CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst 261124

GEMEENTERAAD 29 januari 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Actualisering verordening maatschappelijke ondersteuning Hilversum (1546459)13.072 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De hoogte van de bijdrage in de kosten wordt bepaald aan de hand van de kostprijs. De kostprijs van de voorziening geldt als maximum voor de bijdrage in de kosten.

3.

In lid 4 zijn de algemene voorzieningen opgenomen waarvoor geen eigen bijdrage is verschuldigd.

Voor de hiernavolgende algemene voorzieningen geldt geen eigen bijdrage: a. buurtteams (begeleiding in de wijk), b. zinvolle daginvulling (dagbesteding licht) en c. onafhankelijke cliëntondersteuning.

4.

Artikel 14. Regels voor bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening Voor maatwerkvoorzieningen, inclusief woningaanpassingen ten behoeve van kinderen tot 18 jaar, is een eigen bijdrage verschuldigd. Rolstoelen in het algemeen en hulpmiddelen voor kinderen tot 18 jaar zijn echter vrijgesteld van de eigen bijdrage. 2. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) stelt de bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen vast en int deze. 1.

voor eten/drinken of bijzondere activiteiten. Deze wordt door de aanbieder geïnd. De voorziening wordt door verschillende partijen aangeboden op basis van de ‘Subsidieregeling zinvolle daginvulling: ontmoeten, meedoen en meewerken’. Uitgangspunt is dat de voorziening laagdrempelig is. De begeleiding wordt geboden door vrijwilligers met professionele ondersteuning.

Artikel 15. Regels voor bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en pgb 1. Overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, is, met uitzondering van de rolstoel en maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen voor jeugdigen tot 18 jaar, cliënt voor het gebruik van een maatwerkvoorziening een bijdrage in de kosten verschuldigd. 2. Het Centraal Administratie Kantoor stelt de bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen, vast en int deze.

3.

4.

5.

6.

7.

De eigen bijdrage is nooit meer dan de maximale kostprijs van de voorziening.

De berekeningssystematiek van de eigen bijdrage in de Wmo maatwerkvoorzieningen is vastgelegd in de wet. De eigen bijdrage kan jaarlijks bij ministeriële regeling worden geïndexeerd . Wanneer de inwoner met een hulpvraag gebruik maakt van de Wmo-taxi, geldt er een reizigerstarief (= tarief per kilometer plus een opstaptarief) dat is afgestemd op de geldende tarieven van het reguliere openbaar vervoer. Voor de voorzieningen met een financiële bijdrage als bedoeld in artikel 11 is geen eigen bijdrage verschuldigd. Met deze voorzieningen wordt niet beoogd om de inwoner met een hulpvraag volledig te compenseren. Het gaat om een reële tegemoetkoming in de kosten.

3. De eigen bijdrage is nooit meer dan de maximale kostprijs van de voorziening. 4. Voor de volgende maatwerkvoorzieningen is de eigen bijdrage gebaseerd op de kostprijs van huishoudelijke hulp: begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf. 5. De vast te stellen eigen bijdrage worden jaarlijks geïndexeerd bij ministeriële regeling aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. 6. Wanneer cliënt via het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer gecompenseerd wordt (Wmo-taxi) dan is er geen sprake van een bijdrage in de kosten. Er is dan sprake van een reizigersbijdrage (per zone) die overeenkomt met de geldende tarieven van het reguliere openbaar vervoer.

Dit is conform huidige praktijk

In bijzondere omstandigheden kunnen (groepen van) inwoners geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van betaling van de eigen bijdrage.

Artikel 15. Hoogte en vaststellen bijdrage in de kosten voor opvang

Op grond van artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 jo. artikel 3.8 lid 1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is het vaste tarief (‘abonnementstarief’) van € 20,60 (per 1 januari 2024) niet van toepassing op vervoersvoorzieningen als de eigen bijdrage hiervan is vastgelegd in de verordening. Gebruikers van de Wmo-taxi betalen een opstaptarief en een tarief per kilometer. Deze zijn afgeleid van het reguliere OV. Deze bijdrage is niet toereikend om de kosten van de Wmotaxi te dekken. De resterende kosten worden betaald door de gemeente.

Artikel 16. Hoogte en vaststellen bijdrage in de kosten voor opvang

1.

2.

