken zonder daartoe de toestemming te hebben verkregen, wanneer daarmee tegemoet gekomen wordt aan een spoedeisend belang van de jeugdige of zijn ouder of een wettelijke plicht. 4. Het college legt de afspraken over het verwerken van persoonsgegevens vast in een protocol. Artikel 27 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verleend, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a.
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen;
Verwijzing naar actuele regelgeving inzake privacy. Voor de verwerking van persoonsgegevens is niet altijd toestemming vereist. De grondslag kan ook uit de wet voortvloeien.
Behalve een privacyverklaring sociaal domein is er ook een specifieke privacyverklaring voor jeugdhulp. Beide staan op de website van Hilversum.
d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het persoonsgebonden budget, of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een besluit op grond van het tweede lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de te veel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het te veel of ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. Het college kan de geldswaarde vorderen van de meerderjarige aanvrager(s) van het besluit. 4. Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het budget binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor inzet en bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Artikel 28 Controle Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verleende voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Artikel 29 Toezicht Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet, in het bijzonder voor zover het de rechtmatigheid betreft, conform het bepaalde in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het persoonsgebonden budget, of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een besluit op grond van het tweede lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. Het college kan de geldswaarde vorderen van de meerderjarige aanvrager(s) van het besluit. 4. Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het budget binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor inzet en bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 28 Controle 1. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verleende voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. -
Anders dan in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 bevat de Jeugdwet geen grondslag voor het aanwijzen van toezichthouders. Met deze bepaling in de verordening wordt hierin alsnog voorzien
Artikel 30 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel; f. de uitvoeringspraktijk in de sector; g. indexering.
Artikel 29 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel.
Artikel 31 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen, ouders en pleegouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.
Artikel 30 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen, ouders en pleegouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.
Artikel 32 Klachtregeling Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van hulpvragen en aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de bepalingen van de klachtenregeling zoals omschreven in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 31 Klachtregeling Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van hulpvragen en aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de bepalingen van de klachtenregeling zoals omschreven in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
aanvulling
Artikel 33 Betrekken van ingezetenen bij de ontwikkeling van beleid 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt de jeugdige of zijn ouders en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Artikel 34 Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen in deze verordening in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders buiten toepassing laten of daarvan afwijken. Dit kan het college voor zover toepassing van deze bepalingen, gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen, tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 32 Betrekken van ingezetenen bij de ontwikkeling van beleid 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt de jeugdige of zijn ouders en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Artikel 33 Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen in deze verordening in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders buiten toepassing laten of daarvan afwijken. Dit kan het college voor zover toepassing van deze bepalingen, gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen, tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 35 Indexering Het college past jaarlijks per 1 januari de bedragen aan conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, en de NEA-index.
Artikel 34 Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de bedragenverhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en de NEA-index.
Artikel 36 Intrekking oude verordening en overgangsrecht Met ingang van de inwerkingtreding van de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2025 wordt de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018 ingetrokken. Een besluit, genomen op grond van de Verordening Jeugdhulp gemeente Hilversum 2018 blijft na inwerkintreding van de Verordening Jeugdhulp gemeente Hilversum 2025, voor de duur van dat besluit van kracht, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp gemeente Hilversum 2018 en waarop nog niet is beslist bij het inwerkingtreden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018. Op bezwaarschriften en (hoger-)beroepschriften tegen een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018 wordt beslist met inachtneming van de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018.
Artikel 35 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. Met ingang van de inwerkingtreding van de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018 wordt de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2015 ingetrokken. 2. Een besluit, genomen op grond van de Verordening Jeugdhulp gemeente Hilversum 2015 blijft na inwerkintreding van de Verordening Jeugdhulp gemeente Hilversum 2018, voor de duur van dat besluit van kracht totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp gemeente Hilversum 2015 en waarop nog niet is beslist bij het inwerkingtreden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2015. 4. Op bezwaarschriften en (hoger-)beroepschriften tegen een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2015 wordt beslist met inachtneming van de Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2015.
Artikel 37 Inwerkingtreding en citeertitel De Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2025 treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking en is van toepassing op aanvragen die op of na de dag van inwerkingtreding worden ingediend en op bezwaarschriften en (hoger-)beroepsschriften tegen een besluit genomen op grond van deze Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2025. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2025.
Artikel 36 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018 treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking en is van toepassing op aanvragen die op of na de dag van inwerkingtreding worden ingediend en op bezwaarschriften en (hoger-)beroepsschriften tegen een besluit genomen op grond van deze Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Hilversum 2018.