Bij verblijf in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang is een maximale eigen bijdrage verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder langer dan één etmaal gebruik maakt van deze 24-uurs verblijfsvoorzieningen. Vaststelling en inning van deze eigen bijdrage wordt door het college opgedragen aan de opvanginstellingen. De hoogte van de eigen bijdrage zal nooit de werkelijke kostprijs of feitelijke woonlasten te boven mogen gaan. Bij verblijf in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang dient een persoon minimaal zak en kleedgeld over te houden plus de nominale premie ziektekosten minus de zorgtoeslag en waar nodig geld voor voeding (Nibud norm).

Artikel 16. Informatie

1. Bij verblijf in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang is een maximale eigen bijdrage verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder langer dan één etmaal gebruik maakt van deze 24-uurs verblijfsvoorzieningen. Vaststelling en inning van deze eigen bijdrage wordt door het college opgedragen aan de opvanginstellingen. De hoogte van de eigen bijdrage zal nooit de werkelijke kostprijs of feitelijke woonlasten te boven mogen gaan. 2. Bij verblijf in de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang dient een persoon minimaal zak en kleedgeld over te houden plus de nominale premie ziektekosten minus de zorgtoeslag en waar nodig geld voor voeding (Nibud norm).

Artikel 17. Nieuwe feiten en omstandigheden

1.

Het college informeert de inwoner met een hulpvraag of zijn vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

1. Het college informeert cliënt of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet.

2.

De inwoner met een hulpvraag of diens vertegenwoordiger doen zo spoedig mogelijk en uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op een beslissing van het college op een aanvraag dan wel een verstrekte voorziening.

2. Cliënt of diens vertegenwoordiger doen uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op een beslissing van het college op een aanvraag dan wel een verstrekte voorziening.

Oorspronkelijke titel dekte deels de lading. Suggestie van de Adviesraad Sociaal Domein.

Zie ook artikel 2.3.8 Wmo 2015

Artikel 17. Heronderzoek Onverminderd artikel 2.3.9 van de wet kan het college een heronderzoek instellen om vast te stellen of er aanleiding is om de beslissing te heroverwegen.

Artikel 18. Intrekking, herziening en beëindiging Een beslissing tot verlening van een maatwerkvoorziening kan worden ingetrokken of herzien als blijkt dat niet langer aan de voorwaarden van de verstrekking wordt voldaan, of wanneer het pgb binnen zes maanden na toekenning niet of onvoldoende is aangewend voor de bekostiging van de maatwerkvoorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 19. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1.

Artikel 18: Heronderzoek Onverminderd artikel 2.3.9 van de Wet kan het college een heronderzoek instellen om vast te stellen of er aanleiding is om de beslissing te heroverwegen.

Artikel 19. Intrekking, herziening en beëindiging Een beslissing tot verlening van een maatwerkvoorziening of een pgb kan worden ingetrokken of herzien als blijkt dat de maatwerkvoorziening of het pgb binnen zes maanden na toekenning niet of onvoldoende is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Artikel 20. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.1 van de wet, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:

1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.1 van de wet, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:

het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de inwoner met een hulpvraag; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;

a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van

a.

Aanscherping formulering

d.

2.

voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en het uitvoeren van klantkwaliteitsonderzoeken zoals bedoeld in artikel 2.5.1 van de wet en het zo nodig in overleg met de inwoner met een hulpvraag ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Artikel 20. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorzieningen door derden 1.

Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten in ieder geval rekening met: de aard en omvang van de te verrichten taken; b. een redelijke toeslag voor overheadkosten; c. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; d. kosten voor bijscholing van het personeel; e. kwaliteitseisen van de voorziening; f. deskundigheid van beroepskrachten; a.

beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. Van aanbieders van een voorziening als pgb wordt minimaal dezelfde kwaliteitsstandaard verwacht als van aanbieders van een voorziening in natura. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en het uitvoeren van klantkwaliteitsonderzoeken zoals bedoeld in artikel 2.5.1 van de wet en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 21: Verhouding prijs en kwaliteit levering voorzieningen door derden 1. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. een redelijke toeslag voor overheadkosten; c. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; d. kosten voor bijscholing van het personeel; e. kwaliteitseisen van de voorziening; f. deskundigheid van beroepskrachten; g. het handelen volgens professionele standaarden;

het handelen volgens professionele standaarden; h. arbeidsvoorwaarden passend bij de vereiste vaardigheden van beroepskrachten en de zwaarte van de functie; i. de eisen rondom duurzaamheid van de voorziening; g.

het creëren van maatschappelijke waarde door de aanbieder; k. de reële kostprijs van de voorziening. j.

2.

Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen in ieder geval rekening met: de marktprijs van de voorziening, en b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: i. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; ii. instructie over het gebruik van de voorziening; iii. onderhoud van de voorziening, en iv. verplichte samenwerkingsverbanden. a.

Artikel 21 Monitoring Het college verzamelt, ter bevordering van de kwaliteit en de continuïteit van voorzieningen, systematisch informatie over: a. de ervaringen van de inwoner met een hulpvraag bij de toegekende voorzieningen; b. de mate waarop de toegekende voorzieningen bijdragen aan de (sociale/economische)

h. arbeidsvoorwaarden passend bij de vereiste vaardigheden van beroepskrachten en de zwaarte van de functie; i. de eisen rondom duurzaamheid van de voorziening; j. het creëren van maatschappelijke waarde door de aanbieder; k. de reële kostprijs van de voorziening.

2. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen in ieder geval rekening met: a. de marktprijs van de voorziening, en b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: i. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; ii. instructie over het gebruik van de voorziening; iii. onderhoud van de voorziening, en iv. verplichte samenwerkingsverbanden. Artikel 22: Monitoring Het college verzamelt, ter bevordering van de kwaliteit en de continuïteit van voorzieningen, systematisch informatie over: a. de ervaringen van cliënten bij de toegekende voorzieningen;

c.

zelfredzaamheid en participatie van de inwoner met een hulpvraag; in hoeverre de resultaten uit de beschikkingen daadwerkelijk worden bereikt.

Artikel 22. Meldingsregeling calamiteiten en geweld Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over de afwikkeling daarvan en het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 1.

Artikel 23. Waardering mantelzorgers 1.

Het college zorgt ervoor dat mantelzorgers van de inwoners van Hilversum jaarlijks in aanmerking kunnen komen voor een blijk van waardering.

b. de mate waarop de toegekende voorzieningen bijdragen aan de (sociale/economische) zelfredzaamheid en participatie van cliënten; c. in hoeverre de resultaten uit de beschikkingen daadwerkelijk worden bereikt. Artikel 23: Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over de afwikkeling daarvan en het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Artikel 24. Waardering mantelzorgers 1. Het college zorgt ervoor dat de cliënt aan wie mantelzorg wordt verleend, zijn mantelzorgers jaarlijks een blijk van waardering kan verlenen (mantelzorgcompliment). 2. De cliënt kan voor het verlenen van een blijk van waardering, hiervoor een aanvraag indienen bij het college.

Voor de mantelzorgwaardering 2024 gaat een andere procedure gelden. Het college stelt hiervoor nadere regels vast. Niet de inwoner met mantelzorg maar de mantelzorgverlener zelf vraagt de waardering aan. De (herziene) mantelzorgwaardering is onderdeel van

2.

Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van waardering bestaat en hoe deze kan worden verkregen.

Artikel 24. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning In de contracten met betrekking tot de dienstverlening Wmo (o.a. voor begeleiding, persoonlijke verzorging, beschermd wonen en opvang, huishoudelijke hulp), die het college sluit met aanbieders, is bepaald dat de aanbieders een regeling hebben, dan wel vaststellen, voor de medezeggenschap van cliënten over genomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen; afhankelijk van de situatie naar de letter of in de geest van de WMCZ (Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen). 2. Het 1e lid is niet van toepassing, indien de aanbieder de taken in het kader van de Wmo laat uitvoeren door in de regel minder dan tien medewerkers. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks klantkwaliteitsonderzoek zoals bedoeld in artikel 2.5.1 van de wet. 1.

Artikel 25. Betrekken van inwoners bij het beleid 1.

Het college betrekt inwoners van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de

3. Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat. Artikel 25. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. In de contracten die het college sluit met aanbieders, is bepaald dat de aanbieders een regeling hebben, dan wel vaststellen, voor de medezeggenschap van cliënten over genomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen. 2. Het 1e lid is niet van toepassing indien de aanbieder die in het kader van de Wmo dienstverlening onderscheidenlijk haar taken laat uitvoeren door in de regel minder dan tien medewerkers. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks klantkwaliteitsonderzoek zoals bedoeld in artikel 2.5.1 van de wet.

de Beleidsagenda Mantelzorg Hilversum 2024-2030.

Medezeggenschap ziet alleen op dienstverlening in de zorg Om er voor te zorgen dat de medezeggenschap voldoende is geborgd bij de zorgaanbieders, wordt erop toegezien dat de regeling dienaangaande aansluit bij de eisen die in de WMCZ zijn opgenomen. Denk hierbij aan de inrichting van de medezeggenschapsraad, de informatievoorziening, de onderwerpen waarop advies wordt gevraagd, de status van de adviezen en de faciliteiten die aan het medezeggenschapsorgaan worden geboden. Lid 2 betreft een redactionele aanpassing.

Artikel 26. Betrekken van inwoners bij het beleid 1.

Het college betrekt inwoners van de gemeente bij de

voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de

Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

2.

Het college stelt inwoners vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen en advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning. Het college voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

2. Het college stelt inwoners vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

3.

Het college zorgt ervoor dat inwoners kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden en tevens worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

4.

Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Artikel 26. Melding klachten 1.

Voor de afhandeling van klachten van de inwoner met een hulpvraag die betrekking hebben op gedragingen jegens de inwoner met een hulpvraag van het college of de voor haar werkzame personen bij de afhandeling van meldingen en aanvragen, hanteert het college de bestaande klachtenprocedure zoals omschreven in hoofdstuk 9 van de Awb.

3. Het college zorgt ervoor dat inwoners kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning / 4. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Artikel 27. Melding klachten 1. Voor de afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op gedragingen jegens cliënt van het college of de voor haar werkzame personen bij de afhandeling van meldingen en aanvragen, hanteert het college de bestaande klachtenprocedure zoals omschreven in hoofdstuk 9 van de Awb. 2. Onverminderd artikel 3.2 van de Wmo stellen aanbieders met wie de gemeente een contract heeft gesloten of aan wie subsidie is verleend, een effectieve en laagdrempelige regeling

2.

Onverminderd artikel 3.2 van de Wmo stellen aanbieders met wie de gemeente een contract heeft gesloten of aan wie subsidie is verleend, een effectieve en laagdrempelige regeling vast voor de afhandeling van klachten ten aanzien van gedragingen jegens inwoners met een hulpvraag en de uitvoering/levering van de voorziening.

3.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks klantkwaliteitsonderzoek zoals bedoeld in artikel 2.5.1 van de wet.

vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van gedragingen jegens een cliënt en de uitvoering/levering van de voorziening. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks klantkwaliteitsonderzoek zoals bedoeld in artikel 2.5.1 van de wet.

Artikel 27. Hardheidsclausule

Artikel 28. Hardheidsclausule

Het college kan de bepalingen in deze verordening ten gunste van de inwoner met een hulpvraag buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 28. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

Het college kan de bepalingen in deze verordening ten gunste van de cliënt buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 29. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2025. Bij de inwerkingtreding van deze verordening worden de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hilversum 2018 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hilversum 2023 ingetrokken. 3. Een besluit, genomen op grond van de verordeningen genoemd onder lid 2, blijft na inwerkingtreding van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilversum 2025, voor de duur van dat besluit van

1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018 2. Bij de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening sociaal domein gemeente Hilversum en de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilversum 2015 ingetrokken. 3. Een besluit, genomen op grond van de verordeningen genoemd onder lid 2, blijft na inwerkingtreding van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilversum 2018, voor de duur van dat besluit van kracht, totdat

1. 2.

De Verordening maatschappelijke ondersteuning Hilversum 2023 bevatte een specifieke bepaling met betrekking tot de vrijstelling van de eigen bijdrage Wmo voor huishoudens met een laag inkomen. Het ging echter om een tijdelijke maatregel als onderdeel van het minimabeleid van de gemeente Hilversum.

kracht, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt wordt ingetrokken.

Artikel 29. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening maatschappelijke ondersteuning Hilversum 2025”.

het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt wordt ingetrokken.

Artikel 30: Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening maatschappelijke ondersteuning Hilversum 2018”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=d654b1f3-d3ab-4315-90d3-20640183e0cb